Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Prins Bernhardplein 112 1508 XB Zaandam Datum : 13 juli 2016 Versie : 1.0
Autorisatie opstellers: H.P. (Erik) Ablij P.R. (Petra) Molag gezien: Mr. J.M.G. van Galen MMI Revisiegegevens revisie: datum: omschrijving: 0.1 20 april 2016 1 e concept voor teamleiders RB 0.2 23 juni 2016 2 e concept voor MO RB 1.0 13 juli 2016 Definitief na MT 12 juli 2016 Zaanstad, 13 juli 2016 Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, 2016 Pagina 2 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
Inhoudsopgave Pagina 1 Inleiding... 4 2 Ontwikkelingen... 5 2.1 In de zorg 5 2.2 In de maatschappij 5 2.3 In toepassing wetgeving 6 2.4 Bij de brandweer 7 3 Doelen en acties VrZW... 8 3.1 Samenwerking en informatiedeling 9 3.1.1 Afstemmen met regiegroep 9 3.1.2 Informatie uitwisseling met GHOR AA en Rode Kruis ZaWA 10 3.1.3 Startdocument bespreken met gemeenten 11 3.1.4 Startdocument bespreken met (thuis)zorginstellingen 12 3.1.5 Startdocument bespreken met woningcorporaties 13 3.2 Informatie-gestuurd werken 14 3.2.1 Inventarisatie wooncomplexen met inpandige gangen 14 3.2.2 Afstemming met Handboek Objectinformatie 15 3.2.3 Bespreken mogelijkheden brandonderzoek V&K 16 3.2.4 Bespreken mogelijkheden incidentregistratie IB 17 3.3 Brandveilig leven 18 3.3.1 Handelingsperspectief bespreken met bewoners(commissies) en/of familieleden 18 3.3.2 Brandpreventiemaand Broodje brandweer 19 3.3.3 Maatschappelijke ontruimingsoefeningen 20 3.4 Beleid 21 3.4.1 Einddocument inbrengen als onderdeel meerjarenbeleidsplan 2017-2020 21 4... 22 4.1 Planning 22 4.2 Randvoorwaarden 22 REFERENTIES... 23 BIJLAGE 1: BOUWBESLUIT 2012... 24 BIJLAGE 2: MATRIX OP BIOVG-ASPECTEN... 25 BIJLAGE 3: INVENTARISATIE WOONCOMPLEXEN MET INPANDIGE GANGEN... 27 Pagina 3 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
1 Inleiding Vanwege de landelijk maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van zorg (van minder intramurale a zorg naar meer extramurale b zorg) willen de veiligheidspartners inspelen op de ontwikkelingen bij de herbestemming bestaande bouwvoorraad. Brandweer Nederland gaat werken aan een visie over deze maatschappelijke ontwikkeling en een actieplan voor de komende periode. Vooruitlopend op een landelijke visie is Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) in 2015 al gestart met werkzaamheden. In juni 2015 heeft VrZW een netwerkdag Zorg & Veiligheid gehouden om aandacht te krijgen voor een (brand)veilige woon- en leefomgeving voor senioren. Deze groep staat centraal vanwege de stijging van de gemiddelde levensverwachting, een terugtrekkende overheid in het zorgdomein en de wens van senioren om langer zelfstandig te blijven wonen. Nu al is er een tendens dat senioren vaker slachtoffer worden van brand in de eigen woon- en leefomgeving. Brandveiligheid wordt bereikt door maatwerk en een risicogerichte benadering. Hierbij is het nodig de samenwerking aan te gaan met burgers, bedrijven, instellingen en overheid om te werken aan meer bewustwording, verandering van gedrag en eigen verantwoordelijkheid. Tijdens de netwerkdag heeft VrZW dit voorgelegd aan de betrokken instanties zoals gemeenten, zorginstellingen, woningcorporaties e.d.. Om een vervolg te geven aan de netwerkbijeenkomst is door het afdelingshoofd Risicobeheersing opdracht gegeven tot het opstellen van een Startdocument Zorg & Veiligheid. Dit document is bedoeld om de problematiek over de brandveiligheid in woongebouwen, met inpandige gangen, waarin senioren zelfstandig wonen te beschrijven. In het startdocument is gesteld dat er verschillende partners zijn die een rol kunnen vervullen in het verhogen van het brandveiligheid in de leefomgeving. Vervolgens is in een bijlage van het startdocument een voorstel gedaan wat welke partner zou kunnen gaan doen ter verbetering van het brandveiligheidsniveau. Op 29 februari heeft het MT-VrZW ingestemd met het Startdocument Zorg & Veiligheid [1]. Hierbij heeft zij de opdracht gegeven om een actieplan, dit document, uit te werken. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelingen op het gebied van zorg, in de maatschappij, wetgeving en binnen de brandweer beschreven. Dit geeft een beeld van de veranderingen waarmee rekening moet worden gehouden bij het creëren van een brandveilige leefomgeving voor senioren. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 3 de doelen en acties waarmee VrZW dit wil bereiken. Dit vergt in grote mate ook inzet van andere partners. VrZW gaat als eerste met hen in gesprek om mogelijke acties te bespreken zodat ideeën en initiateven een aanvulling kunnen worden op de matrix in bijlage 2. In hoofdstuk 4 zijn de planning en randvoorwaarden opgenomen. a b Hulp in instelling voor gezondheidszorg, gezien 20 oktober 2015 op http://www2.bsl.nl/zorgcontext/ Thuiszorg; alle hulp buiten de muren van instellingen, gezien 20 oktober 2015 op http://www2.bsl.nl/zorgcontext Pagina 4 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
