VEILIGHEIDS REGLEMENT
|
|
|
- Sonja Pieters
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 versie 8 VEILIGHEIDS REGLEMENT Algemeen: Modelvliegers vallen onder het Basis Veiligheidsreglement Modelvliegsport en de Regeling Modelvliegen van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 2 december 2005 nr. HDJZ/LUV/ Zie bijlage d.d. 1 juli Tevens gelden onderstaande artikelen. Deze hebben hebben eenzelfde strekking of zijn een aanvulling op genoemde regeling en zijn vastgesteld door het bestuur. Als een artikel zwaardere eisen stelt dan een vergelijkbaar artikel uit de Regeling Modelvliegen geldt het artikel uit het veiligheidsreglement. Een onbevoegd persoon is iedereen die niet lid is van de modelvliegclub. Leden dienen op verzoek een KNVvL lidmaatschapsbewijs te tonen. Artikel 1) Er wordt alleen gevlogen als personen, dieren en zaken niet in gevaar worden of kunnen worden gebracht. Dit houdt ondermeer in dat: Onder alle omstandigheden tijdens de gehele vlucht goed zicht is op het modelvliegtuig. Gebruik wordt gemaakt van het frequentiebord als het type zender dit vereist. Het model luchtwaardig en de goede werking van de besturingsapparatuur is gecontroleerd. Op de voorgeschreven manier van het vliegveld gebruik wordt gemaakt. Zie figuur 1. Artikel 2) Er wordt alleen gevlogen door personen die bekend zijn met het juiste gebruik van het vliegveld. Bij twijfel over een voorschrift stelt men zich eerst op de hoogte. Bij twijfel over een voorschrift wordt er niet gevlogen. Artikel 3) Iedere vlucht met een modelvliegtuig vindt plaats onder verantwoording van een persoon in het bezit van een geldig vliegbrevet uitgegeven door de KNVvL voor het betreffende type modelvliegtuig. In het geval van toezicht blijft de eigenaar van het modelvliegtuig echter verantwoordelijk voor eventuele schade als gevolg van een ongeval met het vliegtuig. Andersoortige brevetten worden eerst voorgelegd ter goedkeuring door het bestuur.
2 Artikel 4) Het vliegen vindt plaats op zodanige hoogte en afstand dat onder normale omstandigheden veilig landen mogelijk is op het vliegveld. Boven het pilotenvak, modelopstelling en parkeerplaats is vliegen verboden. Voor (elektro)zweefmodellen geldt boven deze gebieden een minimale hoogte van ca. 50 meter. Zie figuur 1. Artikel 5) Het vliegen vindt plaats op zodanige hoogte en afstand dat onder eventuele noodlandingen plaats kunnen vinden binnen het vlieggebied begrensd door de Ankerveersedijk, Rijksweg A58, Vlaamse weg en de spoorlijn tussen Goes en Vlissingen. Noodlandingen buiten dit gebied worden altijd en zo snel mogelijk door de bestuurder gemeld aan het bestuur met een verklaring van de omstandigheden. Artikel 6) Aan een parachutistenlanding wordt altijd en onder alle omstandigheden voorrang gegeven. Bij meldingen of aanwijzingen, zoals het arriveren of aanwezig zijn van een begeleidingsauto van parachutisten, wordt het modelvliegtuig onmiddellijk aan de grond gezet. Artikel 7) Deugdelijkheid en betrouwbaarheid is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. Het bestuur heeft het recht om incidenteel het toestel te keuren en een advies uit brengen aan de eigenaar. De eigenaar van het vliegtuig blijft ten alle tijden verantwoordelijk. Artikel 8) Het maximale aantal modelvliegtuigen waarmee gelijktijdig mag worden gevlogen is vastgesteld op vijf. Bestuurders staan in het betreffende pilotenvak en houden elkaar op de hoogte van bijzondere vliegbewegingen als bij voorbeeld start en landing. Het starten van motormodellen moet gebeuren binnen het zichtbereik van vliegende (elektro)zweefmodelvliegers. Starten vanuit de pits is dus verboden. Piloten staan in het vierkante gemarkeerde pilotenvak bij starten en landen. Tijdens de vlucht mogen (elektro)zweef piloten zich uit het pilotenvak begeven in de richting van het houten hek (hoog gemaaid gedeelte). Artikel 9) Het voortbestaan van de club is mede afhankelijk van het voorkomen van een botsing met een trein of de bovenleiding. Ieder risico hierop moet vermeden worden. Daarom is het verboden de spoorlijn zo dicht te naderen dat een redelijke kans op een botsing bestaat. motorisch aangedreven vliegtuigen vliegend onder de 150 meter hoogte moeten op ruime afstand blijven van de woningen (100 meter) en 150 meter van zowel spoorlijn als A58.
