THEMA 6 Microscopie In dit thema ga je op ontdekking in de wereld van de allerkleinste bouwstenen van levende wezens. Je gebruikt daarvoor een microscoop. Je leert een micropreparaat maken en daarop structuren herkennen. Je gaat actief aan de slag en leert microscopische beelden tekenen. De inhoud bij dit thema vind je via www.ww-what.be. 1
1 De microscoop 1.1 De delen van een microscoop ooglens of oculair tubus macroschroef revolver voorwerplenzen of objectieflenzen microschroef statief veerklemmen voorwerptafel diafragma en condensor Onderdeel voorwerptafel veerklemmen statief tubus revolver voorwerplenzen of objectieflenzen ooglens of oculair macroschroef microschroef diafragma en condensor Functie Daar leg je het preparaat precies boven de opening waardoor het licht schijnt. Daarmee kun je het preparaat vastklemmen, zodat het niet verschuift. Daarmee kun je de microscoop vastnemen, als je hem wilt verplaatsen. Voorwerptafel, diafragma, tubus, micro- en macroschroef zijn aan het statief vastgemaakt. Buis bovenaan het statief waaraan de lenzen zijn bevestigd Draaibaar onderdeel waarop de voorwerplenzen of objectieflenzen zitten Lenzen die net boven het preparaat worden geplaatst. Hoe groter de objectieflens, hoe sterker de vergroting. Lens bovenaan de tubus Grote schroef waarmee je het preparaat in beeld brengt Kleine schroef waarmee je het beeld van het preparaat scherpstelt Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die wordt doorgelaten. Met de condensor wordt de breedte van de lichtbundel geregeld. 2 THEMA 6
1.2 Hoe gebruik je een microscoop? 1 Laat het lampje branden. 2 Zet de kleinste voorwerplens boven het gaatje in de voorwerptafel. 3 Leg het preparaat op de voorwerptafel. Zorg ervoor dat het deel, dat je wilt bekijken, in het midden van het gaatje in de voorwerptafel ligt. 4 Zet het preparaat met de veerklemmen vast. 5 Kijk van aan de zijkant en draai aan de macroschroef tot de voorwerplens en het preparaat elkaar bijna raken. 6 Kijk door de ooglens en draai de macroschroef in de andere richting tot het beeld bijna scherp is. 7 Draai aan de microschroef tot het beeld volledig scherp is. 8 Regel eventueel de belichting met het diafragma en de condensor. 9 Als je een sterkere vergroting wilt gebruiken, draai je eerst met de macroschroef de voorwerplens opnieuw omhoog. Draai dan met de revolver een grotere (sterkere) lens voor. Stel de microscoop daarna verder in, zoals bij 5, 6 en 7. 1.3 Welke lenzencombinatie gebruik je? Om eenzelfde vergrotingswaarde te bekomen, kun je verschillende lenzencombinaties gebruiken. De totale vergroting bereken je door de vergroting van de objectieflens met de waarde van het oculair te vermenigvuldigen. Totale vergroting = objectief x oculair We verduidelijken met een voorbeeld. Je wilt een preparaat 600 x vergroot zien. Dat kun je bekomen door een objectief, dat 40 x vergroot, te combineren met een oculair dat 15 x vergroot. De combinatie van een objectief, dat 60 x vergroot, met een oculair, dat 10 x vergroot, is ook een optie. Regel: gebruik altijd de sterkst mogelijke vergroting met het objectief. Welke combinatie kies je uit het voorbeeld hierboven? Opdracht Bekijk je microscoop aandachtig. Welke lenzencombinaties zijn er mogelijk? Objectief Oculair Totale vergroting Mi croscopie 3
1.4 Beeldvorming bij een microscoop Experiment Probleemstelling Welk beeld wordt er in een microscoop gevormd? Benodigdheden microscoop voorwerpglas dekglaasje water millimeterpapier tekenpotlood Uitvoering en waarneming 1 Knip een vierkantje van 1 cm ² uit het millimeterpapier. 2 Schrijf de letters V, P, L en F in de vier delen. 3 Leg het vierkantje op een voorwerpglas. 4 Voeg een druppeltje water toe. 5 Dek af met een dekglaasje. 6 Leg het preparaat onder de microscoop en bekijk het met een kleine vergroting. Hoe ziet het beeld eruit? Teken het voorwerp en het beeld dat je onder de microscoop ziet. Voorwerp Beeld V P L F Wat gebeurt er, als je het preparaat naar links verschuift? Besluit Het beeld, dat je in een microscoop ziet, is vergroot en omgekeerd. Als je het preparaat naar links (rechts) verschuift, verschuift het beeld naar rechts (links). 4 THEMA 6
2 Preparaten maken 2.1 Hoe maak je een preparaat? 1 Neem een zuiver voorwerpglas. 2 Leg met een druppelteller een druppel vloeistof op het voorwerpglas. 3 Leg het voorwerp met een pincet in de vloeistof. 4 Neem een zuiver dekglaasje. 5 Zet het dekglaasje schuin op het voorwerpglas en laat het voorzichtig zakken. 6 Verwijder de overtollige vloeistof met een filtreerpapiertje. 2.2 Preparaten onder de microscoop bekijken Tijdens de biotoopstudie heb je een aantal flesjes met water gevuld. Vandaag gaan we op zoek naar levende organismen in het water. Experiment Probleemstelling Wat nemen we onder de microscoop waar in vijverwater? Benodigdheden flesjes vijverwater microscopen voorwerp- en dekglaasjes filtreerpapiertje druppelteller Uitvoering en waarneming 1 Neem een voorwerpglas. 2 Breng met de druppelteller enkele druppeltjes vijverwater op het voorwerpglas aan. 3 Plaats het dekglaasje en veeg het overtollige water met het filtreerpapiertje weg. 4 Stel de microscoop in, zoals in punt 1.2 aangegeven. 5 Noteer je waarneming in de tabel. 6 Teken zo nauwkeurig mogelijk wat je door de microscoop ziet. Conclusie Zie je levende organismen onder de microscoop? Mi croscopie 5
OpdrachtEN Denk even terug aan het thema Biotoopstudie rond de waterplas. 1 Welke factoren beïnvloeden het leven in de waterplas? 2 Bedenk nog twee factoren die van levensbelang zijn voor het leven in het water. 6 THEMA 6