Inleiding Wijkmonitor Achtergrond, doel en aanpak Inleiding De voorliggende notitie betreft de wijkmonitor. Ingegaan wordt op de achtergrond van de wijkmonitor ofwel wat een wijkmonitor is en hoe wij het instrument tot nu toe hebben gebruikt. Daarna wordt beschreven welke doelen met de wijkmonitor worden nagestreefd. Vervolgens omschrijven wij de aanpak daarvoor. Achtergrond wijkmonitor Wat is een wijkmonitor? De wijkmonitor is als het ware een foto van de wijk. Het geeft een goed beeld van hoe de wijk ervoor staat. Voor de wijkmonitor wordt geen nieuw onderzoek gedaan. Alle reeds beschikbare gegevens uit de bestaande datasystemen worden gebundeld en op een overzichtelijke wijze gepresenteerd. In totaal worden een kleine 70 indicatoren gebruikt. Deze zijn gebundeld in 16 aspecten, die op hun beurt weer vier thema s vormen. Twee thema s gaan in op de mogelijkheden van mensen in de wijk en betreffen de persoonlijke capaciteiten en leefomgeving. De twee andere thema s gaan in op wat mensen in de wijk daadwerkelijk doen en betreffen sociale binding en participatie. De vier thema s vormen uiteindelijk de samenvattende score van de wijkmonitor. Voor het berekenen van een wijkscore op een specifieke thema hebben alle onderliggende aspecten hetzelfde gewicht. Alle gebruikte indicatoren zijn op geografische kaarten overgebracht en zichtbaar gemaakt, als mede in tabellen geordend. Het uiteindelijke resultaat is een model waarin door middel van een kleurschakering wordt aangegeven hoe een wijk zich verhoudt met een stedelijk gemiddelde of meer precies: het gemiddelde van de 8 wijken 1. Voor de visualisatie is een gebakjesmodel gemaakt, waarbij de wijkscore in het midden staat, de thema s daar omheen en in de buitenste rand de aspecten staan vermeld. De wijkmonitor geeft op deze manier in één oogopslag de kwaliteit van de wijken weer en beantwoordt de kernvraag: waar gaat het goed (en waar minder) in onze wijk(en)? Voor meer gedetailleerde informatie over de wijkmonitor verwijzen wij naar de bijlagen I en II. In bijlage I treft u een overzicht van de gebruikte indicatoren en bronnen. Bijlage II gaat verder in op de techniek van de wijkmonitor. Inzet instrument In 2012 hebben wij de wijkmonitor voor het eerst gebruikt als instrument om met de wijkprofessionals en actieve bewoners grip te krijgen op de belangrijkste ontwikkelingen in een wijk en/of stadsdeel. Voor de interpretatie van de gegevens, verklaring van de verschillen tussen de wijken en daarmee samenhangende problemen is de kennis van de professionals in de wijk onontbeerlijk. De wijkmonitor 2012 wordt als nulmeting beschouwd. Daarnaast is voor de vergelijking en interpretatie ook een wijkmonitor 2010 opgesteld (een -1 meting) zie voor de wijkmonitor 2012 de bijgaande link www.lelystad.nl/4/onderzoek/publicaties/monitoren Eind 2012 en begin 2013 is de wijkmonitor in een 8-tal brede wijkbijeenkomsten toegelicht en besproken met de wijkprofessionals (van de maatschappelijke instellingen) en de actieve bewoners. De bijeenkomsten werden voorbereid en georganiseerd in samenspraak met de gemeente - door 1 Het Buitengebied en het Stadshart worden hier buiten beschouwing gelaten daar deze gebieden in veel gevallen te sterk afwijken van de gewone woonwijken. Deze gebieden worden apart vermeld. Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 1
de coördinatoren van Welzijn Lelystad. Op basis van de discussies over prioritering van activiteiten en aanpak is met de maatschappelijke partners een wijkagenda opgesteld en zijn de prioriteiten in het stadsdeel tot stand gekomen. Hierover wordt verslag gedaan in het jaarverslag van Welzijn Lelystad. Door de bijeenkomsten zijn zowel de werelden van gemeente en wijkprofessionals als de wijkprofessionals onderling dichterbij elkaar gekomen. Belangrijke lessen, zoals het explicieter maken van het doel van de wijkagenda en het betrekken van meer actieve bewoners, zullen in de volgende wijkmonitorcyclus meegenomen worden. Doel Met de inzet van de wijkmonitor beogen wij het faciliteren van de wijkprofessionals/wijkwerkers (medewerkers van de verschillende maatschappelijke partners in de wijk) en actieve