604.31.637 NL ALFA 159 VERSNELLINGSBAK
In dit supplement worden de belangrijkste kenmerken beschreven van de automatische QTRONIC zesversnellingsbak van de auto. Voor alle niet behandelde onderwerpen wordt verwezen naar het Instructieboek. INHOUD GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE QTRONIC ZESVERSNELLINGSBAK Selectorhendel... 2 Display... 2 Standen van de hendel... 3 Motor starten... 4 Motor opwarmen na het starten. 6 Wegrijden met de auto... 7 Sequentieel schakelen... 7 Automatische werking... 8 Auto stilzetten... 10 Parkeren... 10 Motor uitzetten... 10 Elektronische sleutel in noodgevallen uitnemen... 11 Akoestisch waarschuwingssysteem... 12 Slepen van de auto... 12 VDC-systeem... 12 LAMPJES EN BERICHTEN Storing in automatische versnellingsbak... 13 Te hoge olietemperatuur in automatische versnellingsbak... 13 Storing in HBB... 13 ONDERHOUD EN ZORG Geprogrammeerd onderhoudsschema... 14 TECHNISCHE GEGEVENS Motorcodes - carrosserie-uitvoeringen... 14 Transmissie... 14 Prestaties... 15 Gewichten... 16 Vullingstabel... 18 Vloeistoffen en smeermiddelen. 19 Brandstofverbruik... 19 CO 2 -emissie... 20 1
GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE QTRONIC ZESVER- SNELLINGSBAK De auto is uitgerust met een elektronisch geregelde automaat met 6 versnellingen, waarbij automatisch geschakeld wordt op basis van de gebruiksparameters van de auto (snelheid van de auto en gaspedaalstand). U kunt altijd handmatig schakelen, als u de selectorhendel op sequentieel schakelen zet. BELANGRIJK Lees alle informatie op deze en de volgende pagina s zorgvuldig door zodat u de automatische QTRONIC zesversnellingsbak op de juiste wijze gebruikt. Hierdoor bent u vanaf het begin op de hoogte van de juiste handelingen en in staat om deze uit te voeren. fig. 1 A0E0393m SELECTORHENDEL fig. 1 P = Parkeren R = Achteruit N = Vrijstand D = Drive (vooruit rijden met automatisch overschakelen) + = Sequentieel opschakelen = Sequentieel terugschakelen fig. 2 fig. 3 DISPLAY fig. 2 A0E0316m A0E0360m Op het display kan het volgende worden weergegeven: bij automatische werking, de ingeschakelde versnelling (P, R, N, D) fig. 2; bij sequentieel op- of terugschakelen, het nummer van de handmatig ingeschakelde versnelling fig. 3. 2
STANDEN VAN DE HENDEL Achteruit (R) Met de hendel in stand R kan de motor niet worden gestart. Parkeren (P) In stand P worden de aangedreven wielen mechanisch geblokkeerd. Schakel deze stand alleen in als de auto stilstaat en trek eventueel ook de handrem aan. fig. 4 fig. 5 A0E0317m A0E0394m Bij de automatische werking kan (afhankelijk van de uitvoering) het opschrift W (Winter) of S (Sport) fig. 4 worden weergegeven, als het betreffende programma wordt ingeschakeld door middel van de SPORT/WINTER-knop op het paneel van de selectorhendel fig. 5. Als u vanuit stand P een andere stand van de selectorhendel wilt inschakelen, met de elektronische sleutel in het contactslot, moet u het rempedaal intrappen en de knop van de selectorhendel bedienen. Schakel de achteruit alleen in als de auto stilstaat, de motor stationair draait en het gaspedaal volledig is losgelaten. De verplaatsing R N of D is vrij terwijl voor de verplaatsing R P de knop op de selectorhendel moet worden ingedrukt. Om de hendel vanuit N te verplaatsen, moet u de voet van het gaspedaal nemen en moet de motor met stationair toerental draaien. 3
De verplaatsing N D is vrij, terwijl voor de verplaatsing N R of P de knop op de selectorhendel moet worden ingedrukt. De verplaatsingen vanuit P naar D (P D), vanuit N naar D (N D) en vanuit R naar D (R D) mogen uitsluitend bij een stilstaande auto en stationair toerental worden uitgevoerd. Vrijstand (N) Komt overeen met de vrijstand van een normale handgeschakelde versnellingsbak. Met de hendel in N kan de motor worden gestart. Schakel de vrijstand N in als u langdurig stilstaat. Drive (vooruit rijden met automatisch overschakelen - D) Stand D kan worden gebruikt onder normale rij-omstandigheden. MOTOR STARTEN De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen de paragraaf Alfa Romeo CODE in het hoofdstuk Dashboard en bediening in het Instructieboek. BELANGRIJK Als het contactslot is geforceerd, kan het stuurslot vergrendelen. BELANGRIJK Steek de elektronische sleutel volledig in het contactslot totdat de sleutel blokkeert. BELANGRIJK Als de auto in beweging is, mag de elektronische sleutel niet uit het contactslot worden genomen, behalve in noodgevallen (zie de paragraaf Elektronische sleutel in noodgevallen uitnemen ); hierdoor bent u er van verzekerd dat het stuurslot is uitgeschakeld als de auto in beweging is (bijvoorbeeld bij het slepen van de auto). 4
