Stageopdrachten behorend bij Handboek voor leraren Walter Geerts & René van Kralingen bussum 2011
Deze stageopdrachten horen bij Handboek voor leraren van Walter Geerts & René van Kralingen. 2011 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden. Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16h Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichtingpro.nl). Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever. isbn 978 90 469 0250 9 nur 840 Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 2 / 16
Inhoud Inleiding 4 1 Hoe leren leerlingen? 5 2 Hoe bereid ik lessen voor? 7 3 Hoe zet ik leerlingen aan het werk? 8 4 Orde houden door communicatie en klassenmanagement 9 5 Toetsen en beoordelen 10 6 Groepsprocessen 11 7 Omgaan met zorgleerlingen 12 8 Gesprekken op school 13 9 Het voortgezet onderwijs en mbo in beeld 14 10 Interculturele klassen, ouders en buurten 15 11 Een goede leraar worden 16 Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 3 / 16
Inleiding In het Handboek voor leraren heb je kennisgemaakt met de theoretische kant van het lesgeven en alles wat daarbij komt kijken. Om je te helpen deze theorie in de praktijk te brengen, tref je hier per hoofdstuk drie kleine opdrachten aan die je tijdens de stages kunt uitvoeren. Deze opdrachten zijn veelal bruikbaar naast de grotere opdrachten die je waarschijnlijk vanuit jouw opleiding krijgt aangereikt. De opdrachten zijn verdeeld over de verschillende hoofdstukken. Per hoofdstuk tref je drie opdrachten aan die steeds vallen onder de thema s: doen, denken en durven. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 4 / 16
1 Hoe leren leerlingen? Opdracht 1.1 - Hoofdstuk 1 van het Handboek voor leraren gaat over het leren van leerlingen. Daarbij komt steeds de vraag aan de orde wat de leerkracht kan doen om een optimale leeromgeving te creëren. a Welke onderstaande stelling draagt daar volgens jou het beste aan bij? Kies de stelling die jij zinvol acht om verder uit te werken. o Gewenst gedrag positief belonen, leidt tot meer gewenst gedrag. o Sociale interactie en samenwerkend leren is zinvol om tot leren te komen. o Aansluiten bij de altijd aanwezige eerder verworven kennis is zinvol voor het leerproces. o het vertonen van voorbeeldgedrag zet aan tot het imiteren door leerlingen en kan dus zinvol zijn. b Bekijk of je jouw stelling in de praktijk van je eigen stageschool terugziet. c Maak aanwijzingen voor jezelf om jouw stelling in je eigen les handen en voeten te geven. Maak een concreet plan om aan te sluiten bij het leerproces van leerlingen. Opdracht 1.2 - Maak een lijstje met mogelijke knelpunten die leerlingen met betrekking tot de leerstof van jouw vak kunnen tegenkomen. Bij knelpunten kan het gaan om grote of kleine zaken waar leerlingen moeite mee hebben. Omdat ze veelal specifiek voor een vak zijn, kun je dergelijke knelpunten niet terugvinden in het Handboek voor leraren. a Kies voor jezelf één van de genoemde knelpunten om mee aan de slag te gaan. Kies bij voorkeur een probleem wat met wetten, principes of ontwerpregels van je vak te maken heeft, omdat er dan veelal sprake is van een vaste oplossingsprocedure. b Neem bij een medestudent een hardopdenkprotocol af bij het oplossen van het eerdergenoemde knelpunt. Degene die het probleem oplost, denkt hardop en jij geeft tussentijds commentaar op de mate waarin de medestudent de diverse stappen van de vaste oplossingprocedure doorloopt. c Doe de voorgaande stap nu met een leerling. d Noteer kort je ervaringen met de gehanteerde oplossingsprocedure en het hardopdenkprotocol. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 5 / 16
