141 Geraadpleegde literatuur Babeliowsky, M & den Boer, R., Babeliowsky Onderwijsonderzoek. Voortgezet Onderwijs in beeld; resultaten in het Amsterdamse voortgezet onderwijs 1997/98 2002/03. Almere, augustus 2003. Bureau NDM. Nationale Drugmonitor Jaarbericht 2004. Utrecht, 2005. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Oudkomers en tweede generatie allochtonen in Nederland. Voorburg, 2003. CBS. Allochtonen in Nederland 2004. Voorburg, november 2004. CBS. De Nederlandse samenleving 2004. Sociale trends. Voorburg, 2004. CBS. Vakanties van Nederlanders 2004. Voorburg/Heerlen, juli 2005. COS Rotterdam. De G4 in de Peiling. Rotterdam, 2003. COS Rotterdam. De Vijfde belevingsmonitor. Rotterdam, 2004. COS Rotterdam. Staat van Rotterdam 2004. Rotterdam, 2004. CWI. Nieuwsflits arbeidsmarkt februari 2005. www.cwi.nl. Amsterdam, februari 2005. Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO), Gemeente Amsterdam. Activiteitenverslag 2003/2004. Voorschool/VVE Amsterdam. Amsterdam, maart 2005. DMO. Monitor Oudkomers G54. Amsterdam, mei 2005. Dignum, K., O+S. Doorstroming of Verstopping: Dynamiek in de Amsterdamse bevolking en woningmarkt. Amsterdam, juni 2002. Dignum, K., Dienst Wonen. Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt: Amsterdamse woonmilieus 2003. Amsterdam, 2004. Directie Openbare Orde en Veiligheid, Gemeente Amsterdam. Veiligheidsrapportage Amsterdam 2005. Amsterdam, 2005. DSP Groep. Jeugdige verdachten in Amsterdam 1996-2002. Amsterdam, 2004. Eurostat. Urban Audit. www.urbanaudit.org. Gemeente Amsterdam. Gezond leven in gezond Amsterdam. Nota volksgezondheid Amsterdam 2004-2007. Amsterdam, december 2003. Gemeente Amsterdam, Politie Amsterdam/Amstelland. Arrondissementsparket Amsterdam: Veiligheidsindex Amsterdam 2003-2004. Amsterdam, 2005. Gemeente Den Haag. Den Haag in cijfers. www.denhaag.nl. Gemeente Utrecht. Utrecht Monitor 2004. Utrecht, 2004. GG&GD Amsterdam. Jaarrapportage Volksgezondheid Amsterdam 2003. Amsterdam, 2004. GGD Amsterdam. Amsterdamse Gezondheidsenquête 2004. Amsterdam, 2005, nog niet gepubliceerd. Het Parool, Groei aantal starters blijft achter. Amsterdam, 12 mei 2005. Hoogstraten, J. De machteloze onderzoeker: Hoofdstuk 4: Opdrachtvariabelen en antwoordtendenties. Meppel, 1995. Intermediair. Succesvol en Marokkaan. Een generatie in spagaat. Nr. 2, december 2004. Korf, D.J., Nabben, T. & Benschop, A. Antenne 2003. Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam, 2004. KWIZ. Early Warning schuldhulpverlening eerste helft 2004. Groningen, 2004. Ministerie van VROM. Zwarte vlucht. De (sub)urbane locatiekeuze van klassieke allochtonen in Amsterdam. Den Haag, 2004. Musterd, S., Ostendorf, W., Deurloo, R. Stedelijke context en onveiligheid, gelegenheid en criminaliteit, in B en M, jaargang 31 (3). Amsterdam, 2004.
