Berichtspecificatie - WMO307 (Wmo- BeeindigingMutatieOndersteuning) Bericht voor beëindiging en mutatiegegevens Wmo-ondersteuning. # Record 01 VOORLOOPRECORD 02 CLIENTRECORD 06 MUTATIE PRODUCTRECORD 29 MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD 30 AANVRAAG PRODUCTRECORD 31 AANVRAAG ZORGZWAARTEPAKKETRECORD 99 SLUITRECORD OP 33 OP 33 2 OP 39 OP 47 OP 152 OP 155 Voor het doorgeven van wijzigingen en correcties op een eerder verzonden bericht, moet gebruik gemaakt worden van de systematiek van status aanlevering. Het gebruik van status aanlevering met een waarde 2 (een record is gewijzigd) is niet toegestaan. In het berichtenverkeer mogen ketenpartijen cliëntgegevens doorgeven zoals deze in de administratie van de betreffende ketenpartij voorkomen, mits deze gegevens geen onderdeel zijn van een logische sleutel. Als een bericht niet aan de geldende standaard voldoet, mag het bericht afgekeurd worden. Een aanvraag aangepaste toewijzing moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren ondersteuningseenheden vanaf de (kleinste) gewenste startdatum van de aangevraagde ondersteuningseenheden. Een (tijdelijke) beëindiging van levering, bevat een verwijzing naar de laatste melding met aanvang van de levering. 1 / 43
OP 179 OP 192 OP 255 De grootte van verzonden bestanden mag niet meer zijn dan 5 Mb. Het standaard uitwisselingsformaat voor berichten is het EI-formaat. Productcodelijsten worden per gemeente vastgelegd en door Zorginstituut Nederland beschikbaar gesteld. WMO307 - Records 01 - VOORLOOPRECORD Het voorlooprecord opent het bestand en bevat algemene identificerende gegevens van het bericht. 0101 KENMERK RECORD ja M N 2 0102 BERICHT M N 3 COD002 0103 VERSIE M N 2 0104 SUBVERSIE O N 2 0105 GEMEENTECODE M N 4 0106 WMO AANBIEDER M N 8 0107 IDENTIFICATIE M AN 12 HEENBERICHT 0108 DAGTEKENING M N 8 HEENBERICHT 0109 TEKENSET M N 1 COD260 HEENBERICHT 0110 RESERVE S AN 98 02 - CLIENTRECORD Het cliëntrecord bevat persoonsgegevens van de cliënt. 0201 KENMERK RECORD M N 2 0202 IDENTIFICATIE ja M N 12 DETAILRECORD 0203 BSN M N 9 0204 INDICATIEORGAAN id O N 4 0205 CLIENTNUMMER id M AN 20 0206 GEBOORTEDATUM M N 8 0207 DATUMGEBRUIK O N 1 COD170 0208 GESLACHT M N 1 COD046 0209 NAAM (01) M AN 25 0210 VOORVOEGSEL (01) O AN 10 2 / 43
0211 NAAMCODE (01) M N 1 COD700 0212 VOORLETTERS O AN 6 0213 STATUS M N 1 COD467 AANLEVERING RECORD 0214 RESERVE S AN 40 s ID Technisch TR 40 Bij een CLIENTRECORD in een WMO307 komt in ieder geval één mutatierecord (MUTATIE PRODUCTRECORD of MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD) voor. TR 74 Indien STATUS AANLEVERING de waarde '3' kan bevatten maar de waarde '1' bevat, dan moet de logische sleutel van het record niet alleen uniek zijn binnen het bericht zelf maar ook in combinatie met alle reeds ontvangen berichten. OP 33 Voor het doorgeven van wijzigingen en correcties op een eerder verzonden bericht, moet gebruik gemaakt worden van de systematiek van status aanlevering. OP 66 Indien er wijzigingen in de levering plaats vinden kan de aanbieder dit melden met een bericht. 06 - MUTATIE PRODUCTRECORD Het mutatierecord bevat gegevens over de levering van ondersteuning. 0601 KENMERK RECORD M N 2 0602 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 0603 INDICATIEORGAAN ja O N 4 0604 CLIENTNUMMER ja M AN 20 0605 AANVRAAGNUMMER id O N 9 BESCHIKKING 0606 BESCHIKKINGNUMMER id M N 9 0607 PRODUCTCATEGORIE id M N 2 WMO020 0608 PRODUCTCODE id M AN 5 0609 INGANGSDATUM id M N 8 0610 BEGINDATUM O N 8 0611 WMO AANBIEDER id M N 8 0612 MUTATIECODE M N 2 COD588 0613 MUTATIEDATUM id M N 8 0614 LEVERINGSSTATUS M N 1 COD167 0615 WMO AANBIEDER BESTEMMING C N 8 3 / 43
0616 STATUS AANLEVERING M N 1 COD467 RECORD 0617 RESERVE S AN 33 s ID Technisch TR 19 De melding aanvang ondersteuning of de mutatie moet gerelateerd zijn aan een toewijzing (op basis van de sleutelvelden). TR 74 Indien STATUS AANLEVERING de waarde '3' kan bevatten maar de waarde '1' bevat, dan moet de logische sleutel van het record niet alleen uniek zijn binnen het bericht zelf maar ook in combinatie met alle reeds ontvangen berichten. OP 32 Alleen de aanbieder die in de toewijzing vermeld is mag de binnen de grenzen van de toewijzing passende aangevangen ondersteuning melden. OP 33 Voor het doorgeven van wijzigingen en correcties op een eerder verzonden bericht, moet gebruik gemaakt worden van de systematiek van status aanlevering. OP 66 Indien er wijzigingen in de levering plaats vinden kan de aanbieder dit melden met een bericht. OP 72 Pas na een melding aanvang ondersteuning mag een aanbieder melden dat de levering beëindigd is. 29 - MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD Het mutatierecord bevat gegevens over de levering van ondersteuning. 2901 KENMERK RECORD M N 2 2902 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 2903 INDICATIEORGAAN ja O N 4 2904 CLIENTNUMMER ja M AN 20 2905 AANVRAAGNUMMER id O N 9 BESCHIKKING 2906 BESCHIKKINGNUMMER id M N 9 2907 ZZPCODE id M N 3 COD163 2908 INGANGSDATUM id M N 8 2909 BEGINDATUM O N 8 2910 WMO AANBIEDER id M N 8 2911 MUTATIECODE M N 2 COD588 2912 MUTATIEDATUM id M N 8 2913 LEVERINGSSTATUS M N 1 COD167 2914 WMO AANBIEDER BESTEMMING C N 8 4 / 43
2915 STATUS AANLEVERING M N 1 COD467 RECORD 2916 RESERVE S AN 37 s ID Technisch TR 19 De melding aanvang ondersteuning of de mutatie moet gerelateerd zijn aan een toewijzing (op basis van de sleutelvelden). TR 74 Indien STATUS AANLEVERING de waarde '3' kan bevatten maar de waarde '1' bevat, dan moet de logische sleutel van het record niet alleen uniek zijn binnen het bericht zelf maar ook in combinatie met alle reeds ontvangen berichten. OP 32 Alleen de aanbieder die in de toewijzing vermeld is mag de binnen de grenzen van de toewijzing passende aangevangen ondersteuning melden. OP 33 Voor het doorgeven van wijzigingen en correcties op een eerder verzonden bericht, moet gebruik gemaakt worden van de systematiek van status aanlevering. OP 66 Indien er wijzigingen in de levering plaats vinden kan de aanbieder dit melden met een bericht. OP 72 Pas na een melding aanvang ondersteuning mag een aanbieder melden dat de levering beëindigd is. 30 - AANVRAAG PRODUCTRECORD Het aanvraagrecord bevat een voorstel voor een toewijzing als alternatief voor de toewijzing waar het record op van toepassing is. 3001 KENMERK RECORD M N 2 3002 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 3003 PRODUCTCATEGORIE ja M N 2 WMO020 3004 PRODUCTCODE ja O AN 5 3005 WMO AANBIEDER M N 8 3006 SOORT M N 1 COD165 3007 INGANGSDATUM ja M N 8 3008 EINDDATUM O N 8 3009 VOLUME M N 8 3010 EENHEID M N 2 WMO756 3011 VERVOER O N 1 COD741 3012 RESERVE S AN 83 s ID Technisch TR 41 Een aanvraagrecord mag alleen voorkomen bij een MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD voor een reguliere toewijzing 5 / 43
