Superguppie is alles
Superguppie is alles is een bundeling van Superguppie (2003, Woutertje Pieterse Prijs, Zilveren Griffel, Vlag en Wimpel van de Penseeljury), Superguppie krijgt kleintjes (2005), De groeten van Superguppie (2008) en Hoera voor Superguppie! (2010, Zilveren Griffel) aangevuld met 22 nieuwe gedichten. www.queridokinderboeken.nl www.edwardvandevendel.com www.fleurvanderweel.com Copyright text 2014 by Edward van de Vendel. Copyright illustrations 2014 by Fleur van der Weel. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Em. Querido s Uitgeverij bv Vormgeving Fleur van der Weel isbn 978 90 451 1692 1 / nur 291
super gu p p ie is alles Edward van de Vendel met tekeningen van fleur van der weel Amsterdam Antwerpen Em. Querido s Uitgeverij bv 2014
Superguppie 5 Superguppie krijgt kleintjes 65 De groeten van Superguppie 125 Hoera voor Superguppie 185 Superguppie is alles 245 Superguppie lezen in de klas 274 Index op onderwerp 276 Index op titel 279
superguppie
De zon schijnt alle grote mensen plat ze liggen slap als plantjes. Maar ik sta hier, ik heb een emmertje met zee en ik ben nat. Wat doe ik? Water geven. O jee, zes moeders overeind gespat. 7
8 Mijn bril is ziek. Gebroken poot. Moet hem helpen. Anders dood. Maar ja ik zie niks: ogen rood. O, wat nu? Problemen groot.
Ik wil wielen, ik wil wielen en een motor aan ons huis. Ik wil wielen aan de keuken, samen uit en samen thuis en dan mag mijn mama rijden en dan mag mijn papa botsen, want dan zou het afwaswater uit zichzelf leren klotsen. Als ik dan een bord laat glijden uit mijn vingers, pats en pech, zeg ik: sorry voor de scherven scherp bochtje in de weg. 9
10 Wat kreeg ik toen ik twee werd? Boeken, blokken en een bal. En wat kreeg ik op m n derde? Autootjes (die had ik al). Toen ik vier werd deze fiets, maar toen ik één werd? Vast wel iets. Maar wat? Dat zijn we vergeten, en omdat we dat niet weten is die dag voor niks geweest. Hiep hiep hoera dus wie dit leest: Ik geef een feestje. Nu meteen. Kom vanmiddag met cadeautjes, ik ben jarig. Inhaal-één.
Visje wil iets zeggen, visje kijkt me aan. Visje tuit zijn lippen, maar ik kan hem niet verstaan nooit en nergens kan ik horen wat visje van me wil: ik ben waterwoordendoof, visje mensenstemmenstil. 11
12 kijkes wieze vieze voeten stampen in een plas? kijkes die van mij van mij maar kijkes naar me jas kijkes naar me sokken en me mouwen en me hoofd ik ben een beetje modderig terwijl ik had beloofd kijkes naar me vader want me vader doet de was jonge zegt hij jonge ik zeg: pap t was de plas de plas is op me kop gesprongen ja zo ging het echt ik ben een beetje klodderig en je had nog zo gezegd
14 Hebben poezen plannen? Denkt mijn kat bij mij op schoot: ik maak vandaag een muisje dood en spint ze als ze dat al voor zich ziet? Ligt ze stiekem te genieten? Maar waar aai ik haar dan voor? Ik buig me naar haar oor en fluister vlug: Vandaag bijten ze terug.
Als je belt trek je een lijntje, een lijntje door de lucht. Je belt nog iemand anders en die belt jou terug. Hallo, hallo, ben jij het? Wel zes keer heen en weer. Draadjes, almaar langer, praatjes, almaar meer. En zo heb je een webje, met jezelf er middenin. Wie neerlegt wordt een vliegje wie opneemt is de spin.
16 Wie zet de kippen aan? Waar zit het knopje van de haan? Ze lopen langzaam, raar, met hikjes, alsof iemand ze met tikjes van een afstand zit te sturen. Eierwekkers bij de buren. s Ochtends vroeg dat kraaigeluid, en papa s kreunen: Zet ze uit.
De sneeuw legt vlokken in mijn oor. Ja hoor, zeg ik, ben ik soms een apparaat, een automaat waar je een muntje in moet gooien om te winnen, te verliezen? Het kan dooien, het kan vriezen, dus wat doe ik? Snel naar binnen? Of een sneeuwbalspel beginnen? Goed dan winter, ik heb zin. Smijt er nog wat muntjes in. 17
18 De pleister op mijn knie heeft straf: straks moet hij eraf. Een wondje is fijn, maar genezen doet pijn. Had hij mijn bloed maar niet moeten bedekken! Nu is het weer goed, dus mama komt trekken. Erg hè? Doe het maar gauw. Pleistertjes krijsen zo zielig van au.
Het weer probeert mijn kamer in te waaien. Open ramen, en gordijnen die me wakker zwaaien vindt de wind het tijd om binnen te gaan liggen? Kom maar storm, kom maar hier bij mij. Ik adem en ik adem, ik adem net als jij.
Alle guppies die ik had zwemmen nu in onze kat nou ja, waarschijnlijk zijn ze dood. Hij viste zo, zo, met zijn poot. Er is er één maar die hij miste. O omdat hij zich vergiste? Katje dom en van de tel? Of zwom die ene veel te snel? Maakt niet uit, kan me niet schelen: liever dan dat hele kluppie heb ik deze in z n uppie. Superguppie in mijn kom. Er nog zijn daar gaat het om. 21