GLADHEIDBESTRIJDINGSPLAN 2014-2015 PERIODE 29 OKTOBER TOT EN MET 11 MAART 2015 OKTOBER 2014
2
INHOUDSOPGAVE 1 Gemeentelijk beleid gladheidbestrijding, gemeente Hoogeveen 4 2 Aanpak gladheidbestrijding 6 2.1 Prioriteit 1 6 2.2 Prioriteit 2 6 2.3 Buurten 6 2.4 Bruggen en viaducten 7 2.5 Begraafplaatsen 7 2.6 Alternatief strooiplan bij extreme omstandigheden 7 2.6.1 Alternatief strooiplan 1 7 2.6.2 Alternatief strooiplan 2 8 2.6.3 Acties buiten de consignatieperiode 8 2.7 Veiligheid personeel en materieel bij extreme weersomstandigheden 9 2.8 24 uur per dag paraat 9 2.9 Communicatie en evaluatie 9 2.10 Vragen, opmerkingen of suggesties van publiek 10 3 Randvoorwaarden / algemene richtlijnen 11 3.1 Signalering / melding van gladheid / start strooiacties 11 3.2 Coördinatie gladheidbestrijding 11 3.3 Werkwijze oproep 11 3.4 Uitruklocatie en opslag strooizout 12 3.5 Logboek Gladheidbestrijding 12 3.6 Instructie- en oefenavonden 13 3.7 Tijdsduur gladheidbestrijding 13 3.8 Dooimiddelen en dosering 14 3.9 Randvoorwaarden in te zetten materieel 15 3.10 Schoonmaken materieel 15 3.11 Afspraken buurgemeenten/provincie Drenthe 15 4 Consignatierooster 16 5 Kaarten 17 3
1. GEMEENTELIJK BELEID GLADHEIDBESTRIJDING GEMEENTE HOOGEVEEN Als de temperatuur aan de grond weer richting het nulpunt daalt, heeft de winter zich aangekondigd. En dat kan betekenen gevaar! Want gladde wegen, bruggen en fietspaden kunnen leiden tot slipgevaar voor auto s, bromfietsen en fietsen. Dan is oplettendheid geboden. Niet alleen voor automobilisten en fietsers, maar ook voor de wegbeheerders: Op grond van artikel 16 e.v. van de Wegenwet en artikel 1 en 2 van de Wegenverkeerswet heeft de gemeente de zorg voor het in goede en veilige staat houden van de wegen in de gemeente. Als wegbeheerder heeft de gemeente een inspanningsverplichting voor de bestrijding van gladheid. Op grond daarvan mag de gemeente prioriteiten stellen voor situaties waar wel, niet of in mindere mate gladheid op wegen/fietspaden wordt bestreden. De zorgplicht van de gemeente gaat niet zover dat de veiligheid van de weg onder alle omstandigheden wordt gegarandeerd. Aan de weg die ten gevolge van nachtvorst, sneeuwval, ijzel e.d. glad is geworden kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als een weg gedurende de zomer. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat deze bij "winterse" omstandigheden met een grote mate van oplettendheid en voorzichtigheid aan het verkeer deelneemt dan wel dat deze zich bij extreme omstandigheden (zware ijzel, sneeuwval) geheel niet op de weg begeeft. In dit soort omstandigheden kan de gemeente als wegbeheerder niet altijd zonder meer aansprakelijk worden geacht voor eventueel ontstane schade. De gemeente heeft aan haar zorgplicht en inspanningsverplichting voldaan als kan worden aangetoond dat de gladheidbestrijding geheel volgens het gladheidbestrijdingsplan is uitgevoerd. Ook de gemeente Hoogeveen let op de begaanbaarheid van de wegen in de winterperiode en heeft hiervoor in samenwerking met Area Reiniging een gladheidbestrijdingsplan opgesteld. In het gladheidbestrijdingsplan staat precies wanneer, op welke wegen en hoe er gestrooid moet worden. Dit gladheidbestrijdingsplan is in de periode van 29 oktober 2014 t/m 11 maart 2015 van kracht. Na 11 maart zal op grond van de weersverwachting deze periode al dan niet na vooraf verkregen instemming van de gemeente worden verlengd. Het is onmogelijk om op alle wegen en fietspaden gladheid te bestrijden. En er kan niet op alle wegen (tegelijk) gestrooid worden. De gemeente moet de belangen van de weggebruikers afwegen tegen andere belangen zoals de zorg voor het milieu en de kosten. Daarom wordt volgens een vast prioriteitenschema op de belangrijkste wegen gestrooid, de zogeheten hoofdroutes. Dit zijn bijvoorbeeld de busroutes, routes hulpdiensten, de verbindingswegen tussen de dorpen en de belangrijke aan- en afvoerroutes van de industrieterreinen. 4
