SPAANS LES 13 Español



Vergelijkbare documenten
SPAANS HERHALINGLES 3 Español

SPAANS LES 12 Español

SPAANS LES 6 Español

EXTRA STENCIL 3 SUBJUNTIVO

SPAANS LES 5 Español

SPAANS LES 4 Español

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord

SPAANS HERHALINGLES 1 Español

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 9. TalencentrumBarneveld.nl.

SPAANS LES 8 Español

Keuzevak Spaans voor beginners 1 - Extra oefeningen

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

RUDOLF RASCH: DUIZEND BRIEVEN OVER MUZIEK VAN, AAN EN ROND CONSTANTIJN HUYGENS - Chièze aan Huygens 30 augustus B -

GOD TEST ABRAHAM S LIEFDE

Reizen Wonen Koken & genieten Cultuur & vermaak

Waar in de Bijbel vraagt God aan Abraham om een opmerkelijk offer? Genesis 22. Abraham wordt door God op de proef gesteld!

oferta De appels zijn in de a. Ze zijn vandaag extra goedkoop. de arm brazo Ik kan vandaag niet zo goed schrijven, want ik heb pijn in mijn a.

cuál? cuál es su número de reserva? a ver... acento, el alfabeto, el apellido, el apellidos, los aquí tiene arroba, la ascensor, el baño, el

SPAANS LES 11 Español

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Spaans voor zelfstudie

SPAANS HERHALINGLES 2 Español

Wiekendje. Vanuit het MT. Basisschool Het Molenven. In dit nummer: 25 februari

Sí, claro! 1.1. Instaptoets. Opgaven. 4. En un hotel. 1. En un viaje. Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés. Hola, cómo? Ernesto, y tú?

SPAANS LES 2 Español

SPAANS LES 7 Español

1OEFENINGEN bij WERKWOORDEN (boek CAMINOS 1, PAG.133 e.v.)

SPAANS LES 1 Español

Uitwerking Tareas Spaans 3. Qué has hecho hoy?

SPAANS LES 10 Español

Serie Crímenes al sol. Pasión mortal

BIJBELS GRIEKS LES 8

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.

k ga naar school Voy al colegio

Taalhandelingen en onderwerp Grammatica Pagina

Jongens en Guillaume, aan tafel!

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 7

SPAANS LES 3 Español

Voor aanvang viering: GvL nr. 446 God heeft het eerste woord

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 7. TalencentrumBarneveld.nl

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou.

GOD TEST ABRAHAMS LIEFDE

SUBJUNTIVO. B. Tú + vos. 1. empezar 2. salir 3. decir 4. hacer 5. oír 6. encontrar 7. venir 8. poder 9. conocer 10. vivir

Samenvatting Frans Stencil Franse tijden

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 6

Manual de instrucciones Gebruiksaanwijzing

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Wonen. In deze les leert u

Liturgie voor de scholendienst 2015

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Immigratie Documenten

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

Bijbel voor Kinderen. presenteert DE VERLOREN ZOON

10. Bijbel, Lucas 15. Vertaling L. ten Kate. Vertaling NBG/BBG, Haarlem/Brussel 1951.

Inhoudsopgave. Ondersteunend materiaal página 4. Inhoud + checklist páginas 2-3. Opdracht página 1. Información personal páginas 6-13

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes!

Z I N S O N T L E D I N G

Traject24-4 oktober 2015

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten

Sí, claro! 1.2. Instaptoets. Opgaven. 1. Dos amigos miran el plano de Sevilla. 4. En la oficina de turismo.

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

Boek1. Les 1. Dit is het verhaal van Maria. Dit is het verhaal van de engel. Dit is het verhaal van Jezus.

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

Honduras??? 1. Waar ligt Honduras? 2. Kleur de vlag van Honduras in de juiste kleuren. Weet je ook wat de 5 sterren op de vlag betekenen?

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 3. TalencentrumBarneveld.nl

antes antes de así cada cambiar camino, el cruzar cuarta calle, la cumpleaños, el a la derecha a la izquierda a qué hora abre?

Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor

Zakelijke correspondentie

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

lombricita De jongste mag beginnen en een passend kaartje aan het openingskaartje leggen. Als je niet kan moet je een kaartje uit de pot pakken.

Welk Bijbelboek gaat over dit hoofdstuk? Waarheen trok Abraham en zijn gevolg?

Reizen De weg vinden De weg vinden - Locatie Spaans Nederlands Ik ben de weg kwijt. Kunt me op de kaart aanwijzen waar het is? Waar kan ik vinden?

Magie en musica kleur en zweet. Zingen, lachen en huilen: ze vermengen meng hun dromen meng pijn en vreugde houd van het leven!

