6 Bosverjonin: voorbereidin en behandelin Enkele bespieelinen in het jone bos In Bosrevue 20 lazen we wat de verwachtinen en risico s zijn bij de afwein tussen aanplanten of spontane verjonin, en dit voor verschillende beheerdoelstellinen: esloten bos, productie van kwaliteitshout of natuurontwikkelin. Maar wanneer is het eschikte moment om over te aan tot verjonin? En vanuit welke overweinen maakt de beheerder de keuze om te verjonen? We maken in dit artikel kennis met het berip selectieve verjonin en worden beknopt inewijd in de behandelin van jon bos. Een aantal praktijkvoorbeelden even ons hierbij een beter inzicht. Selectieve verjonin Ervarinen leren dat vaak wordt overeaan tot verjonin zonder het bos in een ruimer kader te zien. Onder meer subsidies, de omvormin van uitheems naar inheems bos, het inspelen op inevinen van het moment, bepaalde persoonlijke voorkeuren en de overtuiin dat een bos versleten is halen dan vaak de bovenhand op eerder rationele overweinen: het nastreven van een evenwichtie leeftijdsverdelin, structuurvariatie en soortendiversifiërin. Leeftijden om over te aan tot verjonin zijn dan ook niet altijd even relevant. Ze zijn wel indicatief voor een bepaald ontwikkelinsstadium en de te verwachten inrepen die de beheerder kan uitvoeren. Dat leeftijden en omlooptijden voor het al of niet uitvoeren van beheerinrepen in Vlaanderen te vaak als strikte leidraad dienen, bewijst het belan dat ehecht wordt aan kapreelinen. Beheerplannen, hoe uitebreid of beperkt ze ook zijn, worden in essentie al te vaak herleid tot een kapreelin. Nochtans hant bosbeheer heel vaak niet alleen af van het vastelede tijdschema. Hoe voorspelbaar bosbeheer ook ma lijken, vele kapreelinen in beheerplannen draaien na enkele jaren in de soep weens onvoorziene omstandiheden: door slechte weersomstandiheden is de voorziene kappin uitebleven, door ziekte of andere problemen kwam de beheerder niet tot het aantekenen en uitvoeren van de kappin, problemen met de koper en de exploitant kunnen aanslepen Daarnaast kunnen kapreelinen wijzien Frederik Vaes, zelfstandi bosbeheerder doordat inzichten van de beheerder wijzien: het mikken op versnelde omvorminen, inspelen op de houtmarkt, sterker of zwakker dunnen, het niet of slecht functioneren van bepaalde bestanden Bovendien zijn (natuurlijke) verjoinen onvoorspelbaar of evolueren ze onverwacht. Soms komt een beheerder tot het inzicht dat hij/zij beter het bos laat spreken dan de kapreelin. Het eïntereerd bosbeheer, zoals dat in Nederland evoerd wordt (maar ook elders in Europa), houdt zich bezi met het nadenken over de functievervullin van het bos. De vraa die de beheerder zich stelt, is de volende: voldoet het huidie (mijn) bos no aan de verwachtinen die ik als bosbeheerder heb? Als de beheerder tot het inzicht komt dat zijn bos of delen ervan niet voldoen, dan kan hij verschillende acties ondernemen: zijn bos of delen ervan onbeheerd laten zijn bos of de delen ervan die niet voldoen kappen en opnieuw beinnen Subsidies en aanplantinen: eiken voor mijn eld De subsidies voor bosaanle schieten deels hun doel voorbij. Er is terecht een rote bekommernis voor inheemse en standplaatseschikte soorten. En toch kiezen eienaars vaak eiken voor hun eld. Niet verwonderlijk als je weet dat de werkelijke aanplant van een inheems eikenbos evenveel kost als de aanplant van een inheems elzenbos, maar de eiken in praktijk tot 3700 euro in het laatje kunnen brenen, en diezelfde elzen slechts 2500 euro per ha 1. Jammer, want hoewel eiken weini eisen stellen aan de bodem, worden ze nu aaneplant op plaatsen die niet optimaal zijn. Bovendien zijn de stamtallen aan de lae kant om op marinale standplaatsen met deze boomsoort hoe productieverwachtinen te koesteren. Andere soorten als zwarte els, ruwe en zachte berk worden te weini naar waarde eschat, zo etuit ook een artikel uit een vorie bosrevue 2. Stellen dat deze boomsoorten minder opbrenen op het oenblik van verkoop, is voorbijaan aan het emak waarmee op vele voor inlandse eiken marinale standplaatsen behoorlijke kwaliteiten met deze pioniers ehaald worden. Bovendien is er wel deelijk een markt voor kwaliteit van deze boomsoorten, voorbeelden uit het buitenland bewijzen dit. 1 Het aat om de basissubsidiebedraen van respectievelijk 3200 en 2000 euro/ha voor zomereik en zwarte els vermeerderd met 500 euro/ha voor menin van minimum 10% van het stamtal met struiken of andere boomsoorten. 2 Verstraeten A, Quataert P & Vandekerkhove K, 2007. Bosaanplantin of spontane verbossin?
