Sprookjes BSO Onderbouw
BSO onderbouw Sprookjes Inhoud Opening thema... 3 Aankleding lokaal... 4 Knutselen... 5 1. Kasteel Doornroosje... 5 2. Draak... 6 3. Heks... 7 4. Toren van Raponsje... 8 5. Tovenaar... 9 6. Klok... 10 7. Elfje... 11 8. Wereld van de elfjes... 12 9. Zeven dwergen... 13 Eetideeën... 14 Spelletjes... 19 Bezoektip... 22 Afsluiting... 23 2
Opening thema Ga met de kinderen in een kring zitten en vertel dat het nieuwe thema over sprookjes gaat. Stel een aantal vragen om een gesprek over het thema op te starten. Ga tijdens het gesprek in op wat de kinderen vertellen. Een aantal mogelijke vragen: *Wie weet wat een sprookje is? *Wie kent een sprookje? Laat het kind vertellen waar het sprookje over gaat. *Wie kan nog iets meer vertellen over het sprookje? *Wat is een sprookje eigenlijk? Een sprookje is vaak een kort verhaal met één onderwerp. Ze zijn vaak vanuit vroeger door mensen aan elkaar doorverteld. In sprookjes zit een moraal, vaak over arm en rijk of goed en kwaad waarbij het goede wint. Bekijk met de kinderen een sprookje. Door op onderstaande link te klikken komt u op een sprookjespagina waar een aantal sprookjes staan die verteld worden. http://kids.kennisnet.nl/sprookjes/ 3
Aankleding lokaal Maak een grote sprookjeshoek. Zet in de sprookjeshoek materialen die met verschillende sprookjes te maken hebben. Denk bijvoorbeeld aan sprookjesboeken, verkleedkleren en handpoppen. Bezoek de website voor ideeën. Leg in de sprookjeshoek een aantal kussens op de grond waar de kinderen lekker op kunnen gaan zitten tijdens het vertellen en voorlezen van sprookjes. Hier kunnen de kinderen natuurlijk ook zelf op gaan zitten en een boekje lezen. Hang en zet de gemaakte knutselideeën in en rond de sprookjeshoek. Laat de kinderen regelmatig vertellen wat er allemaal te zien is en bij welk sprookje het hoort. Wie weet nog hoe het sprookje gaat en kan het vertellen? 4
Knutselen 1. Kasteel Doornroosje De kinderen beplakken een drinkpak met bijvoorbeeld steentjespapier. De ramen prikken ze uit het pak en plakken hier geel sitspapier achter. Laat het steentjespapier aan de bovenkant uitsteken, hieruit knippen de kinderen kantelen. Uit bruin papier knippen de kinderen een poort, deze plakken ze op het pak. Twee wc-rolletjes worden ook met steentjespapier beplakt. De kinderen snijden het pak aan de bovenkant een beetje in en steken hier de rolletjes in. Dit zijn de torens van het kasteel. De kinderen knippen kantelen uit het rolletje en plakken van geel papier torenramen op de torens. Zet de kastelen bij elkaar en er ontstaat één groot kasteel! Materiaal Voor ieder kind een literpak Steentjespapier Lijm Prikpen Geel sitspapier Bruin en geel papier Per kind twee wc-rolletjes Schaar 5
2. Draak Het lijfje van de draak is gemaakt van handafdrukken. De kinderen trekken hun eigen hand vier keer over op gekleurd karton en plakken ze daarna op elkaar. Uit bijlage 1 trekken de kinderen de poten, kop, staart en het vuur over op verschillende kleuren karton. Wanneer alle onderdelen uitgeknipt zijn kan de draak in elkaar geplakt worden. Zie bijlage 1A en 1B Materiaal Gekleurd karton Schaar Potlood Lijm 6
3. Heks Maak van alle kinderen een voetafdruk op wit karton. Verf de onderkant van de voet zwart en de hak in heel lichtroze. De kinderen tekenen met viltstift, wanneer de verf droog is, het gezicht en knippen de voetafdruk uit. De haren kunnen ze bijvoorbeeld maken van sprookjeswol. Hierna kan de heksenmuts opgeplakt worden. De kinderen knippen hiervoor een muts uit een vel zwart papier. Verder heeft een heks natuurlijk nog een bezem nodig. Verf nu een hand en de onderarm van de kinderen zwart. Maak op een vel blauw karton een afdruk. Dit is een boom met takken. De kinderen plakken de heks bij de boom, de heks vliegt op haar bezemsteel door de nacht! Materiaal Wit en blauw karton Bruin en geel papier zwarte en heel lichtroze verf Kwasten Viltstiften Sprookjeswol Schaar Lijm 7
