Update Accenta Capital Fund Side Pocket (ACF SP) Datum : 26 februari 2015 Door : Directie Finles N.V. 1. Portefeuille overzicht en terugblik op Q4 2014 Rendement De geschatte intrinsieke waarde van het ACF SP per 31 december 2014 is EUR 7,02 per participatie. De onderstaande tabel laat de relevante rendementen zien over het afgelopen kwartaal en het jaar 2014. ACF SP Okt Nov Dec Q4 14 YTD Intrinsieke waarde (schatting) 11,13 9,59 7,02 - - Uitbetaling per aandeel - 1,57 - - - Rendement EUR (voor correctie uitbetaling) -3,1% -13,8% -26,8% -38,9% -49,0% Rendement EUR (na correctie uitbetaling) -3,1% 0,3% -26,8% -28,9% -33,9% Wisselkoers effect 1 0,8% 0,6% 2,9% 4,4% 13,6% Bron: AssetCare & Finles Capital Management De directe valutarisico s worden niet meer afgedekt. Op dit moment noteert 99,8% van de onderliggende beleggingen in Amerikaanse dollars. Slechts één kleine belegging (GO Capital) noteert in euro. Dit betekent dat het fondsrendement mede afhankelijk is van de wisselkoersbeweging tussen de euro en de Amerikaanse dollar. In het vierde kwartaal van 2014 hadden wisselkoersschommelingen een positief effect op de ongerealiseerde verliezen door een versterking van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro van ongeveer 4,4%. Portefeuille De portefeuille per 31 december 2014 wordt in het onderstaande overzicht gepresenteerd. Het geschatte fondsvermogen per deze datum bedroeg ongeveer EUR 1,79 miljoen 2 en was belegd in negen verschillende onderliggende fondsen waarvan één belegging, het Amincor Inc Preferred Shares, volledig is afgewaardeerd. De drie grootste posities waren het Medley Opportunity Fund (37%), het Discovery Global Citizens (23%) en het Greater Deep Value Fund II (7%). Samen beslaan de grootste 3 posities 67% van de geschatte intrinsieke fondswaarde per 31 december 2014. Portfolio Sheet Accenta Capital Fund Side Pocket (ACF SP) Registration name: Citco Global Custody NV Ref ALSSF ACF Side Pocket 31-12-2014 Fonds Currency Valuation methodology MV in LC MV in EUR in % of NAV 1 AJW Offshore II Ltd PTG.SHS -B-/ Series 11/08 USD D $ 89,754 74,189 4.1% 2 Amincor Inc Preferred Shares USD D $ - - 0.0% 3 Discovery Global Citizens Fund Class B Seies 01/08-1 USD B $ 13,212 10,921 0.6% 3 Discovery Global Citizens Fund Class B Seies 04/08-1 USD B $ 8,322 6,879 0.4% 3 Discovery Global Citizens Fund Class B Seies 07/07-1 (Side pocket) USD B $ 45,209 37,369 2.1% 3 Discovery Global Citizens Fund Class C Series A USD B $ 125,217 103,502 5.8% 3 Discovery Global Citizens Fund Class C Series EE Side pocket USD B $ 134,821 111,440 6.2% 3 Discovery Global Citizens Fund Class C Series EECPII USD B $ 164,052 135,603 7.6% 3 Discovery Global Citizens Fund Class C Series U III 1214 USD B $ 1,777 1,469 0.1% 3 Discovery Global Citizens Fund Class C Series U Side pocket USD B $ 11,747 9,710 0.5% 4 Firebird Global Fund II Ltd. Class Special Situation Series 10/08 USD B $ - - 0.0% 4 Firebird Global Fund II Ltd. Class Special Situation Series 12/08 USD B $ - - 0.0% 4 Firebird Global Fund Ltd. Class AR1 USD B $ 7,929 6,554 0.4% 5 Global Opportunities Fund (Net shares) EUR B $ 7,903 6,533 0.4% 6 Greater Europe Deep Value Fund I SPV USD B $ 115,347 95,344 5.3% 6 Greater Europe Deep Value Fund II Ltd part. Shares (USD) USD B $ 30,458 25,176 1.4% 6 Greater Europe Deep Value Fund II New part. Shares Class (USD) USD B $ 109,743 90,712 5.1% 7 Marathon Structured Finance LI Series 31 March 2009 USD B $ 22,473 18,575 1.0% 8 Medley Opportunity Fund ltd. Class S Series 1 USD B $ 801,909 662,844 37.0% 9 Whitecap (Offshore) Fund I Ltd Class A Initial Series USD B $ 108,337 89,550 5.0% Total Investment USD $ 1,798,211 1,486,370 83.1% Cash $ 391,109 323,284 18.1% Receivables $ - - 0.0% Payables $ -24,190-19,995-1.1% Total AUM EUR $ 2,165,129 1,789,659 100.0% Bron: Assetcare & Finles Capital Management 1 Een positief rendement betekent een versterking van de US Dollar versus de euro. Aangezien het merendeel van de beleggingen genoteerd zijn in US Dollar en deze niet worden afgedekt naar euro zijn participanten gebaat bij een versterking van de US Dollar. 