BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Bijzondere Politiekunde en Leiderschap, domein Verkeer & Milieu mei/juni 2007



Vergelijkbare documenten
BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Bijzondere Politiekunde en Leiderschap, domein Recherche 4, 6 en 12 december 2006

BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Algemene Politiekunde, Onderwijsgroep Noord-Oost Locatie Leeuwarden 7 juni 2007

BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Algemene Politiekunde, Onderwijsgroep West Locatie Amsterdam 21 februari 2007

De Minister van Veiligheid en Justitie. Datum 18 februari 2013 Onderwerp aanbieding bevindingen politieonderwijs locatie Rotterdam

Tweede Kamer der Staten-Generaal

BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Algemene Politiekunde, Onderwijsgroep West Locatie Den Haag 22 en 27 februari 2007

BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Algemene Politiekunde, Onderwijsgroep Noord-Oost Locatie Apeldoorn 11 juni 2007

Centrale vraag bij het onderzoek is: Is het verzorgde onderwijs inclusief de periode van werkend leren en de examinering van voldoende kwaliteit?

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De Staat van het Nederlandse politieonderwijs 2011

Periodiek Kwaliteitsonderzoek Domein Politieleiderschap

De Staat van het Nederlandse politieonderwijs 2007

KWALITEITSONDERZOEK SCHOOL VOOR HANDHAVING LEERGANG POLITIËLE VERKEERSSPECIALIST LEERGANG POLITIËLE MILIEUSPECIALIST

Secretariaat: vestiging Bonaire

Inhoudsopgave 0. Management samenvatting: eindoordeel 1.Inleiding 2. Opzet en verantwoording kwaliteitsonderzoek 3. Bevindingen

Kwaliteitsonderzoek Operationeel Leidinggevende Leergang. School voor Politie Leiderschap

EVC Reacties kunt u geven via het feedbackformulier.

Kwaliteitsonderzoek School voor Politiekunde Locatie Apeldoorn

DeelRIC School voor Handhaving

Resultaten en bevindingen van het onderzoek

Tweede Kamer der Staten-Generaal

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Stichting Onderwijsgroep Tilburg ROC Tilburg

Verbeterplan OBS De Winde

RAPPORT ONAANGEKONDIGD KWALITEITSONDERZOEK BASISSCHOOL MISTE/CORLE

Belangrijkste veranderingen in het politieonderwijs

Aanbieding rapport Inspectie OOV" de examinering van het brandweeronderwijs"

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. Arcus College

Inhoud Resultaten enquête... 3

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Leidse Onderwijsinstellingen BV

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. MBO Amersfoort te Amersfoort

Politieacademie Apeldoorn Toets Nieuwe Opleiding Opleiding: Master Leergang Tactisch Leidinggevende (TLL) Varianten: duaal in deeltijd

Wijze waarop de NTTB invulling geeft aan het Toetsreglement Sport

3. Opleidingskader voor de opleiding Informatiecoördinator

LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING

Feiten en cijfers. Studenttevredenheids onderzoek juni 2008

2. Opleidingskader voor de opleiding Teamleider Preparatie nafase

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP DE WENNEPE

Deel-RIC School voor Politiekunde

Sociale wijkzorgteams Den Haag

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC Zadkine te Rotterdam

Examenreglement

Ruime ervaring als schoolleider, en toch nog niet geregistreerd?

1. De opbrengsten van de aanbevelingen van de commissie Bruijn

Jaarverslag toetsing en examinering 2010 Cluster Zorg

Programma van Toetsing en Afsluiting HTV- Politie

Opleiding RIMOZ TGO. Bevindingen en oordeel. Management versie

Nederlandse samenvatting

Examenwijzer praktijkopleiding RA deel 1

Veelgestelde vragen. Studentenstatuut en examens

Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU. ROC van Twente te Hengelo

DeelRIC School voor Politiekunde

VOORTGANGSGESPREK. het Ashram College, vestiging Alphen a/d Rijn HAVO VMBOGT VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek bij. SKJ Stichting EduPartners St. Eustatius

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Mijn Kinderopvang

Checklist EVC-procedure voor organisaties

Rapport 834 Oud, W., & Emmelot, Y. (2010). De visitatieprocedure cultuurprofielscholen. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK JOODSE BASISSCHOOL ROSJ PINA

Tweede Kamer der Staten-Generaal

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK OBS DE MEANDER

Opleiding Officier van Dienst - Politie

Jaarplan De Berkel

Licentieregeling Reddingsbrigade Nederland

Uitvoeringsregeling Vrijstellingen Brandweeronderwijs

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Kwaliteitsonderzoek School voor Politiekunde Locatie Rotterdam

Opleiding Docent Gevaarbeheersing

KIT Plus, borgingsinstrument voor examencommissies

Profiel Praktijkbegeleider. Kwalificatieprofiel Praktijkbegeleider Algemene informatie. Specifieke informatie. datum: december 2005 versie: 4

Schuldhulpverlening gemeente Gouda Nota van Conclusies en Aanbevelingen

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ ZADKINE. AFDELING MODE (TECHNIEK) ROTTERDAM Opleidingen niveau 2 en 3

De Rekenkamer is verder nagegaan of de verantwoording van de verschuldigde vergoeding over 2011, 2012 en 2013 volledig is.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Samenvatting en conclusies

Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio

BIJLAGE 5. WAARDERINGSKADER VOORSCHOOLSE EDUCATIE

Toetsreglement Nederlands Genootschap voor Sportmassage (NGS)

