LUMC LUMC oktober 2014 Pagina 1 van 7
Inleiding: Onder professioneel gedrag wordt verstaan: observeerbaar gedrag waarin de normen en waarden en beroepsspecifieke gedragsrichtlijnen van een beroepsgroep zichtbaar zijn. Voor de arts komt dit tot uiting in woord, gedrag en uiterlijk en is van groot belang voor het basisvertrouwen dat een patiënt moet kunnen stellen in zijn behandelaar. Binnen de competentie professioneel gedrag kunnen 3 domeinen worden onderscheiden: Omgaan met taken en werk: dit betreft het tonen van verantwoordelijkheid voor de dingen die men doet en moet doen, het op niveau beoefenen van klinische vaardigheden, het serieus nemen van scholing en bijscholing en het tonen van hoge morele normen en waarden. Voor de student geneeskunde betreft dit het tonen van verantwoordelijkheid voor de wijze waarop deze de studie aanpakt, het op niveau voorbereiden en bijwonen van werkgroepen en practica, en het tonen van hoge morele waarden bij de uitvoering van opdrachten en het afleggen van tentamens. Omgaan met anderen: hierbij gaat het om communicatievaardigheden en het zorgen voor een open en respectvolle communicatie en empathie met medestudenten, docenten en patiënten. Daarnaast betreft dit ook het tonen van integriteit, het houden van professionele afstand en het werken in teamverband. Omgaan met zichzelf: dit betreft het zich verantwoordelijk tonen voor eigen handelen, de bereidheid tonen zich te verantwoorden en de bereidheid zich toetsbaar op te stellen en open te staan voor externe beoordeling. In het Leids geneeskundecurriculum dient vroegtijdig in de opleiding aandacht te zijn voor professioneel gedrag en moeten in een longitudinaal traject momenten worden gecreëerd om professioneel gedrag te toetsen; in eerste instantie formatief met indien nodig het aanbieden van verbetertrajecten en later ook summatief met eventueel consequenties voor het voortzetten van de opleiding. In een interne rapportage van de Werkgroep Professioneel Gedrag (2008), Longitudinale beoordeling professioneel gedrag in het Leids geneeskundecurriculum, is dit voornemen vastgelegd. In het Raamplan Artsopleiding 2009 is de competentie Professioneel Gedrag herkenbaar terug te vinden in de competenties Medisch handelen, Communicatie, Samenwerking en Beroepsbeoefenaar. Aandacht voor professioneel gedrag in de geneeskunde Professioneel gedrag in de geneeskunde is noodzakelijk om optimale patiëntenzorg te waarborgen. Klachten over medische zorg zijn frequenter terug te voeren op onvoldoende professioneel gedrag dan op een gebrek aan medische kennis of technische vaardigheden. Uit een retrospectief onderzoek onder artsen in de VS is gebleken dat studenten die in hun opleiding onvoldoende professioneel gedrag tonen later significant vaker in aanraking komen met klachtencommissies en tuchtcolleges dan de studenten die op deze competentie een voldoende scoren ( Papadakis e.a. 2005). LUMC In juni 2009 is door het LUMC de (Cie PG) ingesteld, die de Examencommissie adviseert over studenten die vanwege onvoldoende professioneel gedrag onder haar aandacht zijn gebracht. De Cie PG analyseert het onprofessionele gedrag van de student en beveelt maatregelen aan aan de student en/of de Examencommissie ter verbetering van dit gedrag. Daarnaast neemt de Cie PG initiatieven om aandacht voor professioneel gedrag in het geneeskundecurriculum vanaf het begin van de studie te stimuleren en te implementeren. Om een zorgvuldige werkwijze van de Cie PG te waarborgen is bijgaand reglement opgesteld waarin het zowel voor studenten als voor melders duidelijk is hoe de procedure voor aanmelding bij de Cie PG dient te verlopen. Pagina 2 van 7
