Ministerie van Justitie Inspectie voor de Sanctietoepassing j1 Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport Themaonderzoek PI Utrecht, ISD locatie Wolvenplein April 2008 Kenmerk
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding en doel 3 1.2 Reikwijdte 3 1.3 Onderzoeksopzet 4 1.3.1 Onderzoeksvragen 4 1.3.2 Toetsingskader 4 1.3.3 Methode 4 1.3.4 Tijdpad 5 1.4 Kengetallen 5 1.5 Eerder onderzoek 6 2 Voorfase en instroom 7 2.1 Identificatie potentiële ISD-kandidaten 7 2.2 Advisering rechterlijke macht 7 3 Verblijfsplan 9 3.1 Totstandkoming 9 3.2 Tijdigheid 10 3.3 Inhoud 11 3.4 Consistentie met voorlichtingsrapportage reclassering 12 4 Intramurale fase 14 4.1 Het ISD-regime 14 4.2 Gedragsinterventies 15 4.3 Trajectbegeleiding 17 4.4 Bejegeningsklimaat op de verblijfsafdeling 18 4.5 Psychomedische zorg 19 4.6 Vrijhedenbeleid 20 4.7 Drugsontmoedigings- en sanctiebeleid 21 5 Extramurale fase 22 5.1 Voorbereiding extramurale fase 22 5.2 Uitvoering extramurale fase 24 5.3 Sanctiebeleid 25 5.4 Voorbereiding nazorg 26
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 6 Organisatie en borging van het ISD-proces 27 6.1 Rolverdeling en samenwerking binnen de penitentiaire inrichting 27 6.2 Kwantitatieve en kwalitatieve personeelsinzet 28 6.3 Rolverdeling en samenwerking met externe partijen 29 6.4 Procesbeschrijvingen 30 6.5 gegevensregistratie en monitoring ISD-trajecten 31 6.6 Evaluatie uitvoeringsbeleid 33 7 Algemene conclusies 34 Bijlage 1: Respondenten 37 Bijlage 2: Geadviseerde gedragsinterventies 39
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In 2004 is de wettelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) van kracht geworden. De wettelijke regeling tot plaatsing in de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV), die een aantal jaren daarvoor van kracht was geworden, is in de nieuwe maatregel opgegaan. De ISD-maatregel maakt het mogelijk om veelplegers op grond van hun justitiële verleden voor maximaal twee jaar in een ISD-voorziening te plaatsen. Daar kan al dan niet worden deelgenomen aan een intensief reïntegratietraject. Is dat het geval, dan kan de tenuitvoerlegging van de ISDmaatregel gefaseerd verlopen. Na een verblijf in een inrichting van het gevangeniswezen volgt dan een extramurale fase met reclasseringstoezicht. Het ISt-onderzoek richt zich op de vraag of de betrokken penitentiaire inrichtingen en reclasseringsinstellingen bij de tenuitvoerlegging van de maatregel doen wat van hen mag worden verwacht. Signalen dat de uitvoering van de maatregel niet zonder problemen verloopt, zijn aanleiding geweest om het themaonderzoek in het jaarplan 2007 van de ISt op te nemen. In totaal zijn zes ISD-locaties onderzocht. In deze deelrapportage worden de bevindingen gepresenteerd van het inspectieonderzoek in de PI Utrecht, locatie Wolvenplein. In het hoofdrapport van het themaonderzoek worden de uitkomsten van de inspecties in de verschillende locaties gebundeld en worden algemene conclusies getrokken. 1.2 Reikwijdte Bij de besluitvorming over het al dan niet opleggen van de ISD-maatregel en bij de tenuitvoerlegging daarvan zijn veel partijen betrokken: de zittende (ZM) en staande magistratuur (OM), de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), de drie reclasseringsorganisaties (3RO), gemeenten en zorginstellingen. Het ISt-onderzoek beperkt zich tot de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel door respectievelijk de DJI en de 3RO. De fase die voorafgaat, aan de rechterlijke uitspraak blijft grotendeels buiten beschouwing. Ook de manier 3
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 waarop gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen bij de tenuitvoerlegging van de (extramurale fase van de) maatregel, is geen onderwerp van onderzoek. Gemeentelijke overheden behoren, evenals het OM en de ZM, niet tot het toezichtsdomein van de ISt. 1.3 Onderzoeksopzet 1.3.1 Onderzoeksvragen In het themaonderzoek worden de volgende hoofdvragen beantwoord: - Wordt het verblijfsplan voor de gemaatregelde tijdig opgesteld en voldoet het aan elementaire kwaliteitseisen? - Wordt afdoende gescreend op zorgbehoeften en veiligheidsrisico s, zowel tijdens de intramurale fase als direct voorafgaande aan de extramurale fase en wordt de uitvoering van de maatregel daarop aangepast? - Verloopt de uitvoering van de ISD-maatregel volgens plan? - Verlopen de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de betrokken functionarissen afdoende? 1.3.2 Toetsingskader Zoals te doen gebruikelijk ontwerpt de ISt voorafgaande aan een onderzoek, een toetsingskader. In het toetsingskader geeft de Inspectie aan welke normen zij hanteert bij de beoordeling van de uitvoeringspraktijk. Het toetsingskader voor dit onderzoek is opgenomen in het hoofdrapport. 1.3.3 Methode Per ISD-locatie is schriftelijke informatie over de plaatselijke ISD-praktijk geanalyseerd. Daarnaast zijn leidinggevenden en uitvoerenden van de inrichting en vertegenwoordigers van de meest betrokken reclasseringsorganisatie geïnterviewd. Ook is met isd ers gesproken. Om de uitvoeringspraktijk in een bredere context te kunnen plaatsen zijn tenslotte vertegenwoordigers van het OM geïnterviewd. Bijlage I bevat een overzicht van de geïnterviewden. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek betrof het analyseren van dossiers van isd ers. Het dossieronderzoek was vooral bedoeld om inzicht te krijgen in de inhoud en tijdigheid van de verblijfsplannen, en in de mate waarin de erin opgenomen gedragsinterventies daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Per ISD-locatie is een willekeurige steekproef van circa 20 4
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein dossiers geanalyseerd. De steekproef betrof isd ers aan wie de maatregel minstens een jaar tevoren was opgelegd. Het onderzoeksbureau INTRAVAL heeft deze analyse verricht.[ 1 ] 1.3.4 Tijdpad Het inspectieonderzoek is op 27 september 2007 aangekondigd aan onder meer de betrokken locatiedirecteuren gevangeniswezen en de algemeen directeuren van de drie reclasseringsorganisaties. De feitelijke uitvoering van het onderzoek in de locatie Wolvenplein heeft op 4, 6 en 7 december 2007 plaatsgevonden. Dit deelrapport is op 27 februari 2008 voor wederhoor voorgelegd aan de directeur van de locatie Wolvenplein, die vervolgens op 13 maart 2008 heeft gereageerd. Ook de gesprekspartners van het OM en de reclassering hebben dit deelrapport voor wederhoor ontvangen. 1.4 Kengetallen Tabel I laat zien dat op het moment van inspectie 37 isd ers in de locatie Wolvenplein ingeschreven waren.[ 2 ] Tabel I: Aantal ingeschreven isd ers Aantal isd ers ISD ers intramuraal in basisregime 1 ISD ers intramuraal met traject 20 ISD ers halfopen fase 7 ISD ers in extramurale fase 9 Totaal 37 Bron: Kengetallen DJI In het arrondissement Utrecht wordt de ISD-maatregel niet of nauwelijks zonder traject opgelegd. Wel zit een aantal van de gedetineerden die ISD met een traject opgelegd hebben gekregen nog in de fase dat zij gemotiveerd moeten worden voor de feitelijke start van het traject. [ 1 ] Omdat niet van alle isd ers de scores op de Recidive Inschattings Schalen (RISc) in de inrichting bekend waren en omdat niet van iedereen kon worden vastgesteld in hoeverre in de verblijfsplannen geïndiceerde ROgedragsinterventies daadwerkelijk zijn uitgevoerd, is van hen naderhand het digitale reclasseringsdossier (CVS-dossier) ingezien. [ 2 ] Drie isd ers waren elders gedetineerd (BZA PI Nieuwegein en FOBA PI Overamstel) 5
