ELO opdrachten les 11 1.Op herhaling: groepen zelfstandige naamwoorden In deze les wordt de volledige verbuiging van het zelfstandige naamwoord van Groep 3 behandeld. Weet je nog welke woorden bij een bepaalde groep horen? a. Tot groep 1 behoren woorden die uitgaan op.. b. Tot groep 2 behoren woorden die uitgaan op.en op.. c. Tot groep 3 behoren woorden 2. herkennen woorden van Groep 3 Bekijk de woordenlijst van Tekst 11a. Hoeveel woorden van groep 3 zijn erin opgenomen? 3. Verbuiging woorden Groep 3 Ken je het rijtje van groep 3 al? Vul onderstaand rijtje aan. Enkelvoud Meervoud Nom. rex Gen. Dat. Acc. Abl. 4. Woorden Groep 3 Je hebt in de voorgaande lessen al heel wat woorden van groep 3 geleerd. Ken je ze nog? Zet den nominativus meervoud en de betekenis van het woord erachter. Nom. Mv. Betekenis a. corpus... b. soror... c. sacerdos... d. urbs... e. senex... f. genus... g. coniunx... h. scelus... 5. Groep 3! a. Onderstreep in de onderstaande reeks de zelfstandige naamwoord van groep 3. ducis clamore bellis iussum errori formam hosti amore b. Hoeveel woorden heb je onderstreept? 6. -es? De uitgang es kom je tegen bij werkwoorden (praesens, 2 e persoon enkelvoud van de e-
stammen) én bij zelfstandige naamwoorden van groep 3 (nom/acc meervoud). Het is dus van belang snel woordsoorten te kunnen onderscheiden. Onderstreep in de reeks hieronder de zelfstandige naamwoorden: iubes patres mones duces naves gaudes deles clamores reges 9. um? Een woordeinde op um kom je bij meer woordsoorten tegen! Bij deze zelfstandige naamwoorden van groep 3 duidt de uitgang um de genitivus meervoud aan. Onderstreep de woorden in de genitivus meervoud. Het zijn er vier. conubium clamorum scelerum bellum verbum matrum num ducum tantum possum 10. Plaats hoofd- en bijzin a. Bekijk Tekst 11a. en schrijf de woorden op die een bijzin inleiden. Zet het regelnummer erachter..................... b. Geef daarna de plaats van de bijzin ten opzichte van de hoofdzin aan (voor, achter, tussen). 1. In regel 1 staat de bijzin de hoofdzin. 2. In regel 3-4 staat de bijzin de hoofdzin. 3. In regel 7 staat de bijzin de hoofdzin. 4. In regel 10 staat de bijzin de hoofdzin. 5. In regel 15-16 staat de bijzin de hoofdzin. 11. Fouten in de vertaling van tekst 11.a De eerste 5 zinnen van tekst 11.a. zijn hieronder vertaald. Echter in elke zin zit minstens één fout. Kun jij ze vinden? Leg telkens uit waarom het fout is. 1. Dido valde dolebat, postquam Troiani navibus oram religuerunt. Dido was erg verdrietig nadat de schepen van de Trojaan de kust hadden verlaten. 2. Nocte dormire non poterat, luce per urbem errabat et munera neglegebat. s Nachts kan ze niet slapen, overdag zwerft ze door de steden en verwaarloost haar taak. 4. Postremo, quod nihil irma et dolorem sedare (bedaren) poterat, Dido mori (sterven) cupiebat. Tenslotte kon niets haar toorn en verdriet bedaren, omdat Dido verlangde te sterven. 3. Clam rogum sub caelo erexit. Heimelijk richtte ze een brandstapel op tot aan de hemel.