Ook de vele verbindings- fietspaden en wegen naar scholen horen hierbij, maar ook dicht bewoonde wegen langs kanalen, drukke winkelstraten, bruggen, trappen en hellingen. De routes zijn aangeduid als prioriteit 1 en 2 en een route bruggen en viaducten. Verder is voor extreme winterse omstandigheden een alternatief strooiplan vastgesteld. 5
2. AANPAK GLADHEIDBESTRIJDING Als uitgangspunt geldt dat de gladheidbestrijding doelmatig wordt uitgevoerd. Op basis hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen de omvang (alles of gedeeltelijk) van de uit te voeren acties. Als onderscheid wordt gehanteerd: 1. Alle strooiroutes uit prioriteit 1 worden preventief bewerkt bij vrijwel zeker optredende gladheid of curatief bij constatering van gladheid. 2. Alleen prioriteit 1 routes worden preventief bewerkt bij aanzienlijke kans op gladheid. 3. Alleen bruggen/viaducten worden preventief bewerkt bij een geringe kans op gladheid. 4. Met curatieve gladheidbestrijding van de hoofdfietsroutes tussen Hoogeveen en de dorpen wordt in de ochtenduren gestart vanuit de dorpen en in de namiddag vanuit Hoogeveen. 5. Op de fietspaden wordt de gladheidbestrijding zoveel mogelijk met pekelwater uitgevoerd. 2.1 Prioriteit 1 Als het glad wordt, worden als eerste de hoofdwegen, carpoolplaatsen, de wijkontsluitingswegen, busroutes, bruggen (in de hoofdwegen en doorgaande fietspaden) en de belangrijkste (school)fietsroutes gestrooid. Bij gewone gladheid als gevolg van opvriezen is hiervoor na alarmering ongeveer 3 uur nodig. In de bijlage zijn kaarten met routes opgenomen. Bij aanhoudende sneeuw of ijzel duurt dit langer en kan het zelfs nodig zijn te blijven strooien volgens prioriteit 1. 2.2 Prioriteit 2 Als het na uitvoering van prioriteit 1 nog nodig is, wordt gestart met de wegen naar en rond verzorgingshuizen, scholen, kinderdagverblijven, de parkeerterreinen bij de winkelcentra, dorpshuizen en sporthallen en andere verbindingswegen buiten de bebouwde kom. Dit vindt alleen plaats overdag tussen 07.00 en 17.00 uur. In de bijlage zijn kaarten met routes opgenomen.. 2.3 Buurten Bij langdurig aanhoudende gladheid wordt- bij voldoende capaciteit- ook in beperkte mate in nader te bepalen woonwijken gestrooid. Dit gebeurt op basis van eigen waarnemingen van gemeente en Area en naar aanleiding van klachten in situaties die voor een grote groep weggebruikers als zeer gevaarlijk is beoordeeld door Area en de gemeente. De route wordt afhankelijk van de omstandigheden ingedeeld. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. 6
Tijdens normale werktijden kunnen de wijkbeheerders van de gemeente Hoogeveen knelpunten in de wijk aanpakken. Zij hebben hiervoor een kleine schotelstrooier die ze met de hand kunnen bedienen. 2.4 Bruggen en viaducten Bruggen/viaducten en kritische wegvakken waarvan de verwachting is dat deze door bevriezing van condensatie glad kunnen worden, worden afzonderlijk gestrooid wanneer de overige wegen niet glad zijn en volgens de vooruitzichten niet glad zullen worden. In de bijlage zijn kaarten met routes opgenomen. 2.5 Begraafplaatsen De toegangswegen tot de begraafplaatsen van en naar de hoofdstrooiroute, de parkeerplaatsen en paden op de begraafplaatsen worden gestrooid en/of geborsteld. Dit gebeurt alleen op verzoek en aanwijzing van de begraafplaatsbeheerder. 2.6 Alternatief strooiplan bij extreme omstandigheden Winterse omstandigheden met aanhoudend lange sneeuwperioden en/of sneeuwhoeveelheden van meer dan 5 centimeter dikte komen in ons land incidenteel voor. Desondanks reden om uit een oogpunt van gladheidbestrijding om ook hiermee in dit plan rekening te houden. 