6.5-De werkwoorden ser en estar

Kinderliedboekje Inhoudsopgave

Academisch schrijven Inleiding

Immigratie Studeren. Studeren - Universiteit. Me gustaría matricularme en la universidad. Aangeven dat u zich wilt inschrijven

DE HEMEL, GODS PRACHTIGE THUIS

Woordenlijst Nederlands Spaans

1. nooit 2. zelden 3. soms 4. vaak 5. altijd 1. (QMEMO01) Houdt u een lijst bij van belangrijke data, zoals verjaardagen?...

Reizen Uit Eten. Uit Eten - Bij de ingang. Uit Eten - Eten bestellen

Cursus Spaans. = taalavontuur

Het onze Vader. Naam:

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen.

Dos cervezas por favor. Donde está el supermercado? Ga je op vakantie naar Spanje maar weet je niet wat deze zinnen betekenen?

Welke plaag moesten zij aankondigen; wanneer zou de vijfde plaag een feit worden en had Gods volk last van deze plaag?

Transcriptie:

pagina:1 13-1 De laatste les van deel 1. Ja dit is de laatste theorieles. Er volgt nog één les, een herhalingsles. In deze laatste theorieles van het eerste deel van deze cursus komen nog een aantal belangrijke zaken aan de orde zoals onder andere de subjuntivo! Ook nu weer veel succes toegewenst! 13-2 Het derde gedeelte van de tekst. (U hoeft de tekst niet te vertalen!) 3. Al tercer día alzó Abraham sus ojos y vio de lejos el lugar. Entonces dijo Abraham a sus siervos: Esperad aquí con el asno. Yo y el muchacho iremos hasta allá, adoraremos y volveremos a vosotros. Tomó Abraham la leña del holocausto y la puso sobre Isaac, su hijo; luego tomó en su mano el fuego y el cuchillo y se fueron los dos juntos. Después dijo Isaac a Abraham, su padre: Padre mío. Él respondió: Aquí estoy, hijo mío. Isaac le dijo: Tenemos el fuego y la leña, pero dónde está el cordero para el holocausto? Abraham respondió: Dios proveerá el cordero para el holocausto, hijo mío. E iban juntos. We kijken eerst naar de werkwoorden. Natuurlijk slaan we de werkwoorden die u kortgeleden gehad hebt over. alzó - van alzar (= opheffen) - indefenido vio - van ver (= zien) - indefenido esperad - van esperar (= wachten) - gebiedende wijs iremos - van ir (= gaan) - futuro adoraremos - van adorar (= aanbidden) - futuro volveremos - van volver (= terugkeren) - futuro puso - van poner ( = leggen) - indefinido se fueron - van ir (= gaan) - indefinido tenemos - van tener (= hebben) - presente proveerá - van proveer (= voorzien) - futuro iban - van ir (= gaan) - imperfecto Andere woorden tercer = derde juntos = samen sus ojos = zijn ogen después = daarna entonces = toen padre mío. (zie 13-5) = mijn vader el muchacho = de jongen el cordero = het lam luego = daarna e = en el cuchillo = het mes

pagina:2 Oefening "Lijntrekken" alzó 1 1 wij zullen gaan iremos 2 2 toen el cuchillo 3 3 hij hief op entonces 4 4 zij gingen puso 5 5 het mes padre mío 6 6 het lam se fueron 7 7 hij legde volveremos 8 8 mijn vader después 9 9 wij zullen terugkeren el cordero 10 10 daarna Oefening: Probeer het derde deel van deze tekst voor uzelf te vertalen. 13-3 Werkwoorden (subjuntivo) Ik koop een fiets. Dit zinnetje staat in de aantonende wijs (indicativo) Leve de koningin! Dit zinntje staat in de aanvoegende wijs. De aanvoegende wijs heet in het Spaans: subjuntivo. Het Spaans heeft eigen regels voor het gebruik van de subjuntivo. De subjuntivo wordt gebruikt om niet-reële gebeurtenissen of situaties aan te duiden. Er zijn regels voor de hoofdzin en voor de bijzin. De subjuntivo wordt gebruikt bij een beleefd verzoek en een beleefd gebod. Tenga la bondad de... = Wilt u zo vriendelijk zijn om... No me digas que... = Zeg me nou niet dat... En ook na bijvoorbeeld het woordje "talvez" ( = misschien), als dit woordje voor het werkwoord staat. Talvez venga el sabado próximo = Misschien kom ik aanstaande zaterdag. In de onderstaande tabel staan een aantal overeenkomstige vormen naast elkaar. indicativo presente (yo) tengo (ik heb) (tú) dices (jij zegt) (yo) vengo (ik kom) subjuntivo presente tenga digas venga De subjuntivo wordt echter voornamelijk in bijzinnen gebruikt na werkwoorden die een bepaalde onzekerheid (een wil, een wens, een gemoedstoestand) uitdrukken. De bijzinnen beginnen vaak met "que" Voorbeelden: Quiero que venga = Ik wil dat hij komt. Es posible que venga = Het is mogelijk dat hij komt.