2 Hierbij dient te worden opgemerkt dat over de huidige marktwaarde van de stukken in portefeuille grote onzekerheid bestaat. Dit betekent dat de werkelijk te realiseren opbrengsten bij verkoop van de stukken aanzienlijk kunnen afwijken van de huidige portefeuillewaarden. Rapportage ACF SP februari 2015 1
Ingekomen kasstromen In het vierde kwartaal van 2014 is in totaal USD 472.161 ontvangen van twee onderliggende fondsen namelijk van het DVF1 SPV en het Marathon Structured Finance Fund. Uitbetalingen Op 21 november 2014 is door de administrateur van het Fonds (Assetcare) een kasdistributie van EUR 400.000 aan participanten gedaan. Met deze uitbetaling is sinds de start van de liquidatie een totaalbedrag van EUR 6.450.000 middels zes distributies uitgekeerd. Dit komt overeen met EUR 25,29 per participatie. De volgende tabel geeft een overzicht van deze distributies (in euro s). Nr Datum Uitbetaling Per participatie 1 28-jan-2011 1.650.000 6,47 2 13-jul-2011 1.700.000 6,67 3 22-mei-2012 850.000 3,33 4 14-dec-2012 1.500.000 5,88 5 24-feb-2014 350.000 1,37 6 21-nov-2014 400.000 1,57 Totaal 6.450.000 25,29 2. Verwachte uitbetalingen FCM is voornemens een distributie te maken indien voldoende liquiditeiten aanwezig zijn binnen het fonds in liquidatie. De minimale kaspositie voor een distributie bedraagt 5% exclusief een kasreserve van 2% van het fondskapitaal die wordt aangehouden ter dekking van toekomstige kosten. Op het moment van schrijven van deze rapportage, 26 februari 2014, had ACF SP een kaspositie van 20% per de geschatte intrinsieke waarde per ultimo december 2014. Wij verwachten in de eerste helft van 2015 de volgende uitbetaling te kunnen maken. 3. Waarderingsmethodiek FCM heeft een waarderingsbeleid geformuleerd die eenduidig op alle Finles fondsen wordt toegepast. De waardering zal maandelijks plaatsvinden in samenspraak met de Administrateur (AssetCare) en Bewaarder van het fonds. De waarderingsmethodiek van FCM is als volgt: Methode A: Bloomberg: Als een onderliggende belegging is geregistreerd op Bloomberg dan wordt deze waardering gehanteerd. Methode B: Statements verstrekt door de administrateur van het fonds. De administrateur verstrekt maandelijks een statement van de holding. Dit statement wordt door AssetCare gehanteerd als input voor de bepaling van de intrinsieke waarde van de Finles fondsen. Meestentijds worden deze statements binnen 30 dagen na afloop van de maand ontvangen. Als voorwaarde wordt gesteld dat er een jaarrekening aanwezig is van het vorige boekjaar. Methode C: Indien geen Bloomberg registratie en statements beschikbaar zijn worden schattingen van de intrinsieke waarde van de onderliggende waarden, ontvangen van de fondsbeheerder van het fonds, gehanteerd. Zodra een statement wordt ontvangen wordt deze vergeleken met de eerder ontvangen schatting. Indien er een materiële afwijking is van de intrinsieke waarde van een Finles fonds wordt de intrinsieke waarde van het betreffende Finles fonds aangepast. Als voorwaarde wordt gesteld dat er een jaarrekening aanwezig is van het vorige boekjaar. Methode D: Dit betreft een specifieke waarderingsprocedure en vigeert voor specifieke onderliggende waarden die bijvoorbeeld in liquidatie zijn en waarvoor geen (onafhankelijke) waardering meer wordt afgegeven door de fondsbeheerder of administrateur van het fonds. Indien van toepassing dan wordt dit per onderliggend fonds toegelicht. Veelal houdt dit in dat er gebruik wordt gemaakt van de biedingen in de secundaire markt. 