DOUANE EN ACCIJNZEN TOEGEPAST
TOEGEPAST DOUANE EN ACCIJNZEN TOEGEPAST KERSTIEN CELIS JOSSE VERBEKEN Antwerpen Cambridge
Douane en accijnzen toegepast Kerstien Celis en Josse Verbeken 2014 Antwerpen Cambridge www.intersentia-educatief.be Omslagbeeld: Containerterminal Waltershof in de haven van Hamburg istockphoto/ mh-fotos ISBN 978-94-000-0498-6 D/2014/7849/112 NUR 163 / 826 Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de uitgever.
WOORD VOORAF Douane en Accijnzen is een tak binnen de Fiscaliteit en tevens binnen Logistiek Management, waarvoor het gezegde Onbekend is onbemind geldt. In dit boek wordt alvast een poging ondernomen om een deel van dit onbekende te onthullen. Het boek is bedoeld als een inleiding tot Douane en Accijnzen voor studenten én professionelen die zich de basisprincipes van deze materie willen eigen maken. We beperken ons niet tot een louter theoretische uiteenzetting van de belangrijkste principes. Het boek is, zowel voor douane als voor accijnzen, aangevuld met talrijke voorbeelden en cases uit de praktijk. Ten behoeve van studenten en lectoren uit het (hoger) onderwijs werd tevens elektronisch les- en oefenmateriaal uitgewerkt. Met behulp van een digitaal leerplatform kan de materie op een interactieve manier ingeoefend worden. Via de website van (www.intersentia-educatief.be) kunt u contact opnemen met de uitgeverij om toegang te krijgen tot dit Edumatic-oefenpakket. Tot slot wensen we nog een aantal mensen en organisaties te bedanken voor hun medewerking bij de totstandkoming van dit boek: Jacques Vanwyck (HUBrussel), Jan Moortgat en Annie Vanherpe (Administratie Douane en Accijnzen), Eric Duchesne, Eric Geerts en Sarah Blessenaar (gewezen collega s Seagha-Descartes), collega s HoGent, Olivia Adins (Transuniverse), Elke Tack (VOKA Halle-Vilvoorde), Eddy Dela Rivière, Duvel- Moortgat, Dupont de Nemours Belgium, DHL Forwarding en vele anderen. Kerstien Celis Josse Verbeken v
INHOUD Woord vooraf................................................................ v HOOFDSTUK 1. INLEIDING................................................................ 1 1. Douanebeleid........................................................... 1 1.1. Indirecte belastingen............................................... 1 1.2. Douanebeleid gebaseerd op het principe van de douane-unie............ 1 1.2.1. Gemeenschappelijke invoerrechten........................... 2 1.2.2. Gemeenschappelijke douanewetgeving........................ 2 1.2.3. Gemeenschappelijke handelspolitiek.......................... 2 1.2.4. Harmonisatie van overige indirecte belastingen................. 3 1.3. Douanebeleid gebaseerd op het principe van de vrijhandelszone......... 3 2. Internationale instellingen m.b.t. douane................................... 4 2.1. Wereldhandelsorganisatie.......................................... 4 2.2. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling......... 5 2.3. Wereld Douane Organisatie......................................... 5 3. Europese integratie...................................................... 6 3.1. BLEU-Verdrag.................................................... 6 3.2. Benelux-Conventie................................................. 6 3.3. Verdrag van Parijs of EGKS-Verdrag................................. 7 3.4. Verdragen van Rome............................................... 7 3.5. Akkoord van Schengen............................................. 7 3.6. Europese Akte.................................................... 7 3.7. Verdrag van Maastricht............................................ 8 3.8. Economische en Monetaire Unie (EMU).............................. 8 3.9. Europese Economische Ruimte...................................... 8 4. Europese Unie.......................................................... 9 5. Europese instellingen................................................... 11 5.1. Europese Commissie.............................................. 11 5.2. Europees Parlement............................................... 11 5.3. Raad van Ministers van de EU..................................... 11 vii
