woonlocaties voor jongeren Informatiebrochure voor verwijzers Versie oktober 2014
Inhoud Inleiding Pagina 2 Inleiding Pagina 3 Beschrijving locatie en doelgroep Pagina 5 Visie en uitgangspunten Pagina 6 Werkwijze en organisatie van de hulpverlening Pagina 9 Competenties van medewerkers Voor u ligt een informatiebrochure van de woonlocaties voor jongeren van SDW. SDW heeft drie woon- en behandellocaties voor jongeren: woonlocatie voor jongeren in Roosendaal; woonlocatie voor jongeren in Steenbergen; woonlocatie de Schans in Halsteren. Deze brochure is bedoeld voor verwijzers (instanties, gemeenten en professionals) en heeft tot doel u te informeren over onder andere de visie, doelstelling, doelgroep van de woonlocaties. Daarnaast gaan we in op hoe de hulpverlening is georganiseerd, met wie we samenwerken en wat de competenties van de medewerkers zijn. Heeft u vragen over een van de woonlocaties voor jongeren, dan kunt u het beste contact opnemen met SDW Startpunt: startpunt@sdwzorg.nl 088-259 3010 Pagina 10 Samenwerking met ketenpartners 11 Pagina 11 Weer thuis wonen Pagina 11 18 jaar 2
Beschrijving locaties en doelgroep Binnen de woonlocaties voor jongeren wordt zorg geboden aan cliënten met een behandel- en verblijfindicatie met de grondslag verstandelijke beperking. Dit geldt zowel voor de locaties Steenbergen en Roosendaal als voor de Schans. Steenbergen en Roosendaal De woonlocaties voor jongeren Steenbergen en Roosendaal liggen midden in een woonwijk. Woonlocatie Steenbergen is gehuisvest in een voormalig pastorie. Woonlocatie Roosendaal bevindt zich in drie aaneengeschakelde eengezinswoningen. Beide locaties bestaan uit drie aaneengeschakelde groepen; iedere groep biedt plaats aan vier cliënten. Binnen woonlocaties Steenbergen en Roosendaal wonen kinderen en jongeren in de leeftijd van ongeveer vier tot en met 23 jaar met een ontwikkelingsniveau dat kan variëren van matig verstandelijk beperkt tot en met zwakbegaafd. Wat de doelgroep gezamenlijk kenmerkt is het niveau van sociale zelfredzaamheid. Alle jongeren zijn Woonlocatie Jongeren Steenbergen is gevestigd midden in de woonwijk. met aansturing in staat zichzelf te verzorgen en (gedeeltelijk) te participeren in de maatschappij. De Schans in Halsteren Woonlocatie voor jongeren de Schans ligt op het Landgoed Vrederust. Deze woonlocatie bestaat uit twee units: een unit met twee aaneengeschakelde groepen voor kinderen en jongeren en een unit met twee groepen waarvan één groep bestemd is voor jongeren en jongvolwassenen. Woonlocatie De Schans is rustig gelegen op landgoed Vrederust. De cliënten van woonlocatie de Schans hebben een leeftijd vanaf vier jaar en functioneren van zwakbegaafd tot en met ernstig verstandelijk beperkt niveau. Deze cliënten hebben in vergelijking met de cliënten op woonlocatie Steenbergen en Roosendaal meer overname van zorg nodig en zijn minder in staat om te participeren in de maatschappij. Crisisplaatsen Binnen woonlocatie Steenbergen en de Schans is er één crisisplaats voor (externe) crisisaanmeldingen. 3
Bijkomende problematiek mogelijk Voor alle locaties geldt dat er naast de verstandelijke beperking sprake kan zijn van: een emotionele ontwikkelingsachterstand en/of bijkomende medische problematiek en/of psychiatrische problematiek. Denk bijvoorbeeld aan epilepsie, hechtingsproblematiek, autisme en ADHD. De cliënten zijn afhankelijk van sturing in de algemene dagelijkse levensbehoeften en omgang met anderen. De cliënten van de Schans hebben daarnaast sterke behoefte aan een beschermde woonomgeving. Contra-indicaties Contra-indicaties voor opname zijn: gedragsproblemen die de veiligheid van zichzelf en anderen in het geding brengen ernstige meervoudige beperkingen die een specialistische begeleidingsstijl en vergaande aanpassingen vragen in de omgeving. Bezit en gebruik van middelen zoals drugs en alcohol is in de woonlocatie niet toegestaan. Uitzonderingen Het kan voorkomen dat er bij plaatsing van een cliënt een uitzondering gemaakt wordt op de bovenstaande beschrijving. Hierbij wordt rekening gehouden met de individuele zorgvragen van de cliënten. 4
