REGELING MELDING ONREGELMATIGHEDEN UNIVERSITEIT LEIDEN
|
|
|
- Timo Brander
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 REGELING MELDING ONREGELMATIGHEDEN UNIVERSITEIT LEIDEN INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Algemene bepalingen Interne procedure De Commissie integriteit Universiteit Leiden Rechtsbescherming Inwerkingtreding Toelichting
2 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.1. Definities 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de universiteit: de Universiteit Leiden; b. de Commissie: de commissie, bedoeld in artikel 3.1; c. een vermoeden van een onregelmatigheid: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de universiteit of een onderdeel daarvan omtrent: - een ernstig strafbaar feit; - een grove schending van regelgeving; - het misleiden van de voor de universiteit aangewezen accountant; - een groot gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of - het bewust achterhouden van informatie over deze feiten; d. leidinggevende: de leidinggevende van de organisatie-eenheid waarbinnen de onregelmatigheid wordt vermoed. 2. Onder een vermoeden van een onregelmatigheid wordt niet begrepen een vermoeden van inbreuk op de wetenschappelijke integriteit. 3. Onder werknemer, onderscheidenlijk student wordt tevens verstaan: a. een andere persoon die binnen de universiteit werkzaam is, zoals een gast, docent, stagiair of uitzendkracht; b. een student die is ingeschreven aan een niet in het Centraal Register Opleiding Hoger Onderwijs vermelde opleiding van de universiteit. Hoofdstuk 2: Interne procedure Artikel 2.1. Interne melding aan leidinggevende 1. De werknemer of student die een vermoeden heeft van een onregelmatigheid, meldt dit vermoeden bij de desbetreffende leidinggevende. 2. De leidinggevende zendt de werknemer of student die een vermoeden van een onregelmatigheid heeft gemeld, een ontvangstbevestiging, waarin wordt melding gemaakt van het gemeld vermoeden van een onregelmatigheid en het ogenblik waarop de werknemer of student het vermoeden heeft gemeld. 3. De in het eerste lid bedoelde leidinggevende draagt er zorg voor dat het College van Bestuur onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een onregelmatigheid en van de datum waarop de melding is ontvangen. 4. Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een onregelmatigheid stelt de leidinggevende onverwijld een onderzoek in. 5. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden kan de werknemer of student een vermoeden van een onregelmatigheid rechtstreeks bij de Commissie melden indien zwaarwegende belangen toepassing van die leden in de weg staan. 6. Indien de melding betrekking heeft op een vermoeden van een onregelmatigheid, gepleegd door het College van Bestuur dan wel door één of meer van zijn leden, vindt de melding plaats bij de Raad van Toezicht. In dat geval zijn van deze regeling uitsluitend de bepalingen van het tweede, derde en vierde lid van dit artikel alsmede artikel 2.2, tweede en vierde lid, van toepassing of van overeenkomstige toepassing. 2/7
3 Artikel 2.2. Een standpunt 1. Binnen een periode van acht weken vanaf het moment van de interne melding wordt de werknemer of student door of namens de leidinggevende schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een onregelmatigheid. 2. Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, wordt de werknemer of student door of namens de leidinggevende hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij of zij een standpunt tegemoet kan zien. 3. De werknemer of student kan het vermoeden van een onregelmatigheid melden bij de Commissie, indien: a. hij of zij het niet eens is met het standpunt; b. hij of zij geen standpunt heeft ontvangen binnen de vereiste termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, of c. de termijn, bedoeld in het tweede lid, gelet op alle omstandigheden onredelijk lang is, of d. hij of zij van mening is dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid. Hoofdstuk 3: De Commissie integriteit Universiteit Leiden Artikel 3.1. Instelling en taakstelling van de Commissie 1. Er is een Commissie integriteit Universiteit Leiden 2. De Commissie heeft tot taak een door een de werknemer of student gemeld vermoeden van een onregelmatigheid te onderzoeken en daaromtrent het College van Bestuur te adviseren. Artikel 3.2. Samenstelling van de Commissie 1. De Commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en twee andere leden. De Commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan 2. Het College van Bestuur kan een of meer plaatsvervangende leden benoemen. 