4 11 juni EINDTOETS THEORIE opgaven

Vergelijkbare documenten
4 11 juni EINDTOETS THEORIE antwoordmodel

4 11 juni EINDTOETS THEORIE opgaven

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE EINDTOETS THEORIE

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018

38 e Nationale Scheikundeolympiade

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO,

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Koolstofdioxide1985-II(I)

ßCalciumChloride oplossing

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

PbSO 4(s) d NH 4Cl + KOH KCl + H 2O + NH 3(g) NH 4. + OH - NH 3(g) + H 2O e 2 NaOH + CuCl 2 Cu(OH) 2(s) + 2 NaCl

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

38 e Nationale Scheikundeolympiade

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2019

Bij het opstellen van de Lewisstructuur houd je rekening met de octetregel en het aantal valentie-elektronen.

Een reactie blijkt bij verdubbeling van alle concentraties 8 maal zo snel te verlopen. Van welke orde zou deze reactie zijn?

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Het kunnen onderscheiden van verschillende isomeren is nodig voor het begrijpen van de unieke eigenschappen die isomeren bezitten.

Samenvatting Chemie Overal 3 havo

Toets 01 Algemene en Anorganische Chemie. 30 september 2015

Merk op dat een zeer analoge reeks besproken werd in de cursus op pagina 24. Examen Organische Scheikunde januari 2006 NH 2 H 3 C CH 3 NH 2 CH 3 CN A

EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven

Opgave 1. Reacties 16 punten

Opgave 1: Turners. (1) 1 Geef de systematische naam van het zouthydraat dat ontstaat bij het opnemen van water door magnesium.

Esters. Versie 1 November 2014

Eindexamen scheikunde havo 2002-II

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018

toelatingsexamen-geneeskunde.be Vraag 2 Wat is de ph van een zwakke base in een waterige oplossing met een concentratie van 0,1 M?

1. Beschrijf met behulp van structuurformules het mechanisme voor de vorming van ethaanthiol.

CENTRALE COMMISSIES VOORTENTAMEN TENTAMEN SCHEIKUNDE. Voorbeeldtentamen 1

Chemie (ph) bij het inkuilen Scheikunde klas V41a en V41b door Erik Held

OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN

Examen VWO. Scheikunde

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

OEFENVRAAGSTUKKEN STEREOCHEMIE Hoofdstuk 16 PULSAR CHEMIE

(g) (g) (g) NH 3. (aq) + Cl - (aq)

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties

Eindexamen scheikunde havo II

::s. .c e en. _ Examen VWO. ~.- Cl)

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Tentamen Anorganische Chemie I

Eindexamen vwo scheikunde I

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 9, 10, 11 Zuren/Basen, Evenwichtsconstanten

5-1 Moleculen en atomen

Het is echter waarschijnlijker dat rood kwik bestaat uit Hg 2+ ionen en het biantimonaation met de formule Sb2O7 4.

Eindexamen scheikunde vwo II

de ph-schaal van 0 tot 14 in verband brengen met zure, neutrale en basische oplossingen en met de concentratie van H+-ionen en OH--ionen;

4. Van twee stoffen is hieronder de structuurformule weergegeven.

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Frank Povel. a1. De twee factoren zijn: 1. er moeten geladen deeltjes zijn; 2. de geladen deeltjes moeten zich kunnen verplaatsen.

Organische Chemie. 29 januari, tijd: 3 uur. Vermeld op elk antwoordblad naam, studie, studentennummer

IM4--14 ONDERWIJS IN 1 MAV04. Maandag 17 mei, uur. NATUUR- EN SCHEIKUNDE H (Scheikunde) OPEN VRAGEN

Oefenvraagstukken 5 HAVO Hoofdstuk 13 Antwoordmodel

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat uit twintig vragen

Isomeren van C4H8O2. EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1997, TWEEDE TIJDVAK, opgaven

TF2 6VWO H 2, 3, 6, 7, 12, 14, 16 en 17 Antwoorden oefenopgaven

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II

Oefenvraagstukken 5 VWO Hoofdstuk 11. Opgave 1 [HCO ] [H O ] x x. = 4,5 10 [CO ] 1,00 x 10

Hoofdstuk 3: Zuren en basen

scheikunde vwo 2019-II

scheikunde vwo 2017-II

Eindexamen scheikunde pilot vwo II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo II

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017

Rekenen aan reacties (de mol)

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-I

_ Correctievoorschrift HAVO en VHBO

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

TF2 6VWO H 2, 3, 6, 7, 12, 14, 16 en 17 Oefenopgaven

4 e Internationale Chemieolympiade, Moskou, 1972, Sovjet Unie

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Eindexamen vwo scheikunde pilot I

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

scheikunde vwo 2016-I

scheikunde vwo 2017-I

Je kunt de ph van een oplossing meten met een ph-meter, met universeelindicatorpapier of met behulp van zuur-base-indicatoren.

