UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2012

Vergelijkbare documenten
UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2009

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2011

Examentrainer. Vragen vmbo-bk. Scan

UNIFORM HEREXAMEN MULO 2009

UNIFORM HEREXAMEN MULO 2007

UNIFORM HEREXAMEN MULO 2008

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. De afbeeldingen geven twee typen cellen weer. De foto geeft een plant weer.

PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Biologie Les 6

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. De tekening geeft een gewricht met de verschillende delen schematisch weer.

Samenvatting Biologie Thema 4:

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS.

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2007

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. Bij de plant komen verschillende typen weefsels voor.

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN STEVIGHEID. 1 De afbeelding geeft een doorsnede van een stengel schematisch weer.

H.6 regeling. Samenvatting

Samenvatting Biologie Regeling

Samenvattingen. Samenvatting Thema 6: Regeling. Basisstof 1. Zenuwstelsel regelt processen:

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2010

Cellen aan de basis.

Samenvatting Biologie voor Jou 2A Thema 4 Waarnemen en regeling

Regeling. Regeling is het regelen van allerlei processen in het lichaam. Regeling vindt plaats via twee orgaanstelsels: Zenuwstelsel.

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2008

Van cel tot organisme hv12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Samenvatting Biologie Thema 1: Organen en cellen

Antwoorden Biologie Planten

6.9. Werkstuk door E woorden 25 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou. Inhoudsopgave

4 keer beoordeeld 30 mei 2017

6,7. Samenvatting door een scholier 1580 woorden 20 juni keer beoordeeld

V5 Begrippenlijst Hormonen

1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken van energie. Kortom alle processen in organismen.

Samenvatting Biologie voor Jou 1B Thema 6 Waarnemen, regeling en gedrag. Zintuig = orgaan dat reageert op prikkels uit de omgeving

5,2. Antwoorden door een scholier 1376 woorden 19 februari keer beoordeeld. Basisstof 1; samenstelling van bloed

biologie CSE BB herziene versie

REGELING. 1 G o e d g e r e g e l d. 2 Z e n u w s t e l s e l

Van cel tot organisme vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

PLANTEN. Basis maakt de vragen 1 t/m 35. Voor iedere vraag kan 1 punt behaald worden

Oefen Repetitie KGT thema Bloedsomloop

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 15 mei uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Samenvatting Biologie Basisstof 1 tot 10

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 28 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

1. Waar in de cel bevindt zich het centraallichaampje? A) In de celkern. B) In het cellichaam. C) In het celmembraan.

Samenvatting Biologie Thema 6

Samenvatting Planten VMBO 4a Biologie voor Jou

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

Biologie ( havo vwo )

7. Het gebit De bouw van het gebit Tanden en kiezen noem je gebitselementen. kroon. wortel

Normwaarde = is een waarde die je af leest, zoals bij de thermostaat, zie je 19 graden staan dan is dat de normwaarde. Zo warm moet het zijn.

Samenvattingen. Samenvatting Thema 1: Stofwisseling. Basisstof 1. Organische stoffen:

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl I

1) Wat is het verschil tussen de grote en kleine bloedsomloop? 2) Tot welke bloedsomloop behoren je hersenen?

Paragraaf 6.1 en Osmotische waarde, ph weefselvloeistof, glucosegehalte

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 25 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Samenvatting Thema 5 Planten Brugklas Nectar

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 donderdag 18 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Ongeslachtelijke voortplanting: een deel van een organisme groeit uit tot een nieuw organisme

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 17 mei uur

Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen BBL. 2.1 Namen 1 Hoe komen planten en dieren aan hun naam? De naam van een plant of een dier kan: *

Thema 3 Voeding en je lichaam

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl I

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

GEZONDHEIDSKUNDE. Het menselijk lichaam

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

basisstof 1 gaswisseling bij dieren om te onthouden

Zijn er bij deze onderwerpen deficiënties, dan kun je via de volgende sites je kennis vergroten: - -

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 6 + 9: Regeling en Gedrag

Werkstuk Biologie Regeling en Gedrag.

OMSCHRIJVING LESSTOF

Voorbereidende opgaven Examencursus

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 maandag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

4,3. Samenvatting door een scholier 1547 woorden 28 februari keer beoordeeld

Basisberoepsgerichte leerweg: Wat moet je kennen voor het Centraal Eindexamen (CE) Biologie VMBO BI/K/3 Leervaardigheden in het vak biologie

Samenvatting Biologie Transport

Naam: BLOEDSOMLOOP. Vraag 1. Waaruit bestaat bloed?

