Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011
Gas Transport Services B.V. - 2 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Voorwoord. Voor u ligt het door Gas Transport Services B.V. (GTS) opgestelde Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011. Dit document is tot stand gekomen in overeenstemming met de eisen die hieraan worden gesteld in de Ministeriële Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas. Het is bestemd voor de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), en voor anderen die geïnteresseerd zijn in ons bedrijf. GTS maakt deel uit van het Europese infrastructuurbedrijf N.V. Nederlandse Gasunie. Gasunie bezit een van de grootste hoge druk transportnetwerken in Europa. Als netbeheerder van het Nederlandse gastransportnet verzorgt GTS gastransportdiensten ten behoeve van een goede werking van de gasmarkt in Nederland en daarbuiten. Tot de wettelijke taken, die GTS op een non-discriminatoire en transparante wijze uitvoert, behoort het beheer van het gastransportnet. GTS zorgt voor een veilig en betrouwbaar gastransport. Kwaliteit en veiligheid hebben een hoge prioriteit. Extra aandacht gaat hierbij uit naar de verouderende netten in Nederland. Deze moeten uiteraard aan de GTS-normen voor veiligheid en kwaliteit blijven voldoen. Daarom is er meer geld en tijd nodig voor de instandhouding van het netwerk. GTS anticipeert op de ontwikkelingen in de gasmarkt. Deze hebben gevolgen voor de gasstromen in ons netwerk en voor de daaraan gekoppelde vraag naar transportcapaciteit. Dit doet GTS onder meer door het aanbieden van nieuwe diensten, en door een goede inrichting van de plannings- en investeringsprocessen. In de afgelopen jaren zijn er zogenaamde Open Seasons gehouden waarbij de markt gevraagd is de behoefte aan additionele transportcapaciteit aan te geven en vast te leggen. De eerste beide Open Seasons hebben geresulteerd in een enorme uitbreiding van het Nederlandse gastransportnet. Ook het Integrated Open Season, samen met zuster netbeheerder in Duitsland, GUD, laat een sterke behoefte aan extra transportcapaciteit zien. Door deze uitbreidingen kunnen tal van bedrijven nieuwe handelscontracten afsluiten in binnen- en buitenland, nieuwe elektriciteitscentrales van gas worden voorzien en wordt met ingang van dit jaar ook vloeibaar aardgas (LNG) naar Nederland gebracht. Nederland zelf profiteert hiervan omdat meer concurrentie tussen gasleveranciers de marktwerking bevordert. De investeringen zijn bovendien noodzakelijk om de gasvoorziening in de toekomst veilig te stellen. Dit is nodig omdat de binnenlandse productie geleidelijk terugloopt. Voldoende aanvoer van aardgas, ook op lange termijn, is belangrijk omdat gas een cruciale rol te vervullen heeft. Het is de schoonste fossiele brandstof die zich leent om een duurzame energievoorziening tot stand te helpen brengen en om blijvend deel uit te maken van die duurzame energievoorziening. Ook bij meer energie-efficiency en een optimale inzet van andere energiebronnen zoals bijvoorbeeld wind-, zonne- of kernenergie, blijft de rol van gas als flexibele brandstof in de Nederlandse en Europese energievoorziening van groot belang. De nieuwe investeringen sluiten hier goed bij aan en zorgen er bovendien voor dat Nederland haar sterke positie als spil van de gasrotonde in de Europese energievoorziening kan uitbreiden. Annie Krist Managing Director Gas Transport Services B.V. - 3 -
Gas Transport Services B.V. Afkortingen In dit kwaliteits- en capaciteitsdocument zijn de volgende afkortingen van toepassing. Afkorting BAT BBL BEVB BNP BRZO CAD CCP Combivoor CPB DDS DIS Eagle EL&I EN ERT FILENET G-gas GOS GTS GUD GWWL H-gas HPSD HTL IED ISO KB KCD KLIC KPI L-gas LION LNB LNG LTI LTIF M&R MICROSTATION MOVE MER MRQ NEN NMa NNO NPR OBO Betekenis Best Available Technique Bacton - Balgzand - Leiding Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen Bedrijfs Nood Plan Besluit Risico Zware Ongevallen Computer Aided Design Centrale Commando Post Commissie Bijzondere Voorzieningen Centraal Planbureau Digital Drawing System Document Informatie Systeem Enterprise Asset management for Geographical Environment Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie European Norm Emergency Response Team Merknaam Groningen gas Gas Ontvang Station Gas Transport Services B.V. Gasunie Deutschland Grijpskerk - Workum - Wieringermeer - Leiding Hoog calorisch gas High Pressure Shut Down Hoofd Transportleidingennet Industrial Emission Directieve International Standardisation Organisation Kathodische Bescherming Kwaliteits- en Capaciteits Document Kabel & Leidingen Informatie Centrum Kritische Prestatie-Indicator Laag calorisch gas Liggings Informatie Ondergrondse Netten Landelijk Net Beheerder Liquefied Natural Gas Lost Time Incident Lost Time Incident Frequentie Meet- & Regelstation Merknaam Mobiel Orders Verwerken Milieu Effect Rapportage Ministeriële Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas Nederlands Norm (ook de naam van het Nederlandse Normalisatie Instituut (NNI)) Nederlandse Mededingingsautoriteit Neighbouring Network Operator Nederlandse Praktijk Richtlijn Operationele Beheers Overdracht - 4 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 OEM ORA PBZO PIG PIMS POS P90 RIVM RNB RTL RvA SLA SRA TBCT TBO THT VG&M WION WKK Original Equipment Manufacturer Operationele Risico Analyse Preventie Beleid Zware Ongevallen Pipeline Inspection Gauge Pipeline Integrity Management System Project Overdracht en Start-up 90% zekerheid dat project conform scope en eisen binnen budget en planning wordt gerealiseerd Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Regionaal Net Beheerder Regionaal Transportleidingnet Raad voor Accreditatie Service Level Agreement Strategische Risico Analyse Tactical Business Continuity Team Technische Beheers Overdracht Tetrahydrothiphene (odorant) Veiligheid, Gezondheid & Milieu Wet Informatie Ondergrondse Netwerken Warmte Kracht Koppeling - 5 -
Gas Transport Services B.V. Inhoud Voorwoord 3 Afkortingen 4 Inleiding 9 Algemeen 9 Indeling KCD 11 2 Capaciteitsdocument 13 2.1 Inleiding 13 2.2 Capaciteitsplanning 13 2.2.1 Inleiding 13 2.2.2 GTS-bedrijfsprocessen 13 2.2.3 De methode voor raming van de behoefte aan transportcapaciteit 15 2.2.4 Betrouwbaarheid ramingen transportcapaciteit 18 2.2.5 De methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten RTL en HTL 19 2.3 Capaciteitsraming 22 2.3.1 Exitcapaciteit binnenland 22 2.3.2 Exitcapaciteit grenspunten 23 2.3.3 Entrycapaciteit binnenland 23 2.3.4 Entrycapaciteit grenspunten 24 2.3.5 Grafische weergave van de geprognosticeerde capaciteiten 24 2.4 Capaciteitsknelpunten 26 2.4.1 Capaciteitsknelpunten HTL en RTL 26 3 Kwaliteit en Veiligheid 29 3.1 Algemene inleiding 29 3.2 Beschrijving kwaliteitsbeheersingssysteem 30 3.3 Veiligheidsindicatoren en nagestreefd kwaliteitsniveau 32 3.4 Normen, richtlijnen, voorschriften toegepast ten aanzien van veiligheid bij aanleg, onderhoud, beheer en uitvoeren van gastransport. 33 3.4.1 Belang 33 3.4.2 Externe veiligheid 34 3.4.3 Veiligheidszonering 37 3.4.4 Risicocommunicatie 37 3.4.5 Rampenbestrijding 38 3.4.6 Uitvoeren van Gastransport 38 3.5 Risico s 38 3.6 Maatregelen ten aanzien van onderhoud en vervanging voor het realiseren of in stand houden van nagestreefde kwaliteit. 42 3.7 Investeringsplan ten aanzien van vervangings- en uitbreidingsinvesteringen. 45 3.7.1 Vervangingsinvesteringen (2012-2016) 45 3.7.2. Uitbreidingsinvesteringen (2012-2016) 45 3.8 Onderhoudsplan 45 3.8.1 Transportnet 45 3.8.2 Afsluiterlocaties 47 3.8.3 Stations en installaties 47 3.8.4 Overig 49-6 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 3.9 Plan voor het oplossen van storingen en onderbrekingen en een beschrijving van de organisatie van de onderhouds- en storingsdienst. 50 3.9.1 Organisatie Onderhouds- en Storingsdienst en calamiteitenorganisatie 50 3.9.2 Oplossen van storingen en onderbrekingen en de uitvoering van instandhoudingsprojecten 52 3.10 Bedrijfsmiddelenregister 54 3.10.1 Beschrijving bedrijfsmiddelenregister en borging actualiteit en compleetheid. 56 3.10.2 Van toepassing zijnde procedures voor het beheer van het asset register 60 3.10.3 Beschrijving componenten van het gastransport en een kwalitatieve beoordeling van de technische toestand 61 4 Samenhang: investeringsplan, onderhoudsplan en businessplan 67 4.1 Planning & Control cyclus 71 Bijlagen 73 Bijlage I. Normen, richtlijnen en overige relevante voorschriften. 75 Bijlage II. Belangrijkste wijzigingen in het gastransportnetwerk ten opzichte van het KCD 2009 77 Bijlage III. Nadere toelichting bepaling capaciteit openbare voorziening 81 Bijlage IV. Overzicht wettelijke voorschriften per paragraaf 86-7 -