Reactie-energie, reactiesnelheid, en evenwicht versie Inhoud

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-I

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE


7. Chemische reacties

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2003-II

Transcriptie:

29 e ATIOALE SCEIKUDEOLYMPIADE 4 11 juni 2008 EIDTOETS TEORIE opgaven maandag 9 juni 2008, 8.30 12.30 u Deze eindtoets bestaat uit 32 deelvragen verdeeld over 7 opgaven Bij deze toets hoort een antwoordblad Gebruik voor elke opgave een apart antwoordvel, voorzien van naam De maximumscore voor dit werk bedraagt 138 punten De eindtoets duurt maximaal 4 klokuren Benodigde hulpmiddelen: rekenapparaat en BIAS 5 e druk Bij elke opgave is het aantal punten vermeld dat juiste antwoorden op de vragen oplevert

Opgave 1 Bakpoeder in oplossing Bakpoeder of zuiveringszout bestaat voornamelijk uit natriumwaterstofcarbonaat. et belangrijkste evenwicht in een natriumwaterstofcarbonaatoplossing is 2 CO 3 (aq) 2 CO 3 (aq) + CO 3 2 (aq) (15 punten) 1 1. Geef van dit evenwicht de evenwichtsvoorwaarde. Gebruik daarbij als evenwichtsconstante K ev. 4 2. Bereken K ev m.b.v. de zuurconstantes van de eerste en tweede ionisatie van 2 CO 3. 2 Leid het verband af tussen de p van een aco 3 -oplossing en de pk z -waarden van de eerste en tweede ionisatie van koolzuur. Maak hierbij gebruik van het evenwicht 2 CO 3 (aq) 2 + (aq) + CO 3 2 (aq) en het antwoord op de vorige vraag. 5 3 Bereken de p van een 0,0100 M aco 3 -oplossing. 2 4 1. Leg uit onder welke omstandigheden je antwoord bij 3 juist is. 4 2. Maak een schatting van de ondergrens voor [CO 3 ] waarbij de fout in de berekening van [ + ] (vraag 3) groter wordt dan 1%. Opgave 2 Vaste raketbrandstof (15 punten) Als vaste brandstof in raketmotoren wordt de verbinding ammoniumdinitramide, 4 (O 2 ) 2, gebruikt. 5 Geef vier grensstructuren van het dinitramide-ion. 4 6 Geef een beredeneerde schatting van de bindingshoeken rond elk stikstofatoom in het dinitramide-ion. 2 Ammoniumdinitramide kan explosief ontleden in stikstof, water en zuurstof. 7 Geef de reactievergelijking van deze explosieve ontleding. 2 8 9 ieronder staat een tabel met bindingsenthalpieën. binding O O O O O=O =O = bindingsenthalpie kj mol 1 432 391 160 201 467 146 495 607 418 941 Geef een beredeneerde schatting van de reactie-enthalpie r van deze explosieve ontleding. Welke aanname/s heb je hierbij gemaakt? 6 Leg uit, wat in termen van stabiliteit van de reactieproducten de belangrijkste drijvende kracht achter deze ontleding is. 1 Opgave 3 Als A reageert (22 punten) Voor een bepaalde reactie geldt dat de snelheid waarmee de concentratie van A afneemt wordt gegeven door: 10 Leid een betrekking af tussen [A] t, [A] o, t en k. 3 Een meting bij 20 C laat zien dat de concentratie van A in 20 minuten met 80% daalt. 11 Bereken: 8 1. de reactiesnelheidsconstante k (in min 1 ); 2. de halveringstijd t ½ (in min); 3. na hoeveel minuten de concentratie van A met 99% is gedaald; 4. de fractie van A die na 24 uur is overgebleven. SO2008 eindtoets theorie opgaven Universiteit Utrecht 2