142 De Staat van de Stad Amsterdam III O+S, Dienst Onderzoek en Statistiek gemeente Amsterdam. Amsterdam in cijfers. Amsterdam, jaargangen 1998 t/m 2004. O+S. Demografische ontwikkelingen 2002: verstopte woningmarkt remt bevolkingsgroei. Fact sheet nr. 6, november 2003. O+S. Cultuurmonitor Amsterdam 2002. Amsterdam, 2003. O+S. De Staat van de Stad Amsterdam II; ontwikkelingen in participatie en leefsituatie. Amsterdam, augustus 2003. O+S. Groei toerisme Amsterdam hapert. Fact sheet nr. 8, december 2003. O+S. Sportmonitor 2003. Amsterdam, 2004. O+S. Demografische ontwikkelingen: aantal jonge ouderen gaat sterk toenemen in Amsterdam. Fact sheet nr. 6, november 2004. O+S. Telling sporters met een beperking. Amsterdam, 2004. O+S. De Amsterdamse Burgermonitor 2004. Amsterdam, 2004. O+S. Voorzichtig herstel toeristische sector. Fact sheet nr.1, januari 2005. O+S. Horeca in Amsterdam: minder cafés, meer restaurants. Fact sheet nr.2, maart 2005. O+S. Toerisme: Amsterdam weer in trek. Fact sheet nr. 5, juni 2005. O+S & DMO, Sociaal Structuur Plan. De Staat van de Stad Amsterdam I. Amsterdam, oktober 2001. O+S & UvA afdeling Geografie en Planologie. Stadsmonitor Amsterdam. Omarm Amsterdam, Sociale Dienst Amsterdam. Amsterdamse Armoedemonitor. Nummer 7, juni 2004. Amsterdam, 2004. Politie Amsterdam-Amstelland. Politiemonitor Bevolking 2004. Den Haag, juni 2004. Raad voor Werk en Inkomen, ROA. De arbeidsmarktpositie van schoolverlaters en werkenden zonder startkwalificatie. Den Haag, april 2004. Regioplan Beleidsonderzoek. Overzicht van de werkgelegenheid op de luchthaven Schiphol per 31 oktober 2003. Amsterdam, 2004. Research voor Beleid, SEO. Regionale arbeidsmarktmonitor zuidelijk Noord-Holland. Leiden, juni 2004. RIVM. Gezondheid in de grote steden. Bilthoven, 2003. RIVM en SCP. Ouderen nu en in de toekomst. Bilthoven, 2003. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Sociale en Culturele Verkenningen 1999. Den Haag, 1999. SCP. De sociale staat van Nederland 2003. Den Haag, september 2003. SCP. In het zicht van de toekomst. Het Sociaal Cultureel Rapport 2004. Den Haag, 2004. SCP. Sociale uitsluiting in Nederland. Den Haag, 2004. SCP. Uit elkaars buurt. De invloed van etnische concentratie op integratie en beeldvorming. Den Haag, juni 2005. SCP en CBS. Sociale Positie en Voorzieningengebruik Allochtonen (SPVA). Den Haag, 1998. SCP en CBS. Armoedemonitor 2001. Den Haag, november 2001. SEO (Stichting Economisch Onderzoek, Universiteit van Amsterdam). Amsterdamse Economische Verkenningen (AEV), voorjaar 2005. Amsterdam, juni 2005. Sociale Dienst Amsterdam. Nieuwsbrief Om Arm Amsterdam. Amsterdam, februari 2005. Ten Broeke, I.L., Bosveld, W., Van de Kieft, M., Gerritsen, L., Koopman, C., Kuhnen, C., Eijken, B., O+S/ Mare. Schoolkeuzemotieven. Amsterdam, 2004. Teune, W., Jeurissen, I., Uittenbogaard, L. & Dignum, K., AFWC, Dienst Wonen. Wonen in Amsterdam 2003, Stand van zaken. Amsterdam, april 2004. TNO. Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2002/2003. Leiden, 2004. TNO-STB. De creatieve industrie in Amsterdam en de regio. Leiden, 2004. Tweede Kamer der Staten-Generaal. Notitie Weer samen naar school, zorgleerlingen in het basisonderwijs. Vergaderjaar 2004-2005, 29 962, nrs. 1-2, januari 2005. Uittenbogaard, L., Teune, W. & Dignum, K., Dienst Wonen. Wonen in Amsterdam 2003, Woonwensen van Amsterdamse huishoudens. Amsterdam, 2005. Van der Veer, J., AFWC, Dienst Wonen. Wonen in Amsterdam 2003, deel 4: Leefbaarheid. Amsterdam, juni 2004. Van Laere, I. & De Wit, M., GGD Amsterdam. Dakloos na Huisuitzetting. Amsterdam, 2005. Veen, A., Roeleveld, J., en Van Daalen, M., Universiteit van Amsterdam, SCO-Kohnstamm Instituut (in voorbereiding). Op zoek naar best practices: opbrengsten van Amsterdamse voorscholen. Amsterdam, 2005. Vereniging van Kamers van Koophandel. Bedrijvendynamiek 2004. Woerden, 2005.
