WERKBOEK SOCIALE MEDIA door: GGD Hart voor Brabant
Sociale media De volgende pagina s in dit werkboek gaan over internet en sociale media. Wat is sociale media? Opdracht 1 Wat is sociale media? Schrijf op wat sociale media volgens jou is. Bedenk daarbij ten minste drie voordelen van het gebruik van sociale media en ten minste drie nadelen (risico s) van het gebruik van sociale media. Antwoord 1
Opdracht 2 Hoe vaak ben jij online? Houd de komende twee dagen bij hoe vaak je gebruik maakt van sociale media. Hoe lang zit je achter de computer en hoe vaak op een dag. Dag 1 datum. Tijd. Aantal keren op een dag Dag 2. Tijd.. Aantal keren op een dag.. 2
(Cyber) pesten wat is dat? Pesten wat is dat? Pesten is lange tijd met woorden of met je lijf geweld gebruiken tegen één persoon. Die ene persoon durft zich niet te verdedigen of kan zich niet verdedigen. Pesten gebeurt soms alleen, maar meestal met een groepje kinderen. Voorbeelden van pesten zijn: slaan, schoppen, duwen, spugen, nare dingen zeggen of doen alsof iemand niet bestaat. Pesten op het internet: cyberpesten. Cyberpesten, ook wel digitaal pesten of digipesten genoemd, is pesten via het internet of SMS. Het ontvangen van pestmails, het uit gescholden worden via SMS of MSN. Kinderen die onder jouw naam andere mensen uitschelden over het internet, bijvoorbeeld door je MSNaccount te hacken of uit jouw naam (via een speciale site) mailtjes te sturen naar anderen, valt allemaal onder cyberpesten. Andere mensen kunnen foto s, filmpjes of persoonlijke informatie van jou op sites plaatsen waar je ze niet wilt hebben. Opdracht 3 Cyberpesten We gaan nu een presentatie maken over cyberpesten. Jullie worden verdeeld over groepjes van drie tot vier personen. Samen maken jullie een presentatie over cyberpesten. Betrek de volgende vragen in je presentatie: Wanneer is er volgens jullie sprake van cyberpesten? Denk aan de grens tussen pesten en een grapje maken en probeer zoveel mogelijk voorbeelden te bedenken. Beschrijf een ervaring, van jezelf of iemand die je kent, met cyberpesten. Gebruik hiervoor ongeveer tien zinnen. Noem minstens vijf gouden tips voor een slachtoffer van cyberpesten. Wat kan het slachtoffer doen? Welk advies (of adviezen) zou je aan de dader willen meegeven? 3
Kijk eens op de volgende sites om inspiratie op te doen voor je presentatie: http://www.ouders.nl/mopv2005-onlinepesten.html http://weetwatjetypt.nl/ http://eilbracht.web-log.nl/eilbracht/2006/02/wat_vind_jij_va.html http://www.stopdigitaalpesten.nl/ www.pestweb.nl 4
Cyberpestprotocol maken Een cyberpestprotocol geeft kinderen, leerkrachten en ouders duidelijkheid wat zij moeten doen wanneer er digitaal gepest wordt. Door het protocol te volgen ontstaat een samenwerking tussen leerkracht, pester, gepeste, overige klasgenoten en ouders. Opdracht 4 Cyberpestprotocol maken We gaan nu samen een cyberpest protocol maken. Jullie worden weer in groepjes van drie of vier personen ingedeeld. Stel samen een cyberpest-protocol op. Bedenk 10 regels die opgenomen kunnen worden in het pestprotocol. De uitkomsten van alle groepjes worden bij elkaar gelegd en samengebracht tot 1 lijst met 10 regels. Deze lijst wordt in de klas opgehangen. Begin de opdracht met het omschrijven van wat persoonlijke informatie is. Ik denk dat persoonlijke informatie het volgende is, benoem er minimaal 6: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Stel vervolgens 10 regels op, waarvan jullie vinden dat die in het cyber pest protocol horen te staan. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 5
Opdracht 5 Gedrag en internet Hieronder staat een situatie beschreven. Geef daarbij aan wat volgens jou het beste antwoord is. Situatie 1 (bron: cyberpesten who cares): Een meisje dat bij jou op school zit, is helemaal overstuur. Ze is wat dikker dan de andere kinderen. Dat vindt ze sowieso al vervelend. Nu heeft een jongen, die ook bij jullie op school zit, haar te grazen genomen. Hij heeft met zijn mobiele telefoon een foto van haar gemaakt toen jullie tijdens een feestje gingen zwemmen. Hij heeft de foto op internet gezet met de tekst: Miss Piggy en hij heeft er ook het geluid van varkens bijgezet. Het is hét onderwerp op het schoolplein die dag. Jij bent er met een groepje vrienden ook over aan het praten. Dit zeggen mijn vrienden: 1. Vriend 1 zegt dat het haar eigen schuld is. Zij heeft die jongen die foto laten maken. Als maker van de foto mag hij doen met de foto wat hij wil. Het zou anders geweest zijn als ZIJ de foto s had gemaakt. 2. Vriend 2 zegt dat het strafbaar is, want je mag niet zomaar een foto van iemand op internet zetten. Mensen mogen zelf bepalen of ze met hun eigen foto ergens staan of niet. 3. Vriend 3 zegt dat die jongen haar in haar eer en goede naam aantast en dat mag niet. Welke vriend heeft volgens jou gelijk en waarom? 6