3. De CNaVT-profielen

Vergelijkbare documenten
Profiel Professionele Taalvaardigheid

Profiel Academische Taalvaardigheid PAT

3.4. De profielbeschrijvingen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid

Het nieuwe Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) Examenontwikkeling gebaseerd op taalgebruiksbehoeften

Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid

10. De toetsenbank Wat is de toetsenbank?

Zakelijk Professioneel (PROF) - B2

Profiel Academische Taalvaardigheid

4. DE CNAVT-EXAMENS Hoe gaan we van profielen naar examens?

In de meeste gevallen moet uw kind een taaltest afleggen. Een vrijstelling hiervan is in sommige gevallen mogelijk, wanneer:

TOETSTIP 9 SEPTEMBER 2005

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

FUNCTIONELE TAALVAARDIGHEID / TEKSTGELETTERDHEID IN PAV

Educatief Startbekwaam (STRT) - B2

Maatschappelijk Formeel (FORM)- B1

6. VOOR, TIJDENS EN NA EEN EXAMEN

TIP 3 BEOORDEEL ZO OBJECTIEF EN CONSEQUENT MOGELIJK

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt. Van Raamwerk tot Handreiking

Maatschappelijk Informeel (INFO) - A2

Schrijftaal - Studiewijzer 1. Studiewijzer bij de 1e druk

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen

SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart. Uitgeverij Alles-in-1

SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart. Uitgeverij Alles-in-1

Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs

Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid

Een Europees Referentiekader voor talenexamens. Een utopie?

Ko observatielijst/ Kern(tussen)doelen TULE SLO Van November 2006

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Persoonlijke ontwikkeling Studievaardigheden

Welkom in dit handboek!

Kinderen leren schrijven.

MASTERCLASS. SharePoint in het Onderwijs

Groot gelijk?! Gelijke onderwijskansen in Vlaanderen 23 november 2004

Faculteit Ontwerpwetenschappen Handleiding Opstellen van een toetsmatrijs Versie 15/04/2015

examenprogramm moderne vreemde talen vmbo gl/tl

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs

Nederlands en leren leren Matrix

Zin in taal/ Zin in spelling tweede editie

KIJKWIJZER MOEILIJKHEIDSGRAAD voor INFORMATIEVERWERKENDE TAKEN

Uitwerking kerndoel 6 Nederlandse taal

DATplus. Kerndoelanalyse SLO

Taal in beeld Spelling in beeld

Examentraining klas 4 mavo

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

Werkdocument 1 Opleidingsconcept

Examenplan 1.Overzicht

twee initiatieven Academisch Nederlands

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.

Centrum voor Taal en Migratie Werkgroep Anderstalige Nieuwkomers

Examenplan 1.Overzicht

PROJECT BESTEMMING REISLEIDER EUROPA

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Taal in beeld/ Spelling in beeld (tweede versie) Kerndoelanalyse SLO

Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

Product Informatie Blad - Taaltoets

PTA Nederlands TL/GL Bohemen, Houtrust, Kijkduin, Media&Design cohort

Het Ontwikkelteam Digitale geletterdheid geeft de volgende omschrijving aan het begrip digitale technologie:

SPAANSE TAAL EN LITERATUUR (ELEMENTAIR) HAVO

Onderwijs- en examenregeling

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

Examenplan 1.Overzicht

TOETSTAAK 29: WAT VIND JIJ VAN BELGIE? DEEL 1

Uitgegeven: 3 februari , no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN

TOETSTAAK 25: NEDERLANDSE LES

Onderdeel: Vakvaardigheden EBR Nieuwsbegrip: Leesvaardigheid en woordenschat Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Gesprekjes voeren Waar sta ik nu?

TOERISME. 1 Nascholing toerisme VVKSO Lessen toerisme laten leven. Dag beste collega

Duits in de beroepscontext A1

Het wat, wanneer en hoe van opleidingsonderdelen, onderwijsleeractiviteiten en evaluatieactiviteiten

SUCCESVOL LEREN. Tips voor studenten.