143 Bijlage I Methodeverantwoording Participatiemonitor Dataverzamelingsmethoden en respons Om de data voor dit onderzoek te verzamelen is gebruik gemaakt van een aselecte steekproef binnen de strata van 14 stadsdelen (Westpoort en Westerpark zijn samen genomen) en enkele etnische groepen. Gestreefd is naar minimaal 3.000 geslaagde enquêtes, waarvan zeker 200 per stadsdeel en 200 per etnische groep. Om dit te kunnen behalen zijn in totaal ruim 18.000 adressen geselecteerd uit het bevolkingsregister. In de periode van eind augustus 2004 tot en met begin oktober 2004 heeft de dataverzameling van dit onderzoek plaatsgevonden. De dataverzameling bestond uit drie delen: een telefonisch deel, een schriftelijk deel en een face to face deel waarbij respondenten persoonlijk thuis werden geïnterviewd. In totaal is in het onderzoek gebruik gemaakt van gegevens van 3.466 personen. De behaalde respons op De Staat van de Stad enquête is als volgt opgebouwd: 1.063 telefonische enquêtes (aandeel van totaal: 31%), 2.127 schriftelijke vragenlijsten (61%), 276 face to face interviews (8%). Uiteindelijk zijn van 3.457 respondenten de gegevens geanalyseerd, omdat van 9 mensen een aantal essentiële gegevens ontbraken. Het face to face gedeelte was voornamelijk gericht op het bereiken van groepen die moeilijk te bereiken zijn via telefonisch enquêteren, zoals allochtonen. Het responspercentage voor zowel schriftelijk als face to face bedraagt gemiddeld 19%. Het telefonische gedeelte is uitgevoerd door middel van computergestuurde telefonische interviews. Bij geen gehoor/ in gesprek is de eerste contactpoging maximaal 4 keer herhaald. Voor het telefonische gedeelte geldt dat 37% heeft meegewerkt aan het onderzoek. 36% weigerde aan het onderzoek mee te werken. Weging In dit soort onderzoek is de respons in het algemeen vaak geen precieze weergave van de bedoelde populatie. Sommige groepen zijn moeilijker te bereiken dan andere, of zijn minder geneigd deel te nemen aan onderzoek, bijvoorbeeld allochtonen, jongeren, of mensen uit de laagste inkomensklasse. Dit kan gevolgen hebben voor de resultaten van het onderzoek, bijvoorbeeld het kan een lagere graad van participatie aangeven dan er in werkelijkheid is. Om deze effecten te verminderen is het mogelijk om de respons voor een aantal demografische kenmerken terug te wegen naar de werkelijke populatie. Hierbij wordt er door middel van een kunstgreep voor gezorgd dat groepen die nu een te klein gewicht in de schaal leggen een groter aandeel in de respons krijgen. Bijvoorbeeld wanneer het aandeel Marokkanen in de respons kleiner is dan in de populatie, dan kunnen de resultaten van de Marokkanen zwaarder meegeteld worden, zodat zij wel een representatieve afspiegeling vormen van de populatie. De weging vond plaats met behulp van het door het CBS ontwikkelde programma Bascula. Hierbij is gewogen naar combinaties van de volgende factoren: geslacht, leeftijd, samenstelling van het huishouden, opleiding, etniciteit en stadsdeel. In onderstaande tabellen is voor de verdeling van de (nog ongewogen) respons op deze kenmerken te zien in hoeverre zij afwijken van de Amsterdamse populatie van 18 jaar en ouder (per 1 januari 2004). Geslacht Uit onderstaande tabel blijkt dat er in de respons procentueel minder mannen zijn aangetroffen dan in de gehele Amsterdamse populatie. Daarom wordt er teruggewogen voor geslacht. Afb. I.1 Verdeling van geslacht in de Amsterdamse populatie en in de respons (procenten) ongewogen Amsterdam respons man 49 44 vrouw 51 56