In het eval dit bij de laatste optie betekent dat een verjonin voorzien wordt, noemen onze noorderburen dat selectieve verjonin. Er zijn een aantal motivaties moelijk om deze laatste optie door te voeren: een verbeterin van de te verwachten houtkwaliteit op de standplaats met dezelfde of een andere boomsoort een verbeterin van de natuurwaarde van het bos een verhoin van de belevinswaarde van het bos een betere leeftijdsverdelin in het bos het introduceren van nieuwe boomsoorten in het bos het veraren van overheidssteun onder de vorm van subsidies is in Vlaanderen ook soms een belanrijke drijfveer Inzicht krijen in het functioneren van het bos? Een lasheldere methode om het nodie inzicht in het bos te verwerven is de toekomstboommethode 3. Een toekomstboom is een boom die in het bosbestand moet blijven omdat hij bijdraat tot het ewenste doel. De beheerder aat bijevol op zoek naar voldoende toekomstbomen van de ewenste kwaliteiten. Dit kan zowel uit het opzicht van boomsoortensamenstellin, productiekwaliteit, belevinswaarde en/of natuurwaarde ebeuren. Door het inzicht in de spreidin en de aanweziheid van die toekomstbomen kan de beheerder omvorminsscenario s formuleren om die delen van het bossen die niet voldoen om te vormen: hij aat selectief verjonen. Bijkomende arumenten om selectief te verjonen zijn enerzijds het feit dat de bomen in het bos (of in delen ervan) de ewenste doeldiameters bereikt hebben om tot eindkap over te aan van de oostbare bomen. Anderzijds kan natuurlijke verjonin (of soms kunstmatie verjonin) in het bos in sommie evallen nood hebben aan licht om te kunnen uitroeien tot een volende, volwaardie boseneratie. 7 Eens de beheerder een scenario heeft ontwikkeld, komt het erop aan om dat ook te voeren. Bij het selectief verjonen kan hij kiezen uit twee scenario s of een combinatie van beide. Beide verjoninsmethodes hebben voor- en nadelen (tabel 1). natuurlijke verjonin: natuurlijke bezaaiin kunstmatie verjonin: aanplanten of zaaien efusioneerde verjonin: combinatie van natuurlijke bezaaiin met kunstmatie aanplant. Verjonin in de praktijk: voorbeelden Sparen van verjonin bij omvorminskappinen van populier (of eventueel naaldhout) In een aantal evallen is de bezettin van natuurlijke verjonin in de struiklaa van die aard (voldoende hoo stamtal en kwaliteit) dat het de moeite loont om bij de eindkap zoveel moelijk verjonin te sparen. In Kempische naaldhoutbossen is daar al enkele jaren ervarin mee, ook in populierenbossen speelt wel eens een elijkaardi scenario. Bovendien zijn een aantal populierenaanplantinen aaneled met een nevenetae van moelijk interessante soorten voor de eneratie volend op de populieren. Afween of een erinere verkoopprijs van het hout bij eindkap opweet teen een oed espaarde verjonin kan hier meespelen: inkomstendervin uit houtverkoop kan eriner zijn dan de kosten voor bosaanle. Maar welke winst kan no ehaald worden uit het sparen van de verjonin? Door de aanweziheid van de verjonin kan verruiin na de eindkap een of minder een probleem vormen. Daarnaast ziet de bosstructuur er vaak veel natuurlijker uit doordat enerzijds delen niet bezet 4 zijn, anderzijds zijn delen van het bos dichter bezet. Bovendien staan de bomen niet op strakke lijnen. 3 Voor meer info over de toekomstboommethode wordt verwezen naar Bosrevue 1 (jaaran 2002, juli-auustus-september): Toekomstbomen: een handi hulpiddel voor de bosbeheerders?, p 1-4. 4 Verstraeten A, Quataert P & Vandekerkhove K, 2007. Bosaanplantin of spontane verbossin? TABEL 1: VOOR- EN NADELEN VAN VERJONGINGSMETHODES NATUURLIJKE VERJONGING + - oedkoop - vaak overvloedi, zeker in het eval van pionierboomsoorten als ruwe en zachte berk, rove den, wilen, zwarte els, ratelpopulier, rauwe abeel - ook met volende boomsoorten zijn mooie kwaliteitsvolle natuurlijke verjoninen te realiseren: ewone es, ewone esdoorn, noorse esdoorn, doulasspar, japanse lork, hemlockspar - - onewenste boomsoorten kunnen zich vestien waar de beheerder moelijk andere soorten voor oen had - bij omvorminskappen kan het lasti zijn om de in de struiklaa en/of nevenetae aanwezie verjonin te sparen KUNSTMATIGE VERJONGING + - boomsoortenkeuze is breder - snellere, en volledier terreinbezettin en moelijk betere kwaliteitsaranties - - duur - aanpassinsperiode plantoed - moelijk minder standplaatseschikt
