Taaljournaal 1 Spelling-special In deze spelling-special: Goede instructie is belangrijk Nieuw: handige print-cd Taaljournaal spelling en de Cito-toetsen
2 Effectief spellingonderwijs met Taaljournaal Uitvoerige instructie is belangrijk door Maartje Greevenbosch, auteur Taaljournaal Spelling is voor veel kinderen heel lastig. Een goede, uitvoerige instructie is dan ook een voorwaarde voor goede resultaten. De meeste leerlingen zullen niet zelf de spellingregels ontdekken, u moet ze daarbij behulpzaam zijn. Bij elke nieuwe spellingcategorie is een duidelijke instructie en begeleide inoefening noodzakelijk. Eerst hardop voordoen, dan nadoen door de leerlingen en zo nodig corrigeren: het zijn de ingrediënten van een effectieve spellingles. In dit artikel leest u hoe u met Taaljournaal effectieve spellinginstructie kunt geven. Eerst instructie, dan samen inoefenen In Taaljournaal heeft elk spellingblok een vaste structuur. In week 1, 2 en 3 is er nieuwe lesstof, week 4 is bestemd voor remediëring. In week 1 tot en met 3 zijn er steeds drie spellinglessen. Hoe verlopen die lessen? Les 1: oriëntatie op de nieuwe spellingcategorie 1 Instructie op het bord U schrijft het woordpakket op het bord en onderstreept het net-als-woord. U bespreekt kort de belangrijkste kenmerken van de nieuwe categorie. Bijv. bij aai, ooi, oei wijst u op de i die je aan het eind schrijft, maar die je uitspreekt als /j/. U noemt dan enkele categoriewoorden in een betekenisvolle zin. In groep 4 en 5 leest u nu het verhaal voor; daarin staan woorden uit de categorie en het net-als-woord. U leest de tekst eerst helemaal voor, de kinderen luisteren. Dan leest u het opnieuw en schrijven de kinderen de categoriewoorden die ze herkennen op (in het voorbeeld bijv. nooit, roeit, kraait ). Dan inventariseert u welke woorden ze hebben opgeschreven, enkele kinderen schrijven ze op het bord. Het woordpakket is nu niet zichtbaar. U bespreekt de juiste schrijfwijze en de voorkeursweg (voorkeurstrategie), in het voorbeeld de luisterweg met een extra tip. Daarna laat u het woordpakket weer zien. U bespreekt enkele woorden met behulp van het stappenplan voor de luisterweg. In de handleiding wordt bij de voorkeurstrategie altijd een woord uit de betreffende categorie Tip Woordspin Hang een groot vel op in de groep, schrijf in het midden het net-als-woord. Gedurende de week wordt de woordspin gevuld met zelf gevonden woorden bij die categorie.
3 genoemd. Bijvoorbeeld in week 17 van groep 6 wordt uniform behandeld als voorbeeldwoord voor de categorie /ie/ = i. U biedt de categoriewoorden in een betekenisvolle context aan. 2 Instructie met het werkboek Pas na de uitvoerige instructie gaat u naar het werkboek. De kinderen kleuren boven aan de linkerbladzijde het symbool van de voorkeursweg in. U wijst nog eens op het net-alswoord. Dan maakt u samen de startopdracht. Vervolgens legt u de bedoeling van opdracht 1 uit; de kinderen maken die zelfstandig. U bespreekt de tip boven aan de rechterbladzijde. Dan kunnen de kinderen zelfstandig aan het werk met opdracht 2 en 3 in het werkboek. Wie klaar is, kan zijn werk zelf met het antwoordenboekje nakijken en gaat dan verder met een of meer keuzeopdrachten op de kopieerbladen. Les 2: oefenen met de nieuwe spellingcategorie Les 2 begint met een korte instructie: u activeert de voorkennis, vraagt welke woordpakketwoorden de kinderen nog weten (het woordpakket is daarbij niet zichtbaar) en laat woorden herhalen die nog niet genoemd zijn (dan is het woordpakket wel zichtbaar). les 1 15 min instructie HL, WB, stappenplan 5 min oefenen WB les 2 5 min instructie HL, WB 15 min oefenen WB, AB, keuzeopdrachten (KB) extra: stappenplan, sterkaarten, opzoekboek, print-cd les 3 20 min oefenen WB, AB, keuzeopdrachten (KB) extra: stappenplan, sterkaarten, opzoekboek, print-cd Het verloop van de spellinglessen en het materiaal dat u erbij nodig heeft. Les 3: nog meer oefenen In les 3 wordt opnieuw geoefend met de