Pagina 3 van 7
REGLEMENT COMMISSIE PROFESSIONEEL GEDRAG Pagina 4 van 7
Reglement 1. Instelling a. De (hierna: de Cie PG) is ingesteld door de Examencommissie Geneeskunde (hierna: de Examencommissie). De Examencommissie is ingesteld door en verantwoording schuldig aan de Raad van Bestuur van het LUMC b. De Cie PG fungeert als centraal punt voor meldingen van onprofessioneel gedrag van studenten geneeskunde gedurende het hele medisch curriculum en voor de afhandeling daarvan. c. De Cie PG bestaat uit een voorzitter en 5-8 leden. Benoeming van de voorzitter en de 5-8 leden geschiedt door de Examencommissie voor een periode van 5 jaar. d. De Cie PG heeft een secretaris vanuit de afdeling Geneeskunde van het Directoraat Onderwijs en Opleidingen (DOO). e. De voorzitter van de Cie PG woont als adviseur de vergaderingen van de Examencommissie bij. Tweemaal per jaar vindt binnen de Cie PG overleg plaats met de voorzitter van de Examencommissie. f. De Cie PG vergadert eenmaal in de 2 weken. De secretaris maakt van de vergaderingen een verslag. De agenda en verslagen van de vergaderingen zijn vertrouwelijk. 2. Taken Cie PG: a. De Cie PG adviseert in voorkomende gevallen de Examencommissie over de afhandeling van meldingen. De Cie PG kan de Examencommissie adviseren over te treffen maatregelen (bijv. volgen van een taalcursus of zoeken van psychologische begeleiding) ter verbetering van het professionele gedrag van de student. b. In voorkomende gevallen adviseert de Cie PG de individuele student ter verbetering van zijn/haar professionele gedrag c. De Cie PG adviseert de opleidingscommissie geneeskunde over het onderwijs met betrekking tot professioneel gedrag in het medisch curriculum. d. De Cie PG doet voorstellen aan de Opleidingscommissie geneeskunde voor formatieve en summatieve toetsing van professioneel gedrag in het onderwijs. 3. Bevoegdheden Cie PG: a. In bijzondere gevallen kan de Cie PG, al dan niet uit haar midden, een subcommissie instellen ter voorbereiding van een advies aan de Examencommissie. b. De Cie PG is bevoegd om naar aanleiding van een melding nader onderzoek naar het professionele gedrag van een student te doen en bij een ieder de noodzakelijke inlichtingen in te winnen die van belang kunnen zijn voor het afhandelen van de melding. Medewerkers van het LUMC zijn verplicht de gevraagde inlichtingen te verstrekken. c. De Cie PG is bevoegd de student uit te nodigen voor een of meerdere gesprekken. d. De Cie PG kan een student voor advies verwijzen naar een studieadviseur van het LUMC met de bedoeling een geconstateerd probleem inhoudelijk te exploreren. e. Wanneer een melding door eenvoudige bemiddeling niet oplosbaar is kan de Cie PG een onafhankelijke bemiddelaar of vertrouwenspersoon inschakelen. Deze hoort partijen en adviseert vervolgens de Cie PG die, zo nodig, op zijn beurt de Examencommissie adviseert. Pagina 5 van 7
4. Meldingen a. Een melding van onprofessioneel gedrag van een student geneeskunde aan de Cie PG kan worden gedaan door diegenen die bij het onderwijs aan de student zijn betrokken zoals docenten, assistenten in opleiding tot specialist voor zover zij onderwijstaken voor studenten uitvoeren. Maar ook verpleegkundigen, paramedisch personeel, administratief medewerkers of collegastudenten kunnen een melding doen. Een melding aan de Cie PG dient altijd te verlopen via een seniordocent staflid in zijn/haar functie als blok- of lijncoördinator of als coördinator van een coassistentschap. b. Meldingen van een onvoldoende voor een coassistentschap dienen direct te worden aangemeld bij de voorzitter van de Examencommissie. Deze kan de desbetreffende coassistent