2 Ontwikkelingen 2.1 In de zorg Ouderen die in het verleden op basis van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) c een zorgzwaartepakket (ZZP) indicatie 1 t/m 4 kregen kwamen in aanmerking voor een plaats in een verzorgingshuis of woonfunctie wonen met zorg. Dit is niet langer mogelijk omdat de zorg op basis van deze indicaties alleen nog in de thuissituatie wordt geboden (thuiszorg). Deze maatschappelijke ontwikkeling zorgt voor een afbouw van zorginstellingen en de woonfunctie wonen met zorg (= woonfunctie waarbij aan de bewoners professionele zorg wordt verleend met een vanuit het zorgaanbod georganiseerde koppeling tussen wonen en zorg in een daarvoor bestemde en uitgeruste woonfunctie). De eigenaren van deze voormalige woon-zorgcomplexen, veelal woningcorporaties, zullen de woonfunctie wonen met zorg als individuele woonruimte verhuren. Voor de bewoners met voorheen een zorgindicatie ZZP 1 t/m 4 is het wonen en zorg contractueel van elkaar gescheiden. Het staat bewoners vrij om de zorg in te kopen bij een zorginstelling naar eigen keuze. Inmiddels zijn door de transitie van het scheiden van wonen en zorg de woningcorporaties begonnen met het aanpassen van bouwwerken. Hierbij worden de aanpassingen voorgelegd aan het bevoegd gezag (gemeente) met het verzoek in te stemmen met bouwkundige, installatietechnische en/of organisatorische veranderingen. De bevoegde gezagen leggen dergelijke verzoeken voor advies voor aan VrZW. 2.2 In de maatschappij Stichting Samenwerkende Instellingen Gezondheidszorg Regio Amsterdam (Sigra) heeft in 2015 een publicatie [2] uitgebracht met daarin cijfers voor het aantal inwoners en prognose bevolkingsgroei 2010-2030 (in %). In Figuur 1 is dit weergegeven. Er blijkt dat de komende 15 jaar er gemiddeld tot sterke vergrijzing in de regio Zaanstreek-Waterland zal plaatsvinden. Figuur 1: overzicht bevolkingsgroei, inclusief vergijzing [2] c Per 1 januari 2015 opgegaan in de Wet langdurige zorg (Wlz). Pagina 5 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
2.3 In toepassing wetgeving Het Gebruiksbesluit van 1 november 2008 introduceerde een verbijzondering van de woonfunctie. Deze functie werd onder anderen opgesplitst met sub-gebruiksfuncties, te weten: zorgclusterwoning, groepszorgwoning of andere woonfunctie voor zorg. Tevens werd een vorm van zorg opgenomen, te weten: 24 uurszorg, zorg op afroep en zorg op afspraak. Deze opsplitsing kwam tot stand met de partners d en was bedoeld om een eind te maken aan de problematiek omtrent minder zelfredzaamheid bij brand. Het uitgangspunt voor het bepalen van het brandveiligheidsniveau werd de woonvorm in plaats van minder zelfredzaam of permanent toezicht. Op basis van de gekozen woonvorm werd de noodzaak, bewakingsomvang en doormelding van een brandmeldinstallatie bepaald. Ook de aanwezigheid van een zusterpost of zorgcentrale en de verbinding via een professionele spreek-/luisterverbinding werd door de gekozen woonvorm bepaald. In het Bouwbesluit 2012 is het bovenstaande overgenomen uit het Gebruiksbesluit en voortgezet. In bijlage 1 is te lezen welke begripsbepaling bij de functies horen en welk brandveiligheidsniveau met behulp van een brandmeldinstallatie vereist is. Bij een wijziging binnen de gebruiksfunctie woonfunctie van wonen met zorg naar andere woonfunctie nemen de minimaal wettelijk vereiste brandveiligheidsvoorzieningen in een bouwwerk dusdanig af dat de kans op slachtoffers en schade toeneemt [3]. De reden van deze toename is te wijten aan het feit dat in de nieuwe functie een flink aantal voorzieningen niet meer vereist zijn én de bewoners er veelal vanuit gaan dat zij dezelfde hulp krijgen als in de vorige functie die het gebouw had. In Figuur 2 is een voorbeeld beschreven. Bij de sub-gebruiksfunctie zorgclusterwoningen in een woongebouw kan bij de wijziging naar de sub-gebruiksfunctie andere woonfunctie voor zorg en ander woonfunctie, geen hoger niveau dan het Bouwbesluit 2012 bestaande bouw of het rechtens verkregen niveau worden gehandhaafd. Veelal zijn zorgclusterwoningen gebouwd waarbij toegangsdeuren van de wooneenheden uitkomen op een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte of atrium. Omdat voor een woonfunctie geen zelfsluitende toegangsdeur van wooneenheden kan worden voorgeschreven bestaat er een verhoogd risico op rook-/warmte en branduitbreiding naar de besloten gemeenschappelijk verkeersruimte. De mogelijkheden voor een veilige ontvluchting van mede bewoners met de toegangsdeur op dezelfde besloten verkeersruimte neemt hierdoor sterk af. Door de aanwezigheid van een brandmeldinstallatie en een interne organisatie met BHV-ers kon snel en adequaat worden gehandeld om een blussing, redding en voorkoming van (rook)uitbreiding uit te voeren. Omdat er individueel en mogelijk door meerdere zorgaanbieders zorg wordt geboden zal er geen 24-uurs organisatie