spellingcategorie: de kinderen maken de opdrachten in het werkboek af en gaan dan verder met de keuzeopdrachten of met een sterkaart. Alle even nummers van de sterkaarten uit de kaartenbak zijn spellingkaarten. Veel oefenen is nodig Niet alleen uitvoerige instructie is belangrijk, ook veel oefenen is nodig om een spellingcategorie onder de knie te krijgen. Alleen oefenen met de opdrachten in het werkboek is beslist onvoldoende, vooral voor de zwakke leerlingen. Laat de kinderen daarom naast het werkboek ook elke week ten minste een keuzeopdracht maken. Die opdrachten zorgen voor herhaling, maar ook voor generalisatie van de spellingcategorie: er komen ook andere woorden dan die uit het woordpakket in voor,
4 bijvoorbeeld samenstellingen, eerder geleerde woorden en andere woorden met dezelfde moeilijkheidsgraad. De toets en remediëring Eind week 3 maken de kinderen de mixtoets. U kunt ook differentiëren in het tijdstip waarop u de toets laat maken: de betere leerlingen maken die bijvoorbeeld al in les 2, de zwakke aan het eind van les 3. U kunt hierbij handig gebruikmaken van de mixtoets in het computerprogramma: elk kind maakt de toets op het moment dat hij eraan toe is. De mixtoets in het computerprogramma is precies hetzelfde als die in de kopieermap. Aan het resultaat van de mixtoets ziet u wie in week 4 moet remediëren en om welke categorieën het dan gaat. Voor de kinderen die remediëren is instructie weer essentieel. Deze extra instructie is uitgebreid beschreven in de handleiding. De extra oefenstof vindt u in de kopieermap. Het computerprogramma geeft voor elk kind remediëring op maat. Het computerprogramma Spelling Naast de papieren materialen voor spelling is er een apart computerprogramma waarmee u de toets kunt afnemen en zo nodig kunt laten remediëren. Het programma registreert automatisch welke categorieën een kind nog niet beheerst. Voor die categorieën worden dan extra instructie en extra remediërende oefeningen aangeboden. Het programma houdt de resultaten van de kinderen bij, zodat u direct kunt zien hoe een kind de mixtoets heeft gemaakt en of het de stof na de remediëring wel beheerst. Dit jaar is er een verbeterde versie van het computerprogramma uitgebracht: het programma kan nu sneller worden doorlopen en is verrijkt met werkwoordspelling. U vindt een demo van dit programma op www.taaljournaal.nl. Taaljournaal heeft veel extra oefenmateriaal: De kopieermap bevat oefenmateriaal (keuzeactiviteiten) bij elke lesweek. Voor herhaling en generalisatie. Op de print-cd vindt u een geheugenkaart voor elke categorie, met de juiste strategie en enkele oefenzinnen. Voor week 37 t/m 40 zijn er extra opdrachten in de kopieermap, die betrekking hebben op de verschillende wegen. Ze zijn geschikt voor herhaling of voor generalisatie. In groep 4 en 5 kunt u de woordopbouw handig visualiseren met behulp van de gekleurde woordstroken. Met het computerprogramma kan de mixtoets worden afgenomen en geanalyseerd. Ook biedt dit programma remediëring op maat voor elk kind.
Hulpmiddelen in Taaljournaal Hoe spel ik dat woord? door Maartje Greevenbosch Tip Buiten de spellingles Ga op de dagen dat er geen spellingles is op zoek naar de categorie van de week, bijvoorbeeld in een lesje uit de weektaak. Hoeveel woorden hebben de kinderen gevonden? 5 Taaljournaal Spelling besteedt veel aandacht aan het aanleren van probleemoplossend gedrag. Daarmee leren de kinderen hoe ze de spelling van een onbekend woord kunnen achterhalen. Ze vragen zich steeds af: welke spellingmoeilijkheid zit er in dit woord en welke strategie moet ik gebruiken om te weten hoe ik het moet spellen? Welke hulpmiddelen? Het aanleren van de strategieën wordt gemakkelijker met behulp van het stappenplan, dat in de kopieermap zit. Ten eerste is er het algemene stappenplan, waarbij het kind steeds de volgende vragen stelt: 1 Uit hoeveel stukjes bestaat het woord? 2 Hoe pak ik die stukjes aan? 3 Ik schrijf het woord. 4 Ik lees het woord. 