Het verdient aanbeveling om gedurende de eerste kilometers niet de maximale prestaties van uw auto te eisen (bijv. snel accelereren, langdurig rijden met hoge toerentallen, krachtig remmen enz.). Ga voor het starten van de motor als volgt te werk: Zorg ervoor dat de handrem is aangetrokken en de selectorhendel in P of N staat: het starten is alleen mogelijk als de hendel in een van deze standen staat. ATTENTIE Het is zeer gevaarlijk om de motor in afgesloten ruimten te laten draaien. De motor verbruikt zuurstof en produceert kooldioxide, koolmonoxide en andere giftige gassen. Trap in stand P het rempedaal in en steek de elektronische sleutel tot tegen de aanslag in het contactslot; druk op de START/STOP-knop en laat deze los zodra de motor is aangeslagen, zonder het gaspedaal in te trappen. Trap in stand N het rempedaal in en steek de elektronische sleutel tot tegen de aanslag in het contactslot; druk op de START/STOP-knop en laat deze los zodra de motor is aangeslagen, zonder het gaspedaal in te trappen. ATTENTIE Als de auto rijdt met de hendel in stand D of in de stand voor sequentieel schakelen en u per ongeluk de START/STOP-knop indrukt, slaat de motor af en is er geen aandrijving meer. Ga als volgt te werk: Zet de selectorhendel in stand N en trap het rempedaal in. Start de motor opnieuw door de START/STOP-knop in te drukken en zet de selectorhendel in stand D. 5
Belangrijke aanwijzingen Als u de motor tijdens het starten moet uitzetten en u de auto opnieuw wilt starten, hoeft u slechts het rempedaal in te trappen en vervolgens op de START/ STOP-knop te drukken. Als de startpoging moeizaam verloopt, probeer dan niet langdurig de motor te starten, maar wendt u tot de Alfa Romeo-dealer. Als de motor is gestart, wordt de elektronische sleutel in het contactslot vergrendeld; de sleutel kan alleen uit het slot worden genomen nadat de motor is uitgezet. Probeer bij draaiende motor en vergrendelde elektronische sleutel, de sleutel niet uit het slot te halen omdat hierdoor het contactslot beschadigd kan raken. Bij eventuele startproblemen verschijnt er een bericht op het display. Wendt u in dat geval tot de Alfa Romeo-dealer. Startproblemen Het systeem is in staat om startproblemen en een overmatig toerental te herkennen. In die gevallen wordt de elektronische sleutel ontgrendeld zodat de bestuurder de volgende handelingen kan uitvoeren: schakel het instrumentenpaneel uit door op de START/STOP-knop te drukken of door de elektronische sleutel uit het contactslot te nemen; start de auto opnieuw door het rempedaal en de START/STOPknop in te drukken. BELANGRIJK Als de motor bij rijdende auto met te hoge toerentallen draait, is het om veiligheidsredenen niet mogelijk de elektronische sleutel uit het contactslot te nemen. U kunt de sleutel uit het slot nemen door met losgelaten rempedaal en bij stilstaande auto de START/STOP-knop in te drukken. MOTOR OPWARMEN NA HET STARTEN Ga als volgt te werk: rijd rustig weg, laat de motor niet met hoge toerentallen draaien en trap het gaspedaal niet bruusk in; verlang de eerste kilometers geen maximale prestaties. Wij raden u aan te wachten tot de wijzernaald van de koelvloeistoftemperatuurmeter begint te bewegen. 6