Duits A1/A2 in het beroepsonderwijs

Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem

Beoordelingsmodellen PAT Profiel Academische Taalvaardigheid Voorbeeldexamen 2

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

OVERDRACHTSKUNDE. Stichting Kwaliteitscentrum Schoonheidsverzorging Utrecht

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

TOETSTIP 2 MAART 2006 TIP 2: HOE NEEM JE MONDELINGE INTERACTIETAKEN OP EEN BETROUWBARE MANIER AF?

Handleiding Nederlandse Besteksystematiek

DE DOMEINBEPALING VAN HET BEROEP

Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap havo

TOETSTAAK 24: ONGEVALLENVERZEKERING

MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde

Nederlands en leren leren Matrix

Staal. Kerndoelanalyse SLO

Transcriptie:

3. De CNaVT-profielen 3.1. Welke profielen zijn er? In een eerste fase werd bij studenten Nederlands als Vreemde Taal en hun docenten via een schriftelijke vragenlijst gepeild naar de behoeften en motieven bij het leren van het Nederlands. Deze vragenlijst bestond hoofdzakelijk uit aan te duiden taalgebruikssituaties waarin de student in het Nederlands wil kunnen functioneren. De aangegeven taalgebruikssituaties konden worden ondergebracht in vier grote domeinen: werk, opleiding, sociale contacten en toerisme. Deze fase werd gevolgd door een kwalitatieve fase waarin de vier domeinen aan deskundigen en sleutelfiguren in het NVT-veld werden voorgelegd. In deze fase stond de vraag naar de maatschapppelijke relevantie en de praktische en economische haalbaarheid van het certificeren van deze domeinen centraal. Taaltaken CEF / ALTE Behoefteonderzoek Taalgebruikssituaties Profielbeschrijving Minimale eisen Toetsontwikkeling Profielen De kwantitatieve en kwalitatieve analyses leidden uiteindelijk tot de selectie van vier generische (algemene) profielen. Deze profielen vormen een afspiegeling van de belangrijkste maatschappelijke domeinen en situaties waarbinnen mensen in het Nederlands willen of moeten kunnen functioneren. 1. PROFIEL TOERISTISCHE EN INFORMELE TAALVAARDIGHEID PTIT 2. PROFIEL MAATSCHAPPELIJKE TAALVAARDIGHEID PMT 3. PROFIEL PROFESSIONELE TAALVAARDIGHEID PPT 4. PROFIEL ACADEMISCHE TAALVAARDIGHEID PAT 5

3.2. Voor wie is welk profiel bedoeld? De domeinen en situaties binnen een profiel zijn domeinen en situaties waarbinnen studenten NVT willen functioneren na hun leerproces. Daarnaast kunnen de profielen ook worden gezien als een omschrijving van taalvaardigheidseisen voor taalgebruikers in abstracto, los van hun leerproces Nederlands. Daarom wordt in de profielbeschrijvingen de term 'taalvaardigheidseisen' gebruikt in plaats van 'einddoelen', en 'taalgebruikers' in plaats van 'kandidaten'. In beide gevallen richt elk profiel zich in principe op een specifieke doelgroep, dat wil zeggen op een groep taalleerders of taalgebruikers met een specifieke functioneringsbehoefte. De profielexamens zijn niet bedoeld om achtereenvolgens af te leggen in de loop van een leerproces. PTIT Dit profiel is bedoeld voor mensen die contacten (willen) aangaan of onderhouden met Nederlandstalige familie of vrienden, of voor mensen die zich als toerist in het Nederlands willen redden, of voor mensen die in een niet-professionele context met Nederlandstalige toeristen in hun eigen land willen communiceren. PMT Dit profiel is bedoeld voor mensen die interesse hebben in de Nederlandse taal (en cultuur) en Nederlandse teksten als krantenartikelen en nieuwsberichten willen begrijpen. Daarnaast is het profiel ook geschikt voor mensen die voor een langere periode in het Nederlandse taalgebied willen verblijven en tijdens dat verblijf Nederlands willen begrijpen en gebruiken. PPT Dit profiel is bedoeld voor mensen die het Nederlands nodig hebben binnen administratieve en dienstverlenende functies zoals administratief medewerker, informaticus, vertegenwoordiger, reisleider, telefonist, bankbediende, receptionist, boekhouder, PAT Dit profiel is bedoeld voor mensen die aan het eind van een opleiding Nederlands als vreemde taal staan of aan het begin van een loopbaan als docent Nederlands als vreemde taal 1. Zij moeten kunnen omgaan met mondelinge en schriftelijke teksten op academisch niveau. 6 1 De taalvaardigheid die nodig is om in het Nederlandse taalgebied een hogere opleiding aan te vangen waarbij Nederlands als instructietaal wordt gebruikt, ligt doorgaans LAGER dan wat er in het examen PAT wordt verwacht. Een taalgebruiker met een Certificaat PAT beschikt in principe over MEER dan voldoende taalvaardigheid om de studie aan te vangen. Dit Certificaat kan dus worden beschouwd als een voldoende maar niet noodzakelijke voorwaarde of beginniveau. Instellingen voor hoger onderwijs beslissen echter zelf of zij PAT als toegangsniveau aanvaarden.