4. Beleggingen Fonds 1 AJW Het fonds maakte converteerbare leningen aan veelal publieke bedrijven. Na een bepaalde periode kon het fonds de lening (met een korting) converteren in aandelen. Daarna werd het aandeel direct verkocht. De resultaten van het fonds werden gegenereerd door: 1) de rente inkomsten en 2) de korting bij het converteren. Veelal waren deze converteerbare leningen gedekt door onderpand. Tijdens de kredietcrisis is het fonds in problemen gekomen toen de investeerders in het fonds hun verkooporders massaal indienden, de liquiditeit in de aandelen van de onderliggende bedrijven volledig opdroogde Rapportage ACF SP februari 2015 2
en ook doordat de bedrijven geen alternatieve financieringsbronnen konden aanwenden. Begin 2009 heeft het fonds een reorganisatie doorgevoerd, waarbij de toenmalige fondsbeheerder gekozen heeft voor de B klasse. Deze hield in dat er tot 12,5% per kwartaal zou worden uitbetaald en dat de onderliggende portefeuille goed zou worden verzorgd. De realiteit was echter dat in de periode van 2009 tot 2011 slechts twee deeluitkeringen hebben plaatsgevonden van elk rond de 2% van de laatst bekende intrinsieke waarde. De activiteiten van de fondsbeheerder worden reeds geruime tijd onderzocht door de FBI, DOJ en de SEC. In het derde kwartaal van 2013 heeft de fondsbeheerder zonder schuld te bekennen een schikking getroffen met de SEC voor een boete van USD 14,5 miljoen. Bovendien heeft de beheerder ingestemd met een onthouding van uitoefening van vermogensbeheer voor een periode van vier jaar. Het onderzoek van de DOJ gaat overigens nog gewoon door. De portefeuille bestaat nagenoeg volledig uit zogenaamde penny stocks, dat wil zeggen aandelen die rond USD 0,01 of lager per aandeel noteren en waarin nauwelijks handel plaatsvindt. Een realisatie via de beurs is dus niet mogelijk. Het Liquidation Committee zoekt samen met de curator naar alternatieve oplossingen, maar het is zeer waarschijnlijk dat dit proces lange tijd gaat duren en naar verwachting zal slechts een zeer minimale opbrengst uit deze belegging komen. Op de secundaire markt, het handelsplatform voor illiquide geraakte alternatieve beleggingen, worden biedingen gedaan tussen de 0,5% en 2% van de laatst bekende intrinsieke waarde. Waarderingsmethodiek D De curator heeft juridische stappen ondernomen tegen de voormalige fondsbeheerder alsmede verschillende service providers van het fonds. Finles heeft zitting in het liquidation committee om zo de liquidatie beter te kunnen overzien en ook invloed te kunnen uitoefenen op de liquidatie van het fonds. In het vierde kwartaal van 2014 hebben zich weinig ontwikkelingen voorgedaan. Fonds 2 Amincor Het fonds handelde met name in trade financing, maar kende ook andere vormen van asset based lending. Tijdens de kredietcrisis is het fonds in problemen gekomen toen de investeerders in het fonds hun verkooporders massaal indienden, de lenende partijen geen herfinanciering konden verkrijgen bij banken en andere kredietinstellingen. Hierdoor werd het fonds gedwongen onderpand over te nemen. Inmiddels zijn de onderpanden deels verkocht terwijl het resterende deel is overgebracht naar het