4. Toren van Raponsje De kinderen beplakken een keukenrol met steentjespapier. Met een stanleymesje of met een prikpen maken de kinderen een raam en met een schaar worden de kantelen in de keukenrol gemaakt. Nu nog een lange vlecht en de toren van Raponje in helemaal klaar. De prins kan komen! Materiaal Voor ieder kind een keukenrol Steentjespapier Schaar Lijm Prikpen Gele wol 8
5. Tovenaar Bij sprookjes horen ook tovenaars. De kinderen trekken de verschillende onderdelen van bijlage 2A en 2B over op karton. Op de tovenaarshoed kunnen ze nog een maan en sterren plakken. De losse onderdelen worden met een dunne draad, bijvoorbeeld nylondraad, aan elkaar gemaakt. Maak hiervoor met een prikpen gaatjes in het karton. Hang de tovenaars aan het plafond, welke tovenaar betovert ons lokaal tot een sprookjeswereld? Zie bijlage 2A en 2B Materiaal Gekleurd karton Lijm Schaar Potlood Nylondraad Prikpen 9
6. Klok De kinderen beplakken een schoenendoos met gekleurd papier. Aan de bovenkant plakken ze een stevig, groot rond vouwblaadje waarop ze de cijfers van de klok schrijven. Uit karton knippen de kinderen twee wijzers. In het midden van het vouwblaadje prikken de kinderen met een splitpen twee wijzers aan de deksel van de schoenendoos vast. Met een stanleymesje (en een beetje hulp) snijden de kinderen het deurtje van de klok. De kinderen kunnen eventueel ook met een prikpen het deurtje maken. Materiaal Voor ieder kind een schoenendoos Gekleurd papier Groot, stevig rond vouwblaadje Karton voor de wijzer Splitpen Stanleymesje of prikpen Lijm 10
7. Elfje De kinderen maken een elfje. Het elfje kunnen ze straks in de elfenwereld zetten, zie knutselidee 8. De kinderen trekken de verschillende onderdelen van bijlage 3 over. De vleugels op rubber, het lijfje op karton en de kroon op goud karton. In een klein piepschuimbolletje wordt een lange satéprikker gestoken. Het lijfje plakken de kinderen in een rondje. De vleugels komen aan de achterkant van het lijfje en twee stukjes chenilledraad vormen de benen van het elfje. Op het piepschuimbolletje plakken of tekenen de kinderen twee ogen en een mondje. Het haar kunnen ze maken van engelenhaar of wol. Laat het kroontje met sterke lijm op het haar plakken. Als laatste steken de kinderen de satéprikker door het lijfje en plakken het hoofdje met sterke lijm op het lijfje vast. Even laten drogen en het elfje is klaar! Zie bijlage 3 Materiaal Gekleurd rubber Gekleurd karton Goud karton Chenilledraad Lange satéprikkers Wiebelogen Stiften Sterke lijm Engelenhaar of wol 11
8. Wereld van de elfjes Ieder kind krijgt een schoenendoos. De binnenkant wordt beplakt met blauw papier. In de doos maken de kinderen een elfen/sprookjeswereld. Met behulp van gekleurd karton maken de kinderen bomen, paddenstoelen, bloemen, paadjes en gras. De elfenwereld kleden de kinderen verder aan met plakkertjes zoals sterren, vlinders, mos en kleine stukjes hout, zie foto. Zie bijlage 4 Materiaal Schoenendozen Gekleurd karton Schaar Lijm Materiaal om de schoenendoos mee aan te kleden zoals vlinders, sterren, mos, enz. 12
9. Zeven dwergen De kinderen beplakken een wc-rolletje. Uit een vel karton knippen ze een dun strookje en plakken deze om het rolletje tot halverwege, zie foto. Dit zijn de armen van de dwerg en steken nu een beetje naar buiten. Uit een roze vel papier knippen de kinderen een gezichtje en plakken deze op het rolletje. Hierop tekenen ze eerst een gezichtje. Met watten maken de kinderen de baard van de dwerg. Om de puntmuts te maken draaien de kinderen een rood rondje tot een punt en plakken deze met sterke lijm op het wc-rolletje. Als laatste maken de kinderen een riem van een lintje van vilt. Op het lintje tekenen de kinderen met viltstift een gesp. Zet de dwergen in groepjes van zeven bij elkaar. Het is natuurlijk helemaal leuk om in een doorzichtig bakje een poppetje te leggen, sneeuwwitje. Materiaal WC-rolletje Gekleurd papier Schaar Sterke lijm Watjes Viltstiften Vilten lintje 13