Men voert continu 0,0010 mol A per liter per minuut toe aan een reactievat. 12 Bereken de stationaire concentratie van A. 7 Een bepaalde katalysator versnelt deze reactie met een factor 25. 13 Bereken de verandering in de activeringsenergie E a ten gevolge van deze katalysator. 4 Je mag ervan uitgaan dat de Arrheniusconstante in de Arrheniusvergelijking met en zonder katalysator dezelfde blijft. Opgave 4 Blijf opgewekt Remeron (Org 3770) is een antidepressivum (middel tegen depressies). (35 punten) Remeron R 14 oeveel stereocentra telt Remeron? Zet in de structuurformule (op het antwoordblad) een sterretje (*) bij het/de stereocentr/um/a en geef de bijbehorende configuratie/s aan met R of S. Licht je keuze toe. 3 15 ummer de stikstofatomen in de structuurformule van het antwoordblad in volgorde van afnemende basesterkte (1: sterkst 3: zwakst). Licht kort toe (in de formule op het antwoordblad). 3 Resolutie van een racemisch mengsel van Remeron kan plaatsvinden met een van beide enantiomeren van wijnsteenzuur. O COO C O C wijnsteenzuur COO 16 1. Duid op het antwoordblad met R of S de absolute configuraties van de asymmetrische centra in het getekende wijnsteenzuurmolecuul aan. 9 2. Leg uit hoe zo n resolutie in zijn werk gaat. SO2008 eindtoets theorie opgaven Universiteit Utrecht 3

De synthese van Remeron verloopt in een aantal stappen. Eén van die stappen is de vorming van een alcohol uit een nitril: O C A Cl Cl 17 1. Onder welke omstandigheden verloopt deze reactie? int: hij verloopt in twee stappen. 6 2. Geef de structuurformule van tussenproduct A. et andere noodzakelijke deel van Remeron (verbinding B) wordt gesynthetiseerd uit fenylglycine. O 2 O 2 O fenylglycine C B 18 1. Geef het reactieschema (organische stoffen in structuurformule en de omstandigheden /reagentia onder/boven de pijl(en)) van de synthese van C uit fenylglycine. int: deze synthese verloopt in drie stappen: een verestering, een nucleofiele substitutie en een reductie. 9 2. Geef een suggestie voor de omzetting van C in B. De laatste stap in deze synthese is de ringsluiting van alcohol D tot Remeron o.i.v. geconc. zwavelzuur. 19 Geef het mechanisme van deze ringsluiting. 5 D Opgave 5 Vanadium Vanadium (15 punten) In onderstaande figuur zijn de Latimer diagrammen voor vanadium in zuur en basisch milieu weergegeven: VO 2 + 1,000 VO 2+ x V 3+ 0,255 V 2+ 1,13 V 0,668 0,120 VO 4 3 2,19 V 2 O 5 0,542 V 2 O 3 0,486 VO 0,820 V y 0,749 Van twee standaardelektrodepotentialen zijn de waarden x en y niet weergegeven. 20 Bereken deze waarden van x en y. 4 SO2008 eindtoets theorie opgaven Universiteit Utrecht 4

Vanadium(II)oxide, VO, is een niet stoichiometrische verbinding. Dit wil zeggen dat de verhouding, en dat je beter de verhoudingsformule VOx kunt gebruiken, waarin x in dit geval waarden tussen 0,8 en 1,3 kan hebben. VO heeft als bijzondere eigenschap dat het metallische geleiding vertoont. In de eerste periode overgangsmetalen is TiO de enige andere verbinding die metallische geleiding vertoont. In de rest van deze opgave stellen we de x op 1. VO kristalliseert in de natriumchloridestructuur. In onderstaande afbeelding is een eenheidscel van VO gegeven. Eén V atoom is al geplaatst. V 21 1. Vul in de schets op het antwoordblad op de puntjes (in de drie zichtbare vlakken) de atomen in. 3 2. Bereken het aantal V- en O-deeltjes in één eenheidscel. De dichtheid van VO is 5,758 g cm 3. 22 Bereken uitgaande van een 1 : 1 verhouding van V en O de kortste V V-afstand in het kristalrooster van VO. 5 Een ander oxide van vanadium is V 2 O 5. Deze stof wordt gebruikt als katalysator in het zogenaamde contactproces, waarbij SO 2 geoxideerd tot SO 3 wordt. De katalytische cyclus bestaat uit 2 stappen: De reactievergelijking van de tweede stap is: 2 VO 2 (s) + 1 / 2 O 2 (g) V 2 O 5 (s) 23 Geef de reactievergelijking van de eerste stap. Vermeld ook de toestandsaanduidingen. 3 Opgave 6 Stoffen met een geurtje (23 punten) 24 1. Leg uit dat de twee isomere verbindingen C 10 10 (1) en (2) stabiele aromatische π-geconjugeerde koolwaterstoffen zijn. 4 2. Licht kort toe waarom 1 een dipoolmolecuul is. 1 2 SO2008 eindtoets theorie opgaven Universiteit Utrecht 5

