De Noordkust van Bretagne

Vergelijkbare documenten
Met een kotter op schelpenvangst in de Noordzee

Les met werkblad - biologie

informatie: schelpen - slakken

1. Inleiding 3 2. Waarom heb ik voor deze verzameling gekozen? 3 3. Foto s verzameling 4

Schelpen verzamelen in de huiskamer

Kreeftachtigen hebben meestal kleine ogen, waar ze maar weinig mee zien. Ze kunnen wel bijzonder goed ruiken.

Knorhaan 42 Nieuwsbrief Strandwerkgroep KNNV afd. Regio Alkmaar

Spectaculaire stranding van verse wijde-mantelschelpen Aequipecten opercularis (L., 1758) te Bray-Dunes op 21

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113

Eindexamen biologie pilot vwo I

regenworm Ik voel me als een

De Noordzee HET ONTSTAAN

VERHALEN RONDLEIDINGEN WORKSHOPS ARCHEOLOGIE ONDER WATER FORT DE SCHANS KAAP SKIL MUSEUM VAN JUTTERS & ZEELUI

Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui.

Lespakket Strandvondsten

jaren op mijn verlanglijstje en er waren genoeg redenen om voor Ierland te kiezen. Ik Galway) en een week in Baltimore (County Cork).

Spelen met zand. Zandpaspoort voor kinderen van 7 tot en met 12 jaar

GLORIA "MARIS ANTWERPEN

Verkondiging bij Jeremia 15: en Lucas 5: 1-11 Zondag 16 juli 2017 ds. Dick Snijders

MAANDBLAD UITGEGEVEN DOOR DE. BELGISCHE VERENIGING VOORy CONCHYLIOLOGIEV.ZM. Gesticht in 1961

inhoud Zee, strand en duin 1. Zand 2. Zon en wind 3. Het duin 4. Dieren in het duin 5. Eb en vloed 6. De jutter 7. Schelpen 8.

Bijlage VMBO-GL en TL

De Waddenzee - Informatie

Het strand, kwallen en krabben

Op het strand. Ben jij ook wel eens aan zee geweest? En heb je toen ook schelpen gezocht? Waar was jij in de vakantie? Ik was. mesheft.

Vloed. Laagwater en Hoogwater

DtD deel twee. Mijn tweede trail van 2019 zit er op, en wat voor een. Deze keer dus een nacht trail in Durbuy.

Veranderingen in de molluskenfauna van Scheveningen

Aan het strand Nodig: smartbord, doosje strandvondsten, foto s aanspoelsels, infoblad foto s aanspoelsels, werkblad wat is wat?

10 daagse Safari The Migration Special

Een nieuw leven. Een maand eerder. Zondag 25 juli

Relais Parco Cavalonga Hotel Italië Sicilië Ragusa

het begin van dit boek

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt

Hoe overleef ik...op een golfbreker?

Sedimentatie in Harderwijker Bocht ten gevolge van de strekdam bij Strand Horst Noord

Zomerkriebels 2015 Zo BSO aan de Van Vredenburchweg

Tw eekleppige boort zich in vele substraten.

Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 40 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.

van de Griekse eilanden

Verslag fietsreis 2 Denemarken van 2 t/m 9 juli 2017

Schotland reis MS Word Export To Multiple PDF Files Software - Please purchase license. 10 mei tot 15 mei

Handleiding bij de constructie van de Hydraulische machines uitgereikt ter gelegenheid van techniek toernooi 2009

IN EEN HUIS IN GEMENGDE HOEVESTIJL

De Herder (Op de grote stille Heide)

Bijbel voor Kinderen presenteert JEZUS IN DE STORM

Het Strand KNNV basiscursus 2012

Voorbereidende les Het geheim van kapitein Jan May

Strategietoets strategie 3 en 4 Begrijpend lezen. Niveau B

BULGARIJE 05/06-09/06/2012 JETAIR

Informatie over de versterking van de Noord-Hollandse kust Voor je spreekbeurt of werkstuk

Het koken en eten mag je zelf doen, maar ik begeleid je daarbij. Stap voor stap.

De dubbele pot methode 1. Magering De potten moeten zo gemaakt worden, dat ze temperatuurswisselingen kunnen verdragen.

Wandelweg nr. 8 : La grande Virée : Rendeux Merkteken:

LESBRIEF ONDERBOUW VOORTGEZET ONDERWIJS - HAVO - BIOLOGIE OPDRACHTEN OPDRACHT 1 - MAASVLAKTE 2

De wonderbare wereld onder water

Valdelagrana - Alcalá de los Gazules.