Visie en uitgangspunten De visie van de woonlocaties voor jongeren is: vanuit de behoeften en mogelijkheden van het kind en de ouders een opvoedend en ontwikkelingsgericht klimaat scheppen waarin met behulp van gedeelde zorg met ouders en/of netwerk antwoord gegeven wordt op de zorgvraag van de cliënt. Binnen SDW wordt het uitgangspunt van de cliënt in regie zichtbaar door participatie bij het opstellen en uitvoeren van het ondersteuningsplan. Hierdoor heeft de cliënt en/of ouders/vertegenwoordigers invloed op de zorg- en dienstverlening. Begeleidingsaspecten Belangrijke begeleidingsaspecten binnen de woonlocaties voor jongeren zijn: veiligheid; nabijheid; structuur bieden. Beschikbaar zijn en regie bieden door begeleiders is hierbij van belang. Er wordt gewerkt aan het stimuleren van de ontwikkeling en de zelfstandigheid voor zover haalbaar. Begeleiding en behandeling is erop gericht de ontwikkeling van de jongere optimaal te kunnen stimuleren. Dit kan het volgende inhouden: het aanpassen van de omgevings- en omgangsvoorwaarden aan de behoeften van het kind, het voorkomen van het verergeren van gedragsproblemen het werken aan herstel van opgelopen schade. Het niveau van de emotionele ontwikkeling is altijd leidend in het begeleiden van de cliënt. Ook wordt systeemgericht gewerkt. Onder systeemgericht werken verstaan we dat de hulpvraag van de cliënt niet apart beschouwd wordt, maar in samenhang is met zijn of haar functioneren in zijn of haar sociale omgeving. 5
Organisatie en werkwijze van de hulpverlening Aanmelding via Startpunt Vanuit verschillende externe organisaties en soms ook rechtstreeks vanuit ouders of andere afdelingen van SDW worden vragen over wonen gesteld. De vraag over wonen komt bij SDW binnen bij afdeling Startpunt. Vanuit deze afdeling wordt het aanmeldgesprek gepland en gevoerd met de cliëntadviseur, de cliënt en zijn/haar netwerk. Daarna wordt het complete aanmelddossier voorgelegd aan de unitleider van de betreffende locatie. Deze unitleider besluit mede op basis van advies van de betrokken gedragsdeskundige of de aangemelde cliënt passend is voor de woonlocatie en/of wat nodig is om plaatsing binnen de locatie mogelijk te maken. De unitleider koppelt dit besluit terug naar de betrokken cliëntadviseur van Startpunt. Oriënterend bezoek Als het besluit valt dat de cliënt past binnen de woonlocatie, wordt de cliënt met wettelijk vertegenwoordiger uitgenodigd door de unitleider voor een oriënterend bezoek. Als er sprake is van een wachtlijst, wordt de cliënt op de wachtlijst geplaatst. Bij een open plek worden wettelijk vertegenwoordigers en eventueel cliënt door de betrokken cliëntadviseur uitgenodigd voor een startgesprek. Startgesprek Bij het startgesprek zijn vanuit SDW aanwezig: de unitleider, gedragsdeskundige, persoonlijk begeleider en betrokken cliëntadviseur. Wie er bij het startgesprek aanwezig zijn vanuit de cliënt, wordt met de wettelijk vertegenwoordiger afgestemd. In het startgesprek wordt vanuit beide partijen alle voorwaarden besproken die nodig zijn om tot een zorgvuldige plaatsing over te kunnen gaan. Te denken valt aan: contact met vorige instanties, meedraaien, kennismaken met cliënt, regelen praktische zaken. Daarnaast wordt onder andere uitleg gegeven over het hulpverleningsproces en de hulpverleningsgrenzen vanuit SDW. Plaatsing, ondersteunings- en behandelplan Nadat aan de voorwaarden voor een zorgvuldige plaatsing is voldaan, kan de cliënt geplaatst worden. Op basis van observaties van de eerste weken, gesprekken met cliënt en netwerk en het aangeleverde dossier wordt binnen zes weken een ondersteunings- en behandelplan geschreven. Het ondersteuningsplan wordt geschreven door de persoonlijk begeleider, het behandelplan wordt geschreven door de gedragsdeskundige. 6
