Rekenen verhoudingen Procenten voor 1F
Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur(s): Piet Bandstra Inhoudelijke redactie: Jiska van Hall Christie Hofmeester Titel: Verhoudingen: Procenten voor 1F ISBN: 978 90 3721 295 2 Edu Actief b.v. 2014 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in compilatiewerken op grond van artikel 16 Auteurswet kan men zich wenden tot de Stichting PRO (www.stichting-pro.nl). De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Door het gebruik van deze uitgave verklaart u kennis te hebben genomen van en akkoord te gaan met de specifieke productvoorwaarden en algemene voorwaarden van Edu Actief, te vinden op www.edu-actief.nl.. 2
Inhoud Voorwoord 4 Hoofdstuk 1 100% en 50% korting 6 Hoofdstuk 2 25% of 75% korting of extra 14 Hoofdstuk 3 Een winst van 10% 25 Hoofdstuk 4 Een verlies van 5% en 20% 34 Hoofdstuk 5 Sparen, rente ontvangen en rekenen met 1% 44 Hoofdstuk 6 Lenen en rente betalen 50 Hoofdstuk 7 Stijging en daling in procenten 57 Hoofdstuk 8 Procenten uitrekenen met de rekenmachine 65 Hoofdstuk 9 Herhaling 73 Hoofdstuk 10 Eindopdracht en reflectie 78 3
Voorwoord Dit werkboek gaat over procenten. Het gaat over hoe je procenten die vaak voorkomen, kunt uitrekenen. Ook leer je wat het betekent, als je korting krijgt of als je iets extra s krijgt. Verder leer je hoe je winst, verlies, rente, stijging en daling in procenten kunt uitrekenen. Picto In dit boek zie je bij sommige opdrachten een picto. Een pictogram geeft je informatie over de opdracht. Hierna lees je wat de picto s betekenen. Bij dit picto ga je nadenken over een opdracht. Je denkt na over wat je straks gaat doen. Je gaat de opdracht voorbereiden. Bij dit picto ga je de opdracht uitvoeren. Je gaat bijvoorbeeld iets maken. Of je gaat iets doen. Bij dit picto ga je evalueren. Je controleert of je de opdracht goed hebt gedaan. Wat ging er goed en wat ging er minder goed? Wat vond je van de opdracht? Wat kon je eerst niet, wat je nu wel kunt? Wat ga je de volgende keer anders doen? Bij dit picto ga je reflecteren. Je denkt na over wat je hebt geleerd. En wat dat betekent voor je toekomst. Wat ga je nu doen? Hoe gaat het verder? 4
Bij dit picto ga je in gesprek. Om een opdracht na te bespreken kun je de StruX-kaarten gebruiken. Bij dit picto ga je iets bekijken op de website van StruX. Dit kan bijvoorbeeld een foto, formulier of film zijn. Volg deze stappen. 1. Ga naar www.strux.nl. 2. Klik op de knop Deelnemer. 3. Klik op Rekenen. 4. Klik op de foto van dit leer-werkboek. 5. Klik op de link van de opdracht. Misschien werk je met een portfolio. In je portfolio stop je bewijsstukken. Als je dit picto ziet kun je een bewijsstuk toevoegen. Bespreek dit met je begeleider. Beeldwoordenboek In dit boek staan gekleurde woorden. Gekleurde woorden moet je kennen. Het zijn belangrijke woorden. Deze woorden kun je opzoeken in het beeldwoordenboek. Ga naar beeldwoordenboek.strux.nl. 5