Douane en accijnzen toegepast 5.4. Europese Raad................................................... 11 5.5. Europees Hof van Justitie.......................................... 12 5.6. Rekenkamer..................................................... 12 5.7. Europese Centrale Bank........................................... 12 6. Wetgeving in de EU.................................................... 12 6.1. Verordening Regulation......................................... 12 6.2. Beschikking Decision........................................... 13 6.3. Richtlijn Directive.............................................. 13 6.4. Aanbevelingen en adviezen Recommendations...................... 13 7. Bekendmaking EU-wetgeving........................................... 13 8. Communautair Douanewetboek......................................... 14 9. Basisbegrippen inzake douanewetgeving.................................. 14 9.1. Communautaire goederen Community Goods...................... 14 9.2. Niet-communautaire goederen Non-community goods............... 15 9.3. Invoer Import.................................................. 16 9.4. Binnenbrengen................................................... 16 9.5. Uitvoer Export................................................. 17 9.6. Verzending...................................................... 17 9.7. Communautair douanevervoer Common transit.................... 17 9.8. Gemeenschappelijk douanevervoer Community transit............... 17 9.9. Douanevervoer onder dekking van carnet TIR of carnet ATA.......... 17 HOOFDSTUK 2. BETROKKEN PARTIJEN................................................... 19 1. Directe of indirecte vertegenwoordigers................................... 19 1.1. Personen die aangiften mogen indienen............................. 19 1.2. Declaranten en hulpdeclaranten.................................... 20 2. Belgische Administratie der Douane en Accijnzen.......................... 21 2.1. Situering........................................................ 21 2.2. Opdrachten...................................................... 21 2.2.1. Inning.................................................... 21 2.2.1.1. Invoerrechten import duty en belastingen van gelijke werking.................................... 21 2.2.1.2. Accijnzen........................................ 22 2.2.1.3. Energiebijdrage op bepaalde producten verkregen uit minerale oliën, op aardgas en elektriciteit......... 22 2.2.1.4. Verpakkingsheffing op drankverpakkingen en milieuheffingen op sommige producten.............. 22 viii
Inhoud 2.2.1.5. Btw op ingevoerde goederen (komende van buiten het douanegebied van de EU) of op goederen binnengebracht uit gebieden die wel behoren tot het douanegebied van de EU, maar niet tot het fiscale gebied (zogenaamde niet-fiscale gebieden)............ 23 2.2.2. Controleopdrachten voor andere administraties van de FOD Financiën................................................. 23 2.2.2.1. Controle inzake btw op binnenlandse goederenbewegingen...................................... 23 2.2.2.2. Controle inzake verkeersbelasting................... 23 2.2.2.3. Controle op betaling eurovignet.................... 23 2.2.3. Controle op uitvoering handelspolitiek EU.................... 23 2.2.4. Toepassen veiligheidsbeleid van de EU (en België).............. 24 2.2.5. Bijkomende opdrachten.................................... 25 3. Authorised Economic Operator........................................... 25 3.1. Inleiding........................................................ 25 3.2. Voorwaarden tot het verkrijgen van een AEO-certificaat............... 26 3.3. Soorten AEO-certificaten.......................................... 27 HOOFDSTUK 3. RECHTEN EN ACCIJNZEN BIJ INVOER DOUANEWAARDE............... 29 1. Nomenclatuur en EU-douanetarief....................................... 29 1.1. Het Geharmoniseerd Systeem...................................... 29 1.2. Douanetarief uitgegeven door de Belgische Administratie Douane en Accijnzen........................................................ 31 1.3. Algemene regels voor de interpretatie van het Geharmoniseerd Systeem. 39 1.3.1. Regel 1................................................... 42 1.3.2. Regel 2................................................... 42 1.3.2.1. Regel 2a)......................................... 42 1.3.2.2. Regel 2b)......................................... 42 1.3.3. Regel 3................................................... 43 1.3.3.1. Regel 3a)......................................... 43 1.3.3.2. Regel 3b)......................................... 44 1.3.3.3. Regel 3c)......................................... 44 1.3.4. Regel 4................................................... 45 1.3.5. Regel 5................................................... 45 1.3.5.1. Regel 5a)......................................... 45 1.3.5.2. Regel 5b)......................................... 46 1.3.6. Regel 6................................................... 47 ix
