Verkeersveiligheid GEWE STELIJK ACTIEPLAN 2011 -- 2020 SGVV BHG Strategische en operationele goedgekeurd door de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 3 maart 2011
1Verminderen van de verkeerssnelheid De bestuurders die met overdreven of onaangepaste snelheid rijden, vormen een kleine minderheid, en een algemene verkeersbeheersing is van toepassing. Peiling: Operationele 1.1. Op de primaire weget en de interwijkwegen is de werkelijke verkeerssnelheid aan het snelheidsregime. 1.2. De verkeerssnelheid wordt gekalmeerd op al de wijkontsluitingswegen. 1.3. De zones 30 "schoolomgevingen" zijn zichtbaar en geloofwaardig. 1.4. De bestuurders hebben het nut van de snelheidsbeperkingen ten voordele van de veiligheid en de stedelijke leefbaarheid begrepen. 1.5. De reële kans om onderworpen te worden aan een snelheidscontrole en eventueel beboet te worden is groot, en wordt ook als dusdanig ingeschat. 2 Verhogen van de gordeldracht en het correcte gebruik van toestellen om kinderen te vergrendelen. Verhogen van het gebruik van de helm De gordeldracht en het correct gebruik van toestellen om kinderen te vergrendelen voor- en achterin loopt op tot 95% in 2020. Het dragen van een helm door motorrijders en bromfi etsers loopt op tot 99% in 2020. Peiling "gordeldracht": 2.1. De automobilisten zijn overtuigd van het nut van de gordeldracht en het correct gebruik van toestellen om kinderen te vergrendelen. 2.2. Motorrijders, bromfi etsers en fi etsers zijn overtuigd van het nut om een helm te dragen. 2.3. De reële kans om onderworpen te worden aan een controle op de gordel- of helmdracht en eventueel beboet te worden is groot en wordt ook als dusdanig ingeschat. 3 Het rijden onder invloed drastisch verminderen Peiling "alcohol": 3.1. Het rijden onder invloed (alcohol, drugs, medicatie, vermoeidheid, ) is sociaal onaanvaardbaar geworden. 3.2. De bestuurders zijn gesensibiliseerd over de risico s die verbonden zijn aan het rijden onder invloed van alcohol, drugs, medicatie of vermoeidheid. 3.3. De reële kans en de gepercipieerde kans om onderworpen te worden aan een alcohol- of drugs controle en desgevallend beboet te worden is groot. De recidivisten zijn weinig talrijk en worden correct aangepakt. 3.4. Het aanbod aan alternatieve mobiliteit is gekend, aangepast aan de behoeften, en wordt voldoende gebruikt om het rijden onder invloed van alcohol, drugs, medicatie of vermoeidheid te vermijden.
Operationele 4 Valoriseren en stimuleren van voorzichtig en anticiperend gedrag - Terugdringen van gevaarlijk en onaangepast gedrag 4.1. De rijvaardigheid van alle weggebruikers is verbeterd. De weggebruikers zijn overtuigd van het belang van een preventief en anticipatief rijgedrag en passen dit toe. 4.2. De kennis van alle weggebruikers over de verkeersveiligheidsregels en de inschatting van de specificiteiten van de andere weggebruikers is verbeterd. 4.3. De bestuurders stoppen om activiteiten uit te voeren die niet verbonden zijn met de rijtaak. Voetgangers vermijden "multi-activiteit" tijdens het oversteken. 4.4. De naleving van de regels wordt gevaloriseerd. De reële en gepercipieerde kans om onderworpen te worden aan een controle voor gevaarlijk gedrag en hiervoor eventueel beboet te worden is groot. 4.5. De rijvaardigheid van de fi etsers en hun kennis van de wegcode en de bijzondere risico s die verbonden zijn aan het fi etsen zijn verbeterd. 4.6. De rijvaardigheid van de motorrijders en bromfi etsers en hun kennis van de wegcode en de specifi eke gevaren van het rijden met gemotoriseerde tweewielers zijn verbeterd. 5 Beschermen van de kwetsbare weggebruikers: voetgangers, fietsers, bromfietsers en motorrijders Het aantal slachtoffers van ongevallen onder voetgangers, fi etsers bromfi etsers en motorrijders vermindert met minstens 50% tussen 2010 en 2020. Peiling "overstekende voetganger": Peiling "voetgangers en trams": Omvang Peiling "fi etsers": Omvang Peiling "motorrijders": Omvang 5.1. De wegbedekking is in goede staat en niet glad, de wegen zijn goed begaan- en/of berijdbaar. Een kwaliteitscontrole van de goede staat van de inrichtingen wordt regelmatig uitgevoerd. De vastgestelde of gemelde gebreken worden snel verholpen. 5.2. Een goede wederzijdse zichtbaarheid is gewaarborgd op de kruispunten, rotondes en aan de oversteekplaatsen voor voetgangers. 