Examenwijzer Praktijkopleiding AA

KWALITEITSONDERZOEK MBO PROFIT OPLEIDINGEN

Opleiding: Eerst Verantwoordelijke Verzorgende met plus (EVV met plus)

DeelRIC School voor Handhaving

Jaarverslag toetsing en examinering 2012 College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Jaarverslag De Berkel

CIOT-bevragingen Proces en rechtmatigheid

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Zorgcampus Rotterdam BV

Datum 20 november 2012 Onderwerp Beleidsreactie bij Rapport 'Aangifte doen: de burger centraal' van de Inspectie Veiligheid en Justitie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Datum 5 juli 2012 Onderwerp Aanbiedingsbrief 'Staat van het Nederlandse Politieonderwijs 2011' en 'de Summatieve evaluatie PO2002'

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Autotechniek (Autotechnicus)

Politieonderwijs, kwaliteit afgestudeerden geborgd? Juli 2010

Criterium: Borging deskundigheid Een opleiding scoort voldoende op dit criterium wanneer de examinering overeenkomt met het volgende portret.

obs Willem Eggert Herstelonderzoek

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Studiecentrum Minerva

Toelating tot en /of vrijstelling voor een initiële opleiding van het samenhangend stelsel van het politieonderwijs

KWALITEITSONDERZOEK VAVO. Regio College te Zaandam

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Installeren (Eerste monteur elektrotechnische installaties)

Datum 8 juli 2016 Betreft Antwoord op schriftelijke vragen van lid Jadnanansing (PvdA) over het bericht Mbo-student negatief over lessen

Transcriptie:

BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Bijzondere Politiekunde en Leiderschap, domein Verkeer & Milieu mei/juni 2007 Tijdens dit jaarlijks onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid is gekeken naar de kwaliteit van het onderwijs en de examinering van de leergangen Politiële Milieuspecialist en Politiële Verkeersspecialist. De conclusies uit het periodieke kwaliteitsonderzoek van 2005 vormden hierbij het vertrekpunt. Deze bijlage bevat per onderzocht thema de belangrijkste conclusies van het periodieke kwaliteitsonderzoek. Vervolgens wordt eveneens per thema gerapporteerd over de uitgevoerde verbeteracties en zijn eventuele aandachtspunten geformuleerd. Situatieschets Dit jaarlijkse onderzoek richtte zich op de kwaliteit van het onderwijs op het moment van de inspectiebezoeken, namelijk mei en juni 2007. Een belangrijk gegeven tijdens het onderzoek betreft de gevolgen van de Aanwijzing artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. In de bijlage bij deze aanwijzing staat dat de kwaliteit van het onderzoek naar het zwaarste verkeersmisdrijf zo goed mogelijk is gewaarborgd wanneer de betrokken opsporingsambtenaar in het bezit is van het diploma van de volledige leergang Politiële Verkeersspecialist, met als afstudeerrichting onderzoek verkeersongevallen, of een afzonderlijk certificaat. Op 1 april 2008 moeten de medewerkers van de afdelingen Verkeersongevallen Analyse (VOA-afdelingen) gecertificeerd zijn. Het domein biedt hiervoor applicatiecursussen aan. Een groot deel van de docentencapaciteit moet worden ingezet voor het verzorgen van deze cursussen. Een andere ontwikkeling is de aanstelling van een nieuw hoofd van het domein Verkeer & Milieu per 1 mei 2006. Met de komst van het nieuwe hoofd is een aantal veranderingen in gang gezet. Op basis van een analyse van de situatie bij zijn aantreden, is er een verbeterplan voor 2007 opgesteld voor het domein. De verbeteracties hieruit zijn opgenomen in het FBPL domeinplan 2007, domein Verkeer & Milieu. Op het moment van het onderzoek (mei/juni 2007) kon nog geen uitspraak worden gedaan over de resultaten van deze verbeteracties. 1. Numeriek Rendement PKO 2005: De Inspectie oordeelt dat het ontbreken van betrouwbare rendementsgegevens (in- en doorstroom) een tekortkoming is. Deze gegevens zijn onmisbaar voor het management om goed te kunnen sturen en zijn noodzakelijk voor het afleggen van verantwoording, zowel intern als extern.