meer aanwezig zijn om adequaat te kunnen handelen. Bovenstaande betekend dat een woongebouw waarin voorheen een brandmeldinstallatie met doormelding naar de alarmcentrale brandweer aanwezig was deze niet langer vereist is. Er dienen dan wel één of meer rookmelders te worden voorgeschreven voor de woningen zoals dit ook voor nieuwbouwwoningen verplicht is. Dat betekend ook dat er geen interne organisatie meer aanwezig is die adequaat kan optreden bij een brandalarm. Dit laatste geldt overigens ook al voor de sub-gebruiksfuncties wonen met zorg op afroep en wonen met zorg op afspraak. De brandcompartimentering moet voldoen aan minimaal 20 minuten weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag. Waar voorheen het gebruik voor bewoners door bouwkundige-/en installatie technische voorziening en organisatorische maatregelen in een juiste balans kon worden gehouden zal door de extramuralisering de brandveiligheid opnieuw uitgebalanceerd moeten worden. De veiligheid en daarbij behorende voorzieningenniveau zal meer afgestemd moeten worden op ouderen met een beperking en de mate van de zelfredzaamheid e [4]. Figuur 2: voorbeeld van een functiewijziging Wanneer er sprake is van enkel een functiewijziging en geen verbouw is de wettelijke ondergrens voor het brandveiligheidsniveau het niveau voor bestaande bouw óf het eventuele van rechtens verkregen niveau [5]. Veelal zijn de voorzieningen op deze niveaus van een lager niveau dan het niveau van voorzieningen uit de oude gebruiksfunctie van het object. Ook bij verbouw zal in de meeste gevallen verwezen worden naar een rechtens verkregen niveau. Op grond van het Bouwbesluit 2012 artikel 6.21 lid 1 geldt wel dat een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert, tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie, een of meer rookmelders heeft. Hierop zijn de eisen van NEN 2555 van toepassing. Inmiddels erkennen de diverse brancheorganisaties en veiligheidspartners dat bij de veranderingen in woongebouwen met besloten gemeenschappelijke verkeersruimten er een verhoogd risico op slachtoffers ontstaat. Dit blijkt uit recente branden waarbij senioren zijn betrokken. d e Zorgsector Aedes (VGN, Actiz en GGZ Nederland), VNG, NVBR, ministerie BZK en ministerie VWS. De mate van zelfredzaamheid wordt bepaald door: de mobiliteit van de persoon, de mate waarin de persoon inzicht heeft in een gevaarlijke situatie en de handelsbekwaamheid van de persoon bij gevaar [4]. Pagina 6 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
2.4 Bij de brandweer Al enkele jaren wordt er gewerkt aan een andere methode van bewustwording, gedrag, eigen verantwoordelijkheid en het vergroten van de zelfredzaamheid van burgers, bedrijven en instellingen. De brandweer richt zich steeds meer op het voorkomen van incidenten, in plaats van alleen het bestrijden daarvan. Hiervoor zijn diverse projecten in het land gestart en lopende. Voor woonsituaties is het boekwerk Brandveilig Leven: Toepassing op de woonomgeving in november 2014 door de Brandweeracademie beschikbaar gesteld. Dit handboek geeft inhoudelijke en praktische aspecten van de nieuwe brandweertaak met een nadere toelichting. Het doel van deze publicatie is om kennis op het gebied van brandveilig leven onder andere via brandweeronderwijs te verspreiden. Ook wordt zo de implementatie van brandveilig leven binnen de brandweer bevorderd. In 2013 is landelijk het project Geen Nood Bij Brand 2.0 gestart. Dit project richt zich op de brandveiligheid in zorginstellingen, verbetering van de veiligheidscultuur en vergroting van de bewustwording bij raden van bestuur, directieleden, medewerkers en bewoners. De brandweer, als regisseur en expert tijdens een veiligheidsexpeditie, zal brandveiligheid niet meer vanuit regelgerichte standpunten dicteren maar risicogericht adviseren. Alle lagen uit de organisaties en bewoners worden hierbij betrokken omdat een zelfregulerende verbetering van de brandveiligheid wordt beoogd. Voor de komende jaren zijn risicogericht adviseren en zelfregulering steeds belangrijker om een veilige woon-, leef-en werkomgeving te bereiken en te houden. VrZW heeft in het Regionaal Risicoprofiel Zaanstreek-Waterland 2015-2018 als één van de zeven maatschappelijke thema s gebouwde omgeving het crisistype branden in kwetsbare objecten uitgewerkt. Met dit thema ligt de focus op de verminderde zelfredzaamheid van senioren. Pagina 7 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3 Doelen en acties VrZW De veranderingen, genoemd in hoofdstuk 2, vinden al plaats. Daarom zijn de doelstellingen van VrZW het bevorderen van het (brand)veiligheidsbewustzijn en een advisering in maatwerk, die een risicogerichte benadering heeft. Om het brandveiligheidniveau op een adequaat niveau te houden, waarbij de kans op slachtoffers en schade niet toeneemt, zal VrZW in de risicogerichte advisering kijken naar de functie van het bouwwerk en de mate van