------ 2 0 1 2-2 0 1 3 ------ Masterplan LOGO s weghalen is niet netjes Logo s weghalen is niet netjes Dit is een product van het project Masterplan Competentiegericht Onderwijs. Hierin werken de volgende organisaties samen: - de ROC s Albeda College, ID College, Leiden, Mondriaan, Zadkine Techniek en Da Vinci College - InstallatieWerk, Uneto-VNI, Kenteq, OTIB/ RBPI - ruim 50 bedrijven, waaronder A. de Jong Groep, Aartman van Giesen Elektrotechniek, Bakker Sliedrecht, Bogro BV, Botermans Elektrotechniek, Burgers Ergon Installatietechniek, Croon Elektrotechniek, Dekker van Geest, Goflex Young Professionals, Hekema Elektrotechniek, Hogendoorn Warmte Water Sanitair, HVL, Imtech Building Services, Kalisvaart Technisch Beheer, Kropman, W.P. Kubbe Management, Labro Elektro, Lésec, Lok Installatiebedrijf, Mampaey, Parallel Groep ETB Vos, Putman Installaties, Randstad Elektrotechniek, Rijndorp Installaties, Schulte & Lestraden, Smit & van der Linden, SOB Midden Nederland, Spindler Installatietechniek, Staysafe Security, Steegman Installatietechniek, Tempus, Trijselaar Vermeer, Unica Bodegraven, Van Asten Elektrotechniek-Installatietechniek, Van den Pol Elektrotechniek, Van Dissel Elektrotechniek, Van Dorp Installaties, Van Driel Installateurs, Van Galen Klimaattechniek, Van Hoften Installatietechniek, Verkaart Groep, Verkerk Groep, Vink Installatie Groep, Viveen Elektro- Installatie Buro, Volt Elektro Groep, Wieffering Meet & Regeltechniek, Wolter & Dros TBI Techniek Instructie en informatie voor de begeleider Instructie en informatie over: - Begeleiden en Beoordelen - Startgesprek - Ontwikkelingsgericht opleiden en beoordelen - Overgang naar de kwalificerende periode Hierbij horen de formulieren: - Planningsformulier Start-/Driehoeksgesprek - Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling De informatie is van toepassing voor de volgende opleidingen: - 94272 Monteur Werktuigkundige Installaties, niveau 2-94282 Eerste Monteur Werktuigkundige Installaties, niveau 3-95472 Onderhoudsmonteur Installatietechniek, niveau 2-94323 Servicemonteur Installatietechniek, niveau 3-94271 Monteur Elektrotechnische Installaties, niveau 2-94281 Eerste Monteur Elektrotechnische Installaties, niveau 3-92390 Monteur Elektrotechnische Industriële Producten en Systemen, niveau 2-92400 Eerste Monteur Elektrotechn. Industriële Producten en Systemen, niveau 3-94321 Servicemonteur Elektrotechniek, niveau 3-94331 Servicetechnicus Elektrotechniek, niveau 4-92513 Werkvoorbereider Installatie, niveau 4-94292 Leidinggevend Monteur Werktuigkundige Installaties, niveau 4-94291 Leidinggevend Monteur Elektrotechnische Installaties, niveau 4 Het project wordt gefinancierd door OTIB, de ROC s, Kenteq, Uneto-VNI en InstallatieWerk Het projectmanagement berust bij bureau Batouwe Arnhem Masterplan CGO ZH - Instructie voor de begeleider, 28-9-12
Instructie en informatie voor de begeleider In het Masterplan werken bedrijven, de zes ROC s, Inleiding InstallatieWerk, Kenniscentrum Kenteq, de werkgeversorganisatie Uneto-VNI en OTIB/RBPI sinds 2008 gezamenlijk aan de kwaliteit van het beroepsonderwijs. Dit wordt onder andere zichtbaar in gezamenlijke afspraken over de inhoud van het onderwijs en eenduidige en herkenbare werkwijzen en formulieren voor het begeleiden en beoordelen van studenten. Deze Instructie voor de begeleider beschrijft de werkwijze van het Masterplan voor de inhoud van opleidingen en de begeleiding van studenten. Achtereenvolgens komen aan bod: 1. Regioprofielen 2. Het Startgesprek 3. Ontwikkelingsgericht opleiden en beoordelen 4. Overgang naar de Kwalificerende periode Voor de kwalificerende beoordeling van studenten is er een aparte instructie. 