5.3.6 Aardappelopslagbestrijding



Vergelijkbare documenten
5.1.1 Gewasbeschermingsupdate suikerbieten NIEUW

Teelthandleiding. 5.5 preventie van schade door winderosie

Teelthandleiding. 6.2 beperking middelengebruik

5.3.3 Schade aan bieten door verontreiniging spuitapparatuur en verkeerd middelengebruik

Uitgekiende onkruidbestrijding bespaart geld!

Touchdown Quattro, N W.1

Reken af met duist in stappen

SUIKERBIETEN. Wereld productie suiker? Wereldproductie van suiker. Productie: ton 20% uit Riet 80% uit Suikerbieten

Beperkte grondbewerking spaart structuur en geld

Precisiesysteem verdelgt aardappelplanten in bietenveld

Protectie Akkerbouw. Mocap 15G is de beste remedie tegen ritnaalden en aaltjes. Technische productinformatie voor effectieve gewasbescherming

Protectie Akkerbouw. Mocap 15G is de beste remedie tegen ritnaalden en aaltjes. Mocap. Technische productinformatie voor effectieve gewasbescherming

Plantenteelt maïs. Docent: Muhtezan Brkić

8 Onkruidbestrijding. 8.1 Preventie

Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen

Rijpaden, een systeem voor duurzaam bodembeheer

Teelthandleiding. 3.1 vroeg of laat zaaien

Kansen voor NKG op zand

Let op: niet toepassen in bestaand gazon. Wettelijk gebruiksvoorschrift. Dit etiket is een boekje. Trek deze open rechts onderin.

Verslag onkruidbestrijdingsonderzoek 2008

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

Teelthandleiding. 2.1 grondbewerking en zaaibedbereiding voor suikerbieten

Gewasbeschermingsplan 2014

IBS Zaaien, poten en planten

Verslag onkruidbestrijdingsonderzoek suikerbieten 2009

Teelthandleiding. Grondbewerking

INFO 152 MAART Dé herbiciden in bieten: Fiesta, Pyramin DF en Frontier Optima. Fiesta. Pyramin DF. Frontier Optima

Onkruidbestrijding in biologische teelten, strategie en technologie

landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt open teelten CSPE BB minitoets bij opdracht 17

Teelthandleiding. 4.8 kalkbemesting

GBM granen Inhoud. Alles moet kloppen! Waar staan we met onze 15 ton tarwe? 15 ton tarwe Onkruidbeheersing Ziektebestrijding

Teelthandleiding. 6 onkruidbeheersing

Touchdown Quattro WG en aanbevelingen, N

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Actualiteiten Emeltenbestrijding Elma Raaijmakers

Trichodorideaaltje: beheersbaar?

Verbeter de bodem Blijf ervan af!

SPNA SPNA. Laboratorium. Directzaai. Directzaai Minimale grondbewerking in het Oldambt Ervaringen SPNA

De beste remedie tegen ritnaalden en aaltjes heet Mocap 15G

Gallant 2000TM. voor een betrouwbare bestrijding van grassen.

Teelthandleiding. 8.2 oogsttechniek

Bijlage I bij de beslissing op bezwaar d.d. 4 mei 2011 inzake Roundup Evolution (11228 N) WGGA W5 WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Bewerken. Bewerken en inwerken van groenbemesters. Groenbemesters Wageningen University & Research

Workshop Voorjaarsproblemen

Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy

Tweede bespuiting onvermijdelijk

Inhoud. Voorwoord 5. Inleiding 6

Toelichting DOB Online

Knolcyperus: Van quarantaine naar onkruid N 1

Schadewijzer. Vrijlevende- en wortelknobbelaaltjes in de akkerbouw

Inhoud. Voorwoord 5. Inleiding 8

IRS Postbus AA Bergen op Zoom / Gewasbescherming. Jan D.A. Wevers

Nieuwsbrief 13. Vergelijking van NKG en ploegen op zand voor aardappelen na grasland.