144 De Staat van de Stad Amsterdam III Leeftijd De verschillen tussen de leeftijdsverdeling van de respons en die in de Amsterdamse populatie zijn niet zo groot. Wel is er een ondervertegenwoordiging in de respons van Amsterdammers van 75 jaar en ouder. Mensen in de middelste leeftijdsgroepen (35-54 jaar) zijn juist iets oververtegenwoordigd. Leeftijd is daarom als factor meegenomen in de weegprocedure. Afb. I.2 Verdeling van leeftijd in de Amsterdamse populatie en in de respons (procenten) Etniciteit De responsverdeling naar etniciteit verschilt enigszins van de werkelijke verdeling in de Amsterdamse populatie. Dit is ten dele een gevolg van de wijze van steekproeftrekking. Om representatieve uitspraken te kunnen doen over elk van deze bevolkingsgroepen, zijn sommige etnische groepen in de steekproef en vaak ook in de respons oververtegenwoordigd. Om representatieve uitspraken te kunnen doen over de gehele Amsterdamse bevolking wordt dan ook etniciteit in de weging betrokken. Amsterdam ongewogen respons Afb. I.5 Verdeling naar etniciteit in de Amsterdamse populatie en in de respons (procenten) tot 24 jaar 11 10 25-34 jaar 25 24 35-44 jaar 22 24 45-54 jaar 16 19 55-64 jaar 12 13 65-74 jaar 7 7 75 jaar en ouder 7 4 Samenstelling van het huishouden De groep van twee volwassenen met kinderen is onder de groep respondenten oververtegenwoordigd. De categorie anders/onbekend is in de respons juist ondervertegenwoordigd. Op grond van deze verschillen is er gewogen voor huishoudensamenstelling. Afb. I.3 Verdeling van type huishoudens in de Amsterdamse populatie en in de respons (procenten) ongewogen Amsterdam respons ongewogen Amsterdam respons Nederlands 55 50 Antilliaans 1 1 Surinaams 9 9 Marokkaans 7 7 Turks 4 6 Zuid-Europees 2 4 geïndustrialiseerd 11 12 niet-geïndustrialiseerd 11 11 Stadsdelen In dit onderzoek is gestreefd naar een minimum aantal respondenten per stadsdeel (200). In onderstaande tabel is dan ook te zien dat het behaalde aandeel respondenten over de stadsdelen niet overeenkomt met de werkelijke verdeling over de stadsdelen. Om deze ongelijkheid recht te trekken is ook gewogen naar stadsdeel. alleenstaand 29 28 2 volwassenen zonder kind(eren) 28 28 2 volwassenen met kind(eren) 21 32 eenoudergezin 8 8 anders/onbekend 15 5 Afb. I.6 Verdeling populatie en respons naar stadsdelen (procenten) ongewogen Amsterdam respons Opleiding Zoals in onderstaande tabel is te zien, vormt de respons qua opleiding geen representatief beeld van alle Amsterdammers. In dit onderzoek zijn de ongeschoolden sterk ondervertegenwoordigd en de hoog opgeleiden sterk oververtegenwoordigd. Opleiding wordt dan ook meegenomen in de weegprocedure. Afb. I.4 Verdeling van opleiding in de Amsterdamse populatie en in de respons (procenten) ongewogen Amsterdam respons Amsterdam-Centrum 12 7 Westerpark 5 7 Oud-West 5 6 Zeeburg 5 7 Bos en Lommer 4 6 De Baarsjes 5 7 Amsterdam-Noord 11 8 Geuzenveld-Slotermeer 5 7 Osdorp 6 7 Slotervaart 6 7 Zuidoost 10 8 Oost/Watergraafsmeer 8 8 Amsterdam Oud Zuid 12 8 ZuiderAmstel 7 7 ongeschoold 24 11 laag 22 20 middelbaar 23 23 hoog 21 40 anders/onbekend 10 6
145 Bijlage II Toelichting Stads- en Regiomonitor Amsterdam en getoonde kaarten Beschikbaarheid Met de Stadsmonitor kunnen over de periode vanaf 1994 tot heden gedetailleerde kaarten gemaakt worden van allerlei kenmerken van de sociaal-ruimtelijke structuur van de Amsterdamse bevolking. U kunt de Stadsmonitor vinden op intranet.stadsmonitor.amsterdam.nl of via de website van O+S (www.os.amsterdam.nl onder online diensten). Daarnaast is ook de Regiomonitor beschikbaar via: mapinfoserver.fmg.uva.nl. In de Regiomonitor staan gegevens over de gemeenten Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Zaanstad, Purmerend, Diemen, Amstelveen, Almere. Met deze monitor kunnen