4. Ibi posuit vestes, gladium, effigiem Aeneae et lectum, in quo multas noctes dormiverant. Daarop plaatste ze kleren, een zwaard, een portret van Aeneas en het bed, waarin ze veel nachten sliepen. 12. Vragen bij tekst 11 a a. Wat wil Dido aangeven met het plaatsen van zwaard, kleding en portret van Aeneas op de brandstapel? b. Hoe is de toon van Dido s woorden regel 11 en 12? Omcirkel je keuze. verdriet teleurstelling woede schaamte c. Welke twee woorden in het vervolg van de tekst bevestigen je keuze? Citeer: 13. Tegenstellingen Hieronder zijn zeven woorden uit Tekst 11.A. opgenomen. Vul op de lijntjes het Latijnse woord met een tegengestelde betekenis in en vul daarachter in wat beide woorden betekenen. Latijn Tegenstelling Betekenis Latijnse woord Betekenis Nederlandse woord caelum anima poena nepos lux postremo neglegere 14. Voegwoorden In het fabeltje hieronder zijn de voegwoorden verdwenen. a. Maak het verhaaltje weer compleet door voegwoorden te gebruiken. Geef ook aan wat de moraal/wijze les van deze fabel is. Schatgraven Een oude boer lag op sterven...hij wilde dat zijn zonen zijn vak leerden, riep hij hen bij zich en zei: Beste jongens, weldra zal ik er niet meer zijn. Jullie moeten dan weten dat alles wat er is, in de wijngaard ligt...hij was gestorven, gingen de zonen meteen naar de wijngaard. Ze grepen schoppen en houwelen..gingen aan de slag...de zon fel
scheen, stopten ze toch niet met werken,..ze de hele wijngaard hadden omgespit. Ze vonden niets,..ze hadden de grond heel goed bewerkt voor de wijnstokken,..deze een geweldige oogst opbrachten en hen rijk maakten. b. Moraal/wijze les:........................ 15. Vragen bij Tekst 11.B. a. Hoe reageert Dido in regel 8-9 op de woorden van Aeneas? b. Wat doet Dido in regel 10?.............. c. Wat vraagt Aeneas aan Dido in regel 11?. d. Welk antwoord krijgt Aeneas op zijn vraag?.......... e. Dido was bang dat haar verliefdheid de schim van Sychaeus zou kwetsen. Kreeg ze gelijk?.., want. 16. Samengestelde woorden Veel werkwoorden zijn niet alleen in het Latijn- samengesteld uit bijvoorbeeld een voorzetsel en een werkwoord. Vertaal onderstaande woorden. a. recipere e. exclamare b. decipere f. exspectare c. excipere g. redire d. accipere h. reddere 17. Dood en begrafenis Dido maakte zelf een einde aan haar leven toen Aeneas haar verlaten had. In de oudheid keek men daar anders tegenaan dan in onze tijd. Zelfdoding was bij de Romeinen geaccepteerd. Men had er zelfs bewondering voor. In het onderstaande verhaaltje lees je hoe de Romeinen met hun doden omgingen. Het spookhuis Een zekere Gaius Mucius probeerde op een avond rustig wat te lezen, maar hij kon zijn aandacht er niet bijhouden. Steeds gingen zijn gedachten terug naar wat hij de laatste weken had meegemaakt. Zijn vrouw Caecilia was na een lang ziekbed gestorven. Hij had haar ogen gesloten en daarna hadden de slavinnen haar lichaam gewassen en gezalfd. Ze hadden haar mooi aangekleed en haar gezicht opgemaakt. Ook hadden ze een muntje onder haar tong gelegd. Wanneer haar schim dan in de onderwereld aankwam bij de rivier de Styx, kon ze daarmee in ieder geval de veerman Charon betalen om haar over te zetten. Een schim die de veerman niet kon betalen, moest duizend jaar bij de Styx ronddolen. Dat was geen pretje! Toen hadden de slavinnen haar in huis opgebaard. Familieleden waakten bij de dode. Ze zongen klaagliederen en brandden wierook en dennentakjes tegen de lijk geur. Hij had
kosten noch moeite gespaard: hij had muzikanten ingehuurd om de klaagliederen te begeleiden en daarnaast nog beroepsklaagsters, vrouwen die tegen betaling luid klagend hun haren uittrokken en op hun borst sloegen als teken van rouw. Geen moment was zijn Caecilia alleen geweest. Na zes dagen waren ze in processie naar de Via Appia buiten de stad gegaan. Daar was een brandstapel opgericht, waar de baar met het lijk werd verbrand. Hij had lang nagedacht wat hij Caecilia mee wilde geven voor haar nieuwe leven in de onderwereld. Ten slotte had hij al haar kleren en juwelen mee laten verbranden. Daaraan zou ze dan tenminste geen gebrek hebben. Haar as was in een urn geplaatst. Daarna had hij de familieleden thuis een goede maaltijd aangeboden. Elk jaar zouden ze op de sterfdag weer voor een dodenmaaltijd bij Cacilia s graf bij elkaar komen. Hij wist het zeker: Caecilia zou zich daarop nu al verheugen. Niet te geloven dat dat allemaal pas een week geleden was gebeurd. Plotseling schok Gaius uit zijn mijmeringen op: hij hoorde weer voetstappen boven zijn hoofd. De hele week al was er iemand boven zijn hoofd aan het spoken. Hij stond op en doorzocht het huis, maar hij vond ook deze keer niets. Opeens verscheen de schim van zijn vrouw voor hem. Ze was woedend: Wat ben je toch een sukkel, zei ze, ik loop al de hele week mank: je hebt maar één gouden schoen mee verbrand en nu zoek ik de andere. Even plotseling als ze was gekomen, was ze ook weer verdwenen. Gaius stond op en ging meteen zoeken. En jawel! Onder een kist vond hij één gouden schoen. Hij verbrandde die alsnog en sindsdien liet de schim hem met rust. a. Bekijk de afbeelding hieronder. Wie herken je van links naar rechts? b. Waarom was het belangrijk dat de Romeinen de begrafenisrituelen goed uitvoerden? c. Begroeven of cremeerden de Romeinen hun doden meestal? d. Geloofden Romeinen in een leven na de dood? Leg uit! e. Op welke manier had Gaius Mucius ervoor gezorgd dat et zijn vrouw tijdens de wake aan niets zou ontbreken?