Eetideeën Paddenstoel Alle kinderen krijgen een cakeje. Dit cakeje besmeren ze met rood glazuur. Op dit glazuur plakken de kinderen ( witte) snoepconfetti. Je kunt natuurlijk ook bolletjes marsepein of fondant gebruiken. Ingrediënten Cakejes Rood glazuur Mesje of kwastje ( Witte) snoepconfetti, marsepein of fondant 14
toverstaf Snijd uit fruit, bijvoorbeeld een stuk watermeloen, een ster. Je kunt hiervoor natuurlijk ieder wat groter stuk fruit gebruiken. Knip een aantal gekleurde lintjes en prik deze aan een lange satéprikker. Hierboven wordt de ster van fruit geprikt. Geef ieder kind een toverstaf en na het toveren eten we de toverstaf lekker op! Zie bijlage 5 Ingrediënten Lange satéprikkers Mes Gekleurde lintjes Fruit, bijvoorbeeld watermeloen 15
Heksenhuisje van Hans en Grietje Snijd voor ieder kind een plak ontbijtkoek af. Snijd de plakken in de vorm van een huisje. Maak in een aantal bakjes glazuur aan, poedersuiker met een héél klein beetje water, en zet deze op tafel. Zet ook een aantal bakjes met kleine snoepjes op tafel om de huisjes mee te versieren. Met een lepeltje brengen de kinderen glazuur aan en plakken de kleine snoepjes op het huisje. Het dak maken de kinderen met een stukje zure mat. Ingrediënten Ontbijtkoek Kleine snoepjes Zure matten Mesje Glazuur, poedersuiker met een heel klein beetje water 16
Heksenbezem Gebruik voor het maken van heksenbezems een plakje kaas. Snijd hiervan reepjes waarbij je één kant insnijdt, zie foto. Rol de kaas om een zoute stokjes of snoephout. Maak de kaas met een stukje dropveter vast. Nu heb je een echte heksenbezem! Ingrediënten Zoute stokjes of snoephout Plakjes kaas Mesje Dropveter 17
Appel van Sneeuwwitje Leg voor ieder kind een rode appel in een mandje. Knip met een schone schaar uit snoeppapier blaadjes van de appel en prik deze aan het steeltje. Tip:Het is natuur helemaal leuk als een leidster of kind verkleed als heks de appels uit kan delen. Ingrediënten Rode appels Mandje Snoeppapier Schone schaar 18
Spelletjes Doornroosje Vraag aan de kinderen wie het sprookje van Doornroosje kent. Vertel de kinderen dat wanneer Doornroosje zich aan het spinnenwiel prikt iedereen in een diepe slaap valt. Ons spinnenwiel is de cd-speler. Als Doornroosje zich aan het spinnenwiel prikt stopt de muziek en valt iedereen in slaap. De kinderen moeten stil blijven staan in de houding die ze hadden toen de muziek stopte. Iedereen die toch beweegt is af en moet gaan zitten. Wie blijft het langste in het spel? Je kunt er ook voor kiezen om de kinderen één rondje te laten zitten en daarna weer mee te laten doen. Tip: gebruik sprookjesmuziek, bezoek onze website voor ideeën. Maak zelf het verhaal af Voor deze activiteit is een computer met internet nodig. Klik op onderstaande link om naar een pagina te gaan waar kinderen zelf het verhaal van Roodkapje af kunnen maken. Ze krijgen steeds een plaatje van het sprookje te zien, een stukje tekst en drie keuzemogelijkheden. Hun keuze wordt meteen in het verhaal verwerkt. Tip: de kinderen moeten wel goed kunnen lezen. Koppel eventueel een goede lezer aan een minder goede lezer of doe het met de kinderen samen. http://www.sprookjesvallei.nl/ 19
