Toespraak van viceminister-president en Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand Geert BOURGEOIS Twintig jaar Monumentenwacht Vlaanderen Brussel, 12 april 2011 Mevrouw en heren gedeputeerden, Mijnheer de voorzitter van Monumentenwacht Vlaanderen, Mevrouw de erevoorzitter van Monumentenwacht Vlaanderen, Geachte leden van de raad van bestuur en algemene vergadering van Monumentenwacht Vlaanderen, Geachte directeurs van de provinciale Monumentenwachtverenigingen, Geachte genodigden, Dames en heren, Zes maanden voor de stichtingsdag voor de twintigste keer verjaart, vieren we vandaag het vierde lustrum van de vzw Monumentenwacht Vlaanderen. Bij een verjaardag horen felicitaties. Daar wil ik dan ook mee beginnen. 1
Felicitaties en tegelijk heel veel dank zijn er in de eerste plaats voor de vaders en moeders van Monumentenwacht Vlaanderen. Het was op initiatief van de Koning Boudewijnstichting, de Vereniging van Vlaamse Provincies en de Stichting Monumenten- en Landschapszorg dat op 12 september 1991 Monumentenwacht Vlaanderen is opgericht. Financiële steun van de Vlaamse overheid, de Nationale Loterij en de Henry Ford European Conservation Awards heeft dat mee mogelijk gemaakt. Inspiratie voor de oprichting kwam er uit Nederland, waar al in de jaren 1970 een landelijke federatie van provinciale monumentenwachten vorm had gekregen. De Vlaamse overheid steunde het initiatief omdat het paste in haar beleid voor de bevordering van een goed beheer van monumenten. Door regelmatig onderhoud kan het bouwkundig erfgoed immers langer standhouden en is er minder restauratie nodig. Met de oprichting van de vzw Monumentenwacht kreeg Vlaanderen een slagkrachtig instrument om die beleidsdoelstelling waar te maken. Monumentenwacht draagt daaraan bij door bouwinspecties uit te voeren, toestandsrapporten op te maken, kleine noodherstellingen te doen en advies op maat te geven. Naast de initiatiefnemers wil ik alle voormalige en huidige bestuurders en medewerkers van de vereniging van harte feliciteren en oprecht danken voor hun inzet. Sta mij toe van deze gelegenheid gebruik te maken om hulde te brengen aan drie pioniers, drie mensen die er vandaag helaas niet bij kunnen zijn, omdat zij ons al te vroeg ontvallen zijn, twee van hen zelfs op erg jonge leeftijd. 2
Ik breng hulde aan Herman Stynen, die als adviseur bij de Koning Boudewijnstichting projecten in de domeinen leefomgeving en cultureel en bouwkundig erfgoed begeleidde en als dusdanig actief betrokken was bij de oprichting van Monumentenwacht Vlaanderen. Van hem kwam het idee voor een monumentenhuis, dat zijn realisatie kreeg in het Erfgoedhuis Den Wolsack in Antwerpen. De opening maakte hij niet meer mee, want Herman Stynen overleed in 1999 op amper 48-jarige leeftijd. Ik breng hulde aan Stef Binst, die ons op 11 juli 2009 onverwacht heeft verlaten. Ook hij was nog geen 50 jaar. Als eerste algemeen coördinator van Monumentenwacht Vlaanderen, van bij de stichting tot 1998, legde hij de fundamenten van een kwaliteitsvolle dienstverlening op het terrein, en bouwde hij die in al haar aspecten verder uit. Ten slotte breng ik hulde aan de eerste voorzitter, Sieg Vlaeminck. Als socioloog en stedenbouwkundige stond hij jarenlang op de bres voor ruimtelijke woonkwaliteit in Vlaanderen. In De Standaard en in vaktijdschriften schreef hij geregeld vurige pleidooien voor actieve stadsvernieuwing en monumenten- en landschapszorg. Sieg Vlaeminck, die tot 1995 de vzw voorzat, is op 16 februari in zijn 79ste levensjaar overleden. Deze drie erfgoedzorgers speelden een cruciale rol in het ontstaan en de uitbouw van Monumentenwacht Vlaanderen. Zij schreven de eerste hoofdstukken van wat onmiskenbaar een succesverhaal is geworden. Vlaanderen is hen dank verschuldigd. Die dank wil ik hier betuigen. 3