WEGRIJDEN MET DE AUTO Ga voor het wegrijden als volgt te werk: trap vanuit stand P het rempedaal in; druk de knop van de hendel in en verplaats de selectorhendel in de gewenste stand (D of R); geef geleidelijk gas; de auto gaat nu rijden en de versnellingsbak schakelt automatisch de juiste versnelling in. ATTENTIE Laat kinderen nooit alleen achter in de auto. Neem de elektronische sleutel altijd uit het contactslot als u de auto verlaat en neem de sleutel mee. De selectorhendel kan uitsluitend uit stand P verplaatst worden als de elektronische sleutel in het contactslot zit en het rempedaal is ingetrapt. BELANGRIJK Let goed op als de handrem en het rempedaal zijn losgelaten, de motor stationair draait en de selectorhendel in stand D of R of op sequentieel schakelen staat, omdat de auto in beweging kan komen zonder dat het gaspedaal wordt ingetrapt. Deze stand kan worden gebruikt als de auto op een vlakke ondergrond staat met weinig ruimte om te parkeren. Maak hierbij alleen gebruik van het rempedaal. SEQUENTIEEL SCHAKELEN Bij sequentieel schakelen werkt de automatische QTRONIC zesversnellingsbak als een traditionele versnellingsbak die sequentieel bediend wordt. Sequentieel schakelen Plaats de hendel vanuit stand D opzij (naar rechts) in stand Manual: plaats de hendel in stand +: opschakelen; plaats de hendel in stand : terugschakelen. Het nummer van iedere versnelling wordt op het display van het instrumentenpaneel weergegeven en iedere mogelijke fout wordt uitgesloten door de voortdurende controle door de regeleenheid van de versnellingsbak. 7
AUTOMATISCHE WERKING Bij sequentiële bediening kan stand D onder alle rijomstandigheden worden gekozen. Bij het sequentieel schakelen naar D, kiest de regeleenheid van de versnellingsbak de optimale overbrengingsverhouding op basis van de snelheid en de motorbelasting (gaspedaalstand). Als u snel wilt optrekken kan het gaspedaal tot voorbij het zware punt in de slag worden ingetrapt (kick-down), waardoor de prestaties optimaal zullen zijn (wegrijden en acceleratie). BELANGRIJK Voorkom bij het rijden op wegen met weinig grip (sneeuw, ijs enz.) het inschakelen van de kick-down. fig. 6 A0E0392m De versnellingsbak kan ook sequentieel worden bediend m.b.v. de hendels op het stuurwiel fig. 6 (optional). Om de hendels op het stuurwiel te gebruiken, moet de selectorhendel in stand Manual staan: plaats de hendel op het stuurwiel in stand + :opschakelen; plaats de hendel op het stuurwiel in stand : terugschakelen. Het inschakelen van een lagere of hogere versnelling is alleen mogelijk als het motortoerental dit toestaat. Als de auto wordt stilgezet met de versnellingsbak in een hogere versnelling dan de 1 e, dan wordt automatisch de 1 e versnelling ingeschakeld. fig. 7 A0E0394m Schakelprogramma s (indien aanwezig) Er kunnen verschillende schakelprogramma s worden gekozen m.b.v. de SPORT/WINTER-knop op het paneel van de selectorhendel fig. 7. 8
De schakelprogramma s zijn: NORMAAL: overschakelen bij lage motortoerentallen met de nadruk op comfort en laag verbruik SPORT: overschakelen bij hogere motortoerentallen met de nadruk op een sportieve rijstijl WINTER: programma om weg te rijden op een wegdek met weinig grip (sneeuw, ijs, modder). In omstandigheden waarbij de grip op het wegdek beperkt is, kan door de elektronische regeling van de automaat de auto weer wegrijden in een versnelling die hoger is dan de 1 e om het doorslippen van de wielen te voorkomen: dit is geen storing. As het instrumentenpaneel wordt ingeschakeld, wordt het programma NORMAAL ingeschakeld. Als de selectorhendel in stand D staat, kunt u de volgende schakelprogramma s kiezen: NORMAAL => SPORT door de SPORT/WINTER-knop kort in te drukken NORMAAL => WINTER door de SPORT/WINTER-knop langer dan 2 seconden in te drukken SPORT => WINTER door de SPORT/WINTER-knop langer dan 2 seconden in te drukken SPORT => NORMAAL door de SPORT/WINTER-knop kort in te drukken WINTER => NORMAAL door de SPORT/WINTER-knop in te drukken (ongeacht hoelang). Het gekozen programma blijft actief totdat de knop nogmaals wordt ingedrukt of totdat de motor wordt afgezet. BELANGRIJK Om de levensduur van de versnellingsbak te behouden, wordt bij een zeer hoge olietemperatuur (zie de paragraaf Lampjes en berichten ), het sequentieel schakelen geblokkeerd en de automatische werking ingeschakeld. Sequentieel schakelen is weer mogelijk als de normale bedrijfstemperaturen zijn bereikt. 9
