Regeling vliegplannen VW, DEF Regeling tot vaststelling van nieuwe regelen inzake vliegplannen 15 september 1998/Nr. DGRLD/JBZ/L 98.210524 Rijksluchtvaartdienst De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie, Gelet op artikel 31, eerste en vierde lid, van het Luchtverkeersreglement; Besluiten: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Air Traffic Flow Management (ATFM): luchtverkeersstroomregeling; een dienstverlening aan het luchtverkeer met het doel een optimale luchtverkeersstroom te verzekeren naar of via gebieden waarin het luchtverkeersaanbod de beschikbare capaciteit van het luchtverkeersleidingssysteem overtreft; b. Area Control Centre Amsterdam (ACC Amsterdam): een algemene luchtverkeersleidingsdienst belast met de uitoefening van luchtverkeersleiding, vluchtinformatieverstrekking en alarmering; c. ECAC-Staten: lid-staten van de European Civil Aviation Conference; d. endurance: de berekende maximale vliegduur van het luchtvaartuig in relatie tot de beschikbare hoeveelheid brandstof; e. General Air Traffic (GAT) IFR-vlucht: een IFR-vlucht, die wordt uitgevoerd overeenkomstig de ICAO-regelgeving en procedures; f. Gezamenlijk Noordzee Flight Information Center (GENOFIC): gezamenlijk burger/militair vluchtinformatiecentrum belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening aan vluchten die worden uitgevoerd in de GENOFIC AREA; g. Gezamenlijk Noordzee Flight Information Center area (GENOFIC AREA): het gebied, zoals gedefinieerd in de luchtvaartgids, volume 1, hoofdstuk ENR 6; h. havenmeester: een persoon, in dienst van de exploitant van een luchtvaartterrein, belast met de dagelijkse uitvoering van het toezicht op het luchtvaartterrein en in het bijzonder met het toezicht op de veiligheid en de goede orde daarop; i. Integrated Flightplan Processing System (IFPS): een systeem, dat alle vliegplaninformatie betreffende GAT IFR-vluchten verzamelt, accepteert, distribueert en adresseert binnen de ECAC-Staten; j. luchtvaartgids: de luchtvaartgids, bedoeld in artikel 61, onderdeel a, onder 1, van het Luchtverkeersreglement; k. luchtvaartgids, volume I, hoofdstuk En Route (ENR): het hoofdstuk uit de luchtvaartgids dat handelt over En Route ; l. luchtverkeersmeldingspost; een luchtverkeersdienst belast met het ontvangen van vliegplannen vóór de vlucht en rapporten betreffende de luchtverkeersdienstverlening; m. Military Air Traffic Control Centre Nieuw Milligen (MilATCC Nieuw Milligen): de militaire algemene luchtverkeersleidingsdienst belast met de uitoefening van luchtverkeersleiding, vluchtinformatieverstrekking en alarmering; n. repeterend vliegplan (RPL): een vliegplan voor zich regelmatig herhalende vluchten met dezelfde hoofdkenmerken; o. total estimated elapsed time (total EET): de berekende duur van de vlucht vanaf het opstijgen tot: 1. voor een IFR-vlucht, de aankomst boven het - in relatie tot navigatiehulpmiddelen gedefinieerde punt, waar vandaan de voorgenomen instrumentnaderingsprocedure zal worden aangevangen dan wel, indien het luchtvaartterrein van bestemming niet beschikt over een navigatiehulpmiddel, de aankomst boven het luchtvaartterrein van bestemming; 2. voor een VFR-vlucht, de aankomst boven het luchtvaartterrein van bestemming; p. verkeersvlucht: een vlucht, die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft; q. vliegcoördinator: de functionaris die door de verantwoordelijke Commandant is bevoegd verklaard namens hem leiding en toezicht uit te oefenen op de recreatieve luchtvaartbeoefening op een militair luchtvaartterrein, buiten de militaire openstellingstijden; r. vliegplan: specifieke inlichtingen, gerelateerd