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 Als onderdeel van het dossieronderzoek zijn van 17 gedetineerden de scores op de Recidive Inschattings Schalen (RISc) achterhaald. RISc is het diagnoseinstrument dat door de reclassering wordt gebruikt om o.a. in het kader van de voorlichtingsrapportage aan de rechterlijke macht te adviseren op welke leefgebieden sprake is van bijzondere criminogene problemen. Tabel II laat zien dat er veelal sprake is van meervoudige problematiek, waarbij drugsverslavingsproblematiek, financiële problemen (bijvoorbeeld schulden), alsmede een gebrek aan werkervaring en opleidingstekorten het meest in het oog springen. Tabel II: Scoreverdeling op de leefgebieden van de RISc (n=17) RISc-score laag midden hoog onbekend 1,2. delictgeschiedenis, huidig delict en delictpatronen 1 15 1 0 3. huisvesting en wonen 13 2 2 0 4. opleiding, werk en leren 0 11 6 0 5. omgaan met geld 2 11 4 0 6. relaties met partner, gezin, familie 7 5 5 0 7. relaties met vrienden en kennissen 6 6 5 0 8. drugsgebruik 0 6 11 0 9. alcoholgebruik 11 3 3 0 10. emotioneel welzijn 8 3 6 0 11. denkpatronen, gedrag en vaardigheden 1 12 4 0 12. houding 4 9 4 0 Bron: dossieronderzoek Intraval 1.5 Eerder onderzoek De Inspectie voor de Sanctietoepassing heeft in oktober 2006 een doorlichting verricht van de verslavingsreclassering van Centrum Maliebaan in Utrecht. Deze inspectie had betrekking op alle aspecten van het organisatiebeleid en van de uitvoering daarvan, waarbij ook aandacht is besteed aan de rol van Centrum Maliebaan ten aanzien van veelplegers en de ISD-maatregel. Het betreffende rapport is in januari 2007 gepubliceerd. 6
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein 2 Voorfase en instroom Alvorens in te gaan op de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, zal dit hoofdstuk kort beschrijven hoe veelplegers die voor deze maatregel in aanmerking komen, worden geïdentificeerd en op welke manier de reclassering de rechterlijke macht daarbij adviseert. 2.1 Identificatie potentiële ISD-kandidaten In Utrecht worden de veelplegers in het Justitieel Casusoverleg Volwassenen (JCV) van het Veiligheidshuis besproken. Hier nemen OM, gemeente, GGz, reclassering, alsmede trajectbegeleiders en medewerkers maatschappelijke dienstverlening (mmd ers) van de locatie Wolvenplein aan deel. Er wordt een lijst van veelplegers besproken waarop staat aangegeven bij welke veelplegers de toepassing van een ISD-maatregel mogelijk, wenselijk of noodzakelijk is. De ISD-maatregel wordt pas ingezet als ultimum remedium, wanneer eerdere drang- en dwangtrajecten mislukt zijn. Van de 60 beschikbare ISD-cellen voor het arrondissement Utrecht, zijn er ongeveer 35 in gebruik. Een flinke groep veelplegers wordt namelijk in het voortraject naar andere voorzieningen dan de ISD geleid. 2.2 Advisering rechterlijke macht Als een veelpleger in het JCV is aangemerkt als ISD-kandidaat, dan geeft de reclassering in een vroeghulprapportage de wenselijkheid of noodzakelijkheid aan van het uitbrengen van een voorlichtingsrapport over het opleggen van de ISD. [ 3 ] Het voorlichtingsrapport wordt onderbouwd met een RISc.[ 4 ] In het JCV wordt overeengekomen wat een geschikt traject in het kader van de ISDmaatregel zou zijn. Dit wordt in het voorlichtingsrapport als advies aan de rechtelijke macht beschreven. Vaak wordt in de adviesfase al met een klinische voorziening voorbesproken dat de ISD er daar in de extramurale [ 3 ] Dit betreft meestal de afdeling reclassering of GAVO (Geïntegreerde Aanpak Verslavingsproblematiek en Overlast) van Centrum Maliebaan [ 4 ] RISc staat voor Recidive Inschattings Schalen en is het standaardinstrument van de reclasseringsorganisaties om criminogene problemen bij justitiabelen te identificeren. 7
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 fase naar toe zal gaan. Dat wordt dan opgenomen in het reclasseringsrapport. Het onderzoeksbureau INTRAVAL heeft 17 dossiers onderzocht. In geen van de aanwezige voorlichtingsrapporten waren concrete reclasseringsinterventies opgenomen. Als de potentiële isd er medewerking aan het reclasseringsrapport weigert, vult de reclassering een minimaal traject in met alleen de trainingen in de penitentiaire inrichting. In het rapport wordt de weigering vermeld en de rechtbank beslist over het al dan niet opleggen van de ISD-maatregel. De rechtbank Utrecht houdt speciale veelplegerszittingen, met strakke afspraken rond aanlevertijden van rapportages. Deze worden over het algemeen gehaald en ook over de kwaliteit van de rapportages zijn geen klachten. De rechtbank in Utrecht legt alleen de ISD-maatregel op als er een reïntegratietraject in het voorlichtingsrapport is beschreven. Centrum Maliebaan adviseert alleen de ISD-maatregel als er sprake is van een inhoudelijk traject, een kale ISD wordt niet geadviseerd. In 85% van de zaken besluit de rechtbank conform de eis bij de oplegging van de ISDmaatregel. De toepassing van de ISD-maatregel vindt in Utrecht plaats in nauw overleg met gemeente, justitie en zorgverleners. Opvallend daarbij is dat de maatregel alleen wordt toegepast wanneer er een reïntegratietraject wordt beschreven, terwijl maatschappijbeveiliging toch ook een expliciete doelstelling is van de ISD-maatregel. In de doorlichting van de reclasseringsunit van Centrum Maliebaan[ 5 ] is dit ook aan de orde geweest. [ 5 ] ISt, januari 2007 8
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein 3 Verblijfsplan In de Penitentiaire beginselenwet is voorgeschreven dat voor iedere veroordeelde tot de ISD-maatregel een verblijfsplan wordt opgesteld. In de locatie Wolvenplein wordt van een zorgplan gesproken. Hieronder wordt eerst beschreven hoe deze inrichting dit proces heeft georganiseerd. Het zorgplan/verblijfsplan dient binnen een maand na binnenkomst beschikbaar te zijn. In hoeverre dit lukt is onderwerp van de tweede paragraaf van dit hoofdstuk. Tenslotte wordt ingegaan op de inhoud van de zorgplannen. 3.1 Totstandkoming Een isd er heeft altijd een inhoudelijk zorgplan. Soms weigert deze echter het te ondertekenen en mee te werken. Dat kan gebeuren als de isd er nog in de fase van verzet zit, of als hij wensen heeft (bijvoorbeeld t.a.v. zelfstandig wonen in de extramurale fase) die de inrichting niet reëel acht. Het opstellen van een zorgplan gebeurt door de trajectbegeleider van de inrichting. Deze ontvangt kort na de veroordeling de informatie (RISc en voorlichtingsrapport) van de reclassering waarna een duaal moment plaatsvindt in de vorm van een gesprek tussen de trajectbegeleider, de reclasseringswerker en de assessmentpsycholoog van de inrichting. Het zorgplan wijkt meestal weinig af van wat in het voortraject in het JCV is besloten en in de reclasseringsrapportage is aangegeven. De reclassering heeft vaak al een lange begeleidingshistorie met de isd er en is dus goed met hem bekend. De verblijfsafdeling en de medewerkers maatschappelijke dienstverlening zijn niet betrokken bij de eerste opzet van het verblijfsplan, maar zijn via het multidisciplinair Overleg (MDO) wel betrokken bij de verdere ontwikkeling ervan. In het JCV wordt door de deelnemers (in het bijzonder Altrecht[ 6 ]) reeds bekende psychiatrische problematiek naar voren gebracht. Eventueel besluit het OM tot aanvraag van een rapportage door het Nederlands Instituut voor [ 6 ] GGz-instelling in de regio Utrecht 9
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Als er in het JCV geen psychiatrische diagnostiek naar voren is gebracht en er geen rapportage door het NIFP is opgemaakt, neemt de assessmentpsycholoog standaard een psychologische test af in de inrichting. Een bijkomend voordeel hiervan is dat de gedetineerde op dat moment geen drugs meer gebruikt, waardoor het psychologisch beeld niet vertroebeld wordt. De assessmentpsycholoog geeft op basis van de afgenomen tests advies over de bejegening van de gedetineerde, maakt een inschatting of de gedetineerde in staat is de voorgestelde gedragsinterventies te volgen en verwijst bij constatering van ernstiger psychiatrische problematiek door naar de psycholoog of de psychiater van de inrichting voor een verdiepingsdiagnose. Na de totstandkoming van het zorgplan bespreekt de trajectbegeleider dit met de veroordeelde en laat hem er voor tekenen. Tussentijdse wijzigingen worden ook besproken met de isd er. Elk half jaar vindt er een tussenevaluatie van het zorgplan plaats waarbij de isd er ook tekent voor het bijgestelde plan. Door de wijze waarop het zorgplan tot stand komt, is voldoende verzekerd dat het oordeel van de reclassering en eventuele verdiepingsdiagnostiek in het plan wordt betrokken. Ook wordt het zorgplan met de isd er besproken en stemt deze er schriftelijk mee in. 3.2 Tijdigheid De trajectbegeleiders geven aan dat de totstandkoming van het zorgplan binnen een maand in het verleden meestal niet gehaald werd. Nadat de beklagcommissie in een beklagzaak een compensatie aan de isd er had opgelegd van 50 euro per dag dat het zorgplan te laat gereed was, wordt hier nu sterk op gestuurd. Door het vooroverleg in het JCV is het wel mogelijk binnen een maand een zorgplan op te stellen, maar het geeft niet veel meer informatie dan wat al bekend was bij binnenkomst van de isd er. Er wordt nu bij de totstandkoming van het zorgplan veel gebruik gemaakt van oude rapportages, en daarmee is het meer een formeel document geworden dan een verdere inhoudelijke uitwerking van adviezen. De tijd is ook te kort om het zorgplan uitgebreid met de isd er zelf te bespreken. Hierbij is ook een factor dat de isd er in de eerste fase na zijn veroordeling vaak slecht 10
