Inhoud. Voorwoord 5. Inleiding 6

Vergelijkbare documenten
2 Voortplanten met organen Bouw en werking van geslachtsorganen Werking van geslachtshormonen Afsluiting 31

3 Rundveefokkerij Melkproductiecontrole Selectie Fokwaardeschatting Inseminatieplannnen 69 3.

Grondbeginselen erfelijkheid. Piter Bijma Fokkerij en Genetica, Wageningen UR

Module Basisgenetica. -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl. De CO 2

Genetische diversiteit in de Gelderse paarden populatie

Voortplanting en fokkerij

Basisprincipes fokkerij en inteelt

1 De geschiedenis van het paard De ontwikkelingsgeschiedenis van het paard Het gebruik van het paard 13 1.

Erfelijkheidsleer en populatiegenetica

Inteelt in de VSS. Erik Schuiling, 28 januari 2011

Lamarck. oudste jaarlagen ongewervelden, pas later gewervelden soorten langzaam veranderen nieuwe ontstaan

II Een nakomelingenkeuring is geen theorie.

Hoe zeldzaam zijn zeldzame rassen?

Fokkerijkansen voor de geit

Peter Daels Bevruchting van de merrie

Inteelt in kleine populaties. Bart Ducro Animal Breeding and Genomics Centre

Genetische achtergrond van staart- en maneneczeem in pony s en paarden

Duurzaam fokken met de Bonte Bentheimer

Genomic revolution : betekenis voor

HONDERD JAAR FRIESCH PAARDEN-STAMBOEK; DE FOKKERIJ EN HOE NU VERDER?

Fokprogramma Vereniging Barock Pinto Studbook

KARKASFOKWAARDEN EEN VERSCHIL AAN DE HAAK

Mitose is een ander woord voor gewone celdeling. Door gewone celdeling blijft het aantal chromosomen in lichaamscellen gelijk (46 chromosomen).

Fokken, hoe doe je dat? Fokkerij Fokkerij: rekening houden met wetten en toeval De DNA-code Zaadcel en eicel

Inteelt en genetische diversiteit van hondenrassen in België

GENETIC COUNSELLING SERVICES

TEKST: PETER VAN DER WAAIJ BEELD: DIRK CAREMANS E.A.

HAVO 5 Begrippenlijst Erfelijkheid allel Allelen zijn verschillende vormen van een gen. Zij liggen in homologe chromosomen op precies dezelfde

Paleontologie, de studie van fossielen die gebruikt wordt om een beeld te krijgen over de geschiedenis van het leven op aarde.

Karkasfokwaarden, een verschil aan de haak

Genetisch management: inteeltbeheersing en diversiteit bij de Mergellander. Jack J. Windig CGN Livestock Research

Genomic selection. Spervital Hengstenhouderij Dag februari Mario Calus, Wageningen U & R, Animal Breeding & Genomics

Beleidsplan NMPRS

Samenvatting Biologie Erfelijkheid & Evolutie (Hoofdstuk 7 & 8.1)

Het fokken in kleine populaties

Inteelt in kleine populaties

Antwoorden Biologie Thema 5

Randvoorwaarden behoud Nederlands Landvarken Van enthousiasme naar actie!

Wat heeft de veehouder aan Genomics

infprg03dt practicumopdracht 4

Het paard. De geschiedenis van het paard

Intro KWPN tuigpaarden Fokdoel Introductie nieuw bloed

Omgaan met inteelt in kleine rassen

Genetische diversiteit in de Nederlandse Trekpaardenpopulatie

Genetische diversiteit in de Shetland Pony populatie

1 Gedrag Natuurlijk gedrag Afwijkend gedrag Afsluiting 14

Inteeltbeheersing bij rashonden

Genetische variatie en inteelt : basisconcepten. Steven Janssens Nadine Buys

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat

Het gebruik van inteelt om inteelt te beheersen

Wat is inteelt eigenlijk?

Fokkerij. Lesboeken Paard 15. Praktijkkaart, Herkennen van hengstigheid bij merries > Code F 01.00, onderdeel van Dekken

Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen?