Opdracht 1.3 - Durf naar je eigen leren te kijken. a Benoem een aantal zaken die zich in de zone van naaste ontwikkeling bevinden en die te maken hebben met jouw leerproces op weg naar het docentschap. (Meer over de zone van naaste ontwikkeling kun je lezen in hoofdstuk 1 van het Handboek voor leraren.) b Kun je ook voorbeelden benoemen van opdrachten waarbij je in de paniekzone terechtkwam? Omschrijf twee van deze voorbeelden. c Geef jezelf een tip om hier handiger mee om te gaan. d Herhaal de stappen a tot en met c en houd nu een leerling in gedachten die bezig is zich het vak eigen te maken dat jij gaat doceren. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 6 / 16
2 Hoe bereid ik lessen voor? Opdracht 2.1 - In het Handboek voor leraren staat niet vermeld hoe je een bordschema moet maken. Toch is een goed bordschema uiterst waardevol. a Maak een bordschema van jouw lesvoorbereiding. Denk hierbij aan de volgende punten: o Lesstructuur; wees beknopt want een bordschema is bedoeld om een overzicht van de structuur aan te bieden en zeker niet om de hele lesinhoud te etaleren. o Gebruik kleur, onderstreping of andere accentuering met mate. o Geef elk bordvlak een eigen functie, bijvoorbeeld huiswerk rechts. b Wat is volgens jou de toegevoegde waarde van het werken met vast bordschema, rekening houdend met de bovenstaande punten? Opdracht 2.2 - Het Handboek voor leraren gaat niet in op specifieke vakdidactiek. Het nadenken over de wijze van uitleg geven, heeft echter ook algemeen onderwijskundige kanten. Het verschil tussen inductief en deductief is daar een voorbeeld van. Een zinvol voorbeeld om eens over na te denken met je eigen vak in gedachten. a Verdiep je eens in de inductieve aanpak. o Zoek uit wat een inductieve aanpak inhoudt. o Benoem een tweetal voor- en nadelen van deze methode. o Werk de uitleg op een inductieve manier uit voor een onderwerp van je eigen vak. Bijvoorbeeld de uitleg van onbepaalde lidwoorden voor het vak Engels. b Verdiep je eens in de deductieve aanpak o Zoek uit wat een deductieve aanpak inhoudt. o Benoem een tweetal voor- en nadelen van deze methode. o Werk de uitleg op een deductieve wijze uit voor een onderwerp van je eigen vak. Bijvoorbeeld de uitleg van aanwijzende voornaamwoorden voor het vak Engels. c Welke aanpak denk je dat het meeste leerrendement oplevert? Welke methode past het best bij jou als docent? Leg je antwoord uit. Opdracht 2.3 - Het is heel verleidelijk om in je lesvoorbereiding werkvormen te kiezen waar je ervaring mee hebt. Het is gewenst om ook ervaring met nieuwe werkvormen op te doen. a Benoem een aantal werkvormen waar je redelijk veel ervaring mee hebt. b Benoem ook een aantal werkvormen, zoals die voorkomen in hoofdstuk 3 van het Handboek voor leraren, waar je minder ervaring mee hebt. c Verwerk een werkvorm waar je minder ervaring mee hebt in een lesvoorbereiding die je binnenkort gaat uitvoeren. d Geef de les zoals bij onderdeel c beschreven en formuleer een tip voor jezelf om de volgende soortgelijke les met deze werkvorm nog beter uit te voeren. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 7 / 16
3 Hoe zet ik leerlingen aan het werk? Opdracht 3.1 - Op de juiste wijze vragen stellen aan leerlingen in een klassikale les is eigenlijk een kwestie van de juiste procedure uitvoeren. Hoofdstuk 3 van het Handboek voor leraren gaat hier dieper op in. Zo is eerst individueel laten nadenken, wachttijden gebruiken en daarna overleg toestaan bijvoorbeeld aanbevolen om de kwaliteit van het denkproces te verhogen. a Het uitvoeren van de gewenste stappen in de praktijk kan nog best lastig zijn. Maak daarom voor jezelf soort een spiekbriefje als steun onder het lesgeven om de gewenste procedure uit te voeren. b Hanteer deze procedure