Trainingsplan seizoen 2016-2017



Vergelijkbare documenten
2 (+k) tegen 2 (+k) grote doelen

groep 2 voorfase-wu 2.1 t/m 2.3 / oefenvorm 2.1 t/m 2.8 / partijvorm 2A t/m 2b llen aanva

groep 1 voorfase-wu 1.1 T/M 1.4 / oefenvorm 1.1 t/m 1.13 / partijvorm 1A t/m 1c llen

doelschietspel met keeper

poortschietspel vaste afstand

groep 2 WU 2.1 en 2.2 / oefenvorm 2.1, 2.3 en 2.4 / partijvorm 2A en 2B

groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen

groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva

2 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 lang smal veld. Vereenvoudigingen. Oefenvormen

1 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 met 4 doeltjes. Vereenvoudigingen. Oefenvormen

oefenvormen E-Pupillen RVT Basisvorm 4 tegen 4 lang smal veld vereenvoudigingen Oefenvormen

groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4

oefenvormen E-Pupillen RVT Basisvorm 4(+K) tegen 4(+K) 2 grote doelen vereenvoudigingen Oefenvormen

groep 2 oefenvorm 2.1 t/m 2.8 d-pupillen

groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen

doelschietspel met keeper

groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1 t/m 1.7 / partijvorm 1 llen aanva

groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1, 1.2, 1.4 en 1.6 / partijvorm 1

Beter leren voetballen D-E-F pupillen Estria // april 2011

Trainingsplan E pupillen

Trainingsplan F pupillen. Voor trainers en begeleiders

VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen

WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)

PVC Voetbal Technisch Jeugdplan JO10- JO11-pupillen. Versie 3.0 Augustus 2017 Status: Definitief Auteur: Jos van Maurik

Structuur jeugdopleiding A.S.C. Waterwijk: Onderbouw Seizoen 2009/ 2010 versie 1.1

WEEK 6 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)

WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)

WEEK 6 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)

PVC Voetbal Technisch Jeugdplan JO8- JO9-pupillen. Versie 3.0 Augustus 2017 Status: Definitief Auteur: Jos van Maurik

WEEK 3 - HET POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)

TEST TRAINING. Teamfunctie Aanvallen. Teamtaak Opbouwen. Speelveldgedeelte Eigen helft. Rol tegenpartij Hoog druk geven op verdediging en middenveld.

Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening

PVC Voetbal. Technisch Jeugdplan F pupillen. Versie 2.0 Januari 2015 Status: Definitief. Jeugdbestuur

D-pupillen Training 1

Oefening 1. Druk zetten

W4-TR1 L UITSPELEN 1:1

W13-TR1 L VERD TS ACHTERLIJN

W10-TR2 L UITSPELEN 1:1

WEEK 1 - (AANV) UITSPELEN VAN 1:1 (DRIBBELEN)

Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Duel 2:1 Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching

WEEK 2 - (AANV) POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)

W5-TR1 L VERDEDIGEN 1:1

F/E-TEAMS WK 14 TRAINING. Teamfunctie. Teamtaak Scoren. Speelveldgedeelte Niet van toepassing. Rol tegenpartij

Trainingscyclus. verwijzing van alle tekens: - te coachen spelers. - tegenstander. - kaatser. - pion, petje. - bal. - keeper. - balbaan.

W13-TR2 L HET SCOREN

Voorbeeld trainingsvormen F- en puppy De makkelijkste vorm Moeilijkere vorm

1) 2. 3 : 1 in een afgebakende ruimte = meter

G. Het verbeteren van het verdedigen

Trainingsprogramma 1 e jaars F-pupillen

W2-TR 2 L DIEPTESPEL OPBOUW

Skills. Organisatie. Aandachtspunten. Dribbelen/drijven (domineren) -dribbelen -passeren, uitspelen

Wandelkampioen. Organisatie leeftijd 60 plus Regels:

: Het verbeteren van het kaatsen van de bal, het passen over de grond en het afwerken. Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening

Specifieke Handleiding jeugdtrainers

PVC Voetbal. Technisch Jeugdplan E-pupillen. Versie 1 Januari 2015 Status: Concept. Jeugdbestuur

TRAINING 2 FEBRUARI

Circuit training

Basistechniek 3 1 tegen 1 en 2 tegen 2 41 Pass en trap vormen 68 Positiespel/Partijspel 105 Opbouwen 145 Scoren 181 Storen 218 Doelpunt voorkomen 243

Allemaal naast elkaar op de lange zijde van het veld aan de kant van het korfbalveld. Oefeningen tot aan de helft van het veld

