Examen VMBO-GL 2008 tijdvak 1 maandag 19 mei 9:00-11:00 uur mode en commercie CSE GL Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 55 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden. 800015-1-640o
Meerkeuzevragen - Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). - Geef verbeteringen aan volgens voorbeeld 2 of 3. (1) A A A B B B (2) X (3) B X C C X C D D D Miss Etam In Amsterdam zal een nieuwe vestiging van Miss Etam geopend worden. Miss Etam is een modeketen met winkels in verschillende steden in Nederland. De klant van Miss Etam is een vrouw die de mode op de voet volgt, maar niet voorop loopt. Miss Etam is meestal gevestigd in een drukke winkelstraat in het centrum van een stad. 1p 1 Voordat de nieuwe vestiging van Miss Etam geopend wordt, laat de centrale directie een marktonderzoek in de omgeving van de nieuwe vestiging uitvoeren. Uit dit onderzoek komt onder andere de volgende uitkomst. In de Amsterdamse wijk waar de nieuwe vestiging komt, is veel belangstelling voor kleding met opvallende en felle kleuren. Van welk begrip is deze uitkomst een voorbeeld? A de bevolkingssamenstelling B de koopsituatie C het kleedgedrag D de koopkracht 1p 2 Voordat een winkelier zijn winkel inricht, maakt hij eerst een plattegrond waarop aangegeven staat waar de artikelen staan. Hoe heet dit? A de winkelformule B de winkellay-out C het winkeltype 1p 3 Welke van de onderstaande onderdelen zijn alle drie onderdeel van een winkelinterieur? A etalage ingang vloer B pui verlichting winkelmeubels C winkelmeubels verlichting wanden 800015-1-640o 2 lees verder
1p 4 Hieronder zijn enkele zones in een kledingwinkel weergegeven. Wat zijn de verkoopsterke zones bij een kledingwinkel? Zet bij de verkoopsterke zones een kruisje in de tweede kolom. bij de kassa's bij de pashokjes bij een breed looppad naast een display voor in de winkel verkoopsterke zone 1p 5 Wat is de meest voorkomende routing in een winkel? A linksom door de winkel B midden door de winkel C rechtsom door de winkel 1p 6 Bij een modewinkel is de presentatie in een etalage erg belangrijk. Schrijf een reden op waarom de presentatie in een etalage belangrijk is voor een winkel. 1p 7 Schrijf twee eisen op waaraan een goede artikelpresentatie moet voldoen. 2p 8 Door diefstal leiden veel kledingwinkels verlies. De bedrijfsleider van Miss Etam let ter voorkoming van diefstal goed op zijn klanten. Op wie moet hij nog meer goed letten om diefstal zoveel mogelijk te voorkomen? Schrijf twee voorbeelden op. 800015-1-640o 3 lees verder
1p 9 Bij Miss Etam wordt op vaste momenten besteld. Hoe heet het moment waarop een winkelmedewerker gaat bestellen? A orderfrequentie B ordergrootte C orderpunt 1p 10 Bij het afleveren van de goederen worden kosten gemaakt. Wat verstaan we onder afleverkosten? A administratiekosten B computerkosten C voorraadkosten 1p 11 Merel werkt als verkoopmedewerker bij Miss Etam. Merel controleert met behulp van de pakbon of het aantal colli dat op de pakbon staat, aanwezig is. Hoe noem je deze controle? A kwalitatieve controle B kwantitatieve controle C manco-breuk-teveel controle 1p 12 Op de pallets waarop sommige artikelen worden aangeleverd, zit emballage. Is emballage een vorm van recycling? Leg je antwoord uit. 1p 13 Een winkel kan een open of een gesloten magazijn hebben. Schrijf twee voordelen op van een open magazijn. 800015-1-640o 4 lees verder