AUTO STILZETTEN PARKEREN Trek de handrem aan en zet de selectorhendel in stand P. Zet de wielen iets uitgestuurd. Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met stenen of wiggen. Laat de elektronische sleutel niet in het contactslot als de motor is uitgezet, om te voorkomen dat de accu ontlaadt. Neem de elektronische sleutel altijd uit het contactslot als u de auto verlaat. MOTOR UITZETTEN Ga als volgt te werk: laat het gaspedaal los; trap het rempedaal in. BELANGRIJK Houd op een hellend wegdek met stationair draaiende motor, de auto uitsluitend op zijn plaats door het rempedaal ingetrapt te houden en niet door het gaspedaal te bedienen. Als de auto stilstaat met draaiende motor en de selectorhendel in stand D of R of op sequentieel schakelen staat, dan moet het rempedaal ingetrapt worden gehouden om te voorkomen dat de auto in beweging komt. Als u langere tijd stilstaat, zet dan de selectorhendel in stand P. Druk bij stilstaande auto op de START/STOP-knop. Als de motor is uitgezet, kan de elektronische sleutel uit het contactslot worden genomen. ATTENTIE Het is in noodgevallen en ook om veiligheidsredenen mogelijk de motor uit te zetten bij een rijdende auto, door de START/STOP-knop herhaaldelijk (drie keer binnen 2 seconden) in te drukken of door de knop in te drukken en enkele seconden ingedrukt te houden. In deze situatie werkt de stuurbekrachtiging niet meer. BELANGRIJK Zet de motor na een zware rit niet onmiddellijk uit, maar laat hem even stationair draaien. Hierdoor kan de temperatuur in de motorruimte dalen. 10
BELANGRIJK Als de motor wordt uitgezet, worden de elektronische veiligheidssystemen en de buitenverlichting uitgeschakeld. BELANGRIJK Steek geen andere voorwerpen in de opening A-fig. 8 dan de metalen noodsleutel B van de elektronische sleutel. BELANGRIJK Als u de motor bij rijdende auto uitzet, is het om veiligheidsredenen niet mogelijk de elektronische sleutel uit het contactslot te nemen. Om de sleutel uit te nemen, moet u met de START/STOP-knop het instrumentenpaneel inschakelen en vervolgens weer uitschakelen met losgelaten rempedaal en bij stilstaande auto. Als de motor wordt uitgezet met de versnellingsbak in een andere stand dan P, kan de elektronische sleutel niet uit het contactslot worden genomen. fig. 8 A0E0043m ELEKTRONISCHE SLEUTEL IN NOODGEVALLEN UITNEMEN Als er problemen zijn bij het uitzetten van de motor of er een storing is in het ontgrendelsysteem van de elektronische sleutel, ga dan als volgt te werk: druk op de ontgrendelknop en trek de metalen noodsleutel uit (zie de paragraaf Elektronische sleutel in het hoofdstuk Dashboard en bediening in het Instructieboek); steek de metalen noodsleutel B- fig. 8 van de elektronische sleutel in de opening A; trek de elektronische sleutel uit het contactslot. BELANGRIJK Als de sleutel in noodgevallen wordt uitgenomen bij een draaiende motor, dan wordt de motor uitgezet, dooft het instrumentenpaneel en wordt het stuurslot niet ingeschakeld. Gasgeven voordat u de motor uitzet heeft geen enkel nut, verspilt brandstof en is, vooral voor motoren met turbocompressor, schadelijk. 11
12 AKOESTISCH WAAR- SCHUWINGSSIGNAAL Er klinkt een akoestisch signaal en op het display knippert enkele seconden versnelling P als de motor is uitgezet met ingeschakelde versnelling en de selectorhendel in een andere stand dan P. De elektronische sleutel kan alleen in stand P uit het contactslot worden genomen. SLEPEN VAN DE AUTO BELANGRIJK Houdt u bij het slepen van de auto aan de wettelijke voorschriften. Bij het slepen moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen: vervoer de auto, indien mogelijk, op de laadvloer van een bergingsauto; als er geen bergingsauto beschikbaar is, moet de auto met de aangedreven wielen (voorwielen) los van de grond gesleept worden. De auto mag uitsluitend worden gesleept als de selectorhendel in stand N staat. Start de motor niet als de auto wordt gesleept. Als de bovenstaande voorzorgsmaatregelen niet in acht worden genomen, kan ernstige schade aan de automatische versnellingsbak worden toegebracht. VDC-SYSTEEM (Vehicle Dynamics Control) (indien aanwezig) HBB-systeem (Hydraulic Brake Boost) Dit systeem, dat niet kan worden uitgeschakeld, zorgt voor een hydraulische bekrachtiging tijdens het remmen, waardoor sneller en krachtiger door het systeem wordt geremd. Storingsmeldingen Een eventuele storing wordt aangegeven door het gelijktijdig branden van de lampjes x en > op het instrumentenpaneel. Werking van het systeem Als het systeem ingrijpt, dan knippert het lampje á op het instrumentenpaneel en voelt u een lichte trilling in het rempedaal, die gepaard gaat met enig geluid.