Training vrijdag Circuittraining EWC F-pupillen

WEEK 1 - (AANV) POSITIESPEL IN DE OPBOUW (PASSEN/AANNEMEN)

W1-TR 1 L POSITIESPEL OPBOUW

WEEK 5 - HET SCOREN (SCHIETEN WREEF)

Club SVC 2000 Datum:

GiGa Bewegingsonderwijs Leerlijn

D-pupillen OPBOUWEN. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden

Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Duel 1:1 Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching

Cock van Dijk Voetbaltechniek

1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander

HET LEERPLAN VAN EEN VELDSPELER (11-13 jaar) doelstellingen richtlijnen BALBEZIT POSITIESPEL

WEEK 2 - HET SCOREN (SCHIETEN)

Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening

Praktijktraining NTK 2014

WEEK 2 - HET SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET)

Trainers: Teamfunctie: Aanvallen

W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN

B. Technische vaardigheden

WEEK 1 L POSITIESPEL OBOUW

SPECIFIEK O8/9. Zo leiden wij op & wij zijn er trots op

Circuit training

WEEK 5 - HET SCOREN (SCHIETEN)

WEEK 13 TRAININGEN GEHELE WEEK - HET SCOREN EN RICHTEN

WEEK 4 - (AANV) SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET)

Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening

Jeugdopleiding VV Holten. Trainingscyclus

HET LEERPLAN VAN EEN VELDSPELER (9-11 jaar) doelstellingen richtlijnen BALBEZIT POSITIESPEL BALBEZIT PASSING

Circuit-training. Mini s

Teamtaak: opbouwen; het verbeteren van het creëren van kansen Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching

D-pupillen 1 TEGEN 1. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden

Voetbalschool Sportlust

Trainingsprogramma 2 e jaars F-pupillen

WEEK 2 - HET SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET)

Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening

Teamfunctie: Aanvallen Oefening 1: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching

Het creëren van kansen en het scoren. Uiteindelijk moet er gescoord worden. Hoe creëer je kansen en wat is van belang bij het benutten van kansen?

D-pupillen OPBOUWEN. Doelstellingen voor D-pupillen - datgene wat geleerd moet worden

E-pupillen DRIBBELEN. Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden

WEEK 1 - HET SCOREN (SCHIETEN BINNENKANT VOET)

Transcriptie:

Trainingsplan seizoen 2016-2017 0-8 en 0-9 Pupillen Onderwerpen 1. Voor wie geldt dit plan? 2. Leerdoelen aanvallen en verdedigen a. Voetbalonderdeel Aanvallen a. Aanwijzingen opbouwen: dribbelen en drijven b. Aanwijzingen opbouwen: aan- en meenemen c. Aanwijzingen opbouwen: passen d. Aanwijzingen scoren: schieten b. Voetbalonderdeel Verdedigen e. Aanwijzingen storen: druk zetten op de balbezitter f. Aanwijzingen storen: duel om de bal g. Aanwijzingen voorkomen van doelpunten: tegenhouden van de bal 3. Aanwijzingen positie- en partijspel 4. Structuur van de training 5. Jaarplanning 1