1. Regioprofielen Bedrijven en ROC s leggen binnen het Masterplan de inhoud van het onderwijs vast in Regioprofielen. Een Regioprofiel is de concretisering van een uitstroomprofiel van de Kwalificatiedossiers voor de technische installatiebranche. Een Regioprofiel bevat: de (minimale) beroepshandelingen die de functionaris op het betreffende niveau moet beheersen als beginnend beroepsbeoefenaar; de vereiste theorie in inhoud en niveau; de beroepshouding (competenties). Bij de beroepshandelingen wordt vermeld of deze behoren tot de basis (= het opleidingsprogramma dat voor iedereen geldt) of tot het extra pakket (= specialisme van een bedrijf, verdieping, pluspakket, keuzemogelijkheid). Uitgangspunt voor deze laatste invulling zijn specifieke behoeften van bedrijven. Daarbij geldt: breed opleiden voor de regio, specifiek voor een bedrijf/ student. De vereiste theorie is uitgewerkt naar onderwerpen. Per onderwerp is onderscheid gemaakt naar kennis (= de student moet globaal begrijpen wat het onderwerp inhoudt) en Masterplan CGO ZH - Instructie voor de begeleider, 28-9-12 1
verdieping (= van de student wordt verwacht dat hij over de onderwerpen opgaven kan maken met gebruik van formules enzovoort). Regioprofielen zijn ontwikkeld door werkgroepen van docenten van verschillende ROC s, vakdeskundigen van bedrijven en een opleidingsadviseur van Kenteq. De Stuurgroep van het Masterplan stelt een Regioprofiel vast. Met de vaststelling is het profiel het uitgangspunt voor de inhoud van het onderwijs. Bedrijven en ROC s gebruiken de inhoud van de Regioprofielen bovendien in de begeleiding van de student, de planning van de opleiding en bij de beoordeling. Begeleiden & Beoordelen Begeleiden & Beoordelen Betrokkenen 1 e Kritische punt 2 e Kritische punt Bedrijf Mate van zelfstandigheid >>> ROC Student Voortraject Ontwikkelingsgerichte periode Kwalificerende periode Doorstroom Startgesprek Ontwikkelingsgericht beoordelen Driehoeksgesprekken Examinering Proeve van Bekwaamheid = Driehoeksgesprek 2. Startgesprek Elke student die met een nieuwe opleiding begint (BBL) of met een stage (BOL) bij een van de ROC s in krijgt een Startgesprek. De driehoek van student, de begeleider van school en de praktijk-/ werkplekbegeleider van het bedrijf zijn bij dit gesprek aanwezig. Het ROC neemt het initiatief voor het gesprek. Het Startgesprek heeft plaats aan de hand van het Planningsformulier Start-/ Driehoeksgesprek. Hierin worden afspraken vastgelegd. Het Planningsformulier Start-/ Driehoeksgesprek bevat de Beroepshandelingen en beroepshouding (competenties) van het Regioprofiel van de opleiding. De beroepshandelingen behoren tot de basis (= het programma dat voor iedereen geldt) of tot het keuze-pakket (= specialisme van een bedrijf, verdieping, pluspakket, keuzemogelijkheid). De keuzeberoepshandelingen zijn ingekleurd. Masterplan CGO ZH - Instructie voor de begeleider, 28-9-12 2
Het gesprek In het Startgesprek krijgt de student uitleg en informatie over: de opleiding, de gesprekken die er regelmatig zijn en hoe de student wordt beoordeeld; de rol, taken en verantwoordelijkheden van de student, van de praktijk-/ werkplekbegeleider en van de begeleider van school; hoe de begeleiding is bij het uitvoeren van de BPV-opdrachten (= opdrachten voor in de praktijk); belangrijke procedures, rechten, plichten en regels van de school en het leerbedrijf. Bovendien maken student en begeleiders van school en bedrijf afspraken over de te leren beroepshandelingen en houding: welke beroepshandelingen en competenties de student wanneer en waar gaat leren (in het leerbedrijf, op school of anders, bijvoorbeeld in een praktijkcentrum). Dit wordt ingevuld in de kolom Planning van het formulier. Bij de