bedrijf Amincor Inc. om te komen tot een bedrijf met 100% belangen in niet beursgenoteerde bedrijven. Het is het voornemen om dit fonds naar de beurs te brengen zodat het aandeel verhandelbaar wordt. Het bedrijf Amincor bestaat uit vier private equity posities te weten Tyree Holdings Corp. (www.tyree.org), Environmental Quality Services, Inc. (www.eqservices.org), Baker's Pride, Inc. (www.bakersprideco.com) en Advanced Waste & Water Technology, Inc. (www.awwtinc.com). De fondsbeheerder blijft onverminderd positief over de ontwikkelingen bij Baker s Pride. De collectieve prestaties van de bedrijven zijn echter overwegend negatief. Door de eigendomsstructuur van het bedrijf is zij verplicht ieder kwartaal een 10-Q formulier te deponeren bij de Amerikaanse beurswaakhond (SEC) waarin de balans en winst- & verliesrekening worden gerapporteerd. Deze rapporten laten vrijwel ieder kwartaal een verdere Rapportage ACF SP februari 2015 3
Waarderingsmethodiek D achteruitgang zien in de financiële situatie van het bedrijf. Amincor Inc. heeft na een langdurige procedure in mei 2013 eindelijk de vergunning van de SEC ontvangen voor een beursnotering. Op 5 september vond de eerste transactie in het aandeel plaats. Zoals verwacht is er zeer beperkte vraag naar de aandelen en zijn de volumes van de transacties die tot dusverre zijn gedaan dermate klein dat een verkoop van alle aandelen in de ACF SP portefeuille jarenlang zou duren. Sinds de beursgang zijn namelijk 65.900 aandelen verhandeld terwijl het fonds in het bezit is van 234.766 aandelen. Bovendien is de prijs inmiddels gedaald van $0,75 bij introductie naar $0,035 op 18 februari 2015 toen de laatste transactie van 2,000 aandelen plaatsvond. Door de beperkte handel in het aandeel en het ontbreken van een prijs op de secundaire markt is besloten de positie per eind juli 2013 volledig af te waarderen binnen het ACF SP. Fonds 3 Discovery Global Citizens Fund Deze fondsbeheerder beheerde een emerging markets multi-strategy fund. Naast beursgenoteerde aandelen, belegde het fonds tevens in participatiemaatschappijen welke gestructureerd waren via side pockets. De grootste resterende beleggingen zijn een lening in een Boliviaans telecom bedrijf, een onroerend goed belegging in Odesa, en een portefeuille van middelgrote bedrijven met een omzet tussen USD 100 miljoen en USD 1 miljard. Het fonds probeert de resterende posities tegen een redelijke marktprijs te verkopen. Uit het mandje van middelgrote bedrijven is een Pools IT bedrijf verreweg het meest waardevol. De fondsbeheerder heeft mogelijke kopers geïdentificeerd voor dit bedrijf, maar helaas ondervindt het bedrijf last van de neergaande marktconjunctuur in Oost Europa. In 2014 zijn drie bedrijven uit de portfeuille van middelgrote bedrijven verkocht waardoor twee uitkeringen in 2014 en één uitkering in 2015 zijn gemaakt. De beheerder verwacht dat het nog enkele jaren zal duren tot de resterende posities volledig zijn afgewikkeld. Fonds 4 Firebird I & II De fondsbeheerder was een internationaal opererend Long/Short Equity Fund met veelal exotische en door de tijd genomen bijzonder winstgevende posities. Toen de kredietcrisis uitbrak en veel beleggers tegelijkertijd hun verkoopopdrachten indienden, werd het fonds echter gedwongen aan- en verkoopmogelijkheden op te schorten vanwege het ontbreken van een voldoende liquide aandelenmarkt. De belegging van ACF SP bestaat uit een beleggingsfonds in liquidatie (Firebird I) en twee illiquide beleggingen die gestructureerd zijn via Side pockets (Firebird II). Firebird I De fondsbeheerder heeft meer dan 