De Inspectie vindt het zeer ongewenst dat de studenten studievertraging oplopen doordat delen van het onderwijs nog niet ontwikkeld zijn. Als het langer duurt voordat studenten hun diploma krijgen, heeft dat niet alleen gevolgen voor de studenten zelf, maar ook voor de korpsen en de beroepspraktijk. Zij dringt er op aan dat de Politieacademie het onderwijs zo ontwikkelt dat het op het moment dat het uitgevoerd moet worden, gereed is. In haar beleidsreactie in 2006 geeft de Politieacademie aan te verwachten dat komend jaar de gewenste gegevens adequaat kunnen worden berekend. Bovendien geeft zij aan dat eind dit jaar (2006) alle kernopgaven van het domein zijn ontwikkeld en voorgelegd aan de onderwijskundige validatiecommissie. Jaarlijks Onderzoek 2007: Sturen op rendement heeft twee functies. De eerste functie heeft betrekking op de studievoortgang van de individuele studenten. Het is belangrijk om boven- of ondermaatse prestaties van individuele studenten tijdig te signaleren en waar nodig begeleiding aan te bieden. De tweede functie heeft betrekking op de kwaliteit van het onderwijs en de organisatie. Rendementsgevens zijn belangrijk als middel om tot een vergelijking tussen de domeinen en leergangen te kunnen komen en zo nodig het onderwijs aan te kunnen passen. Bovendien moet de Politieacademie haar rendement kunnen verantwoorden aan haar opdrachtgevers. De studievoortgang van de studenten wordt bijgehouden in Micros, maar het is met de huidige inrichting van het systeem voor het domein niet mogelijk om op eenvoudige wijze de door de Inspectie gevraagde rendementsgegevens uit het systeem te halen. De voortgangsgegevens zijn niet toegankelijk voor de docenten. Bovendien wordt er vanuit de Politieacademie niet gestuurd op de studievoortgang van de individuele studenten. De teamleider houdt wel bij of er studenten afvallen in verband met de planning van het onderwijs. De Inspectie vindt het zorgelijk dat de gevraagde rendementsgegevens niet op eenvoudige wijze uit het systeem kunnen worden gehaald. Zeker omdat tijdens het PKO al werd geconstateerd dat er geen betrouwbare voortgangsgegevens voorhanden zijn. De Inspectie constateert dat er dus nog steeds geen inzicht is in het rendement van de opleidingen. Hierdoor is het niet goed mogelijk te sturen op de voortgang van de studenten. Zowel tijdens dit onderzoek als eerdere onderzoeken van de Inspectie werd aangegeven dat een studentvolgsysteem wordt ontwikkeld. De Inspectie wijst erop dat dit vier jaar na de start van het nieuwe onderwijs nog steeds niet op orde is en is van mening dat dit de hoogste prioriteit moet hebben. Tijdens het PKO constateerde de Inspectie dat studenten studievertraging opliepen doordat delen van het onderwijs nog niet ontwikkeld waren. Het baart de Inspectie grote zorgen dat enige jaren na de start van het nieuwe onderwijs, ten tijde van het onderzoek nog vier van de twaalf kernopgaven van de leergang Politiële Verkeersspecialist

onderwijskundig gevalideerd moesten worden. De kernopgaven van de leergang Politiële Milieuspecialist zijn inmiddels allemaal gevalideerd. Er vinden echter enkele wijzigingen plaats in het programma waardoor de nieuwe kernopgaven in de loop van 2007 ter validering moeten worden aangeboden. Het hoofd van het domein verwacht dat in 2007 alle kernopgaven onderwijskundig zijn gevalideerd. Hij stuurt hier op door onderwijsontwikkeling een hoge prioriteit te geven bij de inzet van de docentencapaciteit. Verder wordt hij door de onderwijskundige geïnformeerd over knelpunten in het ontwikkeltraject. Er heeft één bijeenkomst plaatsgevonden voor politiekundige validatie. Het is de bedoeling dat er nog drie bijeenkomsten volgen; de laatste in januari 2008. De Inspectie vindt het van groot belang dat het onderwijs van de leergang Politiële Verkeersspecialist zo spoedig mogelijk onderwijskundig en politiekundig wordt gevalideerd. Zij zal daarom begin 2008 opnieuw nagaan wat de stand van zaken is van de onderwijskundige en politiekundige validatie van deze leergang. 2. Waardering van de kwaliteit van de opleidingen door belanghebbenden PKO 2005: Omdat er nog geen afgestudeerden zijn in het nieuwe onderwijs, kan de Inspectie geen oordeel geven over het functioneren van de afgestudeerden in de politiepraktijk. De Inspectie constateert wel dat de studenten de praktijkgerichtheid in de opleiding waarderen, maar ten aanzien van sommige onderdelen van de inhoud de theoretische verdieping missen. Jaarlijks Onderzoek 2007: De studenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist die de Inspectie heeft gesproken, zijn ontevreden over de organisatie en het onderwijsconcept van de opleiding. Zij zouden collega s deze leergang dan ook niet aanraden, wanneer er alternatieve opleidingen voorhanden zouden zijn. De studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist zijn iets tevredener. Maar ook deze studenten plaatsen kanttekeningen bij het onderwijsconcept van de opleiding. Deze resultaten worden ten dele bevestigd door de tevredenheidsmetingen. Opvallend is dat de Stem 2005/2006 juist een positiever beeld schetst voor de leergang Politiële Verkeersspecialist dan voor de leergang Politiële Milieuspecialist. In de evaluatie van het politieonderwijs 2007 1 wordt het korpsdeel slecht gewaardeerd. 3. Voorlichting PKO: De Inspectie is van oordeel dat studenten voor aanvang van de studie precies moeten weten: - Wat de inhoud van de desbetreffende leergang is; - Wat de doelgroep van de desbetreffende leergang is; - Op welke wijze het nieuwe onderwijs gegeven wordt. 1 Partners in leren, evaluatie van het samenhangend stelsel van politieonderwijs, Politieacademie, 2007