tijdens een klassikaal moment in jouw eerstvolgende les. Opdracht 3.2 - Zichtbaarheid van leren en denken van de leerling is volgens de auteurs van het Handboek voor leraren veelal van essentieel belang voor de leerkracht om zijn les goed uit te voeren. Daarmee krijg je namelijk zicht op het leerproces van leerlingen. a Voorzie een reeds voorbereide, maar nog niet gegeven, les van aanvullingen en veranderingen die het mogelijk maken om beter zicht te krijgen op het leren en denken van leerlingen. Het kan hierbij dus ook gaan om een les die je in een parallelklas nogmaals moet uitvoeren. b Voer deze les uit en reflecteer kort op de bereikte resultaten. Opdracht 3.3 Het toepassen van de werkvorm Denken-delen-uitwisselen zoals beschreven in het Handboek voor leraren gaat niet vanzelf. Dat is vaak ook een kwestie van durven. a Bekijk of je deze werkvorm kunt toevoegen in een reeds voorbereide les. Het hoeft slechts te gaan om een relatief kort moment van uitvoering. b Voer deze les uit en reflecteer kort op het effect van het toevoegen van deze werkvorm. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 8 / 16
4 Orde houden door communicatie en klassenmanagement Opdracht 4.1 Kounin (1977) noemt vijf bij uitstek didactische vaardigheden die zorgen voor gedegen klassenmanagement. In hoofdstuk 4 van het Handboek voor leraren komen de volgende vijf adviezen aan de orde: continu signaal, alertheid, overlappen, de klas erbij houden en leerlingverantwoordelijkheid. a Kies één van de bovenstaande punten ofwel omdat je daarin wilt groeien ofwel omdat je in de praktijk hier tegenaan loopt. b Herlees de betreffende paragraaf uit het handboek. c Kies één concreet speerpunt waarmee je de gekozen handreiking in de praktijk zichtbaar kunt maken. d Werk dit speerpunt uit tot een concreet actiepunt met aanwijzingen voor de praktisch uitvoering. e Zorg voor een lessituatie waarin je dit goed kunt toepassen. En voer deze les uit. Schrijf tot slot een korte reflectie van maximaal 1 A4 tje. (Werkte dit voor jou?) Opdracht 4.2 Bedenk welk gedrag van leerlingen je wilt aanmoedigen en welk gedrag je absoluut niet wilt tolereren. a Noteer vijf voorbeelden van gedrag dat je wilt aanmoedigen. b Noteer ook vijf voorbeelden van gedrag die je absoluut niet wilt tolereren. c Maak een plan van aanpak om een bepaald aspect van gewenst gedrag te bevorderen. d Maak een escalatieladder om nader benoemd ongewenst gedrag te stoppen. Zie desgewenst voor het begrip escalatieladder in de index van het Handboek voor leraren. Opdracht 4.3 Durf een interactie uit te voeren. Interactie is immers de basis van communicatie. Zie pagina 57 van Handboek voor leraren voor communicatieadviezen. Als leraar moet je soms nadrukkelijk de interactie aangaan met een leerling. Bijvoorbeeld om zijn positieve gedrag te bekrachtigen met een complimentje. Indien je het moeilijk vindt om complimentjes te geven dan kan het zinvol zijn om de les te starten met 10 muntstukken in de linkerbroekzak. Na elk door jou gegeven complimentje verhuis je een muntstuk van je linker naar je rechter broekzak. a Stel vast welke gewenste interactie jij wilt toepassen. b Zoek een sponsor en stel vast met welke muntwaarde jij gaat werken. c Voer de procedure uit en rapporteer aan jouw sponsor. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 9 / 16