5.2.4 Rhizoctonia De ziekte. In deze paragraaf wordt verwezen naar foto s. Deze kunt u vinden op de website als bijlage bij

De Wingssprayer spuitunits zijn ontworpen rondom twee belangrijke. Minder spuitmiddel door kleinere druppels

KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 LOOFDODEN. TEELTTECHNISCHE ASPECTEN

Inzet RTK-GPS in de teelt van een gewas.

Bestrijding Phytophthora in aardappelen. H. Schepers, G. Kessel & B. Evenhuis

Vanggewas aardappel in de praktijk 2006

HOE HELE BIET ROOIEN?

Teelthandleiding. 1.3.schietergevoeligheid

5/02/2018. Wat is knolcyperus? Natuur & gemeentes. Groot aanpassingsvermogen. Land- en tuinbouw PROJECT KNOLCYPERUS

Gewasbescherming Basis

Aan de slag met erosie

Invloed van minerale olie op de bestrijding van P. infestans in pootaardappelen

Groenbemester als vervanging vals zaaibed

van harte welkom Koolstof Kringlopen

Maatregelen Ringrot (Clavibacter michiganensis spp. sepedonicus) Aardappelen, percelen, materiaal (Richtlijn 93/85/EC)

meststoffen Kiemvoeding voor een vlotte start groei door kennis

Aardappelteelt. Docent: Muhtezan Brkić

Verbetering rendement suikerbietenteelt

BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN WELKE KIEZEN?

400 g/l pendimethalin

26/05/11 HET RENDEMENT VAN GPS. Het rendement. Het rendement

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 19 oktober 2012 tot afgeleide toelating van het middel Roundup Ultimate, toelatingnummer N

8 Onkruidbestrijding. 8.1 Preventie

Hét kiemremmingsmiddelen voor aardappelen en uien

PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT

Gewasbeschermingsplan 2011

Onkruidbestrijding maïs. Aanbevelingen voor 2018

De bietenteelt heeft veel herbiciden nodig

Inhoudsopgave Agrometius. Precisielandbouw in de tuinbouw Steven De Meyer - Agrometius PSKW - 16/9/2016

5 L Powertwin is een geregistreerd handelsmerk. Herbicide. Zeer effectief in de na-opkomst bestrijding van grassen en breedbladige onkruiden

Teelthandleiding. 3.5 overzaaien of niet overzaaien

Programma voor vandaag:

Gewasbeschermingsmonitor

SPECIMEN BELVEDERE TRIPEL 5 L. Herbicide. Zeer effectief in de na-opkomst bestrijding van grassen en breedbladige onkruiden

Transcriptie:

5..6 Aardappelopslagbestrijding CONTACTPERSOON: PETER WILTING 5..6.1 Problematiek van aardappelopslag Aardappelopslag is om twee redenen een probleem: 1. het belemmert de groei van het geteelde gewas; 2. het kan ziekten in stand houden of zelfs vermeerderen. Zou men bij de bestrijding alleen naar punt 1 hoeven te kijken, dan was het probleem niet zo groot en zou men met chemische en/of mechanische middelen aardappelopslag kunnen beheersen. De inzet van rijenfrezen of schoffelwerktuigen is alleen effectief ter bestrijding van bovengrondse plantendelen. Chemische bestrijding met voor bieten selectieve middelen is niet afdoende. De inzet van bijvoorbeeld Safari, Frontier Optima en Dual Gold toegevoegd aan het lagedoseringensysteem geeft alleen verbranding van het aardappelloof. De knol kan opnieuw gaan uitlopen. Uit fytosanitair oogpunt, genoemd onder punt 2, is het echter noodzakelijk dat men niet alleen de bovengrondse delen van aardappelopslag goed bestrijdt, maar ook het hele wortelstelsel. Het tweede aspect is zeker belangrijk om de teelt van plant- en pootgoed veilig te stellen. Zo kunnen schimmels, bijvoorbeeld Phytophthora infestans, en virussen op de knol overleven en een primaire bron zijn voor besmetting. Ook aardappelcysteaaltjes (Globodera pallida of G. rostochiensis) kunnen zich blijven vermeerderen. Momenteel is er slechts één werkzame stof effectief tegen aardappelopslag: glyfosaat. De beste manier van aanpak is om aardappelopslag zoveel mogelijk te voorkomen. Allereerst kunnen er een aantal preventieve maatregelen genomen worden. 5..6.2 Beperk rooiverlies De eerste slag kan gemaakt worden bij het rooien. De hoeveelheid achtergebleven knollen kan beperkt worden door aandacht te besteden aan een goede afstelling van de rooier. Hierbij valt te denken aan juiste rooidiepte, fijne steek spijlenmat en het voorkomen van morsen. Ook kan de rassenkeuze een rol spelen. Over het algemeen geven frietrassen bij oogst een grovere sortering dan consumptierassen. 5..6. Niet-kerende grondbewerking Ondanks een goede afstelling van de rooier, blijven bij de oogst van aardappelen vaak knollen achter op het land. Deze knollen kunnen overwinteren in de grond. Als een aardappel niet wordt blootgesteld aan 48 vorstgraaduren (bijvoorbeeld temperatuur van -2ºC bij 24 uur) kan men problemen met aardappelopslag verwachten. De mate van bevriezen is mede afhankelijk van grondsoort en de uitgevoerde grondbewerking in het najaar. Door de knollen aan de oppervlakte te houden, kan het effect van de vorst op de aardappel worden vergroot. Om de aardappelen aan de oppervlakte te houden, kan men na de teelt van aardappelen in het najaar een niet-kerende grondbewerking uitvoeren middels cultivateren in plaats van te ploegen. Onderzoek heeft uitgewezen dat een niet-kerende grondbewerking voorafgaande aan de bietenteelt geen invloed heeft op de suikeropbrengsten. Op lichte zavel-, zand- en dalgronden hoeft men de grond in het najaar niet te bewerken en kan men na de winter een hoofdgrondbewerking uitvoeren door te ploegen, te spitten of een niet-kerende grondbewerking (bijvoorbeeld cultivateren) uit te voeren, gevolgd door een zaaibedbereiding. Voor meer informatie kunt u Betatip hoofdstuk 2.1 Grondbewerkingsadvies bij suikerbieten raadplegen. IRS Betatip 7

5..6.4 Rotatie Onderzoek van PPO-agv te Lelystad heeft uitgewezen dat een aantal herbiciden in granen en maïs aardappelopslag kunnen onderdrukken, maar niet effectief bestrijden (zie: www.kennisakker.nl). Bij de inzet van de herbiciden Starane en Hussar in wintertarwe werd een afname van het versgewicht van de knollen geconstateerd ten opzichte van onbehandeld. Echter, het aantal gevormde knollen was door de graanherbiciden niet significant lager. De maïsherbiciden Mikado en Callisto gaven een lager versgewicht van de nieuw gevormde knollen en een lagere knolproductie. Omdat er knolvorming optreedt, kunnen (aardappelcyste)aaltjes zich toch vermeerderen, waardoor om fytosanitaire redenen deze strategie geen oplossing biedt. Behandeling met glyfosaat gaf geen knolvorming. 5..6.5 Glyfosaat Aardappelopslag kan men het beste bestrijden door direct in het volggewas een glyfosaatbevattend middel in te zetten. Bij een laat te zaaien gewas kan vóór opkomst of vóór de zaaibedbereiding vroeg uitlopende aardappelen in het voorjaar volvelds bespoten worden. Als dit niet mogelijk is, zal de bestrijding van aardappelopslag in het cultuurgewas moeten plaatsvinden. Uit praktijkdemonstraties in 2002 en 2004 is gebleken dat er goede mogelijkheden zijn om aardappelopslag in suikerbieten effectief te bestrijden. Hierbij zijn drie systemen van toepassen te onderscheiden. a. Gebaseerd op hoogteverschil Bij een toepassing moet de aardappelopslag boven de bieten uitkomen. Met een onkruidstrijker, die voldoende hoog boven de bieten afgesteld staat, kan men een oplossing van glyfosaat aan de aardappelplanten strijken. Let hierbij op dat de strijker niet druipt, waardoor de bieten geraakt worden. Er zijn verschillende strijkers beschikbaar die allemaal goed werk kunnen leveren, mits oordeelkundig gebruikt (zie foto 1 en 2). Raadpleeg voor de juiste verdunning van glyfosaat tabel 1; Foto 1 en 2. Bij voldoende hoogteverschil tussen opslag en suikerbiet kan met een onkruidstrijker ook de aardappelplanten in de rij bestreden worden. IRS Betatip 8