2.6.1. Alternatief strooiplan 1 Bij extreme weersomstandigheden kan zich de situatie voordoen dat het niet mogelijk is om met de beschikbare middelen prioriteit 1 uit te voeren. In deze omstandigheden zal door Area na verkregen instemming van de gemeente tot een nader door deze te bepalen tijdstip nog uitsluitend volgens het alternatief strooiplan 1 worden gewerkt. Deze omstandigheden zijn: onvoldoende strooizoutvoorraad (<10 strooirondes) als gevolg van weersomstandigheden in combinatie met tijdelijke beperking zoutleveranties en meerdaagse aanhoudende wisselende winterse omstandigheden en/of intensieve sneeuwval Aanpak: routes volgens alternatief strooiplan worden afhankelijk van de omstandigheden preventief of curatief behandeld, daarbij wordt er geschoven/geborsteld en/of gestrooid met zout, een mengsel van zout/zand of uitsluitend met zand. 7
de routes die buiten het alternatief plan vallen (reguliere routes volgens het basisplan) worden als prioriteit 2 behandeld. Zo nodig en mogelijk worden deze geschoven/geborsteld en/of gestrooid met zand. Volgens dit schema is rekening gehouden met het berijdbaar houden van een beperkt aantal hoofdroutes, de routes van hulpdiensten, busroutes, verbindingsroutes met snelwegen, ontsluiting van de winkelcentra en de dorpskernen. Fietspaden: Of en hoe de gladheid kan worden bestreden op de fietspaden die behoren bij aangegeven alternatieve route, wordt per situatie beoordeeld door de coördinator. In de bijlage zijn kaarten met routes opgenomen. 2.6.2. Alternatief strooiplan 2 Bij zeer extreme omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat het niet mogelijk is om met de beschikbare middelen alternatief strooiplan 1 uit te voeren. In deze omstandigheden zal door Area na verkregen instemming van de gemeente tot een nader door deze te bepalen tijdstip nog uitsluitend volgens het alternatief strooiplan 2 worden gewerkt. Deze omstandigheden zijn: Onvoldoende strooizoutvoorraad (<5 strooirondes) als gevolg van aanhoudend extreme weersomstandigheden in combinatie met stagnatie zoutleveranties voor onbepaalde tijd. Zoutverstrekking vindt plaats via nationaal zoutloket. en meerdaagse aanhoudende wisselende winterse omstandigheden en/of intensieve sneeuwval Aanpak: Gelijk aan alternatief plan 1. In de bijlage zijn kaarten met routes opgenomen. 2.6.3. Acties buiten de consignatieperiode Gladheidbestrijding buiten de consignatieperiode wordt in bijzondere omstandigheden in overleg met en na verkregen instemming van de gemeente uitgevoerd. 8
2.7 Veiligheid personeel en materieel bij extreme weersomstandigheden De gladheidbestrijding wordt gestaakt of afgebroken indien na overleg met de provinciale wegbeheerder en/of buurgemeenten blijkt dat het als gevolg van extreme omstandigheden niet langer verantwoord is om personeel en materieel voor de gladheidbestrijding in te zetten. De werkzaamheden worden hervat zodra na gevoerd overleg met de provinciale wegbeheerder en/of buurgemeenten blijkt dat hervatting verantwoord is. De gemeente Hoogeveen wordt hiervan terstond in kennis gesteld op het hiervoor door de gemeente Hoogeveen ter beschikking gestelde telefoonnummer. Tevens worden er op dat moment afspraken gemaakt over de nadere invulling van het gladheidbestrijdingsplan. 2.8 24 uur per dag paraat In de winterperiode waarin het gladheidbestrijdingsplan operationeel is, zijn de medewerkers gladheidbestrijding 24 uur per dag paraat. Op elk gewenst moment kan er dus actie worden ondernomen. Wanneer er wordt gestrooid hangt af van de (lokale) weersverwachting. Zie paragraaf 3.1 signalering / melding van gladheid / start strooiacties. Omdat de wegdekken vaak pas in de vroege ochtend bevriezen dan is de temperatuur het laagst gebeurt dat meestal laat in de avond. Er wordt aldus preventief gestrooid. 