Douane en accijnzen toegepast 1.4. Bindende tariefinlichtingen........................................ 47 2. Berekeningen i.v.m. (douane)waarde en rechten............................ 49 2.1. Soorten rechten.................................................. 49 2.1.1. Conventionele rechten en autonome rechten................... 49 2.1.2. Preferentiële rechten en niet-preferentiële rechten.............. 49 2.1.3. Waarderechten, specifieke rechten en gemengde rechten........ 50 2.1.4. Tariefcontingenten......................................... 51 2.1.5. Bestemmingsrechten....................................... 52 2.2. Methode waardebepaling.......................................... 52 2.2.1. Transactiewaarde ingevoerde goederen....................... 52 2.2.2. Transactiewaarde identieke goederen......................... 53 2.2.3. Transactiewaarde soortgelijke goederen...................... 54 2.2.4. Terugrekenmethode (of deductieve methode).................. 54 2.2.5. Berekende waarde......................................... 55 2.2.6. Methode met redelijke middelen............................. 55 2.3. Incoterms 2010................................................... 55 2.3.1. Incoterms voor alle transportmodi........................... 56 2.3.1.1. EXW Ex works (of af fabriek ).................... 56 2.3.1.2. FCA Free carrier................................ 56 2.3.1.3. CPT Carriage paid to............................ 57 2.3.1.4. CIP Carriage and insurance paid to................ 57 2.3.1.5. DAT Delivered at terminal........................ 57 2.3.1.6. DAP Delivered at place........................... 57 2.3.1.7. DDP Delivered duty paid (of franco inclusief rechten )......................................... 57 2.3.2. Incoterms voor alle zeevervoer of binnenvaart................. 57 2.3.2.1. FAS Free alongside ship........................... 57 2.3.2.2. FOB Free on board............................... 58 2.3.2.3. CFR Cost and freight............................. 58 2.3.2.4. CIF Cost, insurance and freight (of kostprijs, verzekering en vracht )............................ 58 2.4. Berekening van de douanewaarde, maatstaf van heffing voor de btw en statistische waarde............................................. 58 2.4.1. Bijzondere waarderingen................................... 61 2.4.1.1. Eenheidswaarden (ook vereenvoudigde procedures genoemd)........................................ 61 2.4.1.2. Invoerprijzen (ook forfaitaire invoerwaarden genoemd)........................................ 61 x
Inhoud HOOFDSTUK 4. DOUANEBESTEMMINGEN................................................ 63 1. Overzicht douanebestemmingen......................................... 63 2. Douaneregelingen...................................................... 64 2.1. In het vrije verkeer brengen (of gewone invoer)...................... 64 2.2. Douanevervoer transit........................................... 65 2.3. Uitvoer export.................................................. 66 2.4. Economische douaneregeling customs procedure with economic impact........................................................... 66 2.4.1. Douane-entrepot bonded warehouse........................ 66 2.4.2. Btw-entrepot.............................................. 68 2.4.3. Actieve veredeling inward processing........................ 68 2.4.4. Behandeling onder douanetoezicht (BOD).................... 68 2.4.5. Tijdelijke invoer temporary import......................... 70 2.4.6. Passieve veredeling outward processing...................... 70 2.4.7. Tijdelijke uitvoer.......................................... 71 HOOFDSTUK 5. IMPORT CONTROL SYSTEM EN EXPORT CONTROL SYSTEM................ 73 1. Import Control System (ICS) Inleiding................................... 73 2. Summiere Aangifte Binnenkomst (of Entry Summary Declaration) van alle goederen aan boord.................................................... 74 3. Aankomstmelding (aankomst transport).................................. 76 4. Summiere aangifte voor tijdelijke opslag (te lossen goederen)................ 77 5. Douanebestemming (douaneaangifte).................................... 77 6. Export Control System (ECS) Inleiding.................................. 79 HOOFDSTUK 6. ENIG ADMINISTRATIEF DOCUMENT..................................... 81 1. Inleiding.............................................................. 81 1.1. Elektronische systemen............................................ 82 1.2. Waarom nog het EAD bestuderen?.................................. 82 2. Vak 1, vak 37 en vak 44 B.V............................................... 83 2.1. Vak 1........................................................... 83 2.2. Vak 44 Code B.V................................................. 84 2.3. Vak 37.......................................................... 85 xi