5 Toetsen en beoordelen Opdracht 5.1 Maak een rubric voor een onderdeel van jouw schoolvak. Een rubric is een schaalverdeling waarbij de te onderscheiden schaalniveaus getypeerd worden door een verbale omschrijving van het gedrag dat overeenkomt met het betreffende niveau. Op die manier kun je leerdoelen heel goed vertalen naar toetsen zoals aanbevolen door de auteurs van het Handboek voor leraren. a Stel vast om welk onderdeel en om welke leerstof het gaat. b Stel een schaalverdeling op, bijvoorbeeld onvoldoende, matig, goed en zeer goed. c Vul de schaalverdeling aan tot een beschrijvende schaal door de verbale omschrijving van het bijbehorende gedrag toe te voegen. Opdracht 5.2 Door het opstellen van een adequaat toetsinstrument kun je beter zicht krijgen op de onderliggende leerstof. Ontwerp het ideale toetsinstrument bij een onderdeel van de leerstof dat jij in jouw stage gaat behandelen. Maak daarbij gebruik van de theorie zoals beschreven in hoofdstuk 5 van het Handboek voor leraren. a Ontwerp het instrument. b Stel de beoordelingscriteria, zoals een antwoordmodel bij een schriftelijke toets. c Stel vooraf de gewenste normering en cesuur vast. Beslis ook of je relatief of absoluut gaat normeren. Opdracht 5.3 Durf het beoordelen van het leren eens over te dragen aan jouw leerlingen. Stel dus een methode vast waarmee leerlingen kunnen vaststellen welke leerwinst zij behaald hebben. In hoofdstuk 5 van het Handboek voor leraren kun je meer lezen over het belang van dergelijk formatief toetsen van leerlingen. a Probeer deze methode uit bij een klas op jouw stageschool. b Probeer zelf ook zicht te krijgen op de uitkomsten bij de leerlingen van deze procedure. c Analyseer de resultaten en trek een conclusie over de leerwinst en de veronderstelde relatie met jouw lessen. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 10 / 16
6 Groepsprocessen Opdracht 6.1 Een goede luisterhouding aannemen is ook een kwestie van ervaring opdoen. Zie voor de toelichting hoofdstuk 6 van het Handboek voor leraren. a Voer een gesprek met een leerling over een nader te bepalen onderwerp. b Neem een luisterhouding aan. c Benoem wat er gebeurt in dat gesprek en waarom het gebeurt. Of vraag aan de leerling om dat te benoemen. d Probeer te ontdekken wat de behoefte van de leerling is ten opzichte van het gekozen onderwerp. e Benoem die behoefte en bekijk samen hoe deze behoefte te realiseren is. Opdracht 6.2 In paragraaf 6.4.1 van het Handboek voor leraren spreken de auteurs over de buitenkant en binnenkant. Probeer zicht te krijgen op beide kanten bij een leerling. a Voer een gesprek met een leerling. Zie daartoe de aanwijzingen in het Handboek voor leraren. b Beschrijf in een gespreksverslag zowel de buitenkant als de binnenkant. Opdracht 6.3 Soms is het noodzakelijk om het groepsvormingsproces positief te beïnvloeden omdat de uitkomsten anders botsen met je eigen normen en waarden. Het groepsvormingsproces staat nader omschreven in hoofdstuk 6 van het Handboek voor leraren. Om in te grijpen in dit proces is veelal durf nodig. Maak een keuze naar welke groep of klas je verder wilt kijken. a Stel vast van welke fase van groepsvorming sprake is in de door jouw onder de loep genomen groep. b Bedenk samen met anderen welke interventies in deze fase zinvol kunnen zijn. c Voer een aantal van deze interventies uit. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 11 / 16
7 Omgaan met zorgleerlingen Opdracht 7.1 Pas één van de aanbevelingen uit hoofdstuk 7 van het Handboek voor leraren aangaande zorgleerlingen toe in je lessen. a Kies de beoogde stoornis of beperking. b Link de gekozen aanbevelingen aan jouw lesvoorbereiding. c Bespreek deze voorbereiding met jouw coach alvorens deze uit te voeren. d Evalueer tot slot de uitvoering met twee tops en een tip. Opdracht 7.2 Probeer zicht te krijgen op de zorgstructuur op jouw stageschool. Het begrip zorgstructuur kun je terugvinden in hoofdstuk 7 van het Handboek voor leraren. a Stel van tevoren vast welk aandachtsgebied of aspect van deze zorgstructuur je wilt beschrijven. b Beschrijf het gekozen aandachtspunt of aspect in maximaal 2A4 tjes. Benoem sterke punten en geef kort aan waar kansen tot verbetering liggen. Opdracht 7.3 Differentiëren moet je niet alleen doen maar zeker ook durven. a Maak een keuze tussen convergent of divergent differentiëren om nader uit te werken. Beide begrippen kun je terugvinden in hoofdstuk 7 van het Handboek voor leraren. b Maak een nadere uitwerking voor jouw eigen lessen. c Voer deze uitwerking uit en geef een korte terugblik op de bereikte resultaten. