Samenvatting inrichtingsplan EHS Westerwolde Deze samenvatting beschrijft de hoofdlijnen van het inrichtingsplan voor de Ecologische Hoofdstructuur Westerwolde. Eerst leest u wat de achterliggende gedachte van het plan is en wat de belangrijkste uitgangspunten zijn. Daarna vindt u informatie over de uitwerking van de verschillende onderdelen van het plan. Tot slot de begroting. Landelijk beleid: Ecologische Hoofdstructuur (EHS) In juni 1990 is het Natuurbeleidsplan (Min. LNV, 1990) verschenen. De hoofddoelstelling van dit plan is de duurzame instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden in Nederland. Om dit te bereiken moeten bestaande en nieuwe natuurgebieden één geheel worden, de zogenaamde Ecologisch Hoofdstructuur (EHS). Uitwerking in gebiedsvisie Westerwolde De provincie Groningen heeft de begrenzing van deze gebieden in 1996 vastgesteld. Voor Westerwolde is het beekdal van de Ruiten Aa, met de daaraan grenzende dekzandruggen en esgronden, voor een groot deel binnen de begrenzing van de EHS geplaatst. De natuurdoelstellingen die in de Ecologisch Hoofdstructuur van Westerwolde worden nagestreefd, zijn uitgewerkt in de Gebiedsvisie Westerwolde. Herinrichtingsplan Westerwolde Het herinrichtingsplan voor het deelgebied Westerwolde is vastgesteld door Provinciale Staten van Groningen op 17 februari 1993. Al voor de vaststelling van het herinrichtingsplan was duidelijk dat de komst van het Natuurbeleidsplan invloed zou hebben op het herinrichtingsplan. De Deelgebiedscommissie heeft dan ook in het herinrichtingsplan aangegeven dat ze bereid is het plan te actualiseren en aan te passen aan nieuwe inzichten. In 1996 zijn de plannen voor de Ecologische Hoofdstructuur via een planuitwerking opgenomen in het herinrichtingsplan. Deze planuitwerking had een globaal karakter, waardoor het mogelijk is de plannen later verder te detailleren. Doel: herstel cultuurhistorisch landschap en creëren nieuwe natuur Westerwolde heeft op een aantal plaatsen een grote variatie aan natuur- en landschapswaarden. Toch is er de laatste eeuw veel verloren gegaan. Het doel is om een deel van het kleinschalig beekdal- /esdorpenlandschap te herstellen en nieuwe natuurgebieden te creëren. Uitgangspunten Het inrichtingsplan gaat over het gebied binnen de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur. Soms is het nodig om over de grenzen van het gebied heen te kijken, bijvoorbeeld als het gaat om de effecten op de landbouw van veranderingen in de waterbeheersing en de inpassing van landschappelijke waarden. Verschillende soorten gebieden binnen de EHS Binnen het EHS-gebied is een onderscheid te maken tussen de reservaatsgebieden, de natuurontwikkelingsgebieden en de beheersgebieden. De reservaatsgebieden en natuurontwikkelingsgebieden worden tegenwoordig de nieuwe natuurgebieden genoemd. Het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) verwerft de gronden op basis van vrijwilligheid en levert deze door aan de natuurbeschermingsorganisaties. In Groningen zijn dit Staatsbosbeheer, de Stichting het Groninger Landschap en de Vereniging Natuurmonumenten. Met de komst van Programma Beheer is het nu ook voor particulieren mogelijk natuurterreinen te ontwikkelen en te beheren. Landbouwgronden worden hierbij niet aangekocht, maar wel definitief omgezet in natuur. De waardevermindering van de grond wordt vergoed. Beheersgebieden zijn gebieden die blijvend bij de landbouw in gebruik zijn. Als de grondeigenaar of gebruiker dit wil, kan hij/zij een beheersovereenkomst (beschikking) afsluiten via de regeling Programma Beheer. 1