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein gemotiveerd is en in het verzet zit vanwege de in zijn ogen zware straf voor een licht vergrijp. Daarom gaan er meestal eerst een paar gesprekken met de trajectbegeleider aan vooraf voordat de isd er zich verbindt aan het zorgplan en het ondertekent. Onderzoeksbureau INTRAVAL heeft als onderdeel van het dossieronderzoek nagegaan welke tijd gemoeid was met de totstandkoming van het verblijfsplan. Tabel III laat zien dat bij 13 van de 17 dossiers de termijn van het opstellen van het zorgplan kon worden vastgesteld. Hieruit blijkt dat de termijn in minder dan de helft van de gevallen wordt gehaald, maar dat binnen twee maanden bijna alle zorgplannen -voor zover bekend- zijn opgesteld. Hierbij moet vermeld worden dat in het dossieronderzoek ook oudere dossiers zijn onderzocht, terwijl volgens de inrichtingsfunctionarissen de huidige praktijk is dat de zorgplannen wel binnen een maand gereedkomen. Tabel III: Tijdsverloop opstellen verblijfsplan (n=23) Aantal < 1 maand 5 1 < 2 maanden 7 2 < 3 maanden 1 > 3 maanden 0 onbekend 4 gemiddeld Bron: dossieronderzoek Intraval 35 dagen De locatie Wolvenplein geeft veel aandacht en prioriteit aan de snelheid van het opstellen van een zorg-of verblijfsplan. Hoewel deze termijn in het verleden niet altijd gehaald werd, lijkt het nu dat de zorg- of verblijfsplannen binnen een maand worden gerealiseerd. 3.3 Inhoud Als onderdeel van het dossieronderzoek zijn ook de opbouw en de inhoud van de verblijfsplannen doorgelicht. In dat verband is nagegaan in hoeverre 11
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 het verblijfsplan het programma en de voorwaarden bij trajectdeelname bevat (wettelijke eis) bevat en in hoeverre het verblijfsplan concrete eindtermen bevat voor het reduceren van de vastgestelde criminogene tekorten. In 15 van de 16 aangetroffen verblijfsplannen zijn de wenselijk te plegen interventies opgenomen. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de in de locatie Wolvenplein geadviseerde en/of uitgevoerde gedragsinterventies. In 7 van de 17 onderzochte dossiers blijkt een voorwaardenformulier aanwezig te zijn. Vermelding van consequenties wanneer de programmavoorwaarden niet worden nageleefd, zijn slechts in drie dossiers aangetroffen. Alle zorgplannen bevatten doelstellingen, gekoppeld aan de opgenomen interventies. Van de 17 onderzochte personen bevinden zeven zich in de extramurale fase. In tien gevallen heeft INTRAVAL een adviesrapport voor de extramurale fase aangetroffen en van elf personen is de datum van de geplande extramurale fase bekend. Er zijn geen verblijfsplannen aangetroffen waarin de extramurale fase is beschreven. Alle isd ers wordt in beginsel een programma aangeboden met daarin interventies en doelstellingen. De voorwaarden voor deelname aan het traject en de gevolgen bij het niet nakomen van afspraken zijn echter onvoldoende aanwezig in de dossiers. Het verblijfsplan beperkt zich verder vaak tot de intramurale fase en omvat niet het gehele beoogde reïntegratietraject. Aanbeveling Aan locatie Wolvenplein: - Neem in het verblijfsplan de voorwaarden op voor deelname aan een ISD-traject en de consequenties van het niet nakomen daarvan. Neem tevens zoveel mogelijk de ambities en globaal gewenste interventies in de extramurale fase op. 3.4 Consistentie met voorlichtingsrapportage reclassering In het toetsingskader dat bij het ISD-inspectieonderzoek is gehanteerd, is als verwachting opgenomen dat het verblijfsplan zoveel mogelijk consistent is 12
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein met het eerder door de reclassering opgestelde voorlichtingsrapport ten behoeve van de rechterlijk macht. Volgens de trajectbegeleiders wijkt het zorgplan weinig af van de reclasseringsrapportage als gevolg van de bespreking in het JCV en het duale moment bij de start van de ISD-maatregel. Soms wordt een verslaafde isd er in de loop van de detentie meer gemotiveerd om te kiezen voor abstinentie. Ook komt het voor dat de assessmentpsycholoog een isd er niet geschikt acht voor bepaalde interventies. Tenslotte kan het zijn dat de reclassering in de extramurale fase een kliniek voorstelt die bij nadere analyse toch minder geschikt blijkt voor de kandidaat. De RISc is onvoldoende specifiek om dit goed in kaart te brengen. Het zorgplan van de inrichting is ingedeeld in acht probleemgebieden, terwijl de RISc gebruik maakt van twaalf leefgebieden. Dit komt de consistentie van voorlichtingsrapportage en zorgplan niet ten goede. De reclassering geeft in haar voorlichtingsrapporten aan de rechterlijke macht niet aan voor welke concrete gedragsinterventies een potentiële isd er in aanmerking komt. Dat is begrijpelijk. Immers, als de ISD-maatregel eenmaal is opgelegd en er een verblijfsplan wordt opgesteld, is er meer tijd om het wenselijk te volgen reïntegratietraject in te vullen en is de motivatie van veel isd ers om daaraan mee te doen vaak ook anders dan voorafgaande aan het vonnis. Mogelijke discrepanties tussen de in de verblijfsplannen en de in de voorlichtingsrapporten geïndiceerde gedragsinterventies worden op die manier vermeden. Los van de te volgen specifieke gedragsinterventies, maken de trajectbegeleiders bij het opstellen van het verblijfsplan gebruik van de meer algemene indicatiestelling in het eerder door de reclassering opgestelde voorlichtingsrapport. Wel vertroebelt het feit dat het zorgplan een andere indeling kent dan de RISc de consistentie tussen voorlichtingsrapportage en zorgplan. Aanbeveling Aanbeveling aan de locatie Wolvenplein: - Sluit bij de indeling van het zorgplan aan op de indeling in leefgebieden die de RISc onderscheidt. 13
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 4 Intramurale fase De eerste fase van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel vindt plaats in speciaal daartoe bestemde penitentiaire inrichtingen. In dit hoofdstuk zal worden vastgesteld in hoeverre deze intramurale fase voldoet aan de normen en verwachtingen die in het toetsingskader voor dit inspectieonderzoek zijn opgenomen. 4.1 Het ISD-regime De isd ers verblijven op verschillende afdelingen van de locatie Wolvenplein: Afdeling C1 en C2 (24 plaatsen) Hier komen de isd ers binnen. Er verblijven ook isd ers die op een wachtlijst staan voor extramurale plaatsing, die nog niet willen meewerken aan het reïntegratietraject of die zijn teruggevallen. Het verblijf is gericht op medische stabilisatie, afbouw van drugs, motivationele gesprekken en het maken van de keuze van al dan niet abstinentie. De training Terugvalpreventie 1 (TVP1) wordt vaak gevolgd en er worden doelen voor het traject geformuleerd. Het voorplein (11 plaatsen). Na een positief verlopen verblijf op de C-afdeling kunnen isd ers in aanmerking komen voor overplaatsing naar het voorplein. Dit betreft een halfopen fase waarbij de vrijheden oplopen naarmate de isd er hier langer succesvol verblijft. Er kunnen activiteiten als werk, stage, sport, boodschappen doen en voorbereidingsactiviteiten voor de extramurale fase buiten de locatie worden gevolgd. Er zijn veel mogelijkheden voor maatwerk als de gedetineerde hier mee om kan gaan. Het dagprogramma voor isd ers op afdeling C is volgens de inrichtingsmedewerkers 43 uur. In praktijk blijkt dat dit alleen gehaald wordt als de definitie van een programmaonderdeel ruim wordt gehanteerd. Voor de isd ers op afdeling C is vijf dagen per week gedurende drie tot vier uur per dag tijd ingeruimd om aan de arbeid deel te nemen. De dagprogramma s van alle afdelingen voorzien in de wettelijk verplichte activiteiten (luchten, sport, 14