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 12 / 16
8 Gesprekken op school Opdracht 8.1 De ik-boodschap bestaat uit drie onderdelen. De beste manier om deze te leren toepassen is door te doen. De exacte procedure kun je nalezen in hoofdstuk 8 van het Handboek voor leraren. a Bepaal vooraf bij de lesvoorbereiding waar je de ik-boodschap eventueel kunt inzetten. b Voer deze les uit en ga achteraf na of de uitvoering van de ik-boodschap correct was. c Wat zou je blijvend willen toepassen in jouw lessen? Opdracht 8.2 Probeer zicht te krijgen op de gespreksinterventies die jij beheerst. De gespreksinterventies kun je terugvinden in hoofdstuk 8 van het Handboek voor leraren. a Ga per gespreksinterventie na in welke mate je deze inzet (bijna nooit/af en toe/regelmatig/vaak) en wat daarvan het effect is. b Beschrijf van drie van de in hoofdstuk 8 genoemde gespreksinterventies wat het effect is. Doe dit aan de hand van een concreet voorbeeld zoals je dat bij vraag a in gedachten had. c Geef ook aan wat zou je willen ontwikkelen op het gebied van gespreksinterventies? Met welk gewenst effect? Opdracht 8.3 Het beschikbaar hebben van een protocol voor rouwverwerking is naar het oordeel van de auteurs van het Handboek voor leraren een verantwoordelijkheid van de leidinggevenden. Uitvoering geven aan dit protocol is echter een taak van de docenten. Daarbij is het logisch dat het verdriet van een leerling je aangrijpt. Als docent zul je echter mogelijk ooit richting moeten geven aan de daarvoor geëigende activiteiten. Er is durf voor nodig om dit zo mogelijk rustig, beheerst en evenwichtig te doen. a Neem kennis van het protocol. b Bespreek het protocol met een medestudent. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 13 / 16
9 Het voortgezet onderwijs en mbo in beeld Opdracht 9.1 Om de kennismaking op jouw stageschool goed te doen verlopen kun je zelf het een en ander doen. Het raadplegen van de aanwijzingen van je eigen opleiding heeft hier natuurlijk meer zin dan de theorie uit het Handboek voor leraren. a Maak een A4 tje waarop je jezelf voorstelt. Voeg informatie over de duur en omvang van de stage toe. Overleg met je coach op welke plaats in de docentenkamer je dit op kunt hangen. b Bespreek met je coach een drietal andere punten die jij kunt uitvoeren om jouw stage tot een succes te maken. En geef vorm aan de uitvoering daarvan. Opdracht 9.2 Zicht hebben op het geschreven of ongeschreven onderwijsconcept van jouw school is van belang om de achterliggende visie op leren en ontwikkeling te ontdekken. Meer over onderwijsconcepten kun je lezen in hoofdstuk 9 van het Handboek voor leraren. a Inventariseer de verschillende aspecten die onderdeel uitmaken van dit onderwijsconcept. b Beschrijf dit onderwijsconcept in een positief getint verhaal dat opgenomen zou kunnen worden in de voorlichtingsfolder van deze school. Opdracht 9.3 Soms wijkt je eigen idee af van datgene wat de schoolorganisatie als belangrijk of waardevol ziet. Zie ook de paragraaf over schoolculturen in hoofdstuk 9 van het Handboek voor leraren. a Benoem een dergelijk afwijkend idee of standpunt. b Elk punt kent zijn voor- en nadelen. Beschrijf de voordelen van het standpunt van de school vanuit het perspectief van de schoolorganisatie. c Hoe kun jij met dit punt omgaan zodat het toch op een voor jou positieve manier te verwerken valt in jouw lessen? Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 14 / 16
