Aufbauanleitung Rennrad I. De transportverpakking uitpakken 4 II. Het voorwiel voorbereiden 4 III. Het voorwiel monteren 5 IV. Het voorwiel in de vork vastzetten 7 V. Stuur afstellen 7 VI. Het zadel monteren 8 VII. De pedalen monteren 8 VIII. Testrit 9 IX. Onderhoudsrichtlijnen 10 2
Geachte klant, Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe mountainbike. Met behulp van deze montagehandleiding kunt u uw mountainbike thuis in enkele stappen rijklaar maken. Alle noodzakelijke montagewerkzaamheden en afstellingen zoals de afstelling van schakelapparaat en remmen zijn al door onze monteurs uitgevoerd. Let op: Lees de respectieve gebruiksaanwijzing van de fabrikant om meer te weten te komen over de algemene richtlijnen en technische bijzonderheden betreffende uw fiets. U moet alleen nog het voorwiel inbouwen en het zadel en de pedalen monteren. De gereedschappen die voor de montage benodigd zijn, zijn meegeleverd. 3
I. De transportverpakking uitpakken Open de speciale kartonnen verpakking en verwijder de rechthoekige kartonnen transportbeveiliging van het achterwiel Neem vervolgens het voorwiel, zadel en dan het frame met ingebouwd achterwiel eruit Neem het pakket met toebehoren eruit (afb. 1) D A B C Afb. 2 snelspanner Zet de borgmoer (B) van de snelspanner los en verwijder de spiraalveer (C) Steek het draadeinde van de snelspanner met de spiraalveer (D) in de naafas (afb. 3 en 4) Afb. 1 II. Het voorwiel voorbereiden eruit Verwijder de beide plastic doppen van de wielnaaf Open het pakket met toebehoren en neem de snelspanner Afb. 3 Afb. 4 Steek aan de andere kant de tweede spiraalveer (C) terug op het draadeinde van de snelspanner en schroef de borgmoer (B) er licht op 4
III. Het voorwiel monteren Nadat u het voorwiel klaargemaakt hebt om in de voorvork te monteren, gaat u als volgt te werk, afhankelijk van het type remmen: Belangrijk: Laat u door een tweede persoon bijstaan bij het monteren van het voorwiel of gebruik een montagestandaard. Verwijder vervolgens de plastic transportbescherming van de vorkopeningen (afb. 5) Afb. 6 Afb. 7 Sluit de snelspanner van de voorwielnaaf meer hierover leest u onder punt IV Sluit na de inbouw van het wiel de remhefboom van de zijtrekrem terug, zodat deze naar onderen wijst (afb. 7) Afb. 5 transportbescherming vork verwijderen a.) Wiel met calliper velgremmen Til de fiets met een hand bij de stuurpen op Open de remhefboom, zodat deze naar boven wijst (afb. 6) Bouw het voorwiel in de rijrichting in Belangrijk: Let erop dat u bij de inbouw van het voorwiel de vorkuiteinden volledig over de naafas schuift! Let op: Controleer of het voorwiel goed ronddraait. Als het voorwiel niet ronddraait of de rem duidelijk sleept, is het voorwiel niet correct ingebouwd! 5
b.) Wiel met cantilever-remmen Til de cyclocrossfiets met een hand bij de stuurpen op Bouw het voorwiel in de rijrichting in Sluit de snelspanner van de voorwielnaaf meer hierover leest u onder punt IV Belangrijk: Let erop dat u bij de inbouw van het voorwiel de vorkuiteinden volledig over de naafas schuift! Haak nu de cantilever-rem vast. Knijp de beide rembeugels met een hand samen zodat de beide remblokken vlak tegen de velgrand liggen (afb. 8). Trek nu met de andere hand de kabel in de richting van de rechter remarm, zodat u de kabelnippel in de remarm kunt inhaken (afb. 9) Afb. 8 Afb. 9 Let op: Controleer of het voorwiel goed ronddraait. Als het voorwiel niet ronddraait of de rem duidelijk sleept, is het voorwiel niet correct ingebouwd! 6