2.9 Communicatie en evaluatie Het plan wordt jaarlijks geëvalueerd en op basis van de ervaringen uit de afgelopen winterperiode bijgesteld. De routes worden afgestemd met de vervoersmaatschappijen. Na vaststelling van het plan door het college van Burgemeester en wethouders ligt het plan ter inzage op de wijkkantoren van de wijkbeheerders. Hiervan wordt mededeling gedaan op de gemeentelijke pagina Het Torentje van de Hoogeveensche Courant. Ook is het plan te raadplegen via de website van de gemeente Hoogeveen en Area Reiniging. Indien als gevolg van extreme winterse omstandigheden noodgedwongen op het alternatieve strooiplan moet worden overgegaan zal hiervan door de gemeente mededeling worden gedaan op de gemeentelijke pagina Het Torentje. Ook zal de berichtgeving op eerdergenoemde websites worden geplaatst. 9
2.10 Vragen, opmerkingen of suggesties van publiek De wijze van gladheidbestrijding en de routes waarop de gladheid wordt bestreden wordt jaarlijks aan de hand van het gladheidbestrijdingsplan vastgesteld door de gemeente Hoogeveen als wegbeheerder. Area Reiniging voert deze werkzaamheden in samenwerking met derden uit. Wil men meer weten over de gladheidbestrijding of heeft men opmerkingen of klachten over de gladheidbestrijding in de gemeente Hoogeveen? Dan kan men zich melden bij Area Reiniging. Alle klachten en op- of aanmerkingen van burgers worden daar verzameld en in samenspraak met de gemeente Hoogeveen geëvalueerd. Waar mogelijk zal bij het toekomstige beleid hiermee rekening worden gehouden. AREA Reiniging is langs de volgende wegen bereikbaar: Postadres: Postbus 2297, 7801 CG Emmen Bezoekadres: Columbusstraat 25, 7825 VP Emmen Telefoon: particulier 0900-234 55 55 (lokaal tarief) Zakelijk (0591) 57 10 80 Fax: (0591) 57 10 95 Website: www.areareiniging.nl E-mail: info@areareiniging.nl 10
3. RANDVOORWAARDEN / ALGEMENE RICHTLIJNEN 3.1 Signalering / melding van gladheid / start strooiacties Evenals de Provincie Drenthe en Rijkswaterstaat (dienstkring Drenthe) wordt voor melding en signalering van gladheid gebruik gemaakt van de diensten van weerbureau Meteo Consult. De toestand van het wegdek wordt gedurende de winter vastgelegd door sensoren in het wegdek bij het gladheidmeldpunt aan de Beilerstraat. Gemeten worden: temperatuur, aanwezigheid van zout en neerslaghoeveelheid. Deze registratie is samen met de weersverwachting voor de komende 24 uur bepalend of er al dan niet een strooiactie wordt ingezet. Circa 2 uur voor te verwachten gladheid vindt er overleg plaats tussen de dienstdoende coördinator gladheidbestrijder en de meteoroloog van Meteo Consult; gezamenlijk wordt de situatie besproken zodat de verantwoordelijke coördinator weloverwogen zijn beslissing kan nemen. De actuele weer- en gladheidsverwachting en de feitelijke toestand van het wegdek ter plaatse van het gladheidmeldpunt is online via het internet voor de coördinator gladheidbestrijder beschikbaar. 3.2 Coördinatie gladheidbestrijding De gladheidbestrijdingsacties worden door Area Reiniging vanuit Hoogeveen aangestuurd door 1 centrale coördinator. Deze bepaalt wanneer, waar en hoe er wordt gestrooid. De coördinatoren wisselen elkaar af volgens een vast dienstrooster. De coördinator is gedurende diensttijd 24 uur bereikbaar. Het telefoonnummer waarop de coördinator bereikbaar is, is bekend bij de meldkamer Noord Nederland en de afdeling Beheer van de gemeente. 3.3 Werkwijze oproep De dienstdoende medewerkers en ingehuurde aannemers worden via een spraakoproep op hun mobiele telefoon opgeroepen. Binnen een half uur na oproep wordt met de strooiactie begonnen. Voor zover nodig en gewenst worden alsmede buurgemeenten geïnformeerd en/of de provincie Drenthe. 11