aan een voorgenomen vlucht, of een deel van een voorgenomen vlucht. Artikel 2 Vliegplanverplichting in de GENOFIC AREA Onverminderd artikel 31, eerste lid, aanhef en onder a, c en d, van het Luchtverkeersreglement wordt een vliegplan ingediend voor elke vlucht in de GENOFIC AREA. Artikel 3 Vliegplangegevens en de wijze van indienen van het vliegplan 1. Voor het opgeven van de gegevens van een vliegplan wordt gebruik gemaakt van het vliegplan-formulier, en de daarbij behorende aanwijzingen, als aangegeven in de bijlage A1 en A2 onder verwijzing naar de bladzijden in de luchtvaartgids, volume I, hoofdstuk ENR 1-10. Van wijzigingen in deze bladzijden van de luchtvaartgids wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2. Voor het opgeven van de gegevens van een vliegplan als bedoeld in artikel 31, derde lid, van het Luchtverkeersreglement, met het doel eventuele opsporing en redding te vergemakkelijken, volstaat een melding van de volgende gegevens: a. registratie kenmerk en type luchtvaartuig; b. luchtvaartterrein van vertrek en verwachte tijd van vertrek; c. luchtvaartterrein van bestemming en verwachte tijd van aankomst; d. endurance; e. het aantal personen aan boord; f. de naam van de gezagvoerder. 3. Een vliegplan kan tijdens de vlucht per radio worden gezonden, indien het vliegplan slechts betrekking heeft op een deel van de vlucht. Dit is niet van toepassing op vluchten, waarvan delen worden uitgevoerd: a. binnen het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van Schiphol; Uit: Staatscourant 1998, nr. 195 / pag. 11 1
b. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A. c. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse B, behoudens voor vluchten met zweefvliegtuigen. Artikel 4 1. Een vliegplan voor een GAT IFRvlucht of een gedeelte daarvan wordt door middel van een vliegplanverzendsysteem vanaf het luchtvaartterrein van vertrek ingediend bij het IFPS. Indien op het luchtvaartterrein van vertrek geen vliegplanverzendsysteem beschikbaar is, wordt het vliegplan ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost, als bedoeld in bijlage B. 2. Een vliegplan voor andere vluchten als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost op het luchtvaartterrein van vertrek. Indien op het luchtvaartterrein van vertrek geen luchtverkeersmeldingspost aanwezig is wordt het vliegplan ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost, als bedoeld in bijlage B. 3. Een vliegplan wordt ten minste zestig minuten vóór de aanvang van de vlucht ingediend. Wanneer op de voorgenomen route maatregelen van kracht zijn met betrekking tot ATFM, wordt een vliegplan ten minste drie uur vóór de aanvang van de vlucht ingediend. 4. Indien een vliegplan slechts betrekking heeft op een deel van de vlucht en tijdens de vlucht per radio wordt gezonden naar de betrokken luchtverkeersdienst, geschiedt dit, in afwijking van het derde lid, op een zodanig tijdstip, dat de ontvangst door die luchtverkeersdienst is verzekerd op ten minste tien minuten vóór het tijdstip waarop wordt verwacht dat het luchtvaartuig de grens van het betrokken luchtverkeersleidingsgebied zal passeren. 5. In afwijking van het tweede en het derde lid, wordt een vliegplan als bedoeld in artikel 3, tweede lid, voor de aanvang van de vlucht ingediend, bij de havendienst van vertrek en bij de havendienst bestemming. Artikel 5 Wijzigen en annuleren van het ingediende vliegplan 1. Indien het vertrek van een GAT IFRvlucht of een gedeelte daarvan, waarvoor een vliegplan is ingediend, dertig minuten of langer wordt vertraagd, wordt het vliegplan gewijzigd, dan wel wordt een nieuw vliegplan ingediend door middel van het vliegplanverzendsysteem bij het IFPS nadat het oorspronkelijke vliegplan is geannuleerd. 