Bijbel voor Kinderen. presenteert JEZUS IN DE STORM

Productboekje. Oesters, fruits de mer, mosselen, lamsoor en zeekraal

architecten ETCETERA VISIE SCHEVENINGEN HAVEN

Jan Bransen. Waar filosofen van houden ISVW UITGEVERS

Bodemdiertjes. groep 5 en 6 uitvoering door leerkracht uitleentermijn 3 weken periode najaar

Lesbrief BIJZONDERE SCHATTEN OPDRACHT 1 - SCHATGRAVEN IN DE NOORDZEE

Eigenlijk best dicht. op-en-neer naar Londen in het najaar

Camping Caravaning. Pointe de Kerbihan. Bretagne Sud. Bretagne Sud. In LA TRINITE vanaf pasen tot de herfstzon

Lesbrief. biologie NATUUR EN MILIEU OPDRACHT 1 - MAASVLAKTE 2

Bretagne, 21 t/m 28 oktober 2016

4 Het heelal 6. De zon. De aarde. Jupiter. De maan. Ons zonnestelsel. Mars. Mercurius Venus

Bijbel voor Kinderen. presenteert JEZUS IN DE STORM

wildernistrails De 5 mooiste

Hotel & Bungalows Changa Turkije Turkse Rivièra Adrasan

Ahlberg en Tellegen :29 Pagina 1. Brieven aan bijna niemand anders

Je kunt nu de heesters snoeien die al zijn uitgebloeid. Ook buxushaagjes kun je alvast knippen. Geef ze daarna extra mest voor goede hergroei.

Beach Clean-up Naam: Klas: Mentor: Vakgroep Biologie ( ) Penta college CSG Scala Rietvelden

Chaetostoma cf. thomsoni - Bulldog pleco. Geschreven door: Sonja (Pasody)

7 e Club Int.Weekendmeeting 4-5 oktober 2014 : (Door: Dick Baars)

Tellen Meten Meetkunde

HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 3)

Als je bidt, ga dan je binnenkamer in; bid tot je Vader die in het verborgene is. Je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je belonen.

Bewoners. Noordzee. Introductie. Als de Noordzee een paspoort zou hebben dan zou het er zo uitzien:

Waar kunt u beter heen gaan dan het altijd zonnige Spanje!

De Luchtwezens spreken:

OESTERS. Smit Vis. Smit Vis, verspartner van Sligro

Schotland reis e verslag. Onderweg ging het werk natuurlijk gewoon door, ook Adrie was onverstoorbaar bezig in de spoelkeuken.

BETUWSE BETUWSE JEUGDKAMPEN Kampkrant KampKrant KampKRANT Jaar

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1. Bijlage met informatie.

VVMN Weekend 2017, Bomal sur Ourthe

Transcriptie:

De Noordkust van Bretagne Enige notities voor de (beginnende) verzamelaar J. van der Linden Door de nieuwe vestiging van het Zeebiologisch museum in Scheveningen -dichtbij mijn woning- en door de thans bijna permanente opening ervan, is mijn belangstelling voor het verzamelen van schelpen weer enorm toegenomen. Immers enige hulp bij determinatie is toch vaak onontbeerlijk. Ook de inlichtingen van doorgewinterde zoekers over de juiste vindplaatsen, maken het verzamelen van bepaalde soorten heel wat gemakkelijker. Reeds vele malen heb ik gedurende de laatste jaren de noordkust van Bretagne bezocht, waardoor ik nu in staat ben een vrij redelijk overzicht te geven, wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn voor het vinden van schelpen bij St. Jacut en omgeving (de streek gelegen tussen Dinard en St. Brieuc) en bij Trébeurden. Over mijn vondsten in de buurt van Roscoff en St. Pol de Leon kan ik kort zijn: teleurstellend. Kokkels bij tienduizenden, wat Scrobicularia ptana (Da Costa), Abra tenuis (Montagu) en in de baai van St. Pol de Léon massa s deels levende Peringia ulvae (Pennant). Vanzelfsprekend ook patella s, gibbula s en purperslakken, maar dat zijn dan ook de soorten, die men na één bezoek aan Bretagne reeds in voldoende hoeveelheden heeft verzameld. Afb. 1 Trivia monacha (Da Costa), een van de beide Trivia-soorten die ook aan de noordkust van Bretagne veel voorkomen. Foto: B. Entrop. vita marina zeebiologische documentatie mei-juni 1982 veldwerk