8 Natuurlijke verjonin met pionierboomsoorten na eindkap van fijnspar Bosroepen raden boseienaars met dooreroeide kerstboomaanplantinen vaak terecht aan deze fijnsparbestanden om te vormen. Natuurlijke verjonin is in deze evallen een interessante optie. Na eindkap blijft een kruidenvrije bodem achter, die ideale kieminskansen biedt voor soorten als berk, wil en rove den. Instructies bij de eindkap (die vaak met oostmachines ebeurt) kunnen ervoor zoren dat het takkenhout op rijen lit. Is dat niet het eval, dan is het inzetten van een kraan om takken op rillen te leen een oede optie (foto 1). Op die manier ontstaat lokaal no betere bodemverwondin, aanezien de minerale bodem aan de oppervlakte komt. De takkenrillen kunnen uiteindelijk de toekomstie ruiminspistes worden. Bovendien is de kans op verruiin eriner en zal die vooral op en rond de takkenrillen plaatsvinden (foto 2). Bij klepelen verpulvert het takhout ter plaatse en kunnen ruitekruiden de eerste jaren stevi uit de hoek komen: bramen, wileroosje, haawinde en andere. Op armere zandbodems zijn deze niet al te veel te duchten, op rijke bodems kunnen ze moelijk wel de verjonin hypothekeren. In een aantal evallen zal de eerste twee jaar na deze inrepen een dicht (berken)pionierbos ontstaan met meer dan voldoende uitansmateriaal om een kwaliteitsvol berkenbos op te leveren (foto 3). Er zijn wel een aantal randvoorwaarden. Enerzijds moen deze oppervlaktes niet te root zijn (liefst kleiner dan 1 ha), aanezien rote kaalvlaktes de kans op afsterven van de jone zaailinen door droote roter maakt. Anderzijds moet er voldoende berkenzaad kunnen inwaaien. Kunstmatie verjonin? Plant niet te strak! Aanplanten uit de vrije hand, zonder strakke rijen en plantverbanden te hanteren eeft een veel natuurlijker bosuitzicht, al vanaf het prille bein. Het is bovendien kostenbesparend bij aanle. Proeven in Zoniën hebben uitewezen dat een kwart tot de helft van de tijd ebruikt wordt om strakke plantlijnen uit te zetten. Deze vrije hand kan vooral ook in populierenaanplantinen voor een mooier bosbeeld zoren (foto 5). Dit zou de kunstmatiheid van deze bossen in belanrijke mate kunnen verminderen. Bovendien kunnen populieren ook edund worden. Dit is een traditie in Vlaanderen, maar over onze landsrenzen heen ebeurt dit wel, met succes Vrijstellin of herexamen? Foto 1 Planten tussen takhoutrillen. Frederik Vaes Hier volt een pleidooi om vrijstellinen zoveel moelijk achterwee te laten en slechts uit te voeren als ze echt nodi zijn. Dit heeft zo zijn redenen. Vrijstellen is arbeidsintensief als ze over de totale verjoninsoppervlakte ebeurt. Wanneer de vrijstellin machinaal ebeurt (bosmaaier, maaibalk, klepelmaaier) ontstaat bovendien vaak maaischade aan de verjonin. Bovendien is het een dure beheerinreep, en niet altijd even aanenaam voor de uitvoerder. De veetatie die zich de eerste jaren tussen de verjonin vestit, kan een bondenoot zijn. De kruidachtie veetatie zal ervoor zoren dat wildvraat eriner is. Deze kruiden pakken de boompjes als het ware in. Bovendien zijn er een aantal boomsoorten die raa wat beschuttin en beschaduwin hebben in de jeud: beuk, doulas, winter- en zomereik en zelfs ewone es, ewone esdoorn en zwarte els kunnen meer verdraen dan vaak edacht. Als het hoonodi is kunnen erichte vrijstellinen ebeuren. Deze kunnen op minder arbeidsintensieve manieren ebeuren dan met machines: een snoeischaar, haaschaar, een eenvoudi mes of de blote handen en voeten kunnen in vele evallen soelaas bieden (foto 6). Concurrerende opsla de kop uitsnijden of breken volstaat vaak. Twee keer tijdens het roeiseizoen lokaal de bramen terusnoeien kan voldoende zijn om eiken een definitieve voorspron te even. Deze vorm van vrijstellen kan de beheerder combineren met links en rechts wat vormsnoei. Inboeten indien nodi ma niet te laat ebeuren. Als de in te boeten planten te veel achterstand oplopen, zullen ze uiteindelijk overschaduwd worden door oorspronkelijke aanplant en nooit meer deel uitmaken van het kroondak. Achterwee laten van inboeten kan meer structuur in het jone bos brenen. Eens deze min of meer kritieke fase voorbij kan de bosbeheerder jaren enieten van zijn bos en wachten op het moment waarop hij toekomstbomen aat aanwijzen en deze eventueel via snoei en eerste dunninen beeleidt tot mooie (productie)bomen.
