WATER. Krachten tussen deeltjes

Vergelijkbare documenten
WATER. Krachten tussen deeltjes. Intramoleculaire en intermoleculaire krachten

Samenvatting Scheikunde H6 (Chemie)

Oefenvraagstukken 4 VWO Hoofdstuk 6 antwoordmodel

Samenvatting Scheikunde H6 Water (Chemie)

Stoffen en materialen Samenvattingen Inhoud

Intermoleculaire krachten ELEKTRONEGATIVITEIT, POLAIRE ATOOMBINDING, DIPOOLMOMENT, ION-

vrijdag 28 oktober :40:59 Nederland-tijd Moleculaire stoffen 4havo hoofdstuk 2; Chemie Overal

Bindingen. Suiker Suiker heeft de molecuulformule C 12 H 22 O 11

Oplossen en mengen. Opdracht 2. Niet.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2

6. Oplossingen - Concentratie

Stoffen, structuur en bindingen

Hoe komt het dat de platen, waartussen een dunne laag water zit, bij elkaar blijven? Wat is de EN-waarde van een atoom?

Stoffen en materialen Samenvattingen Inhoud

Alleen de metalen zullen de stroom geleiden omdat deze vrije elektronen hebben, dit zijn dus alleen kalium en tin.

Mens erger je niet: chemistry edition

Samenvatting hoofdstuk 2

12 Additiereactie. Er verdwijnt een dubbele binding door toevoeging van een broommolecuul.

Stoffen en materialen Samenvattingen Inhoud

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 15 april 2019

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 27 november OPGAVE 1 zeven stoffen. Frank Povel

systeem staat. Voorbeelden zijn calcium en magnesium.

Samenvatting Pulsar Chemie (Scheikunde): boek 1

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

a Hoeveel valentie-elektronen heeft elk atoom? Dat wil zeggen: hoeveel elektronen in de buitenste schil? Volgens: K 2 L 8 M 18

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 2

Schrap wat niet past: Een ionverbinding met grote roosterkrachten heeft een kleine/grote ionstraal en een kleine/grote ionlading.

06 H6 Water is bijzonder. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

4e jaar Wetenschappen

Eindexamen vwo scheikunde pilot I

Eindexamen scheikunde pilot vwo I

Atoombinding structuurformules nader beschouwd (aanvulling 2.4)

BZL opdracht: chemiebord

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 5: ORGANISCHE CHEMIE

Educatief spel: water als oplosmiddel

Samenvatting Scheikunde Hoofdstukken 1, 2, 3, 4; 5.

Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo

Elementen; atomen en moleculen

ßCalciumChloride oplossing

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten

3. Welke van onderstaande formules geeft een zout aan? A. Al 2O 3 B. P 2O 3 C. C 2H 6 D. NH 3

Elektronenoverdracht (1)

H4SK-H6. Willem de Zwijgerteam. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 t/m 4

atomen die we nu kennen kunnen we tientallen miljoenen moleculen maken veel verschillende soorten stoffen.

8,1. Samenvatting door een scholier 2527 woorden 27 oktober keer beoordeeld. Scheikunde. Hoofdstuk 1

Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Reacties en stroom 1

Module 1 Chemische binding Antwoorden

scheikunde vwo 2016-II

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Een les scheikunde: de stof water geeft een venster op de hemel (voorbeeldles voortgezet onderwijs)

Uitwerkingen Bio-organische Chemie Werkcollege Hoeveel protonen, neutronen en elektronen hebben de volgende elementen:

Stabilisator voor PVC

Scheikunde Chemie overal Week 1. Kelly van Helden

Sk-08 Moleculaire stoffen

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Extra oefenopgaven. Inleiding Scheikunde voor anesthesiemedewerkers en operatie-assistenten assistenten i.o. voorjaar 2008

... Welke eigenschappen hebben watermoleculen die niet terug te vinden zijn bij CCl 4?

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1, 2, 3, 4 en 6

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

Eindexamen vwo scheikunde pilot I

Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan

Hoofdstuk 1. Microstructuren. J.A.W. Faes (2018)

Bij het opstellen van de Lewisstructuur houd je rekening met de octetregel en het aantal valentie-elektronen.

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Samenvatting Chemie Overal 3 vwo. Hoofdstuk 2: Water. 2.1 Watervoorziening

SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN

Hoofdstuk 6: Zure en base oplossingen / ph

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1, 2, 4, 5, 6, 7, 9, 11, 12, 13

scheikunde vwo 2016-I

Hertentamen Inleiding Scheikunde voor anesthesiemedewerkers i.o. en operatie-assistenten i.o.

Niet-metalen + metalen. Uit welk soort atomen is een ionbinding opgebouwd? Geef de chemische formule van gedemineraliseerd water.