bewoners in hun aanpak op wijkniveau. In het kader van het Werken in de Wijk is de wijkmonitor een belangrijk instrument om samen met de wijkprofessionals en actieve bewoners meer grip te krijgen op de problemen en kansen op wijkniveau. De gemeente heeft in dit proces de rol van facilitator door het aanleveren van de cijfers en het ondersteunen van de gesprekken. De wijkprofessionals cq de maatschappelijke partners in de wijken en de actieve bewoners bepalen echter wat deze cijfers betekenen voor hun aanpak. Door dit proces met elkaar te doen wordt informatie gedeeld en kan er een gezamenlijk beeld van kansen, bedreigingen en prioriteiten ontstaan. Uiteindelijk verwoord in een wijkagenda. De wijkagenda wordt tweejaarlijks opgesteld naar aanleiding van de discussies over de uitkomsten van de wijkmonitor. Borging van de wijkagenda De wijkprofessionals en de actieve bewoners leggen in de wijkagenda de prioriteiten vast om de problemen in de wijk op te lossen en mogelijke kansen te kunnen pakken. De wijkagenda is geen formeel vastgesteld document. Het is een gezamenlijk document dat de intenties van de wijkprofessionals en de actieve bewoners voor de komende twee jaar weergeeft. Het geeft richtlijnen ofwel dient als een kapstok voor hun werkzaamheden in de wijk. Welzijn Lelystad is de eigenaar van de wijkagenda. Voor Welzijn Lelystad is de wijkagenda een instrument om prioriteiten te stellen in hun werkzaamheden en zal ook als kapstok voor de advisering m.b.t. de derde trans van het Transitiefonds. Daarmee wordt de wijkagenda geborgd en geconcretiseerd in de uitvoering. Welzijn Lelystad legt hierover verantwoording af in het jaarverslag. Voor de gemeente is de wijkagenda in het kader van het Werken in de Wijk een leidraad. Zo zou de wijkagenda besproken kunnen worden tijdens bezoeken van wethouders in de wijk. Planning inzet wijkmonitor Hieronder worden de verschillende stappen en het tijdspad beschreven voor de inzet van de wijkmonitor in het kader van het Werken in de Wijk (WW). Opstellen wijkmonitor gereed begin januari 2016 Het opstellen van de wijkmonitor gebeurt door het team Onderzoek &Statistiek (O&S) en betreft de volgende activiteiten: - het updaten van alle cijfers/gegevens en de kaarten; - het schrijven van de rapportage. De wijkmonitor zal op de website geplaatst worden onder de link www.lelystad.nl/onderzoek. Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 2
Voorzet voor de wijkdiscussies februari 2016 Ten behoeve van de gesprekken in de wijk wordt per wijk een korte oplegger (wijkanalyse) geschreven met de belangrijkste uitkomsten van de wijkmonitor. Het gaat om 1 hooguit 2 A4tjes waarbij ingegaan wordt op de wijzigingen sinds de vorige analyse, waarbij ook de relatie gelegd wordt met de thema s van de wijkagenda. Per wijk zal de oplegger dus verschillen. De oplegger per wijk wordt opgesteld door de gemeente. Discussiebijeenkomsten gemeente en Welzijn Lelystad februari 2016 Discussiebijeenkomst gemeente Voor de direct betrokken medewerkers van BLD, BOR, IBP en WIZ wordt een interne gemeentelijk bijeenkomst georganiseerd, waarop de wijkmonitor en de korte wijkanalyses worden besproken. Discussiebijeenkomst Welzijn Lelystad Voor de direct betrokken medewerkers van Welzijn Lelystad (o.a. coördinatoren en opbouwwerkers) zal een soortgelijke bijeenkomst over de wijkmonitor en de korte wijkanalyses georganiseerd worden. Deze bijeenkomst is ook een voorbereidende bijeenkomst voor de stadsdeelbijeenkomsten. Wijkbijeenkomsten en opstellen wijkagenda 2016 maart/april 2016 De wijkmonitor plus de begeleidende oplegger wordt in een 8 tal wijkbijeenkomsten (twee per stadsdeel) voorgelegd aan de wijkprofessionals en actieve bewoners met als doel op basis van de gegevens en de discussies daarover tot een gezamenlijk gedragen wijkagenda voor 2016 te komen. De bijeenkomsten worden per wijk door Welzijn Lelystad georganiseerd. Welzijn Lelystad bepaalt het programma van de bijeenkomst. Er is bewust gekozen om de bijeenkomsten op wijkniveau te organiseren om de juiste discussies met de wijkprofessionals en de actieve bewoners te kunnen voeren. De gemeente geeft op iedere