Naar de bovenste verdieping

Vergelijkbare documenten
MARIAN HOEFNAGEL. De nieuwe buurt. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

Best tof. Asma haalt haar schouders op. Ik weet niet eens of ik niet mag, zegt ze.

Rijmdagboek, ik had dit niet verwacht!

Alsof daar buiten iets interessants te zien is. Zwart zwart zwart, lampje, zwart zwart zwart. De metro raast onder de stad door.

In de ene hand draagt hij een koffer, in de andere een kistje. Bok is de nieuwe buurman van Kip. Hij is een professor, zegt Kat. Iemand die heel veel

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

In de Hema. O, zegt Kiia. Dat heb ik niet gehoord. Nee, dat blijkt, lacht de vrouw.

april 2013 vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof Buschauffeur

Tekening voorkant: Tara van Veen. Tekeningen binnenin: Alette Straathof. Leeftijd: jaar AVI: E3 M4. Lettertype: Dyslexie

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan.

Oma Pleuntje en opa Joep

Miauw! Miauw!

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Burny Bos. Knofje. Alle verhalen. Met illustraties van Harmen van Straaten. Leopold / Amsterdam

Laura zelf heeft bijna nooit ruzie met haar moeder. De moeder van Laura komt uit Peru. Yasmina vindt haar lief, zacht en zorgzaam.

Keetje zucht. Wat duurt het lang! Maar wacht... Daar komt een auto de straat in rijden. Hij stopt achter de verhuiswagen en er stappen twee mensen

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Een gevaarlijke vriend

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken.

met tekeningen van ivan & ilia

Ria Massy. De taart van Tamid

In de hal wacht de mentor van 2a haar op. Hij geeft Nederlands. Voor de pauze heeft ze twee uur les van hem. Samen lopen ze naar het lokaal van 2a toe

Hey Russel! EEN BIJZONDERE VRIENDSCHAP. marian hoefnagel

vandaan. Hij loopt ermee naar de grote tafel voor het raam. Ziet u wel? zegt hij tegen opa die net de kamer inloopt. U hebt echt wel spelletjes.

Wat? Ambers mond valt open. Krijg ik dertigduizend euro? De notaris knikt. Dat klopt. Gefeliciteerd. Liz weet ook niet wat ze hoort.

Johan van Caeneghem. Het Schemerhuis

Luister allemaal goed, zegt de juf. Want ik heb heel leuk nieuws. Over een paar weken is het juffendag. Dan is het groot feest op school.

Weg van jou Verliefd op een vluchteling

Vlucht AVI AVI. Ineke Kraijo Veerle Hildebrandt. Kraijo - Hildebrandt Vlucht De Vier Windstreken. De Vier Windstreken AVI

Spekkie en Sproet en de vreemde ontvoering

Maya s moeder kijkt verbaasd naar de dichte deur. Ze hoort haar dochter snikken. Nou, zo erg is het toch niet, denkt ze.

Dan pakt Peter met een glimlach het toestel op. Hallo? O, mijn god mijn god, klinkt een vrouwenstem.

Prent 1 : Klaslokaal. De kinderen zingen rond de kerstboom.

Voor jou. Verhalen van mantelzorgers. Anne-Rose Hermer

De ADHD van André Als het te druk is in je hoofd

Topscorer. Marian Hoefnagel. Daar kun je. 2 op rekenen! BOEKEN BOEIEN

1 Kussen over mijn hoofd

Een knipoog van tante Wilma

- MYRTHE - Door: Kim Hotterbeekx

Jip en Janneke Sinterklaas komt!

yvon jaspers Ties en Trijntje op de boerderij met tekeningen van Philip Hopman Uitgeverij Ploegsma Amsterdam

Goed. Dan laat ik je met rust, zegt Kat. Erewoord? vraagt Muis. Erewoord, zucht Kat.

2. Het kistje. Joost weet niet wat hij hoort. Geadopteerd. Hij!

DE NACHT ZINGT ZIJN EIGEN ZANG

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

Sammie is kwijt Sascha Duif Groep 3C van OBS t Hout in Helmond

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Vast Module theater groep 3-4

Schipperskind vertelt De avonturen van Wolletje en Pluisje

Don zit naast Jamiro. Ze zit omgekeerd in haar stoel en kijkt door de achterruit.

Het is druk op het schoolplein. Overal zie je kinderen die aan het knikkeren zijn. Joost heeft een grote zware knikkerzak. Hij roept: 'Ik heb de

Hoe doe je het, Piet?

Pannenkoeken met stroop

Muis heeft tikkertje gespeeld met Draak. Het is al donker als ze naar huis wil. Muis moet nog een heel eind door het bos.

