HANDLEIDING Pico SMM

Vergelijkbare documenten
HANDLEIDING T3S DRAADLOOS LERAAR-LEERLING SYSTEEM

Dit wordt niet in deze setup guide besproken, raadpleeg indien nodig de handleiding voor meer informatie.

Gyro's voor modelhelicopters

AFREGELEN VAN EEN CCPM HELICOPTER

Basis Veiligheidsreglement Modelvliegsport versie 2.01 juni 2013 Pagina 1 van 6

SET-UP SMM GYRO GY-401 & S9253/S9254

HELICOX TG-1 INSTRUCTIE HANDLEIDING

Waarom? 0 Minder mechanische delen. 0 Stabieler in vlucht. 0 Vliegen met schaalrotorkop.

Draadloos Koppelen Spektrum Zenders voor het lesgeven

Gebruiksaanwijzing W4 Servo Decoder

MONTAGEHANDLEIDING WINDBEVEILIGING EOLIS 2

Installeren van de FOREST SHUTTLE AC

F O R E S T S H U T T L E S / L

Montagehandleiding Screens screenstotaalshop.nl 1. Instructie plaatsen screen. 1.1 Aftekenen montage gaten

HANDLEIDING SCOREBORDEN OPTIE 7 Versie 2.0 / augustus 2011

RUKRA REMOTE DIGIT IO_44_NL ARTIKELNUMMER: RK-3004

Montagehandleiding voor H-Air

2010 Handleiding MS12s

Montage instructie Mechanisch codeslot. Montage instructie Mechanisch codeslot met krukbediening Type KNSV 5150 SCP

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

Gebruiksaanwijzing S4-Herz Servo Decoder

Installatie handleiding WRS voetgasset V

RF658RGY. Gebruiksaanwijzing

Wind, Sun & Rain Sensor Instructions

Di-Control HANDLEIDING Di-Control versie: 2.6

Installatie handleiding WRS voetgasset V

INBOUW HANDLEIDING GT625, GT626, GT627

Art-No NL Handleiding

Montagevoorschriften

Installeren van de FOREST SHUTTLE S / L S // M L RECEIVER

BELANGRIJK: Bij de eerste keer dient u de inleerprocedure te doorlopen voordat u de set kan gebruiken! Handleiding MS16

April Handleiding infrarood afstandsbediening

Gebruiksaanwijzing DSC785 Dry/Store Controller

ASA espeed B25.14 en B45.14 Tot en met firmware versie D28

Somfy Orea buismotor

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. LB-management. Jaloeziebasiselement Universeel. Jaloeziebasiselement Universeel Art. nr.

FAAC Tubular Motors Schaapweg BA Vlodrop

gebruikershandleiding PC

Handleiding versie 1.1. Zie ook Lees voor gebruik van de EMDR kit deze handleiding.

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Jaloeziemanagement Motorstuureenheid Universeel AC 230 V ~ Art. nr. 232 ME. Bedieningshandleiding

Bestnr H-TRONIC Automatische rem- en achteruitrijdlicht

Taak van de hoofdrotor

INBOUW HANDLEIDING GT403, 404

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)

Inbouwhandleiding Coming Home / Leaving Home module voor Citroën C1, Toyota Aygo en Peugeot 107.

Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Jaloeziebesturingsknop, Jaloeziebesturingsknop met sensordetectie

HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER

3 WEG- OMSCHAKELKLEP. Installatie- en gebruikershandleiding. voor warmtapwaterlading. USV 1" bu USV 5/4" bu USV 6/4" bi

Jack vta 562/800. Pagina 1 van 15 versie

Over Betuwe College. Lego Mindstorm project

Elektronische jaloezieinbouwschakelaar

ASA espeed B25.14 en B45.14 Vanaf firmware versie D29

Stappenplan installeren UMR Vario

LCD scherm ve LCD scherm

Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Basiselement jaloezie- en rolluikbesturing DC 24 V. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat

Instructiehandleiding

Jack vta 562/800. Pagina 1 van 12 versie

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. Systeem DALI-Power-besturingseenheid inbouwbasiselement

HANDLEIDING VAN DE PLATINUM PRO SERIES BRUSHLESS SPEED CONTROLLER (ESC) MOTOR REGELAAR.