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein bibliotheek, kerk- of gebedsdienst, bezoek, recreatie). De sport is kwetsbaar omdat er maar één sportinstructeur werkzaam is in de inrichting. Soms vallen arbeid of sport uit, deze uren worden dan gecompenseerd. In de halfopen fase kunnen de isd ers -als zij geen programmaonderdelen buiten hebben- de gehele dag in de leefruimte en de tuin verblijven. Het programma kan tot 22.00 uur doorlopen. De differentiatie in regimes maakt een gefaseerde overgang naar de extramurale fase mogelijk. Het ISD-regime op de C-afdeling voldoet echter amper aan het minimum van eisen ten aanzien van het dagprogramma. Afgezet tegen de 43-uur norm is het programma krap. Voor isd ers die (bijvoorbeeld vanwege een lange wachttijd voor de extramurale fase) langdurig op deze afdeling verblijven, valt dit zwaar. Het programma in de halfopen fase is maatwerk en voldoet ruimschoots aan de minimumeisen. Aanbeveling Voor de locatie Wolvenplein: - Onderzoek in hoeverre het mogelijk is gemotiveerde isd ers die als gevolg van wachtlijsten langdurig op de C afdeling verblijven, ter compensatie ruimere regimaire faciliteiten te bieden. 4.2 Gedragsinterventies Het aanbod van trainingen is gedaald, sinds de SOV is gestopt en plaats heeft gemaakt voor de ISD. De trainingen beperken zich op dit moment tot Terugvalpreventie (TVP) en de Leefstijltraining[ 7 ] die door Centrum Maliebaan verzorgd worden. De functionarissen van de inrichting zijn tevreden over de kwaliteit van de trainingen voor zover ze deze zeggen te kunnen beoordelen, maar geven aan dat ze het aanbod volstrekt onvoldoende vinden om het gedrag van isd ers zodanig te veranderen dat ze op een normale wijze buiten de inrichting kunnen functioneren. Op indicatie van het psychomedisch overleg (PMO) kan de Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Waag een agressieregulatietraining geven. De Cova (cognitieve vaardigheidstraining) is niet in Utrecht beschikbaar. Er is [ 7 ] De inrichting heeft in de wederhoorreactie aangegeven dat inmiddels ook afspraken zijn gemaakt met het Leger des Heils over het verzorgen van de Budgettering- en SoVa-training in 2008 en dat twee gedetineerden ambulant de CoVa+ training in Amsterdam volgen. 15
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 - in tegenstelling tot de SOV-periode- geen geld meer voor Bureau INTRAVAL is nagegaan in hoeverre de door de reclasseringsorganisaties uit te voeren gedragsinterventies uit het reïntegratieplan ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Het onderzoek betrof de geplande en uitgevoerde gedragsinterventies van de twintig in het steekproefonderzoek betrokken gedetineerden waarvan een reïntegratieplan aanwezig was en die gemotiveerd waren om een reïntegratietraject deel te nemen. Zij hadden allen minimaal een jaar in locatie Wolvenplein verbleven. Tabel IV: Geïndiceerde vs. gerealiseerde gedragsinterventies van de reclassering aantal Geplande en uitgevoerde interventies 12 Geplande, maar niet uitgevoerde interventies 73 Niet geplande maar wel uitgevoerde interventies 6 Bron: dossieronderzoek Intraval Uit tabel IV blijkt dat de verreweg de meeste in het verblijfsplan opgenomen gedragsinterventies niet zijn uitgevoerd. In een beperkt aantal gevallen zijn gedragsinterventies uitgevoerd die niet in het verblijfsplan waren geïndiceerd. Ook de geïnterviewde gedetineerden geven aan dat er meer interventies in het zorgplan zijn opgenomen dan daadwerkelijk gegeven worden. De realisatie van de in de verblijfsplannen opgenomen gedragsinterventies is ver onder de maat. Aanbevelingen Aan locatie Wolvenplein i.s.m. het regionale CBTR en de lokale reclasseringsorganisaties: - Draag zorg dat de gedragsinterventies die in de ISD-verblijfsplannen zijn opgenomen worden uitgevoerd en zorg opnieuw voor scholingsof arbeidsreïntegratietrajecten indien die zijn geïndiceerd. 16
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein 4.3 Trajectbegeleiding Bij binnenkomst op de afdeling legt de mentor aan de isd er de regels van de afdeling en het regime uit. De trajectbegeleider legt het ISD-traject uit. Vaak heeft de casemanager van de reclassering al in een eerder stadium uitgelegd wat de ISD-maatregel inhoudt. Gedetineerden geven aan dat hen bij binnenkomst een te mooie voorstelling van de ISD was gegeven; deze zou vergelijkbaar zijn met de SOV-maatregel. Er is echter veel minder personeel en het dagprogramma is ingekort. Volgens het Implementatieplan ISD van de DJI uit 2004 zouden de trajectbegeleiders in beginsel wekelijks contact moeten hebben met de aan hun zorg toevertrouwde gedetineerden. In de praktijk lukt dit niet altijd, zo bleek uit de interviews met zowel gedetineerden als de trajectbegeleiders zelf. De trajectbegeleiders geven aan dat er in de beginfase actief contact gezocht wordt met de isd ers. Daarna is er vooral contact naar aanleiding van spreekbriefjes. Daar reageren de trajectbegeleiders soms ook wel schriftelijk op. Als reden hiervan geven de trajectbegeleiders aan minder te bespreken te hebben en daarom de krappe beschikbare tijd aan andere zaken te besteden. In de periode tussen de beginfase en de halfopen fase gebeurt er weinig in het traject. De gedetineerden ervaren dit echter als een zeer onzekere periode. De geïnterviewde gedetineerden ervaren grote verschillen in contact met de trajectbegeleiders tussen de gesloten en de halfopen fase. In de halfopen fase is er wekelijks of tweewekelijks contact met de trajectbegeleiders en werken ze zichtbaar naar de extramurale fase toe. Het contact tussen de trajectbegeleider en de isd er is het meest intensief in de beginfase en in de voorbereiding naar de extramurale fase. In de tussenliggende periode wordt het voorgeschreven wekelijkse contact niet gehaald. Gedetineerden ervaren deze periode vaak als frustrerend, omdat er voor hen geen voortgang in hun traject lijkt te zitten. 17
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 Aanbeveling Aan de locatie Wolvenplein: - Tref de nodige personele voorzieningen opdat trajectbegeleiders de aan hun zorg toevertrouwde isd ers ook in de periode tussen start van het traject en de aanloop naar de extramurale fase isd ers voldoende op de hoogte houden van (het uitblijven van) vorderingen in hun reïntegratietraject. 4.4 Bejegeningsklimaat op de verblijfsafdeling Voor het succesvol doorlopen van een reïntegratietraject is het van belang dat isd ers niet alleen door trajectbegeleiders worden gestimuleerd en gemotiveerd tot gedragsverandering, maar ook door de inrichtingswerkers op de afdeling waar zij verblijven. Op de C-afdeling wordt met zowel groepsleiders als piw ers gewerkt, terwijl in de halfopen fase alleen groepsleiders de ISD ers begeleiden. De assessmentpsycholoog is aanwezig bij de afdelingsoverleggen met als doel piw ers en groepsleiders te adviseren bij de bejegening van en omgang met moeilijk benaderbare isd ers. Op de C-afdeling wordt gewerkt met een mentor-systeem. De mentor heeft dagelijks contact met de gedetineerde. Zonodig wordt iemand reiniger gemaakt om hem meer zijn cel uit te krijgen of om hem op andere wijze te motiveren. Het krappe programma en de beperkte personeelscapaciteit op de C-afdeling bemoeilijken dit echter. In de halfopen fase zijn hier veel meer mogelijkheden voor. Gedetineerden, maar ook geïnterviewde medewerkers geven aan dat er verschillen zijn tussen individuele piw ers of groepsleiders in de kwaliteit van de omgang met gedetineerden. De gedetineerden ervaren met name grote verschillen in het bejegeningsklimaat tussen de C-afdeling en de halfopen fase. De gedetineerden zijn zeer te spreken over het klimaat op de halfopen afdeling, waar veel en prettig contact is met de groepsleiders. De geïnterviewde gedetineerden ervaren het als negatief dat sport, arbeid en luchten op de C-afdeling gezamenlijk plaatsvinden met HvB-gedetineerden. Deze zijn vaak ongemotiveerd om iets in hun leven te veranderen. Ze spreken veel over drugs en bieden het isd ers aan. 18