2. Indien het vertrek van een vlucht anders dan bedoeld in het eerste lid, waarvoor een vliegplan is ingediend, dertig minuten of langer wordt vertraagd, wordt het vliegplan gewijzigd, dan wel wordt een nieuw vliegplan ingediend bij de betrokken luchtverkeersdienst nadat het oorspronkelijke vliegplan is geannuleerd. 3. Indien een GAT IFR-vlucht of een gedeelte daarvan, waarvoor een vliegplan is ingediend, geen doorgang vindt, wordt door middel van het vliegplanverzendsysteem het IFPS daarover terstond ingelicht door annulering van het vliegplan. 4. Indien een vlucht anders dan bedoeld in het eerste lid, waarvoor een vliegplan is ingediend geen doorgang vindt wordt de betrokken luchtverkeersdienst daarover terstond ingelicht door annulering van het vliegplan. Artikel 6 Wijze van afsluiten van het vliegplan 1. Zo spoedig mogelijk na afloop van een vlucht of deel van een vlucht, waarvoor een vliegplan is ingediend tot aan het luchtvaartterrein van bestemming, wordt in persoon of per radio een aankomstmelding gedaan aan de betrokken luchtverkeersdienst op het luchtvaartterrein van aankomst. 2. Een vliegplan dat slechts betrekking heeft op een deel van de vlucht, anders dan tot het luchtvaartterrein van bestemming, wordt afgesloten door een desbetreffende aankomstmelding aan de betrokken luchtverkeersdienst. 3. Indien op het luchtvaartterrein van bestemming geen luchtverkeersdienst is gevestigd, wordt de aankomstmelding zo spoedig mogelijk na aankomst en op de snelst mogelijke wijze gedaan aan de luchtverkeersdienst als vermeld in bijlage B. 4. Indien bekend is dat de verbindingsmiddelen op het luchtvaartterrein van aankomst ontoereikend zijn en er geen vervangende handelwijze is voorgeschreven, wordt de aankomstmelding voor zover mogelijk direct vóór de landing per radio gedaan aan de betrokken luchtverkeersdienst. 5. Een aankomstmelding bevat de volgende gegevens: a. identificatie van het luchtvaartuig; b. het luchtvaartterrein van vertrek; c. het luchtvaartterrein van bestemming; d. het luchtvaartterrein van aankomst, indien is uitgeweken naar een ander luchtvaartterrein dan genoemd onder c; e. de tijd van aankomst. 6. Het eerste lid is in het vluchtinformatiegebied Amsterdam niet van toepassing, indien de vlucht volgens vliegplan wordt beëindigd op een gecontroleerd luchtvaartterrein tijdens de periode waarin plaatselijke luchtverkeersleiding wordt verleend. Afwijkingen voor bepaalde vluchten Artikel 7 De artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, zijn in het vluchtinformatiegebied Amsterdam niet van toepassing op een vlucht vertrekkend van een gecontroleerd luchtvaartterrein, indien de betrokken luchtverkeersleidingsdienst anders heeft bepaald, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de volledigheid en tijdige verzending van vliegplangegevens ten behoeve van andere luchtverkeersdiensten. Artikel 8 1. De artikelen 4 en 6 zijn niet van toepassing op gezagvoerders van burgerluchtvaartuigen die een rechtstreekse internationale VFR-vlucht niet zijnde een verkeersvlucht, uitvoeren tussen de volgende luchtvaartterreinen: Teuge (NL)- Stadlohn/Wenningfeld Teuge (NL)- Nordhorn/Klausheide Twenthe (NL)- Stadlohn/Wenningfeld Twenthe (NL)- Nordhorn/Klausheide 2. Indien op het luchtvaartterrein van vertrek geen luchtverkeersmeldingspost aanwezig is dan wel gesloten is, wordt vóór de aanvang van de in het eerste lid genoemde vlucht het vliegplan bij de havenmeester of de vliegcoördinator van vertrek ingediend. 3. De in artikel 3, tweede lid, opgenomen vliegplangegevens worden vóór de aanvang van de in het eerste lid genoemde vlucht gemeld aan de havenmeester of de vliegcoördinator van het luchtvaart-terrein van bestemming. 4. De aankomstmelding wordt gedaan aan de havenmeester of de vliegcoördinator Uit: Staatscourant 1998, nr. 195 / pag. 11 2