vluchtveiligheid van de aanwezige bewoners. Deze benadering biedt de mogelijkheid om de kans op ontstaan van brand en dus de kans op slachtoffers bij brand te minimaliseren. In onderstaand Figuur 3 is een mindmap met mogelijke maatregelen per actor weergegeven. Figuur 3 Mindmap acties en actoren veilige woning In bijlage 2 zijn in een matrix een niet limitatieve lijst van de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische opties benoemd. Daarnaast zijn hierin aspecten vermeld die een betere veiligheidscultuur en veilig gedrag stimuleren. Om de doelen te bereiken is samenwerking met partners nodig. Deze zijn onder anderen woningcorporaties, thuiszorginstelling verzekeraars en de gemeenten. De gemeenten hebben een wettelijke taak bij de beoordeling of een verandering van een gebruiksfunctie binnen het bestemmingsplan past. Daarnaast hebben zij een taak vanuit het maatschappelijk domein. In dit hoofdstuk worden de Maatwerkvoorzieningen genoemd in bijlage 2 van het Startdocument [1] ingedeeld in vier thema s, te weten: - Samenwerking en informatiedeling; - Informatie-gestuurd werken; - Brandveilig Leven; - Beleid. In de onderstaande paragrafen worden de thema s uitgewerkt in actiekaarten. De thema s zijn inen/of extern gericht. Voor de externe thema s wordt gestart met het in gesprek gaan met de partners. Het is van belang dat informatie gehaald en gedeeld wordt om overeenstemming te krijgen over maatregelen die kunnen bijdragen aan een (brand)veilige leefomgeving. Pagina 8 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.1 Samenwerking en informatiedeling 3.1.1 Afstemmen met regiegroep f In het sprogramma 2015-2016 [6] is o.a. aangegeven: - VrZW en alle medewerkers meenemen en betrekken bij de activiteiten voor zelfredzaamheid opdat zij congruent worden/zijn in de boodschap die zij uitdragen. - Alles wat er gebeurt op het gebied van brandveilig leven/preventie meenemen in de risicocommunicatie. - Realistisch oefenen, burgers en bedrijven (co-creatie), vaker inzetten om daarmee de boodschap van risicocommunicatie te versterken. - Communiceren vanuit een positieve houding over risico s, (zelf-)redzaamheid, samenredzaamheid en de samenwerking met hulpverleners. Er wordt een bijeenkomst georganiseerd voor medewerkers RB over het thema zelfredzaamheid opdat zij congruent worden/zijn in de boodschap die zij uitdragen. Er wordt georganiseerd dat de omgeving van wooncomplexen met zelfstandig wonende senioren de gelegenheid krijgen en betrokken worden bij maatschappelijke ontruimingsoefeningen. Verantwoordelijk Regie groep Verantwoordelijk Brandveilig Leven f Zoals besloten in het MT van 30 september 2014. De regiegroep bestaat uit een beleidsmedewerker uit het Team Brandveilig Leven en Advies en een communicatiemedewerker uit het Team Informatievoorziening en Communicatie. Pagina 9 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.1.2 Informatie uitwisseling met GHOR AA en Rode Kruis ZaWA Door beter gebruik te maken van elkaars gegevens, netwerk en inzet kan er winst te behalen zijn in het gezamenlijk benaderen van externe partners. Vanuit de GHOR AA is er intensief contact met zorginstellingen over o.a. de zorgcontinuïteitplannen. VrZW heeft voor het sprogramma contacten met het Rode Kruis ZaWa. Het Rode Kruis heeft een programma waarin de thema s Het vergroten van risicobewustzijn en Het opbouwen van een netwerk zijn meegenomen om samen beter voorbereid te zijn op noodsituaties. Er gaat geïnformeerd worden op welke wijze de GHOR AA bij zorginstellingen de aandacht en verantwoordelijkheid bij het verlenen van thuiszorg en acties vanuit een zorgcentrale in de zorgcontinuïteitsplannen van zorginstellingen kan opnemen. Er gaat een bredere samenwerking met het Rode Kruis ZaWa en inzet van haar vrijwilligers komen om samen het handelingsperspectief van zelfstandig wonende senioren te vergroten. Regie groep Regie groep Pagina 10 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.1.3 Startdocument bespreken met gemeenten Een belangrijke partner in en medeverantwoordelijk voor brandveiligheid zijn de gemeenten. Zij kunnen als een spin in het web andere samenwerkingspartners uitnodigen en motiveren om proactief te handelen. Binnen een gemeente kunnen vanuit de verschillende taakgebieden belangen spelen die een afstemming vereisen om onbedoelde ongewenste gevolgen voor een taakveld te voorkomen. Een voorbeeld is de toewijzing van een zorgindicatie om in aanmerking te komen voor een woning met zorg. Of het aanpassen van een bestemmingsplan door een verzoek om de gebruiksfunctie van een woongebouw wonen met zorg te wijzigen naar andere woonfunctie. Een aanspreekpunt voor woningcorporaties, zorginstellingen, GHOR AA, Rode Kruis ZaWa, VrZW enzovoort kan de coördinatie en afstemming sterk verbeteren en stimuleren. Het Startdocument Zorg & Veiligheid wordt gedeeld en besproken met de 8 gemeenten. Vraag de 8 gemeenten om de regie en coördinatie op