Hoofdstuk 1 100% en 50% korting Dit boekje gaat over procenten. Je komt procenten vaak tegen. Bijvoorbeeld in de winkel, in reclamefolders of tijdens de opruiming. Als je 50 procent korting krijgt, staat er meestal: 50% korting. Dit hoofdstuk gaat over: wat procenten zijn uitrekenen hoeveel je moet betalen bij 50% korting uitrekenen hoe je 50% aan kunt vullen tot 100%. Opdracht 1 Wat weet jij al over procenten? Bespreek het daarna samen. Hadden jullie hetzelfde opgeschreven? Weet je? 100% is alles. 50% is de helft. Opdracht 2 Kleur de strook voor 100%. Kleur de strook voor 50%. 6
Doe hetzelfde met de cirkel en de fles. 100% 50% Opdracht 3 Schrijf achter de zinnen welke procenten erbij horen. Kies uit: 100% en 50% Iedereen op het werk heeft een mobiele telefoon = 100% 50% De helft van de leerlingen heeft een tablet = Van de 20 leerlingen, hebben 10 leerlingen een stageplek gevonden = In de zomervakantie gaan alle leerlingen op vakantie = Je koopt een nieuwe jas. De jas kost normaal 80,00. Je krijgt 50% korting. 50% is de helft, dus je moet het bedrag delen door 2. 80 : 2 = 40 Je krijgt dus 40,00 korting. 80,00-40,00 = 40,00. De jas kost nu maar 40,00. Opdracht 4 In de winkel waar je werkt, is het opruiming. Tijdens de opruiming bij deze winkel is er 50% korting. 50% is de helft, dus je moet het bedrag delen door 2. Een klant vraagt naar de nieuwe prijzen. Vul in wat de nieuwe prijzen zijn. 7
Prijs voor de opruiming (100%) Prijs tijdens de opruiming (50%) 80,00 40,00 20,00 40,00 70,00 200,00 140,00 Opdracht 5 De klant krijgt 50% korting op elk product. Wat is de nieuwe prijs? Prijs (100%) Nieuwe prijs (50%) 5,00 2,50 1,00 7,00 11,00 Prijs (100%) Nieuwe prijs (50%) 2,50 1,25 4,50 6,50 10,50 8
Prijs (100%) Nieuwe prijs (50%) 3,50 1,75 1,50 7,50 13,50 Tijdens een aanbieding krijg je 50% korting. Voor of na de aanbieding betaal je de volle prijs. In de aanbieding kost een tas 75,00. Dat is de helft van de oorspronkelijke prijs. Voor of na de aanbieding zit de andere helft van het bedrag erbij. 50% is 75,00. Nu moet de andere 50% er weer bij. Dat is nog eens 75,00. Samen is het weer 100%, dus 75,00 + 75,00 = 150,00. De tas kost voor of na de aanbieding 150,00. Opdracht 6 Na een aanbieding moet je nieuwe prijskaartjes maken. Tijdens de aanbieding was er 50% korting. Na de aanbieding moeten de prijzen weer naar 100%. Hierna zie je prijzen staan. Wat zijn de nieuwe prijzen? Prijs tijdens de aanbieding (50%) Prijs na de aanbieding (100%) 10,00 20,00 35,00 40,00 85,00 120,00 135,00 9
Opdracht 7 Jan en Omar zijn beiden in hun rekenboek bezig met het uitrekenen van procenten. Omar heeft de eerste opdracht gemaakt: Een broek kost 100,00. Je krijgt 50% korting. Dat is 50,00. Dus de broek kost nu nog maar 50,00. Jan heeft gekeken hoe Omar de opdracht had uitgerekend. Jan gaat aan de slag met opdracht 2. Een trui kost 80,00. Je krijgt 50% korting. Dat is 50,00. Dus de broek kost nu nog maar 30,00. Dat is niet goed! Weet je welke denkfout Jan heeft gemaakt? Schrijf dat op. Bespreek dit samen. Keuze-opdracht 8 Kies of overleg welke opdracht jij doet. Je mag je rekenmachine gebruiken. Wil jij een onderzoek bij verschillende bouwmarkten doen? Kies dan opdracht 8a. Wil jij van bedragen 50% korting uitrekenen? Kies dan opdracht 8b. Wil jij een verslagje maken van een bezoekje aan een tuincentrum? Kies dan opdracht 8c. Opdracht 8a Onderzoek in welke bouwmarkt je de meeste korting krijgt op muurverf. Je mag zelf bepalen hoe je het onderzoek wilt gaan doen. Je moet in ieder geval 2 bouwmarkten met elkaar vergelijken. De uitkomsten zet je in een schema. Voorbeeld: Bouwmarkt Merk muurverf Korting Korting meer of minder dan 50% Gamma Flexa 25% minder 10