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 20 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Samenvatting Biologie Transport

Examen VMBO-KB 2005 BIOLOGIE CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen horen een uitwerkbijlage en een bijlage.

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Biologie VWO thema: Planten Tweede deel. Docent: A. Sewsahai

BASISSTOF 1 HET BLOED OM TE ONTHOUDEN

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 9 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Samenvatting Biologie 1-1 tot 1-3

Werkstuk Biologie Lichaamstelsels

Inhoud. Woord vooraf 1 1. Over de auteurs 1 2. Redactionele verantwoording 1 3 Curriculummodel 1 3 Didactisch concept Basiswerken 1 4

Samenvatting Biologie Bloedsomloop

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 4VMBO- B Deel 1 en 2 KLAS: 4 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

1. Bloedvatenstelsel geeft zuurstof en glucose aan spierstelsel; water aan uitscheidingstelsel; CO² aan ademhalingsstelsel.

7,3. Het zenuwstelsel. Zenuwcellen en zenuwen. Samenvatting door een scholier 1716 woorden 24 februari keer beoordeeld

Antwoorden Biologie Thema 2 en 3

1. Waarvan is DNA een belangrijke bouwstof? A) Van de celmembraan. B) Van de chromosomen. C) Van de kernmembraan.

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 24 mei uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Een persoon raakt opgewonden en begint te hyperventileren. Om de hyperventilatie te stoppen, pakt hij een plastic zak.

Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen KGT

6.5. Opdracht 1. Opdracht 2. Opdracht 4. Boekverslag door K woorden 10 mei keer beoordeeld. Basisstof 1

Uitscheiding en afweer

Transcriptie:

MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VOLKSONTWIKKELING EXAMENBUREAU VAK : BIOLOGIE DATUM : DINSDAG 0 JULI 0 TIJD : 07.45 9.00 UUR DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. UNIFORM EINDEXAMEN MULO 0 TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN, GAAT HET STEEDS OVER GEZONDE ORGANISMEN EN NORMALE OMSTANDIGHEDEN. WEEFSELS EN ORGANEN Enkele organen in het lichaam van de vrouw zijn:. eierstokken. lever 3. longen 4. nieren Welke van deze organen liggen onder het middenrif? A alleen en B alleen, en 3 C alleen, en 4 D,, 3 en 4 De tekening stelt een schematische doorsnede van een blad voor. STEVIGHEID Welke delen van houtachtige planten krijgen hun stevigheid door houtvaten? A alleen de bladeren B alleen de stengels C alleen de wortels D de bladeren, de stengels en de wortels 3 4 Iemand doet een bitawiwiriplant in een bak met sterk zoutwater. Wat zal na een tijd met de cellen van deze plant gebeuren? A De cellen van de plant zullen meer water afgeven. B De cellen van de plant zullen meer water opnemen. C De druk van de cellen op de celwand zal hoger worden. D De turgor in de cellen van de plant zal groter worden. Hoe worden de weefsels genoemd die met de cijfers en zijn aangegeven? cijfer cijfer A bastweefsel houtweefsel B opperhuid bastweefsel C palissadenweefsel sponsweefsel D sponsweefsel palissadenweefsel

De tekening is een schematische voorstelling van de wervelkolom van de mens. De verschillende groepen wervels zijn met letters aangegeven. K 5 Het gebit van een zoogdier is aangepast aan het voedsel dat het gebruikt. Wat voor kiezen heeft een poes en waarom? A Knipkiezen, want zij is een alleseter. B Knipkiezen, want zij is een vleeseter. C Plooikiezen, want zij is een alleseter. D Plooikiezen, want zij is een vleeseter. 7 8 L M N Aan welke wervels zitten de ribben vast? Aan de wervels aangegeven met letter A K. B L. C M. D N. STOFWISSELING Enkele organen in het lichaam van de mens zijn: alvleesklier, lever, maag en speekselklier. Welke van deze organen produceert zowel enzymen voor de vertering van koolhydraten als enzymen voor de vertering van vetten? A de alvleesklier B de lever C de maag D de speekselklier 6 Door welke bewegingen van het middenrif en van de ribben wordt de inhoud van de borstkas bij de inademing groter? het middenrif gaat de ribben gaan A omhoog omhoog B omhoog omlaag C omlaag omhoog D omlaag omlaag Welke bewering over processen die plaatsvinden in plantencellen is juist? A In alle cellen vindt fotosynthese plaats. B In alle cellen vindt verbranding plaats. C In alle levende cellen vindt fotosynthese plaats. D In alle levende cellen vindt verbranding plaats. Enkele stoffen zijn: 9 0 glucose, koolstofdioxide, 3 zuurstof Welke van deze stoffen kunnen verbruikt worden in de cellen van de cassavewortel? A alleen en B alleen en 3 C alleen en 3 D, en 3