3 Artikel 10) Onbevoegde personen hebben geen toegang tot start- en landingsbanen, opstelling van de vliegtuigmodellen, en de pilotenvakken. Clubleden zijn verplicht bezoekers en andere aanwezigen hierop te wijzen. Artikel 11) Iedere piloot (ook gastvliegers) moeten in het bezit zijn van een WA verzekering. In deze verzekering is het modelvliegen meegenomen. De gastvliegers zijn zelf aansprakelijk voor eventuele schade. Niet KNVvL piloten mogen uitsluitend onder toezicht hun vlucht uitvoeren. Artikel 12) De piloten dienen ten allen tijde rekening te houden met overige bezoekers. Voorwaartse vliegbewegingen nooit in de richting van andere mensen. Artikel 13) Het gebruik en inzetten van club materiaal is alleen toegestaan na toestemming van het bestuur en het naleven van de geldende voorschriften en veiligheidsvoorschriften van het betreffende apparaat. Bij enig gebrek aan of onbekendheid met het apparaat dienen de activiteiten te worden gestaakt.
4 Artikel 14) Voor een goede onderlinge communicatie is het noodzakelijk dat alle actief vliegende piloten zich binnen het pilotenvak bevinden. dat is wellicht niet altijd mogelijk voor een zwever die een lijnstart wil maken. goed communiceren is hier de enige mogelijke oplossing om problemen te voorkomen. Ook kan het niet zo zijn dat na de start van een zwever de lijn dwars over het veld blijft liggen. Van te voren dient te worden afgesproken op welke manier deze lijn direct na de start wordt opgeruimd. Ook de bijzondere handelingen bij het slepen van zwevers zullen niet altijd geheel worden uitgevoerd vanuit het pilotenvak. Ook hiervoor geld goed communiceren. Artikel 15) Voor helikopter vliegers is er een apart vlak gereserveerd voor het hoveren. Het vlak is gemarkeerd met witte tegels met een H er op. Als de helivlieger andere vliegbewegingen wil gaan maken dan doet hij dat vanuit het pilotenvak. Helikopter en motorvliegen gaat niet samen. Het mag dus niet gelijktijdig plaatsvinden. De al vliegende pilo(o)t(en) moet op de hoogte worden gebracht van de nog uit te voeren vlucht. Artikel 16) Het vliegen onder invloed van alcohol en/of drugs is ten strengste verboden. Aldus vastgesteld door het bestuur op: 13 november 2015 te Vlissingen. Wilco Flipse ( voorzitter ) N W O Zweeflijn Z Start en landings richting Para s Zweeflijn Start en landings richting P H Opstelling modellen Frequentiebord Parkeren VERBODEN VLIEGGEBIED Afscheiding Sloot Vaste positie zweeflijn afhankelijk van windrichting Figuur 1 ( Vliegveld modelvliegclub )
5 Bijlage Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 2 december 2005, nr. HDJZ/LUV/ , Hoofddirectie Juridische Zaken, houdende nadere regels voor vluchten met een modelvliegtuig (Regeling modelvliegen) De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van defensie; Gelet op artikel 5.7 van de Wet luchtvaart en artikel 56 van het Luchtverkeersreglement; Besluit: Artikel 1 [Vervallen per ] Artikel 1a Deze regeling berust op artikel 5.7, derde lid, van de Wet luchtvaart en artikel 4 van het Besluit luchtverkeer Artikel 1b o 1. Lichte onbemande luchtvaartuigen en modelluchtvaartuigen verlenen voorrang aan vliegtuigen, helikopters, zweeftoestellen, vrije ballonnen en luchtschepen. o 2. In alle overige gevallen dat twee luchtvaartuigen kruisen op of omstreeks hetzelfde niveau, verleent het luchtvaartuig dat het andere aan zijn rechterzijde heeft voorrang. Artikel 2 Onverminderd paragraaf SERA.3201 van verordening (EU) nr. 923/2012 en het Besluit luchtverkeer 2014 gelden voor een vlucht met een modelluchtvaartuig de volgende regels: o a. de vlucht wordt slechts uitgevoerd onder omstandigheden en op locaties waarbij er vanaf de grond tijdens de gehele vlucht goed zicht is op het modelluchtvaartuig