Handleiding en aansluitinstructie RW45 Motorreductor 1-fase\230V\50Hz Voedingsspanning over 50 eindschakelunit Ridder Drive Systems Lorentzstraat 3-38 384 X Harderwijk P.O. ox 30 3840 J Harderwijk The Netherlands T +31 (0)341 41 854 F +31 (0)341 41 11 E info@ridder.com I www.ridder.com 25093NL - V01-201101
Inhoudsopgave Toepassingsgebied RW- handleiding en aansluitinstructie... 2 Waarschuwingen in deze handleiding en aansluitinstructie... 2 Voorwaarden intern schakelen voedingsspanning RW45 motorreductoren.... 3 lgemene waarschuwing.... 3 Symbolen aansluitschema s... 3 ansluitschema RW45 motorreductor: 230V\50Hz\1~\... 4 ansluiten eindschakelsysteem.... 5 fstelling eindschakelsysteem... Draairichtingen RW45 motorreductoren... 8 Toepassingsgebied RW- handleiding en aansluitinstructie Deze handleiding en montageinstructie bevat belangrijke informatie voor installateurs voor het aansluiten en in bedrijf stellen van een 1-fase Ridder RW45 motorreductor. Hierbij is van toepassing dat de voedingsspanning van de elektromotor (intern) wordt geschakeld door het eindschakelsysteem van de RW45 motorreductor. Lees deze handleiding en instructies eerst alvorens de werkzaamheden uit te voeren. lle werkzaamheden moeten onder verantwoorde en veilige omstandigheden worden uitgevoerd door gekwalificeerde en vakbekwame mechanisch en/of elektrisch installateurs. Waarschuwingen in deze handleiding en aansluitinstructie Deze handleiding bevat tips, opmerkingen en waarschuwingen, onderverdeeld in verschillende gradaties. Hieronder volgt een overzicht en beschrijving van de betekenis hiervan. TIP Een suggestie of advies bij het uitvoeren van een handeling. LET OP VOORZICHTIG Opmerking met extra informatie welke wijst op mogelijke problemen bij het onjuist uitvoeren van een handeling. Het product of systeem kan gevaar lopen bij het onjuist uitvoeren van een handeling. GEVR De gebruiker of installateur kan lichamelijk letsel oplopen of (levens-)gevaar lopen bij het onjuist uitvoeren van een handeling. 2
Voorwaarden intern schakelen voedingsspanning Ridder RW45 motorreductoren Het eindschakelsysteem van een 1-fase Ridder RW45 motorreductor mag, wanneer aan de hierna beschreven voorwaarden is voldaan, worden gebruikt voor het schakelen van de voedingsspanning van de 1-fase elektromotor. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: Toepassen van eindschakelaarunit 501103 (230V, 1-fase, >0m); Voedingsspanning 1-fase 220-230V; Maximaal opgenomen motorstroom 1,2; ij de bedrijfschakelaars moeten -kringen worden toegepast (250V, 0,033μF-0,1μF, 100Ω); De nulleider (N) van de voedingspanning moet via de beveiligingschakelaars van de eindschakelunit worden aangesloten. GEVR Niet voldoen aan de voorwaarden bij het schakelen van de voedingsspanning over het eindschakelsysteem, kan leiden tot defecten aan het eindschakelsysteem. Dit kan systeemschade en/of het ontstaan van gevaarlijke situaties tot gevolg hebben. lgemene waarschuwingen GEVR Koppel de voedingsspanning af bij (onderhouds)werkzaamheden aan een RW45 motorreductor of aan het aangedreven systeem VOORZICHTIG VOORZICHTIG Het gelijktijdig parallel aansluiten van RW motorreductoren met 1-fase elektromotoren is niet toegestaan! Wacht 2 seconden na een aansturing van een RW motorreductor voor het aansturen in de tegenovergestelde draairichting. Symbolen aansluitschema Symbool eschrijving EM Elektromotor, Werkschakelaars eindschakelsysteem, eveiligingschakelaars eindschakelsysteem K11, K21 Relais omkeerschakeling L1, N, Fase, Nul, arde Q11 Motorbeveilgingsschakelaar Kring 3
ansluitschema RW45 motorreductor: 230V\50Hz\1~\ Voor het schakelen van de voedingsspanning van een RW45 motorreductor over het eindschakelsysteem moeten de aansluitingen van de bedrading overeenkomen met onderstaand aansluitschema. Hierbij moeten de kringen worden aangesloten over de contacten van de werkschakelaars van het eindschakelsysteem (zoals weergegeven in kader 1). ansluiten van de bekabeling op het eindschakelsysteem zoals weergegeven in de kaders 2, 3 en 4 is niet toegestaan. N L1 Q11 K22 K21 EM 1 W1 U1 V1 12 11 10 9 8 5 4 3 2 1 L2 L1 M 1~ C N 2 N 3 4 12 11 10 9 8 5 4 3 2 1 12 11 10 9 8 5 4 3 2 1 12 11 10 9 8 5 4 3 2 1 4
ansluiten eindschakelsysteem In deze instructies wordt beschreven hoe een eindschakelsysteem van een RW45 motorreductor moet worden aangesloten voor het schakelen van de voedingsspanning van een 1-fase elektromotor. 1 GEVR Schakel eerst de voedingsspanning uit bij het aansluiten van een eindschakelsysteem van een Ridder RW motorreductor! Voor het aansluiten zijn de volgende gereedschappen en onderdelen benodigd: 2 - Schroevendraaier - Schroevendraaier - Ster - Zijkniptang - 501201 -SET RW45\230\1\1>0m 3 Demonteer het eindschakelaardeksel van de RW45 motorreductor door de 4 schroeven waarmee deze bevestigd is los te draaien. U1 W1 L2 N V1 L1 1 12 11 10 9 8 5 4 3 2 1 4 De bedrading moet op de volgende manier worden aangesloten (zoals in schema 1): L1 op klem 1; L2 op klem ; V1 op klem 3 (of W1 op klem 3, afhankelijk draairichting elektromotor); W1 op klem 9 (of V1 op klem 9, afhankelijk draairichting elektromotor); N op klem 4; U1 op klem 12; Overbruggingsdraad (meegeleverd) aansluiten op klemmen en 10. 5
12 mm 5 Na het aansluiten van de bekabeling moeten de kringen worden aangesloten. Hiervoor moeten de aansluitdraden van de kringen eerst worden ingekort tot ca. 12 mm. Monteer de eerste kring op de klemmenstrook van het eindschakelsysteem op de klemmen 1 en 3. Monteer de tweede kring op de klemmenstrook van het eindschakelsysteem op de klemmen en 9. 8 LET OP Het aansluiten van het eindschakelsysteem is nu gereed. Het eindschakelsysteem moet nu worden afgesteld. Hiervoor moet de hiernavolgende instructie fstellen eindschakelsysteem worden toegepast. 9 Monteer na afstellen van het eindschakelsysteem het eindschakelaardeksel van de RW45 motorreductor door de 4 schroeven waarmee deze bevestigd moet worden vast te draaien.