3.3. Hoe wordt een profiel beschreven? Taaltaken Behoefteonderzoek Taalgebruikssituaties Profielen Voor elk van de vier profielen kan vastgelegd worden welke vaardigheden in het Nederlands iemand minimaal moet bezitten om te kunnen functioneren. In de beschrijving van elk profiel worden taalvaardigheidseisen nauwkeurig aangegeven. Profielbeschrijving Minimale eisen CEF / ALTE Toetsontwikkeling De profielbeschrijvingen hebben vier functies. Ten eerste vormen ze de basis voor de ontwikkeling en de beoordeling van de profielen. Ze geven de mogelijkheid de inhoudelijke validiteit van de examens te waarborgen. Ten tweede dienen ze een didactisch doel. Ze bieden docenten NVT die dat wenselijk achten, de mogelijkheid om hun onderwijs vorm te geven en te organiseren overeenkomstig de behoeften van hun studenten. Ten derde zijn de profielbeschrijvingen het instrument waarmee de vier profielen worden gerelateerd aan de CEF-niveaus. De taalvaardigheidseisen van elk profiel worden gerelateerd aan de algemene descriptoren van de CEF-niveaus. Dit is de eerste stap in een proces van verankering. Ten vierde kunnen kandidaten om te kiezen op welk examen ze zich willen voorbereiden, gebruikmaken van de profielbeschrijvingen en kijken welk profiel het beste aansluit bij datgene waarvoor zij het Nederlands nodig hebben. 7

Een profielbeschrijving bestaat uit drie grote onderdelen die overeenkomen met drie beschrijvingsniveaus: macro, meso en micro. Macroniveau Op het macroniveau vindt men een algemene omschrijving van het profiel. Daarin worden parameters beschreven die voor het gehele profiel gelden: - de soort taalvaardigheid die het profiel omvat; - de doelgroep; - de communicatiepartners: bekend of onbekend; - de relevante contexten; - de eventuele klemtonen met betrekking tot vaardigheden; - het belang van specifieke versus algemene taal; - het niveau van het CEF waarmee het profiel in grote lijnen overeenkomt. Mesoniveau Op het mesoniveau worden de taalvaardigheidseisen per (geïntegreerde) vaardigheid beschreven. Ze beschrijven wat mensen met taal moeten kunnen doen: welke taaltaken ze moeten kunnen uitvoeren en op welk niveau. De taalvaardigheidseisen worden eerst in zinnen geformuleerd. Vervolgens worden ze via een tabel opgesplitst in een aantal bouwstenen of parameters en wordt daar een voorbeeldsituatie bij gegeven, zodat de gebruiker een inzicht krijgt in de opbouw van de taalvaardigheidseisen. Een taaltaak bestaat uit een handeling, een tekstdeel en een tekst. De kern is de handeling, bijvoorbeeld 'tot in detail begrijpen'. Die wordt gekoppeld aan de meest relevante tekstdelen, bijvoorbeeld 'informatie', en teksten, bijvoorbeeld 'handleiding'. In het voorbeeld leidt dit tot de taaltaak: 'tot in detail begrijpen van informatie in handleidingen'. Per taaltaak worden aan de handeling de meest relevante en prototypische teksten gekoppeld. Het lijstje teksten is dus niet uitputtend. HANDELING bv. tot in detail begrijpen van TAALTAAK TEKSTDEEL bv. informatie in TEKST bv. handleidingen Het niveau waarop de taaltaak moet worden uitgevoerd, wordt aangegeven via het verwerkingsniveau: de mate waarin een aangeboden of een te produceren tekst verwerkt moet worden. De verwerkingsniveaus zijn op een continuüm te situeren, gaande van eenvoudig tot complex. 8