en het luchtruim daaromheen; o b. de bestuurder houdt tijdens de gehele vlucht goed zicht op het modelluchtvaartuig; o c. een hoogtemeter hoeft niet te worden gebruikt; o d. de vlucht wordt niet uitgevoerd buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids; o e. de vlucht wordt niet uitgevoerd boven gebieden met aaneengesloten bebouwing of kunstwerken, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenmenigten of boven spoorlijnen of voor motorrijtuigen toegankelijke verharde openbare wegen, met uitzondering van wegen in 30 km-zones binnen de bebouwde kom en wegen in 60 km-gebieden buiten de bebouwde kom; o f. voor een vlucht wordt geen vliegplan ingediend; o g. gecontroleerde vluchten zijn niet toegestaan; o h. vluchten zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water in luchtruim met klasse G, mits 1 voor vluchten binnen een afstand van 3 km van een ongecontroleerde luchthaven of een terrein dat geschikt is om tijdelijk en uitzonderlijk te worden gebruikt, waarvoor krachtens artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart ontheffing is verleend, geen bezwaar bestaat bij de exploitant van de luchthaven respectievelijk de houder van de ontheffing; 2 voor vluchten binnen een gebied waarin laag mag worden gevlogen door civiele of militaire luchtvaartuigen iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen; o i. in afwijking van onderdeel h zijn vluchten binnen het verband van een bij de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart of de Federatie Limburgse Radio Controle Vliegers aangesloten vereniging toegestaan tot een hoogte van maximaal 300 meter boven de grond of het water in luchtruim klasse G, mits wordt voldaan aan de in dat onderdeel genoemde voorwaarden; o j. vluchten zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 450 meter boven de grond of het water, mits dit gebeurt binnen een aerodrome traffic zone van een militaire luchthaven waarop modelvliegen is toegestaan en dit gebied exclusief voor modelvliegen wordt gebruikt of met de andere gebruiker(s) sluitende afspraken zijn gemaakt inzake separatie; o k. vluchten zijn toegestaan in luchtruim met klasse C, mits op schriftelijk verzoek van belanghebbende een convenant is gesloten met de organisatie die de plaatselijke luchtverkeersleiding verzorgt en de bestuurder zich houdt aan de afspraken in dat convenant; o l. de regels voor de bediening van boordapparatuur voor het beantwoorden van vragen door radargrondstations gelden niet; o m. de regels voor de navigatie- en telecommunicatie-installaties waarmee een luchtvaartuig voor het uitvoeren van een VFR-vlucht is uitgerust, gelden niet. Artikel 3 Modelluchtvaartuigen worden aangewezen als onbemande luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 5.7, derde lid, van de Wet luchtvaart. Artikel 4 [Vervallen per ] Artikel 5 [Vervallen per ] Artikel 6 [Vervallen per ] Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling modelvliegen. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Gelet op artikel 5.7 van de Wet luchtvaart en artikel 56 van het Luchtverkeersreglement;
Datum Nummer HDJZ/LUV HOOFDDIRECTIE JURIDISCHE ZAKEN Onderwerp Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, houdende nadere regels voor vluchten met een modelvliegtuig (Regeling modelvliegen)
DE MINISTER VAN DEFENSIE, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Onderwerp: Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte oefengebieden Raamsdonksveer en Leusderheide ten behoeve van de oefening Lowlands 2017-01 (tijdelijke laagvlieggebieden) DE MINISTER VAN DEFENSIE, HANDELENDE:
Artikel 4 Het is ten strengste verboden om vanuit de pits/startplaats op te stijgen. Dit mag alleen op de start/landingsbaan.