s ID TR 74 met MUTATIECODE 12 (Cliënt wil nu de zorg en/of ondersteuning (nog) niet), 18 (Aanbieder kan nu de zorg en/of ondersteuning nog niet leveren) of 19 (Levering zorg en/of ondersteuning is beëindigd - toewijzing sluiten). Indien STATUS AANLEVERING de waarde '3' kan bevatten maar de waarde '1' bevat, dan moet de logische sleutel van het record niet alleen uniek zijn binnen het bericht zelf maar ook in combinatie met alle reeds ontvangen berichten. OP 33 Voor het doorgeven van wijzigingen en correcties op een eerder verzonden bericht, moet gebruik gemaakt worden van de systematiek van status aanlevering. OP 55 Indien een aanbieder de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan leveren of de cliënt de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan of wil ontvangen, kan de aanbieder (in overleg met een andere aanbieder) een aangepaste toewijzing aanvragen. 31 - AANVRAAG ZORGZWAARTEPAKKETRECORD Het aanvraagrecord bevat een voorstel voor een toewijzing als alternatief voor de toewijzing waar het record op van toepassing is. 3101 KENMERK RECORD M N 2 3102 IDENTIFICATIE ja M N 12 DETAILRECORD 3103 ZZPCODE ja M N 3 COD163 3104 WMO AANBIEDER M N 8 3105 SOORT M N 1 COD165 3106 INGANGSDATUM ja M N 8 3107 EINDDATUM O N 8 3108 KLASSE M AN 4 COD756 3109 LEVERINGSVORM M N 1 COD578 3110 RESERVE S AN 93 s ID Technisch TR 41 Een aanvraagrecord mag alleen voorkomen bij een MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD voor een reguliere toewijzing met MUTATIECODE 12 (Cliënt wil nu de zorg en/of ondersteuning (nog) niet), 18 (Aanbieder kan nu de zorg en/of ondersteuning nog niet leveren) of 19 (Levering zorg en/of ondersteuning is beëindigd - toewijzing sluiten). TR 74 Indien STATUS AANLEVERING de waarde '3' kan bevatten maar de waarde '1' bevat, dan moet de logische sleutel van het record niet alleen uniek zijn binnen het bericht zelf maar ook in combinatie met alle reeds ontvangen berichten. 6 / 43
OP 33 Voor het doorgeven van wijzigingen en correcties op een eerder verzonden bericht, moet gebruik gemaakt worden van de systematiek van status aanlevering. OP 55 Indien een aanbieder de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan leveren of de cliënt de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan of wil ontvangen, kan de aanbieder (in overleg met een andere aanbieder) een aangepaste toewijzing aanvragen. 99 - SLUITRECORD Het sluitrecord vormt de afsluiting van een bestand. Het dient uitsluitend ter controle van de technische consistentie van het aangeleverde bestand. 9901 KENMERK RECORD ja M N 2 9902 AANTAL CLIENTRECORDS M N 6 9903 AANTAL MUTATIE C N 6 PRODUCTRECORDS 9904 AANTAL MUTATIE C N 6 ZORGZWAARTEPAKKETRECORDS 9905 AANTAL PRODUCTRECORDS C N 6 (AANGEVRAAGD) 9906 AANTAL ZORGZWAARTEPAKKETRECORDS (AANGEVRAAGD) C N 6 9907 TOTAAL AANTAL DETAILRECORDS M N 7 9908 RESERVE S AN 101 WMO307 - Rubrieken 0101 - KENMERK RECORD Identificatie van het soort record in een externe-integratiebericht. 0101 KENMERK RECORD ja M N 2 Constraint CS 27 Vullen met het recordnummer uit de specificaties. 7 / 43
In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 0102 - BERICHT Code ter identificatie van een soort bericht. 0102 BERICHT M N 3 COD002 Constraint CS 307 420 (Wmo-BeeindigingMutatieOndersteuning) vullen. 0103 - VERSIE Volgnummer van de formele uitgifte van een versie van een (externeintegratie)berichtstandaard. 0103 VERSIE M N 2 ID Constraint CS 25 01 vullen. 0104 - SUBVERSIE Volgnummer binnen het versienummer van een (externe-integratie) berichtstandaard. Volgnummer van de formele uitgifte van een subversie van een (Externe Integratie) berichtstandaard. 0104 SUBVERSIE O N 2 8 / 43
ID Constraint CS 15 00 vullen. 0105 - GEMEENTECODE Identificatie van een gemeente die betrokken is bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 0105 GEMEENTECODE M N 4 Constraint CS 300 vullen met een bestaande gemeentecode uit het overzicht van CBS. 0106 - WMO AANBIEDER Identificerende code van een Wmo aanbieder. 0106 WMO AANBIEDER M N 8 OP 254 In de Wmo berichten worden Wmo-specifieke AGB-codes gebruikt voor routering van de berichten en voor identificatie van de Wmo aanbieder. 0107 - IDENTIFICATIE HEENBERICHT Naam of nummer, die ter identificatie aan een totale aanlevering kan worden meegegeven. 0107 IDENTIFICATIE HEENBERICHT M AN 12 Technisch TR 56 IDENTIFICATIE HEENBERICHT moet per berichtsoort uniek zijn voor de verzendende partij. 9 / 43
OP 47 Als een bericht niet aan de geldende standaard voldoet, mag het bericht afgekeurd worden. 0108 - DAGTEKENING HEENBERICHT De datum van verzending van het bericht. 0108 DAGTEKENING HEENBERICHT M N 8 Constraint CS 64 Vullen met een bestaande datum die niet in de toekomst ligt. 0109 - TEKENSET HEENBERICHT Indicatie of de door de afzender gebruikte tekenset UTF-8 is. 0109 TEKENSET HEENBERICHT M N 1 COD260 0110 - RESERVE Loze posities in een bericht ten behoeve van het op gelijke lengte brengen van records dan wel ruimte gereserveerd voor toekomstig gebruik. 0110 RESERVE S AN 98 0201 - KENMERK RECORD Identificatie van het soort record in een externe-integratiebericht. 10 / 43