In het onderzoek van de Inspectie is geconstateerd dat informatie die tijdens de voorlichting werd gegeven niet in alle gevallen overeenkomt met de realiteit. De Inspectie beveelt het management van het domein Verkeer & Milieu aan de voorlichting naar de studenten en korpsen op genoemde punten te verbeteren. In haar beleidsreactie wijst de Politieacademie er op dat de lijnchefs/praktijkcoaches vaak afwezig zijn op de voorlichtingsbijeenkomsten die voor hen en de studenten worden georganiseerd. Bovendien worden bij de aanvang van de leergang studenten te elfder ure vervangen door nieuwe onvoorbereide studenten. Jaarlijks Onderzoek 2007: In de Wet op het LSOP en het politieonderwijs is vastgelegd dat de onderwijs- en examenregeling (OER) vóór de aanvang van de studie informatie dient te geven over de inhoud en inrichting van de opleiding. De studiewijzer met daarin de OER kan worden gedownload van Blackboard. Studenten hebben hier echter geen toegang toe voordat ze met de opleiding zijn gestart. De Inspectie dringt er bij de Politieacademie op aan de OER voordat de opleiding start, te verstrekken aan de studenten. In de OER moet informatie zijn opgenomen over de competentiegerichte eindtermen, de uitwerking hiervan in de inhoud en inrichting van de opleiding, met inbegrip van de inrichting van de periode van werkend leren en de inhoud van het examen. Ondanks de wettelijke verplichting zijn genoemde aspecten nog altijd niet terug te vinden in de OER. De Inspectie verwacht dat de Politieacademie de OER zo spoedig mogelijk aanpast aan de wettelijke eisen. De opleiding organiseert ca. drie weken voorafgaand aan de start van de opleiding een startbijeenkomst, waarvoor alle studenten worden uitgenodigd met hun praktijkcoaches en/of lijnchefs. Tijdens deze startbijeenkomst worden de studenten geïnformeerd over de opleiding en krijgen zij voorlichtingsmateriaal van de Politieacademie uitgereikt. Desondanks hadden de studenten die de Inspectie sprak, vooraf geen goed beeld van de opleiding. Dit kwam ook naar voren uit de Stem 2005/2006. In het korps wordt niet altijd prioriteit gegeven aan de startbijeenkomst. Hierdoor mist een deel van de studenten de startbijeenkomst. Bijkomend knelpunt is dat sommige studenten pas kort vooraf weten dat ze de opleiding gaan doen. De opkomst van de studenten bij deze startbijeenkomsten varieert tussen de 40% (bij losse kernopgaven) tot 60% (bij de hele leergang). De Inspectie vindt het van groot belang dat de korpsen de studenten tijdig laten weten dat zij de opleiding gaan doen en dat de studenten en de lijnchef en/of praktijkcoach aanwezig zijn bij de startbijeenkomst. Samenvattend kan worden gesteld dat de Inspectie op dit punt geen verbeteringen heeft waargenomen sinds het PKO in 2005.

4. Toelating van studenten PKO 2005: De Inspectie acht het onwenselijk dat er onduidelijkheid bestaat over de manier waarop de toelatingsprocedure wordt gehanteerd en de wijze waarop vrijstellingen worden verleend. De Inspectie vindt het essentieel de criteria voor vrijstelling en toelating eenduidig vast te leggen en daarover helder te communiceren. Ook de EVC-procedure moet zodanig verhelderd worden dat het voor de aanvrager duidelijk is welke informatie voor de beoordeling relevant is. In haar beleidsreactie geeft de Politieacademie aan dat inmiddels de EVC-procedure zodanig is ontwikkeld dat er in mei 2006 een online-versie van de Politie(onder)wijzer verschijnt, gebaseerd op vooropleidingsgegevens, verworven competenties en uiteraard instroomeisen, op basis waarvan men snel informatie kan verkrijgen over de toegang tot leergangen en eventueel te verkrijgen vrijstellingen. Jaarlijks Onderzoek 2007: De instapeis voor de leergangen is de opleiding tot allround politiemedewerker (niveau 4) of hoger of vergelijkbare werkervaring. Voor de leergang verkeerspecialist is de instapeis minimaal vier jaar praktijkervaring en relavante verkeersopleidingen en/of werkervaring. Voor de leergang politiële milieuspecialist is de instapeis voor studenten die niet de opleiding op niveau 4 hebben gevolgd, naast minimaal vier jaar werkervaring, de Voortgezette Opleiding Milieu (VOM). Voldoet men niet aan het hierbovengestelde, dan is toelating alleen mogelijk met een toelatingsbewijs van het EVC-bureau. De studenten en docenten geven aan dat de instapeis consequenter wordt gehanteerd dan in het verleden. Door de Politieacademie, de korpsen en de beleidsdirecties zijn (samen)spelregels vastgesteld. Met deze (samen)spelregels wordt beoogd duidelijkheid te bevorderen over de rol en verantwoordelijkheden van de ministers van BZK en van Justitie, de korpsen en de Politieacademie bij het verdeelvraagstuk. In de (samen)spelregels is vastgelegd dat de namen van de studenten op tijd bekend zijn bij de Politieacademie, zodat er voldoende tijd is om te kunnen bepalen of de studenten aan de instapeis voldoen. De docenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist die de Inspectie heeft gesproken, zijn van mening dat kennis van exacte vakken voorwaarde is voor het goed kunnen doorlopen van de kernopgave Analyse verkeersongevallen. Dit is echter niet in de instapeis opgenomen. De Inspectie vindt dit ongewenst en beveelt de Politieacademie aan de instapeis voor het onderwijs en de inhoud en niveau van het onderwijs met elkaar in overeenstemming te brengen. Ondanks dat informatie met betrekking tot de toelating en het EVC-traject voor iedereen bereikbaar is via de website van de Politieacademie, bleek tijdens het onderzoek dat de criteria voor het verkrijgen van EVC s nog steeds niet bekend zijn bij de betrokkenen. Dit geldt voor zowel de docenten, de studenten als het management van de leergangen. Dit wordt bevestigd door de resultaten uit de Stem 2005/2006. Het is bovendien onduidelijk op welke wijze de Politie(onder)wijzer de studenten kan helpen bij het aanvragen van de EVC s.