5 Ik onderstreep de stukjes waar ik niet zeker van ben. 6 Als ik denk dat een stukje fout is, schrijf ik het opnieuw. 7 Ik controleer het woord, bijvoorbeeld met het Opzoekboekje. Het is belangrijk dat kinderen de stappen bijna automatisch leren doorlopen. Want uit onderzoek blijkt dat kinderen die expliciet oefenen met het nakijken van hun teksten op spellingfouten, al na drie keer oefenen beter op hun spelling gaan letten. In de kopieermap vindt u ook de stappenplannen van de vijf voorkeurswegen, het zogenoemde wegenplan. Ook dat is een belangrijk hulpmiddel bij het automatiseren van het oplossend gedrag. Geef alle kinderen een kopie van de stappenplannen, zodat ze die steeds kunnen raadplegen, of hang ze uitvergroot op een centrale plaats in de klas. Let-op-kaartjes Daarnaast zijn er de let-op-kaartjes, eveneens in de kopieermap. Ook die zijn een handig hulpmiddel om de kinderen probleembewust te maken. Elk kind kan op het kaartje noteren waar het nog moeite mee heeft of wat het graag wil onthouden. De let-op-kaartjes kunnen gekoppeld worden aan de mixtoets. Bij elk lesblok kunnen de kinderen een nieuw kaartje maken. Ze kunnen dit kaartje dan ook gebruiken in andere lessen dan de spellingles. Stappenplan tijdens toets? Tijdens de instructielessen zijn de stappenplannen van wezenlijk belang. Maar ook bij het inoefenen, dus bij de opdrachten in het werkboek, bij de keuzeopdrachten en bij de oefenzinnen van de print-cd, is het zinvol als de kinderen hun stappenplannen mogen raadplegen. Als er voldoende is geoefend, zal het schrijven van de woorden min of meer geautomatiseerd verlopen. De stappenplannen of geheugenkaarten zijn voor de meeste kinderen dan niet meer nodig. Soms kunt u het gebruik van de stappenplannen en kaarten toestaan bij de toetsafname (de Taaljournaal-toetsen, niet bij de Cito-toets). Maar dit kan het beste beperkt blijven tot de kinderen bij wie het spellen nog niet geautomatiseerd is en/of die er nog veel fouten mee maken.
6 Handige print-cd voor spelling Op verzoek van veel scholen is een handige print-cd gemaakt bij Taaljournaal spelling. Deze cd is er voor iedere jaargroep. Op de print-cd vindt u: Tip Oefenen met de weet-woorden De kinderen bedenken bij ieder woord een betekenisvolle zin. - Per week een categoriekaart (ofwel geheugenkaart ), met daarop: de categorie van die week, de bijbehorende strategie, de stappen van die strategie en het net-als-woord. Deze categoriekaarten zijn in te zetten naar keuze: u kunt ze in de klas ophangen of u kunt elke leerling een printje geven, enzovoort. - Bij elke categoriekaart zijn er vier bijbehorende oefenzinnen. Deze kunnen naar wens worden ingezet: ter controle van de instructie (is het goed begrepen, wordt het niet verkeerd ingeoefend?), achteraf als dictee, om klassikaal te oefenen, als begeleide inoefening voor de zwakke spellers, enzovoort. - Voor groep 6, 7 en 8 (veranderlijke én onveranderlijke woorden) zijn er steeds 8 oefenzinnen per week. Ook bij de blokken met onveranderlijke woorden vindt u extra oefenzinnen om de werkwoordspelling tijdens die weken toch te oefenen. Er zijn dan steeds 4 oefenzinnen voor de onveranderlijke woorden van die week en 4 extra oefenzinnen voor de werkwoordspelling uit het vorige lesblok. U kunt de print-cd nu bestellen! Vul het bestelkaartje in. U vindt het in het midden van dit bulletin. Tip Woorden zoeken Bij luister- en regelwoorden: zet de categorie van de week op het bord en laat elk kind 5 of 10 woorden zoeken die bij die categorie horen. Ze oefenen zo heel bewust de categorie en de strategie. Variaties 1 Gebruik daarbij de context van het thema. Gaat het thema over beroepen, dan verzinnen ze 5 beroepen die bij de categorie passen. 2 Geef huiswerk mee, bijvoorbeeld: Zoek 10 woorden uit die categorie op je slaapkamer, in de keuken, op het schoolplein, etc. 3 Laat woorden zoeken bij 2 categorieën die veel op elkaar lijken of die met elkaar te maken hebben, bijv. ezel/kikker, ei/ij, f/v, enz.