Gas Transport Services B.V. - 8 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Inleiding Algemeen Conform artikel 8 uit de Gaswet heeft Gas Transport Services B.V. (GTS) onderhavig Kwaliteit- en Capaciteitsdocument (KCD) opgesteld. Als leidraad voor het opstellen van het KCD heeft GTS de Ministeriele Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas (MRQ), versie 3 mei 2011 gehanteerd. Daarnaast zijn de bevindingen van het bedrijfsbezoek in het kader van het KCD 2009 door de Energiekamer (EK), dat plaatsvond in januari 2011, verwerkt. Het KCD is gepubliceerd op de website van GTS. GTS is een zelfstandig opererende dochteronderneming van N.V. Nederlandse Gasunie (Gasunie), de eigenaar van het leidingnet. Gasunie heeft GTS aangewezen als de Landelijk Netbeheerder van het gastransportnet, zoals is vastgelegd in de Netbeheerovereenkomst. Een deel van de uitvoeringshandelingen op het gebied van het netbeheer, in het bijzonder de feitelijke aanleg en het onderhoud van het gastransportnet, heeft GTS evenwel toegewezen aan Gasunie. Hiertoe is tussen GTS en Gasunie een zogenaamde Overeenkomst van Opdracht afgesloten. Het afgelopen jaar heeft Gasunie een optimalisatieslag gestart, met als doel het neerzetten van een efficiëntere en meer slagvaardige organisatie. Als gevolg van deze interne reorganisatie hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden in de topstructuur van Gasunie. Er is gekozen voor een drietal profit & loss verantwoordelijke business units, ondersteund door service providers, waarbij verantwoordelijkheden lager in de organisatie worden belegd om de business units in staat te stellen beter te kunnen sturen op hun eigen kosten en opbrengsten. Per 1 oktober functioneert GTS als een van de drie profit & loss verantwoordelijke business units. Hierbij zijn de activiteiten met betrekking tot asset management van Gasunie overgegaan naar GTS, hetgeen GTS nog beter in staat stelt haar rol als onafhankelijk Landelijk Netbeheerder te vervullen. Bij de rolverdeling van de asset management taken wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de internationaal erkende PAS55 standaard. GTS zal zich vooral bezig houden met het opstellen van de (meerjaren) asset management programma s en alle bijbehorende werkzaamheden. De implementatie van deze programma s, het uitvoerende werk zoals het onderhoud van de assets, zal door de service provider worden verzorgd. De onderstaande figuur 1 toont het organogram van de organsiatie per 1 oktober 2011. - 9 -
Gas Transport Services B.V. GTS en Asset Management N.V. Nederlandse Gasunie Service Level Agreement (SLA) LAM is opdrachtgever / klant, Operations is opdrachtnemer / leverancier. Samenwerking en financiële afspraken zijn vastgelegd in een Service Level Agreement Projects Asset Service Provider Operations Asset Service Provider Business Unit GUD Gasunie Deutschland Business Unit D Projects & Business Development Business L Unit L Gas Transport Services Gas Transport Services LF Finaniën LI Information Management GTS LT Commercial & Regulatory Affairs LG Gas Transport LA Asset Management & Planning Service Level Agreement (SLA) LAS is opdrachtgever / klant, Projects is opdrachtnemer / leverancier. Samenwerking en financiële afspraken zijn vastgelegd in een Service Level Agreement LAM Asset Management LAP Prognosis & Market Modelling LAN Network Configuration LAS System Design & Portfolio Figuur 1: Organogram met ingang van 1 oktober 2011 Op deze manier biedt GTS op een onafhankelijke en transparante manier gastransportdiensten aan en zij voert deze dienovereenkomstig uit. Daarmee draagt GTS bij aan een goed functionerende vrije gasmarkt in Nederland en daarbuiten. GTS voert haar taken als netbeheerder van het landelijk transportnet op een non-discriminatoire en transparante manier uit. Veiligheid, betrouwbaarheid en doelmatigheid staan daarbij voorop. Daarnaast zijn klantgerichtheid, kostenbewustzijn en professionaliteit sleutelwoorden in de handelwijze van GTS. In artikel 12 van de MRQ is vastgelegd dat elke netbeheerder bij het vervaardigen van het KCD naar keuze de informatie bedoeld in artikel 11 van de MRQ integraal, dan wel uitsluitend de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande KCD weergeeft. Dit KCD beoogt een integrale weergave van de informatie te geven, tenzij anders vermeld. - 10 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Indeling KCD In hoofdstuk 2 geeft GTS zijn visie op de ontwikkeling van de behoefte aan transportcapaciteit in Nederland. Deze visie betreft de periode van 2012 tot 2021, waarbij de eerste vijf jaren van deze periode verder zijn uitgewerkt aan de hand van enkele scenario s. De methode die gebruikt is voor het ramen van de capaciteitsbehoefte en de methode voor het bepalen van de capaciteitsknelpunten wordt toegelicht. Eventuele capaciteitsknelpunten worden genoemd, en tevens wordt beschreven hoe GTS voornemens is om deze op te lossen. Hoofdstuk 3 beschrijft het onderwerp kwaliteit en veiligheid. Het kwaliteitsniveau dat voor het gastransport wordt nagestreefd wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de veiligheidsindicatoren die GTS toepast. Verder wordt het kwaliteitsbeheerssysteem voor het gastransport toegelicht en wordt de doeltreffendheid hiervan aangetoond. Hierbij staat de risicobeheersing voor het realiseren of het in stand houden van de kwaliteit van gastransport op korte en lange termijn centraal. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan risicobeheersing en specifiek aan veiligheid bij de aanleg, het onderhoud en het beheer van het gastransportnet en bij het uitvoeren van het gastransport. De belangrijkste risico s die GTS heeft vastgesteld op basis van een risicoanalyse worden genoemd, terwijl de daaraan ten grondslag liggende risicoanalyses opgenomen zijn in de vertrouwelijke bijlage die onderdeel uitmaakt van dit KCD. Hoofdstuk 3 gaat in op de maatregelen die ten aanzien van onderhoud en vervanging op de lange termijn moeten worden getroffen voor het realiseren en in stand houden van de nagestreefde kwaliteit van de transportdienst. Daarnaast is de werkwijze en de organisatie met betrekking tot storingen en onderbrekingen beschreven en wordt ingegaan op de organisatie van het Bedrijfsmiddelenregister. Een afschrift van het investeringsplan is opgenomen in de vertrouwelijke bijlage. Tot slot beschrijft hoofdstuk 4 de business- en controlcyclus, waarmee de samenhang tussen de onderdelen van het kwaliteitsbeheerssysteem, het registratieproces en de jaarlijkse begroting wordt geborgd. Tevens worden binnen deze cyclus het registratieproces, de procedures en plannen geëvalueerd. In bijlage 4 is aangegeven waar de relevante onderdelen in de Gaswet en MR Kwaliteit zijn uitgewerkt in het KCD. - 11 -
Gas Transport Services B.V. - 12 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 2 Capaciteitsdocument 2.1 Inleiding Bij GTS contracteren shippers, naast andere diensten, entry- en exitcapaciteit. Het is de taak van GTS om, in een ontkoppeld entry-exitsysteem, deze capaciteiten op ieder moment beschikbaar te hebben voor die shipper, ongeacht het overige gebruik van het net. GTS is gehouden om kosteneffectief te werken. Dat houdt in dat in de technische planning transportzekerheid moet worden afgewogen tegen de kosten van investeringen. Ten aanzien van de kleinverbruikers geldt daarbij bovendien dat deze markt door GTS beleverd moet kunnen worden in een situatie die zich voordoet bij een gemiddelde etmaaltemperatuur van -17 C, overeenkomend met een waarschijnlijkheid van eens per 50 jaar. 1 Sinds de jaren zestig is in Nederland een wijd vertakt gasnetwerk aangelegd, dat zich inmiddels ontwikkeld heeft tot een belangrijke gasrotonde in Noordwest Europa. Het transporteren van steeds meer diverse (import) gastromen (met de daarbij behorende variatie in gassamenstelling), de toenemende behoefte aan opslagcapaciteit en de wensen en eisen die zowel marktspelers als de politiek stellen aan het ontkoppelde entry-exitsysteem hebben het proces van capaciteitsplanning door de jaren heen complexer gemaakt. Zoals bevestigd in het Energierapport 2011 blijft gas, zeker tot 2030, een belangrijke energiebron in Nederland 2. De Nederlandse gasvraag blijft de komende 20 jaar een gestage groei kennen. Gas speelt een verbindende rol in een duurzame energievoorziening. Aardgas is de schoonste fossiele brandstof en zal in de toekomst steeds meer aangevuld worden met volumes groen gas. Gascentrales kunnen zowel voor de basislast als de pieklast worden ingezet om elektriciteit te produceren. Daardoor zijn ze bij uitstek geschikt om als back-up te dienen voor wind- en zonne-energie. De belangrijke rol die gas zal blijven spelen bij het leveren van energie ten tijde van piekvraag en/of het wegvallen van wind of zon afhankelijke energiebronnen betekent dat ook bij een eventueel stagnerende Nederlandse marktvraag naar gasvolumes, de vraag naar capaciteit kan toenemen. 2.2 Capaciteitsplanning 2.2.1 Inleiding In deze paragraaf staan de methode voor de raming van de behoefte aan transportcapaciteit en de methode voor het bepalen van capaciteitknelpunten (tot 5 jaar vooruit) omschreven. Deze methoden samen vormen het proces capaciteitsbeheer. 2.2.2 GTS-bedrijfsprocessen In het Proceshuis is informatie over de processen van Gasunie en haar business units vastgelegd. De landelijk netbeheerder GTS is een van deze business units. Een van de processen is beheren gastransport En hierbinnen is de procedure voor het beheren van transportcapaciteit vastgelegd. Het doel van dit proces is optimale beschikbaarstelling van de transportcapaciteit en ontwikkeling van het gastransportnetwerk, zodat het fit for purpose blijft. Het proces is verdeeld in het beheer van de planningswerkzaamheden en het uitvoeren van capaciteitsbeheer. Het beheersproces omvat onder andere het opstellen van de planningskalender en portfolio management. Onder het proces uitvoeren vallen werkzaamheden zoals het bewaken en ontwikkelen van transportcapaciteit. In onderstaande figuur 2 is een overzicht weergegeven van de voor dit KCD relevante planningsprocesstructuur van GTS. 1 Algemene Maatregel van Bestuur van 13 april 2004, houdende regels inzake voorzieningen in verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Gaswet). 2 Energierapport 2011, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie 2011-13 -