bijeenkomst een korte toelichting op de wijkmonitor en de betekenis van de cijfers aan de hand van de oplegger voor de wijk. Daarna volgen de discussies per wijk over de problemen, kansen en prioriteiten voor de wijk en zal de wijkagenda van 2016 worden opgesteld. De bijeenkomsten zullen in maart/april 2016 plaats vinden. Welzijn Lelystad zorgt voor de uitnodigingen naar alle wijkprofessionals van de maatschappelijke instellingen (zorginstellingen, politie, onderwijs, welzijn) en actieve bewoners en regelt ook de locaties. Welzijn Lelystad zorgt er bovendien voor dat van elke bijeenkomst een verslag gemaakt wordt, waarin de wijkagenda 2016 staat beschreven met heldere afspraken over het vervolgtraject. Terugkoppeling naar college en maatschappelijke partners mei 2016 Na de wijkbijeenkomsten worden het college en vervolgens ook de maatschappelijke partners op de hoogte gesteld van de resultaten. Op basis van de wijkmonitor, de wijkopleggers en de verslagen van de bijeenkomsten en de wijkagenda s. d.d. 2 februari 2016 Afdeling Beleid Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 3
Bijlage I: Overzicht van gebruikte indicatoren en bronnen Ingedeeld naar thema en aspect, presenteren wij hieronder een overzicht van de indicatoren die in Wijkmonitor zijn opgenomen. Daarbij vermelden wij de bron(nen). Persoonlijke capaciteiten Opleiding % havo/vwo leerlingen op totaal vo (zonder brugklas ) Onderwijsmonitor / DUO 2014 % leerlingen op zwakke basischool in wijk Onderwijsinspectie / BBL 2014 % bevolking met middelbare of hoge opleidingsniveau O&S peiling Leefbaarheid/Veiligheid Gezondheid Domeinscore gezondheid (NL gem = 100) % inwoners dat gezondheid minimaal als goed beoordeeld % inwoners dat lichamelijke hulpmiddelen ontvangt afd WIZ 2011 / GBA 1-1-2012 % kinderen (5-10 jaar) met normaal gewicht GGD 2014 % kinderen (5-10 jaar) met psychosociale problemen GGD 2014 Aantal ambulanceritten per 100 inwoners GGD 2014 Inkomen % ontvangers van bijstandsuitkering afd WIZ / GBA 1-1- % huishoudens afhankelijk van een uitkering CBS / RIO 2012 % huishoudens met inkomen onder 120% van sociaal minimum % huishoudens met (top) inkomen in 80-100% decielen afd WIZ/ GBA 1-1-2013 CBS / RIO 2012 Bevolkingssamenstelling (schaal -50 tot + 50) VROM / Leefbaarometer 2014 Domeinscore consumptiegoederen (NL gem = 100) Demografie % bewoners korter dan 2 jaar woonachtig in NL GBA 1-1- groene druk GBA 1-1- grijze druk GBA 1-1- Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 4
Leefomgeving Huisvesting Bewonersoordeel over woning (0-10 schaal ) % goedkope huur BAG 1-1-/ WOK 1-1- % koopwoningen BAG 1-1-/ WOK 1-1- Gemiddelde WOZ waarde BAG 1-1-/ WOK 1-1- % bewoonde woningen GBA 1-1- / BAG 1-1- Woningvoorraad (schaal -50 tot + 50) VROM / Leefbaarometer 2014 Voorzieningen % tevreden over speelmogelijkheden voor kinderen % tevreden over winkels voor dagelijkse boodschappen Rapportcijfer voorzieningen in de buurt Aantal voltijds arbeidsplaatsen per 100 huishouden Voorzieningenniveau (schaal -50 tot + 50) Prov Flevoland apr 2014 / GBA jan VROM / Leefbaarometer 2014 Afstand tot horeca voorzieningen CBS Statline 2013 Afstand (gemiddeld) tot winkelvoorzieningen CBS Statline 2013 Afstand tot onderwijsvoorzieningen CBS Statline 2013 Sociale kwaliteit schaalscore (1 tot 5) Sociale harmonie schaalscore (1 tot 5) buurttevredenheid Fysieke kwaliteit Verloedering (schaal 0-10) % tevreden met schoonhouden wegen groen etc. (IVM) Dimensie publieke ruimte (schaal -50 tot + 50) 2013 VROM / Leefbaarometer 2014 aantal inwoners per km2 arealen 1-1-2014 Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 5