b. Gebaseerd op plaats of tijd Bij te weinig hoogteverschil tussen aardappelen en bieten kan men een oplossing zoeken door glyfosaat als strokenbehandeling toe te passen. Hierbij vindt alleen bestrijding van opslag tussen de rijen plaats. Er zijn drie principes: 1. de aardappelen aanstrijken met dweiltjes (zie foto ) of speciaal doek tussen de rijen; Foto. Dweiltjes tussen de rijen geven geen volledige bestrijding. Een tweede behandeling met een onkruidstrijker kan ook de opslag in de rij bestrijden. 2. glyfosaat volvelds toepassen, waarbij een u-profiel de bietenrij afschermt;. glyfosaat spuiten tussen de rijen, waarbij de behandelde oppervlakte wordt afgeschermd door een kap (zie foto 4). Foto 4. Kappenspuit; het monteren van de machine in de fronthef biedt goed zicht op het werk. Opmerkingen 1. Enkele loonwerkers/telers hebben achter de kappen (foto 4) strijkers boven de rijen geplaatst om de grote aardappelplanten in de bietenrij te bestrijden. 2. Strijkers tussen de rij en kappenspuiten geven naast bestrijding van aardappelopslag ook een bestrijding van nog aanwezig onkruid tussen de rij, zoals bijvoorbeeld distels. IRS Betatip 9

. Bij gebruik van een u-profiel ter afscherming van de bieten of een kappenspuit moeten de profielen of de kappen door de grond lopen om eventueel bietenbladeren die eronder door gaan, af te snijden. Sommige loonwerkers/telers hebben hiervoor schijven voor de profielen of kappen geplaatst. Om drift naar de bieten te voorkomen, is spuiten alleen mogelijk met een grove druppel. Harde wind kan ook bij aanwezigheid van een stuifdek spelbreker zijn. Het gevaar bestaat dat druppels van het stuifdek, bijvoorbeeld gerst, kunnen overwaaien naar het gewas. Als bieten bijna doorkomen is het gevaarlijk om glyfosaat te spuiten (bij scheuren in de grond kan glyfosaat het kiempje bereiken). Hoewel suikerbieten veel kunnen compenseren, moet de uitval van bietenplanten tot een minimum beperkt worden. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van werktuigen, waarmee glyfosaatbevattende middelen op een selectieve wijze kunnen worden toegepast. Op de website van het IRS staat een lijst met personen/bedrijven die een werktuig voor aardappelbestrijding beschikbaar hebben (www.irs.nl/pagina.asp?p=152). Tabel 1. Overzicht en gegevens van werktuigen voor aardappelopslagbestrijding. werktuig werkingsprincipe rijsnelheid (km/uur) Steketee Multistrike Steketee Multispray MS1 Steketee Multispray MS2 Agricult Rollmaster Agricult GreenTouch interrow Agricult GreenTouch TOPcrop Weevers WMonkruidstrijker Homburg onkruidstrijker Zinger onkruidstrijker ZIBO RVS Spuitkap VSS Agro kappenspuit doek; bietenrij wordt afgeschermd met tunnels spuit; waarbij een u-profiel de bietenrij afschermt spuit; behandelde oppervlakte wordt afgeschermd door een kap elektrisch aangedreven rol; toprol (reservoir) bevochtigt slijtvaste strijkrol elektronisch, sensor gestuurde strokenstrijker elektronisch, sensor gestuurde strijkboom boven het gewas berekende maximumcapaciteit 1 (ha/uur) verdunning 2 glyfosaat: water prijs (2007) ( ) -5 1 ( m) 1:2 tot 1:5 wordt op dit moment niet nieuw verkocht -5 1,5 ( m) 1:50 tot 1:100.400 ( m) -7 2 4-5 1,5- ( m) 1:50 tot 1:100 4.00 ( m) 9.500 ( m) 5-6,5 ( m) 5-6,5 ( m) dweiltjes tussen de rijen -5 1-2 draaiende rol boven gewas 4-5 1,5- stilstaande rol boven het gewas in breedte verstelbare kap, eenvoudig te monteren op schoffelbalken. Leverbaar met 12 V sproeier + 248 liter tank spuit; behandelde oppervlakte wordt afgeschermd door een in breedte verstelbare kap 4-5 1,5- ( m) ( m) ( m) 1:1 mix van glyfosaat met plantaardige antidripolie.900 ( m) 9.750 1:6 nog niet bekend nog niet bekend 1:6 - circa 7.750 1:4 tot 1:5 6.750 (zelfrijdend) 20 (los element) 1: tot 1:4 wordt op dit moment niet nieuw verkocht 1:5 tot 1:10 865 ( m) 1.810 1:50 tot 1:100 255 (1 losse kap) 1.495 (tank + spuit) -7 2- ( m) 1:50 tot 1:100 5.00 ( m) 9.150 Matrot MobilCord n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. 1 Maximale capaciteit is berekend op basis van de hoogste rijsnelheid en de werkbreedte. Voor iedere machine is tevens tijd gerekend voor draaien en tanken. 2 Bron: DLV Plant BV - Gewasbescherming in 2008 in de Akkerbouw en Veehouderij en de leveranciers van de werktuigen. IRS Betatip 40