Gas Transport Services B.V. Overzicht KCD relevante processen GTS Proceshuis handboeken Proces beheren gastransport Proces beheren transportcapaciteit Proces beheer planningswerkzaamheden Proces uitvoeren capaciteitsbeheer Methode raming behoefte transportcapaciteit Methode bepalen capaciteitsknelpunten & investeringsstudies Procedure artikel 14 MRQ Figuur 2 overzicht KCD relevante processen GTS Bij GTS wordt het proces capaciteitsbeheer uitgevoerd aan de hand van een methode voor de raming van de behoefte aan transportcapaciteit en een methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten en investeringsstudies. Deze methodes zijn samengebracht in een procedure capaciteitsplanning 5 jaar, aan de hand waarvan artikel 14 van de MRQ wordt ingevuld. Zie hiervoor figuur 3 Procedure capaciteitsplanning 5 jr. - 14 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Procedure capaciteitsplanning 5 jr (vereenvoudigde weergave) Ingediende capaciteitsvraag Onderbouwde schattingen Methode raming behoefte transportcapaciteit Jaarlijks opstellen prognoseset Goedkeuren en vastleggen prognoseset Methode bepalen capaciteitsknelpunten Uitvoeren Knelpuntenanalyse Uitvoeren Investeringstudies Identificeren maatregelen Nieuwe aansluitingen Open Seasons Vastellen uit te voeren maatregelen Figuur 3 procedure capaciteitsplanning 5jr 2.2.3 De methode voor raming van de behoefte aan transportcapaciteit In het proceshuis en handboeken zijn uitgangspunten voor de ontwikkeling en het gebruik van de transportinfrastructuur en werkinstructies voor werkzaamheden binnen het planningsproces vastgelegd. GTS ontwikkelt zijn transportnet op basis van een scenario voor de capaciteitsvraag, de zogenaamde prognoseset. Deze prognoseset wordt verkregen via een methode waarbij de capaciteiten die door de markt bij GTS zijn gecontracteerd worden aangevuld met onderbouwde schattingen. In deze prognoseset zijn alle als verplichting geziene capaciteiten opgenomen. Deze prognoseset is input voor het uitvoeren van de knelpuntenanalyse en voor het uitvoeren van investeringsstudies (zie paragraaf 2.2.5). - 15 -
Gas Transport Services B.V. De door GTS gehanteerde methode voor de raming van de behoefte aan transportcapaciteit is als volgt schematisch weer te geven (figuur 4). Een nadere toelichting op de methode volgt na dit figuur. Methode raming behoefte transportcapaciteit 5 jr 1 Opstellen prognoses en boekingen Ingediende capaciteitsvraag = prognoses o.b.v.gecontracteerde capaciteit Onderbouwde schattingen = prognoses o.b.v. opgaven & plancapaciteiten 2 Jaarlijkse beoordeling Nee Ja 3 Prognoses akkoord? Nee 4 Wijzigingen doorgeven Ja 5 Invoeren prognoses Figuur 4 methode raming behoefte transportcapaciteit 5 jr - 16 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Het opstellen van de prognoseset vindt periodiek, jaarlijks, plaats. Voor het ramen van capaciteiten (het opstellen van de prognoseset) maakt GTS onderscheid tussen binnenlandse exits, exits op grenspunten, binnenlandse entries en entries op grenspunten. Deze worden hieronder beschreven. De raming van de capaciteit op binnenlandse exitpunten is deels gebaseerd op de ingediende capaciteitsvraag die contractueel is vastgelegd. Daarnaast doen direct aangeslotenen bij GTS een opgave van de benodigde capaciteit. Deze opgaven worden geanalyseerd (schattingen worden onderbouwd) en resulteren vervolgens in capaciteitsprognoses. Naast de korte termijn informatie verzamelt GTS ook materiaal uit diverse bronnen (waaronder het CPB) voor de middellange termijn prognoses. Deze data worden met behulp van een macro-economisch model verwerkt en dit leidt uiteindelijk tot marktprognoses (per marktsegment) voor de middellange termijn. GTS maakt in dit model onderscheid tussen de volgende marktsegmenten: huishoudens, commercials, tuinbouw, industrie (inclusief WKK) en centrales. Gecombineerd met gerealiseerde capaciteitsvraag, reeds gecontracteerde capaciteiten en korte termijn informatie per exitpunt levert dit voor de komende jaren een reeks capaciteitsprognoses, per exitpunt. Zoals in 2.1 vermeld, houdt GTS voor het segment kleinverbruikers de temperatuur van -17 C in acht als ontwerptemperatuur. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.2.4. Voor de binnenlandse entrypunten wordt overleg gepleegd met de producenten van aanbod uit binnenlandse velden (zie GTS Kleine Velden rapportage). De producenten verschaffen GTS prognoses voor de toekomstige productie. Voorts wordt het toekomstig kleine velden aanbod, dat op geologische gronden te verwachten is, doch waarvoor momenteel nog geen productieplannen zijn gemaakt, door TNO Bouw en Ondergrond jaarlijks in kaart gebracht en door GTS in de lange termijn prognoses opgenomen. Raming van de capaciteit op binnenlandse exit- en entrypunten betreffende bergingen zijn gebaseerd op contracten. Prognoses voor exit- en entrycapaciteiten op grenspunten worden bepaald door de gecontracteerde capaciteitsvraag van marktpartijen. Ook vindt er overleg plaats met de NNO s. Op reguliere basis wordt door GTS via Open Seasons de (wijzigingen in) marktbehoefte gepeild. Door het toepassen van de hierboven beschreven methode resulteert een raming van de behoefte aan transportcapaciteit die gebruikt wordt om na te gaan of het huidige netwerk in staat is om aan deze behoefte aan transportcapaciteit te voldoen. Hiertoe wordt een knelpuntenanalyse uitgevoerd. Gedurende het jaar kan aanvullende behoefte aan transportcapaciteit ontstaan. Het gaat dan om transportcapaciteit die niet is opgenomen in de prognoseset. Met de uitvoering van een technische toets wordt nagegaan of deze capaciteit met het bestaande net kan worden geleverd. Indien dit het geval is kan de capaciteit worden gecontracteerd, indien dit niet het geval is zal een specifieke investeringsstudie worden opgestart. Naast het vaststellen van deze prognoseset, werkt GTS doorlopend aan het actualiseren van de totale portfolio aan transportcapaciteitsbehoefte waarvan GTS verwacht dat deze in de toekomst geleverd zal moeten worden (de portfolioset). In deze portfolioset bevinden zich ook GTS inschattingen ten aanzien van groei van de marktvraag, verlenging of uitbreiding van gecontracteerde transportcapaciteiten zonder dat deze zich al hebben vertaald in transportcontracten. Dit portfolio speelt echter geen rol bij het bepalen van de noodzaak tot het doen van investeringen in het net, daarvoor is het noodzakelijk dat er transportcontracten afgesloten zijn. Evenwel geeft dit portfolio een goed beeld van de totale vraag naar transportcapaciteit, dus ook van het deel waarvoor nog geen transportcontracten zijn afgesloten. - 17 -
Gas Transport Services B.V. 2.2.4 Betrouwbaarheid ramingen transportcapaciteit Zoals in voorgaande paragrafen omschreven, ontwikkelt GTS het net op basis van prognoses die voor een groot deel zijn gebaseerd op gecontracteerde capaciteit, aangevuld met onderbouwde schattingen. Omdat de onderliggende contracten voor een periode van de komende vijf jaar met een redelijke mate van zekerheid vast liggen, is betrouwbaarheid van deze raming hoog. In onderstaande paragrafen wordt er nader op ingegaan hoe GTS de betrouwbaarheid van haar ramingen bepaalt waar deze niet gebaseerd zijn op contracten en geeft hiermee invulling aan MRQ artikel 14.2.e. Binnenlandse entry (Kleine velden en Groningen) De prognose voor het binnenlands aanbod wordt jaarlijks opgesteld conform de rol die GTS heeft en vastgelegd is in de gaswet. Aan alle operators van de gasvelden in Nederland wordt een prognose gevraagd voor de producerende en binnenkort in productie komende velden. Deze prognose wordt aangevuld met een prognose van TNO voor de zogenaamde futures. Samen vormen deze capaciteitscijfers de prognose voor het binnenlands aanbod. Deze procedure wordt jaarlijks uitgevoerd. Onderdeel hiervan is een vergelijking met de prognose zoals die het vorige jaar is opgesteld. Eveneens wordt een vergelijking met de gerealiseerde capaciteit van het afgelopen jaar. De prognose bestaat daarom uit actuele gegevens en kan daarmee als betrouwbaar worden aangemerkt. Openbare voorziening: capaciteit RNB exitpunten GTS dient, op grond van zowel de vigerende gasvoorwaarden als de voorliggende codewijziging in het kader van de zogenoemde OV-exit contractering, de plancapaciteit voor de RNB exitpunten vast te stellen overeenkomstig de -17 C capaciteit en deze jaarlijks te publiceren. Deze capaciteit wordt gebaseerd op zogenaamde winteranalyses, dat wil zeggen analyses van de realisaties per exitpunt plus de korte termijn groeiverwachtingen van RNB s. De afzetgegevens van de RNB-exitpunten worden verkregen uit het GTS systeem met gerealiseerde comptabele uurgegevens van die exitpunten via welke de RNB s (regionale distributiebedrijven) het gas betrekken. De temperaturen in combinatie waarmee de afzet wordt geanalyseerd zijn afkomstig van het KNMI en gelden voor De Bilt. Er wordt gewerkt met daggemiddelde effectieve temperaturen, die zijn samengesteld uit de daggemiddelde luchttemperatuur en de daggemiddelde windsnelheid, grootheden die de grootste correlatie met het gasverbruik hebben. Het veronderstelde verband tussen de gemiddelde effectieve temperatuur en het dagmaximum van de gasflow wordt wiskundig beschreven door wat GTS een Geerse-functie noemt; voor hogere temperaturen een constante waarde ( de zomercapaciteit ) en voor de lagere temperaturen