3. Bij ontstentenis van de voorzitter, onderscheidenlijk van een ander lid dan wel ingeval de voorzitter of een ander lid direct of indirect betrokken is bij een te beoordelen melding, neemt de plaatsvervangend voorzitter, onderscheidenlijk een plaatsvervangend lid zijn plaats in. 4. De voorzitter, overige leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie worden benoemd door het College van Bestuur voor een termijn van drie jaar. Herbenoeming voor een aansluitende periode van telkens drie jaar is mogelijk. 5. Niet voor benoeming in aanmerking komen de leden van het College van Bestuur, de leden van de Raad van Toezicht, de decanen van de faculteiten en de voorzitters van departementen, de directeuren van onderwijs- en onderzoekinstituten dan wel de directeuren van diensten van de universiteit. 6. Tussentijds ontslag vindt plaats op eigen verzoek en kan plaatsvinden wegens disfunctioneren als (plaatsvervangend) lid van de Commissie. Artikel 3.3. Secretaris De Commissie wordt bijgestaan door een door het College van Bestuur aangewezen secretaris die over voldoende juridische kennis dient te beschikken. 3/7
4 Artikel 3.4. Ontvangstbevestiging en het onderzoek Regeling melding onregelmatigheden Universiteit Leiden 1. De Commissie bevestigt de ontvangst van een melding van een vermoeden van een onregelmatigheid aan de werknemer of student die het vermoeden bij haar heeft gemeld en stelt het College van Bestuur op de hoogte van de melding. 2. Indien de Commissie dit voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk acht, stelt zij een onderzoek in. De Commissie kan het onderzoek opdragen aan één van de leden, dat alsdan namens haar optreedt. Artikel 3.5. Bevoegdheden van de Commissie 1. De Commissie is bevoegd informatie in te winnen bij alle medewerkers, studenten en organen van de universiteit. Zij kan inzage verlangen van alle documentatie en correspondentie die zij voor de beoordeling van de melding van belang acht. 2. De Commissie kan deskundigen, al dan niet verbonden aan de universiteit, raadplegen. Van de raadpleging wordt een verslag opgemaakt. 3. De Commissie legt van elke behandelde melding een dossier aan. Daaruit wordt geen onder geheimhouding gegeven informatie verstrekt dan met toestemming van de betrokkenen. Artikel 3.6. Niet ontvankelijkheid 1. De Commissie verklaart de melding niet ontvankelijk, indien: a. geen sprake is van een onregelmatigheid, waarover de Commissie adviseert; de werknemer of student niet aantoont dat hij of zij het vermoeden eerst intern aan de orde heeft gesteld, zoals voorgeschreven in artikel 2.1, eerste lid, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid, of c. indien de werknemer of student het vermoeden intern aan de orde heeft gesteld, zoals voorgeschreven in artikel 2.1, eerste lid, maar nog niet een redelijke termijn is verstreken na de interne melding. 2. Een redelijke termijn, als bedoeld in het eerste lid, onder c, is verstreken indien: a. vanaf het moment van de interne melding binnen een periode van acht weken niet een standpunt van de leidinggevende aan de werknemer of student die een vermoeden van een onregelmatigheid heeft vermeld, is uitgereikt, tenzij door de leidinggevende aan de werknemer of student wordt medegedeeld dat hij of zij niet binnen een periode van acht weken een standpunt kan verwachten; b. door de leidinggevende geen termijn is gesteld als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid; c. de door de leidinggevende gestelde termijn, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, is verstreken zonder dat een standpunt van de leidinggevende aan de werknemer of student is medegedeeld, of d. de door de leidinggevende gestelde termijn, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, gelet op alle omstandigheden niet redelijk is. 3. De Commissie brengt gemotiveerd het College van Bestuur en de werknemer of student die een vermoeden van een onregelmatigheid bij de Commissie heeft gemeld, op de hoogte of de melding niet ontvankelijk is. Artikel 3.7. Advies van de Commissie 1. Indien het gemeld vermoeden van een onregelmatigheid ontvankelijk is, legt de Commissie zo spoedig mogelijk haar bevindingen omtrent de melding van een vermoeden van een onregelmatigheid neer in een advies, gericht aan het College van Bestuur. 4/7