Douane en accijnzen toegepast 3. De voornaamste vakken van invoer, uitvoer en transitaangiften.............. 88 3.1. Vak 2. Afzender/exporteur......................................... 88 3.2. Vak 3. Formulieren............................................... 89 3.3. Vak 5. Artikelen.................................................. 89 3.4. Vak 6. Totaal colli................................................. 89 3.5. Vak 7. Referentienummer.......................................... 90 3.6. Vak 8. Geadresseerde.............................................. 90 3.7. Vak 9. Financieel verantwoordelijke, Vak 10. Land van eerste bestemming/land laatste herkomst, Vak 11. Handels(productie)land, Vak 12. Gegevens inzake waarde en Vak 13. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)..................................................... 90 3.8. Vak 14. Aangever/vertegenwoordiger................................ 90 3.9. Vak 15a. Code land van uitvoer/verzending.......................... 91 3.10. Vak 15b. Land van uitvoer/verzending............................... 91 3.11. Vak 16. Land van oorsprong en Vak 17. Land van bestemming.......... 91 3.12. Vak 17a. Code land van bestemming................................ 91 3.13. Vak 17b. Code regio van bestemming............................... 91 3.14. Vak 18. Identiteit en nationaliteit vervoermiddel bij aankomst/vertrek... 92 3.15. Vak 19. Containers................................................ 92 3.16. Vak 20. Leveringsvoorwaarden..................................... 92 3.17. Vak 21. Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende vervoermiddel...................................................... 92 3.18. Vak 22. Valuta en totaal gefactureerd bedrag......................... 93 3.19. Vak 23. Wisselkoers............................................... 93 3.20. Vak 24. Aard van de transactie..................................... 93 3.21. Vak 25. Vervoerwijze aan de grens.................................. 93 3.22. Vak 26. Binnenlandse vervoerwijze................................. 94 3.23. Vak 27. Plaats van lading/lossing.................................... 94 3.24. Vak 29. Kantoor van uitgang/binnenkomst.......................... 94 3.25. Vak 30. Plaats waar de goederen zich bevinden....................... 95 3.26. Vak 31. Colli en omschrijving van de goederen....................... 95 3.27. Vak 32. Artikelnummer........................................... 96 3.28. Vak 33. Goederencode............................................. 96 3.29. Vak 34a. Code van oorsprong...................................... 97 3.30. Vak 34b. Regio van oorsprong...................................... 97 3.31. Vak 35. Brutomassa (kg)........................................... 97 3.32. Vak 36. Preferentie................................................ 97 3.33. Vak 37. Regeling.................................................. 98 3.34. Vak 38. Nettomassa (kg)........................................... 98 3.35. Vak 39. Contingent............................................... 98 xii
Inhoud 3.36. Vak 40. Summiere aangifte/voorafgaand document................... 99 3.37. Vak 41. Aanvullende eenheden.................................... 100 3.38. Vak 42. Prijs van de goederen..................................... 101 3.39. Vak 43. Methode waardebepaling.................................. 101 3.40. Vak 44. Bijzondere vermeldingen Andere documenten.............. 101 3.41. Vak 46. Statistische waarde....................................... 102 3.42. Vak 47. Berekening van de belastingen............................. 102 3.43. Vak 48......................................................... 103 3.44. Vak 49. Identificatie van het entrepot............................... 104 3.45. Vak 50......................................................... 104 3.46. Vak 51.......................................................... 104 3.47. Vak 52......................................................... 104 3.48. Vak 53. Kantoor van bestemming.................................. 105 HOOFDSTUK 7. PROCEDURES EN WERKWIJZE BIJ HET (ELEKTRONISCH) UITWISSE- LEN VAN GEGEVENS.................................................... 107 1. Inleiding............................................................. 107 2. Procedures bij NCTS.................................................. 107 2.1. Inleiding....................................................... 107 2.2. NCTS-terminologie.............................................. 