Totaal ruim 2500 hectare In totaal beslaat de Ecologische Hoofdstructuur in Westerwolde uit 2519 ha. Hiervan is 1894 ha nieuwe natuurgebieden en 625 ha bestaat uit beheersgebieden. Een deel van de nieuwe natuurgebieden omvat bestaande natuurgebieden die reeds in eigendom zijn bij de Vereniging Natuurmonumenten, het Staatsbosbeheer, de Stichting Het Groninger Landschap en het Waterschap Hunze en Aa s. Werkgroep EHS Westerwolde: uitwerking De Deelgebiedscommissie Westerwolde gaf in 1998 opdracht aan de werkgroep EHS Westerwolde om te beginnen met de detailuitwerking voor de inrichting van de Ecologische Hoofdstructuur. In de werkgroep EHS Westerwolde hebben de volgende organisaties samengewerkt: Dienst Landelijk Gebied Dienst Ruimte en Milieu van de Provincie Groningen Staatsbosbeheer Stichting Het Groninger Landschap Vereniging Natuurmonumenten Waterschap Hunze en Aa's. Inrichtingsplan Samen hebben de organisaties gewerkt aan een inrichtingsplan en een maatregelenplan. Die zijn beiden op 4 maart 2005 goedgekeurd door de Deelgebiedscommissie Westerwolde. Het inrichtingsplan, waarvan deze samenvatting de hoofdlijnen beschrijft, wordt de komende jaren gefaseerd uitgevoerd. In de pagina s hierna ziet u hoe het plan verder is uitgewerkt voor de onderdelen natuur, water, landbouw, recreatie, en landschap, cultuurhistorie en archeologie. A Natuur Ruiten Aa Van oorsprong komt de Ruiten Aa uit Drenthe, waar deze beek de Runde heet. In de huidige situatie begint de Ruiten Aa in Ter Apel. Van hieruit stroomt de beek in noordelijke richting, om uiteindelijk uit te komen in de Dollard. Ter hoogte van Wessinghuizen verandert de beek van naam, vanaf hier heet zij de Westerwoldsche Aa. Onnatuurlijk peil, lage stroomsnelheid De Ruiten Aa heeft een waterpeil dat is afgestemd op de landbouw. In de winter is het peil laag en in de zomer hoog. Als er teveel water in de beek is, kan het onderweg worden afgevoerd naar de voedingsleiding bij Vlagtwedder-Veldhuis. In droge perioden wordt het peil in de beek hoog gehouden door water in te laten uit omliggende kanalen en landbouwgebieden. Dit peilbeheer is onnatuurlijk. In een natuurlijk systeem zijn de peilen s winters hoog en s zomers laag. Verder is de stroomsnelheid in de beek op dit moment laag tot zeer laag. Gevolgen voor natuur De belangrijkste natuurwaarden liggen in het dal van de Ruiten Aa en in de directe omgeving hiervan. Hier komt een grote afwisseling van vochtige, voedselrijke en droge, schrale omstandigheden voor. De landschappelijk waardevolle gebieden Ter Borg, Liefsthinghsbroek, Metbroekbosch en Ter Wupping kennen hoge natuurwaarden. Daarnaast zijn de gebieden de Hoorndermeden en De Gaast en de bossen bij Ter Apel en de schans Bourtange, belangrijk voor de natuur. De natuurgebieden hebben allemaal in meer of mindere mate last van verdroging, verzuring en/of vermesting. Belangrijke oorzaak van de verdroging is het peilbeheer in de Ruiten Aa en in de aangrenzende landbouwgebieden. In de omgeving van Sellingen speelt de grondwateronttrekking voor de drinkwaterwinning een rol. Vermesting wordt veroorzaakt door de aanvoer van voedselrijk water uit de landbouwgebieden en uit de kanalen. Regenwater zorgt voor de verzuring van de bodem. De Ruiten Aa zelf heeft op dit moment weinig waarde voor planten en dieren. De plantengroei in de beek kent weinig variatie en is kenmerkend voor voedselrijk, stilstaand of langzaam stromend water. Ook de visstand heeft deze kenmerken. Karakteristieke beekvissen komen (vrijwel) niet voor. Dit komt vooral door het gebrek aan stroming en doordat de vissen de stuwen in de beek niet kunnen passeren. 2
In grote lijnen zijn dit de problemen in het dal van de Ruiten Aa: geen natuurlijke waterhuishouding verlies van het oorspronkelijke beekkarakter aantasting van het oorspronkelijke kleinschalige (esgehuchten) landschap achteruitgang en verdwijnen van karakteristieke planten- en dierlevensgemeenschappen. Oplossingen en maatregelen Het inrichtingsplan voor de Ecologische Hoofdstructuur in Westerwolde is gericht op het oplossen van de genoemde problemen. Er worden maatregelen genomen in de beek zelf, in het beekdal en op de hogere gronden. De maatregelen in de beek zelf zijn vooral gericht op het herstel van een min of meer vrij stromende, meanderende laaglandbeek. De maatregelen in