aankomst tenzij de landing plaatsvindt op een gecontroleerd militair luchtvaartterrein tijdens de openstellingsuren van de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst. 5. Indien de aankomst plaats vindt op een luchtvaartterrein anders dan het luchtvaartterrein van bestemming volgens het geldende vliegplan, wordt de aankomstmelding zo spoedig mogelijk na afloop van de vlucht telefonisch gedaan aan de havenmeester, de vliegcoördinator of de luchtverkeersmeldingspost bestemming. Artikel 9 Initiëren van alarmering voor vluchten naar ongecontroleerde luchtvaartterreinen 1. Voor een vlucht met als bestemming een ongecontroleerd luchtvaartterrein in Nederland, of een gecontroleerd militair luchtvaartterrein in het vluchtinformatiegebied Amsterdam waarvoor recreatief burgermedegebruik is toegestaan, is de havenmeester of de vliegcoördinator buiten de openstellingsuren van de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst van bestemming, als de vlucht bij hem bekend is, belast met het initiëren van de alarmering. 2. De havenmeester of de vliegcoördinator bestemming, vraagt, als de vlucht bij hem bekend is en de aankomstmelding van het luchtvaartuig niet is verkregen binnen dertig minuten na de verwachte tijd van aankomst volgens het ingediende vliegplan, de actuele tijd van vertrek alsmede de van belang zijnde gegevens van het geldende vliegplan telefonisch op bij de havenmeester, de vliegcoördinator of de luchtverkeersmeldingspost van vertrek. 3. Indien de aankomstmelding niet is verkregen binnen dertig minuten na de verwachte tijd van aankomst volgens het geldend vliegplan, waarschuwt de havenmeester, de vliegcoordinator of de luchtverkeersmeldingspost bestemming zo spoedig mogelijk de supervisor van MilATCC Nieuw Milligen, of voor vluchten met bestemming het luchtvaartterrein Valkenburg of het luchtvaartterrein Lelystad, de supervisor van Amsterdam ACC. De supervisor stelt zo spoedig mogelijk de havenmeester of de vliegcoördinator, vertrek van de alarmering in kennis. 4. Voor een vlucht met als bestemming een ongecontroleerd luchtvaartterrein buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam stelt de havenmeester, de vliegcoördinator of de luchtver-keersmeldingspost van vertrek, wanneer een bericht als bedoeld in het derde lid, wordt ontvangen van een luchtvaartterrein buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam, zo spoedig mogelijk de supervisor van MilATCC Nieuw Milligen van de alarmering in kennis. Voor vluchten die zijn vertrokken van het luchtvaartterrein Valkenburg of Lelystad wordt de supervisor van Amsterdam ACC in kennis gesteld. Artikel 10 Gebruik RPL 1. De artikelen 3, 4 en 5 zijn niet van toepassing op een IFR-vlucht waarvoor een RPL is ingediend. Een RPL kan worden gebruikt voor een IFR-vlucht die regelmatig wordt uitgevoerd op dezelfde dagen van opeenvolgende weken voor ten minste 10 keer, dan wel op elke dag over een periode van ten minste 10 opeenvolgende dagen. 2. Een RPL wordt slechts gebruikt voor vluchten, die vanaf het luchtvaartterrein van vertrek tot het luchtvaartterrein van bestemming worden uitgevoerd. Artikel 11 Het indienen van een RPL 1. Een RPL wordt ingediend in de vorm van een lijst die de vereiste vliegplangegevens bevat, gebruik makend van het model in bijlage C1, overeenkomstig de aanwijzigingen gegeven in bijlage C2 of in een andere overeengekomen vorm. 2. De lijst wordt ingediend bij het IFPS, welke instantie zorg draagt voor het doorgeven van de toepasselijke vliegplangegevens aan andere betrokken luchtverkeersdiensten in de desbetreffende vluchtinformatiegebieden. 