Vliegveld reglement Vliegveiligheid Vliegen als enige op het veld wordt uit veiligheidsoogpunt sterk afgeraden De vliegers dienen zich tijdens het vliegen in het verlengde van de startplaats in een groepje
DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van het Defensie Helikopter Commando (DHC) van 7 juli 2016;
Onderwerp: Instelling tijdelijke gebieden met beperkingen Deelen en Maas en Waal ten behoeve van de HWIC 2016 (weken 38 en 41), tevens ontheffing minimum vlieghoogte DE MINISTER VAN DEFENSIE, GELEZEN:
Huishoudelijk Reglement Roder Luchtvaartclub
Huishoudelijk Reglement Versie 1 23 maart 2010 1 INHOUD Hoofdstuk 1 Algemeen...3 Begripsbepaling...3 Artikel 0: Algemeen...3 Artikel 1: Verzekering/schade....3 Artikel 2: Gebruik vliegterrein....4 Artikel
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie,
Datum Concept 17 januari 2006 Bangoer rev 16-2 Nummer HDJZ/LUV/2006- HOOFDDIRECTIE JURIDISCHE ZAKEN Onderwerp Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, houdende vrijstelling van het verbod
Huishoudelijk reglement. Huishoudelijk Reglement. Roder Luchtvaartclub. Versie 3 maart 2017
Huishoudelijk Reglement Versie 3 maart 2017 1 INHOUD Hoofdstuk 1 Algemeen... 3 Begripsbepaling... 3 Artikel 0: Algemeen... 3 Artikel 1: Verzekering/schade.... 3 Artikel 2: Gebruik vliegterrein.... 4 Artikel
RPAS en Vliegvelden. Workshop 1 - Space53 November 2017
RPAS en Vliegvelden Workshop 1 - Space53 November 2017 Operationeel advies gebaseerd op kennis Pragmatische toepassing van kennis Training voor overheid en bedrijfsleven 22/11/2017 2 Achtergrond regelgeving
Egbert s samenvatting Voorschriften en reglementen
Egbert s samenvatting Voorschriften en reglementen In 2014 heeft Egbert Braaksma een samenvatting gemaakt van de belangrijkste stof voor het examenonderdeel Voorschriften en reglementen. Deze samenvatting
Huishoudelijk reglement.
1 Huishoudelijk reglement. Inhoudsopgave: 1. Algemeen 1.1 Begripsbepaling 1.2 Algemeen 1.3 Lidmaatschap. 1.4 Verzekering / schade. 2. Vliegtijden en vlieggebied. 2.1 Vliegtijden. 2.2 Vlieggebied radiografisch
Terreinreglement GMVC Versie 20150512
Artikel A Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. Modelvliegterrein: Het vliegterrein van de Goudse Modelvliegclub aan de Hoogeveenseweg te Waddinxveen. b. Vereniging: De Goudse Modelvliegclub,
SPACE 53 Workshop RPAS Luchtvaartregelgeving
SPACE 53 Workshop RPAS Luchtvaartregelgeving Inleiding Internationale structuur Nationale structuur Luchtvaartregels RPAS/Drones 24/11/2017 RPAS Airlaw 2 Internationale structuur International Civil Aviation
Informatie over regelgeving en verzekeringen. Oktober 2014. Zicht op drones
Informatie over regelgeving en verzekeringen Oktober 2014 Zicht op drones Waarom deze brochure? Het gebruik van drones neemt snel toe. Brandweer en politie zetten drones bijvoorbeeld in voor inspectie
Afdeling Modelvliegsport. TERREINREGLEMENT voor de MODELVLIEGSPORT
TERREINREGLEMENT voor de MODELVLIEGSPORT BIJLAGE 3, behorende bij het BVR INHOUD TERREINREGLEMENT... 2 ARTIKEL A - BEGRIPSBEPALINGEN... 2 ARTIKEL B - ALGEMENE EN BIJZONDERE GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN... 2 ARTIKEL
DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van het Defensie Helikopter Commando van 14 december 2012;
Onderwerp: Instelling bijzondere luchtverkeersgebieden ten behoeve van niveau 4-oefening week 5, tevens vrijstelling minimum vlieghoogte DE MINISTER VAN DEFENSIE, GELEZEN: het verzoek van het Defensie
DRONES Ontwikkelingen regelgeving in Nederland. Hanneke van Traa-Engelman Journée Schadee 13 april 2017
DRONES Ontwikkelingen regelgeving in Nederland Hanneke van Traa-Engelman Journée Schadee 13 april 2017 Door de voortschrijdende technologie blijft het aantal toepassingen waarvoor drones kunnen worden
Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51)