het beekdal en op de hogere gronden zijn gericht op herstel en behoud van halfnatuurlijke omstandigheden die belangrijk zijn voor vegetatietypen die afhankelijk zijn van een extensief agrarisch beheer en op ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden. De verdroging in de natuurgebieden zal aanzienlijk verminderen, de lager gelegen delen zullen s winters plas/dras komen te staan. De volgende maatregelen worden voorgesteld: In de beek aanbrengen van een inlaat bij Ter Apel koppeling met de Runde herstel voormalig meanderpatroon (Ruiten Aa) aanpassing diepte en breedte verwijderen stuwen en aanleg bodemsprongen aanbrengen vistrappen bij te handhaven en te plaatsen stuwen aanbrengen diverse verdeelwerken aanbrengen onderleiders nieuwe afwatering bebouwing aanpassen gemaaltjes ophogen drempels in de kade langs de Ruiten Aa / Westerwoldsche Aa aanleg verlengde (water)aanvoerweg aanleg helofytenfilter omleiding landbouwwater afkoppelen overstorten In het beekdal en op de hogere gronden dempen, verondiepen en versmallen van sloten verwijderen drainage begreppelen kwelgebieden aanplant bos aanleg poelen maaiveldverlaging/verwijderen voedselrijke toplaag. B Water Water is de motor van het beeksysteem van de Ruiten Aa. Toestromend grond- en oppervlaktewater voeden van nature een beek. De maatregelen in Westerwolde zorgen er dan ook voor dat zoveel mogelijk de natuurlijke waterhuishouding in het beeksysteem wordt hersteld. Met het beeksysteem worden de beek, het beekdal en de hogere gronden bedoeld. Beek terug naar natuurlijk peil In de beek komt s winters een hoog waterpeil en s zomers een laag waterpeil. Droogvallen van de beek moet worden voorkomen. Bij voorkeur is er het hele jaar stromend water in de beek. In het dal en op de hogere gronden wordt de natuurlijke afstroming van (grond)water hersteld door het verwijderen van drainage en het dempen of minder diep maken van sloten. Verhoging stroomsnelheid Het streven is om de hoofdstroom van de beek zo veel mogelijk het oude, natuurlijke tracé terug te geven. Om de stroomsnelheid in de beek hoger te krijgen, wordt het profiel (de breedte en de diepte) zo klein mogelijk gemaakt. De bodem van de beek wordt zo hoog mogelijk aangelegd en volgt zoveel mogelijk de hoogte van het omliggende gebied. 3
(Meeste) stuwen verwijderd Hierdoor zijn de meeste stuwen die nu in de Ruiten Aa staan niet meer nodig. Op sommige plaatsen worden bodemsprongen aangelegd om het verloop van het omliggende gebied te kunnen volgen. Alleen daar waar de landbouw (rand)voorwaarden aan het peil stelt, zoals in de beheersgebieden, worden stuwen gehandhaafd. Beschermende maatregelen Uiteraard wordt bij het herstel van het beeksysteem ook rekening gehouden met de eisen die de bestaande bebouwing en de wegen stellen aan de waterhuishouding. Zo biedt bijvoorbeeld de voedingsleiding bij Vlagtwedder-Veldhuis de mogelijkheid om overtollig water af te voeren naar het Ruiten-Aa kanaal, als de waterstand in de beek te hoog dreigt te worden. Minder afhankelijk van gebiedsvreemd water Het beeksysteem van de Ruiten Aa moet in de toekomst zoveel mogelijk zelfvoorzienend worden. Dat wil zeggen dat er in de zomer zo min mogelijk water vanuit de kanalen buiten het stroomgebied hoeft te worden ingelaten. Dit kan onder andere door de Ruiten Aa te koppelen aan de Runde. Van oorsprong was het water in de Ruiten Aa afkomstig uit het Bargerveen in Drenthe en werd het via de Runde en de Ruiten Aa afgevoerd naar de Dollard. Er vinden momenteel studies plaats naar de mogelijkheid om dit systeem in zijn geheel te herstellen. Door vergroting van het voedingsgebied van de Ruiten Aa ontstaat een groter en stabieler watersysteem. Koppeling Runde-Ruiten Aa Door deze koppeling kan de aanvoer van gebiedsvreemd water uit de kanalen naar het beekdalgebied van de Ruiten Aa beperkt worden, of op termijn zelfs achterwege blijven. In het inrichtingsplan voor de Ecologische Hoofdstructuur van