pagina:3 Naast elkaar indicativo presente en subjuntivo presente werkwoorden op ar indicativo presente subjuntivo presente yo tomo yo tome tú tomas tú tomes él toma él tome nosotros tomamos nosotros tomemos vosotros tomáis vosotros toméis ellos toman ellos tomen Naast elkaar indicativo presente en subjuntivo presente werkwoorden op er en ir (vender = verkopen) indicativo presente subjuntivo presente yo vendo yo venda tú vendes tú vendas él vende él venda nosotros vendemos nosotros vendamos vosotros vendéis vosotros vendáis ellos venden ellos vendan Meer aandacht zullen we nu niet aan de subjuntivo besteden. 13-4 Vertaal m.b.v. de aanwijzingen de tekst 4. 4 Cuando llegaron al lugar que Dios le había dicho, edificó allí Abraham un altar, compuso la leña, ató a Isaac, su hijo, y lo puso en el altar sobre la leña. Extendió luego Abraham su mano y tomó el cuchillo para degollar a su hijo. Entonces el ángel de Jehová lo llamó desde el cielo: Abraham, Abraham! Él respondió: Aquí estoy. El ángel le dijo: No extiendas tu mano sobre el muchacho ni le hagas nada, pues ya sé que temes a Dios, por cuanto no me rehusaste a tu hijo, tu único hijo. Werkwoorden llegar = aankomen; edificar = bouwen; compuso = hij schikte; atar = binden; puso = hij legde; extender = uitstrekken; degollar = slachten hagas = doe! temer= vrezen; rehusaste = je weigerde Overige woorden Cuando = toen; luego = daarna; entonces = toen; ya sé que = nu weet ik dat; por cuanto = aangezien

pagina:4 13-5 Bezittelijke voornaamwoorden (2) Lees eerst 5-5 door! padre mio (mijn vader), hijo mio (mjn zoon). "Mio" is een bezittelijk voornaamwoord. Een beklemtoond bezittelijk voornaamwoord. Een bezittelijk voornaamwoord dat achter het zelfstandig naamwoord of vrij wordt geplaatst. Hier volgen ze alle: mio, tuyo, suyo, nuestro, vuestro, suyo Dónde está su maleta? Waar is zijn (uw) koffer? Esta maleta es mia. Deze koffer is van mij. 13-6 Dialoog Probeer dit gesprekje te volgen. U krijgt nog een aantal woorden; dan zal het zeker lukken! Sí mire = ja, kijk!; por aquí = hier in de buurt; siga todo recto = loop rechtdoor; enfrente = tegenover Anna: Por favor, hay un banco por aquí? Agent: Sí mire. Siga todo recto hasta la plaza, allí tome la primera calle a la izquierda y el banco está enfrente del teatro. Anna: Muchas gracias. Agent: De nada. 13-7 Werkwoorden Bij een aantal werkwoorden verandert de "e" van de stam in "ie" als de klemtoon er op valt. Hier volgt een voorbeeld. (extender = uitstrekken) yo extiendo = ik strek uit tú él extiendes = jij strekt uit (enz.) extiende nosotros extendemos vosotros extendéis ellos extienden Er is ook een aantal werkwoorden waarbij de "o" van de stam in "ue" verandert als de klemtoon er op valt. Hier volgt een voorbeeld. (volver = terugkeren) yo vuelvo = ik keer terug tú vuelves = jij keert terug (enz.) él vuelve nosotros volvemos vosotros volvéis ellos vuelven

pagina:5 Zinnen podor = kunnen (o ---> ue); nevar = sneeuwen (e ---> ie); llover = regenen (o ---> ue) El profesor no puede venir ahora Aquí nieva en invierno Él extiende su mano El viernes vosotros volvéis a casa En otoño llueve mucho 13-8 Eindoefening (1) Vertaal: (acelerar el paso = doorlopen) Al tercer día alzó Abraham sus ojos luego tomó en su mano el cuchillo Abraham edificó un altar Tenga la bondad de acelerar el paso Talvez venga el sabado próximo Es posible que venga (2) Vertaal in het Spaans Ik wil dat hij komt. Waar is zijn (uw) koffer? Is er een bank? De bank is tegenover het theater Deze koffer is van mij De engel riep: Abraham, Abraham (3) "Lijntrekken" edificar 1 1 toen el cuchillo 2 2 bouwen llegar 3 3 aangezien entonces 4 4 zij gingen puso 5 5 het mes por cuanto 6 6 aankomen se fueron 7 7 hij legde volveremos 8 8 het lam después 9 9 wij zullen terugkeren el cordero 10 10 daarna