Het schiereiland van St. Jacut heeft voor mij (en vele anderen) een grote bekoring. Het strandje aan de punt van deze landtong en het zich daartegenover bevindende eiland liggen meestal vol schelpen. Ik zeg meestal, want zelfs de beste plekken zijn soms een teleurstelling. Ik ben er ongeveer 15 maal geweest in verschillende jaargetijden (nooit zomers) en één of twee keer was er nauwelijks een schelp te bekennen. Bent u echter voor langere tijd in de omgeving, ga de volgende dag beslist terug, want tien tegen één dat u dan meer geluk hebt. Ga enkele uren voordat het eb wordt naar het strand, gewapend met wat plastic zakken en enkele buisjes voor de tere soorten en wilt u straks gaan graven naar levende tweekleppigen, neem dan ook een stevige schop mee. Hoog op het strand zult u vaak vrij gave, nog van de opperhuid voorziene doubletten Lutraria lutraria (L.) vinden. Een enkele maal ook een losse klep van de Lutraria magna (Da Costa) (ik heb daar nooit een doublet gevonden en de paar kleppen die ik heb zijn niet al te mooi). Zeer fraaie dubbele glycymeris liggen er ook massaal evenals Solen marginatus (Pennant). De familie Veneridae is vertegenwoordigd met Venerupis pullastra (Montagu), V.decussata (L.), V.rhomboides (Pennant), Venerupis aurea (Gmelin) treft u er weinig aan. Er zijn mooie exemplaren van Venus verrucosa (L.) te vinden, weinig Chione ovata (Pennant) en Chamelea striatula (Da Costa) heb ik daar nog nooit gevonden, evenmin trouwens elders in Noord Bretagne; wel veel in het zuiden. Ook Dosinea exoleta (L.) ziet men er zelden. In de vloedlijn kunt u veel kleppen van Pandora inaequivalvis (L.) tegenkomen, terwijl bij het vorderen van de eb, als u de richting van het eiland uitloopt, levende exemplaren van deze soort in overigens bescheiden aantallen gewoon op het zand liggen. Wat de Gastropoden betreft: levende patella s, gibbula s, Monodonta lineata (Da Costa), purperslakken en Littorinidae op de rotsen. Vaak veel levende fuikhorens in de vloedlijn evenals wulken. Bij bepaalde wind is er soms een invasie van Velutina velutina Müller en dan meestal tegelijkertijd de eveneens zo tere Haminea navicula (Da Costa) en Philine quadripartita Ascanius. Ocenebra erinacea (L.) vindt u er ook, maar wilt u mooie levende exemplaren verzamelen, ga dan zoeken in de haven van St. Cast of Cancale. Natuurlijk moet ik niet vergeten de beide trivia-soorten te noemen, die er tamelijk veelvuldig op het strand liggen (afbeelding 1). Tenslotte Dentalium vulgare (Da Costa): altijd wel aanwezig, maar éénmaal verzamelde mijn vrouw er op een stukje van zo'n twee vierkante meter wel vijftig. Het is niet gemakkelijk je blik van al die rijkdommen af te wenden om bij het verder voortschrijden van de eb de vloedlijn te verlaten. Het tweede doel is namelijk het tegenover de landtong liggende eiland. De tocht er naar toe, over de kale zeebodem is op zich al boeiend, hoewel er weinig te vinden is afgezien van een enkele levende Pandora, zoals ik reeds schreef. Toch moet u de wandeling wel ondernemen, wilt u in het bezit komen van de witte boormossel en Pholade dactylus (L.). Langs de vloedlijn op het eiland ziet u de losse kleppen al liggen. Vreemd genoeg heb ik ze zelden of nooit gezien op het strand van St. Jacut zelf. Wilt u echter doubletten, nog voorzien van de accessorische schelpstukken, dan dient u te gaan spitten, want slechts levende exemplaren zijn volledig. Op het naar u toegekeerde deel van het eiland ziet u een eenzaam huisje staan. Zo'n 100 a 200 meter daarvoor in de drooggevallen zeebodem leven zij. U ziet de gaatjes van hun syfobuizen in de grond. Neem een grote stevige schop, want de bodem is zwaar en bestaat uit blauwgrijze harde zeeklei. Bovendien leeft de Pholade ongeveer 40 cm diep; Barnea candida (L.) daarentegen hooguit 10 cm. Graaf een ruim gat rond de schelp, aangezien de Pholade sterk wigvormig is en het dier door al die schubjes op zijn schelp flink verankerd zit. U zult merken dat het gegraven gat onmiddellijk volloopt met nu troebelgeworden zeewater, dus veel te zien is er dan niet meer. Hebt u op de tast slechts een punt van de schelp te pakken, dan zal die zeker breken als u hem niet volledig hebt vrijgegraven. Als u na een uurtje zwoegen enkele exemplaren van beide soorten hebt bemachtigd, moet u weer terug voor de vloed opkomt. Een twaalf-urig verblijf wordt, hoe mooi het eilandje ook is, toch vrij verve- 1 22 vita marina zeebiologische documentatie mei-juni1982 veldwerk