Wet luchtvaart Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51) Aanvrager : G.P. Wit Type ontheffing : Locatiegebonden TUG-ontheffing voor paramotorvluchten Datum ontvangst aanvraag : 16 april
A A N M E L D I NG S F O R MU L I E R
A A N M E L D I NG S F O R MU L I E R Hier s.v.p. 1 x Pasfoto (met naam op achterzijde) Ondergetekende meldt zich aan als aspirant lid van de Hoofddorpse Luchtvaart Club en verklaart de verschuldigde contributie
Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende aanwijzing van een bijzonder luchtverkeersgebied TT Assen
Nummer -2014/33988 Betreft Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende aanwijzing van een bijzonder luchtverkeersgebied TT Assen DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN
Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende aanwijzing van een bijzonder luchtverkeersgebied TT Assen
Nummer -2013/18312 Betreft Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende aanwijzing van een bijzonder luchtverkeersgebied TT Assen Luchtvaart Saturnusstraat 50 Hoofddorp Postbus
Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende aanwijzing van een tijdelijk gebied met beperkingen TT-Assen
Nummer -2015/43669 Betreft Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende aanwijzing van een tijdelijk gebied met beperkingen TT-Assen DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR
In dit deel van de regeling worden de bijzondere bevoegdverklaringen geregeld. Het gaat hierbij om de volgende drie verklaringen:
Toelichting op voorgenomen Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen Algemeen De voorgenomen regeling is in de eerste plaats uitvoering van de Wet luchtvaart en de voor consultatie voorliggende wijzigingen
Lichte onbemande luchtvaartuigen
Lichte onbemande luchtvaartuigen Vergunningen, ontheffingen, regels en toezicht Gert Kruiswijk 25 maart 2015 Inleiding Definities Recreatief gebruik Beroepsmatig gebruik Toezicht Vragen DGB (IenM) Maakt
BASIS VEILIGHEIDSREGLEMENT MODELVLIEGSPORT (BVM) Versie 2.0 december 2012
BASIS VEILIGHEIDSREGLEMENT MODELVLIEGSPORT (BVM) Versie 2.0 december 2012 Basis Veiligheidsreglement Modelvliegsport versie 2.0 december 2012 Pagina 1 van 7 Inhoud: INLEIDING BASIS VEILIGHEIDSREGLEMENT
DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 18 oktober 2012;
Onderwerp: Instelling bijzondere luchtverkeersgebieden ten behoeve van oefening Base Ex (week 48) DE MINISTER VAN DEFENSIE, GELEZEN: het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 18 oktober
VELDREGLEMENT LUCHTVAARTCLUB EMMELOORD
VELDREGLEMENT LUCHTVAARTCLUB EMMELOORD Verlengde Revisieweg 4-23 november 2016 Algemeen 1. Het modelvliegterrein van is gelegen aan de Verlengde Revisieweg 4 op de kavel naast het Concern voor Werk. Het
DE MINISTER VAN DEFENSIE, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Onderwerp: Instelling tijdelijke gebieden met beperkingen ten behoeve van de oefening FWIT 2017 DE MINISTER VAN DEFENSIE, HANDELENDE: in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Gelet op artikel 5.10, eerste lid, van de Wet luchtvaart en artikel 1a, derde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 22 april 2013, nr., houdende tijdelijke sluiting van een deel van het luchtruim boven Amsterdam (Regeling sluiting luchtruim Amsterdam
Ontheffing in het kader van de Wet luchtvaart van Gedeputeerde Staten van Noord Brabant
*OMWB535478* Ontheffing in het kader van de Wet luchtvaart van Gedeputeerde Staten van Noord Brabant Besluit op de op 21 augustus 2017 bij ons ingekomen aanvraag om een specifieke ontheffing ingevolge
Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 22 september 2014 tot vaststelling van de Verordening luchthavenbesluit Hilversum
Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 22 september 2014 tot vaststelling van de Verordening luchthavenbesluit Hilversum Provinciale Staten van Noord-Holland gelezen de voordracht van Gedeputeerde