Westerwolde wordt zoveel mogelijk voorgesorteerd op de koppeling van de Runde aan de Ruiten Aa. Op korte termijn is het nog niet mogelijk om voldoende water uit de Runde aan te voeren. Daarom zal het noodzakelijk zijn om de eerstkomende jaren nog water uit de kanalen te gebruiken om in de watervraag te kunnen voorzien. Bij Ter Apel is door het waterschap reeds een inlaat aangebracht, waarmee water kan worden ingelaten. Verbetering waterkwaliteit Een ander doel van het inrichtingsplan is de waterkwaliteit verbeteren. Water dat wordt aangevoerd van buiten het gebied wordt zoveel mogelijk gezuiverd, door de aanvoerweg lang te houden. De maatregelen kunnen niet garanderen dat de waterkwaliteit op korte en wellicht ook middellange termijn optimaal is, verbeteren zal hij wel. Ook riooloverstorten hebben invloed op de waterkwaliteit. In het inrichtingsplan zijn geen maatregelen opgenomen voor het opheffen of saneren van riooloverstorten. De gemeentelijke rioleringsplannen en het project Westerwolde schoon zorgen hiervoor. Waterbeheersing landbouw Zoals in het hoofdstuk water is aangegeven, is water de motor van het beeksysteem van de Ruiten Aa. Ook voor de landbouw is een goede waterbeheersing van groot belang. In principe wordt het waterpeil voor de landbouw geregeld aan de randen van de Ecologische Hoofdstructuur. Naast de reeds genoemde maatregelen, worden voor de verdere verbetering van de waterbeheersing de volgende maatregelen genomen: Het aanbrengen van een verdeelwerk bij Vlagtwedde, zodat de waterhoeveelheid in de beek richting Wedde wordt gemaximaliseerd. Het aanbrengen van stuwen op de grens tussen de landbouw buiten en de natuur binnen het EHS-gebied. Het vergroten van duikers in de nabijheid van Ter Apel, zodat voldoende water kan worden aangevoerd vanuit het Ter Apelkanaal, en in de toekomst vanuit de Runde. De landbouwkundige afvoer door het Ellersinghuizerveld wordt gescheiden van de afvoer vanuit het natuurgebied, door middel van enkele ongelijkvloerse kruisingen. 4
C Landbouw Op veel plaatsen binnen de Ecologische Hoofdstructuur van Westerwolde is op dit moment sprake van landbouwkundig gebruik van gronden. Op termijn zal dit alleen nog in de beheersgebieden het geval zijn. Vernatting soms voordelig Door de maatregelen die genomen worden voor de natuur binnen de EHS, gaan op een aantal plaatsen buiten de EHS grondwaterstanden ook omhoog. Dit is ook het geval bij enkele beheersgebieden binnen de EHS. Verhoging van de grondwaterstanden buiten de EHS en in beheersgebieden kan aanleiding zijn voor vernatting. Dit is niet altijd nadelig, in veel gevallen kan verhoging van de grondwaterstand juist de verdroging verminderen. Als de uitgangssituatie relatief droog is, kan dit zelfs leiden tot verhoging van de opbrengst. Nadelige vernatting? Compensatie Onderzocht is op welke plaatsen sprake is van niet acceptabele vernatting. In totaal bleken er 26 locaties te zijn met een gezamenlijke oppervlakte van 123 ha waar een onacceptabele verhoging van de grondwaterstand lijkt op te treden; 13 hiervan liggen in het landbouwgebied buiten de EHS en 13 in de beheersgebieden. Voor deze locaties zijn compenserende maatregelen voorzien. Deze maatregelen zijn: peilvak laten afwateren op ander, lager gelegen peilvak peilvakgrenzen verleggen woelen draineren extra sloot graven maaiveld ophogen onderbemaling aanbrengen kavelruil grond kopen en uit cultuur nemen. Per situatie zal zorgvuldig worden bepaald welke maatregelen nodig zijn. Een beslissing waar welke maatregelen genomen moeten worden, is op dit moment niet mogelijk. Dit zal in overleg met de belanghebbenden plaatsvinden. Uitgezonderd de laatstgenoemde maatregel zijn alle maatregelen in principe zowel in de landbouwgebieden buiten als binnen de EHS mogelijk. Grond aankopen buiten de EHS en uit cultuur nemen is voor de landbouw echter geen reële maatregel. En het ophogen van het maaiveld in een beheersgebied staat op gespannen voet met het