over de periode vanaf 2000 tot heden gedetailleerde kaarten gemaakt worden van een aantal kenmerken van de sociaal-ruimtelijke structuur van de bevolking van die gemeenten. In verband met de privacygevoeligheid van de informatie worden de allerkleinste concentratiegebieden niet zichtbaar gemaakt. Voor de vrij toegankelijke versie van de stadsmonitor op het Intranet van de gemeente Amsterdam geldt op dit moment een minimum van 100 eenheden per concentratiegebied. Om kleinere concentratiegebiedjes te kunnen zien, of om toegang te krijgen tot de Internetversie, is een toegang met usernaam/paswoord combinatie nodig. Inlichtingen hierover worden verstrekt door de Dienst Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Amsterdam, h.waal@os.amsterdam.nl, drs. H. de Waal, telefoon 020 527 9472. Toelichting De Stadsmonitor Amsterdam is een samenwerkingsproductie van O+S met de Universiteit van Amsterdam, afdeling Geografie en Planologie en tevens de naam van het geografische informatiesysteem (GIS) dat deze samenwerking oplevert. Aan de basis van deze monitor staan statistieken van O+S op het gebied van demografie, wonen, werken, etcetera, en soms voor de gelegenheid bewerkte administraties van derden (bijvoorbeeld schoolverzuimgegevens uit het LAS). Deze statistieken worden bewerkt tot tabellen op het niveau van zes positie postcodegebieden. Daarvan zijn er in Amsterdam momenteel ruim 18.000. Van deze postcodegebieden is een omtrek geconstrueerd die zichtbaar gemaakt kan worden in een cartografisch programma, er wordt gebruik gemaakt van het programma Mapinfo. Voor de gebruiker worden nooit aparte postcodegebieden in beeld gebracht. Dat is enerzijds niet nuttig omdat men vrijwel onmogelijk de stad kan beschrijven als het over duizenden gebiedjes zou gaan. Anderzijds is een dergelijke detaillering niet geoorloofd omdat de privacy van de Amsterdammers in het geding zou komen. Het programma is zo geconstrueerd dat altijd aaneengeschakelde postcodegebieden getoond worden. Hoe groot die gebieden zijn, welke vorm ze hebben en waar ze liggen, ligt niet vast. Dat hangt telkens opnieuw af van een aantal criteria die men zelf mag opgeven en waarvan slechts een aantal ondergrenzen vast staan. Gebieden komen in beeld als datgene wat men van die gebieden wil laten zien (bijvoorbeeld het aandeel jongeren) uitstijgt boven een bepaald minimumaantal en een aangegeven minimumpercentage. Dat is ook de reden waarom de aaneengeschakelde postcodegebieden aangeduid worden met concentraties. Het gaat altijd om gebieden met een zekere gezamenlijke getalsmatige omvang en een aanwezigheid die ruim boven het stedelijk gemiddelde uitstijgt. In welke mate aantal en aandeel uitstijgen boven de voorgeschreven en voorgestelde ondergrenzen mag men in het programma zelf kiezen: men mag een handzame module voorstel concentratie kiezen, maar men mag hier ook de eigen wensen laten prevaleren. Het voordeel van het werken met dergelijke concentraties is dat ze zijn opgebouwd uit zeer kleine deeltjes (de postcodegebiedjes) en daarom zeer flexibel reageren op telkens weer anders gekozen aantalen percentagecriteria. Door deze flexibiliteit geven ze een veel beter beeld van ruimtelijke patronen en verschuivingen dan traditionele buurtcombinatie- of stadsdelenkaarten. De in deze rapportage beschreven concentraties zijn dan ook niet de concentraties. Ze zijn de uitkomst van de keuzes van de onderzoekers die soms hoofdlijnen willen beschrijven en dan weer details willen laten zien. Voor het aantal concentraties dat men in de kaart ziet maakt het bijvoorbeeld uit of men ervoor kiest om voor concentraties van alleenwonenden
