DE LIEFDE EN DE DOOD
DE LIEFDE EN DE DOOD Lichte gedachten voor een donkere tijd Wim Jansen NARRATIO
NUR 711 Pastoraat ISBN 90 5263 319 3 2003 uitgeverij NARRATIO, Postbus 1006, 4200 CA Gorinchem tel. (0183) 62 81 88 fax (0183) 64 04 96 Bestellijn@narratio.nl Actuele informatie is te vinden op www.narratio.nl Omslagontwerp en illustratie: Christian van den Herik Niets uit deze uitgave mag verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, cd-luisterboek, internet, digitale bestanden of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De boeken zijn te bestellen via de boekhandel en internetboekhandel www.kerkboek.nl In België verkrijgbaar bij Liprobo, Mechelen tel: (015) 41 17 07
INHOUD OPDRACHT EN MOTTO 7 VOORWOORD 9 Een lente later INLEIDING 11 Hoofdstuk 1: MYSTERIE 13 Die allerlaatste ademtocht De stilte van de sneeuw Een verdrietig geluksgevoel Levenslust en doodsverlangen Hoofdstuk 2: EMOTIES 19 Achter glas Verdriet Woede Schuldgevoelens De emoties voorbij Hoofdstuk 3: BESTEMMING 25 De weg van al wat leeft Als gras en dieren De kringloop van het leven Ars Moriëndi Bevrijding van angst Goede Dood? Te jong en God? Hoofdstuk 4: PERSPECTIEF 35 Bescheidenheid Ik kan er niet omheen In de levensbron alleen Van andere orde Verrijzenis en verschijnen Perspectief in andere godsdiensten Toebehoren aan
Hoofdstuk 5: INNERLIJK PROCES 43 Nooit meer hetzelfde Het Thebe in jezelf Kern Onthechten Contemplatie Doe door niet te doen Hoofdstuk 6: HEIMWEE Herinnering aan mijn vaders dood Vreemdeling Verstilling Rust Zuiverheid Verlangen naar God Geliefde Twee verhalen van verlangen Hoofdstuk 7: NABESTAAN 61 Nabestaan: een werkwoord Een nieuwe opdracht Ruimte voor rituelen Herdenkingsrituelen Kerkelijke rituelen Postume brief Selectie van pareltjes Mijn moeders handen Als zonlicht om de bloemen De Trooster Ik weet je ergens
Opgedragen aan mijn moeder, Maatje Riemens: 31 mei 1915 4 juni 2002 Motto: Ik overdacht mijn zorgen en de wereld en alle keren dat ik wakker lag. Ik besloot: Wat een mooie dag Wat een mooi dag voor de dood. (Blöf - van het album Blauwe ruis )
VOORWOORD Maanden later Dit is de tijd waarin zich het gemis doet voelen. Je hand tast in het donker naarst je om die andere hand te voelen, die er altijd was. Steeds zie je voor je het vertrouwde gezicht, dat je zo graag nog eens zou kussen. Uit de levende herinnering probeer je de stem op te roepen, die jou bij je naam noemde. Maar je hand tast in de leegte, het gezicht komt alleen in dromen nog nabij en de stem sterft weg, verder en verder. Dit is de tijd waarin zich het gemis doet voelen. Vlak na het overlijden was er nog de roes, de drukte van allerlei regeldingen, de warmte van meelevende vrienden en familie, de krachtige herinnering die je een gevoel van nabijheid gaf, maar nu zoveel maanden later is dat alles weggevallen en verdwaal je elke dag even in die lege plek. En je kunt je niet voorstellen dat hij of zij er niet meer is, dat het echt voorbij is, dat iemand, die zo vanzelfsprekend deel uitmaakte van je leven, nooit meer terugkomt. Nu pas lijk je de pijn echt te voelen. En nu, meer dan toen, komen ook de vragen. Dit is de tijd waarin zich het gemis doet voelen. En ook als het je oude moeder was, na een voltooid leven, of je geliefde na een huwelijk van zestig jaar, schrijnt het gemis. Misschien valt het niet zo zwaar je met het sterven van een oudere te verzoenen, maar juist zij die jou je leven lang vergezellen, laten een grote leegte achter. En zeker, de verslagenheid is groter naarmate iemand jonger overlijdt, maar dat hoeft niet te gelden voor het besef van het gemis nadien. Elk gemis heeft zijn eigen recht. Misschien is het nu dan ook de tijd om het een plaats te geven: De rouw, de leegte, de dood zelf.