De mens begon paarden te temmen rond 3000 voor Christus, en werden op grote schaal gebruikt voor diverse werkzaamheden.

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen:

Kengetallen E-39 Fokwaarde Leeftijd van afkalven bij vaarzen

KEURINGS- EN PREDICATENREGLEMENT Nederlands Rijpaarden- en Ponystamboek

Inteelt, verwantschappen en consequenties van inteelt

Antwoorden door een scholier 1825 woorden 28 februari keer beoordeeld

En toen kwam Darwin. On the origin of species. 1. Het ontstaan van het leven. Fossielen. 2. Getuigen van deevolutietheorie

Toename Inteelt beperken

De New Forest pony. Blz 1

Centra voor spermawinning, inseminatie en embryotransplantatie bij paarden - Overzicht

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie: evolutieleer 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

DanBred Fokprogramma. Feiten over het hoogkwaliteits Deens fokprogramma. Vermenigvuldigings populatie Kernpopulatie

Genetische verbetering van honden: feiten en fictie van lijnenteelt

1 Vruchtbaarheid en voortplanting Bronst en bevruchting Bronst bij het varken Bevruchting Afsluiting 18

Fokken en Scrapie resistentie bij de Toggenburger geit

Erfelijkheid. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage.

Algemene voorwaarden Genoomfokwaarden. Definities

4 Normale en abnormale dracht Normale dracht Abnormale dracht Afsluiting 47

Aziatische genen verbeteren het Europees vleesvarken

Aantal directe nakomelingen ingeschreven in het NHSB: Dobermann Dia nummer 1

BIOLOGIE VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V

Fokkerij en Inteelt. Basisprincipes. Piter Bijma Animal Breeding and Genomics Centre Wageningen Universiteit. Animal Breeding & Genomics Centre

Evolutie: De ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en/of verdwijnen.

Het fokken van een gezonde rashond

Level 1. Vul het juiste woord in

Dan is de waarde van het recessieve allel q dus 0,87, vanwege het feit dat p + q = 1.

Het fokken van rashonden. Omgaan met verwantschap en inteelt. Kor Oldenbroek Jack Windig

TEKST: ANDRIES VAN DEN BERG BEELD: CHARLOTTE DEKKER E.A.

Indexfokkerij, hoe een moederlijn/vaderlijn fokken en mogelijkheden voor gesekst sperma op het vleesveebedrijf.

Stamboeken voor bedreigde diersoorten door particuliere kwekers

Lipizzanerstamboek Vereniging Nederland

Efficiënt hulpmiddel met toekomstmogelijkheden

Paard en Genomisch onderzoek

De volgende vragen testen je kennis van de meest voorkomende vaktermen in de klassieke genetica. Welk woord ontbreekt in de volgende zinnen?

STAMBOEKREGLEMENT Nederlands Rijpaarden en Pony Stamboek

Bijlage VMBO-GL en TL

Evolutie / biodiversiteit

PRAKTISCH MEER OVER ERFELIJKHEID

De betekenis van fokwaarden Cijfers als objectief hulpmiddel bij selectie

STRATEGISCH FOKKEN HOOFDSTUK 7 68 DEEL 1: STRATEGISCH FOKKEN DEEL 1:: STRATEGISCH FOKKEN 69

Transcriptie:

Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Erfelijkheidsleer 9 1.1 Erfelijke verandering 9 1.2 Ontdekking van de erfelijkheidsleer (genetica) 12 1.3 De chromosomen 13 1.4 Kwalitatieve eigenschappen 17 1.5 De monogene vererving 19 1.6 Schematische voorstelling van een kruising 20 1.7 De wetten van Mendel 22 1.8 Digene vererving 23 1.9 Polygene vererving 26 1.10 Intermediaire vererving 26 1.11 Geslachtschromosomen 28 1.12 Erfelijke gebreken 30 1.13 Inteelt 37 1.14 Kruising en heterosis 40 1.15 Kwantitatieve eigenschappen 43 1.16 Erfelijkheidsgraad 44 1.17 Genotype en milieu 45 1.18 Erfelijkheidsgraad en fokwaarde 46 1.19 Afsluiting 47 2 Fokken 48 2.1 Het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland ( KWPN) 48 2.2 Overige stamboeken 61 2.3 Afsluiting 63 3 Fokken in de praktijk 65 3.1 Het fokdoel 65 3.2 Fokwaarde schatten 70 3.3 Fokwaarde en index 77 3.4 Verbetering door middel van selectie 83 3.5 Verrichtingsonderzoeken en andere beoordelingen 85 3.6 Fokkerijgegevens van ouderdieren 90 3.7 Fokkerijplan en fokselectie van ouderdieren 91 3.8 Afsluiting 95 4 De merrie en de hengst 96 4.1 Geslachtskenmerken 96 4.2 Voortplantingsorgaan van de hengst 97 4.3 Voortplantingsorgaan van de merrie 103 INHOUD 7