een constante toename per C kouder, de temperatuurgevoeligheid. Het overgangsgebied ligt rond de stookgrens, onder deze temperatuur zet de gemiddelde Nederlander de centrale verwarming of kachel aan. De winteranalyse wordt zowel gedaan voor het over alle RNB s gesommeerde gasverbruik als op lager niveau, zoals exit (administratief) en leveringen (fysiek) of geclusterde leveringen. De benodigde capaciteit wordt verkregen door extrapolatie van de gefitte curve naar een gemiddelde effectieve dagtemperatuur van -17 C. De spreiding in de gegevens brengt via de modellering een betrouwbaarheidsinterval voor deze waarde met zich mee. Voor de capaciteit van Nederland als geheel is dit circa 0,35 mln. m3/h. Voor de ontwerpcapaciteit wordt deze marge opgeteld bij de modelwaarde voor -17 C. De uiteindelijke plancapaciteit bestaat uit de som van ontwerpcapaciteit en de groeiprognoses verkregen van de RNB s. Een gedetailleerde beschrijving van deze analysemethodiek die inzicht geeft in de betrouwbaarheid, is te vinden in bijlage 3. Artikel 14.2.f MRQ vraagt de netbeheerder om een analyse van de wijze waarop deze omgaat met het risico dat zich uiteindelijk een ander scenario verwezenlijkt dan geprognosticeerd. Voor wat betreft de OV capaciteit ontwikkelt GTS op wettelijke grond het netwerk aan de hand van een vraagscenario (de prognoseset) dat is gebaseerd op een - 18 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 ontwerptemperatuur van -17 o C (zie vorige paragraaf). Dit vraagscenario doet zich voor met een statistische waarschijnlijkheid van eens per 50 jaar. Daardoor is de kans dat zich uiteindelijk een hogere capaciteitsvraag voordoet gering. Voor de andere categorieën ontwikkelt GTS het net op basis van gecontracteerde capaciteiten. Daarom is het risico dat zich een ander scenario verwezenlijkt, gering. Mocht zich evenwel calamiteit als gevolg van capaciteitsgebrek voordoen dan wordt dit operationeel opgelost of anders treedt de calamiteitenorganisatie in werking (zie paragraaf 3.9.1) 2.2.5 De methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten RTL en HTL Binnen de procedure van capaciteitsplanning kent GTS zowel knelpuntenanalyses als investeringstudies. Beide methoden zijn opgenomen in dit KCD omdat zij betrekking hebben op de periode van de eerste vijf jaar waarover volgens MRQ gerapporteerd dient te worden over de procedure van capaciteitsplanning. Het onderstaande figuur 5 geeft de methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten in het RTL- en HTL-netwerk weer. - 19 -
Gas Transport Services B.V. Methode bepalen van capaciteitsknelpunten RTL en HTL 5 jr 1 Formeren studiegroep 2 Opstellen plan van aanpak 3 Plan van aanpak akkoord? Nee 4 Uitvoeren knelpuntenanalyse Ten behoeve van de infrastructuurontwikkelingsplanning tijdig en juist ontwikkelen, beheren en onderhouden van de planningsmodellen die inzicht geven in de transportcapaciteit. Het waarborgen dat actuele informatie over de gastransportinfrastructuur beschikbaar is voor de verschillende planningsactiviteiten. Ontwikkeing & beheer modellen Actualiseren gecontracteerde capaciteit 5 Knelpunt aanwezig? Ja 6 Identificeren maatregelen Overnemen prognoseset Opstellen Inzetvarianten Nee Ja Het opstellen en actualisteren van inzetvarianten. Deze worden gebruikt voor planningsberekeningen in allerlei studies die de gastransportinfrastructuur betreffen. 7 Bepalen TBG capaciteit 8 Opstellen knelpunten rapport 9 Knelpuntenrapport akkoord? Nee 10 Vaststellen uit te voeren maatregelen Ja 11 Opstarten studiefase businesscases Figuur 5 methode bepalen capaciteitsknelpunten HTL en RTL 5jr - 20 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Knelpuntenanalyses De knelpuntenanalyse richt zich op de kortere termijn, de komende 1 tot 5 jaar. Door op reguliere basis te bepalen of de beschikbare transportinfrastructuur adequaat is om in de vraag naar transportcapaciteit in het plannings-scenario (de prognoseset) te voorzien, is telkens een actuele analyse beschikbaar die aangeeft of er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. Oftewel, of er knelpunten in het net zijn. Binnen een tijdsvak van 1-5 jaar kunnen geen grote netaanpassingen meer worden uitgevoerd. Knelpunten worden daarom door bijvoorbeeld commerciële maatregelen of (kleine) investeringen opgelost. Omdat GTS de knelpuntenanalyses uitvoert op basis van de prognoseset bestaat er een direct verband tussen dit scenario en het bepalen van capaciteitsknelpunten, conform MRQ artikel 14.5.a. Tevens wordt als resultaat van de knelpuntenanalyse ook duidelijk op welke entry- en exitpunten nog enige extra capaciteit kan worden verkocht en aan de markt ter beschikking worden gesteld. De waarschijnlijkheid waarmee het capaciteitsknelpunt zich naar verwachting voordoet hangt samen met de waarschijnlijkheid waarmee het scenario voor de capaciteitsvraag, waarop de knelpuntenanalyse is gebaseerd, zich voordoet. Omdat het planningsscenario grotendeels gebaseerd is op capaciteitsvraag die al is gecontracteerd, is de waarschijnlijkheid waarmee de geïdentificeerde knelpunten zich voordoen, hoog. Toetsing met behulp van de planningsmodellen vindt op de volgende wijze plaats. Gasontvangststations, de meet- en regelstations en het RTL worden uitsluitend getoetst op capaciteit. Bij de hoogste belasting wordt gekeken of er geen limieten worden overschreden. De limieten kunnen heel verschillende grootheden zijn zoals maximale gassnelheid, minimum druk en minimum temperatuur. Voor één tot drie jaar vooruit wordt gekeken of de beschikbare capaciteit voldoende is en zo niet worden er tijdelijke of definitieve maatregelen getroffen. Voor het HTL is het niet mogelijk om één zwaarste belasting te definiëren. De G-gasmarkt is weliswaar sterk temperatuur afhankelijk en daar is de -17 C de zwaarste belasting maar voor de H-gasmarkt geldt dat niet. Voor het HTL is daarom een aantal zogenaamde inzetvarianten gedefinieerd die representatief zijn voor alle mogelijke situaties. Inzetvarianten representeren marktsituaties, die bepaald worden door het gedrag van de shippers. Deze marktsituaties betreffen een beperkt aantal extreme aanbod- en afzetsituaties, die binnen de bestaande contracten realistisch en representatief zijn. Aangezien gastransport in deze specifieke marktsituaties mogelijk moet zijn, bepalen de inzetvarianten feitelijk de dimensionering van het gastransportnet. In de periode tot vijf jaar vooruit moet het HTL in staat zijn om voor alle inzetvarianten een acceptabele transportoplossing te bieden. Acceptabel wil zeggen binnen vooraf vastgestelde contractuele en fysieke begrenzingen. Investeringstudies Een investeringsstudie is veelal het gevolg van additionele capaciteitsverkoop, bovenop datgene wat in de prognoseset is opgenomen en die niet met het bestaande net en de bestaande verplichtingen kan worden geaccommodeerd. In een investeringsstudie worden capaciteitsboekingen van marktpartijen op de middellange termijn vertaald in een bijbehorend investeringsprogramma. GTS is bij het treffen van maatregelen afhankelijk van wat marktpartijen voor langere termijn contracteren. Grote investeringen kunnen niet alleen gebaseerd worden op prognoses in verband met het hieraan verbonden risico dat prognoses sterk zouden kunnen afwijken van de realiteit. Dit is de reden waarom GTS gecontracteerde capaciteiten als basis neemt voor investeringstudies. Nieuwe capaciteitsaanvragen door marktpartijen kunnen het directe gevolg zijn van een verzoek tot een compleet nieuwe aansluiting. Omdat de afzonderlijke aanvragen van shippers echter vaak niet substantieel genoeg zijn om een grote investering te rechtvaardigen organiseert GTS periodieke Open Seasons. Dit is voor GTS de methode waarmee de vraag van shippers naar transportcapaciteit structureel en voor middenlange termijn in kaart wordt gebracht, zodat hierop tijdig kan worden ingespeeld. Door marktaanvragen te bundelen kunnen schaalvoordelen worden bereikt. In principe wordt eens per twee à drie jaar een Open Season georganiseerd. - 21 -
Gas Transport Services B.V. 2.3 Capaciteitsraming In het hoofdstuk capaciteitsraming worden scenario s gegeven die de totale behoefte aan transportcapaciteit inzichtelijk maken. Het geeft tevens een nadere indicatie van de door GTS gehanteerde uitgangspunten en vooronderstellingen die aan de capaciteitsraming ten grondslag liggen. Zoals in paragraaf 2.2.3 is toegelicht, stelt GTS twee sets op die de totale behoefte aan transportcapaciteit prognosticeren. De eerste set, genaamd de prognoseset, bestaat voor het overgrote deel uit gecontracteerde capaciteiten en wordt gebruikt voor het uitvoeren van knelpuntenanalyses en investeringstudies. De prognoseset is de basisset. Daarnaast gebruikt GTS een portfolioset waarbij capaciteiten worden geteld die een grote kans op realisatie hebben maar waar nog geen concrete contracten aan ten grondslag liggen. In deze set zijn dus door GTS gemaakte inschattingen van nog te verwachten capaciteitsvraag opgenomen. Dit laatste scenario wordt door GTS als het meest waarschijnlijke scenario betiteld. De prognoseset bevat gecontracteerde capaciteiten, een scenario dat een lagere capaciteitsvraag laat zien dan dit scenario is niet waarschijnlijk omdat de in dit scenario getoonde capaciteit immers reeds is geboekt. Het is daarmee een conservatief scenario. In de portfolioset is die capaciteitsvraag opgenomen die door GTS als realistisch wordt beschouwd. In onderstaande tabellen is de door GTS als meest waarschijnlijke aangemerkte raming van de totale behoefte aan capaciteit van het landelijk transportnetwerk weergegeven voor de periode 2012-2021 (de portfolioset). Daarnaast is een tweede scenario opgenomen (de prognoseset), De tabellen gaan vergezeld van een uitwerking op hoofdlijnen, waarbij in het bijzonder aandacht is voor de wijzigingen in de ramingen ten opzichte van de ramingen weergegeven in het KCD 2009 en de oorzaken daarvan. 