c. Met de hand Bij weinig aardappelopslag kan ook met de hand glyfosaat toegepast worden. Er zijn verschillende gereedschappen op basis van zowel spuiten als strijken, bijvoorbeeld een selector of een onkruidstick. Met deze gereedschappen kan men ook goed werk leveren, mits zorgvuldig gebruikt. De te hanteren dosering is afhankelijk van de aard van de apparatuur, de aangebrachte hoeveelheid spuitvloeistof per plant en de weersomstandigheden, zie tabel 2. Als er veel aardappelopslag op het perceel aanwezig is, kan men kleurstof (signaalrood) aan de oplossing toevoegen. Tabel 2. Overzicht en gegevens van handmatige apparatuur ter bestrijding van aardappelopslag. merk omschrijving apparatuur verdunning (middel:water) divers onkruidstick 1: tot 1:10 Potatokiller/selector injectiespuit 1:5 tot 1:20 Weedhunter elektronische spuitlans 1:10 tot 1: SelectieLans aluminium injectielans van 1 druppel tot nevelshot 1: tot 1:10 Bron: DLV Plant BV Handleiding gewasbescherming akkerbouw en veehouderij 2009. De werking van glyfosaat is optimaal bij groeizaam donker weer. Is het scherp drogend weer, dan kan er een zeer snelle opdroging plaatsvinden van de spuitvloeistof, waardoor er onvoldoende opname door de aardappelen plaatsvindt. Een slechte opname en daardoor een tegenvallende werking, kan ook het geval zijn als aardappelplanten aangebrand zijn door herbicidenbespuitingen. Men behaalt de beste bestrijdingsresultaten bij aardappelplanten van 10-20 cm hoog. Bij grotere planten en schraal weer wordt geadviseerd de dosering te verhogen en/of plantaardige olie toe te voegen, zie daarvoor de hoogste dosering in tabel 1. Bij de inzet van werktuigen is de bekwaamheid en zorgvuldigheid van de chauffeur zeer belangrijk. Het uiteindelijke bestrijdingsresultaat wordt ook beïnvloed door de weersomstandigheden, de grootte van de aardappelplanten, de afgifte van glyfosaat en de dosering. Mocht de eerste behandeling niet afdoende zijn, dan wordt geadviseerd om een tweede behandeling in tegengestelde rijrichting uit te voeren. IRS Betatip 41