146 De Staat van de Stad Amsterdam III de ondergrens van het aantal te leggen bij 300, 200, of bij 100. Wil men een geringer minimumaantal per samengesteld postcodegebied (het absolute minimum is uit privacy-overwegingen gesteld op 10) dan krijgt men meer en kleinere gebieden te zien dan bij een hogere ondergrens. Wanneer men een vergelijking in de tijd wil maken, zoals bijvoorbeeld in afbeelding 5.17 (werkloosheid), dan is het juist wenselijk om de aantals- en percentagecriteria vergelijkbaar te houden. Daarom moet men bij beschrijving van de gevonden concentratiegebieden ook altijd aangeven wat de gekozen parameters waren. Afbeelding II.1 omschrijft de kenmerken van de concentratiekaarten zoals ze in de hoofdstukken zijn getoond en beschreven. Afb. II.1 Kengetallen presentaties Stadsmonitor Amsterdam minimum minimum groep groep afbeelding onderwerp jaar abs. % gebieden totaal abs. % kleur 2.3 personen ouder dan 55 (regio) 2004 100 36,7 214 123052 67516 54,9 groen gezinnen met kinderen (regio) 2004 100 43,7 103 30124 17342 57,6 rood 2.6 etnische 2000 574 45,6 61 161582 110223 68,2 groen minderheden 2004 633 48,8 62 167102 119402 71,5 rood 2.10 sociale huurwoningen 2004 502 96,1 68 69251 68894 99,5 groen 5.17 werkloosheid 2000 50 22,6 59 31170 8045 25,8 groen 2002 50 19,6 45 22894 5141 22.5 blauw 2004 50 20,2 33 12741 2888 22,7 rood 6.4 bijstand 2000 50 20,3 51 29132 7288 25 groen 2002 53 17,9 40 26293 5941 22,6 blauw 2004 50 16,6 37 23100 5048 21,9 rood 8.14 KNVB 2000 52 8,95 8 5255 596 11,3 groen 2004 51 10,2 11 6911 876 12,7 rood 8.16 bezitters stadspas 1999 408 37,7 24 29684 14591 49,2 groen 2003 403 38,1 40 47156 24849 52,7 rood 8.17 gebruikers stadspascheques 1999 202 25,7 51 43939 18813 42,8 oranje 2003 205 24,4 43 37969 15698 41,3 blauw 11.3 werkloosheid 2004 30 20,2 63 17677 4039 22,8 overlap oranje bijstand 2004 30 16,6 40 18978 3606 19 overlap oranje Bijlage IV.1 inbraken in woningen 2002 19 5,6 24 8430 701 8,3 blauw IV.2 sociale huurwoningen 2002 1039 94,9 28 45190 44861 99,3 blauw IV.3 aangiften 2002 286 14 8 26962 6412 23,8 blauw
147 Bijlage III Overzicht clusters en indicatoren leefsituatie-index Afb. III.1 Blok Leefsituatie (SLI): clusters, indicatoren en aantal variabelen (in 2002 staat tussen haakjes) cluster indicator vragen in enquête 2004 opgenomen in SLI 2004 Wonen a. Eigendom 1 1 b. Woningtype 1 1 c. Aantal kamers 1 1 d. Oppervlakte woonkamer 1 1 e. Enge plek 1 0 f. Bouwjaar 1 0 (was 1) Gezondheid a. Aantal psychosomatische symptomen 0 (was 13) 0 (was 13) b. Aantal ernstige aandoeningen 0 (was 2) 0 (was 2) c. Aantal overige aandoeningen 0 (was 13) 0 (was 13) d. Ervaren gezondheid 1 1 (was 0) e. Ervaren belemmeringen 4 (was 1) 2 (was 0) Consumptiegoederen a. Aantal huishoudelijke apparaten* 2 2 b. Aantal hobbyartikelen 3 3 Vrijetijdsactiviteiten a. Aantal hobby s** 1 (was 8) 1 (was 8) b. Aantal uitgaansactiviteiten 10 (was 13) 10 (was 13) c. Verenigingslidmaatschap 12 (was 13) 12 (was 13) Mobiliteit a. Autobezit 1 1 b. NS-kaart 1 1 Sociale participatie a. Actieve bijdrage aan organisatie 1 0 (was 1) b. Vrijwilligerswerk 19 (was 22) 19 (was 22) c. Sociale isolatie 6 6 Sportactiviteit a. Aantal keren sporten per week 1 1 b. Aantal sportactiviteiten** 1 (was 9) 1 (was 9) Vakantie a. Vakantiereis afgelopen jaar 1 1 b. Vakantietrip in buitenland 1 1 c. Aantal vakantieartikelen 0 (was 2) 0 (was 2) Sociaal netwerk Contacten met familie, vrienden en buren 3 0 (was 0) * Dit keer is gevraagd naar het bezit van een dvd-speler in plaats van een cd-speler ** Dit keer is niet meer naar afzonderlijke sporten/hobby s gevraagd (m.b.v. 9 vragen), maar in één vraag naar het totaal aantal sporten/hobby s dat men beoefend.