Kasteel bouwen Laat de kinderen vertellen hoe zij denken dat het kasteel van Doornroosje eruit ziet. De kinderen kunnen eventueel ook een tekening maken van het kasteel. Zet verschillende bouwmaterialen klaar. Denk aan blokken, lego, duplo, kartonnen dozen, lege pakken, wc-rolletjes, enz. Als je kiest voor geen standaard bouwmateriaal denk dan ook aan materiaal om het aan elkaar te bevestigen zoals lijm en touw. De kinderen mogen zelf met de materialen die klaar staan hun kasteel voor Doornroosje bouwen. Je kunt de kinderen ook in teams verdelen en er een gezamenlijke opdracht van maken. Op deze manier leren kinderen te overleggen en naar elkaars ideeën te luisteren. Kroontje plakken Teken op een groot vel papier of op behangpapier een prins of prinses zonder kroon. Knip uit goudkleurig karton een kroontje, zie bijlage 6 en plak op de achterkant dubbelzijdige tape. Laat de kinderen om de beurt met een blinddoek voor de kroon op het hoofd van de prins/prinses plakken. Wie is de wolf? Alle kinderen zitten in een kring. In het midden ligt een klein willekeurig voorwerp. Fluister bij ieder kind in het oor welk sprookjesfiguur hij is. Bij één kind fluister je de wolf in het oor en bij één kind de heks. Als alle kinderen geweest zijn mogen de kinderen gaan staan en door elkaar gaan lopen. Als de wolf het voorwerp van de grond opgeraapt heeft mag hij de andere sprookjesfiguren gaan tikken. Iedereen die getikt is gaat aan de kant staan. Maar, als de wolf de heks getikt heeft tovert de heks iedereen weer vrij en moet de wolf opnieuw beginnen. De heks blijft wel af. Welk sprookje is het? Speel dit spel als de kinderen al een aantal sprookjes hebben gehoord. Lees of vertel een stukje uit een sprookje. Wie weet hoe het sprookje heet? Laat de kinderen na afloop één sprookje uitkiezen en lees dat sprookje helemaal voor. 20
Klein Duimpje Klein Duimpje heeft de schoenen van de reus meegenomen. Als de reus achter hem aankomt moet Klein Duimpje er snel vandoor. Zet een paar grote laarzen en schoenen in het lokaal of in de gymzaal, zorg voor een zachte ondergrond. Maak met pionnen een parcours dat Klein Duimpje af moet leggen. De kinderen trekken een laars of schoen aan van de reus, wie lukt het om zonder te vallen aan de overkant te komen? 21
Bezoektip Ga met de kinderen naar het bos of, als er geen bos in de buurt is naar een park. Zet van te voren een speurtocht uit met bijvoorbeeld gekleurde lintjes. Onderweg komen de kinderen voorwerpen tegen die met de sprookjes te maken hebben die tijdens het thema aan bod zijn geweest. Denk bijvoorbeeld aan: mandje van Roodkapje toverstaf poppenjurk, jurk van Assepoester laars van de reus bezem van de heks schat van de draak knapzak van de zeven dwergen Kijk bij de voorwerpen vooral naar de sprookjes die de kinderen tijdens het thema aangesproken hebben en die verteld en voorgelezen zijn. Je kunt ook handpoppen neerleggen, bezoek onze website voor een selectie van handpoppen. Laat de kinderen zelf vertellen bij welk sprookje de voorwerpen horen en vertel daarna in het kort het sprookje na. Zet aan het eind van de speurtocht bijvoorbeeld een mandje met appels klaar, zie eetideeën, en picknick met de kinderen in het bos/park. Tip: Laat de kinderen als ze het leuk vinden zichzelf verkleden, of schmink de kinderen tot sprookjesfiguur voordat ze met de sprookjesspeurtocht beginnen. 22
Afsluiting Maak er met de kinderen een gezellige sprookjesmiddag van. De kinderen kunnen zich verkleden en spelen de leukste spelletjes nog een keer. Kies samen met de kinderen een sprookje uit dat ze allemaal goed kennen. Verdeel de rollen en laat de kinderen het verhaal naspelen. Lees of vertel zelf het sprookje, de kinderen spelen het verhaal mee. Zodra ze hun rol horen komen ze naar voren en spelen de scene mee. Het is helemaal leuk als de kinderen nadat ze het toneelstuk geoefend hebben voor plubliek kunnen spelen. Denk hierbij aan ouders of bijvoorbeeld een andere groep. 23
Bijlagen Bijlage 1A
Bijlage 1B
Bijlage 2A
Bijlage 2B
Bijlage 3
Bijlage 4
Bijlage 5
Bijlage 6