1p 14 Bij een bestelling komt een doos witte T-shirts binnen en een doos T-shirts in de laatste trendkleuren. Op welke plek in het magazijn moet Merel de doos T-shirts in de laatste trendkleuren plaatsen? Leg uit waarom ze die doos op die plek in het magazijn moet plaatsen. Op plek:... Uitleg:... 1p 15 Merel moet de gelabelde kleding van het magazijn naar de winkel brengen. Waarop moet zij letten bij het vervoeren van de kleding? Schrijf een voorbeeld op. 800015-1-640o 5 lees verder
1p 16 Eén van de verkoopmethodes die bij Miss Etam gebruikt wordt, is de directe bijverkoop. Beschrijf een verkoopsituatie in een kledingwinkel waarin sprake is van directe bijverkoop. 1p 17 Bij welke van de volgende combinaties is het eerste artikel bijverkoop bij het tweede artikel? Zet bij deze combinaties een kruisje in de tweede kolom. overhemd bij een stropdas sjaaltje bij een jurk blouse bij een broek das bij een winterjas riem bij een spijkerbroek colbert bij een pantalon 1p 18 Hieronder staan enkele eigenschappen: geconcentreerd kunnen werken betrouwbaar zijn nauwkeurig kunnen werken Bij welke taak heb je deze eigenschappen het hardst nodig? A bij het adviseren van klanten over kleding B bij het op kleur en maat in de schappen hangen van kleding C bij het ontvangen en controleren van goederen 1p 19 Wat wordt bedoeld met het prijsniveau van een bepaalde winkel? A de prijs die de groothandel voor een artikel vastgesteld heeft B de prijs die de consument voor een bepaald artikel betaalt C de gemiddelde prijzen in een winkel vergeleken met die van een concurrent 1p 20 In welke categorie valt het eigen merk van een grootwinkelbedrijf? A A-merk B B-merk C C-merk 800015-1-640o 6 lees verder
Ruitersportzaak De Molenwei Alexander is eigenaar van de ruitersportzaak De Molenwei. 1p 21 Hieronder zie je het organisatieschema van de ruitersportzaak. directeur Alexander de Groot administrateur Tom Kessel etaleur Rolf Pietersen winkelmedewerker Thea Hanekamp winkelmedewerker Jos Klein winkelmedewerker Bettina Jansen winkelmedewerker Pieter Zomerdijk Thea Hanekamp werkt als winkelmedewerker bij De Molenwei. Thea wil graag een dag vrij nemen. Bij wie moet Thea volgens het organisatieschema vrij vragen? 1p 22 Alexander rekent de omzetsnelheid van een bepaald artikel uit. De omzet van dit artikel per jaar is 480. De gemiddelde voorraad is 60. Wat is de omzetsnelheid van dit artikel? A 8 B 420 C 28800 1p 23 Stel dat de omzetsnelheid van een artikel 15 is. Wat is dan de omzetduur van dit artikel? Ga hierbij uit van 360 dagen in een jaar. A 24 B 345 C 5400 800015-1-640o 7 lees verder
1p 24 Hieronder zijn de voorraadgegevens van een bepaald artikel weergegeven. voorraad per 1 januari 12 stuks voorraad per 1 april 26 stuks voorraad per 1 juli 32 stuks voorraad per 1 oktober 20 stuks voorraad per 1 december 24 stuks Wat is de gemiddelde voorraad van dit artikel? A 22 B 24 C 28,5 1p 25 Wat is de technische voorraad van een winkel? Geef een omschrijving. 1p 26 Er liggen in het magazijn nog vier paardendekens in een kleur die niet goed verkoopt. Deze kleur is uit de mode geraakt. Welk begrip wordt gebruikt voor het uit de mode raken van kleding of kleuren? 1p 27 Alexander wil graag meer over zijn klanten te weten komen. Welk middel kan een ondernemer gebruiken om meer over zijn klanten te weten te komen? 1p 28 Hoe wordt de uitstraling van een onderneming genoemd? A imago B huisstijl C winkelformule 800015-1-640o 8 lees verder