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein De inrichting stelt binnen de mogelijkheden veel in het werk om isd ers een stimulerend klimaat te bieden door middel van het mentorsysteem en advisering van de afdeling door de assessmentpsycholoog. Desondanks wordt het klimaat op de C-afdeling door de isd ers niet als stimulerend ervaren. Het beschikbare personeel en het dagprogramma zijn beperkt. Door de kleinschaligheid van de inrichting kunnen er weinig extra mogelijkheden gecreëerd kunnen worden en komen ISD-gedetineerden tijdens activiteiten in contact met reguliere HvB-gedetineerden. Dit alles draagt niet bij aan een stimulerend klimaat. Het verschil met de halfopen fase is in dit opzicht zeer groot. Aanbeveling Aan de locatie Wolvenplein: - Probeer zoveel als mogelijk te voorkomen dat hvb-gedetineerden en gemotiveerde isd ers gezamenlijk programmaonderdelen volgen. 4.5 Psychomedische zorg Binnen 24 uur na binnenkomst vindt er een intake door de medische dienst (MD) plaats. In het wekelijkse psychomedisch overleg (PMO) van de inrichting wordt besproken welke bijzondere psychomedische zorg nodig is. Vanwege de vaak aanwezige complexe verslavings- en psychische problematiek van de ISD populatie, is ongeveer 80% van hen onderwerp van gesprek in het PMO. De MD en de psycholoog hebben zitting in zowel het PMO als het MDO, waar de trajecten besproken worden. Zo worden ontwikkelingen die betrekking hebben op zowel de (psycho-)medische zorg als het reïntegratietraject altijd kortgesloten. De locatie Wolvenplein heeft geen voorzieningen voor zorgbehoevende gedetineerden. Dat betekent dat isd ers die vanwege een psychische of verstandelijke handicap niet in een normaal regime kunnen functioneren, op een Individuele Begeleidingsafdeling (IBA) of Bijzondere Zorgafdeling (BZA) buiten de locatie Wolvenplein moeten worden geplaatst. De trajectbegeleiders zitten dan op afstand waardoor communicatie met de gedetineerden moeilijk loopt en het risico bestaat dat het traject stagneert. 19
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 Voorzover de door de Inspectie geïnterviewde gedetineerden daar ervaring mee hadden gehad, waren zij tevreden over de toegang tot de medische en de psychologische hulpverleners in de inrichting. De inrichting is van plan een aantal luwtecellen te creëren voor kwetsbare isd ers die extra zorg of aandacht nodig hebben. De directie betitelt dit als lapwerk, maar voor extra voorzieningen zijn volgens de inrichtingsdirectie geen middelen. Binnen de mogelijkheden die het gevangeniswezen daartoe biedt, hebben de isd ers in de locatie Wolvenplein voldoende toegang tot psychomedische zorg. Een nadeel van deze inrichting is dat de mogelijkheid van regimesdifferentiatie ontbreekt, terwijl daar voor kwetsbare gedetineerden binnen de ISD-doelgroep wel behoefte aan is. Het gebrek aan mogelijkheden om isd ers binnen de ISD-inrichting op een bijzondere zorgafdeling te plaatsen is een groot gemis. Gedetineerden die niet in een normaal regime te handhaven zijn, moeten daarom noodgedwongen in een andere inrichting op een bijzondere afdeling worden geplaatst. De verantwoordelijkheidsverdeling voor zorgtrajecten die op een bijzondere afdeling in een andere inrichting worden gerealiseerd, is echter niet voldoende helder en verdient wellicht aanscherping. Aanbeveling Aan de DJI: - Bezie of de verantwoordelijkheidsverdeling voor zorgtrajecten van ISD ers die (tijdelijk) op een bijzondere afdeling in een andere inrichting verblijven, aanscherping behoeft. 4.6 Vrijhedenbeleid De ISt heeft in haar toetsingskader voor het inspectieonderzoek de verwachting opgenomen dat bij het toekennen van vrijheden aan isd ers maatschappelijke risico s worden afgewogen. Op de C-afdeling worden verlofaanvragen door het Bureau Selectie en Detentiebegeleiding (BSD) behandeld. Het BSD checkt in het geval van de aanwezigheid van een executie-indicator bij het OM of er een bezwaar is 20
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein tegen het verlof. Ook wordt het gemeld in het Justitieel Casusoverleg Volwassenen (JCV). Er worden in deze fase alleen incidentele verloven verleend, bijvoorbeeld voor een intake bij een kliniek of zorginstelling. Bij het eerste verlof gaan isd ers bijna altijd onder begeleiding van de Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O). Of een isd er doorgeplaatst kan worden naar de halfopen fase wordt besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) binnen de inrichting. Soms wordt het oordeel van de reclassering hierbij betrokken, soms niet. De reclassering ontvangt namelijk wel de agenda van het MDO, maar is er niet altijd bij aanwezig. In de halfopen fase beslist de afdeling over het verlof. Ook dit wordt gemeld of besproken in het JCV. Bij het toekennen van vrijheden worden maatschappelijke risico s meegewogen. Dat gebeurt zowel binnen de inrichting als met de ketenpartners in het JCV. Ook bij de overgang naar de halfopen en extramurale fase zijn de ketenpartners betrokken door middel van melding in het JCV. 4.7 Drugsontmoedigings- en sanctiebeleid Volgens het implementatieplan ISD van de DJI (2004) dienen alle gedetineerden waarvan duidelijk is dat drugsgebruik speelt of gespeeld heeft, minimaal drie maal per week een urinecontrole te ondergaan. Zowel op de C-afdeling als in de halfopen fase wordt driemaal per week een urinecontrole gehouden. Daarnaast wordt er steekproefsgewijs gecontroleerd en worden moeten de gedetineerden incidenteel blaastests ondergaan. Op de C-afdeling gelden straffen volgens de reguliere tarievenlijst. In de halfopen fase kun je maximaal drie keer een waarschuwing krijgen. Daarna word je teruggeplaatst op de C-afdeling, voor een time-out of definitief. Er is in de halfopen fase meer maatwerk waarbij rekening wordt gehouden met het traject. De straf is dan bijvoorbeeld dat de isd er op zijn kamer moet eten, maar wel naar het werk mag blijven gaan. De inrichting hanteert een strakke drugscontrole en sanctioneert op maat, rekening houdend met waar in het traject een gedetineerde zich bevindt. 21
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 5 Extramurale fase De tenuitvoerlegging van de laatste fase van de ISD-maatregel kan plaatsvinden buiten de inrichting. Het kan daarbij om opname in een GGzkliniek gaan, maar ook om begeleide kamerbewoning of zelfstandige huisvesting in combinatie met een afgesproken dagbesteding. De reclassering is belast met het toezicht op de isd er in deze laatste fase. De Penitentiaire Maatregel (art. 44 e en 44f) geeft aan dat de inrichting en het gemeentebestuur nadere afspraken maken over de tenuitvoerlegging van de extramurale fase, waarbij de gemeente uitvoeringsverantwoordelijk is. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier de extramurale fase wordt voorbereid en uitgevoerd. Hoe wordt gereageerd op overtreding van de extramurale voorwaarden komt daarna aan de orde. Tenslotte wordt ingegaan op de manier waarop de nazorg na afloop van de maatregel wordt voorbereid. 5.1 Voorbereiding extramurale fase De voorbereiding van de extramurale fase vindt plaats in het multidisciplinair overleg (MDO) van de inrichting. De trajectbegeleider maakt in samenspraak met de casemanager van de reclassering een plan dat in het MDO wordt besproken. De mate waarin de reclassering van meet af aan betrokken is bij ontwikkeling van het verblijfsplan wisselt. Ook is de casemanager van de reclassering niet altijd bij het MDO aanwezig, waar de verblijfsplannen worden gemonitord en bijgesteld (zie ook 4.6). Soms is er sprake van een verschil in visie wat er met een isd er moet gebeuren tussen de inrichting en de reclassering. Het bureau selectie- en detentiebegeleiding maakt een voorstel voor de selectiefunctionaris die over de doorplaatsing naar de extramurale fase beslist. De inrichting ervaart de samenwerking met de selectiefunctionaris als constructief. Het plan wordt ook in het JCV besproken van de Veiligheidshuizen in Utrecht en Amersfoort. Hierin zijn -naast de reclassering- ook de gemeente, het OM en de politie vertegenwoordigd. Er wordt daarom geen apart advies van gemeente, politie of OM meer 22