het onderwerp zelfstandig wonende senioren en brandveiligheid op zich te nemen. Afdelingshoofd RB Taakgebied Afdelingshoofd RB Taakgebied Pagina 11 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.1.4 Startdocument bespreken met (thuis)zorginstellingen De zorginstellingen zijn verantwoordelijk voor de brandveiligheid van cliënten en bewoners in verpleeghuizen, bejaardenoorden/verzorgingshuizen en wonen met 24-uur zorg. Zorginstellingen leveren thuiszorg waarbij deze zich nu vooral beperkt tot de zorg. De thuiszorgmedewerkers komen geregeld bij de bewoners thuis (achter de voordeur). In hun contact met de bewoner kunnen zij brandveiligheid bespreken en/of een signaleringsfunctie vervullen. Het Startdocument Zorg & Veiligheid wordt gedeeld en besproken met de (thuis)zorginstellingen Stichting Evean en Stichting De Zorgcirkel. Bespreek de mogelijkheden om thuiszorgmedewerkers voor te lichten/instrueren over brandveilig leven. Bespreek de mogelijkheden dat thuiszorgmedewerkers een signaleringsfunctie krijgen/vervullen naar bijvoorbeeld VrZW, Rode Kruis ZaWa, WonenPlus enz. Taakgebied Taakgebied Taakgebied Pagina 12 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.1.5 Startdocument bespreken met woningcorporaties Woningcorporaties zijn als eigenaar en verhuurder verantwoordelijk voor de bouwkundige en installatietechnische staat van een woongebouw. Een woning/woongebouw moet minimaal voldoen aan het Bouwbesluit 2012 niveau bestaande bouw. Indien hier niet aan wordt voldaan heeft de gemeente een handhavingsplicht. Voor bestaande woongebouwen met inpandige gangen kunnen installatietechnische voorzieningen aanwezig zijn als er sprake is van een atrium. Indien er geen atrium is maar wel inpandige gangen zijn geen installatietechnische voorzieningen vereist. Binnen de wooneenheden kunnen geen voorzieningen worden geëist. Woningcorporaties kunnen het veiligheidsniveau in een gebouw op diverse manieren verbeteren. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van automatische rookdetectie en noodverlichting in gemeenschappelijke verkeersruimten, veilige vluchtroutes en noodtrappenhuizen (denk bijvoorbeeld aan drempels), aparte stalling voor scootmobielen, zelfsluitende voordeuren. Ook kan worden gedacht aan de plaatsing en/of onderhoud van CO-detectie en automatische rookmelders binnen de wooneenheden. Te ondernemen actie Het Startdocument Zorg & Veiligheid wordt gedeeld en besproken met de woningcorporaties die actief zijn in deze regio. Te ondernemen actie Bespreek de mogelijkheden om huismeesters en technische dienst medewerkers van woningcorporaties voor te lichten/instrueren over brandveilig leven. Bespreek de mogelijkheden dat woningcorporaties een signaleringsfunctie krijgen/vervullen naar bijvoorbeeld VrZW, Rode Kruis ZaWa enzovoort. Taakgebied Taakgebied Taakgebied Pagina 13 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.2 Informatie-gestuurd werken 3.2.1 Inventarisatie wooncomplexen met inpandige gangen Om een volledig beeld te krijgen van woongebouwen met inpandige gangen en de bewoning hoofdzakelijk uit senioren bestaat, is een inventarisatie in de regio gewenst. Uit bijlage 3 blijkt dat het voorlopig om 16 woongebouwen gaat. Woongebouwen met inpandige gangen worden in PREVAP als categorie 1300 Algemeen gebruik benoemd. Opvallend is dat er een prioriteit 3 en een controlefrequentie van 1x per jaar wordt aangegeven. Hierbij ligt de controlefrequentie hoger dan voor Wonen met zorg, categorie 1500 ook algemeen gebruik, waar 0,5 controle per jaar voor wordt aangegeven. Er wordt een checklist opgesteld voor een inventarisatie brandveiligheid van woongebouwen met inpandige gangen. Er wordt in de 8 gemeenten een inventarisatie uitgevoerd naar woongebouwen met inpandige gangen. De uitkomsten van de controles en checklists worden verwerkt in FirstWatch. Arthur Vels Arthur Vels Erick Melein Werner de Groot Jason Doorson Randvoorwaarden: Informatie nodig om te kunnen starten met acties uit paragraaf 3.3. Pagina 14 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.2.2 Afstemming met Handboek Objectinformatie In het Handboek Objectinformatie VrZW (versie 1.0 datum 30 juni 2015) zijn volgens Bijlage A: beslislijst Objectinformatie, de PREVAP categorieën 1300 en 1500 niet benoemd. Woongebouwen met bijzondere brandbestrijdingsinstallaties kunnen onder regel 17 van bovengenoemde bijlage A vallen. Dit geldt bijvoorbeeld bij een sleutelkluis, droge blusleiding of brandmeldinstallatie (BMI) met een wettelijk geëiste doormelding (DM) naar de alarmcentrale brandweer. De BMI met DM kan voorkomen bij woongebouwen met een atrium waarin een rookbeheersingssysteem aanwezig is. Er wordt beoordeeld of het Handboek Objectinformatie VrZW Bijlage A: beslislijst Objectinformatie regel 01 aangevuld moet worden met de PREVAP categorie 1300 en 1500. Dit geldt ook voor de PREVAP categorieën 1100 (Tehuizen >10 personen) en 1200 (Kloosters/abdijen). Indien