Voetbaltechnische doelstellingen wat willen we de spelers leren en hoe? 1. Voor wie geldt dit plan? Dit plan is bedoeld voor de spelers onder 8 en onder 9 (voorheen F-pupillen). Het plan is bedoeld om structuur aan te brengen in de trainingsopbouw voor de doelgroep. Doel is het beter maken van de spelers als het gaat om technische vaardigheden. Het plan bevat de voetbalactiviteiten waar we het komende jaar op zullen inzetten. Tevens is dit plan een hulpmiddel voor de trainers. 2. Leerdoelen aanvallen en verdedigen Het gaat om het ontwikkelen van voetbalhandelingen gericht om op te bouwen, tot scoren te komen en het voorkomen van doelpunten. De spelers leren ervaren wat een bal is, wat een bal doet, wat de speler met de bal kan doen en welke richting hij op moet. Dribbelen, aan- en meenemen, passen van de bal en afpakken en tegenhouden van de bal, zijn de meest voor de hand liggende handelingen bij de 0-8/0-9 pupillen. We richten ons op de aanvallende voetbalhandelingen. We betrekken daarbij ook al de verdedigende voetbalhandelingen. Binnen de voetbalhandelingen staat een doelstelling centraal. Hierop zijn de voetbaloefeningen afgestemd. De vaardigheden die de spelers in dit stadium op doen dragen bij aan het uitvoeren van de tactische opdrachten tijdens hun verdere voetbalcarrière goed uit te voeren. Bij elke voetbalhandeling kun je jezelf 4 vragen stellen: a. Is de juiste positie gekozen? b. Wordt het juist moment herkend? c. Heeft de actie de juiste snelheid? d. Heeft de actie de juiste richting? De voor de 0-8/0-9 pupillen meest voorkomende voetbalhandelingen zijn hierna uitgewerkt. Aanvallen Opbouwen Scoren Verdedigen Storen Voorkomen van doelpunten Voetbalhandelingen Dribbelen en drijven Aannemen en meenemen Passen Schieten Voetbalhandelingen Druk zetten op de balbezitter Duel om de bal Tegenhouden van de bal A. Aanvallen Voetbalhandeling: opbouwen Dribbelen en drijven - Algemeen: met de bal afstand overbruggen door: a. snelheid maken met de bal b. afschermen van de bal c. gebruik linker en rechter voet d. richting veranderen (kappen, draaien en passeren) e. kappen f. schijnbeweging maken en passeren Dribbelen: a. de bal kort bij je houden b. bij elke stap de bal raken c. gebruiken voor korte afstanden Waar en wanneer Drijven: a. de bal verder voor je uit spelen b. kijk goed over de bal heen c. gebruiken voor grote(re) afstanden Dribbelen: voortbewegen van de bal in een hoger of lager tempo in een kleine ruimte Drijven: voortbewegen van de bal in een hoog tempo in een grote ruimte - Speelbeen: raak de bal zodanig en zo vaak dat je deze in het looptempo en in de goede richting kunt meenemen - Voet speelbeen: houd je juiste spanning in voet en enkel; laat de bal niet wegspringen. - Raakvlak: beroer de bal afwisselend met binnen- of buitenkant van de voet. - Romp: buig bovenlichaam iets over de bal, ondersteun de balans met je armen. - Lopen: knieen licht gebogen - Aandacht: op omgeving (spelsituatie) - Helpen van je medespelers (geef rugdekking) 2

- Kijken naar je medespelers (staan ze in een betere positie) - Sneller dribbelen, anders raak je de bal kwijt - Speel de bal niet te ver voor je uit - Ga niet te dicht naar de verdediger toe - Maakt de schijnbeweging op tijd anders pakt de verdediger de bal - Versnel tijdens en na de passeeractie anders pakt de verdediger de bal - Scherm de bal tijdens en na de passeeractie af (hou je lichaam tussen tegenstander en bal - Hou de bal in gunstige positie om te kunnen passen of schieten Voetbalhandeling: opbouwen Aannemen en meenemen - Controleren van de bal door: a. b. c. buitenkant voet d. bovenbeen e. borst f. onder de voetzool - Verwerken van de bal door: a. weg te draaien b. van richting te veranderen Aannemen van de bal gericht op: - dribbelen richting doel - schieten op het doel - passen naar een medespeler - ga de bal tegemoet - de bal niet laten stuiteren - breng de bal zo snel mogelijk onder controle - laat bij contact met de bal de speelvoet flexibel met de bal meegaan om de bal dood te maken, voet wel strak houden - ondersteun de actie met de armen - maak voorafgaand aan het aan- en meenemen een schijnbeweging om de tegenstander te misleiden - laat de bal niet te ver van je voet stuiteren - neem de bal aan zodat je de bal daarna in alle richtingen kunt spelen - neem de bal aan zodat de bal vooruit kunt passen of dribbelen (open aannemen) - houd bij het aannemen je lichaam tussen bal en tegenstander Voetbalhandeling: opbouwen Passen Wanneer De bal verplaatsen naar een medespeler door - - buitenkant voet - - punt - hak Binnenkant voet bij nauwkeurig en snel kort positiespel Wreeftrap bij passen over afstand of voorzet vanaf de flank Binnenkant voet: - standbeen licht gebogen en dicht bij de bal - speelbeen iets naar buiten gedraaid - knie en enkel gebogen - speelvoet iets naar buiten gedraaid, loodrecht op speelrichting, voetpunt opgetrokken en enkel aangespannen - raak de bal met - aan de onderkant raken gaat de bal omhoog en meer aan de bovenkant dan blijft de bal laag Wreeftrap - standbeen met de laatste grote stap naast, voorbij of achter de bal plaatsen - punt van de voet in de speelrichting, knie licht gebogen - stand iets voorbij de bal blijft de bal laag en standbeen iets achter de bal en aan de onderkant raken gaat de bal omhoog. - buig romp achterwaarts - strek en span speelbeen - raak de bal met binnenkant of afhankelijk van de situatie - bij het trappen over de bal heen kijken Kijk vooruit en speel vooruit. Speel de bal niet te zacht, te hard, te hoog of met een stuit. Speel de bal als het kan in de loop mee tot 1,5 meter voor de medespeler. Als de tegenstander druk zet probeer de bal te kaatsen of direct door te spelen en speel de bal niet aan de kant van de dekkende tegenstander. 3