LAMPJES EN BERICHTEN t STORING IN AUTO- MATISCHE VER- SNELLINGSBAK TE HOGE OLIETEM- PERATUUR IN AUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAK Storing in automatische versnellingsbak Het symbool op het display gaat knipperen (op het display verschijnt ook een bericht en er klinkt een akoestisch signaal) als er een storing is in de automatische QTRONIC zesversnellingsbak. Te hoge olietemperatuur in automatische versnellingsbak Het symbool op het display gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht en er klinkt een akoestisch signaal) bij een te hoge temperatuur van de transmissie-olie in de automatische QTRONIC zesversnellingsbak. Stop zo snel mogelijk, zet de motor uit en laat de automatische versnellingsbak afkoelen. STORING IN HBB (rood) (geel) x Als er een storing is in het HBB-systeem, wordt het > systeem automatisch uitgeschakeld en gaan de lampjes x en > op het instrumentenpaneel gelijktijdig branden. Wendt u in dat geval zo snel mogelijk tot de Alfa Romeo-dealer. Wendt u bij een storing in de versnellingsbak zo snel mogelijk tot de Alfa Romeo-dealer om het systeem te laten controleren. 13
ONDERHOUD EN ZORG GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA Het Onderhoudsschema voorziet, als aanvulling op alle al beschreven onderhoudswerkzaamheden (zie het hoofdstuk Onderhoud en zorg in het Instructieboek), ook elke 30.000 km in het controleren en eventueel bijvullen van het olieniveau in de automatische QTRONIC zesversnellingsbak. TECHNISCHE GEGEVENS MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN Uitvoeringen Motorcode Code van de carrosserie-uitvoering 1.9 JTDM 16v 939A2000 2.4 JTDM 939A3000 3.2 JTS 939AXC12 23 939BXC12 24 (*) 939AXD12 25 939BXD12 26 (*) 939AXG22 939A000 939BXG22 (*) (*) SPORTWAGON-UITVOERING TRANSMISSIE 1.9 JTDM 16v - 2.4 JTDM 3.2 JTS Versnellingsbak Automatisch met 6 versnellingen Automatisch met 6 versnellingen 14 Aandrijving Voor 4x4
PRESTATIES SEDAN-UITVOERINGEN Maximum snelheid Acceleratie Kilometer met staande start van 0-100 km/h km/h sec. sec. 1.9 JTDM 16v 207 9,6 30,9 2.4 JTDM 224 8,4 29,2 3.2 JTS 240 7,2 27,7 SPORTWAGON-UITVOERINGEN Maximum snelheid Acceleratie Kilometer met staande start van 0-100 km/h km/h sec. sec. 1.9 JTDM 16v 205 9,8 31,2 2.4 JTDM 222 8,6 29,5 3.2 JTS 237 7,4 28,1 15
GEWICHTEN SEDAN-UITVOERINGEN Gewichten (kg) 1.9 JTDM 16v 2.4 JTDM 3.2 JTS Rijklaar gewicht 1540 1650 1700 Max. toelaatbaar gewicht (*) vooras achteras totaal Nuttig laadvermogen inclusief de bestuurder (**) Trekgewichten Max. gewicht op de trekhaak 1200 1100 2060 520 1500 75 1300 1100 2170 520 1500 75 1300 1100 2220 520 1700 75 Max. dakbelasting 50 50 50 (*) Maximum waarden die niet mogen worden overschreden. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet worden overschreden. (**) Als er speciale accessoires zijn gemonteerd (opendak, trekhaak enz.), dan stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totale laadvermogen met hetzelfde gewicht daalt. 16