Veiligheid Woninginbraken per 100 woningen Politie Incidenten 2014 / GBA 1-1- Voertuigcriminaliteit per 100 inw Politie Incidenten 2014 / GBA 1-1- Geweldsdelicten per 100 inw Politie Incidenten 2014 / GBA 1-1- Rapportcijfer buurt veiligheid % voelt zich wel eens onveilig in eigen buurt Dimensie veiligheid (schaal -50 tot + 50) VROM / Leefbaarometer 2014 Participatie Werk(loosheid) % NWW-ers van potentiële beroepsbevolking % huishoudens met arbeid als inkomensbron UWV/ GBA 1-1-2013 CBS / RIO 2012 Aantal ZZPers per 100 huishouden Prov Flevoland apr 2014 / GBA jan Sociale contacten Sociaal-culturele deelname Betrokkenheid % inwoners dat wekelijks contact heeft met vrienden en buren % dat hoger scoort dan 15 op de isolementsschaal Domeinscore sport (NL gem = 100) Domeinscore vrije tijd (NL gem = 100) % bewoners dat iemand helpt die langere tijd ziek of hulpbehoevend is (mantelzorg) % mantelzorgers volgens Welzijn Lelystad welzijn Lelystad 2014 % bewoners dat vrijwilligerswerk doet aantal vrijwilligers per 100 inwoners welzijn Lelystad 2014 % inwoners dat een actieve bijdrage heeft geleverd aan de leefbaarheid van de buurt Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 6
Sociale binding Vestiging / vertrek % verhuizingen GBA 1-1- Binding en samenhang % bewoners dat korter dan 2 jaar in buurt woont (analyse LNV woonduur/binding) % bewoners dat langer dan 10 jaar in buurt woont (bij nieuwbouw 90% van de leeftijd van de woning) % Binnenwijkse verhuizingen als deel van totale verhuizingen % bewoners dat zich gehecht voelt aan de buurt (IVM) % inwoners dat zich verantwoordelijk voelt voor de buurt (IVM) Sociale cohesie (schaal 0-10) Dimensie sociale samenhang (schaal -50 tot + 50) GBA 1-1- GBA 1-1- GBA 1-1- O&S peiling Leefbaarheid/Veiligheid O&S peiling Leefbaarheid/Veiligheid O&S peiling Leefbaarheid/Veiligheid VROM / Leefbaarometer 2014 * Indicator loopt in negatieve zin op (hoe lager de score hoe beter); voor de berekeningen van de wijkmonitor zijn de waarden omgedraaid (= vermenigvuldigd met -1). Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 7
Bijlage II: Techniek De vier thema s zijn onder verdeeld in (16) aspecten. Onder die aspecten zijn circa 70 indicatoren gebracht (voor een overzicht zie bijlage I hierboven). Om de indicatoren zoveel mogelijk een gelijk gewicht in de monitor toe te kennen, zijn ze gestandaardiseerd. Deze statistische bezigheid houdt in dat indicatoren wiskundig worden omgerekend zodat ze allemaal een (stads)gemiddeld 0 hebben, met een bescheiden verspreiding van (wijk)scores (-3 tot +3) eromheen. De standaard waarden van alle indicatoren behorend tot een bepaald aspect worden gemiddeld, om een rangschikking (van wijken) te genereren voor dit aspect. Op dezelfde wijze worden alle (standaard) waarden van de aspecten behorend tot een bepaalde thema gemiddeld, om de verspreiding van wijkwaarden rondom de standaard nul voor deze thema te genereren. Tenslotte zijn de wijkwaarden op de vier thema s gemiddeld, om de acht wijkgemiddelden te berekenen. Dit wiskundig proces is hieronder in schema verbeeld. Het berekenen met gestandaardiseerde indicatoren zorgt voor een objectief rangschikking van de 8 stadswijken: de rangschikking is niet bepaald door de rekenaar. Door geen wegingen in de berekening aan te brengen hebben alle indicatoren binnen een aspect hetzelfde gewicht, alsmede alle aspecten binnen een thema, en alle vier thema s voor de wijkgemiddelde. 2 Het werken met standaardwaarden houdt ook in dat er standaardgrenzen kunnen worden aangeduid. Bij alle berekeningen van aspect-, thema- en wijkverdelingen is een rangschikking in vijf categorieën aangebracht, waarbij de grenzen tussen categorieën zo zijn getrokken dat in elke categorie pakweg 20% van de standaardwaarden zijn te vinden. Kleuren zijn aan die categorieën toegekend: rood voor de slechtste scores (niet altijd de laagste); geel voor scores rondom het gemiddelde; en blauw voor de meest gunstige scores. In de schema hieronder is deze principe verbeeld. 2 De keerzijde van dit gelijkwaardigheids principe is dat het relatief klein aantal indicatoren voor de thema s participatie en sociale binding meer gewicht krijgt bij het berekenen van de algehele wijkgemiddelde, dan de vele indicatoren van de thema s persoonlijke capaciteit en leefomgeving. Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 8
In de onderlegger van kaarten en tabellen worden waarden zonder standaardisering gepresenteerd. Dit vergemakkelijkt de interpretatie van de cijfers. Daarbij zijn (kleine) afwijkingen van de wijkscores mogelijk, doordat gemiddelden en verdelingen anders dan op wijkniveau worden berekend. Wijkmonitor : achtergrond, doel en aanpak 9