Bedenk naar welke bouwmarkten je wilt gaan. Bedenk wanneer je het onderzoek wilt gaan doen. Zet het schema op een kladpapier, zodat je het mee kunt nemen naar de bouwmarkten. Ga naar de bouwmarkt. Schrijf de producten op in het schema. Schrijf op wat de korting is. Uitkomsten onderzoek: Bouwmarkt Merk muurverf Korting Korting meer of minder dan 50% Bespreek jouw schema met een groepsgenoot. Hebben jullie muurverf gevonden waarop je meer dan 50% korting kreeg? Vond je de opdracht makkelijk of moeilijk? Schrijf op waarom je dat vond. Wat zou je de volgende keer anders doen? Reflecteer op je werk. Voer hier samen een gesprek over. 11
Opdracht 8b Reken de korting uit van de producten. Prijs (100%) Nieuwe prijs (50%) 28,00 14,00 31,00 86,50 112,50 87,50 211,50 Opdracht 8c Je gaat een naar een tuincentrum en kijkt welke producten korting hebben. Maak een verslagje. Zoek uit welk tuincentrum je kunt bezoeken. Kijk wanneer je het tuincentrum kunt bezoeken. Je gaat naar een tuincentrum en kijkt welke producten korting hebben. Maak een verslag van je bezoek. Schrijf in ieder geval op: welk tuincentrum je hebt bezocht op welke producten een klant korting krijgt of er ook bij stond hoeveel procent korting een klant krijgt waarom het tuincentrum wel of geen korting geeft (dit kun je vragen aan een medewerker) in welke tijd van het jaar het tuincentrum de meeste korting geeft (dit kun je vragen aan een medewerker). Schrijf de antwoorden op je vragen op. Maak er een verslag van. 12
Bespreek jouw verslag met een groepsgenoot die dezelfde opdracht heeft uitgevoerd. Hadden jullie veel verschillen? Vond je de opdracht makkelijk of moeilijk? makkelijk/moeilijk Vertel ook waarom je dat vond. Wat zou je de volgende keer anders doen? Reflecteer op je werk. Voer hier samen een gesprek over. Dit hoofdstuk ging over: wat procenten zijn uitrekenen hoeveel je moet betalen bij 50% korting uitrekenen hoe je 50% aan kan vullen tot 100%. 13
Hoofdstuk 2 25% of 75% korting of extra Hoofdstuk 2 25% of 75% korting of extra Dit hoofdstuk gaat over: uitrekenen hoeveel je moet betalen als je 25% korting krijgt uitrekenen hoeveel je erbij krijgt als je 25% extra krijgt hoe je 75% kunt uitrekenen. Opdracht 1 Soms hoor je wel eens iemand zeggen: ik werk nog maar voor 50%. Wat betekent dat? Bespreek dit samen. Weet je? 100% is alles, 50% is de helft (1/2). 25% is een kwart (1/4). 75% is driekwart (3/4). Opdracht 2 Kijk naar de stroken. Hoeveel procent is het? Zet dat bij elke strook. 14
Hoofdstuk 2 25% of 75% korting of extra Doe hetzelfde met de cirkel en de fles. Opdracht 3 Schrijf achter de zinnen welke procenten erbij horen. Kies uit: 100% - 75% - 50% - 25%. Een kwart van de leerlingen heeft een tablet = Driekwart van de leerlingen heeft dus geen tablet = Van de 30 leerlingen, gaan 15 leerlingen op de fiets naar school = Na de aanbieding betaal je weer de hele prijs voor de jas = Van de 40 schoolweken moet er 10 weken stage worden gelopen = Iemand met een halve baan werkt 2½ dag = 15