Gebruik onderstaande tabel voor het beantwoorden van vraag 29 en 30. HERENBOVENKLEDING STANDAARDMATEN bestelmaat 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 3 bovenwijdte 86-89 90-93 94-97 98-101 102-105 106-109 110-113 114-117 118-121 122-125 5 taillewijdte 74-77 78-81 82-85 86-90 91-95 96-100 101-105 106-110 111-115 116-120 6 heupwijdte 92-94 95-97 98-100 101-103 104-106 107-109 110-112 113-115 116-118 119-121 1 lichaamslengte alle lengtes van 178 t/m 188 cm 7 binnenbeenlengte alle lengtes van 83 t/m 89 cm HERENBOVENKLEDING BUIKMATEN bestelmaat 46¼ 48¼ 50¼ 52¼ 54¼ 56¼ 58¼ 60¼ 3 bovenwijdte 90-93 94-97 98-101 102-105 106-109 110-113 114-117 118-121 5 taillewijdte 84-87 88-91 92-96 97-101 102-106 107-111 112-116 117-121 6 heupwijdte 99-101 102-104 105-107 108-110 111-113 114-116 117-119 120-122 1 lichaamslengte alle lengtes van 168 t/m 178 cm 7 binnenbeenlengte alle lengtes van 77 t/m 83 cm HERENBOVENKLEDING LENGTEMATEN bestelmaat 45 47 49 51 53 55 57 3 bovenwijdte 86-89 90-93 94-97 98-101 102-105 106-109 110-113 5 taillewijdte 74-77 78-81 82-85 86-90 91-95 96-100 101-105 6 heupwijdte 92-94 95-97 98-100 101-103 104-106 107-109 110-112 1 lichaamslengte alle lengtes van 188 t/m 198 cm 7 binnenbeenlengte alle lengtes van 89 t/m 95 cm OVERHEMDEN EN SHIRTS bestelmaat 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 3 halswijdte 35-36 36-37 37-38 38-39 39-40 40-41 41-42 42-43 43-44 44-45 45-46 5 bovenwijdte 86-89 90-93 94-97 98-101 102-105 106-109 110-113 114-117 118-121 122-125 126-129 mouwlengte alle lengtes van 64 t/m 66 cm ONDERGOED bestelmaat 4 5 6 7 8 9 3 bovenwijdte 89-93 94-99 100-104 105-109 110-114 115-119 5 taillewijdte 79-84 85-90 91-96 97-102 103-108 109-114 1p 29 In de ruitersportzaak is kleding uit de sportieve kledinglijn Happy Horse te koop. Alexander heeft onder andere ondergoed en shirts van deze kledinglijn in een groot aantal maten in het assortiment. Welke maat ondergoed heeft een man met een taillewijdte van 92? 1p 30 Welke maat shirt heeft een mannelijke klant die een halswijdte van 41 en een bovenwijdte van 111 heeft? 1p 31 Alexander verkoopt ook eco-kleding. Wat wordt bedoeld met eco-kleding? A kleding die op een milieuvriendelijke manier wordt gemaakt B kleding die je kunt recyclen C kleding van natuurlijke vezels D kleding van dierlijke vezels 1p 32 Bij ruitersportzaak De Molenwei verkoopt men een groot aantal verschillende artikelgroepen. Hoe heet dit assortiment? A een breed assortiment B een diep assortiment C een lang assortiment 800015-1-640o 9 lees verder
1p 33 Alexander is een kleine zelfstandig ondernemer. Schrijf twee voorbeelden op van media die voor een kleine zelfstandig ondernemer geschikt zijn om reclame te maken. 1p 34 Hoe noemt men alle extra's die een ondernemer voor zijn klanten doet? A garantie B reclame C service 1p 35 Welk begrip wordt gebruikt voor de hoogte van het bedrag dat je kunt besteden aan aankopen? A koopbehoefte B koopkracht C koopmotief 1p 36 Alexander verkoopt in zijn winkel standaardartikelen. Hoe wordt het assortiment standaardartikelen genoemd? A kernassortiment B raamassortiment C randassortiment 1p 37 Een assortiment wordt soms niet meer bijbesteld of de winkel verkoopt het helemaal niet meer. Wat is de naam van zo'n assortiment? A kort assortiment B proefassortiment C uitlopend assortiment 1p 38 Over een aankoop bij ruitersportzaak De Molenwei wordt door de klant vaak goed nagedacht. Hoe noemt men dit koopgedrag? A emotioneel koopgedrag B impulsief koopgedrag C rationeel koopgedrag 800015-1-640o 10 lees verder