Voetbalhandeling: scoren Schieten Een doelpoging met de voet met, binnenkant, buitenkant, punt en hak. Wreeftrap als de speler wat verder van het doel staat Binnenkant voet als de speler dicht bij het doel staat Wreeftrap: - standbeen met de laatste grote stap naast, voorbij of achter de bal plaatsen - punt van de voet in de speelrichting, knie licht gebogen - stand iets voorbij de bal blijft de bal laag en standbeen iets achter de bal en aan de onderkant raken gaat de bal omhoog. - Buig romp achterwaarts - Strek en span speelbeen - Raak de bal met binnenkant of afhankelijk van de situatie Binnenkant voet: - standbeen licht gebogen en dicht bij de bal - speelbeen iets naar buiten gedraaid - knie en enkel gebogen - speelvoet iets naar buiten gedraaid, loodrecht op speelrichting, voetpunt opgetrokken en enkel aangespannen - raak de bal met - aan de onderkant raken gaat de bal omhoog en meer aan de bovenkant dan blijft de bal laag - Bal voor je schietbeen krijgen en scherm de bal met je lichaam af - Kijk waar de keeper en het doel is - Schiet met binnenkant of (probeer een lobje/stiffie als de keeper te ver voor zijn doel staat) B. Verdedigen Voetbalhandeling: storen Druk zetten op de balbezitter Voorkomen dat de bal vooruit kan worden gespeeld. Druk zetten over het hele speelveld. n.v.t. - Niet te snel naar de tegenstander toe, behoedzaam benaderen - Niet te langzaam naar de tegenstander toe, als je te lang wacht dan schiet de tegenstander de langs langs je in het doel of passt de bal vooruit. - Probeer met schijnacties de druk op de aanvallers te vergroten (hou ze bezig) - Probeer de tegenstander naar de zijkant te dwingen - Jaag de tegenstander op en dwing hem tot het maken van fouten. Voetbalhandeling: storen Duel om de bal De bal kan worden veroverd met een schouderduw, sliding, kopbal of voor de tegenstander te komen. Over het gehele speelveld. Wees niet te gretig om makkelijk uitkappen te voorkomen. n.v.t Kies het goede moment om het duel om de bal aan te gaan. Bijv. na een eigen schijnactie, fout van de tegenstander (hij laat de bal van zijn voet wegspringen), onzuivere of te harde pass van de tegenstander naar een medespeler. Voetbalhandeling: voorkomen van doelpunten Tegenhouden van de bal Blokken van de bal van de tegenstander die op het doel wil schieten In de nabijheid van het eigen doel. Storen: - Druk zetten op de balbezitter - Duel om de bal Zie vorige 2 blokken. 4

Trainingsmethode In de Pupillen leren de spelers om eerst zonder weerstand baas te worden over de bal. Ze oefenen zowel met rechts als met links. Ze leren dribbelen, stoppen, passen, schieten, kappen en draaien. Dit herhalen ze veelvuldig. Wanneer ze deze vaardigheden spelenderwijs onder de knie hebben gekregen, gaan ze dit onder grotere weerstand trainen. Vervolgens passen ze deze vaardigheden toe in kleine partijspelen (1-1, 2-2, 3-3, 4-4), waar ze te maken krijgen met wedstrijdechte weerstand. De basisvorm is 4-4. Ze spelen in een ruit, waardoor er zowel diepte als breedte in het spel komt. Een vereenvoudiging naar 1-1 (meer balcontacten, maar geen medespelers), 2-2 of 3-3 (meer balcontacten, maar geen optimale veldbezetting) zal tijdens de training veelvuldig toegepast worden. 3. Aanwijzingen positie en partijspel - Zorg voor minimaal 2 afspeelmogelijkheden - Geef de spelers een vaste positie - Vrijlopen in de vrije ruimte van het veld - Zorg dat iedereen met het spel meedoet - Keeper begint altijd met de bal aan de voet - Na het spelen gelijk weer doorbewegen 4. Structuur van de training Om een goede training op te zetten is het handig om deze structuur te volgen: Uitgangspunt is 60 minuten per training en 15 minuten per blok. Trainingsopbouw is als volgt: - Warming up 5 minuten - Blok 1 (1 of meerdere oefeningen) 15 minuten - Blok 2 (1 of meerdere oefeningen) 15 minuten - Blok 3 (1 of meerdere oefeningen) 15 minuten - Eindspel /partijvorm 10 minuten 5. Jaarplanning We werken in 4 cycli van 6 blokken (weken), gerekend vanaf 1 september. Tijdens elke training staat binnen de blokken, een voetbalonderdeel, (doelstelling) centraal, bijvoorbeeld het uitspelen van 1 tegen 1 situatie, positiespel in de opbouw, etc. Standaard onderdeel van elke training is een warming up en afsluitende partij. De winterperiode laten we vrij (december en januari). Als er een week wegvalt wordt er niet doorgeschoven. De voetbalonderdelen blijven steeds bij dezelfde weken staan. Het niveau van de oefeningen gaat in beginsel per cyclus omhoog Elke trainer dient bij iedere training 1 blok aan te bieden. De 3 teams rouleren zodat bij elke training de 4 blokken worden aangeboden. cyclus data Voetbalonderdeel Cyclus 1: Doelstellingen : het uitspelen van 1 tegen 1 situatie (dribbelen/drijven) Week 36-41 Week 1 Blok 1: dribbeltikspel Blok 2: 1 tegen 1 en 2 doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 en 2 (4) doeltjes Blok 1: Dribbelkampioen Blok 2: 1 tegen 1 met 2 doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 met 2 (4)doeltjes met Verdedigen: Storen van de Blok 1: doelschietspel met pionnen Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en grote doelen (tegenstander van achteren) Blok 3: 4 tegen 4 met keeper en 2 grote doelen Blok 1: doelschietspel (hoog laag) Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en grote doelen (tegenstander van de zijkant) Blok 1: poortschietspel vast afstand Blok 2: 4 tegen 4 met 4 kleine doeltjes Blok 3: 2 tegen 1 met 2 kleine doeltjes 5