5 2. De werknemer of student die een vermoeden van een onregelmatigheid bij de Commissie heeft gemeld, ontvangt een afschrift van het advies, met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van aan de Commissie verstrekte informatie en de terzake geldende regelingen. 3. Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van aan de Commissie verstrekte informatie en de terzake geldende regelingen openbaar gemaakt op een wijze die de Commissie geëigend acht, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. 4. Naar aanleiding van het advies brengt het College van Bestuur de werknemer of student die een vermoeden van een onregelmatigheid heeft gemeld bij de Commissie, op de hoogte of het advies al dan niet wordt opgevolgd. Artikel 3.8. Jaarverslag 1. Jaarlijks wordt door de Commissie een jaarverslag opgesteld. 2. In dat verslag worden in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de terzake geldende regelingen vermeld: a. het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een onregelmatigheid; b. het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek heeft geleid; c. het aantal ondernomen onderzoeken die de Commissie heeft verricht, en d. het aantal adviezen en de aard van de adviezen die zij heeft uitgebracht. 3. Dit jaarverslag wordt gezonden aan het College van Bestuur. Het College van Bestuur zendt het jaarverslag onverwijld aan de Raad van Toezicht en aan de Universiteitsraad. Het College van Bestuur maakt van het jaarverslag melding in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Hoofdstuk 4: Rechtsbescherming Artikel 4.1. Rechtsbescherming De medewerker of student die met inachtneming van de bepalingen in deze regeling een vermoeden van onregelmatigheid heeft gemeld, wordt op geen enkele wijze in zijn of haar positie binnen de universiteit benadeeld als gevolg van het melden, voor zover hij of zij te goeder trouw handelt en hij of zij geen persoonlijk gewin heeft bij de onregelmatigheid of de melding daarvan. Hoofdstuk 5: Inwerkingtreding Artikel 5.1. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 januari Artikel 5.2. Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling melding onregelmatigheden Universiteit Leiden. Vastgesteld door het College van Bestuur op 9 december 2004 na advies van de Universiteitsraad, en goedgekeurd door de Raad van Toezicht op 15 december /7
6 Toelichting In het jaarverslag van de universiteit over 2003 is aangekondigd dat het College van Bestuur er zorg voor zal dragen dat werknemers en studenten de mogelijkheid hebben te rapporteren over vermeende onregelmatigheden van algemene, operationele of financiële aard binnen de universiteit aan het College van Bestuur of een door dit college aangewezen functionaris en dat deze werknemers en studenten daardoor niet worden benadeeld in hun positie binnen de universiteit. Vermeende onregelmatigheden die het functioneren van leden van het College van Bestuur betreffen worden gerapporteerd aan de Raad van Toezicht. In het jaarverslag is een regeling terzake in het vooruitzicht gesteld. Het ontwerp van zulk een regeling gaat hierbij. Kernbegrip is het begrip vermoeden van een onregelmatigheid (art. 1.1, eerste lid onder c). Het gaat hierbij om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden omtrent een strafbaar feit, een grove schending van (interne of externe) regelgeving, het misleiden van de voor de universiteit aangewezen accountant, een groot gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu dan wel het bewust achterhouden van informatie over deze feiten. Deze feiten moeten uiteraard betrekking hebben op de universiteit of een onderdeel (faculteit, departement, instituut, opleiding, dienst, afdeling e.d.) daarvan. Om samenloop van de Regeling wetenschappelijke integriteit Universiteit Leiden te voorkomen is een vermoeden van inbreuk op de wetenschappelijke integriteit uitdrukkelijk buiten het begrip vermoeden van een onregelmatigheid gehouden (art. 1.1, tweede lid). De werknemer of student die een vermoeden heeft van een onregelmatigheid dient dit te melden bij de leidinggevende van de organisatie-eenheid waarbinnen de onregelmatigheid wordt vermoedt (art. 2.1, eerste lid). De leidinggevende is immers degene die verantwoordelijk is voor de gang van zaken binnen zijn of haar eenheid. De leidinggevende kan zijn de decaan, de voorzitter van het departement, de opleidingsdirecteur, de wetenschappelijk directeur van het instituut, enz., afhankelijk van de desbetreffende organisatie-eenheid. Op deze regel zijn twee uitzonderingen. Er kunnen zwaarwegende belangen zijn die de toepassing van deze regel in de weg staan (art.2.1, vijfde lid). Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de leidinggevende degene is ten aanzien van wie het vermoeden van een onregelmatigheid bestaat. In dit geval kan de werknemer of student de melding van het vermoeden van een onregelmatigheid rechtstreeks doen bij de Commissie integriteit Universiteit Leiden. Het vermoeden van een onregelmatigheid kan ook het College van Bestuur of één of meer van zijn leden betreffen. In dit geval dient de melding te worden gedaan bij de Raad van Toezicht (art. 2.1, zesde lid). De leidinggevende, de Commissie integriteit Universiteit Leiden dan wel de Raad van Toezicht dient de werknemer of student die de melding heeft gedaan, een ontvangstbevestiging te zenden (artt. 2.1, tweede lid, en 3.4, eerste lid). Zij moeten ook het College van Bestuur op de hoogte stellen (artt. 2.1, derde en zesde lid, en 3.4, eerste lid). Naar aanleiding van de melding zal de leidinggevende of, in voorkomende gevallen, de Raad van Toezicht een onderzoek instellen (artt. 2.1, vierde en zesde lid, en art. 3.4, tweede lid). De Commissie zal alleen een onderzoek instellen indien dit voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk acht (art. 3.4, tweede lid). Een onderzoek zal bijv. niet nodig zijn indien er grond is de melding niet ontvankelijk te verklaren of er in eerdere instantie al een naar het oordeel van de Commissie adequaat onderzoek heeft plaatsgevonden. Het onderzoek, ingesteld door de leidinggevende of, in voorkomende gevallen, de Raad van Toezicht zal uitmonden in een inhoudelijk standpunt (art. 2.2, eerste en tweede lid). Indien dat standpunt hiertoe aanleiding geeft, zal moeten of kunnen worden overgegaan tot maatregelen zoals beëindiging van een gebleken ongewenste toestand of praktijk, aangifte van een strafbaar feit, een verbod tot het betreden van universitaire gebouwen of terreinen dan wel een disciplinaire sanctie, een en ander uiteraard overeenkomstig de daarvoor geldende regelingen. 6/7
7 Indien de werknemer of student die de melding heeft gedaan, het niet met het standpunt eens is of het standpunt niet binnen de vereiste dan wel binnen een redelijke termijn wordt gegeven, kan hij of zij het vermoeden van een onregelmatigheid melden bij de Commissie integriteit Universiteit Leiden (art. 2.2, derde lid). Zoals eerder gezegd, kan de melding ook rechtstreeks bij deze Commissie worden gedaan nl. indien zwaarwegende belangen melding bij de leidinggevende in de weg staan. De voorzitter, overige leden en plaatsvervangende leden van de Commissie worden door het College van Bestuur benoemd. (art. 3.2, eerste en tweede lid). Deze plaatsvervangende leden alsmede de uit de leden van de Commissie aangewezen plaatsvervangend voorzitter nemen de plaats in van een ander lid, onderscheidenlijk van de voorzitter bij diens ontstentenis dan wel indien dat andere lid of de voorzitter betrokken zijn bij de te beoordelen melding (art. 3.2, derde lid). De benoeming van de voorzitter, overige leden en plaatsvervangende leden geschiedt voor een termijn van drie jaar. Herbenoeming is mogelijk. Tussentijds ontslag vindt plaats op eigen verzoek en kan plaatsvinden wegens disfunctioneren als lid of plaatsvervangend lid van de Commissie (art. 3.2, derde en vijfde lid). Het spreekt vanzelf dat leden van het College van Bestuur en van de Raad van Toezicht geen lid kunnen zijn van de Commissie. Het lijkt ook verstandig te bepalen dat de decanen van faculteiten, de voorzitters van departementen, de directeuren van onderwijs- en onderzoekinstituten en de directeuren diensten van de universiteit geen lid van de Commissie kunnen zijn (art. 3.2, vierde lid). De secretaris van de Commissie wordt aangewezen door het College van Bestuur. De secretaris dient over voldoende juridische kennis te beschikken (art. 3.3). De Commissie kan een melding niet ontvankelijk verklaren. De gronden daarvoor zijn limitatief opgesomd (art. 3.6). De niet-ontvankelijkverklaring moet gemotiveerd zijn (art 3.6, derde lid). Indien de melding ontvankelijk is, dient de Commissie advies uit te brengen aan het College van Bestuur. Het College van Bestuur zal moeten besluiten of het advies al dan niet wordt opgevolgd. De werknemer of student die de melding heeft gedaan, wordt daarvan op de hoogte gesteld (art. 3.7). Indien daarvoor termen zijn, zal het College van Bestuur maatregelen moeten dan wel kunnen nemen als beëindiging van een gebleken ongewenste toestand of praktijk, aangifte van een strafbaar feit, ontzegging van de toegang tot gebouwen of terreinen dan wel een disciplinaire sanctie. De Commissie heeft een aantal bevoegdheden: zij kan informatie