2p 39 Als Alexander een marketingplan maakt, maakt hij plannen voor de korte, middellange en lange termijn. Hieronder staat een aantal plannen van Alexander. Noteer achter ieder plan door middel van een kruisje in de juiste kolom of het een plan voor de korte, middellange of lange termijn is. Over twee weken gaan de truien uit de Anky collectie in de aanbieding. Binnenkort ga ik mijn reclameactiviteiten verder uitbreiden. Over vijf jaar wil ik nog een zaak openen op een A1-locatie. Na één jaar moet ik zeker nog een extra personeelslid aantrekken. Deze gondola's moet ik over één jaar vervangen. De niet-flexibele winkelinrichting is zeker voor tien jaar gemaakt. korte middellange lange Modekennis 1p 40 Door wie werd in de 18e eeuw de mode bepaald? A kleermakers B het hof C rijke vrouwen 1p 41 Wat zijn in volgorde van vroeger naar nu de verschijningsvormen van kleding in West-Europa? A dierenvel, lap, hemd, jas B hemd, dierenvel, lap, jas C lap, jas, dierenvel, hemd 1p 42 In 1965 kwam de mini-mode voor het eerst voor in het modebeeld. Welk kledingstuk ontstond in combinatie met de mini-mode? A legging B kousen met jarretels C panty 1p 43 Welke kledingstukken droegen hippies? A agressieve, provocerende en uitdagende kleding, vaak zwart B bonte lange rokken, wijde broeken, veel sieraden en lange sjaals C duurzame, tijdloze, goedgemaakte kostuums en weinig sieraden 800015-1-640o 11 lees verder
1p 44 Hieronder zie je drie afbeelding van verschillende modellen van broeken. afbeelding 1 afbeelding 2 afbeelding 3 Op welke afbeelding staat een model broek dat mode was voor heren rond 1975? A afbeelding 1 B afbeelding 2 C afbeelding 3 1p 45 Door wie wordt de mode voor de confectie-industrie ontworpen? A haute-couturiers B kleermakers C stylisten 800015-1-640o 12 lees verder
1p 46 Welke modeperiode zie je op onderstaande afbeelding? A B C belle epoque empire middeleeuwen 1p 47 Welke tijd wordt ook wel de pruikentijd genoemd? A de Barok B de Renaissance C het Rococo 1p 48 Wat is de naam van de mode die genoemd is naar de muziek die Elvis Presley populair heeft gemaakt? 1p 49 Welke uitstraling heeft de mode van Tommy Hilfiger? A chique B romantisch C sportief 1p 50 Welk type vrouw werd in de jaren '60 als schoonheidsideaal gezien? A chique dame B femme fatale C pril meisje Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina. 800015-1-640o 13 lees verder
1p 51 De Romeinen droegen een enorme lap van wel vijf meter lang die met ingewikkelde plooien meerdere keren om het lijf gedrapeerd moest worden. Hoe heet zo'n lap? A cape B toga C tunica 1p 52 Wat wordt bedoeld met het begrip 'basics' in de mode? Geef een omschrijving. 1p 53 Wanneer is de hiphop en de daarbij passende mode ontstaan? A midden jaren '60 B midden jaren '70 C midden jaren '80 1p 54 Geef een omschrijving van het begrip total-look. 1p 55 Welke producten behoren alle drie tot de modeaccessoires? A armbanden, kettingen, oorbellen B schoenen, sokken, truien C slipje, jarretels, kousen 800015-1-640o* 14 lees verder einde