XTC (Mk3) PROPORTIONELE SWITCHBOX CONTROLS (7 Service)

Tastor Konsum SD Rolluikbesturing

Afstandsbedieningshandleiding IR NED: Cassette model airconditioner CTS-12-SET CTS-18-SET CTS-24-SET

Gebruiksaanwijzing CallBarrier

Contents Inhoud. Wind, Zon & Regen Sensor Instructies. Inhoud: Sensor Functies:

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Producteigenschappen. 4 Bediening met 2-voudig toetselement. Systeem 3000

SOMFY SONESSE 40 RTS

RF1456RGB. Gebruiksaanwijzing

DUMAN US-Module V1.5 2 ste druk Inbouw handleiding. Bedankt voor de aanschaf van de DUMAN US-Light Module V1.5

RF105G. Gebruiksaanwijzing

G E B R U I K S A A N W I J Z I N G. Bestnr Roboraptor

aan/uit indicatie-led

EM8655 PIR en Microgolf bewegingsmelder

Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator

51KC-P. ELLsys. 1. Verkorte handleiding ELLsys 51KC-P. 2. Onderdelen (Standaard word de cilinder volledig geassembleerd geleverd)

Draadloze Installatie Handleiding

Gebruikershandleiding

GfS Push Bar Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Opbouw GfS Push Bar Alarm...p. 3. Installatie GfS Push Bar Alarm...p. 4

Telescopische TV liften serie John vta

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1

HANDLEIDING SCOREBORDEN OUTDOOR Versie 5.1 / oktober 2014

CONFIGURATIEHANDLEIDING Evolution

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

Installeren van de Forest Shuttle. Home Automation by

TIP Smeer uw rubbers in met vaseline dit verkleint de

FOREST DIAMOND AFSTANDSBEDIENING X460

Weergave met punten van 4 posities, waarbij het eerste getal van de adres (altijd de 1) ontbreekt bv. voor het wagonadres 10074:

FOREST MULTI WANDSCHAKELAAR LED

Hand- out Boeing 737 vliegen. hand- out- PU.01

Elektrische muurbeugel

VOLT POT 1K R 220. OPEN FOR 60 Hz STAB. Spanningsregelaars R 220. Installatie en onderhoud

Gebruiksaanwijzing S4-Car Servo Decoder

Aandachtspunten RTS

REGELAAR HTR-10 HANDLEIDING versie 2

TRUST WIRELESS AUDIO / VIDEO TRANSMITTER 100V

STANDAARD TIJDSCHAKELAAR VOOR BEWATERING VOOR BEWATERING VAN DE TUIN AUTOMOTIVE INDUSTRIIE

EM8670-R2 Draadloze buitensirene

Bedieningshandleiding GARRETT Treasure ACE 100

Transcriptie:

Karlsruher Strasse 20, 75179 Pforzheim, www.acteurope.de HANDLEIDING Pico SMM Mini-Profi Gyro met SMM-sensor en Heading functie Pagina 1 van 11

BESCHRIJVING: We zijn blij dat u gekozen hebt voor de Pico SMM. U heeft daarmee de kleinste gryo van de wereld met SSM-sensor and Heading-functie. Om de werking daarvan goed te kunnen begrijpen is het noodzakelijk dat u deze handleiding helemaal en goed leest voordat u de gyro gaat gebruiken. Een verkorte handleiding vindt u de laatste pagina s van de handleiding. Deze piëzo-gyro Pico SMM is bestemd voor de stabilisatie van vliegende modellen. De gyro herkent door zijn intelligente, zelflerende software met micorprocessor-elektronica en piëzo-sensor elke beweging van het model om de te stabiliseren as en zorgt dan voor een beweging van het servo in tegengestelde richting. Bij de werking kan worden gekozen uit 2 modi: MODUS I MODUS II zorgt voor een dempende werking van de draaibeweging (Normaal Modus) zorgt heeft een fixerende werking tegen draaibewegingen, die van buiten komen (dus niet door de piloot zijn gestuurd) = Heading Modus). Het toegepaste sensorelement is zeer modern en bij normaal gebruik absoluut slijtvrij. Er worden geen bewegende delen toegepast. De aanspreekgevoeligheid (GAIN) van de gyro kan met behulp van een extra kanaal vanaf de zender worden ingesteld en helemaal worden aangepast aan het model en de wensen van de piloot. Bovendien kan daarmee ook tussen de beide modi worden geschakeld. De beste resultaten worden verkregen met toepassing van een snel servo. Daartoe adviseren wij het gebruik van Futaba-servo s omdat deze servo s optimaal samenwerken met de zeer snelle signaalverwerking van de Pico SMM. Servo s van andere merken beginnen al heel gauw te brommen in de neutraalstelling of neigen naar andere effekten. De Pico SMM kan in alle vliegtuigmodellen en helikopters worden ingezet voor de stabilisatie van de gewenste assen, maar is in zijn funktie in feite geoptimaliseerd voor het gebruik in helikopters voor de stabilisatie van de draaibewegingen rond de hoofdas. BASISPRINCIPE: De vertikale as van een helikopter is voortdurend onderhevig aan wisselende invloeden van het draaimoment of koppel van de motor van de heli. Elke stuurbeweging van de piloot of afwijking veroorzaakt door de wind leiden in principe ook tot het nasturen of corrigeren van de heck door de veranderende draaimomenten. Die draaimomenten zijn voortdurend van invloed op het gedrag en de besturing van de helikopter. De heli zou zich zonder een gyro voortdurend heen en weer bewegen (kwispelen). Vele gyro-systemen werken als een soort schokbreker of schokvertrager tegen elke draaibeweging, of die nu van buiten komt (windinvloeden) of door de piloot is gestuurd (Mode I of Normaal modus). De Pico SMM daarentegen heeft een tweede werkingsmogelijkheid (Mode II of Headingmodus). In deze modus werkt de stuurknuppeluitslag direct op de gyro. Deze stuurt dan de heckrotor zonder dempende werking aan conform de input van de stuurknuppel en houdt daarbij ook nog de gewenste draaisnelheid van de heli constant. Pagina 2 van 11