2.3.1 Exitcapaciteit binnenland Exitcapaciteit binnenland 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 (mln. m 3 /u tenzij anders vermeld) Huishoudens Portfolioset 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 Huishoudens Prognosset 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 Tuinbouw Portfolioset 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 Tuinbouw Prognoseset 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 Commercials Portfolioset 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 Commercials Prognoseset 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 Centrales Portfolioset 3,1 3,1 3,3 3,5 3,7 3,9 4,0 4,2 4,4 4,6 Centrales Prognoseset 3,1 3,1 3,1 3,1 3,1 Industrie Portfolioset 3,7 3,8 3,8 3,9 4,0 4,1 4,2 4,2 4,3 4,4 Industrie Prognoseset 3,7 3,8 3,8 3,9 4,0 Totaal Portfolioset 19,4 19,5 19,8 20,0 20,3 20,6 20,8 21,0 21,3 21,6 Totaal Portfolioset GW 189,5 190,9 193,1 195,2 198,1 201,0 202,9 205,5 208,3 210,6 Totaal Prognoseset 19,4 19,5 19,6 19,6 19,7 Totaal KCD 2009 19,8 19,8 19,8 19,8 19,8 Tabel 1: Exitcapaciteit binnenland Voor de totale behoefte aan exitcapaciteit voor de binnenlandse markt wordt de komende jaren een stijging voorzien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door uitbreidingen van centrales die bekend zijn op basis van de projecten portfolio. De verwachting is dat gasgestookte energiecentrales nu en in de toekomst een belangrijk aandeel in de - 22 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 energiemix gaan krijgen. Door de hoge mate van flexibiliteit en de relatief lage CO2-uitstoot die gas als brandstof veroorzaakt, spelen de gascentrales dan ook een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame energievoorziening. De vraag van de openbare gasvoorziening (voor het merendeel huishoudens, tuinbouw en commercials) is lager dan in voorgaande KCD s gemeld. In hoeverre deze daling zich ook in de toekomst zal voortzetten is niet zeker. Voor deze groep van beschermde afnemers is daarom een prognose gehanteerd die op het huidige niveau is gehandhaafd. Er is groei voorzien in het segment industrie. Voor de groei in het segment industrie is uitgegaan van een jaarlijks wisselende en over de periode gemiddelde groei van 1,8%, dit conform informatie van het CPB. 2.3.2 Exitcapaciteit grenspunten Exit grenspunten 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 (mln. m 3 /u tenzij anders vermeld) KCD Portfolioset 15,8 15,8 16,5 17,7 18,7 19,4 19,8 20,1 20,3 20,6 KCD Portfolioset GW 154,4 154,4 161,2 172,9 182,7 189,5 193,4 196,4 198,3 201,2 KCD Prognoseset 15,8 15,8 16,5 17,7 17,5 KCD 2009 14,7 14,7 14,5 14,3 14,1 Tabel 2: Exitcapaciteit grenspunten Voor de exitcapaciteit op de grenspunten (export) wordt een behoorlijke groei voorzien. Deze groei wordt voorzien omdat de verwachting is dat de gasmarkten in de buurlanden voorlopig blijven groeien. Vergeleken met het voorgaande KCD laat de grensexit een flinke groei zien. Hiervoor is een tweetal redenen. Buitenlandse bergingen die aangesloten zijn op het GTS-net zijn administratief overgeheveld van de categorie bergingen naar de categorie grenspunten. Verder zijn de nieuwe contracten voortkomend uit het Integrated Open Season in de cijfers meegenomen. Dit verklaart het grote verschil t.o.v. het KCD 2009. Voor de langere termijn wordt een verdere toename van de exitcapaciteit op grenspunten verwacht. 2.3.3 Entrycapaciteit binnenland Entry binnenland 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 (mln. m 3 /u tenzij anders vermeld) KCD Portfolioset 25,1 25,2 24,6 26,5 26,3 26,8 26,9 27,6 27,7 27,5 KCD Portfolioset GW 245,2 246,2 240,3 258,9 256,6 261,6 262,3 269,9 270,6 268,2 KCD prognoseset 25,1 25,2 24,6 26,5 25,5 KCD 2009 26,7 26,3 25,6 24,5 23,7 Tabel 3: Entrycapaciteit binnenland De entrycapaciteit in de tabel is de som van de productie uit het Groningenveld, de kleine velden, LNG en de binnenlandse bergingen. De overall productiecapaciteit van het Groningenveld en de kleine velden neemt door de voortschrijdende depletie af. Het rapport Overzicht ramingen kleine velden 2011 geeft een nadere toelichting op deze prognoses. De entrycapaciteit van de bergingen laat een toename zien. Het verschil met de opgave uit het KCD 2009 is toe te schrijven aan de administratieve overheveling van een aantal in de grensstreek gelegen bergingen, die in 2009 in de categorie bergingen werden geteld en nu worden beschouwd als grenspunten. De stijging vanaf 2014 wordt veroorzaakt door de komst van gasopslag Bergermeer. Verder is een toename van het aandeel groen gas in de portfolio aanbodcijfers meegenomen overeenkomend met de - 23 -
Gas Transport Services B.V. ambities die de Nederlandse overheid heeft geformuleerd. 2.3.4 Entrycapaciteit grenspunten Entry grenspunten (mln. m 3 /u tenzij anders vermeld) 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 KCD Portfolioset 10,5 11,5 12,0 12,5 12,7 13,2 13,7 13,5 13,9 14,7 KCD Portfolioset GW 102,9 112,5 117,1 121,8 124,1 128,9 133,9 131,9 136,1 143,6 KCD prognoseset 10,2 11,3 11,2 11,9 10,9 KCD 2009 8,6 9,5 9,2 8,9 8,0 Tabel 4: Entrycapaciteit grenspunten Voor de entrycapaciteit op de grenspunten wordt een stijging voorzien in de nabije jaren. De extra contracten in het kader van het Integrated Open Season (een deel reeds vanaf 2013) zijn de voornaamste veroorzaker van deze stijging. Deze IOS contracten in combinatie met reguliere extra boekingen t.o.v. KCD 2009 verklaren het verschil. Dit verschil is positief mede dankzij de administratieve overheveling van de entrycapaciteit van buitenlandse bergingen, die in 2009 in de categorie bergingen werden geteld en nu worden beschouwd als grenspunten. 2.3.5 Grafische weergave van de geprognosticeerde capaciteiten In deze paragraaf worden de prognoses, gegeven in de paragrafen 2.3.1 tot en met 2.3.4 grafisch gepresenteerd. De verschillende categorieën zijn getotaliseerd in figuren 6 en 7 die de totale vraag naar entrycapaciteit en exitcapaciteit tonen voor de prognoseset en voor de portfolioset. Getotaliseerde entry capaciteit mlj.m 3 / uur 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 32 31 jaar 30 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 KCD Prognoseset KCD 2009 KCD Portfolioset Figuur 6: Getotaliseerde entry capaciteit - 24 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Getotaliseerde exit capaciteit mlj.m3 / uur 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 32 31 jaar 30 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 KCD Prognoseset KCD 2009 KCD Portfolioset Figuur 7: Getotaliseerde exitcapaciteit In figuren 6 en 7 is de meest waarschijnlijk geachte vraag naar entry- en exitcapaciteit in het net van GTS weergegeven voor de periode 2012-2021 (de portfolioset). Voor de eerste vijf jaar (conform artikel 14 van de MRQ) is eveneens weergegeven welke entry- en exitcapaciteiten in de prognoseset zijn opgenomen. De gegevens uit de prognoseset laten zien dat de hoeveelheid entrycapaciteit die tot rond 2015 is gecontracteerd gelijke tred houdt met de hoeveelheid gecontracteerde exitcapaciteit. Uit analyse van de gegevens uit de prognoseset voor de periode na 2016 (die niet in dit KCD zijn opgenomen), blijkt dat de hoeveelheid entrycapaciteit afneemt, mede als gevolg van de teruglopende productiecapaciteit van het Groningen veld. Dit leidt tot een tekort aan entrycapaciteit. Dit tekort zal moeten worden opgelost door nieuwe infrastructuurprojecten zoals de bouw van extra ondergrondse gasopslag (in Nederland en in het noordwesten van Duitsland), extra aanvoer van Russisch gas, extra aanvoer van LNG en verhoogd aanbod van groen gas. Deze nieuwe infrastructuurprojecten zullen vanaf 2016 of 2017 extra entrycapaciteit moeten opleveren. Hiervoor zullen binnen 1 à 2 jaar investeringsbesluiten genomen moeten worden om tijdig de capaciteit beschikbaar te hebben. - 25 -
