H.327178.0416 Borstsparende operatie
Inleiding Uit onderzoeken blijkt dat u borstkanker heeft. Uw chirurg heeft u voorgesteld u te behandelen, waarbij u geopereerd en bestraald wordt. Dit wil zeggen dat de tumor met een ruime marge gezond weefsel uit de borst wordt gehaald. Bij de behandeling van borstkanker hoort ook het onderzoek van de lymfeklieren die bij de borst horen, omdat dit het eerste vangnet is waar de kwaadaardige cellen zich naar toe kunnen verplaatsen. Dit onderzoek heet schildwachtklierprocedure (zie folder Schildklierwachtprocedure). Als u voor borstsparende behandeling in aanmerking komt, dan blijft het toch ook mogelijk om te kiezen voor een amputatie. Uw wens geeft in dit geval de doorslag. Als uw chirurg u voor deze keuze stelt, dan maakt het voor het verloop van uw ziekte niet uit welke behandeling u kiest. Bij een borstsparende behandeling moet na de operatie altijd standaard een bestralingskuur van 3-6 weken gevolgd worden, dit bepaalt de bestralingsarts. Na een amputatie is radiotherapie (bestraling) niet standaard. Wachtlijst U komt op de wachtlijst bij het bureau patiëntenlogistiek. U hoort van de regieverpleegkundige oncologie wanneer u geopereerd wordt. Van het bureau patiëntenlogistiek krijgt u hiervan een schriftelijke bevestiging Pre-operatief onderzoek in het ziekenhuis Van de polikliniek preoperatief onderzoek ontvangt u de folder Anesthesie en pijnbestrijding rondom uw operatie of behandeling met de daarbij behorende afspraken. In deze folder leest u wat er poliklinisch nog gedaan moet worden, voordat u opgenomen wordt voor uw operatie. Regieverpleegkundige oncologie U krijgt een gesprek met de regieverpleegkundige oncologie, waarin nogmaals inhoudelijk op de operatie wordt ingegaan. Tijdens dit gesprek is er ruimte voor vragen. Schrijf uw vragen van tevoren op. 3
Voorbereiding thuis U blijft nuchter, volgens de aanwijzingen in de folder Anesthesie en pijnbestrijding rondom uw operatie of behandeling. Gebruik na het douchen geen bodylotion, make-up en nagellak. Draag geen sieraden of piercings. Laat uw waardevolle sieraden thuis. Wat neemt u mee Uw patiëntenkaart. Actueel medicatieoverzicht, deze kunt u opvragen bij uw bronapotheek. Schildklierwachtprocedure Als er een schildwachtklierprocedure met u is afgesproken, wordt er op de dag voor de operatie of op de dag van de operatie een kleine hoeveelheid radioactieve stof naast het gezwel geïnjecteerd. Dit gebeurt op de afdeling nucleaire geneeskunde door een laborant. De operatiedag Men kan nooit precies zeggen hoe laat u aan de beurt bent om geopereerd te worden. Operaties duren soms langer dan verwacht en er kan een spoedoperatie tussendoor komen. U krijgt operatie kleding aan. Ter voorbereiding op de anesthesie kan het zijn dat u medicatie krijgt toegediend. Een eventueel kunstgebit, gehoorapparaat, bril of contactlenzen doet u uit. Daarna houdt u bedrust. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van het operatiecomplex. Het infuus wordt ingebracht en u wordt in slaap/onder narcose gebracht. Daarna gaat u naar de operatiekamer. 4
De ingreep De chirurg voert de operatie uit. Om te zorgen dat u voldoende vocht krijgt, heeft u tijdens en na de operatie een infuus in uw arm. Bij een borstsparende operatie verwijdert de chirurg alleen het gezwel en een schil omringend gezond weefsel uit de borst. Al het verwijderde weefsel gaat naar het pathologisch laboratorium, waar onderzocht wordt of de snijranden vrij zijn van kwaadaardige cellen en of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren. De uitslag hiervan duurt ongeveer tien werkdagen. Deze uitslag hoort u van uw behandelend specialist tijdens het eerste polikliniek bezoek na de opname. De huid wordt onderhuids gehecht met oplosbare hechtingen en afgedekt met een verband. Na de operatie Na de ingreep gaat u naar de uitslaapkamer. Hier blijft u tot u goed wakker bent. Wanneer de anesthesie voldoende is uitgewerkt en de lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartritme en ademhaling stabiel zijn gaat u terug naar de afdeling. Complicaties Complicaties zijn gelukkig zeldzaam, maar nooit uit te sluiten. Voorbeelden zijn nabloeding en wondinfectie. Na de operatie kan de huid rondom het operatiegebied (tijdelijk) gevoelloos zijn. Vaak herstelt zich dit. Terug op de verpleegafdeling Regelmatig worden uw hartslag, bloeddruk en temperatuur gecontroleerd, evenals de wond. U mag na de operatie weer beginnen met drinken van water, wanneer dit goed gaat wordt het uitgebreid naar normaal dieet en mag het infuus verwijderd worden. U mag weer mobiliseren. Voordat u met ontslag gaat of de avond van de operatie krijgt u een injectie tegen de trombose. In overleg met de behandelend specialist is deze opname een dagopname of blijft u een nacht in het ziekenhuis. 5
Nazorg Na 48 uur is de wond dicht en kunt u douchen. De eerste week mag u niet in bad of zwemmen. De wond droog deppen en eventueel voorzien van een nieuwe pleister. Als uw wond droog is (dat wil zeggen geen wondvocht meer afscheidt) mag u het verband achterwege laten. De eerste dagen kunt u pijnstillers gebruiken (paracetamol) maximaal 4 x 2 tabletten van 500 mg per 24 uur. Draag een stevige beha,dit mag een beugel zijn, zolang die niet op de wond drukt. De eerste twee weken neemt u voldoende rust, luisteren naar uw lichaam. De uitslag De uitslag bespreekt uw behandelend arts met u. Afhankelijk van het moment waarop u met ontslag gaat krijgt u een afspraak mee of wordt deze thuisgestuurd. Het is raadzaam om iemand mee te nemen bij deze afspraak. Afhankelijk van deze uitslag wordt aangegeven hoe het vervolgtraject er voor u uit ziet. In het pathologisch laboratorium wordt gekeken of de kwaadaardige tumor ruim genoeg is verwijderd. Mocht dit niet het geval zijn dan volgt er opnieuw een operatie waarbij het weefsel ruimer wordt weggenomen. Ook kan het zijn dat aanvullende behandeling zoals radiotherapie, chemotherapie of hormonale therapie worden geadviseerd. Dit wordt in het voorkomende geval allemaal met u besproken 6
Vragen Voor uw opname Neem contact op met de regieverpleegkundige oncologie, op werkdagen aanwezig. Telefonisch spreekuur van 09.00-09.30 uur en 13.15-14.00 uur. (0523) 27 63 48 Tijdens uw opname Vraag de arts of de verpleegkundige van de afdeling. Na uw ontslag Neem contact op met de regieverpleegkundige oncologie, op werkdagen aanwezig. Telefonisch spreekuur van 09.00-09.30 uur en 13.15-14.00 uur. (0523) 27 63 48 Of met de polikliniek chirurgie, op werkdagen van 09.00-12.00 uur en van 14.00-16.00 uur. Hardenberg (0523) 27 63 10 Coevorden (0524) 52 63 21 Bij vragen in de avonden en in het weekend, die niet kunnen wachten tot de volgende dag of maandag, kunt u contact opnemen met de afdeling oncologie. (0523) 27 68 42 7
8