Uit de Stem 2005/2006 en de evaluatie van het politieonderwijs 2007 komt ook naar voren dat het volgen van individuele trajecten op basis van EVC s nog niet van de grond komt. De Inspectie constateert dat er op dit punt nog geen duidelijke verbeteringen zijn te constateren vergeleken met de situatie tijdens het PKO. De Inspectie vindt het belangrijk dat de studenten die willen en kunnen versnellen ook in de gelegenheid worden gesteld dat te doen. Hiervoor is het van belang dat de Politieacademie de criteria voor het verkrijgen van EVC s aan alle betrokkenen duidelijk maakt. Verder zouden de korpsen naar het oordeel van de Inspectie OOV hun personeelsbeleid voor wat betreft het niveau waarop medewerkers instromen zo dienen in te richten dat ze optimaal gebruikmaken van de opleidingsmogelijkheden van de Politieacademie en de competenties van de medewerkers. Dit maakt een meer directe relatie mogelijk tussen de te volgen opleiding en de competenties waarover betrokkene al beschikt. 5. De inhoud van het onderwijs PKO 2005: De Inspectie constateert dat de leergangen op dit moment niet goed aansluiten bij de kennis, vaardigheden en/of ervaring van de instromende studenten. Het is van belang dat de Politieacademie vaststelt wat hiervan de oorzaak is. Het is mogelijk: - Dat er onvoldoende communicatie is over het nieuwe onderwijs, waarin lesstof in samenhang wordt gepresenteerd; - Dat het onderwijs niet voldoende is afgestemd op de divers samengestelde instroom van studenten; - Dat niet juist met de EVC s wordt omgegaan, waardoor overgekwalificeerde studenten de leergangen (volledig) volgen. Vervolgens dienen de Politieacademie, de korpsen en de studenten te werken aan een gerichte oplossing van dit probleem. Jaarlijks Onderzoek 2007: Ten tijde van het onderzoek wordt een forse herinrichting van de leergang Politiële Verkeersspecialist aangekondigd. Het is de bedoeling onderscheid te maken tussen het tactische en het technische onderzoek. De huidige opleiding richt zich met name op het technische onderzoek. Het tactische deel moet nog worden ontwikkeld. Ook de leergang Politiële Milieuspecialist staat een aantal veranderingen te wachten. Het is de bedoeling de kernopgaven 41.1.01 (handhaving van het milieuhygiënerecht in stedelijke gebieden) en 41.1.02 (handhaving van het milieuhygiënerecht in landelijke gebieden) samen te voegen. Dit geldt ook voor de kernopgaven 41.1.03 (handhaving afvalketen: ontdoener en ontvanger van afvalstoffen) en 41.1.04 (handhaving afvalketen: overbrengen van afvalstoffen). Verwacht wordt dat deze nieuwe kernopgaven in de loop van 2007 ter validering worden aangeboden. De afstudeerrichting Milieutechnisch Onderzoek is gevalideerd en wordt inmiddels uitgevoerd.

De studenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist zijn matig tevreden over de inhoud van het onderwijs. De onderwerpen die aan bod komen zijn relevant voor het werk, maar vertonen wel veel overlap met de oude VOA-opleidingen. Dit komt omdat de leergang is samengesteld uit de oude VOA-opleiding aangevuld met een aantal kernopgaven. Een deel van de studenten heeft ook al de oude VOA-opleidingen gevolgd. Voor hen heeft de opleiding minder toegevoegde waarde. Bovendien is bij de validering van de leergang Politiële Verkeersspecialist vastgesteld dat de leergang onvoldoende is afgestemd op het initiële onderwijs. De Inspectie constateert dat de leergang nog steeds niet goed is afgestemd op de kennis, vaardigheden en ervaring van de instromende studenten. Dit wordt bevestigd door de resultaten van de evaluatie van het samenhangend stelsel van politieonderwijs. De Inspectie beveelt aan de aansluiting op de doelgroep als belangrijk aandachtspunt mee te nemen bij de herinrichting van de leergang. Bovendien dient voor de korpsen en studenten helder te zijn voor welke doelgroep de opleiding is bedoeld. Daarnaast geven studenten, docenten en het hoofd aan dat het studiemateriaal van de leergang Politiële Verkeersspecialist verouderd is. Naar mening van de Inspectie dient ook dit punt mee te worden genomen bij de herinrichting van de leergang. Alhoewel de onderwerpen die aan bod komen relevant zijn voor het werk, plaatsen de studenten Politiële Verkeersspecialist kanttekeningen bij de aansluiting van de leeropdrachten op de praktijk en bij de kennis van de praktijk bij de docenten Voorbeelden van leeropdrachten die in de praktijk minder goed haalbaar zijn: het uitvoeren van een caravancontrole in de winter, het interviewen van mensen bij een tankstation over de bandenspanning en het binnen twee weken analyseren van een ongeval waar twee vrachtwagens bij betrokken zijn. De Inspectie vindt ook dit een belangrijk aandachtspunt bij de herijking van het onderwijs van de leergang. De studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist vinden dat de onderwerpen die tijdens de opleiding aan bod komen over het algemeen relevant zijn en een meerwaarde hebben voor het werk. Er worden echter wel enkele kanttekeningen geplaatst. De studenten die de losse kernopgave Handhaving van het milieuhygiënerecht in stedelijke gebieden volgen, geven aan dat het onderwijs van deze kernopgave erg gericht is op het uitwerken van een casus uit de praktijk. Hierdoor ligt de nadruk op de milieuwetgeving die alleen relevant is voor die casus. Studenten missen een bredere introductie van de milieuwetgeving. Dit laatste geldt ook voor de studenten die de hele leergang volgen.