voor nadere advies verwijzen naar de Cie PG of zelf een sanctie instellen. c. Een melding aan de Cie PG dient schriftelijk plaats te vinden. Indien een melding een hoge urgentie heeft dient de melding ook telefonisch plaats te vinden aan de voorzitter van de Examencommissie en/of de voorzitter van de Cie PG en later schriftelijk worden bevestigd. d. Een schriftelijke melding aangaande professioneel gedrag dient altijd vergezeld te gaan van een Checklist Professioneel gedrag in niet-klinische setting, dan wel Checklist Professioneel gedrag in klinische setting. e. De melder van onprofessioneel gedrag stelt de desbetreffende student er mondeling en/of schriftelijk van in kennis dat deze bij de Cie PG is aangemeld. 5. Werkwijze na melding: a. Na binnenkomst van een melding bij de Cie PG wordt een ontvangstbevestiging gezonden aan melder en aan de student b. Alle meldingen worden in de eerstvolgende vergadering van de Cie PG besproken. De Cie PG beslist dan over de verdere aanpak van de melding. c. De student wordt in ieder geval uitgenodigd voor een of meerdere gesprekken over de melding met 1-2 leden van de Cie PG. d. Afhankelijk van de ernst van de melding zal dit gesprek zo spoedig mogelijk plaatsvinden en waar mogelijk binnen 3 weken nadat de melding is binnen gekomen. e. Van het gesprek met de student wordt een kort verslag gemaakt. f. Na plenaire bespreking van de melding en het verslag als bedoeld onder 5.sub e en de bevindingen van het onderzoek, neemt de Cie PG een beslissing over de verdere afwikkeling van de melding. g. De Cie PG kan beslissen dat de melding voor kennisgeving wordt aangenomen, waarmee de melding is afgehandeld; de melder en student worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld met een motivatie voor deze handelwijze. De Examencommissie krijgt van alle correspondentie hieromtrent een kopie. h. De Cie PG kan beslissen dat advies aan de Examencommissie wordt uitgebracht als bedoeld onder 2 sub a. De Examencommissie neemt vervolgens een besluit dienaangaande. i. In geval van een advies aan de Examencommissie wordt het advies ook aan de melder en de student gezonden. In geval de Examencommissie het advies overneemt zal deze de student hierover informeren. j. Nadat een melding volledig is afgehandeld worden de melding en overige stukken gearchiveerd in een database/studentdossier waar alleen de Cie PG toegang toe heeft. 6. Rechten en plichten van de student a. De student heeft het recht kennis te nemen van de melding, de ingewonnen inlichtingen en het eventuele advies van de commissie Cie PG aan de Examencommissie. b. De student heeft het recht zijn opvatting naar voren te brengen over de gedane melding en wordt daartoe door de Cie PG in de gelegenheid gesteld (zie punt 5 sub c). Pagina 6 van 7
c. De student is verplicht mee te werken aan het onderzoek naar zijn gedrag en gehoor te geven aan de uitnodiging voor één of meerdere gesprekken met de Cie PG. Indien de student direct of indirect zijn medewerking aan het onderzoek weigert en blijft weigeren wordt dit gemeld aan de Examencommissie. De Examencommissie kan op basis daarvan besluiten tot het doen van een voorstel aan de Raad van Bestuur LUMC van een iudicium abeundi. 7. Privacy aspecten a. Alleen leden van de Cie PG en de voorzitter van de Examencommissie hebben inzage in individuele dossiers c.q. portfolio s van studenten. b. De bewaartermijn van een Cie PG dossier is dezelfde als die van het studentdossier. c. De Cie PG behoudt het recht om geanonimiseerde gegevens uit de dossiers te gebruiken voor onderzoek en om de werkwijze van de commissie te monitoren en waar nodig aan te passen. Pagina 7 van 7