0201 KENMERK RECORD M N 2 Constraint CS 27 Vullen met het recordnummer uit de specificaties. In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 0202 - IDENTIFICATIE DETAILRECORD Unieke codering van een detailrecord. 0202 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 0203 - BSN Een door de overheid toegekend identificerend nummer in het kader van het vereenvoudigen van het contact tussen overheid en burgers en het verminderen van de administratieve lasten. 0203 BSN M N 9 11 / 43
Constraint CS 2 De waarde moet voldoen aan de 11-proef. OP 79 Het is verplicht om gebruik te maken van het BSN van de cliënt in de onderlinge uitwisseling van gegevens. 0204 - INDICATIEORGAAN Identificatie van het indicatieorgaan dat de indicatiestelling heeft verricht. 0204 INDICATIEORGAAN ja O N 4 0205 - CLIENTNUMMER Identificerend nummer van een cliënt bij een de gemeente of indicatieorgaan. 0205 CLIENTNUMMER ja M AN 20 Constraint CS 225 CLIENTNUMMER met Burgerservicenummer vullen. Waarde dient gelijk te zijn aan BSN in cliëntrecord, aangevuld met spaties. 0206 - GEBOORTEDATUM Datum waarop een persoon geboren is. 0206 GEBOORTEDATUM M N 8 Constraint CS 23 Vullen met een bestaande datum die niet groter is dan de DAGTEKENING HEENBERICHT van het bestand. 12 / 43
Technisch TR 2 GEBOORTEDATUM mag niet meer dan 120 jaar voor de DAGTEKENING HEENBERICHT liggen. Hoe moet worden omgegaan met een geboortedatum? Wanneer de GEBOORTEDATUM niet volledig of onbekend is, dan wordt het deel dat wel bekend is gebruikt en wordt voor de overige delen de waarde 01 (dag en maand) of 1900 (jaar) gebruikt. In de rubriek DATUMGEBRUIK wordt aangegeven welk deel van de datum bekend is en dus te gebruiken. Voorbeelden: - Een volledig onbekende geboortedatum wordt 01-01-1900; - Is alleen bekend dat de geboorte in 1953 was, dan wordt de geboortedatum 01-01- 1953; - Is alleen bekend dat de geboorte in september 1949 was, dan wordt de geboortedatum 01-09-1949 OP 47 Als een bericht niet aan de geldende standaard voldoet, mag het bericht afgekeurd worden. 0207 - DATUMGEBRUIK Indicator die aangeeft welk deel van de voorafgaande datum gebruikt mag worden. 0207 DATUMGEBRUIK O N 1 COD170 Technisch TR 97 DATUMGEBRUIK en GEBOORTEDATUM moeten met elkaar in overeenstemming zijn. Hoe moet worden omgegaan met een geboortedatum? Wanneer de GEBOORTEDATUM niet volledig of onbekend is, dan wordt het deel dat wel bekend is gebruikt en wordt voor de overige delen de waarde 01 (dag en maand) of 1900 (jaar) gebruikt. In de rubriek DATUMGEBRUIK wordt aangegeven welk deel van de datum bekend is en dus te gebruiken. Voorbeelden: - Een volledig onbekende geboortedatum wordt 01-01-1900; - Is alleen bekend dat de geboorte in 1953 was, dan wordt de geboortedatum 01-01- 1953; 13 / 43
- Is alleen bekend dat de geboorte in september 1949 was, dan wordt de geboortedatum 01-09-1949 OP 252 Bij een (deels) onbekende geboortedatum moet aangegeven worden welk deel van de geboortedatum betrouwbaar is. 0208 - GESLACHT De sekse van een persoon, zoals bij geboorte formeel vastgesteld of nadien formeel gewijzigd. 0208 GESLACHT M N 1 COD046 Constraint CS 16 1 (MANNELIJK) of 2 (VROUWELIJK) vullen. 0209 - NAAM (01) De achternaam van een persoon, indien nodig verkort weergegeven. 0209 NAAM (01) M AN 25 Hoe wordt de naam van een cliënt of relatie vastgelegd?` Van een cliënt of relatie worden de achternaam, voorvoegsel en voorletters gescheiden vastgelegd. Daarbij wordt in de aanduiding NAAMCODE (01 en 02) de toepassing van de achternaam (bijvoorbeeld geboortenaam of naam van echtgenoot) vastgelegd. Aan de hand van de aanduiding NAAMCODE (03) wordt de gewenste tenaamstelling aangegeven. Hiermee wordt de volgorde bepaald in het gebruik van de geboortenaam en eventuele naam van de echtgenoot bij correspondentie. Het vullen van de NAAMCODE (03) van de cliënt hangt dus af van hoe de cliënt of relatie zijn/haar naam hanteert. 0210 - VOORVOEGSEL (01) 14 / 43
Verzameling van een of meer voorzetsels/lidwoorden, die aan het significante deel van de achternaam van een persoon vooraf gaat en daar een onderdeel van is. 0210 VOORVOEGSEL (01) O AN 10 Hoe wordt de naam van een cliënt of relatie vastgelegd?` Van een cliënt of relatie worden de achternaam, voorvoegsel en voorletters gescheiden vastgelegd. Daarbij wordt in de aanduiding NAAMCODE (01 en 02) de toepassing van de achternaam (bijvoorbeeld geboortenaam of naam van echtgenoot) vastgelegd. Aan de hand van de aanduiding NAAMCODE (03) wordt de gewenste tenaamstelling aangegeven. Hiermee wordt de volgorde bepaald in het gebruik van de geboortenaam en eventuele naam van de echtgenoot bij correspondentie. Het vullen van de NAAMCODE (03) van de cliënt hangt dus af van hoe de cliënt of relatie zijn/haar naam hanteert. 0211 - NAAMCODE (01) Aanduiding naamgebruik (gecodeerd). 0211 NAAMCODE (01) M N 1 COD700 ID Constraint CS 9 1 (eigen naam) vullen. Hoe wordt de naam van een cliënt of relatie vastgelegd?` Van een cliënt of relatie worden de achternaam, voorvoegsel en voorletters gescheiden vastgelegd. Daarbij wordt in de aanduiding NAAMCODE (01 en 02) de toepassing van de achternaam (bijvoorbeeld geboortenaam of naam van echtgenoot) vastgelegd. Aan de hand van de aanduiding NAAMCODE (03) wordt de gewenste tenaamstelling aangegeven. Hiermee wordt de volgorde bepaald in het gebruik van de geboortenaam en eventuele naam van de echtgenoot bij correspondentie. Het vullen van de NAAMCODE (03) van de cliënt hangt dus af van hoe de cliënt of relatie zijn/haar naam hanteert. 0212 - VOORLETTERS 15 / 43