7 Taaljournaal spelling en de nieuwe Cito-toetsen door Maartje Greevenbosch Spellingtoetsen van het Cito Veel scholen nemen twee keer per jaar de Cito-toetsen af om een beeld te krijgen van de vorderingen van de leerlingen bij spelling. Dan blijkt soms dat in de Cito-toets andere categorieën getoetst worden dan in de methode tot die tijd zijn behandeld. Dat kan ertoe leiden dat leerkrachten zich afvragen of de kinderen wel voldoen aan de gestelde eisen. De Cito-groep geeft zelf al aan dat het onvermijdelijk is dat er verschillen zijn tussen hun toetsen en het categorieënaanbod in de diverse methoden en dat dat ook niet erg is (zie ook kader op blz. 8). Elke methode heeft immers zijn eigen opbouw. Bovendien zijn de methodeonafhankelijke Cito-toetsen en de spellingmethoden niet gelijktijdig ontwikkeld. Op dit moment worden de SVS-toetsen vernieuwd en geleidelijk vervangen door de nieuwe toetsen Spelling.* Cito-toetsen en Taaljournaal spelling Doordat in de nieuwe Cito-toetsen Spelling het aantal categorieën van de SVS uitgebreid is van 40 naar 48 is een grote mate van overeenstemming bereikt tussen de categorie-indeling van het Cito en die van Taaljournaal spelling. (Zie voor een volledig overzicht pagina 10 en 11 van dit bulletin.) Maar het categorieënaanbod in Taaljournaal wijkt op enkele punten af van de Cito-toetsen. Sommige categorieën worden in Taaljournaal wat later aangeboden dan het Cito ze toetst, terwijl soms ook het omgekeerde het geval is. Zo worden de categorieën eind -b/-p en hoofdletters eerder aangeboden in Taaljournaal dan het Cito ze toetst, terwijl de categorieën afkortingen en het afbreken van woorden (uitbreidingsstof groep 8), wel in Taaljournaal voorkomen, maar niet door het Cito getoetst worden. In de meeste gevallen hebben de leerlingen de leerstof in Taaljournaal gehad voordat die in de Cito-toetsen Spelling wordt getoetst. Er is geen reden om ongerust te zijn als leerlingen in de Cito-toetsen onvoldoende scoren op categorieen die nog niet behandeld zijn. Die categorieën worden immers op een ander moment in de methode aangeboden én getoetst. In de handleiding kunt u dat in één oogopslag zien. Keuzes bij de spellinglijn van Taaljournaal In Taaljournaal is ervoor gekozen om de spelling vanaf het begin grondig op te bouwen, zodat er een stevige basiskennis wordt opgebouwd en de kinderen goed voorbereid worden op de overige spellingstof. Daarom wordt in groep 4 de eerste 8 weken stof aangeboden die ook in sommige aanvankelijk-leesmethoden (gr 3) al is behandeld en die door het Cito in groep 3 wordt getoetst. Voor sommigen zal dit dus een herhaling zijn, voor anderen een goede voorbereiding op de stof in groep 4. Dit betekent dat enkele andere categorieën naar groep 5 verschuiven, zoals de woorden met een lange klank aan het eind (-a, -o of -u) of eind -d/-t. Dit geldt ook voor woorden met een eerste open of gesloten lettergreep, stof die voor kinderen in groep 4 moeilijk is en die daarom in Taaljournaal in groep 5 wordt aangeboden (en getoetst). * De nieuwe toetsen Spelling voor gr 3, 4 en 5 zijn beschikbaar in schooljaar 2007/2008, die van groep 6 in 2008/2009, die van groep 7 in 2009/2010 en die van groep 8 in 2010/2011.
8 Tip Het stappenplan Veel kinderen vergeten het stappenplan. Bedenk eenvoudige oefeningen om de stappen goed in te oefenen. Zo wordt het gebruik van het stappenplan geautomatiseerd. Sommige categorieën biedt Taaljournaal aan in grotere verbanden, met als gevolg dat ze in Taaljournaal net iets later aan de orde komen dan dat het Cito ze toetst. Zo worden de verkleinwoorden met -je/-tje ( zusje, broertje ) door het Cito getoetst in groep 4. In Taajournaal komen die uitgangen in groep 5 aan de orde, tegelijk met een moeilijker uitgang als -pje ( geheimpje ). Ook de categorieën tweelettergrepige woorden met een eerste open of gesloten lettergreep worden in samenhang met behulp van hetzelfde algoritme (de Wegwijzer) aangeboden. Het schema op blz. 10 en 11 laat de verschillen tussen Taaljournaal spelling en de Cito-toetsen zien. Veelgestelde vraag: De Cito-toetsen voor spelling sluiten niet aan bij een leerlijn spelling uit de methode. Hoe kan ik dan de vooruitgang van leerlingen bepalen? De opbouw van spelling in de diverse methoden verschilt. Sommige spellingmethoden zijn sneller met het aanleren van categorieën dan andere. Op zich is het geen probleem om de vaardigheid en de vooruitgang van een leerling te bepalen als nog niet alle categorieën aan bod zijn geweest. De toetsen zijn niet gebaseerd op het feit dat bij alle leerlingen alle categorieën aan bod zijn geweest. Wel kan er een vertekend beeld ontstaan indien een taak van een toets wordt voorgelegd waar meer dan 3 van de categorieën nog niet in de spellingmethode behandeld zijn. In dat geval is het raadzaam om de gemakkelijke taak (de A-versie bij de SVS/vervolg 1 bij de nieuwe toetsen Spelling) dan wel de taak van een half jaar eerder voor te leggen. Bron: website Citogroep (november 2007). Tip 5-Minutenspelletjes Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is - een ezel-woord (ramen, namenlijst, enz.) - een ijs-woord (krijtje, gordijn, aanwijsstok, enz.) - een ei-woord (meisje, dweil, etc.) Net-als-woord-bal: - Gooi een bal naar een kind en noem het net-alswoord (bijv. kikker ). Het kind gooit de bal nu naar een ander kind en roept een woord uit die categorie (bijv. sokken). Zo verder totdat een kind geen woord meer weet. Onzin-race - Maak kleine groepjes. Elk groepje bedenkt zoveel mogelijk onzinwoorden bij de categorie van de week. Het groepje met de meeste woorden (of het leukste woord) heeft gewonnen (en mag als eerste naar buiten).