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein ingewonnen. Enkele deelnemers van het JCV vinden dat de plannen voor de extramurale fase concreter kunnen aangeven welke activiteiten worden ondernomen, welke medewerkers hiervoor aanspreekbaar zijn etc. Een probleem bij de extramurale plaatsing is dat zorg- behandelinstellingen er niet altijd op ingesteld zijn patiënten met gedragsproblemen te huisvesten. Daarbij is de capaciteit waar deze groep geplaatst kan worden beperkt. Dat geldt ook voor beschikbare plaatsen in beschermde woonvormen. Voor verslavingsklinieken bestaat dit probleem minder, maar met name voor licht verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen speelt dit zeer sterk. Isd ers uit deze doelgroep verblijven daarom vaak langer intramuraal dan gewenst. Op het moment van de inspectie waren er negen isd ers extramuraal geplaatst. Drie verbleven in de Piet Roordakliniek, twee in opvanghuizen (Huize Norel en De Wending) en vier in een eigen woning. Plaatsing in de extramurale fase gebeurt in overleg met partners in het Veiligheidshuis zoals reclassering, politie en Openbaar Ministerie. De betrokkenheid van de reclassering bij de voorbereiding van het extramurale zorgplan zou beter geborgd kunnen worden. Ook zou de communicatie van de precieze inhoud van het zorgplan naar ketenpartners toe, beter kunnen. Het intake- en het opnamebeleid van gemeenten en van zorginstellingen behoren niet tot het toezichtsdomein van de ISt. Dat neemt niet weg dat de beschikbaarheid van kwantitatief en kwalitatief voldoende zorgplaatsen essentieel is voor een adequate invulling van de ISD-maatregel en daarmee voor het welslagen daarvan. Dat de extramurale plaatsingen vaak moeizaam verlopen, leidt tot frustratie bij de isd ers die vaak lang op een plaats moeten wachten. Bovendien zou het ontbreken van voldoende geschikte plaatsinsgmogelijkheden wel eens kunnen leiden tot extra mislukkingen in de extramurale fase. Aanbevelingen Aan de staatssecretaris van Justitie: - Vraag bij de daarvoor verantwoordelijke partijen blijvend aandacht voor de plaatsingsproblemen in zorginstellingen en breng daartoe zonodig de behoefte aan verschillende soorten zorgplaatsen nader in kaart. 23
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 Aan de locatie Wolvenplein: - Zorg voor een sluitende betrokkenheid van de reclassering bij het voorbereiden van de extramurale fase en een goede informatievoorziening naar de ketenpartners. 5.2 Uitvoering extramurale fase Tijdens de uitvoering van de extramurale fase staat de isd er onder toezicht van een casemanager van de reclassering. De reclassering stelt voorwaarden aan de isd er tijdens de extramurale fase. Hierbij moet gedacht worden aan het volgen van voldoende dagbesteding, meewerken aan urinecontrole s (wekelijks of tweewekelijks), budgetbeheer en het accepteren van begeleiding. Behalve de reclassering hanteren ook instellingen waar een isd er wordt geplaatst eigen voorwaarden. Soms wordt er gebruik gemaakt van woningen die door de gemeente beschikbaar zijn gesteld, waar ook specifieke voorwaarden aan verbonden zijn. Volgens het BSD wisselt de mate waarin voorwaarden zijn opgenomen door de reclassering sterk per betrokken reclasseringswerker. Als de isd er in een kliniek verblijft, houdt deze ook toezicht. Volgens inrichtingsfunctionarissen rapporteert de reclassering één keer per drie maanden aan de programmamanager van de locatie Wolvenplein[ 8 ]. Voortgangsrapportages met betrekking tot de extramurale fase zijn in het dossieronderzoek niet aangetroffen. Ook heeft er in vijf van de zes onderzochte dossiers geen verslaglegging van het toezicht in CVS plaatsgevonden.[ 9 ] De reclassering houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden en stelt de directeur van de inrichting op de hoogte bij overtreding ervan. De afspraak om één keer per drie maanden te rapporteren komt niet overeen met het [ 8 ] In de wederhoorreactie heeft de inrichting aangegeven dat zij inmiddels met de reclassering heeft afgesproken maandelijks persoonlijk in het MDO, danwel schriftelijk te rapporteren over de voortgang van de extramurale fase. [ 9 ] De Gavo voert als onderdeel van Centrum Maliebaan reclasseringstaken uit, maar wordt hoofdzakelijk gefinancierd door de gemeente. Voor financiering is zij daarom niet afhankelijk van verslaglegging in het CVS, hoewel het wel de afspraak is dat de Gavo in dit systeem registreert. 24
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein ISD-beleid waarin is vastgelegd dat dit maandelijks moet. Daarbij zijn er door de Inspectie geen rapportages in het inrichtingsdossier, noch in Cliënt Volg Systeem (CVS) van de reclassering teruggevonden. Aanbeveling Aan locatie Wolvenplein en de lokale reclasseringsinstellingen: - Maak nieuwe afspraken over de frequentie van rapportage van de reclassering in de extramurale fase conform het landelijke beleid. Voer deze uit (reclassering) en bewaak deze (locatie Wolvenplein). Aan de Gavo: - Registreer de inhoud en het verloop van het toezicht op isd ers tijdens de extramurale fase in het cliëntvolgsysteem (CVS). 5.3 Sanctiebeleid Alle overtredingen worden door de reclassering direct gerapporteerd aan de inrichting. Klinieken zijn nog wat onwennig in het melden van overtredingen; zij zijn minder goed op de hoogte van alle regels en afspraken binnen de ISD. Zo weten klinieken niet altijd bij wie ze de overtreding moeten melden of wordt het weglopen uit een kliniek pas na het weekend gemeld. Soms wordt de reclassering bij melding van incidenten overgeslagen. Als het nodig is, kan een extramuraal geplaatste direct worden teruggeplaatst, desnoods in het HvB. Respondenten schatten in dat ongeveer de helft van de isd ers in de extramurale fase een terugval heeft. Het geven van sancties aan isd ers in een traject is maatwerk dat in het multidisciplinair overleg (MDO) van de inrichting plaatsvindt. Er worden time outs gegeven als een isd er zich niet aan de afspraken houdt. Een isd'er moet dan vaak een presentatie aan het MDO geven of een schrijfopdracht inleveren. Het MDO beslist ook uiteindelijk hoe het traject verder gaat. Eén keer heeft een isd'er tussendoor een gevangenisstraf uitgezeten. Dat was volgens inrichtingsfunctionarissen uitzonderlijk maar een goede oplossing omdat hij daarna weer verder kon gaan met zijn reïntegratietraject. 25
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 Bij het toepassen van een time out wordt er een brief gestuurd aan de selectiefunctionaris waarin dit wordt gemeld. De selectiefunctionaris gaat dan meestal akkoord. Het melden van overtredingen en het terugplaatsen van isd ers voldoen aan de eisen. 5.4 Voorbereiding nazorg De aan het Wolvenplein verbonden mmd ers brengen van alle gedetineerden binnen een week na binnenkomst in kaart in hoeverre er is voldaan aan vier basisvoorwaarden voor een succesvolle reïntegratie, nl. identiteitspapieren, onderdak, inkomen en eventueel noodzakelijke zorg. Deze informatie wordt geverifieerd met reeds aanwezige informatie zoals voorlichtingsrapporten. De mmd er checkt bij het CJIB op openstaande boetes en neemt contact op met de casemanager. Het nazorgdocument wordt elektronisch naar de betreffende gemeente gestuurd, of per post naar gemeentes die nog niet op het informatiesysteem zijn aangesloten. Sommige gemeenten ondernemen geen acties voor gedetineerden. Dan is het moeilijk voor een mmd er of trajectbegeleider om nazorg voor een isd er te realiseren. In Amersfoort en Utrecht woont de mmd er veelpleger- en nazorgoverleggen in de Veiligheidshuizen bij. De mmd er fungeert daarbij als verbindende schakel tussen de casusoverleggen en de trajectbegeleiders van de inrichting. De mmd ers rapporteren in het informatiesysteem waarmee informatie met partnerorganisaties wordt uitgewisseld. Ten tijde van de inspectie was er nog enige achterstand in het registeren in dit systeem. Het MMD is goed aangesloten op ISD-trajecten en er wordt afgestemd met de trajectbegeleiders. 26