3. Een RPL wordt tijdig ingediend doch uiterlijk op een zodanig tijdstip dat de geadresseerde ten minste 21 dagen voorafgaand aan de datum van de eerste vlucht van de betrokken reeks vluchten wordt bereikt. 4. De in bijlage C1 genoemde vliegplangegevens worden verstrekt. Voor zover de betrokken luchtverkeersdienst dit nodig acht, worden vliegplangegevens verstrekt inzake de berekende duur van de vlucht vanaf het opstijgen tot het passeren van de grens tussen bepaalde vluchtinformatiegebieden en de voornaamste uitwijkhaven. 5. Vliegplangegevens die niet van repeterende aard zijn worden door of namens de gezagvoerder ten tijde van het vertrek van het luchtvaartuig verzonden naar het IFPS. Artikel 12 RPL-wijziging van duurzame aard 1. RPL-wijzigingen van duurzame aard, betreffende het invoegen van nieuwe vluchten en het annuleren of wijzigen van bestaande vluchten, worden ingediend in de vorm van gewijzigde lijsten, die het IFPS ten minste twee weken voordat ze van kracht worden bereiken. 2. RPL-wijzigingslijsten worden opgesteld overeenkomstig artikel 11, eerste lid. Artikel 13 RPL-wijziging van incidentele aard 1. RPL-wijzigingen van incidentele aard met betrekking tot het type luchtvaartuig en de zogturbulentie-categorie, snelheid of kruishoogte, worden voor elke individuele vlucht zo snel mogelijk en niet later dan 60 minuten voor vertrek ingediend bij het IFPS. Slechts een wijziging van de kruishoogte kan bij het eerste radiocontact met de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst worden doorgegeven. 2. Voor een incidentele wijziging van de identificatie van het luchtvaartuig, het luchtvaartterrein van vertrek, de route of het luchtvaartterrein van bestemming, wordt het repeterend vliegplan voor die dag geannuleerd, waarna een gewoon vliegplan wordt ingediend. 3. Wanneer een vertraging wordt verwacht voor een bepaalde vlucht waarvoor een repeterend vliegplan is ingediend, die waarschijnlijk dertig minuten of meer zal bedragen ten opzichte van de in dat vliegplan opgegeven vertrektijd, wordt het IFPS hiervan onmiddellijk in kennis gesteld; bij niet nakoming hiervan kan het repeterend vliegplan voor die dag door één of meer van de betrokken luchtverkeersdiensten automatisch worden geannuleerd. 4. Zodra bekend is dat een vlucht waarvoor een repeterend vliegplan is ingediend is geannuleerd, wordt dit onmiddellijk gemeld aan het IFPS. Uit: Staatscourant 1998, nr. 195 / pag. 11 3
Slotbepalingen Artikel 14 De Regeling vliegplannen wordt ingetrokken. Artikel 15 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 16 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vliegplannen. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen A1, A2, C1 en C2, die ter inzage worden gelegd bij de Luchtverkeersbeveiligingsorganisatie, afdeling Flight Information Office (FIO), Havenmeesterweg, Schiphol-Centrum. Den Haag, 15 september 1998. De Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos. De Staatssecretaris van Defensie, H.A.L. van Hoof. Bijlage B, behorende bij artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 6, derde lid Luchtvaartterrein Ameland (EHAL) Budel (EHBD) Drachten (EHDR) Hilversum (EHHV) Hoogeveen (EHHO) Lelystad (EHLE) Midden Zeeland (EHMZ) Noordoostpolder (EHNP) Seppe (EHSE) Teuge (EHTE) Texel (EHTX) KLU Vliegbasis Eindhoven (EHEH) Gilze Rijen (EHGR) Leeuwarden (EHLW) Soesterberg (EHSB) Twenthe (EHTW) Volkel (EHVK) Woensdrecht (EHWO) Marine Vliegkamp De Kooy (EHKD) Valkenburg (EHVB) Bevoegde luchtverkeersmeldingspost luchtverkeersmeldingspost Eelde luchtverkeersmeldingspost Eelde luchtverkeersmeldingspost Eelde luchtverkeersmeldingspost MilATCC Nieuw Milligen Toelichting Algemeen Op basis van artikel 31, vierde lid, Luchtverkeersreglement (LVR) worden regels gegeven met betrekking tot de gegevens die het vliegplan moet bevatten, alsmede met betrekking tot de wijze van indienen, wijzigen en afsluiten van het vliegplan. Voorheen werden deze regels gesteld in de Regeling vliegplannen (Stcrt. 1994, 249) en de Gewijzigde Regeling vliegplannen (Stcrt. 1996, 115). Op 28 maart 1996 is het IFPS volledig in werking getreden. In onderhavige regeling wordt de voormalige Regeling vliegplannen gecombineerd met het wijzigingsbesluit. Het betreft hier een regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat èn de Minister van Defensie, gezien de onderwerpen die de regeling omvat. Inhoudelijk sluit de Regeling vliegplannen aan bij Annex 2 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Rules of the air), en ICAO-document 4444: Procedures for Air Navigation Services (Rules of the Air and Air Traffic Services). Artikelsgewijs. Artikel 1 In verband met een nieuwe indeling van volume 1 (AIP) van de luchtvaartgids, overeenkomstig de wereldwijde afspraken via de internationale burger luchtvaart organisatie (ICAO - Annex 15) per 10 oktober 1996 zijn de pagina s waarnaar in deze regeling wordt verwezen gewijzigd. De definities voor Amsterdam ACC, GENOFIC en GENOFIC AREA en MilATCC Nieuw Milligen worden overeenkomstig gebruikt in de Regeling luchtverkeersdienstverlening, waar dezelfde definities zijn opgenomen. Voor zover mogelijk is bij het definiëren van de begripsbepalingen aangesloten bij de (inter)nationale luchtvaartwetgeving. Zo is de definitie van het begrip havenmeester afgeleid uit de artikelen 134 en 135 van de Regeling Toezicht Luchtvaart en is het begrip vliegcoördinator afgeleid uit artikel 34 van de Algemene en bijzondere voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden. Artikel 2 De Ministers kunnen, krachtens artikel 31, eerste lid, onder b, LVR, voor vluchten in bepaalde gebieden een vliegplanverplichting voorschrijven, met het doel om vluchtinformatieverstrekking te vergemakkelijken. Binnen een groot deel van het vluchtinformatiegebied Amsterdam, boven de Noordzee, beneden FL 55, en de luchtruimte tot en met 3000 ft MSL boven het Nederlandse Concessie Gebied binnen de London FIR en Scottish FIR, is een gebied ingesteld waar vluchtinformatie wordt verstrekt door een gezamenlijk burger/militair vluchtinformatiecentrum, genaamd GENOFIC. Dit centrum is een onderdeel van het vluchtinformatiecentrum Uit: Staatscourant 1998, nr. 195 / pag. 11 4
Amsterdam. Het doel van deze maatregelen is de bescherming van burger- en militair luchtverkeer dat hier opereert. Artikel 3 Voor wat betreft het vliegplanformulier wordt verwezen naar de luchtvaartgids, hoofdstuk ENR 1, die in bijlage A1 is opgenomen. Voor de instructies zij tevens verwezen naar de luchtvaartgids, hoofdstuk ENR 1, die in bijlage A2 zijn opgenomen. Overigens kan een vliegplan ook per computer al dan niet elektronisch worden ingediend. Van wijzigingen in deze bladzijden in de luchtvaartgids wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. De luchtvaartgids ligt ter inzage bij de Luchtverkeersbeveiligings-organisatie, afdeling Flight Information Office (FIO), Havenmeesterweg, Schiphol- Centrum. Een vliegplan dat wordt ingediend voor een VFR-vlucht, waarvoor geen vliegplanverplichting geldt, met het