10 Interculturele klassen, ouders en buurten Opdracht 10.1 In de pedagogische driehoek zoals beschreven in hoofdstuk 10 van het Handboek voor leraren vertegenwoordigt de docent de school. Zijn doen en laten is van grote invloed op het functioneren van de leerling. a Bespreek met je coach waar je een positief voorbeeld van deze invloed op het optreden van een docent kunt terugzien binnen de school. b Kies een dergelijk voorbeeld en observeer een les of gesprek. c Beschrijf het optreden van deze docent zo volledig mogelijk. Opdracht 10.2 Inzicht in de cultuur van leerlingen met een levensovertuiging die afwijkt van jouw eigen levensovertuiging is volgens de auteurs van het Handboek voor leraren essentieel om goed onderwijs te verzorgen. a Bespreek met je coach hoe je hier zicht op kunt krijgen. b Voer ook daadwerkelijk het gesprek met leerlingen. c Voer een kort gesprek over jouw conclusies met een medestudent, coach of collega. Opdracht 10.3 Je eigen identiteit als docent speelt een belangrijke rol in de uitvoering van het beroep. In hoofdstuk 10 van het Handboek voor leraren komt in dat verband het driestappenplan van Pinto ter sprake. Het is zinvol om naar je eigen normen en waarden te durven kijken. a Omschrijf je eigen waarden en normen. b Probeer te bedenken of er ook sprake is van overtuigingen die je belemmeren in de uitvoering van je werk als docent. Benoem een dergelijke overtuiging. c Bespreek met je coach of met een medestudent hoe je effectiever met deze overtuiging kunt omgaan. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 15 / 16
11 Een goede leraar worden Opdracht 11.1 Hoofdstuk 11 van het Handboek voor leraren heeft als titel Een goede leraar worden. Een goede coach kan je daarbij helpen. Een goede band met jouw coach is daarom zeker gewenst. Wat kun je doen om een goede relatie te krijgen met jouw stagecoach of begeleider? Een goede relatie ontstaat vaak vanzelf als er sprake is van een gezonde interactie. Algemene tips om deze interactie te verstevigen zijn onder andere: o Een vraag stellen over hoe iets opgelost kan worden. o Een mening vragen over een moeilijke kwestie. o Delen van ervaringen. o Wetenswaardigheden uitwisselen die niet over de werksituatie gaan. o Jouw waardering uitspreken over een activiteit van de ander. a Verzin en noteer nog vijf van deze algemene aanwijzingen. b Kijk hoe en of je een aantal van deze aanwijzingen in de praktijk kunt brengen. Opdracht 11.2 Om te groeien in het onderwijs is het handig om zicht te hebben op de richting waar je heen wilt. Om deze richting te vinden is het zinvol om stil te staan bij je eigen doelstellingen, het beeld dat men van je heeft en de talenten die je bezit. a Geef antwoord op de volgende vragen: o Wat wil je bereiken? o Welk beeld heeft men van jou? o Wat zijn jouw talenten? b Benoem een concreet aspect van jouw taak als leraar waar je een stap verder mee wilt komen. Bekijk vervolgens of je de onder a genoemde aspecten hier kunt inzetten. Opdracht 11.3 Zelfs de taak die je nauwelijks durft aan te pakken, wordt eenvoudiger wanneer je deze in kleine haalbare stappen opdeelt. a Kies een stagedoel waarvan je weet dat het voor jezelf moeilijk te bereiken is. b Pas hierop de stappen toe zoals beschreven op bladzijde 370 uit het Handboek voor leraren. c Schrijf tot slot een korte reflectie van maximaal 1 A4 tje over de doorlopen stappen. Stageopdrachten bij Handboek voor leraren 16 / 16