Project Vadercentra: 1. Probleemstelling. De SCP-studie Variatie in participatie naar achtergronden van de arbeidsdeelname van allochtone en autochtone vrouwen (september 1999) heeft uitgewezen dat niet alle groepen vrouwen in Nederland de doelstelling van economische zelfstandigheid in gelijke mate bereiken. Als we kijken naar de percentages werkende vrouwen naar etnische groepen in Nederland zien we het volgende beeld: Werkende vrouwen naar etniciteit: Surinaamse vrouwen 58% Nederlandse vrouwen 54% Antilliaanse/Arubaanse vrouwen 49% Turkse vrouwen 22% Marokkaanse vrouwen 17% (bron:scp 1999) Ook bij de vrouwen zonder kinderen blijven Turkse en Marokkaanse vrouwen ver achter in de arbeidsparticipatie. Met name de vrouwen die tussen de 5 en 15 jaar geleden naar ons land kwamen in het kader van gezinshereniging lijken hun kansen op de arbeidsmarkt nauwelijks te benutten. Het stadsdeel Laak is een gebied in de gemeente Den Haag dat wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een groot aantal Turkse en Marokkaanse gezinnen. Economische zelfstandigheid van vrouwen, één van de hoofddoelstellingen van het emancipatiebeleid, is in veel van deze gezinnen nog nauwelijks gerealiseerd. In Laak is al eerder op de bovengenoemde SCP-onderzoeksfeiten gereageerd door het opzetten van een tweetal "Moedercentra". In deze moedercentra komt jaarlijks een groot aantal allochtone vrouwen bijeen voor gezamenlijke activiteiten op het gebied van vorming en training, ondersteuning bij het opvoeden van kinderen, lerend werken en werkend leren en ontspanning. Deze moedercentra zijn een groot succes gebleken en vele vrouwen hebben dit doe- en leerhuis afgesloten met positieve ambities ten aanzien van hun eigen ontwikkeling, de intentie om te gaan werken en economische zelfstandigheid te bereiken. In de Moedercentra heeft inmiddels ook een aantal vrouwen, die via een Instroombaan in het moedercentrum werkervaring hebben opgedaan, de weg naar verdere beroepsscholing en een nietgesubsidieerde baan gevonden 1
Een belangrijke oorzaak van de achterblijvende arbeidsdeelname van deze vrouwen lijkt te liggen in de rol die mannen en vrouwen hebben in Turkse en Marokkaanse gezinnen. De traditionele rolverdeling (die ook autochtone gezinnen en echtparen lang gekend hebben en die pas sinds de actieve emancipatie-beweging is gaan veranderen) is in veel Turkse en Marokkaanse gezinnen nog sterk aanwezig. De taak van veel vrouwen is het zorgen voor de kinderen en het huishouden, veel mannen werken (of zijn werkloos) en houden zich slechts in beperkte mate met de opvoeding en het huishouden bezig. Ook de maatschappelijke participatie van deze gezinnen blijft veelal achter. Scholen, sportverenigingen en welzijnsorganisaties hebben er in Laakkwartier vaak grote moeite mee om de ouders van kinderen en deelnemers te bereiken voor contact, overleg of deelname aan activiteiten. Ouders hebben veelal weinig kennis van en informatie over deze organisaties. De traditionele rolverdeling in deze gezinnen maakt het voor de vrouwen extra moeilijk om te gaan werken, omdat voor hen de combinatie van zorg en arbeid eenzijdig leidt tot een forse taakverzwaring. Het overlaten van de zorg voor de kinderen aan de vaders of aan de kinderopvang is nog geenszins een vanzelfsprekende zaak. Het gezamenlijk uitvoeren van huishoudelijke taken evenmin. Om de gang naar de arbeidsmarkt en naar economische zelfstandigheid voor Turkse en Marokkaanse vrouwen te vergemakkelijken is het wenselijk om ook de mannen en vaders in deze gezinnen meer te gaan betrekken bij de opvoeding, de zorg en het huishouden. In navolging van de succesvolle start van de twee moedercentra in de Haagse wijk Laakkwartier in 1997 is nu het plan ontwikkeld om ook een Vadercentrum in het Laakkwartier op te zetten. 2. Doelstellingen. De belangrijkste doelstellingen van het Vadercentrum zijn: a) Door een actieve benadering jaarlijks ca. 100 vaders en mannen in het Laakkwartier te bereiken met een aanbod van cursussen en activiteiten gericht op emancipatie en participatie van mannen en vaders in het gezin en in de wijk. b) Het opleiden van vaders en mannen tot het coachend ouderschap en een mede-verzorgende vader en/of partner. c) Het stimuleren van vaders en mannen tot deelname aan wijkgerichte activiteiten in scholen, sportverenigingen, welzijnsinstellingen, enz. Deze doelstellingen worden bereikt door het uitvoeren van een cursussen- en activiteitenprogramma met de volgende elementen: 2