MODE I = NORMAAL MODUS: Dat is de werkingswijze zoals de meeste gyro s werken. Daarbij is er een hoge mate van dempende werking op de heckrotor. Deze modus is ideaal als er geen snelle draaiïngen om de hoofdas worden verlangd bij voorbeeld voor het hoveren of het rustig voorwaarts vliegen. MODE II = HEADING MODUS: Dat is de nieuwste werkingswijze, ook aangeduid met Mode II, Heading-funktie, Heading Lock of AVCS, Deze wordt aanbevolen voor 3D-figuren: 1) voor manoeuvres dwars op de wind zoals zijwaarts vliegen 2) voor het achteruitvliegen, pirouetten en alle andere 3D-figuren. Natuurlijk kan deze modus ook worden gebruikt voor die situaties waarvoor de normaal modus wordt toegepast. INSTELMOGELIJKHEDEN: De Pico SMM per schuifregelaar vanaf de zender worden bediend indien het gevoeligheidskanaal (= kabeltje met gele markering) op een vrij kanaal van de ontvanger is aangesloten. Ook kan dan tussen Mode I en Mode II worden heen en weer geschakeld en kan per modus de gevoeligheid worden ingesteld vanaf de zender. In dat geval dient de potentiometer (potmeter) voor de dynamische werking (zie hierna). Wanneer het gevoeligheidskanaal NIET wordt aangesloten, kan de gevoeligheid van de Pico SMM met de potmeter worden ingesteld. Het omschakelen tussen Mode I = normaal modus en Mode II = Heading-modus gebeurt dan met behulp van een kortsluitbrugje, die bij aflevering in de stekker van de kabel met gele markering (= kabel voor de gevoeligheidsregeling) is gestopt. Zonder kortsluitbrug Met kortsluitbrug = Mode I of Normaal modus = Mode II of Heading modus Pagina 3 van 11