Bijlage A: beslislijst Objectinformatie wordt aangevuld volgens bovenstaand punt zal het taakgebied Objectinformatie zorgen dat er voor dergelijke gebouwen een aanvalsplan of een bereikbaarheidskaart wordt opgesteld. Martijn Aten Martijn Aten Randvoorwaarden: Resultaat inventarisatie uit actie van paragraaf 3.2 afwachten. Pagina 15 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.2.3 Bespreken mogelijkheden brandonderzoek V&K Naar aanleiding van een woningbrand in een woongebouw met inpandige gangen kan informatie worden verkregen over het ontstaan van de brand. Hierbij is vooral interessant hoe het brand-/en rook verloop invloed heeft gehad op het handelingsperspectief van bewoners. Een belangrijke vraag die hierbij speelt is: Was verblijf respectievelijk ontvluchting van de bewoners in respectievelijk uit de overige wooneenheden in het woongebouw voldoende gewaarborgd? Laat tijdens of na een woningbrand in een woongebouw met inpandige gangen altijd bepalen of een brandonderzoek gewenst is. Deel resultaten met de afdeling Risicobeheersing en Incidentbestrijding als input voor het doorontwikkelen van de Visie Zorg & Veiligheid. Afdelingshoofd RB Maarten den Arend Afdelingshoofd RB Pagina 16 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.2.4 Bespreken mogelijkheden incidentregistratie IB De informatie van een bevelvoerder en zijn team naar aanleiding van een woningbrand in een woongebouw met inpandige gangen kan relevante informatie opleveren. Laat beoordelen of de huidige incidentregistratie/evaluatie voorziet in het beantwoorden van vragen specifiek gericht op een woningbrand in een woongebouw met inpandige gangen. Ga na of de operationele eenheden voldoende gefaciliteerd zijn om eventuele specifieke vragen gericht op een woningbrand in een woongebouw met inpandige gangen te beantwoorden. Randvoorwaarden: Resultaat uit paragrafen 3.2 en 3.3 afwachten. Rick Schol Rick Schol Pagina 17 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.3 Brandveilig leven 3.3.1 Handelingsperspectief bespreken met bewoners(commissies) en/of familieleden Sinds enkele jaren geeft het taakgebied Brandveilig Leven voorlichtingen aan burgers. Tevens is er een intensieve samenwerking met de Regiegroep sprogramma. In 2015 zijn Roadshows georganiseerd en in 2016 zal vooral bij bestaande activiteiten in gemeenten worden aangesloten. Het Startdocument Zorg & Veiligheid biedt medewerkers VrZW een handvat om onze visie te delen en toe te lichten op bijeenkomsten en activiteiten. Er zal een stimulering op het uitdragen van bewustwording en gedragsverandering plaatsvinden door het benutten van de mogelijkheden die de samenwerkingspartners en gebruikers ondernemen om een (brand)veilige leefomgeving te verbeteren. Taakgebied Pagina 18 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.3.2 Brandpreventiemaand Broodje brandweer Net als in 2015 is in de brandpreventiemaand 2016 de zelfredzaamheid van de senioren één van de thema s waaraan extra aandacht wordt besteed. In oktober zal VrZW op diverse locaties het broodje brandweer organiseren voor o.a. senioren. De informatie uit het Startdocument Zorg & Veiligheid wordt gebruikt om met senioren tijdens broodje brandweer in gesprek te gaan over veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag. Taakgebied Pagina 19 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.3.3 Maatschappelijke ontruimingsoefeningen In 2015 zijn twee maatschappelijke ontruimingsoefeningen georganiseerd. Dit jaar zullen dat er vier zijn. De maatschappelijke oefeningen richten zich op woongebouwen, met inpandige gangen, waar voornamelijk senioren wonen. Omdat een BHV-organisatie ontbreekt zijn bewoners bij brand op zichzelf aangewezen, op hulp van medebewoners dan wel bewoners uit de omgeving. De behulpzame burger kan extra bijdragen aan begeleiding en opvang van senioren. Bewoners in de omgeving van woongebouwen met inpandige gangen bewoond door senioren worden meer en nadrukkelijker bij de maatschappelijke ontruimingsoefeningen betrokken. Taakgebied Pagina 20 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
3.4 Beleid 3.4.1 Einddocument inbrengen als onderdeel meerjarenbeleidsplan 2017-2020 De combinatie van zelfstandig wonende ouderen en brandveiligheid roept op dit moment veel vragen op. In rapporten [3] en publicaties [4] van het IFV wordt aangegeven dat als er geen maatregelen worden genomen het aantal slachtoffers onder senioren de komende jaren zal toenemen. In de bestuursvergadering van 1 juli 2016 is er een thema Risicobeheersing. Het onderwerp Zorg & Veiligheid zal aan de orde komen maar wordt nog niet in detail doorgenomen. Einddocument Zorg & Veiligheid aanleveren aan de projectgroep meerjarenbeleidsplan 2017-2020. g Afdelingshoofd RB Afdelingshoofd RB Afdelingshoofd RB Afdelingshoofd RB g Het is aan te bevelen om voor afstemming en coördinatie het thema senioren en brandveiligheid toe te wijzen aan een portefeuillehouder bij de gemeente, zoals genoemd in het rapport Van tehuis naar thuis [g] en de factsheet focus Fysieke Veiligheid [g]. Pagina 21 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