pagina:6 13-9 Eindopdracht (1) Vertaal in het Spaans: Wilt u zo vriendelijk zijn om... Zeg me nou niet dat... Is er een bank in de buurt? Waar is zijn (uw) koffer? Ik wil dat hij komt. (2)"Lijntrekken" werkwoorden extienden 1 1 jij vreest edificó 2 2 ik keer terug temes 3 3 zij strekken uit vuelvo 4 4 hij verkoopt (subj.) venda 5 5 hij bouwde llamó 6 6 zij gingen alzó 7 7 hij hief op respondió 8 8 hij riep iban 9 9 hij legde puso 10 10 hij antwoordde (3)Vertaal dónde está el cordero? Siga todo recto hasta la plaza Abraham edificó un altar Es posible que venga Aquí nieva en invierno El profesor no puede venir ahora Dónde está su maleta? Él respondió: Aquí estoy El ángel le dijo:...

pagina:7 ANTWOORDEN "Lijntrekken" 13-2 1-3; 2-1; 3-5; 4-2; 5-7; 6-8; 7-4; 8-9; 9-10; 10-6 Vertaling tekst 4 13-4 Toen zij aankwamen op de plaats die God tegen hem gezegd had, bouwde Abraham een altaar, schikte het hout, bond Izak, zijn zoon, vast en legde hem op het altaar bovenop het hout. Daarna strekte hij zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten. Toen riep de engel van de HEERE vanuit de hemel tegen hem: Abraham, Abraham! En hij antwoordde: Hier ben ik. De engel zei tegen hem: Strek je hand niet uit boven de jongen en doe hem niets, want nu weet ik dat je God vreest, aangezien je Mij je zoon, je enige zoon, niet hebt onthouden (indefinido!). Zinnen 13-7 El profesor no puede venir ahora = De leraar kan nu niet komen. Aquí nieva en invierno = Hier sneewt het in de winter Él extiende su mano = Hij strekt zijn hand uit. El viernes vosotros volvéis a casa = Vrijdag keren jullie terug naar huis. En otoño llueve mucho = In de herfst regent het veel. Eindoefening 13-8 (1) Vertaal Al tercer día alzó Abraham sus ojos = Op de derde dag hief Abraham zijn ogen op. Luego tomó en su mano el cuchillo = Daarna nam het het mes in zijn hand. Abraham edificó un altar = Abraham bouwde een altaar. Tenga la bondad de acelerar el paso = Wilt u zo vriendelijk zijn om door te lopen? Talvez venga el sabado próximo = Misschien kom ik aanstaande zaterdag. Es posible que venga = Het is mogelijk dat hij komt. (2) Vertaal in het Spaans Ik wil dat hij komt. Waar is zijn (uw) koffer? Is er een bank? De bank is tegenover het theater Deze koffer is van mij De engel riep: Abraham, Abraham = Quiero que venga = Dónde está su maleta? = Hay un banco? = El banco está enfrente del teatro. = Esta maleta es mia. = El ángel llamó: Abraham, Abraham! (3) Lijntrekken 1-2; 2-5; 3-6; 4-1; 5-7; 6-3; 7-4; 8-9; 9-10; 10-8

pagina:8 13-9 Eindopdracht (1) Vertaal in het Spaans: Wilt u zo vriendelijk zijn om... = Tenga la bondad de... Zeg me nou niet dat... = No me digas que... Is er een bank in de buurt? = Hay un banco por aquí? Waar is je koffer? = Dónde está su maleta? Ik wil dat hij komt. = Quiero que venga. (2)"Lijntrekken" werkwoorden 1-3; 2-5; 3-1; 4-2 5-4 6-8; 7-7 ; 8-10; 9-6; 10-9 (3)Vertaal dónde está el cordero? = Waar is het lam? Siga todo recto hasta la plaza = Ga rechtdoor tot het plein. Abraham edificó un altar = Abraham bouwde een altaar. Es posible que venga = Het is mogelijk dat hij komt. Aquí nieva en invierno = Hier sneewt het in de winter El profesor no puede venir ahora = De leraar kan nu niet komen. Dónde está su maleta? = Waar is zijn (uw) koffer? Él respondió: Aquí estoy = Hij antwoordde: "Hier ben ik". El ángel le dijo:... = De engel zei tegen hem:...