HEADING/AVCS In deze modus wordt het gyrosignaal zodanig gewaardeerd, dat het teruggestuurd signaal voor de servo-uitslag net zolang blijft aanhouden tot de oorspronkelijke positie weer is ingenomen (Heading = koers houden). Zolang er geen stuurbeweging door de piloot worden gemaakt, wordt de heck van de helikopter zo vastgezet alsof er een sterke veer aan beide zijden van de heck zou zijn aangebracht. Daardoor blijft de heck altijd in positie en de helikopter blijft richtingsstabiel: wegdraaien over de heck is niet mogelijk. Daardoor is er sprake van een echte fixering van de beweging om de hoofdas. Als oorspronkelijke (uitgangs)positie wordt die positie aangenomen die bij het inschakelen van de gyro of bij het inschakelen van de Heading-funktie (omschakelen van normaalmodus naar heading-modus) aanwezig was en dat bij heckrotorknuppel in de middenstand of de positie van de helikopter die na het loslaten van de heckrotorknuppel nieuw werd ingenomen. Bij aangesloten GAIN-kanaal (gevoeligheidskanaal) staan zowel de NORMAAL modus (Modus I) als ook de HEADING-modus (Modus II) ter beschikking. De werking van het gevoeligheidskanaal is dan zoals grafisch is weergegeven. In de middenstand van de schuif regelaar is de gevoeligheid minimaal = de gyro is UITgeschakeld. Een grotere waarde op één van beide kanten geeft dan een grotere werking van de gyro. Deze is vanaf het midden naar beide zijden instelbaar van 0 100%. Bovendien wordt met de schuif de modus gekozen. In deze afbeelding is dat SCHUIF helemaal naar BOVEN = Heading Modus met de gevoeligheid op100%. SCHUIF helemaal naar BENEDEN = Normaal modus met een gevoeligheid op 100%. Op pagina 6 staat de grafische afbeelding met nog meer informatie. DYNAMISCHE TRIMMER: Bij Mode I = Normaal Modus is er in de middenstelling van de potentiometer een neutrale instelling. Naar links wordt de werking zachter, naar rechts harder. Bij het (op)swingen van de heck, dient de trimmer rechtsom te worden gedraaid. Basisafstelling voor de dynamische afstelling: het doel is om met de maximaal mogelijke gevoeligheid te vliegen. Wordt de gevoeligheid verhoogd, zal de heck vanaf een bepaald punt gaan (op)swingen (in het horizontale vlak heen en weer bewegen, ook wel zijwaarts pendelen of kwispelen genoemd). Dat kan een rustige beweging zijn maar ook zeer heftige!! Wanneer het pendelen plaatsvindt dan zal bij verhoging van de gevoeligheid het pendelen toenemen. Dat kan tot zeer heftige bewegingen leiden. Voorzichtigheid is dus geboden bij de afstelling van de gyro. Het punt waarop het swingen begint is mede afhankelijk van bepaalde factoren in de helikopter, zoals de aansturing, de kracht van het heck-servo, het terugvinden van de servoneutraalstelling en niet te vergeten: de snelheid van het toegepaste heck-servo. De dynamische regeling maakt het mogelijk de gyro beter af te stellen op het mechanisch gegeven van de helikopter. Word de trimmer vanuit het midden naar de ongunstige kant verdraaid, dan zal het heck nog heftiger gaan swingen. Pagina 4 van 11

Wordt de trimmer naar de juiste kant gedraaid (dat is afhankelijk van het mechanisch gegeven) dan kan de gevoeligheid verder worden verhoogd en daarmee wordt de werking van de gyro dus verhoogd. In Modus II = Heading-funktie beïnvloedt deze dynamische trimmer de uitregelsnelheid en de precisie van de positie-fixering van het heck van zacht tot hard. Heckrotor met elektromotor dynamische trimmer helemaal rechts omdraaien tot aan de aanslag. Bij direct aangestuurde heckrotor met bladverstelling dynamische trimmer eerder naar links draaien. INBOUW: De Pico SMM moet zodanig worden ingebouwd, dat de gewenste te stabiliseren as van het model gelijk loopt met de as van de gyro (zie afbeelding op pagina 3). Daarbij moet de gyro worden aangebracht op een plek in de heli waar geen of zeer weinig trillingen voorkomen. Wij adviseren het bijgeleverde dubbelzijdig plakband te gebruiken voor de montage van de gyro in de heli. Dit plakband aan de bodem van de gyro plakken. Daartoe de beschermfolie van het plakband verwijderen en daarna de gyro met de onderzijde van de behuizing op de gewenste plaats in de heli drukken. De ervaring leert, dat de gyro het beste op een plaats in het mechaniek kan worden aangebracht, zo ver mogelijk verwijderd van de motor omdat de smm-sensor van de gyro zelfs trillingen van de motor vertaalt in bewegingen en dan het heckservo dienovereenkomstig gaat aansturen. Dat zou kunnen leiden tot het gaan trillen van het servo. Het beste is dus een stabiel plaatsje bij voorbeeld voor in het mechaniek, zo lang die maar niet doorbuigt of swingen kan. Door het hoog oplossend vermogen van de smm-sensor wordt het toegepaste servo vele keren vaker aangestuurd dan bij toepassing van een mechanische gyro. Dat kan natuurlijk leiden tot een hoger slijtage van het servo. Het beste gyro-resultaat wordt behaald met een zo snel mogelijke servo. AANSLUITING: De stekker en bus van de gyro komen overeen met het JR/Futaba-systeem. Er moet echter wel op worden gelet dat de pulszijden van de stekker op de juiste manier op de ontvanger worden aangesloten, net als de servostekker in de bus van de gyro. Bij verkeerd aansluiten ontstaat geen defect, maar het geheel zal dan niet werken. Bovenaanzicht Servostekkers Futaba Graupner MPX Pagina 5 van 11