Enkele processen die in het lichaam van de mens plaatsvinden zijn:. opbouw van eiwitten. spijsvertering 3. verbranding Welke van deze processen vinden al plaats bij een ongeboren kind? A en B en 3 C en 3 D, en 3 TRANSPORT Welk kenmerk van nerven is onjuist? A Nerven bevatten alleen bastvaten. B Nerven bevatten houtvaten. C Nerven geven stevigheid aan het blad. D Nerven komen in bladeren voor. 3 Welk bloedvat is waarschijnlijk vernauwd bij iemand die een hartinfarct (hartaanval) krijgt? A de aorta B de holle ader C een kransslagader D een longslagader 4 Enkele beweringen over bloedcellen in het lichaam van de mens zijn:. De cellen vervoeren zuurstof.. De cellen kunnen een haarvat via de wand verlaten. 3. De cellen bestrijden bacteriën. Welke van deze beweringen geldt (gelden) voor witte bloedcellen? A alleen B alleen 3 C alleen en 3 D, en 3 5 Een landbouwer wordt door een gifslang in zijn been gebeten. Het slangengif verspreidt zich via de bloedvaten door het lichaam. Welk orgaan zal het eerst door het gif bereikt worden? A de hersenen B een long C een nier D het hart 6 Sharda heeft pokken gehad. Ze is nu immuun voor deze ziekte. Deze immuniteit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van in het bloed. Wat moet er worden ingevuld? A antistoffen B bloedplaatjes C fibrinogeen D hemoglobine

UITSCHEIDING 7 Welke stoffen kan de plant via de huidmondjes afgeven? A alleen glucose en zuurstof B alleen koolstofdioxide en waterdamp C glucose, koolstofdioxide en waterdamp D koolstofdioxide, waterdamp en zuurstof 8 De afbeelding stelt een schematische doorsnee van een nier van de mens voor. Urine wordt gevormd A alleen in. B alleen in. C alleen in en. D in, en 3. ENDOCRIENE BEÏNVLOEDING 9 Reuzengroei ontstaat door het niet goed functioneren van 3 0 Bij iemand wordt de schildklier zeer actief. Wat zou hiervan een gevolg kunnen zijn? A Er wordt minder adrenaline geproduceerd. B Er wordt minder insuline geproduceerd. C De stofwisseling wordt versneld. D De stofwisseling wordt vertraagd. Twee beweringen over het zenuwstelsel en het hormoonstelsel zijn: I De prikkels van het zenuwstelsel lopen langs vaste banen. II Prikkels van het hormoonstelsel werken over het algemeen langzamer. Voor deze beweringen geldt: A alleen I is juist. B alleen II is juist. C I en II zijn beide juist. D I en II zijn beide onjuist. In het lichaam wordt een hormoon gemaakt dat het glucosegehalte van het bloed verhoogt en een hormoon dat het glucosegehalte verlaagt. Waar in het lichaam worden beide hormonen gemaakt? A in de eilandjes van Langerhans B in de hypofyse C in de lever D in de schildklier A de bijnieren. B de hypofyse. C de schildklier. D de testes.