fstellen eindschakelsysteem a b 3 2 1 4 4 2 3 b a 12 11 10 9 C 8 5 4 3 2 1 NC NO C NC NO C NC NO C NC NO Installatie eindschakelsysteem In onderstaande stappen worden de handelingen beschreven om een eindschakelsysteem van een RW motorreductor af te stellen. Stroom- en spanningsbereik De contacten in de schakelaars van het Ridder eindschakelsysteem zijn geschikt voor het schakelen van de volgende stromen: 24V-C, stromen van 0 m tot 130 m; 230V, stromen tot 1,2. Ridder eindschakelsysteem Het Ridder eindschakelsysteem is een lineair schakelsysteem, dat ontwikkeld is voor en zijn toepassing vindt in de RW motorreductoren. Het eindschakelsysteem wordt, door middel van een overbrenging, door de uitgaande as van de motorreductor aangedreven. Het aantal omwentelingen van de uitgaande as is tussen een begin- en eindstand in te stellen. fhankelijk van het type motorreductor is het maximale bereik 55 of 9 omwentelingen van de uitgaande as. Levering ij levering is het eindschakelsysteem niet afgesteld. De stelringen (3) zijn vrij beweegbaar rond de kartelmoeren (2). Daarmee is het bereik van de aandrijving in beide draairichtingen onbeperkt en wordt voorkomen dat het schakelsysteem defect raakt bij bediening van buitenaf. Werking De hoofdas van een motorreductor drijft de draadas (1) van het eindschakelsysteem via een overbrenging aan. Tijdens het roteren van de draadas bewegen schakelmoeren (4) lineair langs de draadas. Door de wrijving tussen draadas en schakelmoer drukt stelschroef (a) licht tegen één van de beide schakelveren (welke hangt af van de draairichting). ereikt een schakelmoer het einde van de draadas, dan verandert de lineaire beweging van de schakelmoer in een rotatie (met de draadas mee). De stelschroef (a) drukt hierdoor tegen de schakelveer zodat deze verplaatst en daarmee een bedrijfsschakelaar ( of ) bedient. Het hierdoor verkregen signaal stuurt een relais, waardoor de motorreductor stopt. Mocht de bedrijfsschakelaar of het relais dienst weigeren en de motorreductor doorlopen, dan bedient de schakelveer vervolgens een beveiligingsschakelaar ( of ). Het hierdoor verkregen signaal stuurt een beveiligingsrelais dat de besturing uitschakelt en daarmee de motorreductor. Dit voorkomt gevolgschade aan het systeem.
ansluiting Raadpleeg voor aansluiting van het Ridder eindschakelsysteem de hiervoor beschikbare elektrische schema s. fstellen De eindstanden worden als volgt afgesteld: reng, door de hoofdas van de motorreductor te (laten) draaien, het systeem in een eindstand (volledig open of volledig gesloten) en stel vast welke bedrijfsschakelaar ( of ) met die eindstand correspondeert. De kartelmoer (2) is eenvoudig met de hand op de draadas (1) te verdraaien. De schakelmoer (4) verplaatst zich hierbij lineair langs de draadas. Draai aan de corresponderende zijde de kartelmoer handvast tegen de aanslag (). Verdraai nu stelring (3) over de kartelmoer zóver dat de bedrijfschakelaar nèt wordt geschakeld. org de stelring in deze stand op de kartelmoer met de stelschroeven (a) en (b). De stelring is nu niet meer ten opzichte van de kartelmoer te verdraaien. Herhaal bovenstaande punten voor het afstellen van de tegenoverliggende eindstand. LET OP VOORZICHTIG Controleer altijd de werking van het eindschakelsysteem na het instellen van de beide eindposities! Voorkom dat met handmatig aandrijven de motorreductor (via het zeskant in de elektromotor), ingestelde eindstanden overschreden worden. Dit resulteert in een onjuist werkend eindschakelsysteem. Draairichtingen RW45 motorreductor 8