4.4 De vruchtbaarheidscyclus en hengstigheid 109 4.5 Moderne voortplantingstechnieken 117 4.6 Afsluiting 126 5 Dekken en dracht 127 5.1 Vruchtbaarheid en voortplanting 127 5.2 Dekken en kunstmatige inseminatie 130 5.3 Problemen bij het drachtig worden 137 5.4 De drachtige merrie 140 5.5 Afsluiting 142 6 Geboorte en geboortezorg 143 6.1 Voorbereidingen voor de geboorte 143 6.2 Geboorte 146 6.3 Problemen rondom de geboorte 149 6.4 Nazorg na het veulenen 150 6.5 Afsluiting 154 Trefwoordenlijst 155 8 FOKKEN IS GEEN GOKKEN

1 Erfelijkheidsleer Oriëntatie De ontwikkeling van het huidige paard uit zijn oorspronkelijke oervorm is beïnvloed door een groot aantal verschillende zaken. Natuurlijk spelen daarbij de veranderde leefomstandigheden een grote rol. Maar ook de mens heeft een grote rol gespeeld, omdat hij het paard voor allerlei doeleinden wilde gebruiken. Door gericht selecteren en kruisen zijn er veel verschillende rassen ontstaan. Als je wilt proberen gericht voor een bepaald doel te fokken, zul je het een en ander moeten weten over de manier waarop erfelijke eigenschappen van ouder op nakomeling worden doorgegeven. 1.1 Erfelijke verandering Je weet al dat het paard van nu er heel anders uitziet dan het oerpaard waaruit het is ontstaan. Gedurende duizenden jaren veranderde het paard in uiterlijk en afmetingen, omdat het zich moest aanpassen aan allerlei veranderende leefomstandigheden. Het klimaat veranderde bijvoorbeeld, waardoor ook de plantengroei veranderde. Het paard moest zien te overleven in een ander landschap en met ander voedsel. Je weet dat daardoor de bouw van de paardenvoet zich langzaam aanpaste en de tanden van het paard een andere vorm kregen. Die veranderingen, hoe langzaam die ook gingen, gebeurden natuurlijk niet zo maar. Fig. 1.1 De evolutie van het paard. ERFELIJKHEIDSLEER 9