De verzameling van letters die wordt gevormd door de eerste letter van alle in volgorde voorkomende voornamen van een persoon. 0212 VOORLETTERS O AN 6 Constraint CS 4 Aaneengesloten vullen (zonder punten of spaties). Hoe wordt de naam van een cliënt of relatie vastgelegd?` Van een cliënt of relatie worden de achternaam, voorvoegsel en voorletters gescheiden vastgelegd. Daarbij wordt in de aanduiding NAAMCODE (01 en 02) de toepassing van de achternaam (bijvoorbeeld geboortenaam of naam van echtgenoot) vastgelegd. Aan de hand van de aanduiding NAAMCODE (03) wordt de gewenste tenaamstelling aangegeven. Hiermee wordt de volgorde bepaald in het gebruik van de geboortenaam en eventuele naam van de echtgenoot bij correspondentie. Het vullen van de NAAMCODE (03) van de cliënt hangt dus af van hoe de cliënt of relatie zijn/haar naam hanteert. 0213 - STATUS AANLEVERING RECORD Indicatie over de status van de informatie in het record. 0213 STATUS AANLEVERING RECORD M N 1 COD467 Constraint CS 57 Als STATUS AANLEVERING RECORD in alle onderliggende records de waarde 3 (verwijderen aanlevering) heeft, dan 9 (niet van toepassing (ongewijzigd)) vullen, anders 1 (eerste aanlevering) vullen. Technisch TR 63 Indien STATUS AANLEVERING de waarde 3 (aanlevering verwijderen) bevat, dan moet eerder een record met dezelfde logische sleutel verstuurd zijn. Hoe moet worden omgegaan met correcties? In het berichtenverkeer bestaat de mogelijkheid om eerder verstuurde records te corrigeren. Hiervoor wordt eerst het betreffende record verwijderd en wordt vervolgens (eventueel) een nieuw record verstuurd. 16 / 43
Om aan te geven dat een record dient te worden verwijderd wordt STATUS AANLEVERING van het betreffende record gevuld met de waarde 3 (verwijderen). Indien het te verwijderen record in het bericht een parent-record heeft dat ongewijzigd blijft, dan wordt in dit record STATUS AANLEVERING gevuld met de waarde 9 (ongewijzigd). Het te verwijderen record wordt geïdentificeerd door de logische sleutel van het record. Eventueel kan in hetzelfde bericht ook het vervangende record worden aangeleverd; in dit record wordt STATUS AANLEVERING gevuld met de waarde 1 (eerste aanlevering). Uiteraard moet worden voorkomen dat een nieuwe aanlevering eerder wordt verwerkt dan de correctie (verwijdering). Het is daarom te adviseren om in voorkomende gevallen de correctie (verwijdering) en nieuwe aanlevering in hetzelfde bericht op te nemen. OP 47 Als een bericht niet aan de geldende standaard voldoet, mag het bericht afgekeurd worden. 0214 - RESERVE Loze posities in een bericht ten behoeve van het op gelijke lengte brengen van records dan wel ruimte gereserveerd voor toekomstig gebruik. 0214 RESERVE S AN 40 0601 - KENMERK RECORD Identificatie van het soort record in een externe-integratiebericht. 0601 KENMERK RECORD M N 2 Constraint CS 27 Vullen met het recordnummer uit de specificaties. In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? 17 / 43
De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 0602 - IDENTIFICATIE DETAILRECORD Unieke codering van een detailrecord. 0602 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 0603 - INDICATIEORGAAN Identificatie van het indicatieorgaan dat de indicatiestelling heeft verricht. 0603 INDICATIEORGAAN ja O N 4 Constraint CS 68 sleutelrubriek waarde overnemen uit het bovenliggende record 0604 - CLIENTNUMMER Identificerend nummer van een cliënt bij een de gemeente of indicatieorgaan. 0604 CLIENTNUMMER ja M AN 20 18 / 43
Constraint CS 68 sleutelrubriek waarde overnemen uit het bovenliggende record 0605 - AANVRAAGNUMMER BESCHIKKING Identificerend nummer van een beschikkings-aanvraag van een cliënt bij een de gemeente of indicatieorgaan. 0605 AANVRAAGNUMMER BESCHIKKING ja O N 9 0606 - BESCHIKKINGNUMMER Identificerend nummer van een beschikking zoals vastgesteld door de gemeente. 0606 BESCHIKKINGNUMMER ja M N 9 0607 - PRODUCTCATEGORIE Gecodeerde aanduiding van hoofdcategorieën van producten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 0607 PRODUCTCATEGORIE ja M N 2 WMO020 0608 - PRODUCTCODE Gecodeerde aanduiding van producten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 0608 PRODUCTCODE ja M AN 5 19 / 43
0609 - INGANGSDATUM De datum waarop de toegewezen product voor de eerste keer geleverd dient te worden. 0609 INGANGSDATUM ja M N 8 0610 - BEGINDATUM Datum vanaf wanneer een ondersteuningseenheid wordt geleverd. 0610 BEGINDATUM O N 8 Technisch TR 66 Het vullen van de BEGINDATUM is afhankelijk van de MUTATIECODE. TR 69 Indien de BEGINDATUM is gevuld, dan moet deze datum overeenkomen met de BEGINDATUM uit de actuele melding aanvang ondersteuning die op of voor de MUTATIEDATUM ligt. Welke BEGINDATUM levering moet worden gevuld in het wachtlijstbericht? In het wachtlijstrecord moet als BEGINDATUM de begindatum uit een melding aanvang ondersteuning worden overgenomen die het dichtst bij de INGANGSDATUM van de betreffende ondersteuningseenheid ligt. Voor toewijzingen die na het beëindigen van de ondersteuning worden aangehouden en waar later opnieuw ondersteuning op wordt geleverd, geldt dat alleen van de eerste keer dat geleverd is de BEGINDATUM wordt opgenomen. OP 72 Pas na een melding aanvang ondersteuning mag een aanbieder melden dat de levering beëindigd is. OP 155 Een (tijdelijke) beëindiging van levering, bevat een verwijzing naar de laatste melding met aanvang van de levering. 0611 - WMO AANBIEDER 20 / 43
Identificerende code van een Wmo aanbieder. 0611 WMO AANBIEDER ja M N 8 Technisch TR 64 De WMO AANBIEDER moet overeenkomen met de WMO AANBIEDER in het VOORLOOPRECORD. TR 42 De gebruikte AGB-code moet geldig zijn. OP 32 Alleen de aanbieder die in de toewijzing vermeld is mag de binnen de grenzen van de toewijzing passende aangevangen ondersteuning melden. OP 254 In de Wmo berichten worden Wmo-specifieke AGB-codes gebruikt voor routering van de berichten en voor identificatie van de Wmo aanbieder. 0612 - MUTATIECODE De reden van een mutatie/beëindiging van de Wmo-ondersteuning bij cliënt. 0612 MUTATIECODE M N 2 COD588 Technisch TR 73 De MUTATIECODE moet toegestaan zijn bij de SOORT uit de toegewezen ondersteuningseenheid. TR 78 Een mutatie (geen einde ondersteuning) mag niet voorafgegaan zijn door een melding aanvang ondersteuning, tenzij de levering is beëindigd met het aanhouden van de toewijzing. OP 161 Een aanbieder mag na overleg met de gemeente een toewijzing overdragen aan een andere aanbieder. 0613 - MUTATIEDATUM De datum waarop een mutatie in de Wmo-ondersteuning bij cliënt heeft plaatsgevonden. 21 / 43