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein 6 Organisatie en borging van het ISD-proces Voor het goede verloop van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is het van belang dat aan een aantal essentiële organisatorische randvoorwaarden wordt voldaan, zoals een doeltreffende communicatie en samenwerking tussen alle betrokken partijen; zowel intern binnen de ISD-locatie als met ketenpartners daarbuiten. Ook is het nodig dat de beschikbare personeelsinzet kwantitatief en kwalitatief op orde is. Daarop wordt in dit hoofdstuk nader ingegaan. Aan het slot van het hoofdstuk wordt bezien in hoeverre het ISD-proces voldoende is geborgd. 6.1 Rolverdeling en samenwerking binnen de penitentiaire inrichting Bij de uitvoering van de ISD-maatregel zijn verschillende inrichtingsfunctionarissen betrokken. Voor een goed verloop van het primaire proces, is het essentieel dat de rollen van deze inrichtingsfunctionarissen helder zijn verdeeld en dat er afdoende wordt samengewerkt. De inrichting heeft het wenselijke verloop van het ISD-proces beschreven. Daarbij is helder aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. Het multidisciplinair overleg (MDO) heeft een centrale rol in de communicatie over isd ers. Alle relevante disciplines binnen de inrichting zijn hier op aangesloten. De medewerkers van de inrichting zijn tevreden over de interne samenwerking; de rolverdeling binnen de inrichting wordt als helder ervaren. Enkele taken die betrekking hebben op het traject zoals de evaluatie van de trajectdoelen met de gedetineerden zijn niet bij de trajectbegeleiders belegd, maar bij de mentoren. Voor gedetineerden en externe partijen zoals de reclassering is de rolverdeling niet altijd helder. Zo is de aanmelding bij de Sociale Dienst bij ongemotiveerde isd ers een taak voor de mmd er, terwijl dat voor isd ers in een traject een taak voor de trajectbegeleider is. Dat schept soms verwarring. Ook is voor gedetineerden niet altijd helder waarvoor ze bij de mentoren en waarvoor ze bij de trajectbegeleiders moeten aankloppen. 27
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 De geringe omvang van de locatie en de wijze waarop het interne overleg is georganiseerd, dragen bij aan korte communicatielijnen. Hoewel de taakverdeling binnen de instellingsorganisatie als helder wordt ervaren, is deze voor de buitenwereld niet altijd even logisch. Aanbeveling Aan locatie Wolvenplein - Communiceer helder met gedetineerden en ketenpartners het hoe en waarom van de keuzes die in de interne taakverdeling binnen de locatie Wolvenplein gemaakt zijn. 6.2 Kwantitatieve en kwalitatieve personeelsinzet Voor een goede uitvoering van de ISD-maatregel is het noodzakelijk dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is. De beschikbare formatie en middelen zijn met de overgang van de SOV naar de ISD gedaald. Er wordt nu meer gewerkt met piw ers in plaats van groepsleiders omdat deze laatsten duurder zijn en omdat veel groepsleiders inmiddels zijn vertrokken. Groepsleiders vervullen een intensieve coachende rol naar de gedetineerden. Zij zijn meer geschoold en ervaren in de specifieke begeleiding die de bijzondere ISD-doelgroep nodig heeft, dan de reguliere piw er. Over de vraag of uitsluitend groepsleiders moeten worden ingezet, verschillen de meningen. Naast een hulpverleningsattitude is volgens een aantal geïnterviewden ook de soms strakker regulerende taakopvatting van de piw er gewenst. Iedereen is het er wel over eens dat voor de begeleiding van isd ers een behoorlijke werkervaring nodig is en (bij)scholing met betrekking tot verslavings- en psychomedische problematiek. Op de halfopen fase is het volgens het management noodzakelijk met groepsleiders te werken, gezien de taken, zoals begeleid verlof. Volgens het management heeft het risico s om dit door piw ers laten uitvoeren. Voor individuele zorg aan kwetsbare gedetineerden is er te weinig personeel op de C-afdeling. Er wordt nu een luwte-afdeling gecreëerd, maar het management beschouwt dit als lapwerk en niet als een voldoende oplossing. Er is echter niet de personele mogelijkheid om een volwaardige bijzondere zorgafdeling te creëren. 28
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein De trajectbegeleiders ervaren hun caseload als te groot. Er zijn nu twee trajectbegeleiders voor bijna 40 isd ers. Soms moet een casusoverleg afgezegd worden door te drukke werkzaamheden. Dat leidt tot teleurstelling bij de partnerorganisaties. De trajectbegeleiders vinden met name de rapportage voor de rechtbank een pittig onderdeel van hun werkzaamheden, daar zou volgens hen specifieke scholing voor moeten zijn. Een enkele respondent geeft aan dat voor de functie van trajectbegeleider ten behoeve van de ISD-doelgroep SPVopgeleide medewerkers zouden moeten worden ingezet. De personeelsinzet lijkt krap te zijn gezien de complexe problematiek van de doelgroep en de vele activiteiten die het uitzetten van trajecten voor deze groep met zich meebrengt. Een reguliere HvB personeelsinzet voldoet voor deze doelgroep niet. Aanbevelingen Aan de DJI: - Heroverweeg de kwantitatieve personeelsbezetting in het perspectief van de complexe problematiek van doelgroep en de arbeidsintensiviteit ten aanzien van het uitzetten van reïntegratietrajecten. - Doe hetzelfde met betrekking tot de wenselijke competenties van het executieve personeel op die afdelingen. - Stel vast welke bijzondere competenties gewenst zijn voor trajectbegeleiders van isd ers en zet op basis daarvan trajectbegeleiders in. - Evalueer of de caseload-normering van de trajectbegeleiders van het gevangeniswezen toereikend is nadat daarmee enige ervaring is opgedaan. 6.3 Rolverdeling en samenwerking met externe partijen Sinds een half jaar zijn de mmd ers uit de locatie Wolvenplein vertegenwoordigd in de Veiligheidshuizen in Utrecht en Amersfoort. Zij zijn de schakel tussen de inrichting en de ketenpartners. Op het moment van de 29
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 inspectie waren de systemen van de inrichting nog niet operationeel in de Veiligheidshuizen, hetgeen een obstakel is voor hun functioneren. Het Casus Overleg Ondersteunend Systeem (COOS) is de centrale informatiedrager voor alle bij het Veiligheidshuis betrokken partijen. COOS haalt zijn basisinformatie uit de systemen van OM en politie, de overige instanties vullen de informatie op de klantenkaart met eigen informatie. Een knelpunt daarbij is dat de informatie niet altijd up-to-date bijgewerkt is (zie ook 4.8). De medewerkers van de inrichting ervaren verschillen in betrokkenheid tussen de externe trajectbegeleiders bij de reclassering. Ook is het niet altijd duidelijk welke partnerorganisatie waarvoor verantwoordelijk is en zijn de partners nog niet altijd bekend met elkaars organisatie. Er is soms verschil in visie. De samenwerking en communicatie tussen de inrichting en externe organisaties en functionarissen behoeft op een aantal vlakken nog enige verbetering. De organisaties zijn sinds de start van de ISD echter al meer naar elkaar toegegroeid en er bestaan stevige kaders (m.n. de Veiligheidshuizen) om de samenwerking verder te optimaliseren. Aanbevelingen Aan locatie Wolvenplein en de lokale reclasseringsinstellingen: - Investeer in verdere optimalisering van de samenwerking met partnerorganisaties 6.4 Procesbeschrijvingen Er is een heldere interne procesbeschrijving waarin staat aangegeven wie wat waarom en wanneer doet tijdens de verschillende fases van de ISDmaatregel. Er is een convenant tussen gemeente, OM, politie, penitentiaire inrichting en reclassering. Hierin wordt de ISD als instrument genoemd, maar de specifieke werkafspraken ten aanzien van de ISD-maatregel zijn daarin niet vastgelegd. Bij partnerorganisaties zijn soms nog kleine onduidelijkheden of verwachtingen waar niet helemaal aan tegemoet wordt gekomen. 30