Afb. 2 Puperslakken - Nucel- la lapillus (L.) - zijn een veel voorkomende verschijning aan de Bretonse kust. Foto: J. van Leeuwen lend en om tot je middel nat te worden is vooral 's winters evenmin plezierig. Ik merk aan mensen die nooit een bezoek hebben gebracht aan de westkust van Frankrijk, dat men veelal een wat overtrokken idee heeft van de aldaar voorkomende eb- en vloedbewegingen. Men denkt aan watermassa's die je met bulderend geweld belagen als de vloed opkomt en dat slechts Olympische kampioenen hardlopen het ziedende water met moeite voor kunnen blijven. Daar is allemaal geen sprake van, maar toch moet u oppassen. Stelt u op de hoogte van de dagelijkse eb- en vloedtijden. Blijf niet te lang ver van het vaste land en bedenk, dat de zeebodem niet altijd geleidelijk oploopt naar de kust. Halverwege kan de zeebodem veel dieper liggen, waardoor dit deel veel eerder onderwater komt te staan en u toch nog verrast wordt. U bent gewaarschuwd! Alvorens u terugloopt moet u echter niet vergeten een volle zak gruis uit de vloedlijn mee te nemen. Thuis kunt u dit uitzoeken op kleine soorten en u beleeft het spannende avontuur van verrassing over Afb. 3 Littorina saxatilis saxatilis (Olivi) en Littorina saxatilis rudis (Maton) komen beide in verschillende kleurvariëteiten voor, dikwijls ook benoemd, zoals sanguinea (donker- of karmijnrood), miniata (steenrood) en aurantia (oranje). Foto: J. van Leeuwen. vita marina zeebiologische documentatie m ei-juni1982 veldwerk 123