0613 MUTATIEDATUM ja M N 8 Constraint CS 23 Vullen met een bestaande datum die niet groter is dan de DAGTEKENING HEENBERICHT van het bestand. Technisch TR 20 De MUTATIEDATUM per geleverde ondersteuningseenheid mag niet voorbij de EINDDATUM van de bijbehorende toewijzing liggen. TR 18 Indien de BEGINDATUM in het mutatierecord gevuld is, moet de MUTATIEDATUM groter dan of gelijk zijn aan deze begindatum. Welke MUTATIEDATUM moet worden gevuld in het wachtlijstbericht? In het wachtlijstrecord moet als MUTATIEDATUM de datum worden gebruikt waarop de levering daadwerkelijk volgens een mutatiebericht is beëindigd. Indien de ondersteuning niet is aangevangen, maar de toewijzing wel is ingetrokken, dan dient hier de einddatum van de toewijzing te worden gevuld. Voor toewijzingen die na het beëindigen van de ondersteuning worden aangehouden en waar later opnieuw ondersteuning op wordt geleverd, geldt dat de MUTATIEDATUM niet wordt gevuld. OP 22 De gemelde begindatum of einddatum van de levering moet altijd binnen de geldigheid van de toewijzing vallen. OP 72 Pas na een melding aanvang ondersteuning mag een aanbieder melden dat de levering beëindigd is. 0614 - LEVERINGSSTATUS De leveringsstatus waarmee wordt aangegeven wat de status van de geleverde ondersteuning is. 0614 LEVERINGSSTATUS M N 1 COD167 Technisch TR 46 De LEVERINGSSTATUS moet toegestaan zijn bij de opgegeven MUTATIECODE. 22 / 43
Hoe moet de LEVERINGSSTATUS worden gevuld in het wachtlijstbericht? Alle leveringsstatussen die horen bij een toewijzing moeten worden aangeleverd in het leveringsstatusrecord. Indien er op één dag meerdere leveringsstatussen zijn gemeld, dan moet alleen die leveringsstatus worden doorgegeven die op het einde van de betreffende dag geldig was. OP 139 Het definitief beëindigen van de levering leidt tot het beëindigen van de toewijzing. OP 151 Een toewijzing eindigt op de datum waarvan de aanbieder aangeeft dat na deze datum geen levering op de toewijzing meer plaats vindt. 0615 - WMO AANBIEDER BESTEMMING Identificerende code van de Wmo aanbieder waar de cliënt ondersteuning zal gaan ontvangen. 0615 WMO AANBIEDER BESTEMMING C N 8 Conditie CD 20 Als MUTATIECODE de waarde 17 (overplaatsing) of 21 (overdracht) heeft, dan verplicht vullen, anders leeg laten. Hoe moet worden omgegaan met WMO AANBIEDER BESTEMMING in de toewijzing? Als er sprake is van een intrekking van een toewijzing dan kan in de rubriek WMO AANBIEDER BESTEMMING, indien bekend, de aanbieder worden aangegeven aan welke de betreffende ondersteuningseenheid is toegewezen. OP 160 Bij overdracht van de toewijzing en bij overplaatsing moet de aanbieder de nieuwe aanbieder in het mutatiebericht vermelden. OP 254 In de Wmo berichten worden Wmo-specifieke AGB-codes gebruikt voor routering van de berichten en voor identificatie van de Wmo aanbieder. 0616 - STATUS AANLEVERING RECORD Indicatie over de status van de informatie in het record. 23 / 43
0616 STATUS AANLEVERING RECORD M N 1 COD467 Technisch TR 63 Indien STATUS AANLEVERING de waarde 3 (aanlevering verwijderen) bevat, dan moet eerder een record met dezelfde logische sleutel verstuurd zijn. Hoe moet worden omgegaan met correcties? In het berichtenverkeer bestaat de mogelijkheid om eerder verstuurde records te corrigeren. Hiervoor wordt eerst het betreffende record verwijderd en wordt vervolgens (eventueel) een nieuw record verstuurd. Om aan te geven dat een record dient te worden verwijderd wordt STATUS AANLEVERING van het betreffende record gevuld met de waarde 3 (verwijderen). Indien het te verwijderen record in het bericht een parent-record heeft dat ongewijzigd blijft, dan wordt in dit record STATUS AANLEVERING gevuld met de waarde 9 (ongewijzigd). Het te verwijderen record wordt geïdentificeerd door de logische sleutel van het record. Eventueel kan in hetzelfde bericht ook het vervangende record worden aangeleverd; in dit record wordt STATUS AANLEVERING gevuld met de waarde 1 (eerste aanlevering). Uiteraard moet worden voorkomen dat een nieuwe aanlevering eerder wordt verwerkt dan de correctie (verwijdering). Het is daarom te adviseren om in voorkomende gevallen de correctie (verwijdering) en nieuwe aanlevering in hetzelfde bericht op te nemen. OP 47 Als een bericht niet aan de geldende standaard voldoet, mag het bericht afgekeurd worden. 0617 - RESERVE Loze posities in een bericht ten behoeve van het op gelijke lengte brengen van records dan wel ruimte gereserveerd voor toekomstig gebruik. 0617 RESERVE S AN 33 24 / 43
2901 - KENMERK RECORD Identificatie van het soort record in een externe-integratiebericht. 2901 KENMERK RECORD M N 2 Constraint CS 27 Vullen met het recordnummer uit de specificaties. In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 2902 - IDENTIFICATIE DETAILRECORD Unieke codering van een detailrecord. 2902 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 2903 - INDICATIEORGAAN Identificatie van het indicatieorgaan dat de indicatiestelling heeft verricht. 25 / 43
2903 INDICATIEORGAAN ja O N 4 Constraint CS 68 sleutelrubriek waarde overnemen uit het bovenliggende record 2904 - CLIENTNUMMER Identificerend nummer van een cliënt bij een de gemeente of indicatieorgaan. 2904 CLIENTNUMMER ja M AN 20 Constraint CS 68 sleutelrubriek waarde overnemen uit het bovenliggende record 2905 - AANVRAAGNUMMER BESCHIKKING Identificerend nummer van een beschikkings-aanvraag van een cliënt bij een de gemeente of indicatieorgaan. 2905 AANVRAAGNUMMER BESCHIKKING ja O N 9 2906 - BESCHIKKINGNUMMER Identificerend nummer van een beschikking zoals vastgesteld door de gemeente. 2906 BESCHIKKINGNUMMER ja M N 9 2907 - ZZPCODE Gecodeerde aanduiding van een zorgzwaartepakket. 26 / 43