Gas Transport Services B.V. 2.4 Capaciteitsknelpunten In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de capaciteitsknelpunten en de wijze waarop GTS voornemens is deze op te lossen. In paragraaf 2.2.5 is uiteengezet dat capaciteitsknelpunten aan het licht kunnen komen in de knelpuntenanalyse maar ook als gevolg van additionele capaciteitsaanvragen. In voorgaande jaren geïdentificeerde knelpunten zijn aanleiding geweest tot een aantal investeringsprojecten (zie ook vertrouwelijke bijlage 3 waarin financiële gegevens van deze projecten is opgenomen). Enkele van deze projecten stonden vermeld in het KCD van 2009. Dat deze opnieuw in het KCD van 2011 zijn opgenomen wordt veroorzaakt door de soms aanzienlijke periode waarover een investeringsmaatregel wordt gerealiseerd en afgerond. Naast de in het onderstaande voorziene capaciteitsknelpunten verwacht GTS dat op termijn aanvullende kwaliteitsconversie door middel van stikstof nodig zal zijn. Dit kan betekenen dat er behoefte ontstaat aan een nieuwe stikstoffabriek in de periode rond 2020. Als gevolg van marktontwikkelingen kan dit enkele jaren naar voren of naar achteren verschuiven. 2.4.1 Capaciteitsknelpunten HTL en RTL Van de in het KCD 2009 vermelde knelpunten waar nog geen besluit m.b.t. de oplossing was genomen (zie KCD 2009 hoofdstuk 2.4.3) kan het volgende worden gerapporteerd: 1. Huidige en toekomstige (internationale) Open Season projecten Een investeringsbesluit van OS2012 fase 2 is in het voorjaar van 2010 genomen, een investeringsbesluit van IOS in de zomer van 2011. 2. Gas bergingen Investeringsbesluiten zijn genomen m.b.t. de aansluiting van gasopslag Bergermeer en gasopslag Zuidwending. 3. LNG import Het project voor een tweede terminal in de Maasvlakte en het project voor een terminal in de Eemshaven zijn momenteel niet actueel en de aansluiting daarom ook niet. Over een mogelijke toekomstige uitbreiding van de GATE terminal en bijbehorende netaanpassingen is nog geen besluit genomen. 4. Kwaliteitsconversie Uitbreiding van kwaliteitsconversiemiddelen (met name stikstof) is momenteel in studie. 5. Centrales en grote industrieën Over een aantal zijn besluiten genomen, een aantal andere wacht nog op een besluit. Uit de HTL-knelpuntenanalyse van 2011 is een aantal nieuwe capaciteitsknelpunten naar voren gekomen. Mengstation Schinnen vormt een knelpunt voor het transport van gas naar Zuid-Limburg. Er wordt momenteel onderzocht of het mogelijk is de functionaliteit van dit station aan te passen. Op Kootstertille in Friesland wordt kleine velden gas ingenomen. Er is een knelpunt ontstaan omdat het aanbod van deze velden de verwachtingen overtreft. Dit leidt tot problemen met betrekking tot de inname van kleine velden gas. - 26 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 H-gas met een relatief grote fractie hogere koolwaterstoffen mag, verdund met stikstof, niet zondermeer in het G-gas netwerk worden gevoed. Om aan deze eis te voldoen, dienen in Noordwest Nederland een aantal voorzieningen te worden getroffen. Doel is dat GTS de verschillende typen H-gas kan sturen zodat zeker wordt gesteld dat alleen goed H-gas wordt gebruikt voor de G-gasmarkt De groei van de industriële vraag naar gas in het gebied rond Rotterdam heeft geleid tot een knelpunt in het gastransport in deze regio. De groei van de gasmarkt in de provincie Groningen, vanwege de komst van nieuwe gascentrales, heeft geleid tot een knelpunt in die regio Delfzijl/Eemshaven. GTS verwacht dat er naast deze knelpunten de komende jaren nieuwe knelpunten zullen ontstaan. De Nederlandse productiecapaciteit van gas neemt af en nieuw aanbod kan vaak niet zondermeer worden ingenomen. Naast een ander entrypunt speelt daarbij een andere gaskwaliteit een rol. Tevens ziet GTS een toenemende vraag naar internationale transportcapaciteit, zowel in de richting Noord-Zuid, als in de richting Oost-West. Ook worden in Nederland een aantal nieuwe gascentrales gepland. Waar de nieuwe knelpunten in het GTS netwerk zich zullen manifesteren is op dit moment niet goed bekend. Bestaat het nieuwe aanbod bijvoorbeeld uit extra LNG in Rotterdam of zal het extra Russisch gas in Oost-Groningen worden? De precieze groei van de vraag naar internationale transportcapaciteit is door GTS eveneens moeilijk te voorspellen. Een volgend Open Season zal de informatie moeten verschaffen op basis waarvan knelpunten kunnen worden geïdentificeerd en noodzakelijke netwerkaanpassingen kunnen worden vastgesteld. De tabel toont de HTL-knelpunten en geeft aan binnen welke termijn zich deze voordoen. Knelpunt 11/12 12/13 13/14, 14/15, 15/16 MS Schinnen K K K Inname Friese Gassen (Kootstertille) K K K Hoge koolwaterstoffen - - K Rotterdam (Maasvlakte) K Delfzijl / Eemshaven K K K Nieuwe knelpunten K Tabel 5: Knelpunten GTS voert periodiek RTL-knelpuntenanalyses uit. Hierbij wordt bepaald of alle stations in staat zijn de geprognosticeerde capaciteiten te kunnen leveren onder de contractuele randvoorwaarden. Bij de meest recente RTLknelpuntenanalyse in 2011 zijn de volgende knelpunten gevonden. Aansluiting centrales en grote industrieën Het RTL nabij Diemen moet worden aangepast. Dit is een vervolg op de reeds in KCD 2009 gemelde projecten (zoals ook hierboven aangegeven). Besluiten worden genomen in nauwe samenhang met de besluiten van de centrale/industrie. Kleinere knelpunten Op de oplossing van een aantal kleinere knelpunten (RTL nabij Weesp) wordt nog gestudeerd. - 27 -
Gas Transport Services B.V. Voor de volgende knelpunten kunnen operationele oplossingen worden gevonden De verwarmingscapaciteit op enkele GOSsen is in theorie te laag om de piekcapaciteit te kunnen leveren. Deze knelpunten liggen allemaal binnen de toegestane marge, daarom is geen actie nodig. Bij enkele afnemers zijn de regelstraten te klein voor de piekcapaciteit. Met desbetreffende afnemers is afgesproken dat in deze gevallen de reservestraat zal worden ingezet. Als deze niet beschikbaar is, gaat de afnemer akkoord met de levering van een lagere capaciteit. In enkele gevallen betekent het leveren van de piekcapaciteit een geringe overbelasting van de gasmeter. De overbelasting van de gasmeter heeft geen consequenties voor de afnemer. GTS accepteert het risico dat de overbelasting optreedt. De realisaties van de betreffende stations worden periodiek gevolgd. Het is gebleken dat de piekcapaciteit slechts sporadisch werd gerealiseerd. Ten gevolge van de gewijzigde situatie in het HTL in het Botlek gebied, treden in het RTL drukonderschrijdingen op indien alle afnemers hun piekcapaciteit wensen af te nemen. Dit knelpunt treedt op indien de totale afname in het Botlek RTL groter is dan 88% van de piekcapaciteit. Uit analyse blijkt dat deze situatie zich in het verleden nooit heeft voorgedaan, daarom wordt het risico geaccepteerd. Groen gas Op dit moment wordt groen gas vooral ingevoed op de RNB netwerken. Gelet op de groei van de groen gasmarkt worden een aantal aansluitingen op het Gasunie netwerk voorzien. Op dit moment zijn er subsidie aanvragen in behandeling voor ca. 25.000 m3/h. In een aantal aanvragen is ook conversie van groen gas naar elektriciteit een optie. De ervaring met biogasaansluitingen is nog beperkt. De projecten worden sterk gestimuleerd door subsidies, en er ligt een uitdagende target voor 2 BCM in 2020. Derhalve worden een aantal projecten verwacht voor 2012 en volgende jaren. Operationele schakelingen voor gaskwaliteitsbeheersing De gaskwaliteit vertoont steeds grotere variaties. Naast de grote gasstromen (LNG, Russisch gas, Noors gas) is ook groen gas hier debet aan. Dit vereist o.a. het plaatsen van gaschromatografen (GC) voor het volgen van afwijkingen bij invoeding van nieuwe gassen, om gecontroleerd de gasstromen op te mengen binnen de vereiste kwaliteitsband. Daarnaast zorgt de invoeding van gas in de RNB-netten voor minder afzet over de M&R s en GOSsen. Hierdoor is niet alleen de maximale belasting maatgevend voor de regelstraten, maar ook de regeling in het minimum flowgebied. Hiervoor zullen maatwerk regelstraten worden bijgeplaatst voor adequate beheersing van de gasflow en de odorisatie. Naast de maatregelen die volgen uit de knelpuntenanalyse zijn er een aantal aanvullende maatregelen die mogelijk tot een investeringsproject kunnen leiden. Deze zijn te vinden in vertrouwelijke bijlage 3. - 28 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 3 Kwaliteit en Veiligheid 3.1 Algemene inleiding Conform de Gaswet draagt GTS zorg voor een veilig, doelmatig en betrouwbaar gastransport, op een manier die het milieu zo veel mogelijk ontziet. De uitvoering van werkzaamheden aan de infrastructuur zelf die hieraan verbonden zijn is uitbesteed aan N.V. Nederlandse Gasunie. De besturing van het net en daarmee de feitelijke uitvoering van het gastransport wordt door GTS uitgevoerd. Veiligheid is voor GTS topprioriteit. De processen op dit gebied worden voortdurend technisch en beleidsmatig getoetst en indien mogelijk verbeterd. De zekerheid van het transport hangt niet alleen af van de ontwerpcriteria voor de infrastructuur en de juiste uitvoering van het beheer en onderhoud, maar ook van de wijze van besturing van het transportsysteem. De balans tussen deze elementen zorgt voor efficiency en transportzekerheid. Het kwaliteitssysteem van GTS is gericht op de beheersing van risico s voor het realiseren en in stand houden van de veiligheid, kwaliteit en integriteit van het gastransport. De belangrijkste risico s worden vastgesteld op basis van een risicoanalyse. Paragraaf 3.2 behandelt het kwaliteitssysteem dat wordt gehanteerd, waarna in paragraaf 3.3 wordt aangegeven welk kwaliteitsniveau, uitgedrukt door middel van performance indicatoren, GTS nastreeft en welke veiligheidsindicatoren worden toegepast. Hierna wordt in paragraaf 3.4 ingegaan op de veiligheidsnormen en -voorschriften die worden toegepast. Paragraaf 3.5 bevat een analyse van de belangrijkste risico s. In de paragrafen 3.6 tot en met 3.8 wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatregelen die op de korte en lange termijn worden voorzien voor het in standhouden van de kwaliteit van de transportdienst. In geval van een onderbreking zorgen een volcontinue wachtdienstorganisatie bij zowel GTS als Gasunie en een goed uitgeruste storingsdienst voor een adequate aanpak van het probleem. Hiermee beperkt GTS de omvang van de mogelijke gevolgen van een onderbreking. Dit wordt nader beschreven in paragraaf 3.9. Paragraaf 3.10 behandelt het bedrijfsmiddelenregister en geeft een beschrijving van de componenten van het transportsysteem. - 29 -