inwinnen bij alle medewerkers, studenten en organen van de universiteit; zij kan inzage verlangen van alle documenten en correspondentie die zij voor de melding van belang acht; zij kan deskundigen raadplegen (art. 3.5). Indien zij het onderzoek heeft opdragen aan één van haar leden, treedt dit lid namens de Commissie op (art. 3.4, tweede lid) en kan dit lid derhalve deze bevoegdheden van de Commissie uitoefenen. De Commissie heeft ook een aantal verplichtingen: zij moet haar advies in afschrift zenden aan de werknemer of student die de melding heeft gedaan, het advies in beginsel openbaar maken (art. 3.7, tweede en derde lid) en een jaarverslag opstellen (art. 3.8). Het jaarverslag wordt uitgebracht aan het College van Bestuur dat dit onverwijld zendt aan de Raad van Toezicht en de Universiteitsraad. In het jaarverslag van de universiteit moet van het jaarverslag van de Commissie melding worden gemaakt. De medewerker of student die heeft gerapporteerd over vermeende onregelmatigheden mag op geen enkele wijze in zijn of haar positie binnen de universiteit worden benadeeld, uiteraard voor zover hij of zij te goeder trouw handelt en geen persoonlijk gewin heeft bij de onregelmatigheid of de melding daarvan. In de regeling is dit uitdrukkelijk vastgelegd (art. 4.1). Hij of zij kan hierop in voorkomende gevallen een beroep doen zowel in en buiten rechte. 7/7
Regeling melding onregelmatigheden TU/e
Regeling melding onregelmatigheden TU/e Het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven vindt het wenselijk dat in het kader van corporate governance, de universiteit beschikt over een
TiU-Klokkenluidersregeling
TiU-Klokkenluidersregeling Het College van Bestuur van de Universiteit van Tilburg vindt het wenselijk om in het kader van goed bestuur en een integere en transparante organisatie een heldere procedure
Gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ;
Gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente, gelet
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013 Het bevoegd gezag van [GEMEENTE OF ORGANISATIE INVULLEN]; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
Regeling Melding Vermoeden Misstand
Regeling Melding Vermoeden Misstand 1. ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. Ambtenaar: een ieder die werkzaam is of is geweest bij de Modulaire Gemeenschappelijke
Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen;
Gemeenteblad van de gemeente Dinkelland Jaargang: 2016 Nummer: 26 Uitgifte: 7 april 2016 Besluit van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen d.d. 22 maart 2016,
KLOKKENLUIDERREGELING ONDERWIJSGEMEENSCHAP VENLO & OMSTREKEN
College van Bestuur Onderwijsgemeenschap Venlo & Omstreken KLOKKENLUIDERREGELING ONDERWIJSGEMEENSCHAP VENLO & OMSTREKEN Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand (Klokkenluiderregeling)
Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie
CVDR Officiële uitgave van BAR-organisatie. Nr. CVDR399024_1 16 mei 2017 Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie Het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn,
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hoorn. Nr. 21726 17 april 2014 Regeling Melding Vermoeden Misstand 2014 Zaaknummer: 1026247 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn,
Nr Melding. vermoedens misstanden gemeente Alkmaar (voormalig Klokkenluidersregeling)
Dit gebied vrijhouden Begin onder de streep van gemeenteblad Via menu kunt u een nieuw artikel beginnen, met de [Tab] toets is het niveau aan te passen. Met ga je naar de
Regeling procedure en bescherming bij melding van een vermoeden van een misstand
Klokkenluidersregeling Kennemer Wonen Regeling procedure en bescherming bij melding van een vermoeden van een misstand Kennemer Wonen vindt het belangrijk dat werknemers op een goede maar vooral veilige
KLOKKENLUIDERSREGELING HOGESCHOOL IPABO AMSTERDAM/ALKMAAR
KLOKKENLUIDERSREGELING HOGESCHOOL IPABO AMSTERDAM/ALKMAAR Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Hoofdstuk 2: Interne procedure Hoofdstuk 3: Melding aan de Commissie Klokkenluiders Hoofdstuk 4: Rechtsbescherming
0.1 Regeling Melden interne klachten en klokkenluiden
0.1 Regeling Melden interne klachten en klokkenluiden ConceptkjhKlantcontactcenterGeo- en Vastgoedinformatie en Advies Inhoudsopgave Inleiding...3 Paragraaf 1 Paragraaf 2 Paragraaf 2.1 Paragraaf 2.2 Paragraaf
Klokkenluidersregeling
Datum Van Doorkiesnummer Aan. E-mail Kopie aan. Blad 1/5 - Klokkenluiderregeling Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: medewerker: degene die al
Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand Klokkenluidersregeling ROC Nijmegen. Datum: 1 maart 2017
Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand Klokkenluidersregeling ROC Nijmegen Datum: 1 maart 2017 Versie 1 maart 2017 / Accordering door het CvB d.d. 15 september 2016 / Instemming
Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken
Klokkenluidersregeling Eigenaar: Auteur: Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken Colette Polak Vastgesteld door het CvB op: 1 november 2016 Preambule De Vrije Universiteit Amsterdam: hierna: Vrije Universiteit,
Regeling ter bescherming van klokkenluiders bij de Universiteit Maastricht (klokkenluidersregeling)
Regeling ter bescherming van klokkenluiders bij de Universiteit Maastricht (klokkenluidersregeling) Gelet op - De Code Goed Bestuur Universiteiten 2007, door de VSNU vastgesteld en inwerking getreden per
Klokkenluidersregeling PThU
Klokkenluidersregeling PThU Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. een melder: degene die (het vermoeden) van een misstand meldt. b. bevoegd
Klokkenluidersregeling. Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand binnen het Regius College Schagen
Klokkenluidersregeling Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand binnen het Regius College Schagen Versie: 18 november 2014 Inhoud INLEIDING...3 INTERNE PROCEDURE VOOR HET
Klokkenluidersregeling
Klokkenluidersregeling De Groeiling De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken Bestuurskantoor De Groeiling Aalberseplein 5 Postbus 95 2800 AB Gouda
MELDINGSREGELING ONREGELMATIGHEDEN EN MISSTANDEN SSMA. Hoofdstuk 1: Definities
MELDINGSREGELING ONREGELMATIGHEDEN EN MISSTANDEN SSMA Hoofdstuk 1: Definities In deze regeling wordt verstaan onder: 1. melder: de werknemer en anderen die in een contractuele relatie tot Stichting Stedelijk
Regelingen Bestuur en Toezicht Stichting Vakinstelling SVO. Klokkenluidersregeling Raad van Toezicht, vastgesteld 30 juni 2016
Regelingen Bestuur en Toezicht Stichting Vakinstelling SVO Klokkenluidersregeling Raad van Toezicht, vastgesteld 30 juni 2016 Toelichting Mbo-instellingen behoren volgens de branchecode `Goed Bestuur in
Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO
Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: de natuurlijke persoon/personen of het orgaan
KLOKKENLUIDERSREGLEMENT STICHTING TRIFOLIUM WOONDIENSTEN BOSKOOP
KLOKKENLUIDERSREGLEMENT STICHTING TRIFOLIUM WOONDIENSTEN BOSKOOP Inleiding/beleidslijn Trifolium verwacht dat haar medewerkers zich te allen tijde aan in- en externe regelgeving en afspraken zullen houden.
Klokkenluidersregeling Kalorama
Klokkenluidersregeling Kalorama Klokkenluidersregeling Kalorama Preambule Deze klokkenluidersregeling regelt dat Kalorama aanspreekbaar is op te goeder trouw gedane meldingen van redelijke vermoedens van
Klokkenluidersregeling
Klokkenluidersregeling van STICHTING Opgesteld door: Secretaris Datum vastgesteld: 17-09-2015 Pagina 1 van 7 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Klokkenluidersregeling binnen Stichting AmbuZorg... 4 - Introductie...
BNG Regeling melding (vermeende) misstand
Koninginnegracht 2 2514 AA Den Haag T 0703750750 www.bngbank.nl BNG Regeling melding (vermeende) misstand BNG Bank is een handelsnaam van N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, statutair gevestigd te Den Haag,
Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand (Klokkenluidersregeling Medelijk Dalton Lyceum)
IVIPGD12012031408250212 GD1 14.03.2012 0212 Klokkenluidersregeling Stedelijk Dalton Lyceum Regeling Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand (Klokkenluidersregeling Medelijk
Klokkenluiderregeling Woonstichting Vooruitgang
Klokkenluiderregeling Woonstichting Vooruitgang Artikel 1 Inleiding Wst Vooruitgang vindt het belangrijk dat werknemers op een adequate en veilige manier melding kunnen doen van eventuele vermoedens van
Titel: Klokkenluidersregeling
Klokkenluidersregeling Meest recente wijzigingen: regeling is aangepast aan de nieuwe wetgeving Inleiding Amerpoort vindt het belangrijk en waardevol dat medewerkers mogelijke misstanden binnen de organisatie
Klokkenluidersregeling. van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam
Klokkenluidersregeling van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam Amsterdam, 2006 Preambule Klokkenluiden kan worden omschreven als het door een medewerker (de klokkenluider) extern
Klokkenluidersregeling
REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in