doel eventuele opsporing en redding te vergemakkelijken (vergelijk artikel 31, derde lid LVR) bevat ten minste een viertal gegevens. Het tweede lid sluit aan bij de bestaande praktijk, dat telefonisch of per fax melding wordt gemaakt van de vlucht. Indien het vliegplan slechts betrekking heeft op een deel van de vlucht, kan het ook per radio worden ingediend. Dit is niet van toepassing op een vlucht of een deel van een vlucht in klasse A en B luchtruim en vluchten die voor een deel plaatsvinden in het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied Schiphol, vanwege de intensiteit en aard van het luchtverkeer. Voor dergelijke vluchten heeft een ieder, behalve een zweefvlieger die gebruik makend van thermiek klasse B luchtruim binnenvliegt, de verplichting om een vliegplan schriftelijk of per computer in te dienen. Een dergelijke zweefvlieger volstaat met een melding per radio, vóórdat dit luchtruim wordt binnengevlogen, aan de betrokken luchtverkeersdienst. Artikel 4 De gezagvoerder is verantwoordelijk voor het indienen van het vliegplan. Een vliegplan voor een GAT-IFR vlucht kan op het luchtvaartterrein van vertrek door middel van een vliegplanverzendsysteem rechtstreeks worden ingediend bij het IFPS. Indien op het luchtvaartterrein van vertrek geen vliegplanverzendsysteem beschikbaar is, wordt het vliegplan ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost, zoals genoemd in bijlage B. Een vliegplan, voor een vlucht, anders dan een GAT-IFR vlucht wordt ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost, van vertrek, of indien een dergelijke instantie niet aanwezig is de instantie genoemd in bijlage B. Artikel 31, derde lid, LVR, biedt een mogelijkheid een vliegplan in te dienen voor een VFR-vlucht waarvoor geen vliegplan vereist is, met het doel opsporing en redding te vergemakkelijken. Voorheen werden ten aanzien van het indienen van deze vliegplannen geen aparte regels gesteld. Teneinde adequaat van het geschetste systeem gebruik te kunnen maken is het noodzakelijk het vliegplan zowel bij de havendienst van vertrek als bij de havendienst bestemming in te dienen. De basis hiervoor is gelegen in artikel 31, vierde lid, onder b van het LVR. Artikel 5 In het eerste en tweede lid wordt gesteld dat elke afwijking in geschatte tijd van 30 minuten of meer aanleiding is tot wijziging van het vliegplan voor alarmering. Voorheen werd alleen melding gemaakt van total EET. Artikel 6 Voor dit artikel is de volgorde gehanteerd zoals genoemd in Annex 2, paragraaf 3.3.5. Artikel 7 Hier worden specifiek regels gegeven met betrekking tot de gegevens die het vliegplan moet bevatten en de wijze van indienen. In dit artikel wordt de mogelijkheid gecreëerd, dat op lokaal niveau de betrokken luchtverkeersleidingsdienst de regels met betrekking tot de gegevens die het vliegplan moet bevatten en de wijze van indienen van het vliegplan anders kan bepalen, in die zin, dat deze regels geen afbreuk mogen doen aan de volledigheid en tijdige verzending van vliegplangegevens ten behoeve van andere luchtverkeersdiensten. Het gaat hier om vluchten die worden uitgevoerd door bv. lokale vliegscholen en ten behoeve van bijzondere diensten, zoals ambulance-vluchten. In de praktijk blijkt op grote schaal gebruik te worden gemaakt van deze mogelijkheid. Artikel 8 Artikel 31, derde lid, LVR, biedt een mogelijkheid een vliegplan in te dienen voor een VFR-vlucht waarvoor geen vliegplan vereist is, met het doel opsporing en redding te vergemakkelijken. Ten aanzien van een aantal vluchten wordt dit geregeld in het tweede tot en met het vijfde lid van artikel 8. Het gestelde in dit artikel werd