6. Studeerbaarheid PKO 2005: De Inspectie constateert dat het volgen van het werk-studie-ritme zoals uitgewerkt in het Functioneel Ontwerp voor de studenten in de praktijk vaak als niet haalbaar wordt ervaren. Het is, naar het oordeel van studenten, in het korps vrijwel onmogelijk om de bijbehorende tijd aan hun studie te wijden. De Inspectie benadrukt dat de, door zowel de Politieacademie als de korpsen vastgestelde, uitgangspunten in het Functioneel Ontwerp leidend dienen te zijn. De Politieacademie geeft in haar beleidsreactie aan dat momenteel een onderwijsovereenkomst (tussen korps en de Politieacademie) en een leerovereenkomst (tussen student, korps en de Politieacademie) in de maak zijn. Dit gebeurt onder andere naar aanleiding van de invoering van de normenset werkend leren. Het is de bedoeling dat tijdens de startbijeenkomst zo n leerovereenkomst getekend wordt door de student, zijn begeleider en de Politieacademie. Jaarlijks Onderzoek 2007: De studenten en docenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist zijn ontevreden over de roostering. Er zijn regelmatig verschuivingen en dubbelingen in het rooster. Bovendien is het standaardrooster van de studenten gemaakt voor twee dagen per week, terwijl er in de praktijk drie dagen per week les is. Dit komt omdat bepaalde korpsopdrachten niet uitvoerbaar in de praktijk. Om dit op te lossen wordt deze leeropdrachten op de Politieacademie gedaan. De studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist zijn een stuk tevredener over het rooster. De Inspectie vindt het belangrijk dat het rooster vooraf tijdig bekend is en dat er weinig verschuivingen plaatsvinden in het rooster. In principe krijgen de studenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist studietijd van het korps. Het is echter niet altijd mogelijk deze te gebruiken gezien de krapte in de korpsen. Doordat veel collega s de applicatiecursus in het kader van de artikel 6 wetgeving moeten volgen, ontstaat er krapte op de afdelingen. Het verschilt per afdeling in hoeverre de studietijd later gecompenseerd kan worden. Sommige studenten hebben een opleidingscontract met het korps. Over het algemeen lijken de studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist meer mogelijkheden in het korps te hebben om tijd te besteden aan hun studie. Dit geldt dan met name voor die studenten die in een regionaal milieuteam werken. De studenten Politiële Verkeersspecialist vinden het lastig aan te geven in hoeverre de daadwerkelijke studielast overeenkomt met de aangegeven studielast, omdat er in het korps te weinig tijd is en leeropdrachten daardoor nog wel eens blijven liggen. De studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist die de losse kernopgave volgen, vinden dat de werkelijke studielast aardig overeen komt met de aangegeven studielast. De studenten die de hele leergang Politiële Milieuspecialist volgen, verschillen hierover van mening.

De Inspectie constateerde tijdens het onderzoek dat de in de beleidsreactie op het PKO aangekondigde onderwijsovereenkomsten en leerovereenkomsten nog niet van de grond zijn gekomen. De Inspectie betreurt dit en beveelt de Politieacademie en de korpsen aan dit zo spoedig mogelijk op te pakken en te implementeren De Inspectie constateert echter ook dat ondanks het bestaan van afspraken over studietijd het in de praktijk van met name de afdelingen VOA, vanwege de eerder genoemde certificeringsslag, lastig blijkt de gemaakte afspraken na te komen. De Inspectie vindt het desondanks belangrijk dat gemaakte afspraken over de studietijd door de korpsen worden nagekomen. 7. Periode van werkend leren PKO 2005: Binnen het domein Verkeer & Milieu wordt het leren in het korps als een groot knelpunt ervaren. Twee aspecten verdienen hierbij bijzondere aandacht: de positie van de student en het korps als leerwerkplek. Een uitspraak als je moet constant je positie bevechten is typerend voor de wijze waarop de student zijn positie ervaart. De bekendheid met PO2002 is nog niet optimaal, met name op uitvoerend en middenkaderniveau. Deskundigheidsbegeleiding verwachten (en krijgen) de studenten vooral van de docenten en van hun medestudenten. Naast de begeleiding van studenten is de uitvoering van de leeropdrachten een ander punt waarbij de afstemming tussen de faculteit en het korps verbeterd zou moeten worden. Het is de bedoeling dat studenten leeropdrachten in de korpsen uitvoeren, waarbij ze gebruik maken van actuele praktijksituaties. Dat blijkt niet altijd mogelijk. Studenten geven bovendien aan dat er heel wisselend wordt omgegaan met het aftekenen van delen van hun proeven van bekwaamheid door de praktijkcoaches. De Inspectie vindt het van belang dat de verwachtingen over en weer over de periode van werkend leren voor alle betrokkenen helder zijn. De Onderwijsovereenkomsten kunnen hierbij een goede rol spelen. De Politieacademie wijst in haar beleidsreactie nogmaals op de in de maak zijnde onderwijsovereenkomst en leerovereenkomst. Dit gebeurt onder andere naar aanleiding van de invoering van de normenset werkend leren. Jaarlijks Onderzoek 2007: De Inspectie constateert verschillen tussen de twee leergangen ten aanzien van de begeleiding van de studenten. De studenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist ervaren nog steeds knelpunten bij de begeleiding in het korps. De lijnchefs en coaches volgen vaak zelf een applicatie. Hierdoor ontstaat wel meer bekendheid binnen de korpsen met de opleidingen, maar ontbreekt de tijd voor de begeleiding. De studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist worden over het algemeen wel naar tevredenheid begeleid in het korps. Studenten die deel uitmaken van een