Cyclopentadieen (3) is een niet-aromatische verbinding, het cyclopentadienyl-anion (4) is een stabiel aromatisch ion en het cyclopentadienyl-kation (5) is een instabiel anti-aromatisch ion. O O 3 4 5 6 7 8 25 Leg bovenstaande verschillen tussen de deeltjes (3), (4),en (5) uit. 4 Cyclohexatrienon (6) is stabiel, maar cyclopentadienon (7) is zo reactief dat het niet geïsoleerd kan worden. 26 Leg dit grote verschil in stabiliteit uit. Betrek in die uitleg ook de polariteit van de carbonylgroep (>C=O). 4 De heterocyclische imidazol (8) is een aromatische verbinding. 27 1. oeveel π-elektronen heeft 8? 4 2. Zijn de niet-bindende elektronenparen op de twee stikstofatomen identiek? Leg uit. 2 9 10 Pentaleen (9) is een zeer reactief en nauwelijks voorkomend molecuul en is nooit geïsoleerd. et pentaleendianion (10) is daarentegen zeer bekend en behoorlijk stabiel. 28 Verklaar dit grote verschil tussen het molecuul en het dianion. 3 Geef van 10 twee redelijk stabiele grensstructuren, waaruit blijkt op welk(e) C-ato(o)m(en) de negatieve lading zich bij voorkeur ophoudt. 4 Opgave 7 Isomeer, conformeer en mechanisme De cyclohexaanring in trans-1-broom-2-methylcyclohexaan (1) heeft een stoelconformatie waarvan de ring bij kamertemperatuur in oplossing kan omklappen naar een andere stoelconformatie. (13 punten) C 1 eq. KO 3 ethanol Br 1 2 C 3 29 Leg uit waarom de getekende stoelconformatie van trans-1-broom-2-methylcyclohexaan (1) een lagere energie heeft dan die andere. 3 30 Schets de structuur van 1 na het omklappen van de ring naar de andere stoelconformatie. Geef daarin duidelijk de posities van broom- en methylsubstituent weer. Waarom is deze conformatie minder stabiel? 3 SO2008 eindtoets theorie opgaven Universiteit Utrecht 6

In de reactie van 1 met één equivalent kaliumhydroxide in ethanol ontstaat als enige eliminatieproduct: 3-methylcyclohexeen (2). 31 Leg uit of 2 het Saytzev of niet-saytzev eliminatieproduct is van 1. 2 Dat er maar één eliminatieproduct ontstaat zegt iets over het mechanisme van deze eliminatiereactie. 32 1. Leg uit of deze reactie via een E 1 of een E 2 -mechanisme verloopt. 5 2. Geef de reactiesnelheidsvergelijking van deze eliminatie. SO2008 eindtoets theorie opgaven Universiteit Utrecht 7

SO2008-theorietoets antwoordblad 1 naam: Bij vraag 14 en 15 toelichting bij je keuze (R of S) toelichting bij de volgorde van afnemende basesterkte Remeron R Bij vraag 16 1. O C COO C O COO wijnsteenzuur SO2008 eindtoets theorie opgaven antwoordblad Universiteit Utrecht 9

SO2008-theorietoets antwoordblad 2 Bij vraag 18 1. 2 O verestering nucleofiele substitutie O fenylglycine tussenproduct 1 reductie 2 C tussenproduct 2 Bij vraag 19 O D Remeron R Bij vraag21 1 V SO2008 eindtoets theorie opgaven antwoordblad Universiteit Utrecht 10