100% van de geschatte portefeuillewaarde per april 2009, wanneer de liquidatie van het fonds begon, kunnen uitkeren. De resterende posities hebben zeer beperkte verhandelbaarheid en worden ordentelijk geliquideerd zodra liquiditeit in de markt beschikbaar komt. Het fonds heeft ongeveer 20 resterende posities waarvan 6 beleggingen niet volledig zijn afgewaardeerd. De beheerder is er in geslaagd om de resterende posities in 2014 te verkopen. De finale uitbetaling heeft in januari 2015 plaatsgevonden. Firebird II De twee side pocket beleggingen bestaan ieder uit één illiquide positie. De side pockets zijn niet in liquidatie en derhalve niet gebonden aan een Rapportage ACF SP februari 2015 4
afwikkeldatum. Één van de posities is een belegging in de failliet verklaarde staatsobligaties van de Republiek van Nauru. De fondsbeheerder heeft een rechtszaak in het Tokyo District Court gewonnen tegen de Republiek van Nauru. Nauru is niet binnen de beschikbare termijn in hoger beroep gegaan en dient nu het nominale bedrag plus misgelopen rente terug te betalen. De positie in de sidepocket van Firebird II is 90% lager gewaardeerd dan het bedrag dat volgens de uitspraak van de rechtszaak dient te worden terugbetaald. De fondsbeheerder heeft goede hoop dat deze claim te gelde zal worden gemaakt, maar de toekomst zal uitwijzen of en wanneer dit daadwerkelijk gebeurt. De tweede belegging betreft een zeer klein belang in het bedrijf Fluormin PLC. Het bedrijf is gefuseerd met Vanoil Energy. De fondsbeheerder hoopt deze positie binnenkort te gelde te maken maar durft geen uitspraak te doen over de termijn waarop de positie mogelijk wordt verkocht. In het vierde kwartaal van 2014 heeft de beheerder beide posities volledig afgewaardeerd. Fonds 5 GO Capital Deze fondsbeheerder was een Nederlands Long/Short Equity Fund dat zich begin 2008 gedwongen zag om aan- en verkoopverzoeken op te schorten. De portefeuille van het fonds leek publiek te bekend te zijn geworden en de vrees bestond dat andere hedge fondsen massaal short posities zouden innemen in de long posities van het GO Capital Fund. Een belangrijk kenmerk van deze posities was dat dit veelal micro-cap aandelen betrof die relatief slecht te verhandelen waren. Het fonds zou daarmee verkoopverzoeken van beleggers uitlokken en gedwongen worden om haar toch al sterk gezakte aandelen te verkopen (waarmee de oorspronkelijke tegenpartij hun posities met winst zouden kunnen gladstrijken). In 2009 heeft een drietal liquidatie-uitkeringen plaatsgevonden. Het totaal van deze uitkeringen komt overeen met circa 90% van de intrinsieke waarde van het fonds per 31 december 2008. Het fonds heeft twee resterende posities namelijk in een failliet verklaarde Duitse vliegtuigmotorbouwer en een grondstoffenbedrijf. Bovendien wordt een kaspositie aangehouden om een claim te kunnen voeren tegen de vliegtuigmotorbouwer, zonder de kans te lopen door de tegenpartij uitgerookt te worden gedurende die periode. Nadat de rechter op 12 juni 2013 een voor het fonds gunstige uitspraak heeft gedaan stond het partijen vrij uiterlijk 12 juli 2013 beroep aan te tekenen bij de hogere regionale rechtbank van Hamburg. De veroordeelde partijen, accountantskantoor BDO en voormalig CEO van het bedrijf, de heer Frank Thielert, hebben beroep aangetekend tegen de uitspraak. Ook het fonds (GO Capital) heeft hoger beroep aangetekend. De verwachting is dat de tweede fase van deze procedure twee à drie jaar (gerekend vanaf juli 2013) in beslag zou kunnen nemen. Vervolgens is het mogelijk in een derde en laatste fase tegen de uitspraak van de tweede