24 UURS BEWAKING METEO CONSULT Gladheid Meldsysteem COÖRDINATOR PROVINCIE DRENTHE EN BUURGEMEENTEN STROOIPLOEG Figuur: Belvolgorde en werkwijze oproep 3.4 Uitruklocatie en opslag strooizout De uitruklocatie is op het terrein van loon- en aannemersbedrijf Jansen Noordeweg 5 in Tiendeveen. Op deze locatie staan alle strooiers, ploegen en borstels. Ook de op- en afbouw en het schoonmaken van de strooiers aan het einde van de strooiactie vindt plaats op deze locatie. Daarnaast is de zoutopslag hier ook gesitueerd. Vanaf 1 oktober is er 300 ton strooizout op deze locatie in voorraad. Voor het strooiseizoen 2014-2015 heeft Area 1.500 ton zout contractueel met een zoutleverancier vastgelegd met leveringsgarantie. 3.5 Logboek gladheidbestrijding Bij iedere actie wordt in het logboek de datum, de tijd, het zoutverbruik, de actuele voorraad, de temperatuur en de weergesteldheid vermeld. De dagrapporten worden aan de wegbeheerder verstrekt. Zie bijlage 3 voor de actierapportage en zie bijlage 4 voor de begrippenlijst. 12
Ook de strooiactie (curatief of preventief) en de strooimethodiek (droog of nat) worden vermeld evenals welke routes worden gestrooid. Daarnaast worden de ervaringen met pekelwater en storingen vastgelegd. De gegevens met betrekking tot de weersomstandigheden worden centraal bewaard door de meteorologische dienst met welke Area Reiniging een contract heeft afgesloten. Area Reiniging beschikt over een 'track en trace' programma. Hierdoor kunnen alle routes worden beoordeeld op het tijdstip van strooien, de hoeveelheid zout en de gereden snelheid. 3.6 Instructie- en oefenavonden In de maand voorafgaand aan het strooiseizoen wordt er een instructie- en/of oefenavond georganiseerd. Bij deze instructie- en oefenavonden zijn de monteurs van de werkplaats aanwezig. Ook een monteur van de leverancier van de strooiapparatuur is indien gewenst vertegenwoordigd. Zij geven instructie over de bediening en het benodigde onderhoud van het materieel en zij geven uitleg over het gebruik van de strooimanagementapparatuur. Tevens worden de strooi-, ploeg- en borstelunits op en aan de voertuigen gebouwd. Ook wordt er proefgereden om naast de strooiunits ook de apparatuur ten behoeve van het strooimanagement te controleren. Vastgestelde storingen worden ter plaatse of de andere dag verholpen. Verder worden alle routewijzigingen en eventuele wijzigingen met betrekking tot de inzet van het materieel doorgesproken. 3.7 Tijdsduur gladheidbestrijding De maximale tijdsduur van een strooiactie is een richttijd. Dit is de tijd tussen het moment van het besluit tot strooien en het strooien van de laatste vierkante meters van een strooiroute. Voor curatieve strooiacties zijn geen nader omschreven normen bekend. Immers er wordt gestrooid op basis van een verwachting. De mate van zekerheid van deze verwachting bepaalt de maximale tijdsduur van de strooiactie. Bij preventieve strooiacties geldt de volgende maximale tijdsduur: Wegen met 1 e prioriteit 3.5 uur Wegen met 2 e prioriteit 4,0 uur Voor de uitvoering van de gladheidbestrijding zijn de regels uit de arbeidstijdenwet 2007 van toepassing. 13