4 In dit hoofdstuk wordt voor de acties, genoemd in het vorige hoofdstuk, een planning aangegeven. Tevens wordt ingegaan op afhankelijkheden/randvoorwaarden voor het slagen van het actieprogramma. 4.1 Planning Voorbereiding Q2-2015 Q4-2015 Januari Februari Maart April Mei Juni Netwerkbijeenkomst Zorg & Veiligheid Startdocument Zorg & Veiligheid Presentatie startdocument MT-VrZW Opstellen plan Zorg & Veiligheid UITVOERING ACTIEKAARTEN IN 2016 Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Samenwerking en informatiedeling Afstemmen met uitvoeringsprogramma regiegroep Informatie uitwisselen met GHOR Informatie uitwisselen met Rode Kruis Startdocument bespreken met gemeenten * Startdocument bespreken met (thuis)zorginstellingen Startdocument bespreken met woningcorporaties * Informatie-gestuurd werken Inventarisatie wooncomplexen met inpandige gangen Afstemming met Handboek Objectinformatie Bespreken mogelijkheden brandonderzoek V&K Bespreken mogelijkheden Incidentregistraties IB Realisatie bereikbaarheidskaarten wooncomplexen met inpandige gangen Brandveilig leven Handelingsperspectief bespreken met bewoners(commissies) en/of familieleden Brandpreventiemaand 'Broodje brandweer' Maatschappelijke ontruimingsoefeningen Beleid Einddocument aanleveren voor meerjarenbeleidsplan 2017-2020 * Gesprek met Parteon, ZVH en gemeente Zaanstad en VrZW i.v.m. de eerste 2 casussen 4.2 Randvoorwaarden Belangrijke voorwaarden om te komen tot een verbetering van de woon- en leefomgeving van zelfstandig wonende senioren is de samenwerking van de verschillende partners. Met een brede samenwerking van de partners en een duidelijk regie en coördinerende rol van gemeenten kunnen met een risicogerichte aanpak de beste resultaten worden bereikt. De partners hebben elkaar nodig om maatwerk te kunnen bieden. VrZW medewerkers hebben onvoldoende mogelijkheden om achter de voordeur van bewoners te komen. Thuiszorgmedewerkers zijn in staat om een beter beeld te beschrijven. Door het delen van deze kennis en informatie kunnen maatregelen beter worden afgestemd op het handelingsperspectief van een bewoner. Pagina 22 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
REFERENTIES [1] Startdocument Zorg & Veiligheid, VrZW afdeling Risicobeheersing (E. Ablij), eindversie MT VrZW, 29 februari 2016 [2] www.sigra.nl, uitgave facts & figures, regio Zaanstreek & Waterland, 2015 [3] De invloed van vergrijzing op brandveiligheid. Deelrapport 1: de omvang van de problematiek, 28 april 2015. Deelrapport 2: de risicofactoren en oorzaken, 2 september 2015. Deelrapport 3: oplossingsrichtingen, 9 december 2015, Brandweeracademie & Nederlandse Brandwonden Stichting. [4] Brandweeracademie Brandveilig leven Toepassingen op de woonomgeving, november 2014 [5] Infoblad Het Bouwbesluit 2012 Verbouw en functiewijziging, Ministerie van BZK, april 2013. [6] sprogramma 2015-2016, VrZW, versie 1.0 definitief, 16 maart 2015 Pagina 23 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
BIJLAGE 1: BOUWBESLUIT 2012 Begripsbepalingen in het Bouwbesluit 2012 - woonfunctie: gebruiksfunctie voor het wonen. - wooneenheid: gedeelte van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur, dat bestemd is voor afzonderlijke bewoning; - woonfunctie voor zorg: woonfunctie waarbij aan de bewoners professionele zorg wordt verleend met een vanuit het zorgaanbod georganiseerde koppeling tussen wonen en zorg in een daarvoor bestemde en uitgeruste woonfunctie; - woongebouw: gebouw of gedeelte daarvan met uitsluitend woonfuncties of nevenfuncties daarvan, waarin meer dan een woonfunctie ligt die is aangewezen op een gemeenschappelijke verkeersroute; Bouwbesluit 2012: Bijlage I. brandmeldinstallatie Brandmeldinstallaties Gebruiksoppervlakte Hoogste vloer van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau Omvang van de bewaking, volgens NEN 2535 Doormelding volgens NEN 2535 Certificaat als bedoeld in artikel 6.20, zesde lid Groter dan [m²] Hoger dan [m] 1 Woonfunctie a woonfunctie voor zorg 1 zorgclusterwoning voor zorg op afroep, in een woongebouw 2 zorgclusterwoning voor 24-uurs zorg niet in een woongebouw 3 zorgclusterwoning voor 24-uurs zorg in een woongebouw 4 groepszorgwoning voor zorg op afspraak 5 groepszorgwoning voor zorg op afroep 6 groepszorgwoning voor 24-uurs zorg 7 andere woonfunctie voor zorg Gedeeltelijk Volledig Gedeeltelijk ja ja Volledig Volledig Volledig ja ja b andere woonfunctie Pagina 24 van 27 Versie 1.0 13 juli 2016