Stekkerkabel op heckservokanaal ontvanger (meestal kan. 4) De gyro wordt tussen het heckrotorservo en de ontvanger aangesloten. De stekker aan de gyrokabel ZONDER de gele markering wordt aangesloten op de ontvangeringang voor het heckservo, Het heckrotorservo wordt dan aangesloten aan de bus/ de stekers AAN BOVENZIJDE op de gyro, waarbij de puls (geel/oranje/wit) aan de binnenzijde komt. Voor het GAIN-kanaal moet op de zender een schuifregelaar of kanaalschakelaar beschikbaar zijn die werkt op een ontvanger-uitgang. Op die ontvanger-uitgang wordt dan eerst als test een servo aangesloten. Dit servo moet zich dan helemaal vanuit het midden naar beiden zijden laten verstellen met de schuifregelaar. Aan deze ontvangeruitgang komt dan de gyro-kabel met de GELE markering. Het servo wordt dus aangesloten op de stekers op bovenzijde van de gyro waarbij dan de sticker rondom deze stekers met de servostekker wordt doorgeprikt. BELANGRIJK!!! HET INSTELLEN VAN DE WERKINGSRICHTING: Als eerste moet de draairichting van het heckrotorservo zonder gyro op de goede draairichting worden afgesteld. Een knuppeluitslag naar links moet ook resulteren in de neus van de heli naar links. LET OP: de werkingsrichting van de gyro moet nu zodanig worden ingesteld dat het aangesloten heckservo bij het draaien van de neus van de heli naar rechts een tegengestelde beweging naar links maakt. Dus als de neus van de heli naar rechts wordt bewogen moet het heckservo een zodanige stuurcorrectie maken dat de neus van de heli naar links gaat. Wanneer dat niet gebeurt, dan wordt de draaibeweging niet gedempt maar versneld. Daarbij is het zeer zeker mogelijk dat de draaibeweging van de heli niet meer te stoppen is, waardoor er schade kan ontstaan. Daarom dient deze test handmatig plaats te vinden om de juiste werking van de gyro in te stellen voordat er wordt gevlogen met de heli. De test moet plaatsvinden met de gevoeligheid op 100%. HET OMPOLEN VAN DE WERKINGSRICHTING: Wanneer de gyro verkeerd werkt, dan dient de werkingsrichting te worden omgepoold als volgt: De kabel voor het GAIN-kanaal uit de ontvanger halen en op de servoaansluiting OP de gyro plaatsen. Let daarbij op de juiste aansluiting = puls = wit/geel/oranje aan binnenkant. De ontvanger kort (ongeveer 3 seconden) inschakelen, dan direct weer UIT zetten. Dan de stekker van de GAIN-kabel weer van de gyro loskoppelen en weer op de ontvanger aansluiten op het GAIN-kanaal (of van de stekker van de gyro halen als geen Gain-kanaal in gebruik is). Dan de ontvangerinstallatie weer inschakelen en de werking van de gyro is daarmee omgekeerd/omgepoold. Voor verder gebruik eerst weer testen op juiste draairichting en werking. Pagina 6 van 11

KEUZE TUSSEN NORMAAL EN HEADING: Met een vrije proportionele schuifregelaar of een kanaalschakelaar op de zender kan tussen de beide modi (Normaal en Heading) gekozen en heen en weer geschakeld worden. Ook de gevoeligheid (gain) van beide modi separaat worden ingesteld vanaf de zender bij aansluiting van de gainkabel op het ontvangerkanaal waarop de schuif of schakelaar werkzaam is. De gevoeligheid laat zich naar beide zijden/voor beide modi vanaf het midden (=0%) naar beide zijden instellen tot 100%. Hierbij is de verstelnorm van Futaba-zender als basis genomen. Voor het testen eerst een servo op de gyro aansluiten, de gyro op de ontvanger aansluiten en dan zender en ontvangerinstallatie inschakelen. Dan 100% gevoeligheid instellen op de zender (de schuif naar één zijde op volle uitslag zetten). Dan de gyro draaien. Beweegt het servo net zo lang als de gyro draait en keert dan weer terug naar de neutraalpositie als de draaibewegingen met de gyro worden gestopt, dan staat de gyro in de Mode 1 = Normaal modus. Beweegt het servo gelijktijdig met de gyro en blijft dan op de laatste positie staan als de draaibewegingen met de gyro worden gestopt, dan staat de gyro in Mode II = Heading. HET GEBRUIK IN MODE I = NORMAAL MODUS Wanneer alles op de juiste manier is ingebouwd en afgesteld en de draairichting van het heckservo getest en de werking van de gyro getest, kan de eerste vlucht worden gemaakt. Na het inschakelen van de ontvangerinstallatie dient de helikopter gedurende 2 seconden niet te worden bewogen. De elektronica van de gyro calibreert zichzelf gedurende deze tijd. Daarna met de schuif of de schakelaar op de zender mode NORMAAL kiezen. De eerste vluchten worden gebruikt om de gyro goed af te stellen en daarvoor wordt het aanbevolen de gevoeligheid eerst in te stellen op 40-50%. Voor het hoveren laat zich meestal een hogere gevoeligheid instellen dan bij de voorwaartse vlucht van de helikopter. Eerst in de hover de gevoeligheid net zo lang verhogen totdat de heck van de heli begint te swingen. Dan direct een iets lagere gevoeligheid instellen. Eventueel door middel van programmering in de zender de gevoeligheid aanpassen voor de flight die op dat moment actief is (daarmee bedoelen we dan normaal, idle up1, idle up 2 etc). Daarna kan nog de dynamische trimming worden afgesteld zoals hierna wordt aangegeven. In de normaal modus (mode 1) kan desgewenst met revo-mix en andere heckrotermixer worden gevlogen. Pagina 7 van 11