2907 ZZPCODE ja M N 3 COD163 2908 - INGANGSDATUM De datum waarop de toegewezen product voor de eerste keer geleverd dient te worden. 2908 INGANGSDATUM ja M N 8 2909 - BEGINDATUM Datum vanaf wanneer een ondersteuningseenheid wordt geleverd. 2909 BEGINDATUM O N 8 Technisch TR 66 Het vullen van de BEGINDATUM is afhankelijk van de MUTATIECODE. TR 69 Indien de BEGINDATUM is gevuld, dan moet deze datum overeenkomen met de BEGINDATUM uit de actuele melding aanvang ondersteuning die op of voor de MUTATIEDATUM ligt. Welke BEGINDATUM levering moet worden gevuld in het wachtlijstbericht? In het wachtlijstrecord moet als BEGINDATUM de begindatum uit een melding aanvang ondersteuning worden overgenomen die het dichtst bij de INGANGSDATUM van de betreffende ondersteuningseenheid ligt. Voor toewijzingen die na het beëindigen van de ondersteuning worden aangehouden en waar later opnieuw ondersteuning op wordt geleverd, geldt dat alleen van de eerste keer dat geleverd is de BEGINDATUM wordt opgenomen. OP 72 Pas na een melding aanvang ondersteuning mag een aanbieder melden dat de levering beëindigd is. OP 155 Een (tijdelijke) beëindiging van levering, bevat een verwijzing naar de laatste melding met aanvang van de levering. 27 / 43
2910 - WMO AANBIEDER Identificerende code van een Wmo aanbieder. 2910 WMO AANBIEDER ja M N 8 Technisch TR 64 De WMO AANBIEDER moet overeenkomen met de WMO AANBIEDER in het VOORLOOPRECORD. TR 42 De gebruikte AGB-code moet geldig zijn. OP 32 Alleen de aanbieder die in de toewijzing vermeld is mag de binnen de grenzen van de toewijzing passende aangevangen ondersteuning melden. OP 254 In de Wmo berichten worden Wmo-specifieke AGB-codes gebruikt voor routering van de berichten en voor identificatie van de Wmo aanbieder. 2911 - MUTATIECODE De reden van een mutatie/beëindiging van de Wmo-ondersteuning bij cliënt. 2911 MUTATIECODE M N 2 COD588 Technisch TR 73 De MUTATIECODE moet toegestaan zijn bij de SOORT uit de toegewezen ondersteuningseenheid. TR 78 Een mutatie (geen einde ondersteuning) mag niet voorafgegaan zijn door een melding aanvang ondersteuning, tenzij de levering is beëindigd met het aanhouden van de toewijzing. OP 161 Een aanbieder mag na overleg met de gemeente een toewijzing overdragen aan een andere aanbieder. 2912 - MUTATIEDATUM 28 / 43
De datum waarop een mutatie in de Wmo-ondersteuning bij cliënt heeft plaatsgevonden. 2912 MUTATIEDATUM ja M N 8 Constraint CS 23 Vullen met een bestaande datum die niet groter is dan de DAGTEKENING HEENBERICHT van het bestand. Technisch TR 20 De MUTATIEDATUM per geleverde ondersteuningseenheid mag niet voorbij de EINDDATUM van de bijbehorende toewijzing liggen. TR 18 Indien de BEGINDATUM in het mutatierecord gevuld is, moet de MUTATIEDATUM groter dan of gelijk zijn aan deze begindatum. Welke MUTATIEDATUM moet worden gevuld in het wachtlijstbericht? In het wachtlijstrecord moet als MUTATIEDATUM de datum worden gebruikt waarop de levering daadwerkelijk volgens een mutatiebericht is beëindigd. Indien de ondersteuning niet is aangevangen, maar de toewijzing wel is ingetrokken, dan dient hier de einddatum van de toewijzing te worden gevuld. Voor toewijzingen die na het beëindigen van de ondersteuning worden aangehouden en waar later opnieuw ondersteuning op wordt geleverd, geldt dat de MUTATIEDATUM niet wordt gevuld. OP 22 De gemelde begindatum of einddatum van de levering moet altijd binnen de geldigheid van de toewijzing vallen. OP 72 Pas na een melding aanvang ondersteuning mag een aanbieder melden dat de levering beëindigd is. 2913 - LEVERINGSSTATUS De leveringsstatus waarmee wordt aangegeven wat de status van de geleverde ondersteuning is. 2913 LEVERINGSSTATUS M N 1 COD167 29 / 43
Technisch TR 46 De LEVERINGSSTATUS moet toegestaan zijn bij de opgegeven MUTATIECODE. Hoe moet de LEVERINGSSTATUS worden gevuld in het wachtlijstbericht? Alle leveringsstatussen die horen bij een toewijzing moeten worden aangeleverd in het leveringsstatusrecord. Indien er op één dag meerdere leveringsstatussen zijn gemeld, dan moet alleen die leveringsstatus worden doorgegeven die op het einde van de betreffende dag geldig was. OP 139 Het definitief beëindigen van de levering leidt tot het beëindigen van de toewijzing. OP 151 Een toewijzing eindigt op de datum waarvan de aanbieder aangeeft dat na deze datum geen levering op de toewijzing meer plaats vindt. 2914 - WMO AANBIEDER BESTEMMING Identificerende code van de Wmo aanbieder waar de cliënt ondersteuning zal gaan ontvangen. 2914 WMO AANBIEDER BESTEMMING C N 8 Conditie CD 20 Als MUTATIECODE de waarde 17 (overplaatsing) of 21 (overdracht) heeft, dan verplicht vullen, anders leeg laten. Hoe moet worden omgegaan met WMO AANBIEDER BESTEMMING in de toewijzing? Als er sprake is van een intrekking van een toewijzing dan kan in de rubriek WMO AANBIEDER BESTEMMING, indien bekend, de aanbieder worden aangegeven aan welke de betreffende ondersteuningseenheid is toegewezen. OP 160 Bij overdracht van de toewijzing en bij overplaatsing moet de aanbieder de nieuwe aanbieder in het mutatiebericht vermelden. OP 254 In de Wmo berichten worden Wmo-specifieke AGB-codes gebruikt voor routering van de berichten en voor identificatie van de Wmo aanbieder. 30 / 43
2915 - STATUS AANLEVERING RECORD Indicatie over de status van de informatie in het record. 2915 STATUS AANLEVERING RECORD M N 1 COD467 Technisch TR 63 Indien STATUS AANLEVERING de waarde 3 (aanlevering verwijderen) bevat, dan moet eerder een record met dezelfde logische sleutel verstuurd zijn. Hoe moet worden omgegaan met correcties? In het berichtenverkeer bestaat de mogelijkheid om eerder verstuurde records te corrigeren. Hiervoor wordt eerst het betreffende record verwijderd en wordt vervolgens (eventueel) een nieuw record verstuurd. Om aan te geven dat een record dient te worden verwijderd wordt STATUS AANLEVERING van het betreffende record gevuld met de waarde 3 (verwijderen). Indien het te verwijderen record in het bericht een parent-record heeft dat ongewijzigd blijft, dan wordt in dit record STATUS AANLEVERING gevuld met de waarde 9 (ongewijzigd). Het te verwijderen record wordt geïdentificeerd door de logische sleutel van het record. Eventueel kan in hetzelfde bericht ook het vervangende record worden aangeleverd; in dit record wordt STATUS AANLEVERING gevuld met de waarde 1 (eerste aanlevering). Uiteraard moet worden voorkomen dat een nieuwe aanlevering eerder wordt verwerkt dan de correctie (verwijdering). Het is daarom te adviseren om in voorkomende gevallen de correctie (verwijdering) en nieuwe aanlevering in hetzelfde bericht op te nemen. OP 47 Als een bericht niet aan de geldende standaard voldoet, mag het bericht afgekeurd worden. 2916 - RESERVE Loze posities in een bericht ten behoeve van het op gelijke lengte brengen van records dan wel ruimte gereserveerd voor toekomstig gebruik. 31 / 43
