Montage-instructies voor modellen: 968999306/IZC Uitgerust met: 96899934 TRD5 Tunnel Ram dek of 968999347 CD48 Combidek Montage Haal de machine uit de krat. Banden Bevestig de achterwielen met de wielmoeren die op de naaf zijn geïnstalleerd. Controleer de bandenspanning in alle vier de banden. Alle banden moeten 03 kpa (5 psi) zijn. Besturingsarm Haal de bovenste bout uit de besturingsarm en draai de onderste bout los, draai de besturingshendels rechtop. Lijn de hendels zo uit, dat ze in neutraalstand gelijk zijn. Bevestig de bouten weer en zet vast. Montagedelen voor de besturingsarm. Besturingsarm. Besturingshendel Kabelboom Sluit de kabelboom van de stoel aan op de kabelboom van het frame. Motorolie Controleer de motorolie met de peilstok. Vul indien nodig bij, volgens de specificaties van de motorfabrikant. Zie de handleiding van de motor voor soort olie en bijvullen. Maak de uitworp een beetje los en breng hem omlaag naar de juiste positie. De uitworp moet goed aansluiten, maar wel vrij draaien. Controleer oliepeil van de motor. Werkbereik. F Vol markering 5 0 8-36
Afstellen Installatie Combidek Verwijder de pennen aan de achterkant van het dek Verwijder de zes (6) bouten die door de houders passen Plaats het dek onder de maaier, ongeveer in de juiste installatiepositie. Plaats de houders op de maaier aan en zet ze vast met de eerder verwijderde pennen. 3 Installatie Combidek. Vuilfilter. Dekhouder 3. Pen Leg de dekriem rond de koppeling en leidt de riem goed naar het dek. Kijk indien nodig voor instructies naar het plaatje met de route van de dekriem. IZet het vuilfilter vast op de houders met de zes (6) bouten, die van de houders zijn gehaald. Verwijder de splitpen en de ring van de (4) bouten op de hefarm van het dek. Plaats de vier (4) kettingen op de bouten en zet ze vast met de ring en splitpen, die u eerder hebt weggehaald. De dekinstallatie is nu gereed. 3 Hefarm dek. Splitpen. Ring 3. Ketting 5 0 8-36
Dek nivelleren Combidek Zoek uit de losse onderdelen de drie nivelleerblokken voor het dek op. Nivelleerblok dek Til de voorkant van het dek op en plaats de messen zo dat ze parallel staan met de zijkanten van de machine. Plaats een () hoogteblok onder de voorkant van het middenmes van het maaidek. De punt van het mes moet rusten op het onderste niveau van het afstandsblok (niveau met één gat). Til de achterkant van het dek op en plaats een afstandsblok onder de achterkant van elk buitenmes, op het hogere niveau van het afstandsblok (niveau met twee gaten). Hierdoor zal het dek aan de voorzijde iets voorover neigen. Het dek moet op 6,35 cm (,5 ) worden afgesteld met de juiste hoogte. Dek afstellen met nivelleerblokken. Voorblok. Achterblok Breng de hefhendel van het dek omlaag naar 6,35 cm (,5 ). U moet de hefhendel mogelijk naar benenden houden om te voorkomen dat hij terugspringt. Bevestig de kettingen aan het dek. Zorg ervoor dat de kettingen niet slap staan, door alle montagedelen naar de onderzijde van de gleuf te houden, terwijl u de bouten op het dek vastzet. Verwijder de nivelleerblokken en controleer of de hoogte correct is en of alle vier (4) de kettingen strak staan. Hefhendel dek. Afstelplaten dekhoogte. Hefhendel 5 0 8-36 3
Afstellen Dekinstallatie Tunnel Ram dek Verwijder de pennen aan de achterkant van het dek Plaats het dek onder de maaier, ongeveer in de juiste installatiepositie. Plaats de houders op het maaidek aan en zet ze vast met de eerder verwijderde pennen. Leg de dekriem rond de koppeling en leidt de riem goed naar het dek. Kijk indien nodig voor instructies naar het plaatje met de route van de dekriem. Dekinstallatie Tunnel Ram. Pennen Verwijder de splitpen en de ring van de (4) bouten op de hefarm van het dek. Plaats de vier (4) kettingen op de bouten en zet ze vast met de ring en splitpen, die u eerder hebt weggehaald. Monteer de uitworp op het tunnel ramdek met de meegeleverde onderdelen. De dekinstallatie is nu gereed. 3 Hefarm dek. Splitpen. Ring 3. Ketting 5 0 8-36 4
Dek nivelleren Tunnel Ram dek Zoek uit de losse onderdelen de drie nivelleerblokken voor het dek op. Nivelleerblok dek Til de voorkant van het dek op en plaats de messen zo dat ze parallel staan met de zijkanten van de machine. Plaats een () hoogteblok onder de voorkant van het middenmes van het maaidek. De punt van het mes moet rusten op het onderste niveau van het afstandsblok (niveau met één gat). Til de achterkant van het dek op en plaats een afstandsblok onder de achterkant van elk buitenmes, op het hogere niveau van het afstandsblok (niveau met twee gaten). Hierdoor zal het dek aan de voorzijde iets voorover neigen. Het dek moet op 6,35 cm (.5 ) worden afgesteld op de juiste hoogte. 3 4 Hoogte afstellen met nivelleerblokken. Voormes. Achtermes () 3. Voorblok 4. Achterblok Breng de hefhendel van het dek omlaag naar 6,35 cm (,5 ). U moet de hefhendel mogelijk naar benenden houden om te voorkomen dat hij terugspringt. Bevestig de kettingen aan het dek. Zorg ervoor dat de kettingen niet slap staan, door de montagedelen naar de onderzijde van de gleuf te houden, terwijl u de montagedelen vastdraait. Verwijder de nivelleerblokken en controleer of de hoogte correct is en of alle vier (4) de kettingen strak staan. Hefhendel dek. Afstelplaten dekhoogte. Hefhendel 5 0 8-36 5
Afstellen stangen besturingshendel Deze afstelling moet worden gedaan terwijl de wielen draaien. Til de achterkant van de machine op en onderstut deze zodat de wielen vrij kunnen draaien. VOORZICHTIG: Hou handen, voeten en kleding uit de buurt van draaiende banden. Plaats een x4 plaatje tussen de voetplaat en het midden van de zitting om de veiligheidsschakelaar van de stoel in te schakelen. Maak de moeren (A & B) los direct achter de kogelverbinding op beide stangen (C), die de pomparm verbinden met de besturingshendels. A C Start de motor. De parkeerrem moet zijn ingeschakeld en de besturinghendels moeten in de neutraalgleuven zitten om de motor te starten. Laat de motor op ongeveer half gas lopen. 3 4 D B Geef de parkeerrem vrij zodat de wielen kunnen draaien. Begin aan een van de kanten en zet de besturingshendel in de neutraalstand. Stel de stang van de besturingshendel af door de dubbele moeren (D) in de juiste richting te draaien tot het wiel stopt met draaien. Beweeg de besturingshendel dan naar voren in de neutraalstand en plaats hem in de neutraalgleuf. Het wiel moet nu helemaal zijn gestopt. Doe nu hetzelfde voor de achteruit en geef de hendel vrij. De hendel moet uit zichzelf naar neutraal terugkeren. Afstellen verbindingsstangen. Schroefdraad links. Besturingshendel 3. Pomparm 4. Hier draaien om af te stellen 5 0 8-36 6