uitgangspunt dat het bestaande reliëf als natuurlijke handicap geaccepteerd moet worden. D Recreatie Het gehele gebied van de EHS Westerwolde is in principe vrij toegankelijk voor recreanten. Dit betekent niet dat altijd in het gehele gebied gefietst, gewandeld, gevist of gekanood kan worden. Sommige delen van de EHS staan s winters onder water of zullen in het voorjaar afgesloten worden omdat er vogels broeden. In andere delen zal de nog kwetsbare natuur beperkingen kunnen geven. Maatregelenplan In Westerwolde zijn binnen de herinrichting de afgelopen jaren diverse recreatieve voorzieningen aangelegd, zoals fiets- en wandelpaden. De omvangrijke inrichting van natuurgebieden kan allerlei ontwikkelingen in gang zetten die het recreatief medegebruik van Westerwolde kunnen intensiveren. De provincie Groningen ontwikkelt momenteel voor geheel Westerwolde een maatregelenplan voor recreatie en toerisme. De maatregelen die worden voorgesteld voor het recreatief gebruik van de EHS, passen binnen deze bredere ontwikkeling. Wandelen De terreinbeherende instanties Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Groninger Landschap hebben aangegeven dat bij de inrichting van nieuwe natuurterreinen nieuwe wandelroutes kunnen worden aangelegd. Het gaat dan vooral om interessante schakels in en tussen de bekende routes. De nieuw aan te leggen routes moeten landschappelijk gevarieerd zijn. Een afwisseling van dorp, es, beekdal en bos en veld. Er is vooral behoefte aan oost-westverbindingen die de Ruiten Aa kruisen en 5
een doorgaande wandelroute langs de beek. Deze doorgaande route heeft de naam waterpad gekregen. Maatregelen: Aanleg van het zogenoemde waterpad, een route die zoveel mogelijk langs de gehele aangepaste loop van de Ruiten Aa loopt en een beleving van het beekdal en het water mogelijk maakt. Uitbreiding van het wandelpadennet bij de inrichting van de verschillende natuurgebieden. Fietsen In de afgelopen vijftien jaar is in het herinrichtingsgebied de lengte aan fietspaden enorm vergroot. In Westerwolde ligt nu een behoorlijk compleet padenstelsel. Verlenging van de routes voor fietspaden is dan ook niet voorzien. De uitvoering van de plannen voor de EHS maakt het wel mogelijk om op een aantal plaatsen beekkruisingen aan te leggen. Deze kruisingen vormen de ontbrekende schakel in het fietspadennetwerk binnen en buiten de EHS. De stopplaatsen voor fietsers binnen de EHS moeten landschappelijk aantrekkelijk zijn, zodat de recreanten kunnen genieten van beek- en beekdal. Maatregelen - Aanleg van beekkruisingen die toegankelijk zijn voor fietsers. Uit nader onderzoek zal moeten blijken waar deze kruisingen precies moeten komen te liggen - Aanleg van aantrekkelijke stopplaatsen voor fietsers. Hier kunnen kleine voorzieningen worden gerealiseerd, zoals picknickplaatsen. Men- en ruitersport Ruiter- en menroutes liggen voor een groot deel op de verharde openbare wegen. Aansluiting op regionale routes ontbreekt. De manegehouders in Westerwolde hebben behoefte aan een gebiedsoverkoepelend routeplan en bewegwijzering van routes. De terreinbeherende instanties staan positief tegenover het ontwikkelen van de ruiter- en mensport binnen de EHS. Op kleine schaal zijn al afspraken gemaakt over de toegankelijkheid van terreinen. In overleg met de gezamenlijke manegehouders in Westerwolde kan een men- en ruiterroute gekozen worden die voor een belangrijk deel binnen de EHS ligt. De route kan voor een deel worden afgeleid van, en samenvallen met de wandelroutes. Maatregelen - Aanleg van ruiterroutes - In het kader van het gebiedsplan Westerwolde is het wenselijk om te komen tot een gebiedsoverkoepelend routeplan. Kanovaart Westerwolde is voor de kanovaart bijzonder aantrekkelijk. Zowel het gevarieerde aanbod aan waterwegen (kanalen en beken) als het landschapsschoon nodigt uit om het gebied per kano te verkennen. In verband met het broedseizoen is van februari tot juni kanovaart op de Ruiten Aa