108 2.3. Normale procedure bij vertrek en aankomst......................... 108 2.3.1. Bij vertrek............................................... 108 2.3.2. Bij aankomst op het kantoor van bestemming................ 110 2.4. Vereenvoudigde procedure bij vertrek en aankomst.................. 110 2.5. Procedure bij een vergunning laad- en losplaats..................... 112 2.6. Bijkomend gebruik NCTS........................................ 113 3. Procedures bij PLDA.................................................. 113 3.1. PLDA-terminologie.............................................. 113 3.2. Procedure bij export en ECS...................................... 115 3.3. Procedure bij import en herhaling ICS............................. 117 HOOFDSTUK 8. OORSPRONG VAN GOEDEREN........................................... 121 1. Inleiding............................................................. 121 2. Fiscale oorsprong..................................................... 121 2.1. Principe........................................................ 121 xiii
Douane en accijnzen toegepast 2.2. Oorsprong...................................................... 122 2.2.1. Definities en principe..................................... 122 2.2.2. Voorbeelden volgens oorsprong............................. 125 2.3. Overzicht van de overeenkomsten................................. 129 2.3.1. Algemeen Preferentieel Systeem (APS) voor ontwikkelingslanden................................................... 130 2.3.1.1. APS-landen (sinds 1 januari 2014 gewijzigd)......... 130 2.3.1.2. Regeling met de APS-landen...................... 131 2.3.2. Vrijhandelsovereenkomsten Middellandse Zeegebied.......... 132 2.3.3. EPA-landen.............................................. 134 2.3.4. LGO-landen............................................. 134 2.3.5. EVA-landen.............................................. 134 2.3.6. Turkije.................................................. 135 2.3.7. Landen van de westelijke Balkan............................ 135 2.3.8. Andere landen en verdragen............................... 135 3. Niet-preferentiële oorsprong............................................ 137 HOOFDSTUK 9. INVOER VAN GOEDEREN VOOR HET VRIJE VERKEER EN VOOR HET VERBRUIK............................................................... 139 1. Algemeen............................................................ 139 1.1. Vak 1.......................................................... 140 1.2. Vak 8.......................................................... 141 1.3. Vak 37......................................................... 141 1.4. Vak 44......................................................... 141 1.5. Vak 47......................................................... 142 2. Goederen met bestemming buiten België................................. 142 3. Over te leggen documenten............................................. 148 3.1. Factuur......................................................... 148 3.2. DV1 Declaration of value........................................ 149 3.3. Certificaten en attesten betreffende de herkomst of de oorsprong van de goederen..................................................... 152 3.4. Documenten die vereist zijn ter uitvoering van een gezondheidsmaatregel en/of plantenziektekundige getuigschriften bij invoer van allerlei planten en vruchten....................................... 152 3.5. Begeleidende documenten voor afvalstoffen en vervoervergunningen voor radioactieve producten en springstoffen........................ 152 3.6. CITES-invoervergunningen of certificaten voor bedreigde in het wild levende planten- en diersoorten................................... 152 xiv
Inhoud 3.7. Andere invoervergunningen of certificaten indien de goederen bij invoer aan een vergunning of certificaat zijn onderworpen............ 153 4. Betalen van rechten bij invoer........................................... 153 HOOFDSTUK 10. TRANSIT................................................................ 155 1. Communautair en gemeenschappelijk douanevervoer..................... 155 2. TIR.................................................................. 156 3. Vereenvoudigingen.................................................... 159 3.1. Vervoer door de lucht............................................ 159 3.2. Vervoer over zee................................................. 159 3.3. Vervoer per spoor................................................ 160 4. Zekerheidstelling...................................................... 161 HOOFDSTUK 11. UITVOER VAN GOEDEREN.............................................. 