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5

Ik mag tien vriendinnen uitnodigen op mijn verjaardagsfeestje. De uitnodigingen liggen netjes naast elkaar op mijn bureau. Ik heb de namen heel dun

Voor Indigo en Nhimo Papahoorjeme_bw.indd :02

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt.

Stan. Geschreven door. Eline Willemse. Illustraties van. Dick Rink

Geen troep op de stoep In de vuilniswagen

Als Jasmijn weer eens verliefd is, komt ze meteen naar Lonnie toe.

Lelijke griet. Dino is nog steeds te verbaasd om iets normaals te zeggen. Het enige dat hij kan bedenken is: Heet je echt Belle?

Geheim transport. Helene Bakker. Daar kun je. 2 op rekenen! BOEKEN BOEIEN

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg

1 Pas op! Drrrring! De voordeur. Ik doe open, roept Dolfje. Hij rent naar de deur.

DE SCHOOLBUS. en andere korte verhalen. Josée Van Laer. in makkelijke taal

De eekhoorn kon niet slapen. Hij liep van zijn deur om zijn tafel heen naar zijn kast, bleef daar even staan, aarzelde of hij de kast zou opendoen,

DE WAARHEIDSKOFFER. Is dat alles?, vraagt ze. Komaan, dat kan beter. Gebruik maar hetgeen ze tegen jou zeggen.

Lieveling. Kim van Kooten. in makkelijke taal. naar het verhaal van Pauline Barendregt


Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Corien Oranje. met tekeningen van. Marja Meijer

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Dag Sinterklaas. Severien Algoet. 13 november 2016

Schoolreis met zwaailicht

Niemand op mijn kerstfeest

MARIAN HOEFNAGEL. Met alle geweld. in één klap alleen. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 7 Delen maakt blij. H. Theobaldusparochie, Overloon

Rana, het regenboogkind. Esther Bohte-de Wilde

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.

Herman gaat met zijn dochter Lies naar de dierentuin. Joppie de hond gaat ook mee. Ze gaan gelijk naar de apen, die dicht bij de ingang zijn.

Marlies Verhelst. Geraakt

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Schroeven in het donker

Evelien van Dort. Evelien van Dort. Jasper & Julia en hun avonturen op Pleintje Zeven. Harmen van Straaten. Met illustraties van

ik heb t! Gerard van Midden Noëlle Smit

Naar bed, naar bed, zei Duimelot

N i k s m o n s t e r Auteur: Paul de Maat

Vieze handen. Je hoeft niet zo n gezicht te trekken. Het is elke keer hetzelfde met jou. Kijk nou hoe je eruitziet!

LYRICS EP1 BEGRIJP ME NIET VERKEERD

1. Richard en Marnix

Melkweg. Iedereen fit! Lezen van Alfa A naar Alfa B. Gezondheid: Sporten en bewegen

weerwolvenfeest 15e druk.indd :37

Transcriptie:

Naar de bovenste verdieping De lift zoeft omhoog. Het is een snelle lift. Veel sneller dan die op school. En vééél sneller dan de lift in de flat van oma. Dat is echt een lift voor oude mensen. Aïsha gaat bij oma nooit met de lift. Trappen lopen gaat er veel vlugger. Aïsha bekijkt zichzelf in de smalle spiegel van de lift. Ze heeft niets te klagen. Ze heeft mooi, lang bruin haar, met slagen. Geen krullen, maar slagen. Ze heeft grote, bruine ogen met lange wimpers. Ze is niet dik en niet mager. Ze is niet groot en niet klein. Ze heeft een mooi kleurtje: lichtbruin. Alleen haar benen, die deugen niet. Wat er precies aan mankeert, kan ze niet zeggen. Maar in een rok ziet ze er niet uit. Daarom draagt ze altijd broeken. Lange broeken. 5

In de winter en in de zomer. En in de herfst, zoals nu. De lift stopt. Aïsha zucht, terwijl ze uit de lift stapt. Dit is de bovenste verdieping van het hoogste gebouw van de stad. Hier zijn geen woningen. Hier is alleen het dak. Als ze de deur open doet, dan staat ze op dat hoge dak... Aïsha duwt tegen de deur. Maar die zit op slot. Ze kijkt of ze ergens een sleutel ziet. Nee, natuurlijk niet. Waarom zou er iets lukken in haar leven? 6

Weer naar beneden Kan ik je helpen?, vraagt een stem. Aïsha draait zich om. Een jongen van een jaar of twintig staat achter haar. Hij lacht vriendelijk. Ik wil even naar buiten, het dak op, zegt Aïsha. Mmm, antwoordt de jongen. Wat heb je op het dak te zoeken? Aïsha haalt haar schouders op. Niets, zegt ze. Ik wil gewoon even kijken. De jongen kijkt haar recht aan. Ik geloof je niet, zegt hij. Aïsha voelt dat haar wangen rood worden. Stom is dat toch. Haar gezicht wordt altijd rood als ze verlegen is. Of als ze boos is. Zoals nu. Nou, dan geloof je me niet, zegt ze nijdig. Wat heb jij er trouwens mee te maken. Alles, zegt de jongen. 7