GYRO- MIXERS: Natuurlijk stuurt de gyro in MODE 1 (Normaal modus) ook de stuurbewegingen van de piloot tegen. Moet daarom de werking van de gyro afnemen naarmate de stuurbeweging/knuppeluitslag voor de heckrotor groter wordt, dan kan daarvoor de in de computerzender aanwezige mixers worden toegepast. Dat is in het algemeen een mixer tussen heckrotorknuppel (master) en gevoeligheidskanaal (slave). Er moet altijd op worden gelet, dat de gevoeligheid afneemt ongeacht of het een stuuruitslag naar rechts of naar links betreft. GEBRUIK IN MODE II, HEADING: Met de proportionele schuifregelaar of een kanaalschakelaar op de zender Mode II = HEADING kiezen. De eerste vluchten worden ook hier gebruikt om de gyro goed af te stellen en daarvoor wordt het aanbevolen de gevoeligheid eerst in te stellen op 40-50%. Hierbij bestaat de optie eerst te starten in NORMAAL-modus en dan in de vlucht over te schakelen naar HEADING of direct in HEADING te starten. Ook hier geldt weer dat met een zo hoog mogelijke gevoeligheid dient te worden gevlogen en ook hier is het swingen van de heck een teken dat de gevoeligheid te hoog is ingesteld. In HEADING de gevoeligheid net zo lang verhogen totdat de heck net iets begint te swingen. Dat gaat het beste in een hoversituatie. Zodra de heck begint te swingen, de gevoeligheid iets lager instellen. Zonodig de gevoeligheid door middel van programmering in de zender aanpassen. Ook hier geldt dan wanneer er met verschillende vliegsituaties in de zender wordt gewerkt (normal, idle up 1 etc.) het ook noodzakelijk is de gevoeligheid per flight aan te passen naar het gewenste niveau. BELANGRIJK: Bij gebruik van MODE II = HEADING-modus mag GEEN mixer op de heckrotor in de zender actief zijn (b.v. Pitch-Heckrotormix, Revo-mix etc). Daardoor ontstaat er namelijk een verkeerde uitlezing door de gyro en daardoor een ongewenst (draai)beweging van de heck-rotor. Wanneer vanuit de NORMAAL-modus naar HEADING-modus wordt geschakeld, dan is het beslist noodzakelijk dat tegelijkertijd eventuele actieve mixers ook automatisch mee worden uitgeschakeld. Wanneer er verschillende triminstellingen per flight zijn gemaakt en deze worden gelijktijdig met het omschakelen naar een andere flight meegeschakeld, dan mag geen vertraging actief zijn (in de zender zijn geprogrammeerd). Bovendien staat in de HEADING-modus geen trimmiddenstelling meer tot beschikking want ook trimuitslagen worden als stuuruitslag herkend en in de draaibewegingen voor de heck omgezet. Dat wil dus zeggen, dat de helikopter in de normaal-modus (Mode 1) uitgetrimd worden. Bij omschakeling naar HEADING wordt die triminstelling automatisch meegenomen door de gyro. Wanneer in HEADING nog wordt (na)getrimd, dan leidt dat onherroepelijk tot het ongewenste draaien van de helikopter. Pagina 8 van 11