ZENUWSTELSEL 3 Hoe zijn zenuwcellen met elkaar verbonden? A door de cellichamen B door de korte uitlopers C door de isolerende laag D door de lange uitlopers 4 Iemand struikelt en probeert te voorkomen dat hij valt. Spelen hierbij impulsen in de kleine hersenen een rol? En impulsen in de grote hersenen? impulsen in de kleine hersenen impulsen in de grote hersenen A ja ja B ja nee C nee ja D nee nee 5 Bij welke gebeurtenis is er geen sprake van een reflex? A Watertanden bij het zien van lekker eten. B De zuigbeweging bij een baby die borstvoeding krijgt. C Het doorgeven van geluidstrillingen door de drie gehoorbeentjes. D De verandering van de pupil als er meer licht in het oog valt. 6 ZINTUIGEN 7 Welke delen in de neusholte beschermen ons tegen stofdeeltjes en ziektekiemen? A alleen de neusharen B alleen het neusslijmvlies C de neusharen en het neusslijmvlies D de neusharen, het neusslijmvlies en het reukzintuig 8 Als men ouder wordt, neemt het accommodatievermogen van de ogen af, waardoor men een leesbril nodig heeft. Bij deze afwijking kunnen de ooglenzen niet voldoende... worden. De voorgeschreven leesbril heeft dus... lenzen. Wat moet er bij en worden ingevuld? bij bij A afgeplat holle B bol holle C afgeplat bolle D bol bolle 9 In welk deel van het oor liggen de zintuigcellen? A in de gehoorgang B in de halfcirkelvormige kanalen C in het slakkenhuis D in het trommelvlies Wat kan er gebeuren als bij iemand de kleine hersenen beschadigd zijn? De persoon kan niet goed meer A horen. B lopen. C ruiken. D zien.

30 Samira laat haar voeten verzorgen. Ze krijgt eerst een warm voetbad waarna de voeten gemasseerd worden. Welke zintuigen in de huid van de voetzool van Samira zullen geprikkeld worden? A alleen de druk- en de warmtezintuigen B alleen de tast- en de warmtezintuigen C alleen de druk- en de tastzintuigen D de tast-, druk- en de warmtezintuigen GROEI EN ONTWIKKELING 3 Waar vindt gewoonlijk versmelting van de kernen van een eicel en een spermacel plaats bij de mens? A in de baarmoeder B in een eierstok C in een eileider D in de vagina 3 33 In de afbeelding zijn de ontwikkelingsstadia weergegeven van drie insecten. 3 Welk insect heeft (welke insecten hebben) een volkomen gedaantewisseling? A alleen B alleen C en D en 3 34 De tekeningen stellen doorsneden van drie verschillende bloemen voor. Uit tekening blijkt dat er in de wortel lengtegroei heeft plaatsgevonden. bloem bloem bloem 3 Deze lengtegroei wordt vooral veroorzaakt door In welke van deze bloemen kunnen zaden gevormd worden? A alleen in B alleen in C alleen in en 3 D in, en 3 A celstrekking. B kerndeling. C plasmagroei. D worteldruk.

35 Vier planten die in Suriname voorkomen zijn: ananas, cassave, 3 komkommer, 4 tomaat Welke van deze planten is/zijn ontstaan door ongeslachtelijke vermenigvuldiging? A alleen B alleen C alleen en D alleen 3 en 4 MILIEU 36 Welke is de juiste omschrijving voor het begrip populatie? A Een groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied. B Een groep organismen van verschillende soorten in een bepaald gebied. C Groepen organismen van één soort in verschillende gebieden. D Verschillende organismen in verschillende gebieden. 37 Hieronder zijn enkele afvalsoorten genoemd:. blikjes. gemaaid gras 3. glas 4. markoesa pitjes 5. plastic cups 6. gesnoeide takjes Van welke afvalsoorten kan men compost maken? A alleen van en 3 B alleen van, 3 en 5 C alleen van, 4 en 6 D alleen van,, 4 en 6 TROPISCHE HYGIËNE 38 John heeft malaria opgelopen. Als gevolg hiervan lijdt hij aan bloedarmoede. Deze bloedarmoede wordt veroorzaakt door A eencellige organismen die de rode bloedcellen beschadigen. B wormen die de rode bloedcellen beschadigen. C eencellige organismen die de witte bloedcellen beschadigen. D wormen die de witte bloedcellen beschadigen. 39 Welke bewering over dengue en gelekoorts is niet juist? A Beide ziekten worden overgebracht door een muskiet. B Bij beide ziekten krijgt men koorts. C Beide ziekten worden veroorzaakt door een virus. D Door vaccinatie kun je beide ziekten voorkomen. 40 Welke van de onderstaande worm(en) heeft (hebben) tijdens de ontwikkeling een tussengastheer nodig? bilharziaworm lintworm A geen geen B geen wel C wel geen D wel wel