1. Laagdrempelige inloop in Open Huis, sfeervolle en gezellige ontmoetingsplaats creëren. 2. Kennismaken met de Haagse samenleving in de directe omgeving: Werken in de wijk, scholen en het onderwijssysteem leren kennen, ontmoetingen met welzijnsinstellingen,enz. 3. Realiseren van Het Leerhuis waarin cursussen worden gegeven in Nederlandse taal, Leren omgaan met jonge kinderen, Zorgtaken en Huishoudelijk werk, Werken in de wijk, Opvoedingsondersteuning, Participeren in de school, enz. 4. Activering van vaders en mannen om deel te gaan nemen aan sport, recreatie en sportbegeleiding (coachen, trainen, enz.) 5. Persoonlijke ontplooiing en ontwikkeling voor vaders en mannen : een eigen traject uitstippelen (scholing, stages, werkervaring in betaalde arbeid, vrijwilligerswerk en de meewerken in de thuissituatie). 3. Personeelsplan. Op grond van de ervaringen met de Moedercentra is het voornemen om op het Vadercentrum 2 fulltime formatieplaatsen en 4 instroombanen te realiseren. De 2 fulltime formatieplaatsen zijn bestemd voor drie parttime medewerkers die het centrum leiden, de activiteiten organiseren en zo ruim mogelijke openingstijden realiseren. Alle drie zullen adequaat opgeleide en bevoegde beroepskrachten zijn. De 4 medewerkers in Instroombanen zullen in deze arbeidsplaats worden begeleid bij het opdoen van werkervaring, het starten en volgen van een beroepsscholing die tot doel heeft een nietgesubsidieerde arbeidsplaats te vinden. Zo zal er in het Vadercentrum steeds opnieuw ruimte ontstaan voor nieuwe Instroombaan kandidaten. 4. Kwaliteitsbewaking. Om de activiteiten van en in het Vadercentrum blijvend te toetsen op kwaliteit en effectiviteit zal een externe Visitatiegroep worden gevormd. Hierin zal door locale en landelijke deskundigen worden getoetst of het Vadercentrum voldoet aan de doelstellingen en verwachte resultaten. Het eindoordeel van de visitatiegroep zal sterk mede bepalen of het vadercentrum na de experimentele fase structureel zal worden voortgezet. 5. Verwachte resultaten. De verwachting is dat jaarlijks ca. 100 mannen en vaders zullen deelnemen aan het aanbod van activiteiten en cursussen in het Vadercentrum. 3
Daarnaast is het de verwachting dat door de laagdrempelige toegankelijkheid van het Vadercentrum er in deze groep een gesprek op gang komt over veranderingen in de taak- en rolverdeling thuis. Aangemoedigd zal worden dit gesprek samen met de moeders en vrouwen te voeren. De vaders en mannen zullen zich directer en actiever gaan bezighouden met de opvoeding van de kinderen, de schoolloopbaan van hun kinderen en de zorgtaken thuis. Daarnaast zullen zij in de wijk, in de scholen, in sport- en welzijnsorganisaties actiever gaan participeren. Zo kan een daadwerkelijke integratie in de omringende samenleving plaatsvinden. Het aantal Turkse en Marokkaanse vrouwen dat (her)intreedt op de arbeidsmarkt zal toenemen dankzij de gedeelde zorg voor opvoeding van de kinderen en zorg voor het gezin en het huishouden. Jonge kinderen (0-4 jaar) uit deze gezinnen zullen meer gebruik gaan maken van kinderopvang, de peuterspeelzaal en de opvang door vader en moeder. 6. Samenwerking met derden. Bij de uitvoering van de Moedercentra in het stadsdeel Laak zijn naast de gemeente ook andere partijen betrokken. Het betreft de Decentrale Welzijnsorganisatie Laak, de Hervormde Diaconie en de Moskee Vereniging. Bij de realisering van het Vadercentrum zullen ook deze partijen worden betrokken. Daartoe zal een samenwerkingsovereenkomst c.q. Intentieverklaring tot Samenwerking worden gesloten met deze vier partijen. 1 1 Op het moment van de commissiebehandeling is de samenwerkingsovereenkomst nog niet gesloten. De verwachting is dat dat tijdig kan gebeuren. 4
Begroting van het experiment. 1. Loonkosten (2 FTE s + kosten 4 Instroonbanen). f 160.000,- 2. Algemene kosten: Huisvestingskosten f 30.000,- Exploitatiekosten 2 f 27.500,- Bureaukosten f 10.000,- Apparatuur f 10.000,- Totaal f 77.500,- 3. Activiteitenkosten f 15.000,- =================== Totale kosten Vadercentrum (per jaar) f 252.500,- 4. Financiering van het experiment. Begroting van de totale kosten van het experiment f 252.500,- Inzet van eigen middelen f 50.500,- (20%) Subsidies van derden (Hervormde Diakonie, f 12.625,- ( 5%) Moskee-vereniging, DWO Laak) Uit het project gegenereerde inkomsten geen Totaal eigen aandeel in de financiering: f 63.125,- (25%) Bijdrage in het kader van de Subsidieregeling Dagindeling: f 189.375,- 5. Volledigheidstoets. Is het formulier volledig ingevuld? JA Zijn alle relevante bijlagen bijgevoegd: - Samenwerkingsovereenkomst of intentieverklaring. JA - Projectplan JA 2 Gas,water,licht,verzekeringen,schoonmaakkosten,beveiliging) 5
- Begroting projectkosten incl. Personeelsplan JA 6