9 Overzicht van de verschillen tussen spelling en de Cito-toets Cito-toetsen en Taaljournaal spelling Hieronder ziet u welke categorieën door het Cito eerder worden getoetst dan ze in Taaljournaal behandeld worden. Groep 4 Categorie verkleinwoorden Het Cito toetst de verkleinwoorden met -je/- tje (behalve als het grondwoord op t of d eindigt) in groep 4 ( bijv. zusje, broertje ). In Taaljournaal komen die uitgangen in groep 5 aan de orde. Maar dan worden tegelijk ook verkleinwoorden van grondwoorden met -t of -d op het eind (bijvoorbeeld eindje ) en met de uitgang -pje, (bijvoorbeeld geheimpje ) aangeboden. Categorie tweelettergrepige woorden met ge-, be-, ver-, -el, -er, -en Het Cito toetst deze woorden in groep 4. Taaljournaal behandelt de voorvoegsels ge-, be- en ver- wel in groep 4, maar de achtervoegsels -el, -en, -er als groep samen met -e en -em in het begin van groep 5. Een woord als begin is in Taaljournaal in groep 4 dus wel behandeld, maar spiegel nog niet. Categorie tweelettergrepige woorden met open eerste lettergreep Het Cito toetst aan het eind van groep 4 enkele woorden met de uitgang en, bijv. straten. In Taaljournaal komt deze categorie voor het eerst in groep 5 aan de orde, maar dan samen met andere uitgangen, bijvoorbeeld muziek, later, ezel, hoge. Categorie tweelettergrepige woorden met gesloten eerste lettergreep Het Cito toetst in de nieuwe spellingtoetsen (niet in de SVS) aan het eind van groep 4 ook enkele woorden uit deze categorie, bijv. bruggen. In Taaljournaal komt deze categorie voor het eerst in groep 5 aan de orde, maar dan wel met veel meer verschillende uitgangen, bijvoorbeeld herrie, middag, trommel, wanneer. Categorie lange klank aan het eind van een woord (-a, -o, -u) Het Cito toetst deze woorden aan het eind van groep 4 (bijv. zo en nu ). In Taaljournaal komt deze categorie halverwege groep 5 aan bod in samenhang met de categorie lange klank aan het eind van een klankgroep en dan ook in gecompliceerder woorden (bijv. opa ) en met de uitgang -ee (bijv. twee).
10 Tip De kaart in de klas Hang de categoriekaart van de week z (i.p.v. het woordpakket). (De print-cd m verschijnt in juni). Zo kunt u er gemak ook bij andere lessen dan spelling. Als categorie tegenkomt, bijvoorbeeld bij een link naar het net-als-woord van d Groep 5 Categorie twee- of meerlettergrepige woorden met em, -elen, -enen of -eren In Taaljournaal wordt de onbetoonde uitgang -em wel in groep 5 aangeboden, maar de drie laatstgenoemde uitgangen in groep 6. Categorie Franse leenwoorden Taaljournaal heeft deze in groep 8 geplaatst. Categorie Engelse leenwoorden Ook deze woorden worden in Taaljournaal in groep 8 behandeld. Groep 6 Categorie woorden met teit of -heid In Taaljournaal wordt de uitgang heid wel in groep 6 aangeboden, maar de uitgang teit in groep 7. Groep 7 Categorie moeilijke meervouden van woorden op onbeklemtoonde -es, -ik, -et Deze behandelt Taaljournaal in de uitbreidingsstof van groep 8. Extra oefeningen voor groep 4 Omdat de afwijkingen het grootst zijn voor groep 4 is bij Taaljournaal extra oefenstof in speelse vorm ontwikkeld. Zo krijgen scholen de gelegenheid om in groep 4 vast te oefenen met enkele categorieën die in Taaljournaal pas in groep 5 aan de orde komen, maar die door het Cito al in groep 4 getoetst worden. U vindt deze lessuggesties op www.taaljournaal.nl. Categorie woorden waarin /ks/ geschreven wordt als x In Taaljournaal is deze categorie opgenomen in groep 8. De toetsing door het Cito van de y en de behandeling van deze letter in Taaljournaal lopen wel parallel (groep 8). De nieuwe Cito-toetsen spelling verschijnen tussen 2007 en 2011. Op dit moment is nog niet bekend welke woorden het Cito in de toetsen van groep 5 t/m 8 opneemt. Daardoor kunnen in de loop van de tijd kleine bijstellingen nodig zijn. Cat.nr. Cat.nr. getoetst door aanbod in TJ in week Cito TJ categorie Cito in week** gr 4 gr 5 gr 6 gr 7 gr 8 1 1 mk, km, mkm M3,E3 1 2 2 mm vooraan M3,E3,M4 2 2 3 mm achteraan M3,E3,M4 3 4 4 moeilijke duo s E3,M4 5,15 3 5 mmkmm E3,M4 6 6 6 sch-/schr- E3,M4,E4, M5,E5 7,19 8 7 f/v M4,E4,M5 9,31 8 8 s/z M4,E4,M5 10,31 5 9 meer medeklinkers E3,M4 11,23 7 10 ng/nk E3,M4,E4, M5,E5,M6 13,14 1,26 7 11 11 ei/ij M4,E4,M5,M6,E6,M7,E7 17,18,27 2,7 3,6,34 7 8,17 12 12 aai/ooi/oei M4,M5 21 3,23 17 13 -ch/-cht E4,M5,E5,M6,E7 22 31 2 14 14 eer/oor/eur eren/oren/euren M4,E4,M5 25,35 2,25 19 15 uw/eeuw/ieuw E4,M5,E5 26 2,35