Dames en heren, Monumentenwacht Vlaanderen is opgericht om door inspecties van het exterieur de instandhouding te bevorderen van ons bouwkundig erfgoed, zowel beschermde als waardevolle niet beschermde gebouwen. Aangezien ons gebouwenpatrimonium over heel Vlaanderen verspreid is, kon een werking dicht bij het veld enkel voordelen hebben. Daarom is in elke provincie een Monumentenwachtvereniging opgericht. Dat gebeurde in de loop van 1992, behalve in Brabant (dat toen nog niet gesplitst was), waar de vereniging eind juni 1993 is opgericht. Sinds de oprichting hebben de provinciebesturen een belangrijke, zelfs essentiële financiële en organisatorische inbreng in de monumentenwachtverenigingen. Voor die inspanningen wil ik de provinciebesturen oprecht danken. Dames en heren, Uit de vijf kleine provinciale verenigingen en een koepel met twee monumentenwachters per provincie, is de voorbije twintig jaar een heuse KMO gegroeid, met 69 vaste medewerkers. 4
De personeelstoename ging hand in hand met een geleidelijke uitbreiding van het actieterrein. De 35 bouwkundige monumentenwachters die zich toeleggen op het exterieur, kregen er gaandeweg andersgespecialiseerde collega s bij. Als eerste in Europa breidden de Monumentenwachtverenigingen in Limburg en Oost-Vlaanderen sinds 1997 de dienstverlening uit met een afdeling interieur. Vandaag zijn er tien interieurwachters in de vijf provincies. Gelet op onder meer het toenemende belang en de toenemende zorg voor klimaatbeheersing en isolatie, zijn zij veel gevraagde en gewaardeerde adviseurs van eigenaars en beheerders. Bij de verbreding van de erfgoedzorg van de Vlaamse overheid tot het varend erfgoed, kreeg Monumentenwacht de opdracht ook zijn actieterrein tot die sector uit te breiden. In 2008 traden twee varend erfgoedwachters in dienst. Naast reguliere inspecties, doen zij gespecialiseerde metingen en geven ze vakkundig advies voor de preventieve conservering van dit waardevolle erfgoed. Intussen zijn er 33 abonnees en 48 aangesloten vaartuigen. De voorbije twee jaar is in het kader van een proefproject de Monumentenwacht Archeologie uitgebouwd. Nele Goeminne, die de dienst zopas heeft voorgesteld, levert belangrijk pionierswerk in een context waar behoud in situ nog in de kinderschoenen staat. Nadat ik meteen na mijn aantreden als minister van Onroerend Erfgoed het initiatief heb genomen voor de ratificatie van het 5
Verdrag van La Valletta, maak ik nu, met het nieuwe Onroerenderfgoeddecreet, werk van de implementatie ervan. Daardoor zal in de archeologische erfgoedzorg een grote nadruk komen te liggen op het behoud en beheer van archeologische sites. Ik heb besloten het proefproject Monumentenwacht archeologie te verlengen en de expertise die hiervoor vereist is, verder uit te bouwen. Op termijn moet dit leiden tot een structurele werking die volwaardig deel uitmaakt van Monumentenwacht Vlaanderen. Dames en heren, Monumentenwacht Vlaanderen heeft de voorbije twintig jaar, met zijn tienduizenden inspecties, toestandsrapporten en adviezen, substantieel bijgedragen aan de instandhouding van ons onroerend erfgoed. De vzw is niet meer weg te denken uit onze erfgoedzorg. Met 5.700 aangesloten gebouwen en 48 aangesloten vaartuigen, is ze de Vlaanderenbrede preferentiële partner voor preventieve erfgoedzorg. Omdat ze met eigenaars en beheerders van monumenten om de tafel gaat zitten, is ze bovendien een graag geziene partner. Bijna een jaar geleden hebben mijn medewerkers zelf de kennis en de vaardigheid van de vereniging kunnen ervaren, en wel bij het gezamenlijk offensief van alle 47 monumentenwachters en drie adviseurs bij de inspectie van de oorlogsrelicten in de Westhoek. Door de opmaak van de toestandsrapporten is toen de basis gelegd van een omvattende beheersvisie voor oorlogsrelicten. Parallel 6