165 1. Algemeen............................................................ 165 2. Procedures........................................................... 165 3. Over te leggen documenten............................................. 168 4. Certificaten bestemd voor het land van bestemming....................... 168 4.1. Geldigheid van het certificaat..................................... 168 4.2. Leveranciersverklaring........................................... 169 HOOFDSTUK 12. ECONOMISCHE DOUANEREGELINGEN.................................. 171 1. Actieve veredeling..................................................... 171 1.1. Inleiding....................................................... 171 1.2. Twee systemen.................................................. 172 1.3. Vergunning..................................................... 173 1.4. Werking van de schorsingsregeling actieve veredeling................ 176 1.4.1. Document bij plaatsing.................................... 176 1.4.2. Zekerheid................................................ 177 1.4.3. Verlenging van de geldigheidsduur.......................... 177 1.4.4. Overbrenging............................................ 177 1.4.5. Zuivering van de regeling.................................. 178 1.5. Belangrijke vereisten bij actieve veredeling.......................... 179 1.5.1. Lijst van processen die niet als veredelingsproces in aanmerking komen.............................................. 179 xv
Douane en accijnzen toegepast 1.5.2. Economische voorwaarden................................ 180 1.5.3. Identificatie van de goederen onder actieve veredeling......... 180 1.5.4. Opbrengstpercentage...................................... 180 1.5.5. No drawback-regel........................................ 180 1.6. Bijzondere regelingen............................................ 181 1.6.1. Equivalentieverkeer....................................... 181 1.6.2. Voorafgaande uitvoer..................................... 182 1.6.3. Driehoeksverkeer......................................... 183 1.7. Werking van de regeling actieve veredeling Terugbetalingssysteem... 183 1.7.1. Plaatsing onder de regeling................................. 184 1.7.2. Zuivering van de regeling.................................. 184 1.7.3. Verzoek tot terugbetaling.................................. 184 2. Passieve veredeling.................................................... 185 2.1. Inleiding....................................................... 185 2.2. Bijzondere varianten............................................. 186 2.2.1. Driehoeksverkeer......................................... 186 2.2.2. Uitwisselingsverkeer...................................... 186 2.2.3. Herstelling............................................... 187 2.3. Werking van het regime van passieve verdeling...................... 187 2.3.1. Plaatsing onder de regeling................................. 187 2.3.2. Wederinvoer van de veredelingsproducten................... 188 2.4. Berekening rechten.............................................. 189 2.4.1. Aftrekregeling............................................ 189 2.4.2. Toegevoegde-waardemethode.............................. 189 3. Douane-entrepots..................................................... 190 3.1. Inleiding....................................................... 190 3.2. Publieke entrepots............................................... 192 3.2.1. Entrepot van het type A................................... 192 3.2.2. Entrepot van het type B.................................... 192 3.2.3. Entrepot van het type F.................................... 193 3.3. Particuliere entrepots............................................ 193 3.3.1. Entrepot van het type C................................... 193 3.3.2. Entrepot van het type D................................... 193 3.3.3. Entrepot van het type E.................................... 194 3.4. Werking van een entrepot........................................ 194 3.4.1. Inslag................................................... 194 3.4.2. Opslag.................................................. 195 3.4.3. Uitslag.................................................. 196 3.5. Vergunning..................................................... 196 3.6. Zekerheid....................................................... 197 xvi