SPORTWAGON-UITVOERINGEN Gewichten (kg) 1.9 JTDM 16v 2.4 JTDM 3.2 JTS Rijklaar gewicht Max. toelaatbaar gewicht (*) vooras achteras totaal Nuttig laadvermogen inclusief de bestuurder (**) Trekgewichten Max. gewicht op de trekhaak Max. dakbelasting (***) 1590 1200 1100 2110 520 1500 75 80 (*) Maximum waarden die niet mogen worden overschreden. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet worden overschreden. (**) Als er speciale accessoires zijn gemonteerd (opendak, trekhaak enz.), dan stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totale laadvermogen met hetzelfde gewicht daalt. (***) Allesdrager opgenomen in het Alfa Romeo Lineaccessori-programma, max. draagvermogen: 50 kg. 1700 1300 1100 2220 520 1500 75 80 1750 1300 1100 2270 520 1800 75 80 17
VULLINGSTABEL 1.9 JTDM 16v 2.4 JTDM 3.2 JTS Voorgeschr. brandstof en originele smeermiddelen Brandstoftank: liter inclusief een reserve van liter 70 10 70 10 70 10 Loodvrije benzine octaangetal ten minste 95 R.O.N (specificatie EN228) Diesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590) Motorkoelsysteem liter Motorsmeercircuit liter Vloeistofreservoir ruitensproeiers, koplampsproeiers liter Automatische QTRONIC zesversnellingsbak liter 7,5 4,6 6,0 7,35 6,4 6,0 10,3 5,4 6,0 Mengsel van 50% water en 50% PARAFLU UP SELENIA StAR SELENIA WR Mengsel van water en TUTELA PROFESSIONAL SC 35 TUTELA GI/VI 18
VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN SPECIFICATIES EN AANBEVOLEN PRODUCTEN Gebruik Specificaties van de smeermiddelen en vloeistoffen voor een correct functioneren van de auto Vloeistoffen en originele smeermiddelen Toepassing Olie en vetten voor krachtoverbrengingen BRANDSTOFVERBRUIK Specifiek smeermiddel voor automatische transmissies met 6 versnellingen en koppelomvormer met geregelde slip TUTELA GI/VI Automatische zestrapsautomaat Brandstofverbruik volgens EU 1999/ 100-normen (liter x 100 km) Stadsverkeer Buitenweg Gecombineerd 1.9 JTDM 16v 9,9 (*)/10,1 (**) 5,5 (*)/5,6 (**) 7,1 (*)/7,2 (**) 2.4 JTDM 11,6 (*)/11,8 (**) 5,9 (*)/6,0 (**) 8,0 (*)/8,1 (**) 3.2 JTS 18,4 (*)/18,6 (**) 8,6 (*)/8,6 (**) 12,2 (*)/12,3 (**) (*) Sedan-uitvoeringen (**) Sportwagon-uitvoeringen 19
CO 2 -EMISSIE De CO 2 -emissie, vermeld in de volgende tabel, is gemeten op een gecombineerd traject. CO 2 -EMISSIE VOLGENS EU-NORMEN 1999/100 (g/km) 1.9 JTDM 16v 2.4 JTDM 3.2 JTS 187 (*) 210 (*) 289 (*) 190 (**) 215 (**) 291 (**) (*) Sedan-uitvoeringen (**) Sportwagon-uitvoeringen 20
NOTITIES
SERVICE CUSTOMER SERVICES TECHNICAL SERVICES - SERVICE ENGINEERING Fiat Group Automobiles Netherlands B.V. - B.U. After Sales Importeur voor Nederland: Fiat Group Automobiles Netherlands B.V. Singaporestraat 92-100 - 1175 RA Lijnden Druknummer 604.31.637 NL - 1 e Editie - 09/2006 Gedrukt door Hoogcarspel Grafische Communicatie - Middenbeemster Alle rechten voorbehouden. Nadruk, zowel geheel als gedeeltelijk, verboden zonder schriftelijke toestemming van Fiat Auto S.p.A.
SERVICE NEDERLANDS