ichtbaar op in de klas et categoriekaarten kelijk naar verwijzen, u een woord uit die geschiedenis, leg dan e categorie. Tip Woordenschatwoorden Verdeel de woordenschatwoorden van de week in categorieën (behalve die waarvan de categorie nog nooit is aangeboden). Hiermee kunt u ook oude categorieën nog eens herhalen. 11 Cat.nr. Cat.nr. getoetst door aanbod in TJ in week Cito TJ categorie Cito in week** gr 4 gr 5 gr 6 gr 7 gr 8 16 16 au/ou E4,E5,M6,E6,M7 29,30 3,19 35 11 8 13 17 samenstellingen M4,M5,E5,M6,E6 33 1,15 10 18 be-/ge-/ver- M4,E4,M5 34 11 18 19 eind -d/-t M4,E4,M5,E5, 5,6,27, M6 34 3 6 10,23 20 -e/-el/-em/-en/-er M4,E4,M5,E5,M6 9,10-21 marmot- en kuikenwoorden (medeklinker of tweetekenklank aan het eind van een klankgroep) 13,14 1 20,47 22 ezel-woorden (lange klank aan het eind v.e. E4,M5,E5,M6, klankgroep E6,M7,E7,M8 17,22 1,11,27 1,19 5 15 23 lange klank aan het eind v.e. woord E4,M5 18 21,47 24 kikker-woorden (korte klank aan het eind van E4,E5,M6,E6, een klankgroep) M7,E7, M8 21 1,11,27 1,19 5 9,46 25 verkleinwoorden M4,E5, M6,M7,E7 29 26 24 26 -ig/-lijk M5,E5,M6,M7 30 3 18 22 27 -f/-v; -s/-z E5,M6 33 2 2 33 28 eind -b/-p M7,E7 34 25 29 /ie/ = i M6,E6,M7,E7 5,17 6,34 7,11 26 30 c = /s/ M6,E6,M7,E7,M8 9 2,25 35 27 31 c = /k/ M6,E6,M7,E7,M8 10 2,25 35 37 32 hoofdletters M7 18 34 1u* 29 33 weglatings-teken E6,M8 18 27 23 34 -elen/-enen/-eren E5,M6 19 29 35 meervoud op s E6,M7,E7,M8 25 27 31 36 -heid E6,M7,E7 26 26 30 37 -tie E6,E7,M8 33 35 34 28 38 /zj/ = g E6,M7,M8 34 9 41 39 -isch(e) M7,E7 5 26 40 40 /t/ = th M7,E7,M8 9 26 31 41 -teit E6,M7,E7 10 36 42 trema E7,M8 17 5u 46 43 verkleinwoorden: klinkerverdubbeling M7,E7 27 38 44 /sj/ = ch E7,M8 33 9 -- 45 afkortingen 7u 34 46 tussen-e(n) M8 2u,4u -- 47 accenten 6u 43,48 48 moeilijke meervouden M7,E7,M8 6u 35 49 verbindingsstreepje M8 5u 45 50 stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden M8 8u 34 51 tussen-s M8 3u,4u 32,44 52 /ks/ = x; y/q E7,M8 18 39 53 Engelse leenwoorden E7,M8 19 42 54 iaal/ieel/ueel/eaal M8 25 38 55 Franse leenwoorden E7,M8 33 -- 56 afbreekstreepje 10 Schema categorieën in nieuwe Cito-toetsen Spelling en Taaljournaal ** M = midden, E = eind van de aangegeven groep. * u = uitbreidingsstof
12 De categoriespelletjes spelen op elk gewenst moment! Het computerprogramma begint standaard met de mixtoets; het is immers gebouwd als remediëringsprogramma ná de toets. Maar de kinderen kunnen ook vóór de toets al met de categoriespelletjes uit het programma spelen. Met een eenvoudige handmatige instelling kiest u zelf de categoriespelletjes die u ze wilt laten doen. Zo wordt het oefenen nog leuker! Hoe werkt het: Stap 1 Ga naar het leerkrachtgedeelte van het programma (via het Startmenu of na Ctrl-l in het leerlingenscherm). Stap 2 Kies onder Selecteer groep de gewenste groep. Stap 3 Ga naar Toegang en selecteer de leerlingen voor wie u dezelfde spelletjes wilt klaarzetten. Of kies: Alles selecteren. Stap 4 Vink onder Inhoudsstructuur Spellingcategorieën de gewenste oefeningen aan (of kies een hele week). Als een leerling zich hierna aanmeldt bij het programma, worden de gekozen oefeningen of spelletjes onmiddellijk aangeboden, vóór de mixtoetskeuze. Als het kind het spel heeft uitgevoerd, wordt in het programma het vinkje bij deze oefening vanzelf weer uitgezet. Als alle oefeningen zijn gedaan, verschijnt het mixtoetskeuzescherm weer (tenzij u het vinkje bij Weken hebt weggehaald). Spelen maar!!