nieuwe vondsten een tweede maal. Over gruisonderzoek zal ik echter uitgebreid terugkomen. Een volgende dag het is overdag immers maar éénmaal eb - kunt u een bezoek brengen aan het 25 km westelijker gelegen Erquy. Eén van de aardigste vissershavens van noord Bretagne. De meeste anderen hebben hun karakter totaal verloren en zijn volledig overgeschakeld op watersport en massatoerisme. Als het eb is ziet u vanaf de kademuur de vissersboten in de modder liggen, Het is de moeite waard om daar tussen te gaan zoeken naar Pectinidae. Levende Pecten maximus (L.) (ik heb er een stel mooi gekleurde kleine ± 7 cm grote exemplaren gevonden) Chlamys varia (L.) in allerlei tinten, Aequipecten opercularis (L.) en enkele Aequipecten tineatus (Da Costa). De vele glycymeris kunt u beter laten liggen, want die zijn allemaal lelijk door roest verkleurd. Wel is het de moeite waard een paar kluiten aan elkaar gegroeide Anomia s mee te nemen. Een volgende verblijfplaats van ons is Trébeurden - ± 75 km ten westen van St. Brieuc- gelegen aan de schitterende Cöte de Granite Rose. Ik heb er vaak gezocht en veel gevonden, maar u moet wel weten waar. Als u aan de kust staat ziet u in zee een eilandje liggen; daarvoor ligt nog een eiland of tenminste dat was het heel lang geleden. Nu is het door een brede "weg verbonden met het vaste land. Naar zee kijkend is links van deze "weg het badplaats gedeelte en daar is niets te vinden. Rechts is het havengedeelte waar ook niet veel ligt. Vlak voordat de weg overgaat in het dichtbegroeide eiland ziet u rechts een pier in zee steken. Daarachter loopt een naar de zeebodem aflopende weg. Die moet u volgen als het eb gaat worden en dan kunt u links om of over de rotsen heen doorlopen naar het echte eiland. Het eerste wat u opvalt zijn de duizenden exemplaren Dosinea exoleta, de meeste doubletten. Alle Venerupis soorten; nu ook aurea veelvuldig. Spisula-soorten dubbel en levend. Veel levende Chiona ovata en Thracia papyracea (Poli.) Ik heb er een stuk of tien zeer mooie Bela costutata (Donovan) gevonden, een Turridae-soort. Op de rotsen naast de bekende patella's en gibbula soorten zijn hier mooie Littorinidae te vinden. De geelzwart gestreepte Littorna saxatilis rudis (Maton) var. polyzonalis. De spierwitte en kleine Littorina saxatilis rudis, var. rudissima (Bean), var. albida (Dautzenberg). Littorina obtusata (L.) in alle kleuren en patronen. Als u de grote bossen wier, die van de rotsen afhangen, optilt vindt u Calliostoma zizyphinum (Lam.)(afbeelding 4), maar echt niet zoals sommige beweren bij honderden. U mag blij zijn er na een uur intensief zoeken een stuk of vijftien gevangen te hebben. Hier vond ik ook de enige twee Turritella communis (Risso) van de hele noordkust van Bretagne. In het overigens aardige boekje "Schelpen die men vinden kan", een Thieme uitgave geschreven door B. Entrop, lezen wij over deze schelp: "In Bretagne algemeen in de vloedlijn". Wat de noordkant betreft is dit beslist niet waar. Ik heb er dus maar twee gevonden en wat meer zegt in de collectie van het Zeebiologisch museum komt hij uit Bretagne niet voor. Ditzelfde geldt trouwens ook voor de Camptonectes tigrinus (Müller), de tijgerpels; ik heb hem daar nooit gevonden en wat de museum verzameling aangaat, idem dito. Merkwaardig is dat ik maar weinig Arcopagia crassa (Pennant) in Trébeurden heb gevonden. Slechts drie doubletten en enkele losse kleppen, terwijl deze schelp daar toch veel hoort voor te komen. Ik heb hem nooit levend gezien. Het zoeken naar levende schelpen is hier overigens een vrij druk beoefende sport. Weliswaar voor de consumptie, maar ook deze zoekers hebben voor ons nut. In de eerste plaats geven zij de plaatsen aan waar u moet zoeken. In de tweede plaats om mee te ruilen. U moet namelijk rustig doorgaan met het verzamelen van Dosina s en Venerupis-soorten, ook al hebt u er reeds voldoende en lust u zelf geen schelpdieren. U kunt ze als ruilobject gebruiken. Zelf loop ik altijd, tegen de tijd dat de opkomende vloed ons noodzaakt terug te keren, de andere mensen langs om hün vangsten te onderzoeken. Vind ik een mooi of bijzonder exemplaar, dan geef ik een handvol dosina s tegen één voor mij interessante. Ze smaken toch allemaal hetzelfde, zeldzaam of niet. Éénmaal heb ik een schitterende Callista chione (L.) gevonden, want hoewel op het strand vrij veel losse klep- 124 vita marina zeebiologische docum entatie m ei-juni1982 veldwerk

Afb. 4 Callistoma zizyphinum {Lam.) in het wier bij St. Jacut. Foto B. Entrop. liggen komt deze prachtige schelp er toch niet veel voor. Als u wat stampend over de drooggevallen zeebodem loopt, kunnen stralen water tot kniehoogte toe uit de grond spuiten, waarna een gaatje in het zand achterblijft. Dit is dan afkomstig uit de zich snel intrekkende syfobuis van de Lutraria lutraria, die zo n 30 tot 40 cm diep leeft. Dit dier is niet zo moeilijk uit te graven als de Pholade, omdat hier de grond gemakkelijker is en omdat de schelp uitwendig glad is, waardoor hij minder weerstand biedt. Ik vind het overigens een vrij onsmakelijk karwei deze schelp na koken van vleesresten te ontdoen. Dit doet mij er aan denken om diegenen onder u, die in een hotel logeren, de tip te geven om een dompelaar (met aangepaste stekker voor in het scheerstopkontakt!) en bv. een metalen mok mee te nemen. U kunt dan uw levende vondsten op uw hotelkamer uitkoken. De kenners van de noordkust van Bretagne zullen ongetwijfeld veel in mijn opsommingen hebben gemist. Dit heeft verschillende oorzaken: 1. De kleine soorten heb ik bewust weggelaten, omdat ik daar in een volgend artikel op terug wil komen; 2. Sommige soorten zal ik domweg vergeten zijn te noemen. Ik denk nu bv. ineens aan de prachtige, jonge en levende Laevicardium crassum (Gmelin) (= Laevicardium norvegicum (Spengler)) op het strand van Trébeurden; 3. Andere soorten heb ik (helaas) nooit gevonden, maar die wachten misschien op de volgende keer, dat ik een verzamelreis ga maken naar deze schitterende streek. Er moet wat te wensen overblijven. vita marina zeebiologische dokumentatie juli-aug. 1982 veldwerk 125