4.09 Staalconstructies Staalconstructies worden in een grote verscheidenheid toegepast. Het biedt mogelijkheden om met grote snelheid dragende constructies op te bouwen. De grootste risico s bij deze werkzaamheden zijn vallen van hoogte, bekneld raken tussen zware elementen, het omvallen van de constructie tijdens montage en het uit de kraan vallen van constructiedelen. Normen en regels Arbobesluit Het Arbobesluit stelt doelvoorschriften als het gaat om het monteren van staalconstructies. De basis hiervoor zijn de artikelen 3.16 Voorkomen valgevaar, 3.17 Voorkomen gevaar door voorwerpen en 3.28 Stabiliteit en stevigheid. Op basis van artikel 3.31 eerste lid dient de werkgever, die staalconstructies laat monteren, een persoon aan te wijzen onder wiens deskundig toezicht dit gebeurt. Deze aanwijzing moet schriftelijk worden vastgelegd, bijvoorbeeld in het montageplan. Sterkte van de staalconstructie Sinds 1 juli 2013 is de Europese Verordening Bouwproducten van kracht, die eisen stelt aan de veiligheid en kwaliteit van bouwmaterialen volgens de voor het product geldende geharmoniseerde normen. Bouwproducten mogen vanaf die datum niet meer in de handel worden gebracht zonder CE-markering en de bijbehorende prestatieverklaring over de sterkte, brandveiligheid en energiezuinigheid. Voor het produceren en monteren van dragende stalen of aluminium constructies zijn de eisen omschreven in de NEN-EN 1090-normen. Vanaf 1 Juli 2014 is certificering volgens deze normen van dragende onderdelen van staal of aluminium verplicht en moeten ze zijn voorzien van een CE-markering. Op deze manier wordt gegarandeerd dat uit de vele soorten en samenstellingen van het staal de juiste kwaliteit en samenstelling worden toegepast. Praktische invulling Toezicht door speciaal daartoe aangewezen persoon In de regel wijst men de uitvoerder/montageleider aan om het bedoelde toezicht te houden. Een juiste taakuitoefening houdt in dat: - de montagevolgorde duidelijk is en de juiste hulpmiddelen aanwezig zijn; - de montageploeg volledig wordt geïnstrueerd; - er goede communicatie is tussen kraanmachinist en aanpikkelateur of rigger; - er toezicht wordt gehouden of gemaakte afspraken worden nageleefd. Montageplan De basis voor het veilig monteren van een staalconstructie is een montageplan. Hierin is een overzicht opgenomen van: - volgorde van de werkzaamheden; - vereiste vergunningen en ontheffingen; - aanvoer en opslag van materialen; - transport naar de montageplaats; - volgorde van montage; - verticaal transport inclusief kraanopstelplaatsen; - hulp- en schoringsconstructies; - werkplekbeveiliging; - toe te passen hijsgereedschappen; Blad 1 van 6 Abomafoon 4.09
- weg- en locatieafzettingen; - nabijheid van spanningvoerende delen; - communicatieprocedure tussen betrokken werknemers; - persoonlijke beschermingsmiddelen; - instructie aan personeel (ook schriftelijk); - aangewezen deskundig toezichthouder. Stabiliteit van de constructie tijdens montage In de meeste gevallen wordt een staalconstructie direct stabiel gemaakt door onderdelen volgens de geldende montagevolgorde te monteren. In die situaties waarbij dat niet mogelijk is, zijn er afdoende hulpconstructies noodzakelijk. Mogelijkheden hiervoor zijn bijvoorbeeld trek-drukschoren of tuien met bijvoorbeeld spanbanden of tirfortakels. Houd bij de bepaling van de benodigde hulpmiddelen rekening met het gewicht van de constructie en de windbelasting. Plaats de definitieve windverbanden zo snel mogelijk en giet de kolommen zo snel mogelijk aan. Zorg dat de boutverbindingen volledig zijn aangedraaid voordat de hulpconstructies worden verwijderd. Stalen balken zijn gevoelig voor vervorming bij ongelijkmatige belasting, bijvoorbeeld bij het leggen van kanaalplaten. Houd dan ook het legplan van de vloerenleverancier aan. Als alternatief kunnen er extra onderslagen als hulpconstructie worden aangebracht, die enige belasting van de balken