Eindexamen scheikunde havo 2004-I

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

5-1 Moleculen en atomen

scheikunde vwo 2017-I

Eindexamen scheikunde havo 2008-I

Voorkennis chemie voor 1 Ba Geografie

Overzicht van reactievergelijkingen Scheikunde

Toets Modellen voor Binding

Redoxreacties. Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu I - -

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

HOOFDSTUK 9. Classificatie van stoffen: zuren, hydroxiden, zouten

Hoe herken je een mengsel. Verschillende soorten mengsels

De kracht van het kleine [24] Nanotechnologie. Docent: Roshan Jahangir Vakken: biologie & scheikunde

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 2: ATOOMBOUW EN CHEMISCHE BINDING

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

SCHEIKUNDE samenvatting boek 1, H1 t/m H7

Eindexamen scheikunde havo 2001-I

1.3 Periodiek systeem: - Periode = horizontale rij van elementen - Groep = verticale kolom van elementen

met voorbeelden en aan de hand van de begrippen molecule en atoom, uitleggen wat een formule is;

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 8 OPGAVEN

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 27 juli 2015

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

Transcriptie:

WATER Krachten tussen deeltjes

Krachten tussen deeltjes (1) Atoombinding en molecuulbinding De atomen in een molecuul blijven samen door het gemeenschappelijk gebruik van één of meer elektronenparen (= bindende elektronenparen) tussen de atomen in het molecuul. We spreken van atoom- of covalente binding. Moleculen blijven samen door vanderwaalskrachten (cohesiekrachten) tussen de moleculen. We spreken ook wel van molecuulbinding

Krachten tussen deeltjes (2) Vanderwaalskrachten Zwakke krachten Werkzaam tussen alle soorten deeltjes Hoe groter (zwaarder) de moleculen, hoe groter de vanderwaalsbinding (of molecuulbinding)

Krachten tussen deeltjes (3) vanderwaalskrachten bij koolwaterstoffen Als moleculen groter worden, stijgen de onderlinge aantrekkingskrachten, en stijgt het kookpunt

Krachten tussen deeltjes (4) Zuivere en polaire atoombinding; dipolen (of dipoolmoleculen) In moleculen die uit gelijksoortige atomen bestaan is sprake van een zuivere atoombinding, zoals in bijvoorbeeld Cl 2 met structuurformule Cl Cl. Het bindende elektronenpaar ligt precies in het midden tussen beide atomen. In moleculen die uit verschillende atoomsoorten bestaan is het bindende elektronenpaar iets verschoven. Het ene atoom is daardoor iets negatief (δ-) en het andere iets positief (δ+) geladen (δ = delta). We spreken van een polaire atoombinding. Dit soort moleculen worden dipolen of dipoolmoleculen genoemd. Als een stof uit dipoolmoleculen bestaat spreken we van een polaire stof.

Krachten tussen deeltjes (5) Voorbeelden van dipoolmoleculen HCl δ+ δ- H Cl 2δ- H 2 O δ+ O δ+ H H

Krachten tussen deeltjes (6) Voorstellingen van de onderlinge aantrekkingskrachten tussen dipoolmoleculen

Krachten tussen deeltjes (7) Dipolen = dipoolmoleculen = polaire moleculen Bij dipoolmoleculen valt het centrum van positieve en negatieve lading niet samen, zoals in bijvoorbeeld watermoleculen. 2δ- H 2 O δ+ O δ+ H H

Krachten tussen deeltjes (8) Apolaire moleculen Als een stof is opgebouwd uit moleculen die geen dipool zijn, spreken we van een apolaire stof, zoals bijvoorbeeld CH 4 H De polaire bindingen zijn voorgesteld door pijlen. De resultante hiervan is 0. CH 4 is dus geen dipoolmolecuul. H C H H In BINAS tabel 55A eb 55B staan dipoolmomenten van stoffen genoemd. Hoe groter het dipoolmoment, des te meer polair is de stof. Een dipoolmoment van 0 betekent dat de stof apolair is.

Krachten tussen deeltjes (9) in 10-30 Cm Enkele voorbeelden SO 2 5,4

6.2 Waterstofbruggen (1)

6.2 Waterstofbruggen (2) 14 15 16 17 Vergelijk de kookpunten in relatie tot de molecuulmassa s

6.2 Waterstofbruggen (3) Waterstofbruggen komen enkel voor als waterstof gebonden is aan O-, N- (en F-)atomen. Waterstofbrug ontstaat tussen een H die aan een O of N zit en een O of N waaraan een of meerdere H-atomen zitten. H: 1 mogelijkheid. O: 2 mogelijkheden. N: 1 mogelijkheid. Een speciaal polair molecuul: Water als vloeistof water Water als vaste stof : ijs

6.2 Waterstofbruggen (4)

6.3 Water als oplosmiddel (1) 6.3 Opdracht 23 Mengen en oplossen Lossen ethanol (i.p.v. methanol), paraffine-olie, jood en 1-pentanol op in water of wasbenzine (i.p.v. hexaan)? Waarnemingen helder twee lagen twee lagen lost niet op troebel helder helder lost op (paars)