Is het niet mogelijk een gemeenschappelijke trimwaarde in de hover in te stellen voor NORMAAL en HEADING (dat wil zeggen dat de heli in de heading wegdraait op de trim die in de normaal modus was ingesteld) dan als volgt te werk gaan: De heli uittrimmen in de HEADING-modus en deze trimwaarden opslaan. Dan de heli in de normaal-modus hoveren en dan de neutraalstelling van het servo MECHANISCH veranderen net zo lang totdat de helikopter in beide modi niet meer wegdraait in de hover. ATTENTIE: Het is mogelijk dat de piloot moet wennen aan de werking van de gyro in de HEADINGmodus. Nu moet bij voorwaartse vlucht in elke bocht het heck op de juiste manier worden meegestuurd anders houdt de HEADING modus de positie van de romp altijd gelijk. Echter de gyro stuurt niet meer tegen de stuurbewegingen op de heck, die de piloot aangeeft. De volle stuuruitslagen komen nu rechtstreeks op het heckservo en daarmede op de heck terecht, wat tot felle uitslagen op de heck kan leiden. Door de bijzondere regeleigenschappen van de gyro wordt in HEADING-modus ook een constante draaisnelheid van de heck bereikt bij een bepaalde knuppeluitslag ten minste als de mechanica van en aan de helikopter dit niet onmogelijk maakt. VLIEGEN IN MODE II, HEADING: Wij bevelen aan bij het starten van de heli eerst in NORMAAL-modus (Mode 1) te beginnen en dan in de hover om te schakelen naar HEADING-modus, ten minste als de zender in staat is de actieve mixers op de hecktrotor gelijktijdig met dat overschakelen te deactiveren. Wanneer in de HEADING-modus wordt gestart, bestaat het gevaar dat de heli bij het wegvliegen direct in die richting draait die bij het inschakelen van de gyro is ingesteld. Dit kan dus door het omschakelen van NORMAAL op HEADING kort voor het starten verhinderd worden. Het omschakelen naar de HEADING-modus gebeurt met het gevoeligheidskanaal. Deze wordt handmatig op de gewenste waarde in de HEADING-modus gezet f per schakelaar omgezet. In dat geval is bij voorbeeld een 3-standen schakelaar het gemakkelijkste waarmee het gevoeligheidskanaal en/of de flight wordt omgeschakeld en daarmee ook gelijktijdig de mixers die in de NORMAAL-modus actief zijn, worden uitgeschakeld. Daarbij moet in die hoversituatie de pitchknuppel in de middenstand staan en sub-trim waarden moeten geheel zijn uitgeschakeld. De heli moet, voordat er wordt omgeschakeld naar HEADING, met de heckrotor in de NORMAAL-modus zo uitgetrimd worden dat hij met de beschikbare trimweg niet wegdraait. Bij het omschakelen op HEADING wordt deze triminstelling als MIDDENSTELLING door de gyro overgenomen. Nog meer trimmen zal dan leiden tot het wegdraaien van de heli. De gevoeligheid voor beide modi kan met de tweezijdige servoweg-instelling voor het gevoeligheidskanaal in de zender net zo lang worden veranderd totdat de juiste gevoeligheid voor beide modi is bereikt (dat kunnen dus verschillende waarden zijn). Met HEADING moet het dan mogelijk zijn achterwaartse en zijwaartse vluchten uit te voeren. De heck respectievelijk de romp blijft dan in de oorspronkelijke positie staan waarin die was kort na het moment waarop HEADING werd ingeschakeld. De neus van de heli zal niet wegdraaien, ongeacht van welke kant de wind komt mits de heckrotor natuurlijk voldoende vermogen heeft de romp ook tegen de wind in in positie te houden. Is alles perfect ingesteld en afgesteld, kan nog met de dynamische trimmer in beide modi geprobeerd worden de maximaal ingestelde gevoeligheid nog iets te verhogen. Daarbij de Pagina 9 van 11