Ik ben hier de conciërge. Ik heb de sleutel van die deur. Aïsha weet even niets te zeggen. Ze kijkt de jongen kwaad aan. Die schiet in de lach. Je hoeft niet zo boos te zijn, zegt hij. Je begrijpt toch wel dat die deur op slot is? Nee, zegt Aïsha. Daar begrijp ik dus niets van. Waarom zit daar een deur als je er toch niet door mag? Alleen voor onderhoud, zegt hij. Als het dak kapot is, moeten we erbij kunnen. Om het te repareren. Maar verder is het verboden terrein. Voor iedereen. Aïsha kijkt teleurgesteld. Ze draait zich om en stapt de lift weer in. De deuren gaan dicht. Ik mag echt niemand op het dak laten, roept de jongen nog. Mensen zouden naar beneden kunnen springen. 8

Ja, precies, denkt Aïsha. Dat was nou net de bedoeling. Dan sluiten de deuren van de lift en zoeft ze weer naar beneden. 9

Naar oma Aïsha s fiets staat nog tegen de boom. Ze had hem niet op slot gezet. Dat leek haar niet nodig. Hij mocht best gestolen worden. Ze zou haar fiets toch nooit meer gebruiken. Dacht ze. Ze stapt op haar fiets en rijdt de straat uit. Waar moet ze nu naartoe? Naar school? Nou nee. Naar huis? Nee, ook niet. Naar oma dan maar. Oma woont bij een bejaardenhuis. Ze woont niet echt ín het bejaardenhuis, maar ernaast. Een aanleunwoning, heet dat. Oma heeft haar eigen flatje. Ze doet alles gewoon zelf. Maar als ze ziek is, komt er iemand om haar te helpen. En als ze te moe is om te koken, kan ze in het bejaardenhuis eten. 10

Aïsha belt aan. Ja?, kraakt oma s stem door de intercom. Ik ben het, Aïsha, zegt Aïsha tegen het microfoontje. Ze zwaait ook even naar de camera. Oma ziet het. Ach, lieverd, zegt ze. Ik doe gauw open. Aïsha loopt de drie trappen op, naar de woning van oma. Ze loopt langzaam. Iedere stap kost meer moeite. Doodmoe is ze, als ze op de derde verdieping staat. Ik had toch beter de lift kunnen nemen, denkt ze. Oma staat in de deuropening. Kom binnen, zegt ze. Ik ga meteen koffie zetten. Ze kust Aïsha op twee wangen. Oma is lief. Oma is erg lief. Oma is de enige in de hele wereld die echt van haar houdt. Ineens stromen de tranen over Aïsha s wangen. 11

Verdriet Oma zet de koffiekopjes op de lage tafel. Zo jong, zo mooi en zo veel verdriet, zegt ze zachtjes. Ze strijkt even over Aïsha s haar. Laat me raden, zegt oma dan. Is het een jongen? Aïsha staart naar de koffiekopjes. Ja, dat denkt oma natuurlijk. Dat ze liefdesverdriet heeft. Liefdesverdriet... was dat het maar. Nou?, dringt oma aan. ís het een jongen? Of gaat het niet goed op school? Aïsha moet even lachen. Nee, het gaat ook niet goed op school, zegt ze. Maar daarom huil ik niet. En ja, het gaat om een jongen. Maar niet wat u denkt. Weer staart Aïsha naar de koffiekopjes. Moet ze het oma vertellen? Alles? 12

Haar verhalen zijn veilig bij oma, dat weet ze wel. Oma zal nooit iets doorvertellen. Maar... zal oma nog wel van haar houden, als ze alles weet? Zal oma haar niet slecht vinden? Of nog erger dan slecht? Ik wilde van de torenflat afspringen, zegt ze dan. Ik had het ook gedaan, als het had gekund. Maar ik kon het dak niet op. De deur zat op slot. Oma zegt niets, een hele tijd. Ze drinkt haar koffie en kijkt uit het raam. Aïsha zegt ook niets. Zij drinkt ook haar koffie en kijkt naar haar schoenen. Dan zegt oma: Daar had je veel mensen erg veel verdriet mee gedaan. Heb je daar wel aan gedacht? Aïsha kan het niet geloven. Oma vraagt niet wat er in hemelsnaam aan de hand is. Oma zegt niet dat ze blij is dat die deur op slot zat. 13

Dat soort reacties had Aïsha verwacht. Maar niet deze opmerking. Nee, daar had ik niet aan gedacht, zegt ze geërgerd. 14