Hoofdstuk 21 1051-1012 voor Christus Schema 28 De koningen van Israël Veertig jaar heeft David over Israël geregeerd, zo leert het bijbelbericht 251. Zeven jaar en zes maanden in Hebron na de dood van Saul en drieëndertig jaar te Jeruzalem na de verovering van deze stad op de Jebusieten 252. Deze jaartallen hangen vast aan die van Salomo en zijn het resultaat van de verankering van Salomo s vierde jaar met 1004/1003 voor Christus. Davids sterfjaar was 1007 v.chr., het jaar ook dat Salomo de kroon overnam. 251 II Samuël 5:4-5 252 II Kronieken 11:1-9 348
De volgende jaartallen zijn het resultaat: 1047/1007 David 1087/1047 Saul Na de dood van Saul regeert diens zoon Isboseth nog twee jaar over Israël. David heeft zich in Hebron in Judea gevestigd waar hij nog zeven jaar en zes maanden verblijft, waarna hij na de inname van Jeruzalem op de Jebusieten, zijn hoofdstad naar de burcht Sion verplaatst. Op mijn tijdsbalk is dit het jaar 1039 voor Christus. Daarop zou David in verscheidene veldslagen een gebied veroveren dat liep van de beek van Egypte tot aan de Eufraat. Men kan zich verbazen over de omvang van dit rijk. In het model van Velikovsky echter is dit het rijk van de Hyksos, dat verdeeld werd tussen Israël en Egypte. Beide landen waren sinds Saul geallieerden. Veertig jaar heeft David over het verenigde Israël geregeerd. Een man van geloof, waarvan zijn psalmen getuigenis af leggen. Volgens mijn chronologische tabel stierf hij in 1007 v. Chr. en werd te Jeruzalem begraven. Duizend zesendertig jaar later was zijn graf nog altijd intact aanwezig te Jeruzalem. Dit kunnen we opmaken uit de woorden van Petrus, wanneer hij met het Pinksterfeest van 30 AD de opstanding van Jezus aan Israël bekendmaakt en daarbij verwijst naar het graf van David dat tot dan toe bij hen was. De koningen van Egypte AHMOSE Het was Farao Ahmose die in het kielzog van Saul de Hyksos of Amalekieten versloeg. Vanuit het zuiden van Egypte is hij opgerukt naar Beneden-Egypte, de 349
Nijl-delta dus, en daarna naar Avaris, het steunpunt van de Hyksos van waar zij de hele regio domineerden. Na de val van Avaris trokken de Hyksos zich terug op Sharuhen waar zij uiteindelijk na een belegering van drie jaar vernietigd werden. De strijd tegen Amalek door Saul begonnen, zou nochtans pas door David voltooid worden. Het was David die de macht van Amalek of de Hyksos definitief gebroken heeft. Dat leert het Bijbelboek II Samuël, het eerste hoofdstuk, heel duidelijk. Het moet aan het einde geweest zijn van het driejarige beleg van Amalek in Asia. Met de gegevens die de Bijbel verstrekt en Velikovsky s identificatie van de Bijbelse Amalekieten met de Hyksos uit Egyptische bron, is het mogelijk om de val van Avaris op de tijdsbalk te plaatsen. In I Samuël 30 blijken de Amalekieten nog in staat te zijn een uitval in het Zuiderland te doen. Het is David die 350
uiteindelijk in 1047 v. Chr. hun macht breekt. Drie jaar daarvoor moet de belegering van Sharuhen, volgens Egyptische bronnen, begonnen zijn en dit na de val van Avaris. Dit betekent ook dat tussen de gebeurtenissen van het Bijbelboek I Samuël hoofdstuk 15 en hoofdstuk 30 een totaal van drie jaar zit. AMONHOTEP I Deze farao was de zoon van Ahmose en koningin Ahmose Nefertiti en de tweede farao van de achttiende dynastie. Manetho, de Egyptische kroniekschrijver volgens Africanus, Eusebius en Josephus, heeft een farao met de naam Chebron met een regeringsduur van 13 jaar als opvolger van Ahmose. Van de Griekse naam Chebron is er echter geen archeologisch bewijs voorhanden en de conclusie moet zijn dat deze naam een verbastering is van een van de namen van Amonhotep I. Amonhotep was de geboortenaam. De betekenis is: Amon is tevreden. De troonnaam van Amonhotep was Djeser-ka-re of vertaald: heilig is de ziel van Re. De Horus naam van Amonhotep was: Ka-Waf- Taw of de stier die verovert. Een andere naam was Aa-nerw of vertaald: hij die terreur inspireert. De 13 jaar regeringsduur die Amonhotep als Chebron toegewezen moeten volgens mijn onderzoek als coregentschap met Ahmose laatste regeringsjaren gerekend worden. Betreffende de regeringsduur van Amonhotep of Amenophis wijken de verschillende kroniekschrijvers van elkaar af. Africanus die Manetho kopieerde geeft Amenophis een regering van 24 jaar. 351