6.3 Water als oplosmiddel (2) 6.3 Opdracht 29 Water en ethanol als oplosmiddel Wat is de invloed van het oplosmiddel op het oplossen van een aantal zouten? Waarnemingen blauw rose kleurloos groen blauw kleurloos blauw rose kleurloos

Vragen bij proef 29 1. Vul de onderstaande tabel in. Cu 2+ (aq) en Cl - (aq) Co 2+ (aq) en Cl - (aq) Ca 2+ (aq) en Cl - (aq) blauw rose kleurloos Cu 2+ (aq) Co 2+ (aq) niet van toepassing 2. Leid uit deze tabel af welk ion de kleur veroorzaakt in deze oplossingen in water. Cl - (aq) niet, maar Cu 2+ (aq) en Co 2+ (aq), want bij CaCl 2 is geen kleur, dus Cl - (aq) veroorzaakt de kleur niet. 3. De oplossingen in water hebben een andere kleur dan de oplossingen in ethanol. Wat is de oorzaak van die andere kleur? De ionen worden omringd door moleculen van het oplosmiddel. Blijkbaar heeft het oplosmiddel invloed op de kleur. (Bijvoorbeeld: Cu 2+ is blauw in water en groen in ethanol.) 4. Geef een verklaring voor de kleurveranderingen die optreden als je aan de ethanoloplossingen water toevoegt. Als er water wordt toegevoegd, krijgt de opl. de kleur die hoort bij een opl. van het zout in water. Blijkbaar verdringen de H 2 O-molec. de ethanolmolec. De binding tussen Cu 2+ - ionen en H 2 O-molec. is blijkbaar sterker dan die tussen Cu 2+ en ethanolmolec.

6.3 Water als oplosmiddel (3) Oplossen in water Stoffen zijn oplosbaar in water (mengbaar met water) als de moleculen van deze stoffen met de watermoleculen waterstofbruggen kunnen vormen (voorbeeld: water en methanol) of in oplossing ionen vormen (zie later; hydratatie). Soort zoekt soort Stoffen opgebouwd uit dezelfde soort moleculen mengen onderling goed. (Voorbeeld: pentaan en hexaan (benzine) mengen goed. Beide apolaire molecuulsoorten trekken elkaar via vanderwaalskrachten aan). Stoffen opgebouwd uit verschillende soorten moleculen mengen heel slecht. (Voorbeeld: water en hexaan; water is polair en hexaan apolair.) Stoffen die goed met water mengen noemen we hydrofiel (= waterminnend). Stoffen die niet met water mengen noemen we hydrofoob (= watervrezend). Oplossen Hoewel bijvoorbeeld 1-pentanolmolec. H-bruggen kunnen vormen, lossen ze niet op in water. De apolaire C 5 H 11 -staart is te groot; het apolaire karakter overheerst (er zouden teveel H-bruggen verbroken moeten worden zonder dat er weer nieuwe H- bruggen gevormd kunnen worden; het gedeelte dat geen H-bruggen kan vormen is te groot).

6.3 Water als oplosmiddel (4) In een ionrooster trekken de tegengesteld geladen ionen elkaar sterk aan. Toch lost NaCl(s) heel gemakkelijk op. We nemen aan dat de H 2 O-moleculen met hun δ + kant trekken aan de negatieve ionen en met hun δ - kant aan de positieve ionen. Dit heet hydratatie We kunnen dit als volgt weergeven. De afzonderlijke ionen worden dan door de watermoleculen omringd. De watermoleculen zijn met hun negatieve kant naar een positief ion gericht en met hun positieve kant naar een negatief ion.

6.3 Water als oplosmiddel (5) Hydratatie van een koperion door zes watermoleculen. Notatie: Cu(H 2 O) 6 2+

6.3 Water als oplosmiddel (6) Anders vormgegeven voorbeelden van gehydrateerde ionen. Cu(H 2 O) 4 2+ Cu(C 2 H 5 OH) 4 2+

6.3 Water als oplosmiddel (7) Anders vormgegeven voorbeelden van gehydrateerde ionen. Cl(H 2 O) 4

6.4 Kristalwater Soms worden in het kristalrooster van het zout tussen de ionen watermoleculen ingebouwd. Dit water heet kristalwater. Een zout dat kristalwater bevat is een hydraat. Voorstelling van gehydrateerd CuCl 2 H 2 O Men noteert dit als CuCl 2 2H 2 O en spreekt dit uit als koperchloridedihydraat Andere voorbeelden: Cl - Cu 2+ Cl - H 2 O Na 2 CO 3 10H 2 O CuSO 4 5H 2 O natriumcarbonaatdecahydraat kopersulfaatpentahydraat

Samenvatting krachten tussen deeltjes Ion-dipool Vanderwaals Dipool-dipool Waterstofbrug gerangschikt naar sterkte ( )