Het ondersteuningsplan is gebaseerd op het perspectief, de ondersteuningsvragen en de doelen van de cliënt. Het behandelplan is gericht op perspectief en behandeldoelen van de cliënt. Beide plannen zijn leidend voor de zorg en behandeling die geboden wordt door de professionals van de woonlocatie. Het ondersteunings- en behandelplan worden binnen zes weken besproken met de wettelijk vertegenwoordiger en ondertekend door de wettelijk vertegenwoordiger. Het ondertekende plan is leidend voor de zorg die geboden wordt aan de cliënt. Team op de woonlocatie Binnen de woonlocaties voor jongeren wordt multidisciplinaire behandeling geboden. Dat houdt in dat vanuit meerdere disciplines wordt gekeken naar de cliënt. De begeleiders werken in wisseldiensten op de groep. Zij zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de behandeling. Binnen de woonlocaties werken begeleiders niveau 3 en 4, waarbij niveau 4 begeleiders zijn aangesteld als persoonlijk begeleider en daardoor verantwoordelijk zijn voor het opstellen van het ondersteuningsplan. Niveau 4 begeleiders kunnen taken delegeren naar niveau 3 begeleiders. De unitleider is verantwoordelijk voor het personeel, het gebouw en de financiën van de locatie. De gedragsdeskundige schrijft de behandeling voor en is eindverantwoordelijk voor de behandeling. Aan de locatie is een adviserend arts verbonden die kan worden geconsulteerd als er vragen zijn rondom de gezondheid en medicatie van een cliënt. Aan de locatie is een cliëntadviseur gekoppeld. De cliëntadviseur onderhoudt contact met de unitleider over locatieontwikkelingen en kan onder andere betrokken worden bij nieuwe (zorg)vragen rondom leven, leren, werken en wonen. Door de gedragsdeskundige kunnen andere disciplines worden ingeschakeld om behandeling uit te voeren. Te denken valt aan spel-, muziek-, creatieve therapie, logopedie, fysiotherapie en psychomotorische therapie, spelbegeleiding, de arts verstandelijk gehandicapten (AVG), de aan SDW verbonden psychiater, interactietrainer, enzovoorts. Bij multidisciplinaire overleggen kan ook vertegenwoordiging van scholen of dagbesteding worden uitgenodigd. 7
Methodieken en hulpmiddelen Afhankelijk van de zorgvraag van de cliënt kunnen verschillende methodieken ingezet worden. Om te kunnen werken aan de uitgangspunten wordt gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: Behandelplan In het behandelplan beschrijft de gedragsdeskundige het persoonsbeeld van de cliënt op basis van de reeds aanwezige diagnostiek en huidige beeldvorming. Waar nodig om nog beter zicht te krijgen op de cliënt, wordt een plan gemaakt voor verdere diagnostiek. Ook worden in het behandelplan doelen uitgezet voor behandeling, bijvoorbeeld door het gebruiken van een speciale methodiek, het inzetten van een therapeut, het opstellen van een signaleringsplan et cetera. Het behandelplan geeft op hoofdlijnen leiding aan de manier van begeleiden van een cliënt. Ondersteuningsplan Hierin wordt beschreven het perspectief, de ondersteuningsbehoeften van de cliënt, de doelen en de manier waarop aan de doelen gewerkt gaat worden. Het ondersteuningsplan wordt opgesteld door de persoonlijk begeleider, in samenwerking met de cliënt en zijn netwerk. Risicokaart In de risicokaart staat in een oogopslag beschreven wat de bijzondere aandachtspunten en risico s zijn binnen de begeleiding van de desbetreffende cliënt en welke maatregelen genomen dienen te worden. een depressie). Per fase van het gedrag wordt beschreven hoe de spanning er uit ziet (te herkennen is) en hoe deze per fase begeleid dient te worden. Het is een middel om spanningsopbouw voortijdig te herkennen, te voorkomen of op tijd op de juiste manier in te spelen. Daarnaast kan het gebruikt worden in de rapportage van de cliënt, om het functioneren van de cliënt rondom dit gedrag in beeld te brengen en bij te sturen. Seksuele vorming Seksualiteit is een normaal gegeven voor opgroeiende kinderen. Voor kinderen met een beperking en/ of psychiatrische problematiek kan het vinden van een weg met betrekking tot seksualiteit extra moeilijk zijn vanwege bijvoorbeeld een grotere kwetsbaarheid of vanwege een gebrekkige impulscontrole. De ontwikkeling op seksueel gebied wordt dan ook bij alle cliënten gevolgd met behulp van onderzoeksinstrumenten en zal meestal navolging krijgen door het geven van seksuele vorming. Signaleringsplan Een signaleringsplan wordt opgesteld als sprake is van spanningsopbouw bij de cliënt omtrent bepaald gedrag (bijvoorbeeld: agressie, middelengebruik, 8