9 Foto 2 Jone eik eplant naast met ruite bedekte takkenril tijdens tweede roeiseizoen. Sus Willems Foto 3 Berkenbos uit natuurlijke verjonin. Frederik Vaes
10 Verdere behandelin van het jone bos Eens de verjonin eslaad is, is het de kunst van de beheerder om met zo weini moelijk inspanninen een maximaal resultaat te halen. Bij een aantal boomsoorten is dat ook moelijk met de huidie ehanteerde plantaantallen (2500 stuks per ha): zwarte els, ewone es, ewone esdoorn, ruwe en zachte berk, ratelpopulier, rauwe abeel. Deze soorten even na kroonsluitin een oede natuurlijke stamreiniin. Bij zomereik, boskers en beuk is dat bij deze (lae) stamtallen niet altijd het eval. Snoeien kan dan soelaas brenen. Ga echter niet alle bomen snoeien maar zoek een beperkt aantal eliteexemplaren op (max. 150/ha) die een beeleidende snoei waard zijn (foto 6). Het voordeel van deze beperkin is dat de arbeid tot een minimum wordt beperkt, dat de bomen oed opvallen als toekomstboom en dat er de concurrentiepositie van deze bomen oed in de aten ehouden kan worden. Foto 4 Populier uit de 'vrije hand'. Sus Willems In eval van meninen van boomsoorten kan het nodi zijn om de concurrentieverhoudinen te reelen. Een veel voorkomend eval is een aanplant van zomereik met daartussen opkomende natuurlijke verjonin van berk. Door de uitbundie roei van de berk riskeert deze de traere eik Foto 5 Met blote hand vrijesteld. Sus Willems
voorbij te snellen. Ook hier is de verleidin root om machinaal in te rijpen. Toch kan deze berk als helper mee zoren voor de takreiniin van de eik. Hij pakt deze laatste mooi in en bovendien wordt de aanplant minder aantrekkelijk voor het wild. Bij te weelderie roei volstaat het om de berk achterstand te even door de roeitop uit te breken of teru te snoeien. Andere voorbeelden zijn meninen van Gewone esdoorn, Zomereik, Berk en Gewone es op rijke bodems. Ook hier is het zaak om de kansen van de traere roeiers aaf te houden ten opzichte van de Berk zonder deze laatste als helper het bos uit te jaen. Meninen met struiksoorten kunnen elijkaardie problemen opleveren en soms onverwacht fors uit de hoek komen: Hazelaar en Gewone vlier hebben vaak een explosieve jeudroei. Het ebruik van bijmeninen met struiken moet daarbij oed overwoen worden om te veel vrijstelwerk te besparen. Bovendien doet zich ook wel eens het omekeerde voor: met oede bedoelinen worden struiken intiem bijemend maar laten na enkele jaren het leven door concurrentie. Het is dan ook zinvoller om deze struiken aan de bosrand te planten. Een soort als wilde lijsterbes kan bijvoorbeeld wel oed mee in intieme menin. Hij aat zich daarin vaak eerder als boom edraen dan als struik. Foto 6 Opesnoeide en 'estrikte' T-boom in een verjonin. Frederik Vaes 11 Aankondiin Studiekrinda KNBV 2007 Op vrijda 19 oktober 2007 oraniseert de studiekrin KNBV een studieda met het thema Bosbeheersplannin in Hotel Campman te Renkum. Waarom een studieda over beheersplannin? Generaties van bosbouwers, overal ter wereld, zijn opeleid met het eeven dat plannin voor korte, middellane en lane termijn van root belan is voor een succesvol bosbeheer. In de huidie tijd aan veranderinen echter zó snel, dat het steeds moeilijker wordt te voorspellen wat er in de toekomst evraad wordt van het bos. Bieden de bestaande planninsmethoden eienlijk no wel enoe moelijkheden voor de plannin van het bosbeheer? Zo nee, wat komt daarvoor in de plaats? Dit zijn de centrale vraen voor de studieda. We nemen eerst de huidie planninspraktijk in Nederland en Vlaanderen onder de loep. Op basis van internationale