Gas Transport Services B.V. 3.2 Beschrijving kwaliteitsbeheersingssysteem GTS ziet het realiseren van veilig, betrouwbaar en kwalitatief hoogwaardig gastransport als een van haar kerntaken. Streven naar een effectieve en efficiënte organisatie houdt het voortdurend verbeteren van de organisatie in al haar facetten in. De ondernemingsactiviteiten van GTS kennen veel onzekerheden. Deze onzekerheden behelzen risico s op alle niveaus: strategische, operationele en wet- en regelgevingrisico s. Voor het beheersen van deze risico s is beleid ontwikkeld, dat ervoor zorgt dat risicomanagement een integraal onderdeel vormt van al onze activiteiten. GTS hanteert een helder intern risicobeheersings- en controlesysteem. Dat is erop gericht een redelijke mate van zekerheid te geven dat de realisatie van bedrijfsdoelstellingen op korte en lange termijn wordt bewaakt, dat risico s verbonden aan de ondernemingsactiviteiten worden beheerst, dat de financiële verantwoording betrouwbaar is en dat wet- en regelgeving worden nageleefd De eisen, die aan het Management Control Systeem zijn gesteld, liggen vast in het document Kwaliteitszorg bij Gasunie: Minimum Requirements voor Management Control. Deze minimale eisen zijn onverkort van toepassing op GTS, als dochter van Gasunie. De Minimum Requirements voor Management Control zijn mede gebaseerd op de NEN-ISO 9001 kwaliteitsnorm en zijn in 2008 geactualiseerd. Binnen het raamwerk van het risicobeheersings- en controlesysteem zijn de managers van de afdelingen verantwoordelijk voor de opzet en werking van het systeem in hun eigen bedrijfsonderdeel. De effectiviteit van de beheersing wordt periodiek getoetst. De wijze waarop de toetsing plaatsvindt, is vastgelegd in een controleplan. Daarnaast laten de Raad van Bestuur van Gasunie en de directie van GTS periodiek in een onafhankelijk onderzoek, operationele audit s, vaststellen of de opzet en werking van beheersmaatregelen voldoende effectief is. De Minimum Requirements en eventueel relevante specifieke normen fungeren hierbij als maatstaf. Op basis van dezelfde aanpak is per organisatieonderdeel of proces een risicoprofiel opgesteld dat als basis geldt voor het auditplan. De Audit Commissie, bestaande uit drie leden van de Raad van Commissarissen, stelt het auditplan vast voor een periode van vijf jaar. Het auditplan wordt jaarlijks geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Dit raamwerk leidt ertoe dat het management doorgaans de vigerende Operationele Risico Analyses (ORA s) tussen twee audits in, opnieuw tegen het licht houdt. Het niet actualiseren van een ORA leidt automatisch tot een auditcommentaar. Voor de GTS-processen en -afdelingen geldt op basis van de risicoprofielen een auditfrequentie van eens per drie jaar. De Raad van Bestuur bespreekt jaarlijks de opzet en werking van het totale risicobeheersings- en controlesysteem met de Audit Commissie. Onder meer wordt dan besproken in welke mate GTS invulling geeft aan de eisen van het Management Control Systeem en in welke mate de Minimum Requirements voor Management Control nog adequaat zijn als maatstaf voor Management Control. Verder rapporteert het management jaarlijks gecascadeerd over risicobeheersing aan de Raad van Bestuur. Er wordt verantwoording afgelegd door middel van een Document of Representation. In feite is er sprake van een proces van continue toetsing en zo nodig verbetering. GTS evalueert voortdurend haar Management Control Systeem en niet eenmaal per zes jaar zoals de MRQ vraagt. Het Management Control Systeem kan als volgt worden weergegeven (figuur 8). - 30 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Beleid Eisen Belanghebbenden Bestuur Bijsturing Beheer Beoordelen en verbeteren Uitvoering Bedrijfsactiviteiten Normen Documentatie Auditing Figuur 8: Management Control Systeem Het Management Control Systeem rust op drie pijlers: Normen ondersteunen het management bij het nemen van de juiste beslissingen. Documentatie/rapportage zorgt dat alle genomen maatregelen expliciet, inzichtelijk en toetsbaar zijn. Auditing zorgt voor onafhankelijke beoordeling van de opzet en werking van de maatregelen. Uitgangspunt voor het Management Control Systeem zijn de relevante normen en streefwaardes (zie paragraaf 3.3) van de organisatie. Belanghebbenden zijn: de externe- en interne klanten, het management, de aandeelhouder, RvC, het personeel, de overheid en de maatschappij. Om aan de eisen en normen te voldoen, worden op de volgende vier niveaus beslissingen genomen: Beleid: Beslissingen over de producten en diensten waarop de organisatie zich richt, over de doelstellingen die zij wil realiseren en over de manier waarop deze worden gerealiseerd. Bestuur: Beslissingen over de inrichting van de organisatie en de keuze van mensen en middelen. Beheer: Beheersing van de processen waardoor deze effectief en betrouwbaar zijn en efficiënt worden uitgevoerd. Performance- en risicomanagement zijn belangrijke elementen in het beheer van de processen. Een breed scala aan beheersmaatregelen is mogelijk. Uitvoering: De directe aansturing van medewerkers bij de uitvoering van hun werkzaamheden en controle op de uitvoering. - 31 -
Gas Transport Services B.V. Over de resultaten van de bedrijfsactiviteiten wordt gerapporteerd opdat de juistheid van de beslissingen op alle niveaus kan worden beoordeeld en waar nodig worden bijgestuurd. Het signaleren van verbeteracties is een zaak van alle medewerkers. Alle medewerkers zijn gehouden aan een gedragscode. Voor alle belangrijke processen zijn handboeken, richtlijnen en procedures opgesteld, die periodiek geëvalueerd worden. De externe accountants beoordelen in het kader van de jaarrekening periodiek de belangrijkste aspecten van de opzet en werking van de administratieve organisatie en de daarin opgenomen interne controlemaatregelen. Hierover rapporteren zij aan de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. 3.3 Veiligheidsindicatoren en nagestreefd kwaliteitsniveau Om de doelstellingen van GTS te bereiken zijn binnen de organisatie processen gedefinieerd die moeten leiden tot de gewenste resultaten. De output van de processen is vastgesteld en meetbaar gemaakt met behulp van prestatieindicatoren. Aan deze prestatie-indicatoren zijn realistische normen of streefwaardes (later: signaalwaardes) verbonden om de behaalde resultaten met betrekking tot de doelstelling te kunnen toetsen. Hiermee vormen de prestatieindicatoren met bijbehorende signaalwaarden voor GTS een samenhangend stelsel van kwaliteitsindicatoren. Niet-leveringen Niet-levering houdt in dat een afnemer gedurende bepaalde tijd, via welke weg dan ook, volledig van levering is afgesloten of gezien de lage druk niet in staat is gas in te nemen. Storingen die aan de afnemer mogen worden toegerekend, worden hier niet meegeteld. De signaalwaarde van de prestatie-indicator Niet-leveringen is voor 2010 vastgesteld op 9 per jaar. Gemiddelde tijdsduur veiligstellen van storingen (met onmiddellijk gevaar) De tijdruimte, gerekend vanaf het moment van de aanvang van een storing tot het moment waarop de storing is veiliggesteld. De signaalwaarde voor 2010 voor deze prestatie-indicator is een tijdruimte van maximaal 180 minuten. Leidingbeschadiging met gasuitstroom door mechanische graafwerkzaamheden Een leidingincident waarbij door een actieve (graaf-) handeling zodanige schade aan de leiding heeft plaatsgevonden dat deze heeft geleid tot gasuitstroom. De signaalwaarde voor 2010 voor deze prestatie-indicator is 1. Leidingbeschadigingen veroorzaakt door mechanische graafwerkzaamheden Een leidingincident waarbij door een actieve (graaf-) handeling zodanige schade aan de leiding had kunnen plaatsvinden dat deze had kunnen leiden tot gasuitstroom. De signaalwaarde voor 2010 voor deze prestatie-indicator is 12 per jaar. Letselgevallen met verzuim eigen personeel (=LTI Lost Time Incident). Letselgeval waarbij betrokkenen niet binnen 24 uur het werk heeft hervat, dan wel geen vervangend werk is geregeld. De signaalwaarde voor de prestatie-indicator letselgevallen met verzuim is voor 2010 vastgesteld op 0 per jaar. - 32 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Letselgevallen met verzuim derden, frequentie index. Aantal ongevallen van aannemers en derden per miljoen gewerkte uren gedurende twaalf maanden. De signaalwaarde voor de prestatie-indicator ongevallenfrequentie (= LTIF) is kleiner dan 2,1. 3.4 Normen, richtlijnen, voorschriften toegepast ten aanzien van veiligheid bij aanleg, onderhoud, beheer en uitvoeren van gastransport. 