Inhoud 3.7. Berekening van de rechten (indien nodig)........................... 197 4. Tijdelijke invoer....................................................... 198 4.1. Algemeen....................................................... 198 4.2. Over te leggen documenten....................................... 199 4.3. Te betalen rechten bij invoer...................................... 201 4.3.1. Gehele vrijstelling van rechten.............................. 201 4.3.2. Geen vrijstelling.......................................... 202 4.3.3. Gedeeltelijke vrijstelling................................... 202 4.4. Zekerheid....................................................... 203 5. Behandeling onder douanetoezicht...................................... 203 HOOFDSTUK 13. ACCIJNZEN............................................................. 205 1. Algemeen............................................................ 205 1.1. Communautaire accijnsgoederen versus nationale accijnsproducten.... 205 1.2. Gewone versus bijzondere accijnzen................................ 206 1.3. Pogingen tot harmonisatie in de Benelux........................... 206 2. Begrippen inzake accijnzen............................................. 206 2.1. Erkend entrepothouder........................................... 207 2.2. Geregistreerde geadresseerde...................................... 208 2.3. Tijdelijk geregistreerde geadresseerde.............................. 209 2.4. Geregistreerde afzender.......................................... 210 2.5. Vrijgestelde geadresseerde........................................ 211 2.6. Accijnsinrichting voor nationale accijnsproducten................... 211 2.7. Uniek SEED-nummer............................................ 212 3. Verschuldigdheid van accijnzen......................................... 213 3.1. Tussen bedrijven................................................ 213 3.2. Private aankopen................................................ 215 4. Berekeningen van de accijnzen.......................................... 216 5. Voorraadadministratie................................................. 220 6. Bewegingen met accijnsproducten: het ead.............................. 222 7. Inhoud van het AGD of het ead........................................ 223 8. De verschillende producten............................................. 224 8.1. Ethylalcohol en alcoholhoudende dranken.......................... 224 8.2. Energieproducten en elektriciteit.................................. 224 8.3. Tabaksfabrikaten................................................ 225 8.4. Alcoholvrije dranken............................................ 225 9. Excise Movement Control System (EMCS)................................ 226 9.1. Inleiding....................................................... 226 xvii
Douane en accijnzen toegepast 9.2. De procedure voor overbrenging van communautaire accijnsgoederen. 227 9.3. Uitvoer van communautaire accijnsgoederen........................ 228 9.4. Invoer van accijnsgoederen uit een derde land....................... 229 10. Zekerheidstelling en zuivering.......................................... 229 Bibliografie............................................................... 231 Bijlagen.................................................................. 233 Bijlage 1. Aanvraagformulier Bindende Tariefinlichting................... 234 Bijlage 2. Enig Administratief Document................................ 236 Bijlage 3. Letters voor vak 44 code B.V................................... 249 Bijlage 4. Tabel met de combinaties van de codes voor de vakken 37(1), 37(2) en 44.................................................. 250 Bijlage 5. Aard van de transactie Codes................................ 272 Bijlage 6. Wijze van vervoer Codes.................................... 274 Bijlage 7. Verpakkingen Codes........................................ 275 Bijlage 8. EUR.1-formulier............................................. 286 Bijlage 9. FORM A.................................................... 287 Bijlage 10. Preferentie Codes........................................... 288 Bijlage 11. Begeleidingsdocument NCTS.................................. 289 Bijlage 12. Geheel en al verkregen producten.............................. 290 Bijlage 13. Ontoereikende bewerkingen................................... 292 Bijlage 14. A.TR-formulier.............................................. 293 Bijlage 15. Aangifte inzake douanewaarde (DV1)........................... 294 Bijlage 16. Inlichtingenblad actieve verdeling (INF1)....................... 296 Bijlage 17. Inlichtingenblad actieve verdeling (INF5)....................... 297 Bijlage 18. Tijdelijke invoer (ATA-carnet)................................. 298 Bijlage 19. Electronisch Administratief Document (e-ad)................... 299 xviii