13 Variaties op het aanbieden van de woordpakketten Onderwerp In de voorbereiding van de spellingles schrijft u, als u de handleiding volgt, het woordpakket op het bord. De kinderen kunnen hiervan tijdens de spellinglessen gebruikmaken. Maar gebeurt dat ook? Doel Met deze suggesties bieden we enkele variaties aan op het aanbieden van het woordpakket waardoor dit woordpakket meer tot leven komt en de woorden op het bord meer betekenis krijgen. Het woordpakket, maar dan anders 1 Afwisseling Routines zijn prima, maar het aanleren van de nieuwe woorden in een woordpakket vraagt om verwondering, om aandacht. Varieer dus in de aanbieding van het woordpakket. Zet het de ene week op het bord om het de andere week op een strookje papier op de tafel van de kinderen te plakken. Of schrijf elk woord afzonderlijk met dikke viltstift op een strook papier. Hang de stroken aan een waslijn voor het raam. het op het bord schrijven? Geef eventueel de eerste letter van het woord als ze het niet weten. De kinderen hebben het woordpakket op papier. Laat hen de woorden die ze echt moeilijk vinden rood kleuren. De woorden die ze echt makkelijk vinden kleuren ze groen. De woorden waarover ze twijfelen kleuren ze oranje. Laat ze in duo s elkaar een dictee geven van 3 rode woorden of juist 3 groene of oranje woorden. Laat ze de woorden van een rijtje opschrijven in volgorde van het aantal letters. Het woord met het minste aantal letters komt bovenaan. Nauwkeurig waarnemen is hierbij van belang. Laat de kinderen elkaar een kolom (verticaal) of een rij (horizontaal) woorden voorlezen. Laat ze het moeilijkste woord uit die rij herhalen en uit hun hoofd opschrijven. Let op: Bij de voorgaande en enkele volgende tips gaan we ervan uit dat het woordpakket in vier rijtjes van vijf woorden opgeschreven staat. 2 Speelse opdrachten bij de woordpakketten Een woordpakket dat alleen op het bord staat, aan een waslijn hangt of op de bank geplakt wordt, nodigt de meeste kinderen niet uit daar echt aandacht aan te geven. Als u er een aantal keer in de week een korte oefening mee doet, gebeurt dat wel. Een aantal voorbeelden: De woorden hangen op stroken met een knijper voor het raam. Draai voorafgaand aan de spellingles drie of vier stroken om. Vraag: Welk woord stond er op dit strookje? Kun je 3 Spelletjes In tweetallen kunt u de kinderen een van de volgende spelletjes laten doen. Het ene spelletje neemt iets meer tijd dan het ander. Dobbelsteen Een tweetal gooit om beurten met de dobbelsteen. Bij elk cijfer op de dobbelsteen hoort een opdracht:
14 1 = lees de woorden uit kolom 1 tweemaal aan de ander voor. 2 = lees de woorden uit rij 2 tweemaal aan de ander voor. 3 = geef de ander een dictee van het derde woord in elke rij 4 = kies vier woorden; dicteer die aan de ander 5 = sla een beurt over 6 = kies een woord; de ander spelt het woord hardop Raad een woord De een kiest een woord uit het woordpakket en geeft steeds een beetje informatie prijs om welk woord het gaat. De ander heeft het woordpakket voor zich. Bijvoorbeeld: het woord heeft vijf letters ; het woord eindigt op een /o/ ; het woord rijmt op foto. Of: De een kiest een woord uit het woordpakket en de ander moet door middel van het stellen van vragen erachter komen om welk woord het gaat. Het eerste kind mag alleen met ja en nee antwoorden. Of: De kinderen kiezen elk een woord en vertellen de ander niet welk woord dat is. Ze tekenen vervolgens elk een rebus van hun woord. Raad de ander jouw woord? Galgje Laat de kinderen galgje spelen met een woord dat een van hen kiest uit het woordpakket. Nieuwe woorden maken De kinderen kiezen om beurten een woord uit het woordpakket. Elk probeert nu van de letters van het woord zoveel mogelijk andere woorden te maken. Wie de meeste woorden heeft, wint het spel. Moeite Moeite ei te moe Een andere mogelijkheid is dat ze beiden een ander woord kiezen of de ander een woord uit het woordpakket geven. In het laatste geval moeten beide woorden evenveel letters hebben. Hoeveel woorden Geef de kinderen een honderdveld. Laat hen zoveel mogelijk woorden in het honderdveld opnemen, maar elk woord moet steeds net als bij het spel scrabble - met tenminste een ander woord verbonden zijn.