148 De Staat van de Stad Amsterdam III
149 Bijlage IV Aanvullende afbeeldingen hoofdstuk 10 Afb. IV.1 Concentraties inbraken in de woning, 2002 bron: Stadsmonitor Amsterdam, O+S en UvA afdeling Geografie en Planologie
150 De Staat van de Stad Amsterdam III Afb. IV.2 Concentraties sociale huurwoningen, ultimo 2002 bron: Stadsmonitor Amsterdam, O+S en UvA afdeling Geografie en Planologie Afb. IV.3 Concentraties van aangiften, 2002 bron: Stadsmonitor Amsterdam, O+S en UvA afdeling Geografie en Planologie
151 Bijlage V Omschrijving van de buurtcombinaties en stadsdelen bc naam buurtcombinatie bc naam buurtcombinatie A00 A01 A02 A03 A04 A05 A06 A07 A08 A09 B10 B11 C12 C13 C14 C15 C16 D17 D18 D19 D20 D21 D22 G31 G32 G33 G34 H36 H37 H38 H39 J40 J41 J42 J43 N60 N61 N62 N63 N64 N65 N66 N67 N68 N69 N70 N71 Burgwallen-Oude Zijde Burgwallen-Nieuwe Zijde Grachtengordel-West Grachtengordel-Zuid Nieuwmarkt/Lastage Haarlemmerbuurt Jordaan De Weteringschans Weesperbuurt/Plantage Oostelijke Eilanden/Kadijken Westelijk Havengebied Bedrijventerrein Sloterdijk Houthavens Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt Staatsliedenbuurt Centrale Markt Frederik Hendrikbuurt Da Costabuurt Kinkerbuurt Van Lennepbuurt Helmersbuurt Overtoomse Sluis Vondelbuurt Indische Buurt West Indische Buurt Oost Oostelijk Havengebied IJ-eiland e.o. Sloterdijk Landlust Erasmuspark De Kolenkit De Krommert Van Galenbuurt Hoofdweg e.o. Westindische Buurt Volewijck IJplein/Vogelbuurt Tuindorp Nieuwendam Tuindorp Buiksloot Nieuwendammerdijk/Buiksloterdijk Tuindorp Oostzaan Oostzanerwerf Kadoelen Nieuwendam-Noord Buikslotermeer Banne Buiksloot Buiksloterham N72 N73 P75 P76 P77 P78 P79 Q80 Q81 Q82 Q83 Q84 R85 R86 R87 R88 T92 T93 T94 T95 T96 T97 T98 U27 U28 U29 U30 U55 U56 U57 U58 V24 V25 V26 V44 V45 V46 V47 V48 V49 V50 W52 W53 W54 W59 W90 W91 Nieuwendammerham Waterland Spieringhorn Slotermeer-Noordoost Slotermeer-Zuidwest Geuzenveld Eendracht Lutkemeer/Ookmeer Osdorp-Oost Osdorp-Midden De Punt Middelveldsche Akerpolder/Sloten Slotervaart Overtoomse Veld Westlandgracht Sloter-/Riekerpolder Amstel III/Bullewijk Bijlmer Centrum (D,F,H) Bijlmer Oost (E,G,K) Nellestein Holendrecht/Reigersbos Gein Driemond Weesperzijde Oosterparkbuurt Dapperbuurt Transvaalbuurt Frankendael Middenmeer Betondorp De Omval Oude Pijp Nieuwe Pijp Diamantbuurt Hoofddorppleinbuurt Schinkelbuurt Willemspark Museumkwartier Stadionbuurt Apollobuurt Duivelseiland Scheldebuurt IJselbuurt Rijnbuurt Station Zuid/WTC e.o. Buitenveldert-West Buitenveldert-Oost
152 De Staat van de Stad Amsterdam III Amsterdam in 15 stadsdelen en 94 buurtcombinaties A Amsterdam-Centrum B Westpoort C Westerpark D Oud-West G Zeeburg H Bos en Lommer J De Baarsjes N Amsterdam-Noord P Geuzenveld-Slotermeer Q Osdorp R Slotervaart T Zuidoost U Oost/Watergraafsmeer V Amsterdam Oud Zuid W ZuiderAmstel