voorheen bepaald in een apart besluit: Afwijking van het vliegplanbesluit. Artikel 31, eerste lid, onder d, bepaalt dat voor iedere internationale VFRvlucht een vliegplan moet worden ingediend. Voor een rechtstreekse VFR-vlucht tussen luchtvaartterreinen gelegen op korte afstand ter weerszijden van de grens is dit omslachtig. Voor de uitvoering van ongecontroleerde vluchten, niet zijnde verkeersvluchten, tussen een aantal ongecontroleerde velden ter weerszijden van de Nederlands- Duitse grens geldt dan ook geen vliegplanverplichting. Artikel 9 Indien een vliegplan is ingediend voor een VFR-vlucht naar een ongecontroleerd luchtvaartterrein, dan wel een gecontroleerd militair luchtvaartterrein buiten openstellingsuren, en geen vliegplan vereist is, dient duidelijk te zijn welke instantie belast is met het initiëren van de alarmering. In deze spelen de havenmeester, dan wel de vliegcoördinator van bestemming een rol. Indien zij geen aankomstmelding hebben verkregen binnen dertig minuten na de verwachte tijd van aankomst volgens het ingediende vliegplan, waarschuwen zij de supervisor van het betreffende luchtverkeersleidingscentrum. De supervisor is belast met de alarmeringstaak. Artikel 10 Voor IFR-vluchten die regelmatig worden uitgevoerd, zoals lijndienstvluchten, kan een repeterend vliegplan worden ingediend. De elementen van elke vlucht moeten een zekere mate van stabiliteit vertonen. De bepalingen ten aanzien van het gebruik van repeterende vliegplannen zijn ontleend aan ICAO PANS-RAC Doc 4444. Artikel 11 Voor het indienen van repeterende vliegplannen wordt gebruik gemaakt van het ICAO Model Repetitive Flight Uit: Staatscourant 1998, nr. 195 / pag. 11 5
Plan Listing Form, en conform de instructies, die in bijlage C zijn toegevoegd. Het model, alsmede de instructies zijn ontleend aan ICAO PANS-RAC Doc 4444. De lijsten worden van tijd tot tijd vervangen, bv. voorafgaande aan de invoering van de zomer- of winterdienstregeling. In artikel 11, vijfde lid, worden met vliegplangegevens die niet van repeterende aard zijn uitwijkhaven(s) en informatie die gewoonlijk wordt ingevuld onder punt 19 van het vliegplanformulier bedoeld. Nieuw is dat deze gegevens voortaan bij het IFPS zullen worden bewaard. Het ligt voor de hand het IFPS de afgesproken plaats te laten zijn omdat door de invoering van het IFPS de wijze van indiening van het vliegplan is veranderd waardoor de gegevens van item 19 inclusief modification (CHG) van het vliegplan momenteel rechtstreeks worden verzonden naar het IFPS. De gezagvoerder is ervoor verantwoordelijk dat alle gegevens van het vliegplan ten tijde van het vertrek bij het IFPS beschikbaar zijn. Via het IFPS is op deze wijze ook het aantal personen aan boord beschikbaar. In de praktijk is een belangrijke schakel in deze keten van berichtgeving inzake vliegplaninformatie vaak de afhandelaar. Deze kan namens de gezagvoerder met betrekking tot het definitieve aantal personen aan boord reageren richting IFPS. Een luchtverkeersdienst kan deze informatie opvragen. Artikel 12 en 13 Voor wat betreft wijziging van de gegevens die deel uitmaken van een repeterend vliegplan wordt een onderscheid gemaakt tussen wijzigingen van duurzame aard en wijzigingen van incidentele aard. Wijzigingen van duurzame aard zijn aanleiding tot een wijziging van het repeterende vliegplan, wijzigingen van incidentele aard worden middels radiocontact, dan wel een gewoon vliegplan ter kennis gebracht van de betrokken luchtverkeersdiensten. De Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos. De Staatssecretaris van Defensie, H.A.L. van Hoof. Uit: Staatscourant 1998, nr. 195 / pag. 11 6