Tijd om het nog maar eens uit te schreeuwen, opnieuw te huilen, kwaad te zijn. Tijd om een nieuw evenwicht te vinden, want je moet verder. Tijd om de geliefde nu echt los te laten en zelf los te komen. Tijd ook om oog te krijgen voor de lichte kanten van het proces waarin je leven zich bevindt. Lichte gedachten zijn het die ik in dit boekje wil meegeven aan hen, die maanden, misschien jaren nadat zij een geliefde verloren aan de dood leven in de donkere tijd van het gemis. Wim Jansen, Vlissingen, 2003
Een lente later En alles gaat maar door in deze mei: meidoorn, kastanjeboom en fluitenkruid in bloei, geluidloze ontploffingen van groen en zwaar beladen kruinen waaruit een merel fluit. Dit alles gaat maar door in weer een mei alsof jij er nog bent.
INLEIDING Hoezo mooie dag? Valt er op lichte wijze te schrijven over de dood? Zal een poging daartoe niet uitmonden in een geforceerd wees-blijgedoe, dat geen recht doet aan de werkelijkheid van pijn en verlies? Het liedje van Blöf wordt gekenmerkt door een positieve benadering van de dood, die lijkt te worden aangekondigd in een zorgeloze lentesfeer: Ik overdacht mijn zorgen en de wereld En alle keren dat ik wakker lag Ik besloot: Wat een mooie dag Wat een mooie dag Voor de dood. Er klinkt ook in door dat het gaat om een beslissing. Vermoedelijk is er sprake van iemand, die in uitzichtloos lijden besluit dat het genoeg is geweest en ervoor kiest om die dag in te slapen. De dood als bevrijding. In die zin zou je nog kunnen spreken van gepaste vrolijkheid. Maar dat kan toch niet altijd? Hoe kun je spreken van een mooie dag als een kind verongelukt, een jonge moeder aan kanker overlijdt, een vader die niet gemist kan worden uit zijn gezin wordt weggerukt? en ook als het een oude opa of oma betreft valt het afscheid toch altijd zwaar Laten we dan ook eerst recht doen aan het bittere van de dood. Je kunt er niet vrolijk over spreken als je niet eerst hebt gehuild, gevloekt misschien. Je kunt er niets moois in ontdekken als je niet eerst het gemis tot in het diepst van je vezels hebt toegelaten. Om iets van licht te kunnen ontwaren moeten we eerst door het totale donkere heen. Maar dat donker is niet het laatste. Ik bedoel nu niet meteen te spreken over leven na de dood. Wat ik wil laten zien is dat sterven bij het leven hoort, dat er zoiets bestaat als verzoening met sterven, ongeacht je geloofsovertuiging. Dat er goede
vruchten kunnen voortkomen uit een gebeuren, dat aanvankelijk alleen als zinloos en absurd ervaren wordt. In het Boeddhisme is de dood een meer geïntegreerd deel van het leven dan bij ons. Daarin bestaat naast het rouwen ook het vieren van de dood, waarbij een feestelijke entourage niet geschuwd wordt. Men leert de dood aanvaarden als wezenlijk onderdeel van het leven en van zichzelf. Ook in de andere godsdiensten zijn kiemen en elementen aanwezig die ons, wat betreft het omgaan met de dood, in een ander, misschien zonniger klimaat kunnen plaatsen dan wij doorgaans gewend zijn. Vanuit het recht van verdriet wil ik de ándere kant laten zien van de dood: de vrolijke noot, het waardige en vredige, het perspectief, de rust en het licht. En in het bijzonder de liefde.
MyS TERIE
Die allerlaatste ademtocht Hoe kun je lichte gedachten koesteren over de dood als je niet eerst het leven hebt omhelsd? Hoe kun je eerbied voor het mysterie van de dood opbrengen als je niet eerst je verwonderd hebt over de gave van het leven? Het leven is niet vanzelfsprekend. Het leven is een gave laat zich aflezen uit twee wonderlijke verschijnselen: De hartslag en het ademen. Beide kun je niet zelf doen. Je hart klopt zonder dat jij het kunt mobiliseren. Zoals ook het ademen iets is dat in jou gebeurt. Niet jij ademt, maar er wordt in jou geademd. Je kunt er niet over beschikken. Het behoort tot de levenskunst om je ademhaling te láten gebeuren. Geheimzinnig: ooit werd die ademhaling in babygekrijs op gang gebracht. En één keer was er die laatste ademtocht. Het roept grote verwondering op: Wie of wat bepaalt dat juist die ene ademtocht de allerlaatste is? Die dag, die nacht, waren er op de hele wereld mensen, wachtend op de laatste adem. Die grote wereldbol wentelt maar door, met op zijn huid het gekrioel van de miljarden, en voor enkele duizenden individuen houdt die dag, die nacht, hún wereld op te bestaan. Dat gaat altijd zo door, dag aan dag, en je vindt alles normaal. Maar toen was het die ene mens, jouw mens