2916 RESERVE S AN 37 3001 - KENMERK RECORD Identificatie van het soort record in een externe-integratiebericht. 3001 KENMERK RECORD M N 2 Constraint CS 27 Vullen met het recordnummer uit de specificaties. In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 3002 - IDENTIFICATIE DETAILRECORD Unieke codering van een detailrecord. 3002 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 Constraint CS 68 sleutelrubriek waarde overnemen uit het bovenliggende record In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 32 / 43
3003 - PRODUCTCATEGORIE Gecodeerde aanduiding van hoofdcategorieën van producten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 3003 PRODUCTCATEGORIE ja M N 2 WMO020 3004 - PRODUCTCODE Gecodeerde aanduiding van producten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 3004 PRODUCTCODE ja O AN 5 Hoe moet PRODUCTCODE gevuld worden? Het vullen van PRODUCTCODE is afhankelijk van bilaterale afspraken. Indien productcodes gebruikt worden, wordt in de contractafspraken tussen gemeenten en aanbieders vastgelegd welke productcodes bij welke productcategorieën gebruikt worden. 3005 - WMO AANBIEDER Identificerende code van een Wmo aanbieder. 3005 WMO AANBIEDER M N 8 Technisch TR 42 De gebruikte AGB-code moet geldig zijn. OP 254 In de Wmo berichten worden Wmo-specifieke AGB-codes gebruikt voor routering van de berichten en voor identificatie van de Wmo aanbieder. 33 / 43
3006 - SOORT Indicatie van het soort toewijzing. 3006 SOORT M N 1 COD165 Constraint CS 73 2 (alternatief) of 3 (overbrugging) vullen. Technisch TR 85 SOORT toewijzing in het aanvraagrecord moet toegestaan zijn bij de LEVERINGSSTATUS. OP 152 Een aanvraag aangepaste toewijzing moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren ondersteuningseenheden vanaf de (kleinste) gewenste startdatum van de aangevraagde ondersteuningseenheden. 3007 - INGANGSDATUM De datum waarop de toegewezen product voor de eerste keer geleverd dient te worden. 3007 INGANGSDATUM ja M N 8 Technisch TR 70 De INGANGSDATUM en EINDDATUM van de aangevraagde toewijzing moeten vallen binnen de geldigheidsduur van de toewijzing waarop het MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD van toepassing is. TR 86 Als SOORT toewijzing in het aanvraagrecord gelijk is aan 1 (regulier) of 2 (alternatief), dan moet de INGANGSDATUM groter dan of gelijk zijn aan de MUTATIEDATUM in het bijbehorende mutatierecord. OP 55 Indien een aanbieder de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan leveren of de cliënt de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan of wil ontvangen, kan de aanbieder (in overleg met een andere aanbieder) een aangepaste toewijzing aanvragen. 34 / 43
OP 152 Een aanvraag aangepaste toewijzing moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren ondersteuningseenheden vanaf de (kleinste) gewenste startdatum van de aangevraagde ondersteuningseenheden. 3008 - EINDDATUM De datum waarop de toegewezen product voor de laatste keer geleverd dient te worden. 3008 EINDDATUM O N 8 Constraint CS 3 Vullen met een waarde die groter is dan, of gelijk is aan de BEGINDATUM (of INGANGSDATUM) van de aangeduide periode. Technisch TR 70 De INGANGSDATUM en EINDDATUM van de aangevraagde toewijzing moeten vallen binnen de geldigheidsduur van de toewijzing waarop het MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD van toepassing is. OP 55 Indien een aanbieder de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan leveren of de cliënt de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan of wil ontvangen, kan de aanbieder (in overleg met een andere aanbieder) een aangepaste toewijzing aanvragen. 3009 - VOLUME Aanduiding van de mate van zorg betreffende een product. 3009 VOLUME M N 8 Hoe moet volume worden gevuld? VOLUME moet worden gevuld op basis van de bijbehorende EENHEID. Als EENHEID de waarde 17 (Euro's) bevat, wordt in VOLUME een bedrag gevuld. 35 / 43
Bedragen worden in 1/100 van de gehanteerde valuta opgenomen. Als er sprake is van de euro (EUR), dan is als voorbeeld 00010000 gelijk aan tienduizend eurocent oftewel 100 euro. Als EENHEID de waarde 18 (Interval (Klasse)) bevat, wordt in VOLUME een klasse uit de reeks K0 t/m K8 vertaald opgenomen; de vertaling is als volgt: 99: K0-0 tot 1 uur per week (intervalbegeleiding) 1: K1-0 tot 2 uur per week (intervalbegeleiding) 2: K2-2 tot 4 uur per week (intervalbegeleiding, doorgaans meerdere keren per week, gemiddeld 3 uur per week) 3: K3-4 tot 7 uur per week (min of meer dagelijkse begeleiding eventueel meerdere keren per dag, gemiddeld 5 uur/w) 4: K4-7 tot 10 uur per week (continue begeleiding, veelal in samenhang met geclusterd wonen, al dan niet verblijf) 5: K5-10 tot 13 uur per week (continue begeleiding plus toezicht, met geclusterd wonen, structuurbiedend klimaat) 6: K6-13 tot 16 uur per week (continue begeleiding plus toezicht, met geclusterd wonen, structuurbiedend klimaat met extra aandacht voor 7: K7-16 tot 20 uur per week (continue en intensieve begeleiding, individueel en structuurverlenend, permanent toezicht, 8: K8-20 tot 25 uur per week (continue begeleiding en bescherming, 24 uurs nabij, in therapeutisch leefklimaat 3010 - EENHEID Aanduiding van de eenheid waarin het volume is uitgedrukt. 3010 EENHEID M N 2 WMO756 3011 - VERVOER Indicatie over het van toepassing zijn van vervoer. 3011 VERVOER O N 1 COD741 Constraint CS 107 1 (vervoer nodig) of 2 (vervoer niet nodig) vullen. 3012 - RESERVE 36 / 43