Competentie medewerkers Om te werken binnen een woonlocatie voor jongeren is het van belang affiniteit te hebben met kinderen/jongeren en hun ontwikkeling. Omdat de zorg en opvoeding vaak op jonge leeftijd wordt gedeeld met ouders of moet worden overgenomen van ouders is het van belang ook goed samen te kunnen werken met het netwerk van de cliënt (ouders, familieleden, voogden, scholen, dagbesteding, etc.). Hiervoor zijn specifieke communicatieve vaardigheden vereist. Systeemgericht kunnen werken is daarbij van belang. De problematiek van de jongere is specifiek en heeft een specifieke teamgerichte benadering nodig. Multidisciplinair samenwerken is vereist. In dit kader kunnen medewerkers van de woonlocatie werken met en uitvoering geven aan een multidisciplinair ondersteunings- en behandelplan. De medewerker bezit de vaardigheden om te observeren en rapporteren om de doelen voor begeleiding en behandeling te behalen. De medewerker kan inschatten welke risico s er zijn bij al dan niet handelen op enig moment. Zorginhoudelijk kan de medewerker aan de jongere ondersteuning bieden die passend is bij de situatie en de hulpvraag van de cliënt. De medewerker werkt met inzicht en weet wanneer hij afwijkt van afspraken; dit handelen kan hij dan verantwoorden. De medewerker kan vorm geven aan een goed opvoedingsklimaat. Het is van belang dat de medewerker kan reflecteren op het handelen van zichzelf en van collega s. Dit gaat met respect voor zichzelf en de ander. De medewerker integreert de leefsferen wonen/ dagbesteding-school/vrije tijd en kan handelend actief zijn bij groepsdynamiek en individuele situaties. Hij kan waar nodig interventie toepassen en de situatie structureren. Belangrijk is dat de medewerker altijd de persoon en de vraag achter het gedrag blijft zien, wat leidend is. De medewerker kan een professionele houding borgen met inachtneming van afstand en nabijheid. Het werken met kinderen en jongeren vraagt geduld en tact. Een positieve houding in het zoeken naar oplossingen voor problemen is een belangrijke eigenschap van de medewerker. 9
Samenwerking met de ketenpartners Het is van groot belang dat de woonlocaties voor jongeren zich inzetten voor een goede samenwerking met de ketenpartners: Bureau Jeugdzorg, William Schrikkergroep (WSG), MEE, huisartsen, scholen voor speciaal onderwijs, externe dagbestedingslocaties, GGZ, Novadic Kentron en collega-zorginstellingen. Naast externe partners zijn ook interne partners van groot belang in de multidisciplinaire samenwerking. Met name de afdeling Ouders met kinderen (OMK) en dagcentra van SDW zijn regelmatig betrokken als ketenpartner in gezinssituaties. Vaak wordt de cliënt via jeugdzorg, WSG of rechtstreeks vanuit de thuissituatie binnen de woonlocatie geplaatst. Het samenwerken met ouders, netwerken en ketenpartners heeft een hoge prioriteit. Er wordt geprobeerd om met alle partijen zo goed en transparant mogelijk in gesprek te blijven. De zorg rondom het kind wordt met alle partijen goed afgestemd, waarbij het belang van het kind voorop staat. 10
Weer thuis wonen Als gekozen wordt voor (weer) thuis wonen, wordt met de ouders een periode geoefend, waarbij de jongere steeds minder vaak op de woonlocatie is en steeds vaker thuis is. 18 jaar Als een jongere 18 jaar is, is hij of zij volgens de wet in staat om zelfstandig beslissingen te nemen. Omdat niet alle jongeren dit aan kunnen, wordt ruim voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar vanuit de woonlocatie samen met de ouders/ vertegenwoordiger beoordeeld of het wenselijk is om aan de jongere een bewindvoerder, mentor of curator te verbinden. Ook wordt de jongere tijdig aangemeld voor vervolgwonen, passend bij wat voor de jongere haalbaar is: groepswonen of (begeleid) wonen in een appartement. Meer informatie Heeft u naar aanleiding van deze brochure vragen over een van onze woonlocaties voor jongeren? Aarzel dan niet om contact op te nemen met SDW Startpunt. Via de e-mail startpunt@sdwzorg.nl of bel naar 088-259 3010. 11
SDW Startpunt Postbus 33 4700 AA Roosendaal 088-259 3010 startpunt@sdwzorg.nl www.sdw.nl