afronding van het gesprek tekenen alle drie de partijen het laatste blad van het formulier. Zij leggen hiermee de gemaakte afspraken vast. Allen krijgen hiervan een kopie. ZH - 94271 MEI 2 - Planningsformulier Start- en Driehoeksgesprek, 27-8-12 PAGINA 1 VAN 4 Het formulier komt terug in de volgende (Driehoeks) gesprekken. Het Startgesprek biedt alle drie de partijen tevens de gelegenheid de Beroepspraktijkovereenkomst te tekenen.! Voeg aan het formulier de planning voor de eerste 3 á 6 maanden van de school toe. Masterplan CGO ZH - Instructie voor de begeleider, 28-9-12 3
3. Ontwikkelingsgericht opleiden en beoordelen Ontwikkelingsgerichte periode van de opleiding Elke opleiding begint met de zogenoemde ontwikkelingsgerichte periode van de opleiding. Dit is de tijd dat de student bezig is met het zich eigen maken van de beroepshandelingen, kennis en competenties/houding die bij zijn opleiding horen. Grofweg beslaat deze periode driekwart van de opleidingstijd maar per student kan dit verschillend zijn (afhankelijk van wat een student al kan en weet en hoe snel hij zich nieuwe dingen eigen maakt). In de ontwikkelingsgerichte periode wordt de student beoordeeld; hij krijgt daarmee feedback en sturing voor zijn leerproces. Periodiek gemiddeld eens per drie tot zes maanden bespreken student, praktijk-/werkplekbegeleider en docent de achterliggende periode. Zij doen dit waar mogelijk en noodzakelijk in de vorm van een driehoeksgesprek. Ook maken ze in dit gesprek weer een planning voor de volgende opleidingsperiode. Ontwikkelingsgericht beoordelen De tussentijdse (= Ontwikkelingsgerichte) beoordeling heeft plaats aan de hand van het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling. Daarnaast bespreken student, bedrijf en school dan de planning voor de te leren beroepshandelingen en beroepshouding voor de volgende periode. Afspraken hierover komen weer te staan in het Planningsformulier Start-/ Driehoeksgesprek. Het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling bevat de kerntaak Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling in de Verantwoording Ontwikkelingsgericht beoordelen (of kerntaken) en werkprocessen van de opleiding. Per werkproces is (= de laatste pagina s van het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling) beschreven wat de student daarvoor moet weten en kunnen. Daarbij is een onderscheid in drie niveaus gemaakt: A = De student heeft nagenoeg 100% instructie en begeleiding nodig (om te kunnen functioneren). B = De student laat aantoonbaar ontwikkeling zien op het gebied van beroepshandelingen en beroepshouding. C = De student kan benodigde beroepshandelingen uitvoeren en toont de bijbehorende beroepshouding. Wanneer de student begint met de opleiding zal voor de meeste werkprocessen gelden dat hij deze beheerst op niveau A. Gedurende de opleiding zullen de A s veranderen in C s. De student, de begeleider van het bedrijf en de begeleider van school Voorbereiden gesprek vullen het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling in door per werkproces een A, B of C in te vullen. Voor het geven van een oordeel wordt per werkproces de vraag beantwoord in hoeverre de student de werkzaamheden kan verrichten en in welke mate de student de vaardigheden, kennis en beroepshouding/competenties daarvoor beheerst. Daarnaast gaan ze elk voor zichzelf na of alle afspraken uit het Planningsformulier Start-/ Driehoeksgesprek zijn nagekomen. Drie tot zes maanden na de start van de opleiding/stage spreken de Eerste student, de begeleider van het bedrijf en de begeleider van de school Driehoeksgesprek elkaar over de voortgang in de opleiding in het zogenoemde Driehoeksgesprek. Zij kijken terug naar de achterliggende opleidingsperiode en vooruit naar de nieuwe periode. Masterplan CGO ZH - Instructie voor de begeleider, 28-9-12 4