15 Extra oefenstof voor groep 4 Het Cito toetst enkele categorieën al in groep 4 terwijl deze door Taaljournaal in groep 5 worden behandeld. Om de kinderen in groep 4 alvast kennis te laten maken met deze categorieën zijn er nieuwe lessuggesties beschikbaar. Ga naar www.taaljournaal.nl en download de gratis lessuggesties. Taaljournaal Lessuggestie groep 4 cat. eind -d/-t Mijn Malmberg Taaljournaal Lessuggestie groep 4 cat. verkleinwoorden op -je, -tje en -pje Mijn Malmberg Taaljournaal Lessuggestie groep 4 cat. duffe /u/: el, em, er Mijn Malmberg Van alles één! kopieerblad 1a Jouw zusje? Nee, mijn broertje! kopieerblad 1 Uuuhm! kopieerblad 1a Opdracht 1 Opdracht 1 Opdracht 1 Lees de tekst onder elk plaatje. Hoor je een -t of een -d in het lange woord? Vul dan de goede letter in. Welk woord hoort in de zin? Op welk plaatje zie je dat woord? Zet het nummer van dat plaatje voor de zin. Vul in de zin het woord in. Lees elke spreekwolk. Zet een streep onder het woord met -je of -tje. Kleur het woord zonder -je of -tje. De klom uit zijn kooi. Een kis. Een broo. Een boo. Opdracht 2 Kies een woord met -je of -tje. Schrijf het woord in het goede vak. Zet het woord zonder -je of -tje erachter. -je -tje bakje bak broertje broer Je hoorde de donder en je zag de. De maakte een mooi portret van de koningin. Zij kocht een leuke in de kledingwinkel. Op de bloem zat een prachtige. Mijn stond heel hoog in de lucht. Volgens mij ben jij goed ziek, zei de. Een paar. Ik wil deze kwas. Die een gaat weg. Doe jij de even op de pan, vroeg mamma. Malmberg, s-hertogenbosch Malmberg, s-hertogenbosch Malmberg, s-hertogenbosch categorie eind -d/-t categorie verkleinwoorden op -je, -tje, en -pje categorie duffe /u/: -el, -em, -er Taaljournaal Lessuggestie groep 4 cat. lange klank aan eind v/e woord Mijn Malmberg Taaljournaal Lessuggestie groep 4 cat. ezel- en kikker-woorden Mijn Malmberg Ha, ho, hu! kopieerblad 1a Kwartetten met klinkers kopieerblad 1 Opdracht 1 Opdracht 1 Knip de kaartjes langs de stippellijnen uit. Knip de kaartjes los. Leg ze omgekeerd op tafel. Leg ze omgekeerd op tafel. Hussel ze door elkaar en maak er een stapel van. Speel het spel memory. Geef ieder 5 kaartjes en leg de rest in het midden. Wie wint de meeste kaartjes? Speel nu het kwartetspel. LANGE KLANK /ee/ LANGE KLANK /ee/ LANGE KLANK /ee/ LANGE KLANK /ee/ streken kreek kreek weken weken beek beek streken weken beek streken kreek LANGE KLANK /aa/ straten LANGE KLANK /aa/ schaal LANGE KLANK /aa/ schaal LANGE KLANK /aa/ schaal taal taal straten taal draden draden draden straten LANGE KLANK /oo/ LANGE KLANK /oo/ LANGE KLANK /oo/ LANGE KLANK /oo/ bogen school bogen bogen poot poot school poot bomen LANGE KLANK /uu/ bomen LANGE KLANK /uu/ bomen LANGE KLANK /uu/ school LANGE KLANK /uu/ buren uur schuren stuur uur schuren stuur buren schuren stuur buren uur Malmberg, s-hertogenbosch Malmberg, s-hertogenbosch categorie lange klank aan eind v/e woord categorie ezel- en kikkerwoorden
16