daaraan publiceerde mijn administratie een handleiding over het Omgaan met oorlogserfgoed. Maar het is niet bij inspectie en advisering gebleven. Mevrouw Nadia Pelckmans sprak daarnet over de Meerjarenonderhoudsplannen met kostenraming. Het is een aanvullende dienstverlening die Monumentenwacht Vlaanderen in opdracht van de Vlaamse overheid op het getouw zette. Ik vind het een bijzonder waardevol project met een groot potentieel, dat eigenaars en beheerders in sterke mate ondersteunt in hun vaak moeilijke beheersopdracht. Dames en heren, De vijf provinciale verenigingen en de monumentenwachters konden al die tijd rekenen op de ondersteuning van de overkoepelende vzw Monumentenwacht Vlaanderen en ze zullen dat ook in de toekomst kunnen doen. De tien personeelsleden van Monumenwacht Vlaanderen, onder leiding van de dynamische voorzitter Luc Verpoest, staan de monumentenwachters inhoudelijk bij voor kwaliteitszorg bij de inspecties, voor preventie en bescherming op het werk, en voor informatica. De verenigingen krijgen dan weer bijstand inzake HRM en financiën, alsook bij de ontwikkeling van nieuwe projecten. De Vlaamse overheid heeft de rol van de koepel steeds erkend en ondersteund. Het is mede dankzij de professionele werking van 7
Monumentenwacht Vlaanderen dat de dienstverlening kon uitgroeien tot een kwaliteitsvol beheersinstrument, dat door de opdrachtgevers en door andere gebruikers als architecten en de overheid zeer wordt gewaardeerd. De tevredenheidenquête die Luc Verpoest heeft voorgesteld, bevestigt dat. Dames en heren, Minder zichtbaar dan de gebouwen die de voorbije twintig jaar met de dienstverlening van Monumentenwacht Vlaanderen in stand zijn gehouden, maar minstens even belangrijk is de sensibilisering die de werkzaamheden van de vereniging hebben op gang gebracht. Het draagvlak voor het onroerend erfgoed in Vlaanderen is de voorbije jaren breder en steviger geworden. Dat is mee en in belangrijke mate te danken aan Monumentenwacht Vlaanderen. Op deze twintigste verjaardag mogen wij trots zijn op Monumentenwacht Vlaanderen. Hoewel het concept uit Nederland komt, is het grotendeels dankzij Vlaanderen dat het product Monumentenwacht internationaal bekend is. We kunnen het gerust een Vlaams exportproduct noemen. Denken we maar aan de interieurwacht die twee jaar geleden in Nederland naar Vlaams voorbeeld is opgericht. Denken we maar aan Monumentenwacht Varend Erfgoed, een unicum in Europa (en waarschijnlijk zelfs ter wereld). Monumentenwacht Vlaanderen is een van de partners van de prestigieuze Unesco-leerstoel Preventieve conservatie en 8
monitoring van het onroerend erfgoed aan het Raymond Lemaire International Centre for Conservation van de KULeuven. De leerstoel heeft als discipline het Behoud van historische gebouwen en sites ondersteuning en promotie van een benadering gestoeld op preventieve conservatie, onderhoud en monitoring. Een van de doelstellingen ervan is de samenwerking te bevorderen tussen (internationaal) erkende onderzoekers, lesgevers aan academische instellingen, erfgoedinstellingen, Monumentenwachtorganisaties en praktijkmensen in Vlaanderen, België, Europa en andere regio s van de wereld. Dat Monumentenwacht als partner in het veld bij de leerstoel is betrokken, is een verdiende erkenning van de efficiëntie en effectiviteit van zijn werking. Toen ik vorig jaar aan het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed de opdracht gaf een status quaestionis op te maken van het erfgoed en de erfgoedzorg, lag het voor de hand daar Monumentenwacht Vlaanderen bij te betrekken. Voor de zogenaamde erfgoedbalans zal Monumentenwacht Vlaanderen gegevens leveren uit de databank die in 2001 is aangemaakt. Het is duidelijk dat die databank waardevolle gegevens over preventieve conservatie bevat, die uitermate nuttig zijn om de erfgoedbalans op te maken. 9
Dames en heren, Ik rond af. Er is immers niet alleen een Monumentenwacht. Er is ook een receptie die wacht. Ik feliciteer nogmaals Monumentenwacht Vlaanderen en alle gewezen en huidige bestuurders en medewerkers. Ik vertrouw erop dat Monumentenwacht Vlaanderen en de provinciale Monumentenwachtverenigingen ook de komende twintig jaar een sterke partner zullen zijn van de erfgoedzorg in Vlaanderen. 10