trimmer voorzichtig uit de middenstelling draaien naar een bepaalde kant toe en goed op de heli blijven letten. De instelling dient te gebeuren op de manier zoals hiervoor is beschreven in het hoofdstuk dynamische trimming. De hoogst mogelijke gevoeligheid is het beste. NOODZAKELIJKE MONTAGE-VOORWAARDEN en MODELINSTELLINGEN: De gyro in de heli monteren met bijgeleverde dubbelzijdig plakband. Nooit in zachte schuimrubber verpakken. De gyro mag niet heen en weer kunnen bewegen na de montage. Een zo snel mogelijke heckrotorservo geeft de beste resultaten voor beide modi. De lengte van de servohevel heeft invloed op het te bereiken resultaat. Bij snelle servo s is een lengte van 16 mm voldoende, terwijl bij iets langzamere servo s een lengte van 19 mm betere resultaten geven. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN: Ondanks alle hulp die de gyro biedt bij het vliegen, vereist het besturen van een vliegend model, en zeer zeker het vliegen met een modelhelikopter, bepaalde vaardigheden die een gyro nooit kan vervangen. De gyro is slechts een hulpmiddel. Dat houdt dus in dat de piloot voorzichtig en met verantwoordingsgevoel zich moet gewennen aan de functies van het model en van de gyro. De verantwoording voor het veilig omgaan met het model ligt altijd bij de piloot zelf. Het is daarom aan te bevelen dat iemand met onvoldoende ervaringen en vaardigheden zich laat helpen door een ervaren piloot bij het instellen, afstellen en invliegen. Daarom willen we hier nogmaals uitdrukkelijk wijzen te zorgen voor een juiste werkingsrichting van de gyro!! SERVICE, GARANTIE Levenlange garantie op ACT-Produkten geachte klant, Uitbreiding van de garantie. De laatste jaren hebben aangetoond dat we trots kunnen zijn op de kwaliteit van onze produkten. Daarom bieden we een levenslange garantie op produktfouten. Wanneer produkten met fouten worden opgestuurd, dan wordt het produkt kostenloos vervangen of een andere passende oplossing indien het produkt niet meer in het ACTassortiment is opgenomen. Wanneer echter bij de totaal controle blijkt dat het geen produktfout is, wordt het produkt in oorspronkelijke staat teruggestuurd zonder dat er sprake zal zijn van omruilen of van berekening van de gemaakte kosten. Daarmee bieden we meer service dan dat wij wettelijk verplicht zijn. De voorwaarde voor de levenslange garantie op produktfouten zijn: het produkt moet voldoende gefrankeerd worden opgestuurd naar ACT-Europe; er dient een voldoende duidelijke beschrijving te worden bijgevoegd van de fout(en); er mag door niemand anders aan het produkt zijn gewerkt en het mag niet zijn geopend geweest; de oorzaak mag niet liggen in het feit dat de handleiding onvoldoende is gelezen en niet of onvoldoende in acht is genomen. Pagina 10 van 11

Wanneer niet aan die voorwaarden wordt voldaan, in het bijzonder wanneer aan het produkt is gewerkt door anderen of wanneer de handleiding niet of onvoldoende in acht is genomen, worden in elk geval de gemaakte kosten geheel doorberekend zonder dat wij daarvoor aansprakelijk kunnen zijn. Daarom is het belangrijk de handleiding altijd goed te lezen. We verzoeken u het produkt rechtstreeks naar ons op te zenden en niet via uw leverancier. De leverancier heeft niets van doen met die levenslange garantie. Om onnodige kosten te verkomen maken we u erop attent dat onvoldoende gefrankeerde zendingen niet worden aangenomen. Het produkt dient dus voldoende gefrankeerd aan ons te worden ingezonden, waarna wij dan de gemaakte portokosten zullen vergoeden indien uw garantieclaim wordt toegewezen. Bij fouten, die niet voor verantwoording, rekening en risico van ACT komen, wordt de Pico SMM gerepareerd tegen de gemaakte kosten of omgeruild tegen kostenvergoeding. Bij het verwijderen/inkorten van de kabels, het solderen op of aan de gyro of bij het verpoold aansluiten op de ingangsspanning, bij beschadiging door trillingen of door crashen kan in geen enkel geval een reparatie voor garantie plaats vinden. Het goed functioneren van de Pico SMM werd getest met alle zenders, die op dat moment gangbaar waren. Ondanks dat garanderen we niet, dat de Pico SMM bij alle apparaten en in elk geval goed funktioneert. Technische wijzigingen worden voorbehouden. Voor gevolgschade, vergissingen, drukfouten enz wordt geen enkele verantwoording genomen. We wensen u heel veel plezier bij het gebruik van uw Pico SMM Gyro. ACT-Europe, Karlsruher Strasse 20, 75179 Pforzheim, www.acteurope.de <><><><><><><><><><> Bij verschil van inzicht omtrent de Nederlandse vertaling van deze handleiding dient de oorspronkelijke Duitse handleiding te worden geraadpleegd. Deze is bij verschil van uitleg van doorslaggevende betekenis. ACT noch de vertaler zijn aansprakelijk voor een onjuiste of betwiste bewoording noch voor de gevolgschade daarvan. Mocht u naar aanleiding van deze vertaling nog vragen hebben of problemen of onduidelijkheden ondervinden, dan kunt u een mail sturen naar: Duitsland : ACTeurope@t-online.de of Nederland : vertalingen@helifun.info met vermelding van dit versienummer : Pico SMM V25-11-2004 Ned. Pagina 11 van 11