3.8 Dooimiddelen en dosering Er wordt gestrooid met natriumzout in de vorm van vacuümzout. In vrijwel de meeste gevallen wordt er met natzout gestrooid. De maximale strooisnelheid bij natzoutstrooien is 70 km/uur. In het geval van droogstrooien is de maximale strooisnelheid 50 km/uur. Dosering natzout: 7 g/m 2 Dosering droogzout: 15-20 g/m 2 Om het milieu zoveel mogelijk te ontzien wordt er zo weinig mogelijk zout toegepast. Bovendien wordt het zout meestal gemengd met water waardoor de effectieveiteit toeneemt. Bij aanhoudende gladheid wordt er onverdunt met zout gestrooid. In onderstaande tabel wordt per type gladheid en bestrijdingsmethode de hoeveelheid strooizout per m 2 aangegeven. Type gladheid Dichte wegdekken Werkzame stof Bevriezing van natte weggedeelten Preventief, natstrooien 7 g/m 2 5,5 g/m 2 Curatief, natstrooien 7 g/m 2 5,5 g/m 2 Sproeien* 15-20 g/m 2 3-4 g/m 2 Condensatie en/of aanvriezende mist Preventief, nat strooien 7 g/m 2 5,5 g/m 2 Curatief, nat strooien 7 g/m 2 5,5 g/m 2 Sproeien* 15-20 g/m 2 3-4 g/m 2 Sneeuw Preventief, nat strooien om hechting te voorkomen 7-10 g/m 2 5,5 g/m 2 Curatief, nat strooien 10-15 g/m 2 7,4-11 g/m 2 Sproeien* 40-60 g/m 2 8-12 g/m 2 IJzel Preventief, nat strooien 15-20 g/m 2 7,4-12g/m 2 Curatief, nat strooien 15-20 g/m 2 7,4-12g/m 2 Sproeien* 40-60 g/m 2 8-12 g/m 2 * bij 20% zoutoplossing. Bij deze concentratie bevat 20 g pekel circa 4,0 g zout. Ter vergelijking: 7g nat zout bevat 5,3 g zout. Bron: CROW rapport 236 14
3.9 Randvoorwaarden in te zetten materieel Al het materieel dient tenminste te voldoen aan de hiervoor geldende wettelijke eisen. Ten aanzien van het materieel wat ingezet wordt op de fietspaden voorzien van elementenverharding gelden de volgende aanvullende voorwaarden. Max 2 bar bandendruk voor aanhangers met sproeicombinatie op alle elementen fietspaden. Max 3 bar bandendruk voor aanhangers met strooicombinatie op alle elementen fietspaden. Alleen gebruik radiaal banden. Voor tractorbanden geldt daarbij een profiel geschikt voor municipaal gebruik (zonder nokkenprofiel). Strooimaterieel geschikt voor gebruik fietspaden met een elementenverharding. Max voertuigbreedte op tegelfietspaden <2.20 m en > 2.20 m, respectievelijk 1.60 m en ca. 1.80 (buitenkant band tot buitenkant band). Max voertuighoogte: 2.20 m. Max strooisnelheid op de fietspaden: 25 km/u. Aandachtslocaties voor gladheidbestrijding op fietspaden zijn: Van Limburg Stirumstraat Alle elementen fietspaden Smal fietspad Constructief kwetsbaar 3.10 Schoonmaken materieel Na het afronden van de strooiactie worden alle strooimiddelen leeg en schoon teruggeplaatst in de stalling. In voorkomende gevallen en op aanwijzing van de gladheidscoördinator kunnen de strooimiddelen klaar worden gezet voor een vervolgactie. 3.11 Afspraken buurgemeenten / Provincie Drenthe Met de volgende aangrenzende gemeenten zijn afspraken gemaakt over het strooien van delen van het te strooien areaal. (Zie ook kaart Afspraken buurgemeenten). 1. Gemeente Coevorden : strooit het weggedeelte gemeente grens - Brugstraat tot aan de rotonde Pereboomweg. 2. Gemeente Midden-Drenthe: strooit weggedeelte Middenraai tot aan Hoogeveense vaart inclusief Splitting en toegangsweg Kerkhof 3. Gemeente De Wolden: strooit weggedeelten Echtensweg Nijstad, Domeinweg en Defensieweg, Kalenberg, Hoogeveenseweg, fietspad Alteveer 4. Provincie Drenthe: strooit Hoogeveenseweg Europaweg tot aan de Edisonstraat inclusief naastgelegen fietspaden. 5. Area Reiniging Fluitenbergseweg, Alteveer (De Wolden), Beilerstraat (Midden- Drenthe),deel Coevorderstraatweg (Coevorden). 6. NS Busremise/ bushaltes geheel door Area P+R incl. toeleidende weg tot Griendsveenweg/Crerarstraat door NS Fietspad door Area Overige onderdeel door NS 15
4. CONSIGNATIEPERIODE Periode consignatie Dit gladheidbestrijdingsplan is in de periode van 29 oktober 2014 t/m 11 maart 2015 van kracht. Na 11 maart zal op grond van de weersverwachting deze periode al dan niet worden verlengd. 16
5. KAARTEN 17
18
19 19
20 20
21 21
22 22
23
24 24
25 25
AREA Reiniging Postadres Postbus 2297 7801 CG Emmen Bezoekadres Columbusstraat 25 7825 VP Emmen Telefoon particulier 0900-234 55 55 zakelijk (0591) 57 10 80 Fax (0591) 57 10 95 Website www.areareiniging.nl Email info@areareiniging.nl