milieuteam, hebben het op dit punt iets makkelijker dan studenten die werkzaam zijn in de basispolitiezorg met een taakaccent milieu. Ook ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de leeropdrachten constateert de Inspectie verschillen tussen de leergangen. Bij de inhoud van de opleiding werd al aangegeven dat bepaalde leeropdrachten van de leergang Politiële Verkeersspecialist niet goed uitvoerbaar zijn in de praktijk. De studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist vinden de leeropdrachten over het algemeen wel goed aansluiten bij de praktijk. In het verbeterplan werd aangekondigd te komen tot een maandelijkse terugkoppeling van de liaison aan de teamleiders van de effecten van de opleidingen in de praktijk. De Inspectie constateert dat dit nog niet van de grond is gekomen. De Inspectie OOV heeft er kennis van genomen dat de Raad van Hoofdcommissarissen de minister van BZK heeft verzocht de implementatie van de normenset werkend leren te stoppen. Zij dringt er bij de korpsen echter op aan die activiteiten te ondernemen die ten minste garanderen dat: - de leerwerkplaatsen in de korpsen de studenten in staat stellen tot het behalen van de competentiegerichte eindtermen; - voor de begeleiding en beoordeling van de studenten alleen die medewerkers worden ingezet die beschikken over de competenties die nodig zijn om de studenten te kunnen begeleiden en beoordelen. 8. Het onderwijsproces PKO 2005: De Inspectie constateert dat de studenten houvast en structuur missen in de opleiding en moeite hebben met het concept van afnemende sturing. Dit vraagt de komende tijd bijzondere aandacht. De studenten zijn zelf verantwoordelijk voor het aangeven van knelpunten in de voortgang van hun studie. Desondanks acht de Inspectie een meer pro-actieve opstelling van de leerprocesbegeleiders van belang. De Inspectie dringt er bij het management van het domein Verkeer & Milieu op aan om hier randvoorwaarden voor te scheppen. De Inspectie vindt het ongewenst dat de docenten onvoldoende tijd overhouden voor professionalisering. Ook hier moet het management mogelijkheden voor creëren. De Inspectie vindt het een goede zaak dat er maatregelen worden getroffen ter ondersteuning van studenten die een achterstand hebben opgelopen. Jaarlijks Onderzoek 2007: De Inspectie constateert dat met name de oudere studenten moeite hebben met het concept van de afnemende sturing. Zij geven aan dat het zelf opzoeken van de benodigde informatie veel tijd kost. Er zijn echter ook studenten die

vinden dat daardoor de stof wel beter blijft hangen en dat de zelfstandigheid wordt gestimuleerd. Studenten vinden het heel belangrijk om terugkoppeling op de leeropdrachten en een introductie op de wetgeving te krijgen. De studenten van de leergang Politiële Verkeerspecialist geven aan terugkoppeling te krijgen wanneer het lukt om de opdrachten in te leveren. De mate van terugkoppeling op de opdrachten bij de leergang Politiële Milieuspecialist verschilt tussen de docenten. Ook de mate waarin er een introductie wordt gegeven op de wetgeving, verschilt tussen de docenten. De studenten zijn vooral te spreken over docenten die zorgen voor een goede terugkoppeling en die een goede introductie geven. Het afgelopen jaar hebben er nogal wat wisselingen plaatsgevonden in het docententeam. Bovendien is er nog een aantal openstaande vacatures en is de opleidingsvraag toegenomen als gevolg van de applicatiecursussen in het kader van artikel 6. Hierdoor staan de professionalisering van de docenten en de ontwikkeling van het onderwijs onder druk. Ook worden nieuwe docenten al eerder ingezet dan gepland omdat er geen andere docenten beschikbaar zijn. Bovendien hebben de andere docenten weinig tot geen tijd om de nieuwe docenten in te werken. De Inspectie vindt het net als bij het PKO ongewenst dat de docenten onvoldoende tijd hebben voor professionalisering. Zij dringt er op aan de openstaande vacatures zo spoedig mogelijk te vervullen en ruimte te maken voor het inwerken van nieuwe docenten. Bovendien moet er ook tijd worden vrijgemaakt voor de professionalisering van de oude docenten. Door de werkdruk van de docenten is er ook nog geen structurele oplossing gevonden voor de leerprocesbegeleiding. Aan studenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist wordt niet bekend gemaakt dat er een leerprocesbegeleider is. Bij de leergang Politiële Milieuspecialist zijn de docenten leerprocesbegeleider voor kernopgaven die zij zelf niet verzorgen. Zij zijn aanspreekbaar bij problemen, maar voeren geen studievoortgangsgesprekken met de studenten. Over de invulling van de leerprocesbegeleiding vindt faculteitsbreed een discussie plaats. De Inspectie vindt het van belang dat de leerprocesbegeleiders sturen op de studievoortgang van de studenten en dat zij hiervoor voldoende zijn gefaciliteerd. Studenten gebruiken het portfolio om zaken in op te bergen. De docenten maken er geen gebruik van. De Inspectie constateert nu al enkele jaren academiebreed dat het portfolio niet wordt gebruikt door de docenten. Zij dringt er bij de Politieacademie op aan om academiebreed de discussie te voeren over het doel van het portfolio en de afweging te maken of zij hiermee blijft werken of dat er andere geschiktere instrumenten zijn. Wanneer het portfolio het meest geschikte instrument is, moet er worden gestuurd op het gebruik ervan door de studenten, docenten en leerprocesbegeleiders. De studenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist ervaren knelpunten bij het gebruik van Blackboard. Ze vinden het gebruiksonvriendelijk. Bovendien is binnen de korpsen een aantal zaken afgeschermd door het interne netwerk. De docenten gebruiken Blackboard nu vooral voor het doen van mededelingen en het plaatsen van kernopdrachten en proeven van bekwaamheid. Ze willen meer gebruik maken van de