5.3. Motorrijders, voetgangers, fi etsers en bromfi etsers zijn zich bewust van het belang zelf goed zichtbaar te zijn. 5.4. Een voetgangers- fi etsers- en motorrijdersfi lter wordt toegepast op de bouwprojecten voor wegen waarbij er over gewaakt wordt dat aan hun belangrijkste verkeersveiligheidsbehoeften wordt tegemoet gekomen, te beginnen met de kwetsbaarste weggebruikers. 5.5. Een optimaal veiligheidsniveau is bereikt voor het ge heel van de voetgangersoversteekplaatsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door de volgende principes in de mate van het mogelijke te respecteren: een goede wederzijdse zichtbaarheid bestuurdervoetganger, het beperken van de mogelijkheid tot voorbijsteken, maximum één rijstrook per richting voor niet lichtengeregelde oversteekplaatsen, de afwezigheid van hindernissen die de voetganger er zouden toe aanzetten risico s te nemen bij het oversteken,
Operationele lage verkeerssnelheden, afwezigheid van obstakels, een doeltreffende geleiding voor de PBM, het beperken van de conflicten op lichtengeregelde kruispunten. 5.6. De samenleving in het verkeer tussen openbaar vervoer en voetgangers is verbeterd. 5.7. De wegcode wordt aangepast aan de noden van de kwetsbare weggebruikers. 5.8. De voorzieningen voor de voetgangers, fi etsers en bromfi etsers die ongeschikt of gevaarlijk zijn, worden aangepast of verwijderd. 5.9. De andere weggebruikers zijn gesensibiliseerd over gedragingen die een gevaar kunnen opleveren voor de voetgangers, fietsers, bromfietsers en motorrijders. 6 De wegen en straten intrinsiek veilig maken Elke nieuwe inrichting of herinrichting van de wegenis integreert ten volle de verkeersveiligheidscriteria. Peiling "zones met concentratie van ongevallen": Omvang 6.1. Alle actoren die verantwoordelijk zijn voor dossiers van wegenaanleg zijn gesensibiliseerd en gevormd met betrekking tot verkeersveiligheid. 6.2. De ontwerpers van wegen en hun inrichting maken gebruik van referentiedocumenten. 6.3. De dossiers van wegenaanleg zijn volledig en worden onderworpen aan een kwaliteitsprocedure tot aan de oplevering van de werken. 6.4. Een verkeersveiligheidsadvies wordt gegeven op de bouwprojecten van wegen (audits of onder andere vorm). 6.5. Een controle van de infrastructuur wordt regelmatig uitgevoerd. De vastgestelde of gemelde gebreken aan de wegen worden snel verholpen. 6.6. Er wordt rekening gehouden met de veiligheid van al de weggebruikers bij het beheer van de werven. 6.7. De zones met ongevallenconcentraties zijn verdwenen. 6.8. De verkeerslichten beperken zoveel mogelijk de mogelijke conflicten tussen de verschillende verkeersbewegingen, met inbegrip van de voetgangers. 7 De handhavingsketting versterken 7.1. De controles zijn voldoende talrijk en alle vastgestelde inbreuken leiden tot een effectieve verbalisering en sanctie. 7.2. De handhavingsmethodes zijn effectief, effi ciënt en gemakkelijk. 7.3. De effectiviteit en de coherentie van het handhavingsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is verzekerd via een structurele coördinatie tussen de betrokken actoren.
Operationele 8 De kennis van de ongevallen met slachtoffers en hun omstandigheden verbeteren om doelgerichter en efficiënter actie te ondernemen 8.1. Volledige, betrouwbare en recente statistische en cartografi sche gegevens zijn toegankelijk voor al de actoren van de verkeersveiligheid. 8.2. Een regelmatig beheer van de statistische gegevens en van hun evolutie is gewaarborgd en beschikbaar gesteld. 8.3. Gedetailleerde studies over de belangrijkste uitdagingen op vlak van verkeersveiligheid, laten toe deze uitdagingen op doeltreffende wijze aan te gaan en het resultaat van het gevoerde beleid te evalueren. 9 De verkeersveiligheid verankeren in de cultuur en de administratieve- en beleidsstructuren 9.1. De verkeersveiligheid wordt verheven tot de rang van "zaak van gewestelijk belang" door de gewestelijke regering en de gemeentelijke executieven en maakt in die zin deel uit van een transversaal beleid. 9.2. De organisatiestructuren laten toe om een geïntegreerd en transversaal verkeersveiligheidsbeleid te voeren. 9.3. De institutionele actoren spelen een voorbeeldrol. 9.4. De geïdentifi ceerde doelgroepen ontvangen een geschikte informatie en of vorming inzake verkeersveiligheid. 9.5. Het grote publiek is gesensibiliseerd voor de verkeersveiligheid door aangepaste en regelmatige boodschappen. 9.6. De functie "verkeer" is opgewaardeerd op alle niveaus van de handhavingsketting. 9.7. De hulp aan verkeersslachtoffers is verbeterd. 9.8. Initiatieven en goede praktijken op vlak van verkeersveiligheid worden gestimuleerd en beloond.