Loze posities in een bericht ten behoeve van het op gelijke lengte brengen van records dan wel ruimte gereserveerd voor toekomstig gebruik. 3012 RESERVE S AN 83 3101 - KENMERK RECORD Identificatie van het soort record in een externe-integratiebericht. 3101 KENMERK RECORD M N 2 Constraint CS 27 Vullen met het recordnummer uit de specificaties. In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 3102 - IDENTIFICATIE DETAILRECORD Unieke codering van een detailrecord. 3102 IDENTIFICATIE DETAILRECORD ja M N 12 Constraint CS 68 sleutelrubriek waarde overnemen uit het bovenliggende record In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. 37 / 43
In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 3103 - ZZPCODE Gecodeerde aanduiding van een zorgzwaartepakket. 3103 ZZPCODE ja M N 3 COD163 3104 - WMO AANBIEDER Identificerende code van een Wmo aanbieder. 3104 WMO AANBIEDER M N 8 Technisch TR 42 De gebruikte AGB-code moet geldig zijn. OP 254 In de Wmo berichten worden Wmo-specifieke AGB-codes gebruikt voor routering van de berichten en voor identificatie van de Wmo aanbieder. 3105 - SOORT Indicatie van het soort toewijzing. 3105 SOORT M N 1 COD165 Constraint CS 72 5 (administratief) niet vullen. Technisch TR 85 SOORT toewijzing in het aanvraagrecord moet toegestaan zijn bij de LEVERINGSSTATUS. 38 / 43
OP 152 Een aanvraag aangepaste toewijzing moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren ondersteuningseenheden vanaf de (kleinste) gewenste startdatum van de aangevraagde ondersteuningseenheden. 3106 - INGANGSDATUM De datum waarop de toegewezen product voor de eerste keer geleverd dient te worden. 3106 INGANGSDATUM ja M N 8 Technisch TR 70 De INGANGSDATUM en EINDDATUM van de aangevraagde toewijzing moeten vallen binnen de geldigheidsduur van de toewijzing waarop het MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD van toepassing is. TR 86 Als SOORT toewijzing in het aanvraagrecord gelijk is aan 1 (regulier) of 2 (alternatief), dan moet de INGANGSDATUM groter dan of gelijk zijn aan de MUTATIEDATUM in het bijbehorende mutatierecord. OP 55 Indien een aanbieder de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan leveren of de cliënt de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan of wil ontvangen, kan de aanbieder (in overleg met een andere aanbieder) een aangepaste toewijzing aanvragen. OP 152 Een aanvraag aangepaste toewijzing moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren ondersteuningseenheden vanaf de (kleinste) gewenste startdatum van de aangevraagde ondersteuningseenheden. 3107 - EINDDATUM De datum waarop de toegewezen product voor de laatste keer geleverd dient te worden. 3107 EINDDATUM O N 8 39 / 43
Constraint CS 3 Vullen met een waarde die groter is dan, of gelijk is aan de BEGINDATUM (of INGANGSDATUM) van de aangeduide periode. Technisch TR 70 De INGANGSDATUM en EINDDATUM van de aangevraagde toewijzing moeten vallen binnen de geldigheidsduur van de toewijzing waarop het MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORD van toepassing is. OP 55 Indien een aanbieder de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan leveren of de cliënt de toegewezen ondersteuning (nu) nog niet kan of wil ontvangen, kan de aanbieder (in overleg met een andere aanbieder) een aangepaste toewijzing aanvragen. 3108 - KLASSE 3108 KLASSE M AN 4 COD756 ID Constraint CS 74 'KE4', 'KE5', 'KE6' of 'KE7' vullen. 3109 - LEVERINGSVORM Gecodeerde aanduiding van de vorm waarin de cliënt de ondersteuning wenst te ontvangen/ontvangt. 3109 LEVERINGSVORM M N 1 COD578 3110 - RESERVE Loze posities in een bericht ten behoeve van het op gelijke lengte brengen van records dan wel ruimte gereserveerd voor toekomstig gebruik. 40 / 43
3110 RESERVE S AN 93 9901 - KENMERK RECORD Identificatie van het soort record in een externe-integratiebericht. 9901 KENMERK RECORD ja M N 2 Constraint CS 27 Vullen met het recordnummer uit de specificaties. In welke volgorde moeten de records worden opgenomen? De volgorde van records wordt bepaald door de logische/fysieke relatie tussen de records. In het geval er op hetzelfde niveau meerdere (kind-)records voorkomen, wordt de volgorde bepaald door de rubriek KENMERK RECORD. De rubriek IDENTIFICATIE DETAILRECORD wordt gevuld met aansluitende volgnummers (beginnend bij 1). 9902 - AANTAL CLIENTRECORDS Het aantal cliëntrecords in het bestand. 9902 AANTAL CLIENTRECORDS M N 6 Constraint CS 1 Vullen met het aantal voorkomende records van dit type. 9903 - AANTAL MUTATIE PRODUCTRECORDS Het aantal mutatie productrecords in het bestand. 41 / 43
9903 AANTAL MUTATIE PRODUCTRECORDS C N 6 Conditie CD 11 Als er records van dit type in het bestand voorkomen, dan verplicht vullen, anders leeg laten. Constraint CS 1 Vullen met het aantal voorkomende records van dit type. 9904 - AANTAL MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORDS Het aantal mutatie zorgzwaartepakketrecords in het bestand. 9904 AANTAL MUTATIE ZORGZWAARTEPAKKETRECORDS C N 6 Conditie CD 11 Als er records van dit type in het bestand voorkomen, dan verplicht vullen, anders leeg laten. Constraint CS 1 Vullen met het aantal voorkomende records van dit type. 9905 - AANTAL PRODUCTRECORDS (AANGEVRAAGD) Het aantal aanvraag productrecords in het bestand. 9905 AANTAL PRODUCTRECORDS (AANGEVRAAGD) C N 6 Conditie CD 11 Als er records van dit type in het bestand voorkomen, dan verplicht vullen, anders leeg laten. Constraint CS 1 Vullen met het aantal voorkomende records van dit type. 9906 - AANTAL ZORGZWAARTEPAKKETRECORDS (AANGEVRAAGD) Het aantal aanvraag zorgzwaartepakketrecords in het bestand. 42 / 43
9906 AANTAL ZORGZWAARTEPAKKETRECORDS (AANGEVRAAGD) C N 6 Conditie CD 11 Als er records van dit type in het bestand voorkomen, dan verplicht vullen, anders leeg laten. Constraint CS 1 Vullen met het aantal voorkomende records van dit type. 9907 - TOTAAL AANTAL DETAILRECORDS Het totaal aantal detailrecords in het bestand. 9907 TOTAAL AANTAL DETAILRECORDS M N 7 Constraint CS 75 Vullen met het totaal aantal detailrecords. 9908 - RESERVE Loze posities in een bericht ten behoeve van het op gelijke lengte brengen van records dan wel ruimte gereserveerd voor toekomstig gebruik. 9908 RESERVE S AN 101 43 / 43