LAAG VERWERKINGS Een relatief eenvoudig begrip of weergave van informatie in een tekst is vereist HOOG VERWERKINGS De informatieverwerking gaat verder dan louter begrip of weergave. De informatie moet veranderd, gestructureerd, aangepast worden aan de situatie. KOPIËREND zeer laag BESCHRIJVEND laag STRUCTUREREND hoog BEOORDELEND zeer hoog Letterlijk weergeven van aangeboden informatie; herhalen wat gezegd of geschreven is; zo getrouw mogelijk imiteren. Kennis nemen van verstrekte informatie; aangeboden informatie in min of meer dezelfde vorm weergeven. Informatie een andere structuur geven dan welke waarin ze werd gepresenteerd; onderdelen van informatie selecteren; verbanden tussen stukjes informatie ontdekken; zelf een nieuwe ordening aanbrengen. Verwerkte informatie uit twee verschillende bronnen met elkaar vergelijken. Bv. een brief voorlezen. Bv. een formulier op een postkantoor invullen. Bv. een sollicitatiegesprek voeren. Bv. informatie uit verschillende artikelen vergelijken om te verwerken in een werkstuk. 9

Microniveau Het microniveau tenslotte omvat een beschrijving van de tekstkenmerken. Hier gaat het om de kenmerken van de teksten in de taaltaken, bijvoorbeeld woordenschat, grammatica, tempo, uitspraak, structuur/samenhang/lengte, onderwerp en register. Per profiel worden enerzijds de kenmerken beschreven van de (mondelinge en schriftelijke) teksten die men moet kunnen begrijpen. Het is echter onmogelijk de brede waaier aan teksten volledig te omschrijven. In de realiteit zullen ook teksten met andere (moeilijkere) kenmerken voorkomen, maar er wordt niet verwacht dat kandidaten deze probleemloos kunnen begrijpen. In een profielexamen zullen dus geen teksten worden opgenomen die moeilijker zijn dan de teksten omschreven in de profielbeschrijving. Anderzijds worden per profiel de kenmerken beschreven van de (mondelinge en schriftelijke) teksten die een taalgebruiker moet kunnen produceren. Deze tekstkenmerken komen overeen met de reële verwachtingen binnen dat profiel. Bij de omschrijving van deze kenmerken wordt uitgegaan van de 'functionele kwaliteit' van een tekst: de mate waarin deze tekst in de werkelijkheid zijn doel zou bereiken en aan de verwachtingen van de omgeving zou voldoen. Functionele kwaliteit is niet te relateren aan een exact aantal fouten, maar heeft te maken met de combinatie van fouten en de mate waarin dit in het geheel van de tekst problematisch is. Daarom wordt in de omschrijving van de tekstkenmerken vaak gebruik gemaakt van relatieve termen als 'overwegend' of 'in geringe mate', en wordt er geen uitputtende opsomming gemaakt van specifieke fouten. 10