3. Eisen aan de gebruikers (vliegers).
LUCHTVAARTCLUB LENTICULARIS Februari 2010 RegeIs voor het gebruik van het modelvliegveld 1. Gebruikers: 1.1 Leden van Lenticularis 1.2 Gasten van Lenticularis. (zie toelichting A) 2. Publiek: 2.1 Het publiek
HAVENGELDREGELING STICHTING VLIEGVELD DRACHTEN 2017
HAVENGELDREGELING STICHTING VLIEGVELD DRACHTEN 2017 De Stichting Vliegveld Drachten, exploitant van het aangewezen luchtvaart Drachten; Overwegende, dat bij KB d.d. 6 april 1993, nummer 93.003101, van
DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 12 januari 2013;
Onderwerp: Instelling bijzondere luchtverkeersgebieden ten behoeve van de oefening Frisian Flag 2014 DE MINISTER VAN DEFENSIE, GELEZEN: het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 12
Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51)
Wet luchtvaart Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51) Aanvrager : Lukkien BV Type ontheffing : Generieke ontheffing voor vluchten met een onbemand luchtvaartuig Datum ontvangst aanvraag
Besluit van 18 december 1992, houdende regelen ter bevordering van de veiligheid en de regelmaat van het luchtverkeer
Staatsblad 18-12-1992, 697. Besluit van 18 december 1992, houdende regelen ter bevordering van de veiligheid en de regelmaat van het luchtverkeer (Luchtverkeersreglement [Versie geldig vanaf: 11-02-2000])
Gezien het verzoek van de gemeente Utrecht en de beslissing op bezwaar van de reclamesleepvliegbranche;
Luchtvaart Postbus 575 2130 AN Hoofddorp Contactpersoon Nummer -2015/43754 Betreft Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende het instellen van tijdelijke gebieden met beperkingen
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 654 Besluit van 29 november 2006, houdende wijziging van het Luchtverkeersreglement in verband met diverse technische aanpassingen Wij Beatrix,
Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51)
Wet luchtvaart Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51) Aanvrager : Bolk Transport BV Type ontheffing : Locatiegebonden TUG-ontheffing voor 1 helikoptervlucht Datum ontvangst aanvraag
Ontheffing in het kader van de Wet luchtvaart van Gedeputeerde Staten van Noord Brabant
*OMWB532578* Ontheffing in het kader van de Wet luchtvaart van Gedeputeerde Staten van Noord Brabant Besluit op de op 16 augustus 2017 bij ons ingekomen aanvraag om een specifieke ontheffing ingevolge
ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN EINDHOVEN AIRPORT
ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN EINDHOVEN AIRPORT Artikel 1 Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen van de Exploitant en op
VLIEGREGLEMENT. 1 Administratief. 2 Voorschriften modelbouwvliegtuigen. 3 Vliegreglement
VLIEGREGLEMENT 1 Administratief Het lidgeld wordt bepaald door het bestuur en jaarlijks op de algemene vergadering meegedeeld. Ieder lid zal bij zijn/haar familiale verzekering een attest vragen ter bewijs
Drones in Natuuronderzoek
Drones in Natuuronderzoek Rob van de Haterd 13 maart 2014 Onbemande luchtvaartuigen (UAS) De term drone wordt vooral militair gebruikt Officiële term is onbemande luchtvaartuigen, oftewel Unmanned Aircraft
Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51)
Wet luchtvaart Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51) Aanvrager : Vechtdal Paragliding Type ontheffing : Locatiegebonden TUG-ontheffing voor paramotorvluchten Datum ontvangst aanvraag
HUISHOUDELIJK REGLEMENT van AEROCLUB BLADEL
HUISHOUDELIJK REGLEMENT van AEROCLUB BLADEL Huishoudelijk Reglement van de "Aëroclub Bladel", zoals vastgesteld door de algemene ledenvergadering van 24 februari 1983 en laatstelijk gewijzigd in de algemene
DE MINISTER VAN DEFENSIE, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Onderwerp: Vergunning luchtvaartvertoning (100 jaar MLD en Heldairshow 2017) DE MINISTER VAN DEFENSIE, HANDELENDE: in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu; GELEZEN: het