fase bij het hoogste Duitse gerechtshof beroep aan te tekenen. Daardoor zou de lopende procedure tot definitieve afronding mogelijkerwijs nog enkele jaren kunnen duren. Het is mogelijk dat de definitieve vaststelling van de schadeloosstelling aan het Fonds waartegen geen beroepsmogelijkheden meer bestaan, hoger dan wel lager uitvalt dan de schadeloosstelling welke in de eerste fase door de rechter is vastgesteld. GO Capital heeft de positie van de Thielert claim gewaardeerd op nihil en heeft daarnaast in haar jaarrapport een liquidatievoorziening opgenomen om de Thielert claim voort te zetten. ACF SP heeft haar positie in GO Capital gewaardeerd na aftrek van de liquidatievoorziening. Deze boekhoudkundige Rapportage ACF SP februari 2015 5
waardering heeft geen invloed hebben op de uitkering die in de toekomst mogelijk ten deel valt aan het ACF SP. Fonds 6 Greater Europe Deep Value I Deze beleggingen betreffen twee fondsen van dezelfde fondsbeheerder. Beide fondsen waren oorspronkelijk gestructureerd als twee closed-end fondsen die belegden in minder liquide Russische effecten. Beide fondsen hadden bij oprichting een einddatum gepland van 31 juli 2012. Aangezien beide fondsen nog een aantal moeilijk te verkopen posities bezaten ten tijde van de officiële einddatum, heeft de manager, na toestemming van meer dan 80% van de aandeelhouders, besloten de illiquide beleggingen in de portefeuille over te zetten naar een zogenaamde Special Purpose Vehicle welke door de tijd te gelde zal worden gemaakt. Fonds I Het fonds heeft ondanks de geopolitieke spanningen in Rusland goede vorderingen gemaakt met de liquidatie van onderliggende posities. In juli 2014 werd een distributie aangekondigd van ongeveer 10% van de positiegrootte per 30 juni 2014. Daarnaast werd in november 2014 aangekondigd dat de grootste positie van het fonds, een privaat bedrijf, is verkocht. Ook werd een aantal kleinere vastgoedposities verkocht. Hierdoor is een distributie gemaakt van ongeveer 47% van de positiegroote per 30 september 2014. Fonds II In december 2012 heeft de fondsbeheerder een rechtszaak verloren van een belegger die in beroep ging tegen de voorgestelde fondswijziging met als gevolg dat de fondsbeheerder door een curator is vervangen. Deloitte LLP is aangesteld als curator om de verdere afwikkeling van het fonds te begeleiden. Op dit moment is Deloitte druk bezig met het inventariseren van de portefeuille en het overwegen van de mogelijke verkoopstrategieën. Deze uitkomst zal vermoedelijk leiden tot een snellere afwikkeling van de liquidatie met mogelijke waardedalingen tot gevolg. De curator is door de gevoeligheid van de verkooptransacties beperkt in haar informatieverschaffing over de status van de onderhandelingen met potentiële kopers van de drie overgebleven private equity posities. Echter in het derde kwartaal van 2014 is één positie verkocht. De curator is voornemens om de eerste uitbetaling in het eerste kwartaal van 2015 te maken. Het is vooralsnog onbekend wanneer de twee resterende posities verkocht zullen worden. Fonds 7 Marathon Structured Finance De SPV bestaan uit Structured Finance posities en andere soorten private instrumenten zoals private leningen en participatiemaatschappijen. Het fonds is nagenoeg volledig geliquideerd. Het fonds heeft nog vier grote en vier kleine posities. Ongeveer de helft van de portefeuille is belegd in één CDO. Deze belegging levert maandelijks een positieve kasstroom op, maar blijkt onmogelijk tegen een redelijke prijs te kunnen worden verkocht. De beheerder van het fonds denkt deze positie uiterlijk eind volgend jaar te kunnen sluiten. De overige beleggingen betreffen veelal leningen die aflopen in 2014 en 2015. Het fonds heeft in het vierde kwartaal van 2014 opnieuw een uitkering gedaan waarmee het in 2014 in totaal drie uitkeringen heeft gedaan. Rapportage ACF SP februari 2015 6