ervarinen zoeken we naar een nieuw houvast voor de bosbeheerplannin. Daarbij laten we ons inspireren door een planner uit de stedenbouw, die net als wij te maken heeft met in de tijd wisselende doelen en lane planninshorizonten. Ook komt het thema participatie aan bod: hoeveel en welke rol hebben burers bij de planvormin? Is het tijd voor een nieuw planninsconcept, of kunnen we mooi bos maken zonder beheerplan? Voorlopi proramma De volende inleidinen staan op het proramma: Jan den Ouden (docent bosecoloie en bosbeheer WUR): Rol plannin bij het bosbeheer Sander Wijdeven (bosecoloo SBB): Bosbeheersplannin bij Staatsbosbeheer Bart Meuleman (houtvester Meerdaelwoud Leuven): Het Bosdecreet en bosbeheersplannin in Vlaanderen Roos van Doorn (docent Hoeschool Larenstein): Participatie bij beheersplannin Peter Paul van Loon (TU Delft, stedenbouwkundie): Besliskundi plannen in de stedenbouw Marjanke Hoostra (docent bosbedrijfsvoerin WUR): Bosbeheer oman met tijd en onzekerheid Simon Klinen (bosbeheerder / plannenmaker): Levende plannin, een nieuw planninsconcept voor bosbeheer. Aanmeldin In september volt een officiële aankondiin met aanmeldinsformulier op de website van de KNBV: www.knbv.nl
12 Versla excursie PS Meerdaalwoud 6 juli 2007: Zomereik als structuurdraer: een dilemma? Op vrijdaochtend 6 juli waren een 40-tal deelnemers present in bosreservaat De Heide in het Meerdaalwoud. Er werd in vijf discussieroepjes een traject met zes stopplaatsen afeled, waarna 's middas boven de brooddoos werd naekaart. Guy Geudens Na het bediscussiëren van de bosbeelden met inlandse eiken in deze omevin kwamen volende hoofdbedenkinen naar voren. De eik als enie structuurdraer in een bos op rijke rond lijkt niet realistisch als we ook no willen werken met zoveel moelijk natuurlijke processen. Eik heeft onmiskenbare waarden voor biodiversiteit en bosbeeld en eeft ezien de lane levensduur een zekere continuïteit aan het bos. Eik laat een structuurrijk bos toe, maar vooral zijn eien verjoninsfase lijkt eerder problematisch in onze bossen. We moeten hem letterlijk en fiuurlijk in de aten houden : aten maken en dat op het moment dat de verjonin er is. Een soepele kapreelin, een niet te strak beheerplan en beheerders die echt kunnen luisteren naar het bos zijn hierbij essentieel. In Vlaanderen is doorroeien van spontane eikenverjonin in eikenbossen een vrij onbekend fenomeen. Veel is te leren in het buitenland, maar ook in het experiment dat in Meerdaalwoud loopt sinds 1990 en opevold wordt door het INBO. De spontane weerstand bij iedereen om monumentale oude eiken te kappen is een duidelijke hinderpaal om de loische stappen te ondernemen om de verjonin te doen slaen. Een op het eerste ezicht wel er extreem voorbeeld van ruimte even zijn de middelhoutherstelkappen in bosreservaat de Heide. Nochtans worden de resultaten in de verjonin na een jaar of drie er positief onthaald door alle deelnemers, los van de academische discussie over de optimale middelhoutdiametercurve. Maar ook hier waren er er uiteenlopende verwachtinen over de kansen van de eikenzaailinen in de uitbundie en emende verjonin. Eikenbestanden zoals we ze in Vlaanderen meestal teenkomen, maken weini kans op succes. Ze leveren niet de productie, kwaliteit, structuurrijkdom, belevin die een eikenbos zou kunnen bieden. De sleutel tot een andere aanpak is ruimte even door vroe in de bovenetae te dunnen (hoodunnin). Daarvan profiteren niet alleen de betere eiken, maar dat is ook de enie manier om een volwaardie onder- en vooral nevenetae te laten ontwikkelen. Een