BIJLAGE 2: MATRIX OP BIOVG-ASPECTEN Voor het voorkomen op de kans van het ontstaan van brand en de kans op slachtoffers bij brand kunnen ter ondersteuning en verbetering diverse opties worden ingezet en toegepast. Actoren Gemeente Verhuurder Bewoner Zorgverlener Verzekeraar Brandweer Maatregelen ter verbetering van brandveilige woningen voor senioren Gemeenschappelijke ruimten met rookdetectie en alarmering I.V Gemeenschappelijke ruimten met noodverlichting (verticaal en horizontaal) I.V Gemeenschappelijke ruimten brand-/en rookcompartimentering B.I.V Ontsluiting naar openbare weg B.I Rookmelders in (alle verblijven van) de woning I.V I.G I.V CO detectie in de woning I.V I.G Toegangsdeur woning zelfsluitend I.V G Professionele intercominstallatie (spreek-/luisterverbinding met zorgcentrale) I.O.V G I.O.V Toepassen domotica I.O.V I.O.V I.G O.V I.O.V Kookbeveiliging I.O.V I.O.V I.G O.V Mobiel watermistsysteem I.V I.V I O.V I.V Huurcontract met onderhoud op gasgestookte installaties CV en geiser O.V Huurcontract met aanwezigheid/onderhoud van CO en rookdetectie O.V Omgeving inzetten i.h.k.v. burenparticipatie I.O.V I.O.V I.G I.O.V I.O.V Huismeester installeren O.V Stalling en laden van scootmobielen O.V B.I.V G O.V Mogelijkheden toepassen woningsprinklers V I.V I I.V Bewustwording, gedrag, handelingsperspectief i.v.m. afname zelfredzaamheid O.V O.V G O.V O.V Krijgt bewoner mantelzorg en zo ja van wie V G V Toepassen brandveilige inrichting/inventaris (matras, elektrische deken, tijdschakelaar op apparatuur, roken) I.G O.V Beperking van inrichtingsmateriaal in gemeenschappelijke verkeersruimten O.V G O.V Bewonerscommissie met voorlichtende rol voor (nieuwe) bewoners O.V G Zorgvisie en kwaliteitsbeleid (verkopen/verhuren veiligheidspakket) O.V G O.V O.V Pagina 25 van 27 Versie 0.2 23 juni 2016
Actoren Gemeente Verhuurder Bewoner Zorgverlener Verzekeraar Brandweer Maatregelen ter verbetering van brandveilige woningen voor senioren Voorlichting, instructie (internet, flyers, woningcheck) O.V.G O.V.G O.V.G O.V.G Regisseur en coördinatie O.V.G Adviseur (brand)veilig Leven O.V.G Maatwerk en hanteren risicogerichte benadering O.V.G O.V.G O.V.G Organiseren ontruimingsoefeningen O.V.G O.V.G O.V.G Korting op verzekeringspremie bij certificaat politiekeurmerk veilig wonen O.V All-inclusive woon-zorgcomplex O.V.G G O.V.G Woonzorgabonnement O.V.G G O.V.G Renvooi: B = Bouwkundig I = Installatietechnisch O = Organisatorisch V = Veiligheidscultuur G = (brand)veilig gedrag Pagina 26 van 27 Versie 0.2 23 juni 2016
BIJLAGE 3: INVENTARISATIE WOONCOMPLEXEN MET INPANDIGE GANGEN VrZW hanteert in haar uitvoering van brandpreventieve werkzaamheden de Handreiking PREVAP 2009 Deskundigenadvies h. In PREVAP zijn de gebruiksfuncties uit het Bouwbesluit opgesplitst in een omschrijving van gebouw en/of gebruikskenmerken en eventueel minimaal aantal aanwezig personen waarbij een vergunning of meldingsplicht van toepassing is. Aan de omschrijvingen zijn prioriteiten 1 tot en met 4 toegekend. In onderstaande tabel is een gedeelte van de gebruiksfuncties en opsplitsing in omschrijvingen uit PREVAP weergegeven. In de onderstaande tabel uit PREVAP wordt aan de prioriteitsklasse een risicoaanduiding gekoppeld. Met bovenstaande tabellen wordt verduidelijkt dat senioren die voorheen met een ZZP 1 t/m 4 indicatie in een bejaardenoord / verzorgingshuis woonden (PREVAP 1600 en 1700), hetzelfde gebouw in gebruik gewijzigd wordt naar wonen met zorg (PREVAP 1500) of woongebouwen met inpandige gangen (PREVAP 1300). De trend is dat dit type gebouwen met inpandige gangen en gemeenschappelijke verblijfsruimten wijzigen naar een woonfunctie en bewoners via individuele contracten zorg op maat ontvangen. Huidige beschikbare informatie Uit het bij VrZW in gebruik zijnde registratie en procedure systeem FirstWatch is een selectie gemaakt van wooncomplexen met inpandige gangen (PREVAP 1300) die bewoond worden door senioren. Hieruit blijkt dat er voorlopig 16 bouwwerken als zodanig herkenbaar zijn. Omdat de ontwikkelingen en woonfunctiewijzigingen op dit gebied niet stilstaan is bekend dat voor meerdere gebouwen een verandering op stapel is. Woongebouw "de Vlinder" De Waard 1 Assendelft Koningshoeve Edam Voorhaven 158 Edam Stichting Parteon (De Durghorstplantsoen) Durghorstplantsoen 1 Krommenie Stichting Parteon (v/h Durghorst) Eikelaan 87 Krommenie Atris Plataanstate Seniorenwoning Plataanstate 3 Purmerend Borghesepark Borghesepark 10 Purmerend De Hoekstee Beatrixplein 199-237 Purmerend De Meander Stichting De Zorgcirkel Siouxstraat 129 Purmerend Stichting Evean Facilitas Nieuwstraat 18 Purmerend Stichting RIBW ZWWF Antwerpenhaven 41 Purmerend Stichting Volkshuisvestingsgroep Wooncompagnie Magnoliastraat 6 Purmerend 't Trefpunt, Sociëteit, Poelmanflat Annette Poelmanstraat 2 Purmerend St. Gerardus St Gerardusstraat Volendam Stichting Parteon (Woongebouw Oase) Piet Mondriaanstraat 3-147 Zaandam Stichting Zaandams Volkshuisvesting Tjotterlaan 174 Zaandam ZVH Seniorencomplex 't Fluytschip Nova Zembla 1-93 Zaandam h Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (Nibra), Handleiding PREVAP 2009 Deskundigenadvies, september 2009 Pagina 27 van 27 Versie 0.2 23 juni 2016