Fonds 8 CK Pearl Fund (voorheen het Medley Opportunities Fund) De fondsbeheerder hanteerde een Asset Backed Lending strategie. Het fonds bood private leningen aan veelal Amerikaanse bedrijven. Dit kapitaal werd met name gebruikt als werkkapitaal. Alle leningen werden gedaan tegen onderpand waarbij het project of bedrijf dikwijls als onderpand diende. Tijdens de kredietcrisis is het fonds in de problemen gekomen toen investeerders massaal hun verkooporders indienden, de lenende partijen geen herfinanciering bij banken en andere kredietinstellingen konden verkrijgen, of dat bedrijven onvoldoende winstgevend waren om de leningen af te lossen. Hierdoor werd het fonds gedwongen onderpand over te nemen en deze zelf in de markt te verkopen. In augustus 2014 hebben investeerders een nieuwe fondsbeheerder aangesteld om de verdere liquidatie van het fonds te begeleiden, omdat de investeerders, waaronder het ACF SP, het vertrouwen in de vorige fondsbeheerder hadden opgezegd. Deze wijziging is in het vierde kwartaal van 2014 geformaliseerd. De nieuwe fondsbeheerder heeft een gedetailleerde analyse gemaakt van de portefeuille. De voornaamste uitkomst hiervan is dat de nieuwe fondsbeheerder meent dat de waarderingen een te positief beeld gaven van de werkelijkheid. De positie is op basis van de herziende waarde schatting van de nieuwe beheerder in het vierde kwartaal van 2014 verder afgewaardeerd. Daarnaast is er volgens de nieuwe fondsbeheerder bij een aantal onderliggende posities een ander beleid nodig bij het te gelde maken van deze posities. In 2014 hebben er geen distributies plaatsgevonden. Fonds 9 Whitecap Whitecap belegde direct en indirect in structured finance posities zoals Asset- Backed Loans, Commercial & Consumer Receivables, Inventory, Purchase Order Financings, Commercial & Industrial Loans, Convertible Debentures, Loan Securitizations, Preferred Stock, en Structured Cash Flow products. Sinds de start van de liquidatie is ruim 80% van de onderliggende posities verkocht. De fondsbeheerder heeft in maart 2014 de laatste uitbetaling gedaan van ongeveer 12% van het fondsvermogen. Rapportage ACF SP februari 2015 7
Aansprakelijkheid Finles Capital Management kan niet aansprakelijk worden gehouden voor beslissingen met betrekking tot de Accenta fondsen die in het verleden zijn genomen. Finles is slechts verantwoordelijk voor een ordentelijke liquidatie van de Accenta fondsen vanaf het moment van overname van het beheer van de Accenta fondsen op 15 juni 2012. Finles Capital Management kan evenmin verantwoordelijk worden gehouden voor enige onvolledige en/of onjuiste informatie die ontvangen is van derde partijen en die gebruikt is als basis voor de rapportages en waarderingen met betrekking tot de Accenta fondsen. Finles Capital Management kan eveneens geen uitspraken doen over de hoogte van de daadwerkelijke toekomstige uitkeringen van onderliggende posities van de Accenta fondsen tot het moment dat deze uitkeringen daadwerkelijk zijn ontvangen door de Accenta fondsen. Finles Capital Management kan evenmin garanties geven met betrekking tot de daadwerkelijke inbaarheid van deze uitkeringen. Finles Capital Management kan op geen enkele wijze verantwoordelijk worden gehouden over de uiteindelijke opbrengsten van de beleggingen. Rapportage ACF SP februari 2015 8