opbouw Cyclus 2: Doelstelling: Blok 1: 3 tegen 1 positiespel Blok 2: 3 tegen 2 met 4 doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 met vier doeltjes Week 42-47 Week 1: Blok 1: oversteekspel met 1 verdediger Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en groot doel en 2 kleine doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 met 2 kleine doeltjes Blok 1: oversteekspel met 2 verdedigers Blok 2: 1 tegen 1 lijnvoetbal Blok 3: 4 tegen 4 lijn voetbal met Blok 1: dubbel doelschietspel en 2 kleine doeltjes Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en grote doelen (tegenstander van voren) Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en groot doel en 2 kleine doeltjes Blok 1: poortpositiespel met keeper Blok 2: 2 tegen 2 met 2 (of 4) doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 met 2 (of 4) doeltjes Verdedigen: Voorkomen van diepte spel Cyclus 3: Doelstelling: het uitspelen van 1 tegen 1 met Verdedigen: verdedigen van 1 tegen 1 Cyclus 4: Doelstelling: situatie (dribbelen/drijven) Blok 1: 2 tegen 2 en klein doeltje + lijn Blok 2: 4 tegen 3 lang smal veld en 2 kleine doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 met keepers en 2 grote doelen Week 5-10 Week 1: Blok 1: dribbelkampioen Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en groot doel en klein doel Blok 3: 4 tegen 4 en 2 kleine doelen Blok 1: oversteekspel met 1 verdediger en doeltjes Blok 2: 1 tegen 1 lijnvoetbal Blok 3: 4 tegen 4 lijnvoetbal Blok 1: doelschietspel met pionnen Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en groot doel (tegenstander van voren) Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en groot doel en 2 kleine doeltjes Blok 1: pionschietspel en vaste afstand Blok 2: 2 tegen 2 met 2 (of 4) doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 met 2 (of 4) doeltjes Blok 1: 6 tegen 2 (3) oversteekspel Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en groot doel (tegenstander van voren) Blok 3: 4 tegen 4 met 2 (of 4) doeltjes Week 11-16 Week 1: Blok 1: 1 tegen 1 lijnvoetbal Blok 2: 1 tegen 1 met keeper en groot doel (tegenstander van voren) Blok 3: 4 tegen 4 lijnvoetbal Blok 1: oversteekspel met 2 verdedigers en 3 doeltjes Blok 2: 2 tegen 2 lijnvoetbal Blok 3: 4 tegen 4 met 2 (4) kleine doeltjes 6

Blok 2: 1 tegen 1 met keepers en grote doelen met Verdedigen: storen van de opbouw Blok 2: 2 tegen 1 met keepers en grote doelen Blok 1: poortschietspel variabele afstand Blok 2: 2 tegen 2 met 4 doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 met 4 doeltjes Blok 1: 3 tegen 1 positiespel Blok 2: 3 tegen 2 en 4 doeltjes Blok 3: 4 tegen 4 en 4 doeltjes 7