De evolutie van het paard populatie natuurlijke selectie Door de veranderende leefomstandigheden verspreidden de paarden zich over grote delen van de wereld. Ze leefden daar in groepen die helemaal of gedeeltelijk van elkaar gescheiden waren door allerlei barrières zoals zeeën en bergketens. Zo n groep noemen we een populatie. Binnen een populatie paren de individuen onderling. In zo n populatie is een bepaalde voorraad aan erfelijke eigenschappen aanwezig. Ergens heel in de verte zijn alle individuen in de populatie wel familie van elkaar. De sterkste hengsten zijn de leiders. Zij dekken in principe de meeste merries en hebben ook de eerste keus uit de merries. Je kunt je voorstellen dat de dieren die zich het best aan de omstandigheden hadden aangepast het sterkst waren. Nakomelingen van deze sterkste dieren kregen deze eigenschappen dus van hun vader en hun moeder. De zwakkere dieren, die zich niet zo goed hadden aangepast, deden niet of veel minder mee aan het voortbestaan van de soort en daarom verdwenen heel langzaam hun erfelijke eigenschappen (het minder aangepast zijn aan de veranderende leefomstandigheden) uit de groepsvoorraad aan erfelijke eigenschappen. Dit verschijnsel heet natuurlijke selectie. De individuen die het best aan de leefsituatie zijn aangepast, hebben de grootste kans om te overleven. Dit principe werd voor het eerst verwoord door de Engelse bioloog Charles Darwin (1809-1882). Hij noemde het: the survival of the fittest. Door dit verschijnsel verandert op den duur het uiterlijk en het uithoudingsvermogen van alle individuen in een populatie. Fig. 1.2 Survival of the fittest bij giraffen. Af en toe kan er toch vers bloed in een populatie komen: er vindt uitwisseling plaats tussen de ene en de andere populatie doordat een dier van buiten gaat meedoen aan de paringen. We spreken dan van kruisen. Daardoor worden plotseling nieuwe erfelijke eigenschappen toegevoegd aan de bestaande voorraad en kan er een verandering optreden in bijvoorbeeld het uiterlijk of het gedrag van de nakomelingen in de populatie. Dit gaat natuurlijk heel langzaam: het duurt vele generaties voordat zo n verandering zichtbaar wordt. Een mooi voorbeeld daarvan is de geschiedenis van het paard op de Britse eilanden. In de oertijd was Groot-Brittannië een deel van Europa. Er leefden daar vanwege het koude klimaat en het ruige berglandschap een klein type oerpaard, terwijl in de rest 10 FOKKEN IS GEEN GOKKEN

subpopulaties van Europa ook wel grotere typen paarden leefden. Na de laatste ijstijd raakten de Britse eilanden los van de rest van Europa. Er ontstond een zee tussen het continent en de Britse eilanden. De paarden die daar leefden, konden vanaf toen alleen nog onderling paren. Dit had tot gevolg dat er meer dan duizend jaar lang alleen nog kleine paardentypen met elkaar konden paren. Ook binnen deze groep ontstonden weer subpopulaties (opsplitsing van een populatie in een aantal kleinere groepen), doordat ze van elkaar gescheiden werden door bijvoorbeeld een gebergte. Zo ontstonden er op de Britse eilanden een aantal verschillende ponytypen, die goed bestand waren tegen het koude klimaat in de bergachtige streken van Schotland, Ierland, Wales enzovoort. Pas toen de Romeinen, en later de Vikingen, met boten grotere paarden naar Groot-Brittannië brachten, kwam er weer vers bloed binnen deze populaties. Pas toen ontstonden er door kruising weer grotere paardentypen. Fig. 1.3 Verschillende Britse ponyrassen. Toen de mens zich later gericht met de fokkerij van paarden ging bezighouden, lang voordat men theoretische kennis over de erfelijkheid had, heeft men eigenlijk ook weer gehandeld volgens het principe van de natuurlijke selectie. Een hengst werd uitgekozen om zijn speciale eigenschappen en moest dan samen met een goede merrie een veulen produceren dat hopelijk deze eigenschapen versterkt in zich had. In Groningen fokte men vroeger paarden die sterk genoeg waren om op de boerderij de werktuigen te kunnen trekken en mooi genoeg om s zondags de familie met het rijtuig naar de kerk te brengen. Omdat er weinig vervoersmogelijkheden waren, koos men dan vaak voor een hengst uit de omgeving, waardoor de populatie natuurlijk erg nauw werd: veel paarden in Groningen waren in de verte familie van elkaar. Later bracht men steeds meer vers bloed in via hengsten uit andere gebieden zoals Oost- Friesland, Oldenburg en Holstein. Deze mix van erfelijke eigenschappen heeft uiteindelijk geleid tot het Groningerpaard, dat de basis is geworden van het huidige KWPN- en NRPS-paard. Het zuivere Groninger paard probeert men nu weer terug te fokken om ervoor te zorgen dat dit ras met zijn specifieke eigenschappen niet verloren gaat. Hiervoor is zelfs een apart stamboek opgericht: de Vereniging Het Groninger Paard. ERFELIJKE VERANDERING 11