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein De interne procesbeschrijvingen zijn vastgelegd, maar niet altijd bekend bij partnerorganisaties. Aanbevelingen Aan locatie Wolvenplein - Evalueer de interne procesbeschrijving samen met de partnerorganisaties. 6.5 gegevensregistratie en monitoring ISD-trajecten De voortgang van ISD-trajecten wordt gemonitord in het multidisciplinair overleg (MDO). Hier nemen MMD, BSD, medische dienst, psycholoog, vertegenwoordigers van de verblijfsafdeling, trajectbegeleider, programmamanager en eventueel een externe casemanager van de reclassering aan deel. Dit overleg vindt wekelijks plaats, al wordt niet elke week elke isd er besproken. De doelen uit het zorgplan worden besproken in het mentoraat. Ook is er een casusoverleg binnen het team waar onderdelen uit het zorgplan worden besproken. Aan het eind van het traject beoordeelt het MDO of het ISD-traject geslaagd is. Hier zijn geen vastgestelde beoordelingscriteria voor. Het is voor de trajectbegeleiders niet duidelijk voor wie of wat dit verslag bedoeld is. Het Veiligheidshuis krijgt het in elk geval niet. In het vonnis staat vermeld of er na 6, 9 of 12 maanden een tussentijdse toetsing plaatsvindt. In dat geval wordt de voortzetting van de maatregel getoetst door de rechtbank in een meervoudige kamer zitting. Daarnaast wordt het verblijfsplan conform de Pbw zesmaandelijks geëvalueerd door de mentor van de isd er. Deze koppelt terug aan de programmamanager. Er worden fysieke dossiers bijgehouden die zich geordend op één centrale plek bevinden. MMD-screeningsformulier een kopie van het identiteitsbewijs van de betrokkene zijn aanwezig. In het zorgplan worden wel interventies genoemd, maar in het dossier wordt niet bijgehouden of er interventies zijn afgerond. Dit wordt los door de programmamanager ISD bijgehouden. 31
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 De programmamanager houdt digitaal per gedetineerde een mapje bij waarin de tussentijdse evaluaties en voortgangsrapportages zijn opgenomen. Deze zijn ook toegankelijk voor mmd ers en trajectbegeleiders. Ze zijn echter niet in het fysieke dossier opgenomen. De trajectbegeleiders krijgen van de programmamanager tijdig een e-mail waarin duidelijk wordt gemaakt voor wanneer er een evaluatie opgesteld dient te worden. Vanuit het Veiligheidshuis wordt aangegeven dat er behoefte is aan meer inzicht in wat er tijdens detentie met de isd er gebeurt. De verwachting is dat vanaf 1 januari 2008 de mmd ers daar beter in kunnen voorzien, o.a. door hun aanwezigheid in het Veiligheidshuis en het bijhouden van de cliëntenkaart in het ketenbrede geautomatiseerde informatiesysteem COOS. De manier waarop documenten en gegevens van isd ers worden geregistreerd, kan op enkele punten verbeterd worden. Zo wordt niet vastgelegd of de geplande gedragsinterventies daadwerkelijk worden gerealiseerd. Om te garanderen dat voor alle betrokken partijen relevante informatie toegankelijk is en om het verloop van individuele ISD-trajecten te kunnen monitoren is het van wezenlijk belang om een integraal (digitaal) volgsysteem te introduceren. De Inspectie heeft van het hoofdkantoor DJI begrepen dat overwogen wordt om het zg. Traject Informatiesysteem (TRIS) dat als onderdeel van het beleidsprogramma Terugdringen Recidive door de DJI is ontwikkeld, ook voor ISD-trajecten te benutten. Dat aan het einde van een ISD-traject wordt bepaald of een ISD-traject geslaagd of mislukt is, is positief. Op die manier wordt feedback gegeven op de in individuele gevallen gevolgde aanpak en kan daaruit lering worden getrokken. De criteria die bij de eindbeoordeling worden gehanteerd, zijn echter niet schriftelijk geëxpliciteerd. Aanbevelingen Aan de locatie Wolvenplein: - Documenteer de inhoudelijke eindevaluatie van het verloop van individuele ISD-trajecten aan de hand van vastgestelde criteria en deel deze informatie met het OM en eventueel andere ketenpartners. 32
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein Aan de DJI: - Introduceer een (digitaal) cliëntvolgsysteem voor ISD-trajecten waarin behalve de planning ook de realisatie van de verschillende programmaonderdelen wordt bijgehouden. 6.6 Evaluatie uitvoeringsbeleid Binnen het Veiligheidshuis Utrecht wordt op verschillende niveaus het beleid besproken. Er is in december 2007 een veelplegersdag georganiseerd waarbij alle partners van het Veiligheidshuis, inclusief een aantal tactisch leidinggevenden onder leiding van een adviesbureau de samenwerking hebben geëvalueerd. Er is sprake van een beleidsevaluatie met externe partners. 33
Themaonderzoek - Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders April 2008 7 Algemene conclusies De Inspectie voor de Sanctietoepassing heeft in december 2007 de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel in locatie Wolvenplein onderzocht. De Inspectie is positief over de manier waarop die tenuitvoerlegging van de ISD maatregel binnen de mogelijkheden die de inrichting ter beschikking staan, is georganiseerd. Alle relevante partijen zijn bij de planning, uitvoering en monitoring van ISD-trajecten betrokken. Ook de samenwerking met de reclassering, de gemeente Utrecht en het OM verloopt in het algemeen naar tevredenheid. Dat neemt niet weg dat er op onderdelen verbeteringen mogelijk zijn. De belangrijkste daarvan betreffen: - De gedragsinterventies zijn onvoldoende beschikbaar. De reclasseringsorganisaties dienen in overleg met de inrichting en in lijn met de geïndiceerde interventies hun aanbod in deze te verbeteren. - In de fase tussen de start van het verblijf in de inrichting en de voorbereiding naar de extramurale fase is er een sprake van een beperkt contact met de trajectbegeleiders. - Gemotiveerde isd ers verblijven als gevolg van een gebrek aan plaatsen in instellingen in de extramurale fase, vaak langer in een sober regime dan nodig en wenselijk is. - De mate waarin het klimaat op de C-afdeling het ISD-traject ondersteunt kan worden versterkt, onder andere door te voorkomen dat HvB-gedetineerden en gemotiveerde isd ers gezamenlijk programmaonderdelen volgen. - De betrokkenheid van de reclassering bij het voorbereiden van de extramurale fase is nog niet sluitend en de frequentie van rapportage door de reclassering over het toezicht in de extramurale fase is niet conform het landelijke beleid. Hier moeten betere afspraken over gemaakt worden. - De beperkte plaatsingsmogelijkheden en de tijdrovende plaatsingsprocedures zijn er oorzaak van dat isd ers langer dan gewenst gedetineerd moeten blijven en/of extramuraal in 34
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein instellingen worden geplaatst die niet voldoende geëquipeerd zijn voor hun opvang. Externe partijen, zoals de gemeente(n) en de regionale zorginstellingen zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen, om voldoende geschikte plaatsingsmogelijkheden te realiseren in de extramurale fase van de ISDmaatregel. 35
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein Bijlage 1: Respondenten Locatie Wolvenplein - Gedetineerden in een ISD-traject, halfopen fase - Gedetineerden afdeling C, gesloten - Afdelingshoofd - Assessmentpsycholoog - Groepsleiders van de halfopen fase - Hoofd Medische dienst - Inrichtingspsycholoog - Locatiedirecteur - Medewerkers BSD - Medewerkers MMD - Piw ers van afdeling C - Programmamanager ISD - Trajectbegeleiders - Unitdirecteur OM - Manager Veiligheidshuis Reclassering (Centrum Maliebaan) - Teamleider GAVO 37
April 2008 Themaonderzoek -Inrichtingen voor Stelselmatige Daders Deelrapport locatie Wolvenplein Bijlage 2: Geadviseerde gedragsinterventies De in de ISD-verblijfsplannen opgenomen interventies: - Agressieregulatietraining - Arbeidsmotivatietraining - Budgetteringstraining - Cova-training - Delictpreventietraining - Impulscontrole - Leefstijltraining - Motiverende gesprekken - Nederlandse les - Schoolloopbaanbegeleiding - Schuldoriëntatie - Sova-training - Terugvalpreventie 1 - Terugvalpreventie 2 - Toeleiding passende zorg 39