ZH & GO - 94271 MEI 2 - Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling, 27-8-12 PAGINA 3 VAN 5 ZH & GO - 94271 MEI 2 - Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling, 27-8-12 PAGINA 3 VAN 5 In het gesprek komen aan de orde: het verloop van de achterliggende periode en de doorgemaakte ontwikkeling van de student. De student, de begeleider van het bedrijf en de begeleider van school bespreken hun beoordelingen en argumenten daarvoor. Per werkproces komen zij tot een gemeenschappelijk gedragen oordeel. Dit leggen zij vast op het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling; in hoeverre de student de beroepshandelingen en -houding al beheerst en wat de student hiervan gaat leren en waar en wanneer. Dit wordt weer ingevuld op het Planningsformulier Start-/Driehoeksgesprek. Het tweede Driehoeksgesprek heeft dezelfde opbouw als het eerste Tweede gesprek en heeft plaats drie tot zes maanden na het vorige gesprek. Driehoeksgesprek Indien de begeleider van school niet aanwezig kan zijn, vullen de student en begeleider van het bedrijf samen de formulieren in. De begeleider van het bedrijf communiceert dit met de begeleider van de school. Masterplan CGO ZH - Instructie voor de begeleider, 28-9-12 5
4. Overgang naar de kwalificerende periode In het derde Driehoeksgesprek staat de vraag centraal of de student Derde de vaardigheden, kennis beroepshouding/competenties in die mate Driehoeksgesprek beheerst dat hij de kerntaak ( of kerntaken) en werkprocessen op eindniveau kan uitvoeren (= niveau C op het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling). Bij dit gesprek zijn altijd de student, de begeleider van het bedrijf en de begeleider van school aanwezig. Binnen het Masterplan gelden op alle ROC s in dezelfde Toelating tot de afspraken voor de overgang van ontwikkelingsgericht opleiden en kwalificerende periode beoordelen naar het kwalificerend beoordelen. Voor deze overgang geldt het volgende: de student beheerst de beroepshandelingen, kennis en houding/competenties in die mate dat hij de kerntaak of kerntaken met bijbehorende werkprocessen op eindniveau kan uitvoeren. De criteria hiervoor zijn beschreven in kolom C van de Verantwoording Ontwikkelingsgericht beoordelen; de student beheerst de beroepshandelingen en -houding uit het Planningsformulier Start-/Driehoeksgesprek, dat wil zeggen dat alle beroepshandelingen en houdingsaspecten in voldoende mate zijn uitgevoerd/afgevinkt; de student heeft in principe de theorie van het beroepsgerichte deel van de opleiding met een voldoende afgerond 1 ; de student heeft voldaan aan de aanvullende toelatingseisen uit de examendocumenten van de school, bijvoorbeeld ten aanzien van rekenen en/of Nederlandse taal. Als voorbereiding op het gesprek vullen alle drie de partijen de laatste kolom van het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling in. Gesprek Tevens gaat ieder voor zichzelf na of de student de beroepshandelingen en -houding beheerst. Na afronding van het gesprek zorgt de begeleider van school ervoor dat het Formulier Ontwikkelingsgerichte beoordeling en het Planningsformulier Start-/Driehoeksgesprek in het dossier van de student komen. De ROC-examencommissie dient de toelating tot de Kwalificerende periode te accorderen. 1 Er kunnen vanwege planning van een Proeve van Bekwaamheid (PvB) in de praktijk redenen zijn dat een student met de PvB begint voordat alle theorie is afgerond. De theorie die specifiek voor de Proeve geldt, dient met een voldoende te zijn afgerond. Masterplan CGO ZH - Instructie voor de begeleider, 28-9-12 6