IV. Het voorwiel in de vork vastzetten V. Stuur afstellen Sluit de snelspanner, draai de hendel 180 om (afb. 10 en 11) Gebruik het meegeleverde multifunctionele werktuig Kies de passende inbussleutel om de bouten van de stuurpen los te zetten (afb. 12) Zodra u uw stuur correct hebt ingesteld, zet u de bouten aan de voorzijde van de stuurpen kruisgewijs vast Stel het stuur af volgens uw wensen Let daarbij altijd op de centrale positie van het stuur ten opzichte van de stuurpen (afb. 13) Afb. 10 Afb. 11 Let op: Als de snelspanner correct gesloten is, moet aan de andere zijde van de hefboom altijd Close te lezen zijn! Let op: De weerstand bij het sluiten van de snelspanner (A) moet na ongeveer de helft van de beweging duidelijk toenemen. In voorkomend geval moet u de voorspanning met behulp van de borgmoer (B) aan de andere kant van de naaf verhogen! (zie pagina 2, afb. 2) Afb. 12 Afb. 13 Let op: Let daarbij op dat u alle stuurpenbouten gelijkmatig aanhaalt. De speling van de stuurpen moet aan beide kanten identiek zijn. Zo niet bestaat het gevaar op ernstige materiaalschade aan het stuur! 7
VI. Het zadel monteren VII. De pedalen monteren Gebruik het meegeleverde multifunctionele werktuig Steek de zadelpen in de zadelbuis en stel de gewenste hoogte in (afb. 14) Als de pedalen zijn meegeleverd, neemt u beide uit de verpakking Neem het rechter pedaal en schroef het in de richting van de wijzers van de klok aan de rechter pedaalarm vast (afb. 16) Schroef op dezelfde wijze het linker pedaal tegen de richting van de wijzers van de klok in aan de linker pedaalarm Zet de beide pedalen met een steeksleutel van 15mm goed vast en controleer na enkele kilometer of de pedalen correct en goed vast zitten (afb. 17) Afb. 14 Afb. 15 Let op: Let bij de afstelling van de zadelhoogte erop dat de maximale extensie van de zadelpen niet mag worden overschreden! Als u die niet hanteert, kan dit tot ernstige materiaalschade en ongevallen leiden.(afb. 15) Afb. 16 Rechter pedaal aan rechter pedaalarm vastmaken Afb. 17 Rechter pedaal met de richting van de wijzers van de klok mee vastzetten Belangrijk: De rechter pedaalarm bevindt zich steeds aan de kant van de ketting! 8
Let op: Het niet naleven van de pedaalmarkering en het geforceerd monteren van het verkeerde pedaal leidt onvermijdelijk tot een kapotte schroefdraad! VIII. Testrit Uw nieuwe is nu rijklaar en u moet onmiddellijk een testrit maken. (afb. 18) Belangrijk: Voor uw veiligheid raden we u aan om uw fiets na ca. 100 kilometer te laten nakijken. Fietsen kunnen zonder inrijperiode vaak niet correct worden afgesteld. Mechanische componenten zoals remmen, schakelapparaat en lagers moeten na enige tijd nog eens nagekeken en afgesteld worden. Een eerste controle door een vakman is de beste garantie voor een maximale levensduur van uw fiets en onverminderd rijplezier. Belangrijk: Noteer altijd uw framenummer! Het framenummer bevindt zich meestal naast de trapas. Afhankelijk van de fabrikant kan deze positie echter variëren (zitbuis, stuurpen). U noteert best het framenummer op uw factuur. Let op: Fietsen zoals en zonder verlichting voldoen vaak niet aan het verkeersreglement. Let erop dat het gebruik van deze vrijetijdsmiddelen op de openbare weg dan ook niet toegelaten is. Let op: Lees de gebruiksaanwijzing van de respectieve fabrikant om meer te weten te komen over de algemene richtlijnen en technische bijzonderheden betreffende uw fiets. Afb. 18 Belangrijk: Controleer alle relevante schroefverbindingen en snelspanners op uw vooraleer u begint te rijden. 9
IX. Onderhoudsrichtlijnen Let op: De eerste inspectie moet na ongeveer 100 km of zes weken worden uitgevoerd. Hierbij moeten vooral de kabels afgesteld en schroeven geïnspecteerd worden. Belangrijk: Inspecties moeten regelmatig uitgevoerd worden: na 100 km of zes weken, na 500 km of 6 maanden, na 1000 km of een jaar, na 2000 km of 2 jaar en daarna eenmaal per jaar. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe fiets! 10
Ruimte voor notities: 11