ongewenst. In samenwerking met een geselecteerd aantal kanoverhuurbedrijven kan het varen gereguleerd worden. Uit- en opstappunten worden in overleg met de terreinbeheerders gekozen. Maatregelen - Aanleg van goede voorzieningen voor de kanovaart. In overleg met de terreinbeheerders worden in- en uitstapplaatsen en picknickvoorzieningen gelokaliseerd. Ter plekke van bodemsprongen worden in- en uitstapmogelijkheden, dan wel passeergoten aangelegd. - Afspraken tussen gemeenten, terreinbeheerders en het waterschap over gereguleerd gebruik van de Ruiten Aa voor de kanovaart in relatie tot de gewenste natuurdoeltypen. Infopanelen, meubilair en andere voorzieningen Bij de gemeenten en terreinbeheerders overheerst de opvatting dat het landschap zo weinig mogelijk door infopanelen en borden moet worden aangetast. Ze moeten met een grote spaarzaamheid worden geplaatst. Waar toch bebording gewenst is zou deze zo veel mogelijk gecombineerd moeten worden met startplaatsen van routes of horecavoorzieningen. 6
Maatregelen - Bij de inrichting van de EHS worden waar wenselijk infopanelen, meubilair en/of andere voorzieningen geplaatst. Sportvissen Met name verbetering van bereikbaarheid en toegankelijkheid is voor de sportvisserij van belang. De terreinbeheerders staan niet afwijzend tegenover oeverbetreding door vissers, mits dit niet in conflict komt te staan met de natuurdoelen. Evenals bij de kanovaart is oeverbetreding door vissers in het broedseizoen niet gewenst. Oeverbetreding met kleine parkeervoorzieningen zullen bij de inrichting van de EHS in overleg met de terreinbeheerder worden bepaald. Maatregelen - Aanleg van gerichte voorzieningen in overleg met terreinbeheerders, waterschap en de plaatselijke sportvisserij. Landschap, cultuurhistorie en archeologie In Nederland is eigenlijk nergens meer sprake van een natuurlijk landschap, bijna alles is door de mens aangepast naar zijn behoefte. Zelfs bij de inrichting van een natuurgebied is er sprake van een cultuurlandschap. Om die reden is het belangrijk de ontginningsgeschiedenis van zo n gebied te begrijpen en mee te nemen in de herinrichting ervan. Dit geldt in hoge mate voor Westerwolde. Het gebied heeft een bijzonder karakter met een hoge cultuurhistorische en archeologische waarde. In 1984 heeft Staatsbosbeheer een Landschapsstructuurplan voor Westerwolde opgesteld. Doel hiervan was een lange termijn visie te ontwikkelen voor de ontwikkelingen in het landschap. Deze visie was gericht op het in stand houden en ontwikkelen van een evenwichtig opgebouwde landschapsstructuur, waarin de gewenste vormen van grondgebruik in hun onderlinge samenhang goed kunnen functioneren. Dit uitgangspunt wordt nog steeds gehandhaafd, maar sindsdien zijn er een aantal belangrijke ontwikkelingen geweest die aanleiding zijn voor het opstellen van een nieuwe landschapsvisie. De belangrijkste hiervan zijn de plannen voor een grootschalige functieverandering voor het gehele gebied die het gevolg is van de inrichting van de Ecologische Hoofdstructuur. Daarnaast zijn er nieuwe invloeden op het gebied van landschapsontwerp. Deze zijn ook zichtbaar in beleidsvorming, bijvoorbeeld in de Nota Belvedere. Het uitgangspunt van de nieuwe landschapsvisie is dat de veranderingen in het gebied een verankering moeten vinden in het verleden, met een genuanceerde aanpak die voldoet aan hedendaagse behoeften. Belangrijk is dat het landschap de ruggengraat vormt voor het hele gebied. Het beekdal is de belangrijkste drager voor het beekdallandschap en dus ook voor de invulling van de Ecologische Hoofdstructuur. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden en problemen Het is van groot belang om het kleinschalige esgehuchten landschap in samenhang met de omgeving te bekijken. Het beekdal was heel lang ontoegankelijk door haar positie binnen het grote Bourtangermoor. Dit leidde tot een geïsoleerd agrarisch systeem. Met de geleidelijke verbeteringen in infrastructuur en andere recente ontwikkelingen zoals de ruilverkavelingen, is de samenhang en herkenbaarheid van het gebied aangetast. Vanuit de landschapsvisie dient de historische ontwikkeling in het gebied afleesbaar te worden. Dit betekent dat het beeld van een laat-middeleeuwse esgehuchtenlandschap niet volledig hersteld wordt, maar wel elementen ervan. Ook elementen van andere perioden met een hoge landschappelijke waarde worden behouden. Oplossingen en maatregelen Maatregelen worden genomen om sommige aspecten en een aantal waardevolle elementen meer zichtbaar te maken of te accentueren. Het gaat om de volgende voorstellen: herstel en aanplant houtwallen aanplant bos herstel steilranden herstel reliëf essen herstel voormalig meanderpatroon van de Ruiten Aa (beeld 1960) 7
Landschap gaat vóór natuur en recreatie Belangrijk is dat de landschapsvisie als een toetsingskader dient voor de maatregelen voor natuur en recreatie. Zo kan het bijvoorbeeld vanuit de natuur wenselijk zijn dat een sloot gedempt wordt, maar omdat de cultuurhistorische waarde daarvan hoog is zou hier wellicht van afgezien moeten worden. In de meeste gevallen betekent dit dat met grote zorgvuldigheid maatregelen uitgevoerd moeten worden, om schade aan landschapselementen te voorkomen, of om ervoor te zorgen dat de ontstaansgeschiedenis herkenbaar blijft. Archeologische waarden en problemen Onderzoek naar de archeologische waarden in het gebied heeft geresulteerd in een aantal kansen- en risicokaarten. Deze kaarten geven inzicht in de vraag of inrichtingsmaatregelen voor de natuur hoge, middelmatige of lage risico s voor de aantasting van archeologische waarden hebben. Oplossingen en maatregelen Geconcludeerd kan worden dat in de meeste gevallen de conflicten tussen archeologie en de voorgestelde maatregelen voor de inrichting van de EHS op te lossen zijn door maatwerk. Met name de maatregelen die graafwerkzaamheden met zich meebrengen dienen heel gedetailleerd onderzocht te worden bij de voorbereiding van bestekken. Goede afstemming met de betrokken partijen is noodzakelijk. In sommige gevallen zou het kunnen betekenen dat archeologische toezicht tijdens de uitvoering van werkzaamheden gewenst is, of dat werkzaamheden niet, of op een andere wijze uitgevoerd moeten gaan worden. Financiële gevolgen In onderstaand overzicht is aangegeven welke kosten zijn geraamd voor de uitvoering van het plan. De geraamde kosten zijn veel hoger dan in de planuitwerking van 1996 was voorzien. De extra kosten zullen voor een deel worden gedragen door het Rijk en het waterschap Hunze en Aa s. Het resterende deel wordt gezocht in Europese gelden en andere subsidieregelingen. Geraamde inrichtingskosten EHS Westerwolde (excl. grondaankopen): Kosten t.b.v de natuur 10.000.000,- Kosten t.b.v de waterbeheersing 4.800.000,- Totale kosten 14.800.000,- Financiering Rijksbijdrage toezegging (1996) Natuur 2.600.000,- Waterbeheersing 800.000,- Totale rijksbijdrage (1996) 3.400.000,- Bijdrage Waterschap Hunze en Aa s * 2.000.000,- Totaal huidige financiering 5.400.000,- * Indien de benodigde investering van 4.800.000,- voor de waterbeheersing beschikbaar komt, is het Waterschap bereid, hierin 2.000.000,- bij te dragen. Andere financiering Uitvoering projecten 2005 (Ellersinghuizerveld, Lieftsthingsbroek, Breedwisch en Ter Borg) middels SGB subsidie (Subsidie Gebiedsgericht Beleid) en een aanvullende subsidie van de Provincie Groningen. Totaal groot 1.000.000,- Uitvoering projecten 2007, het project meandering Ruiten Aa tussen Vlagtwedde en Ter Wupping wordt nu voorbereid. (totaal groot 1.500.000,-). Via SGB zijn hier subsidiemogelijkheden, andere mogelijkheden worden nu onderzocht. Overige financieringsmogelijkheden Rijksbijdrage op basis normstelling 2004 van ministerie LNV Europese subsidiestromen Provinciale subsidiestromen Programma Beheer Particulier natuurbeheer Waterberging. Aan deze samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend. 8