mogelijkheden die Blackboard te bieden heeft, maar geven aan daar geen tijd voor te hebben. De leergang kent ook een aantal vakspecialistische ICT-programma s. De docenten ervaren een gebrek aan technische ondersteuning van deze programma s. De studenten van de leergang Politiële Milieuspecialist zijn een stuk enthousiaster over het gebruik van Blackboard. Ook hier wordt het vooral gebruikt voor mededelingen en het vinden van informatie. Het verbaast de Inspectie hoe verschillend er wordt aangekeken tegen Blackboard. Zij adviseert het domein na te gaan waardoor deze verschillen worden veroorzaakt en positieve ervaringen te benutten. Bovendien dringt zij er op aan ICT meer structureel te integreren in het onderwijs. 9. Examinering PKO 2005: De Inspectie vindt het essentieel dat de administratie van de examenprocessen zo spoedig mogelijk op orde is. De Inspectie heeft eind 2005, begin 2006, een thematisch onderzoek naar de examinering binnen het vernieuwde politieonderwijs uitgevoerd. Het eindrapport is in de eerste helft van 2006 verschenen. In het rapport is de aanbeveling gedaan te bezien in hoeverre de aanbevelingen ook relevant zijn voor het postinitiële onderwijs. Jaarlijks Onderzoek 2007: Helaas heeft de Inspectie moeten constateren dat de administratie van de examenprocessen nog steeds niet naar behoren verloopt. De studenten geven aan dat er regelmatig door hen ingeleverde stukken kwijtraken. De Inspectie OOV vindt dit een ernstige zaak en dringt er op aan dat het Bureau Examinering hier op zeer korte termijn orde in aanbrengt. Studenten en docenten van de leergang Politiële Verkeersspecialist geven aan dat het voorkomt dat de examinatoren zelf nog niet zijn opgeleid op het te examineren onderwerp. Dit vindt de Inspectie een ongewenste situatie. De studenten dienen te worden beoordeeld door deskundige examinatoren. Bureau Examinering geeft aan dat de problematiek bekend is en dat zij daartegen maatregelen heeft genomen en zal nemen. Docenten en studenten van beide leergangen vinden de proeven niet altijd aansluiten op de praktijk. Als redenen worden genoemd dat de proeven niet altijd echte arbeidsproeven zijn en dat er bij de leergang politiële milieuspecialist te veel wordt getoetst door het beoordelen van presentaties. Dit past niet bij het uitgangspunt van het politieonderwijs dat de meest realistische beoordelingscontext de beroepspraktijk is. De Inspectie vindt het belangrijk dat de proeven zoveel mogelijk aansluiten op de praktijk en beveelt daarom aan de proeven hierop door te lichten.

10. Kwaliteitsborging en verbetering van het onderwijs PKO 2005: De Inspectie is van oordeel dat binnen de Politieacademie sprake is van een goed functionerend en betrouwbaar systeem van kwaliteitsmonitoring. Wel is de Inspectie van mening dat de doelen en criteria voor kwaliteit explicieter geformuleerd moeten worden. Bovendien moet duidelijk zijn wat de Politieacademie precies met de resultaten van de kwaliteitsonderzoeken doet om de gewenste verbeterpunten aan te pakken. De Inspectie vraagt aandacht voor de beperkte hoevelheid kwaliteitsgegevens die specifiek gaan over de leergangen politiële verkeersspecialist en politiële milieuspecialist. In haar beleidsreactie geeft de Politieacademie aan dat er bij de programmaevaluatie ook aandacht zal worden besteed aan het systeem van kwaliteitsmonitoring. Bovendien zou er een discussie op strategisch niveau plaatsvinden hoe het kwaliteitssysteem zich verhoudt tot INK, Toezichtskader IOOV en de informatiebehoefte tbv de accreditatie. Hierbij zou expliciet aandacht worden besteed aan de verbeterdimensie van het systeem en de dekkingsgraad. Jaarlijks Onderzoek 2007: De studenten geven aan dat zij geen terugkoppeling krijgen over de resultaten van de evaluaties. Wel merken ze dat het onderwijs wordt aangepast aan evaluaties van eerdere groepen. Dit vinden ze positief. De resultaten van de LOEP en de STEM worden bekendgemaakt aan de docenten. Bovendien zijn de evaluaties geanalyseerd en meegenomen in het verbeterplan. De Inspectie vindt het een positieve ontwikkeling dat de resultaten van de evaluaties leiden tot verbeterplannen. In aanvulling daarop beveelt zij het domein aan de resultaten van de evaluaties ook direct terug te koppelen naar de studenten en te zorgen voor een daadwerkelijke implementatie van de verbeterplannen.