tijdelijk opnemen. Bereikbaarheid werkplek Tijdens montage van de staalconstructie is het aan te raden om zo veel mogelijk vanuit een hoogwerker te monteren. Zie voor de inzet hiervan Abomafoon 5.07. Een alternatief hiervoor is een stabiel opgebouwde rolsteiger. De inzet hiervan is nader omschreven in Abomafoon 5.08. Het gebruik van ladders en trappen voor het monteren van staalconstructies is alleen nog geschikt bij lage werkhoogtes tot circa 6 m en voor kleine constructiedelen. Zie Abomafoon 5.13 voor de ladder als werkplek. Bij moeilijk bereikbare plekken kan incidenteel gebruik gemaakt worden van een werkbak in de hijskraan. De voorschriften voor de inzet hiervan zijn verwoord in Abomafoon 3.17. Tussenvloeren in de staalconstructie kunnen bereikbaar worden gemaakt met trappenhuizen opgebouwd uit steigermateriaal of deugdelijk geborgde ladders. Formeel is een ladder tot 10 m toegestaan, maar overbrug bij voorkeur geen hoogtes van meer dan 6 m met één ladder. Neem definitieve bordessen en trappen inclusief leuningwerken direct mee tijdens de montage van de staalconstructie. Vallen van hoogte In een staalconstructie zijn tijdens productie eenvoudig voorzieningen op te nemen voor de bevestiging van vangnetten en leuningwerken. Houd in de staalconstructie ook rekening met de randbeveiliging van tussenvloeren in combinatie met het gekozen geveltype. Bij een gevel die bestaat uit puien is het aan te raden om de randbeveiliging aan de binnenzijde van de staalconstructie te plaatsen, terwijl het bij een volledig binnenspouwblad beter is om de leuningwerken aan de buitenzijde van de staalconstructie toe te passen. Leuningwerken dienen te voldoen aan Arbobesluit art. 3.16. Dit heeft invloed op de maximale afstand tussen de leuningstaanders. Bij de toepassing van vangnetten als randbeveiliging dient het net minimaal 2 m hoog te zijn en ook aan de onderzijde deugdelijk aan de staalconstructie te worden bevestigd. Vangnetten ìn de staalconstructie dienen deugdelijk te worden opgehangen. De voorwaarden hiervoor zijn omschreven in Abomafoon 4.15. Aangelijnd werken raden wij af. Mocht er onverhoopt toch aangelijnd gewerkt moeten worden, dan moeten voldoende sterke verankeringspunten voor veiligheidslijnen aanwezig zijn. De lijnlengtes moeten zo kort mogelijk worden gehouden. Voorkomen van vallende voorwerpen Takels en hijskranen dienen te zijn gekeurd en moeten voldoende hijscapaciteit hebben om de constructiedelen te kunnen verplaatsen. De ophangpunten van takels dienen voldoende sterk te zijn. Opstelplaatsen van hijskranen dienen vlak en voldoende draagkrachtig te zijn. Bij het verplaatsen van grote samengestelde lasten met meerdere hijskranen is er een aanvullend hijsplan noodzakelijk. De uitgangspunten hiervoor staan omschreven in Abomafoon 3.25. Blad 2 van 6 Abomafoon 4.09
Voorkom vallende voorwerpen door de constructiedelen afzonderlijk of in deugdelijk samenstellingen aan te voeren. Zorg voor gecertificeerd hijsgereedschap dat op de juiste wijze wordt aangeslagen. Tevens is het aan te raden om de aanpikpunten te markeren en de afzonderlijke gewichten op de constructiedelen aan te brengen. Aboma adviseert voor hijsvoorzieningen aan constructiedelen een veiligheidsfactor van minimaal 2 aan te houden. Deze veiligheidsfactor is gebaseerd op de krachten die ontstaan bij het hijsen onder een spreidhoek, mogelijke scheefstand van de hijslast en dynamische belasting door uitgevoerde hijsbewegingen. Persoonlijke beschermingsmiddelen Bij het monteren van staalconstructies is het gebruik van helm, veiligheidsschoenen en handschoenen verplicht. Gehoorbescherming is noodzakelijk indien de bouten worden aangedraaid met slagmoersleutels. Aanvullend zijn gelaatsbescherming en zonodig adembescherming te gebruiken bij slijpen, lassen en branden aan de constructiedelen. Noodzakelijke waarschuwingen Tijdens de montage van de staalconstructie is het noodzakelijk om