Eusebius vermeldt 21 jaar en Josephus geeft een totaal van 21 jaar en 7 maanden als regeringsduur voor Amonhotep. Ik opteer in mijn constructie voor de regeerperiode van 24 jaar aangezien dit in het Bijbelse raamwerk past. Op deze manier past het 5 de jaar van de opvolger van Amonhotep, Thothmosis I in 996 v. Chr. met diens veldtocht naar de Eufraat en het schenken van de veroverde stad Gezer aan Salomo als bruidschat. De regeringsjaren van Amonhotep zijn aldus 1024/1000 v. Chr. Op enkele van de overgebleven monumenten van Amonhotep I zijn er verwijzingen naar de viering van een Heb-Sed festival. Zulk een festival werd gevierd na een regeerperiode van 30 jaar. In het geval van Amonhotep zal deze hoogstwaarschijnlijk zijn regeerjaren als co-regent meegerekend hebben en zijn Heb-Sed afgelegd in 1007 voor Christus. Amonhotep zette getrouw het bewind van zijn vader Ahmose verder, geholpen door zijn moeder Ahmose Nefertari die als de goddelijke vrouw van Amon optrad. Vermoedelijk was Amonhotep getrouwd met zijn zuster (Ahmose-Merytamun) die eveneens als de goddelijke vrouw van de god Amon optrad. Beter bekend is de dochter van Amonhotep, Satamon, waarvan de doodskist gevonden werd en enkele beelden. Van Amonhotep I is, wat veldtochten betreft, weinig geweten. Volgens Ahmose, de zoon van Ebana, een Egyptische edelman en officier die al onder Ahmose I diende, leidde Amonhotep een expeditie naar Nubië in zijn achtste regeringsjaar. Hij rukte met zijn leger tot aan de tweede cataract van de Nijl en bracht gevangenen mee naar Egypte. In Nubië 352
of Koesh benoemde hij een man genaamd Toeri als onderkoning. In het negende regeringsjaar van Amonhotep, in de derde zomermaand, op de negende dag, werd er volgens de Ebers papyrus een kosmisch fenomeen genoteerd. Los van wat de gevestigde Egyptologie meent te kunnen verklaren vanuit de Ebers papyrus meen ik dat er zich dat jaar een kosmisch fenomeen voorgedaan heeft. Het negende jaar van Amonhotep is volgens mijn revisie het jaar 1016 v. Chr. en dit jaar is gelijk met het 31 ste regeringsjaar van koning David. Ik postuleer dat de gebeurtenis, vermeldt in II Samuël 24:15, met de verderfengel, verband houdt, en één en dezelfde gebeurtenis is, zoals waargenomen in Egypte. De Ebers papyrus wordt in het Museum van Leipzig bewaard en is een document dat onder andere een festival kalender bevat. Het document toont verder het belang van astronomische waarnemingen in Egpte aan en schept het vermoeden dat Amonhotep eerdere kalenders wenste te corrigeren. De overgang van Laat Brons I naar Laat Brons IIa laat ik in deze periode plaatsvinden. De koningen van Assyrië 1040/1000 Assur Rabi II 1043/1040 Assur Nirari IV 1054/1043 Salmaneser II Het geslachtsregister van Jezus In hoofdstuk 8 heb ik reeds een begin gemaakt met de samenvatting van het geslachtsregister van Jezus. 353
In het Lucas-evangelie vinden we het gehele geslacht van Jezus. Eénentwintig namen hadden we tot Zerubbabel ten tijde van de Babylonische Ballingschap en éénentwintig namen tot aan David. Op mijn chronologische tabellen, tot hier toe achtentwintig, vermeldde ik alle namen boven aan de tabel. Voor de goede orde geef ik hierna de namen vanaf Zerubbabel tot aan David: 21. Zerubbabel, de zoon van 22. Sealthiël, de zoon van 23. Neri, de zoon van 24. Melchi, de zoon van 25. Addi, de zoon van 26. Kosam, de zoon van 27. Elmandan, de zoon van 28. Er, de zoon van 29. Josua, de zoon van 30. Eliëzer, de zoon van 31. Jorim, de zoon van 32. Maththat, de zoon van 33. Levi, de zoon van 34. Simeon, de zoon van 35. Juda, de zoon van 36. Jozef, de zoon van 37. Jonan, de zoon van 38. Eljakim, de zoon van 39. Melea, de zoon van 40 Menna, de zoon van 41. Mattatha, de zoon van 42. Nathan, de zoon van 43. David Tussen Zerubbabel en David liggen er ongeveer vijfhonderd jaar, wat een gemiddelde leeftijd van 24 354
à 25 jaar per naam geeft. Een leeftijd die het krijgen van nageslacht toelaat. 355