waarschuwingen voor vallende voorwerpen te plaatsen. Het werkgebied zelf moet ter voorkoming van het onder en boven elkaar werken worden afgezet, bijvoorbeeld met bebording of hekjes. Het gebruik van afbakeningslint wordt afgeraden, omdat dit te gevoelig is voor beschadiging. Verwijzing - Arbobesluit art. 3.15, 3.16, 3.17, 3.28 en 3.31 lid 1. - Arbo-informatieblad 17 Hijs- en hefmiddelen. SDU Den Haag. - Europese Verordening Bouwproducten (EU 305/2011). - NEN-EN 1090-1 Het vervaardigen van staal- en aluminiumconstructies - Deel 1 Eisen voor het vaststellen van de conformiteit van constructieve onderdelen. - NEN-EN 1090-2 Het vervaardigen van staal- en aluminiumconstructies - Deel 2 Technische eisen voor staalconstructies. - NEN-EN 1090-3 Het vervaardigen van staal- en aluminiumconstructies - Deel 3 Technische eisen voor aluminium constructies. - NEN-EN 1263 Veiligheidsnetten, deel 1, Veiligheidseisen, beproevingsmethoden. - Abomafoons: 3.17 Werkbak ingericht voor het vervoer van personen. 3.25 Hijsen van een last met meerdere kranen. 3.40 Hijsgereedschap (algemeen). 4.01 Valgevaar vanaf vloeren en platte daken (uitvoeringsfase). 4.12 Leuningwerk. 4.15 Veiligheidsnetten. 5.07 Hoogwerkers. 5.13 De ladder als werkplek. Datum: December 2015 Wijzigingen ten opzichte van vorige uitgave - Tekst geactualiseerd (met name verplichte CE-markering op dragende staalconstructieonderdelen). - Verwijzing aangepast met NEN-EN 1090-normen. Uitgave: Aboma bv Maxwellstraat 49 a Postbus 141 6710 BC Ede tel. 0318 69 19 20 www.aboma.nl Heeft u naar aanleiding van deze informatie vragen, opmerkingen of verbetersuggesties, geef het aan ons door via Abomafoon@aboma.nl Wij helpen u graag! Blad 3 van 6 Abomafoon 4.09
Controlelijst Staalconstructies Project / locatie: Ingevuld door: Datum: Aandachtspunten Opmerkingen / maatregelen Actie gereed d.d. v = akkoord; x = tekortkoming; - = niet van toepassing 01 Organisatie montageplan; aangewezen deskundig toezichthouder; deskundig toezichthouder op het werk aanwezig 02 Stabiliteit montagevolgorde: trek-/drukschoren in twee richtingen aangebracht; tuien in vier richtingen aangebracht; windverbanden aanwezig; verbindingsbouten aangedraaid; kolommen ondersabelen; tussenopslag stabiel 03 Voorkomen valgevaar voorzieningen voor leuningwerk aan randbalken; voorzieningen op tussenvloeren in constructie; vangnetten in goede staat; vangnetten deugdelijk opgehangen; vangnetten juist doorgekoppeld; verankeringspunten voldoende sterk; lijnen deugdelijk bevestigd 04 Bereikbaarheid werkplek montage vanuit hoogwerker; ladders bij klein staal tot 6 m werkhoogte; werkbak slechts incidenteel toegepast; trappenhuis uit steigermateriaal of ladderopgang tot 6 m vloerhoogte 05 Voorkomen van vallende voorwerpen kraan en takels gekeurd; opstelplaatsen hijskranen voldoende vlak en draagkrachtig; gecertificeerd hijsgereedschap; hijsgereedschap in goede staat van onderhoud; hijsgereedschap afgestemd op last; last deugdelijk aangeslagen 06 Waarschuwingen/markeringen werkgebied afgezet; afzetting in goede staat; waarschuwingspictogrammen aanwezig 07 Persoonlijke beschermingsmiddelen helm, veiligheidsschoenen, gehoorbescherming en handschoenen bij montage; veiligheidslijnen en harnasgordels in goede staat; oogbescherming en zonodig adembescherming bij slijpen, lassen en branden Toelichting / nadere bijzonderheden: Blad 4 van 6 Abomafoon 4.09
Toolbox Staalconstructies Overige aandachtspunten Montageplan op het werk, deskundig toezichthouder aangewezen. Tijdelijke stabiliteitsvoorzieningen treffen. Vloeren bereikbaar met (steiger)trappenhuis. Ladders tot 6 m hoogte. Werkgebied afzetten en markeren. Gebruik helm, veiligheidsschoenen, gehoorbescherming en handschoenen. Blad 5 van 6 Abomafoon 4.09
Registratieformulier toolbox Project: Gehouden door: Datum: Functie: Onderwerp: Presentielijst Naam Bedrijfsnaam Handtekening Eventuele opmerkingen: Blad 6 van 6 Abomafoon 4.09