3.4.1 Belang GTS geeft veiligheid, gezondheid en milieu de hoogste prioriteit omdat het een voorwaarde is voor het voortbestaan van de onderneming. Dit belang past bij de missie van GTS om te zorgen voor veilig, betrouwbaar en duurzaam gastransport. Het vermijden van risico s tijdens de uitvoering van werkzaamheden is een kernelement bij alle activiteiten van GTS. GTS wil voortdurend haar prestaties ten aanzien van veiligheid, gezondheid en milieu verbeteren en past daarvoor nieuw ontwikkelde technieken en kennis toe. Geen ongevallen, ernstige incidenten en leidingbeschadigingen Het doel van GTS is het voorkomen van alle ongevallen, incidenten en leidingbeschadigingen. Bij activiteiten worden vooraf de veiligheids-, milieu- en gezondheidsrisico s in kaart gebracht. Om die risico s te minimaliseren zorgt GTS ervoor dat de daarvoor vereiste maatregelen worden getroffen, zodanig dat veiligheid en de betrouwbaarheid van het gastransportnetwerk op het niveau van haar eigen standaard worden gehandhaafd en in overeenstemming zijn met de wettelijke eisen voor externe veiligheid. In samenwerking met alle betrokken partijen zal GTS het aantal leidingbeschadigingen door derden terugdringen. Om het kwaliteitsniveau te kunnen bewaken en waar nodig bij te kunnen sturen is er een aantal kwaliteitsprestatie indicatoren ontwikkeld die ook periodiek worden gerapporteerd aan de Raad van Bestuur van Gasunie. Zie ook paragraaf 3.3. Verantwoordelijkheid en verantwoording De Raad van Bestuur blijft op de hoogte van belangrijke gebeurtenissen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu en ziet erop toe dat het managementsysteem voor veiligheid, gezondheid en milieu goed functioneert en dat de regels worden nageleefd. De Raad van Bestuur zorgt ervoor dat de inzet van mensen en middelen zodanig is dat aan deze afspraken kan worden voldaan. De Raad van Bestuur verantwoordt zich via het jaarverslag over de naleving van dit veiligheidsbeleid. Het management is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kennis, vaardigheden en motivatie van de medewerkers. Het management ziet erop toe dat het veiligheidsbeleid en de wet- en regelgeving worden nageleefd. Iedere GTS-medewerker en iedere medewerker van derden werkzaam voor GTS, is persoonlijk verantwoordelijk voor naleving van het veiligheidsbeleid en van de wet- en regelgeving. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een dienstverband of contract. Om op een adequate manier invulling te kunnen geven aan de geldende Wet- en Regelgeving beschikt Gasunie/ GTS over: Certificaat ISO 14001, nr. 25423-2011-AE-NLD-RvA d.d. 9 juni 2011 Certificaat Afdeling Drukhouders Inspectie, nr. I068, 28 september 2009 RvA beoordelingsrapport deel B, rapport I068-C02.4 d.d. 13-10-2008 Om aan bovenstaande accreditaties en certificaten te kunnen voldoen, beschikt GTS over een gedocumenteerd Management Control Systeem op het gebied van Veiligheid, Gezondheid en Milieu en over diverse afdelingshandboeken. Deze handboeken maken ook onderdeel uit van de jaarlijkse interne- en externe audits. In Bijlage I is een overzicht opgenomen van de meest relevante Europese richtlijnen en normen met hun globale toepassingsgebied die GTS hanteert. - 33 -
Gas Transport Services B.V. 3.4.2 Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om de veiligheid van derden. GTS beheert een gastransportnet waardoor grote hoeveelheden gas onder hoge druk worden vervoerd. Er is een zeer kleine kans op het ongewenst vrijkomen van gas als gevolg van een leidingbeschadiging. Dit levert een risico op voor de omgeving. De belangrijkste oorzaken van leidingbeschadigingen zijn externe oorzaken, in de vorm van graafwerkzaamheden door derden. Het externe veiligheidsbeleid is er op gericht dergelijke risico s te minimaliseren. GTS voert een actief beleid waarin zij professionele gravers wijst op het belang van vroegtijdig aanmelden van graafwerkzaamheden bij het Kabels en Leidingen Informatiecentrum (KLIC). GTS heeft actief meegewerkt aan de nieuwe wetgeving waarbij gravers verplicht zijn beschadigingen aan leidingen te melden (WION). Deze wetgeving is in februari 2008 van kracht geworden. Wanneer via KLIC een melding wordt gedaan dat een graver voornemens is graafactiviteiten uit te voeren wordt bij GTS volgens procedures uitgezocht of er mogelijk GTS leidingen bij betrokken zijn. De graver wordt dan geïnformeerd en verder begeleid. Bij de graafwerkzaamheden wordt toezicht gehouden. Daarnaast houdt GTS zich actief bezig met het informeren van de gravers over mogelijke risico s en de juiste ligging van de leidingen. Intern houdt GTS een registratie bij van alle schades om, waar mogelijk, bij structurele aspecten tijdig maatregelen te kunnen treffen. GTS zelf draagt zorg voor de integriteit van het systeem door adequate inspectie-, preventie- en onderhoudsprogramma s. Bovendien wordt in lijn met het overheidsbeleid een veiligheidszonering aangehouden. Er is verder aandacht voor het transparant communiceren over risico s en ten slotte worden in samenwerking met overheden plannen ontwikkeld en oefeningen gehouden om mogelijke calamiteiten snel en veilig het hoofd te bieden. De integriteit van het systeem Om de integriteit van het systeem te waarborgen, zijn en worden installaties en leidingen aangelegd volgens internationale, nationale en door de internationale branche zelf vastgestelde standaarden. In Nederland zijn deze vertaald in de NEN 3650 en voor GTS, waar relevant, aangevuld met eisen vastgelegd in de Gasunie Technische Standaard. De eisen aan systemen worden steeds aangepast aan ervaringen, op basis van onderzoek en nieuwe ontwikkelingen. Er gelden voor het ontwerp, de constructie, de in gebruikstelling en het beheer van de installaties en leidingen een groot aantal op veiligheid gerichte procedures. Voor alle werkzaamheden in dat verband waarbij technische integriteit een rol speelt, wordt de afdeling Veiligheid betrokken, welke voor inspectie en toezicht is geaccrediteerd door de RvA en is aangewezen door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Als basis voor haar activiteiten gaat de afdeling TV uit van een inventarisatie van alle denkbare risico s. Deze risico s worden, samen met de genomen maatregelen, in een beoordelingsmatrix geplaatst, periodiek beoordeeld en zo nodig herzien. De afdeling TV is samen met inspecteurs van de afdeling Procurement betrokken bij alle fasen in de levenscyclus van drukhoudende apparatuur als toezichthouder en adviseur (figuur 9). Nieuwbouw fabrikant Nieuwbouw veld Ingebruikneming Gebruik Uit gebruik Figuur 9: Fasen in de levenscyclus van drukhoudende apparatuur - 34 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Ontwerp en nieuwbouw fabrikant Beoordeeld worden onder andere: Ontwerp, Constructie, Materiaalkeuzen, Lasmethoden, Niet destructief onderzoekmethoden van lassen, Drukbeheersing. Tevens worden audits en inspecties bij toeleveringsbedrijven uitgevoerd. Nieuwbouw veld, constructie Beoordeeld wordt of de realisatie geschiedt conform de geaccordeerde technische regels. Ingebruikneming De ingebruikneming vindt niet eerder plaats dan nadat een Akkoord voor Ingebruikname / Verklaring Keuring voor Ingebruikneming is afgegeven. Als alle formaliteiten zijn afgehandeld wordt een Conformiteitverklaring Veiligheid & Milieu deel Veiligheid Drukhouders afgegeven. Gebruik In de gebruiksfase worden alle drukhoudende delen van het systeem zoals drukvaten maar ook de leidingen geïnspecteerd. De keuringsfrequenties vloeien voort uit wet- en regelgeving, vergunningsvoorwaarden of eigen ervaringen en zijn veelal gebaseerd op risicoanalyses. Samen met de afdeling Assetmanagement wordt de inspectie-inspanning afgestemd en in een jaarplan vastgelegd. Verificatie van de inspectieresultaten en het eindoordeel over de integriteit inclusief volgend inspectie-interval worden vastgelegd in het Pipeline Integrity Management System (PIMS) en de Plant Maintenance module van SAP (een Enterprise Resource Planning systeem). Buiten gebruik stellen Het veilig en milieu verantwoord buiten bedrijf stellen van leidingen en installaties wordt opgevat als een modificatie en valt ook binnen het werkgebied van de afdeling TV. Om haar taak goed te kunnen uitvoeren beheert de afdeling TV een groot aantal expertise gebieden (figuur 10). Schadeonderzoek Defectbeoordeling Wet- en regelgeving Niet destructief onderzoek Materialen Drukhouder Inspectie & Inspecteurs Procurement Lassen Drukbeheersing Inspectie/ risicomanagement Constructies Productieprocessen Figuur 10: Expertisegebieden afdeling TV Het voorkomen van graafschade Bij ondergrondse leidingen is graafwerkzaamheden door derden de belangrijkste oorzaak van mogelijke schade aan de leiding. Leidingen zijn zo ontworpen dat zij ruimschoots bestand zijn tegen de druk van het getransporteerde - 35 -
Gas Transport Services B.V. gas, maar een zware graaf- of heimachine kan de integriteit van de leiding aantasten. GTS heeft daarom de afgelopen tientallen jaren een actief beleid gevolgd dat gericht is op het voorkomen van leidingbeschadigingen Sinds februari 2008 is nieuwe wetgeving van kracht (WION, ook wel grondroerdersregeling). Op grond hiervan zijn grondroerders verplicht om bij graafwerkzaamheden een KLIC melding te doen bij het Kadaster. Vervolgens ontvangt de grondroerder tekeningen van de netbeheerders, die relevant zijn m.b.t. de graafactiviteiten. De grondroerder is verplicht eventuele leidingbeschadigingen te melden. Er bestaan sancties als er niet gemeld wordt. Leidingen worden veelal zodanig diep gelegd dat de meeste graafwerkzaamheden geen kwaad kunnen. Voorts worden leidingen goed zichtbaar gemarkeerd, de directe omgeving van een leiding wordt periodiek geïnspecteerd en bij graafwerkzaamheden in de nabijheid van een leiding houden medewerkers van Gasunie toezicht. Het gehele netwerk is vastgelegd in de beschrijving van de componenten van het gastransportnet (zie paragraaf 3.10.2). Uit incidenten data blijkt dat vooral gravend Nederland de performance ten aanzien leidingbeschadigingen bepaalt. GTS stelt daar een uitgebreid defensief systeem om onverantwoorde graafwerkzaamheden te voorkomen tegenover. Al meer dan 10 jaar is aldus een ernstig ongeval, te weten leidingbreuk, niet opgetreden. Wel aanwezige data van minder ernstige incidenten, zoals weergegeven in onderstaande grafiek, worden gebruikt om trends te volgen. De effectiviteit van de preventieve maatregelen, inclusief. de WION, wordt eveneens gemonitord. Op grond daarvan is besloten om, ingaande het nieuwe vlieg-inspectiecontract, de vliegfrequentie te verlagen van 2-wekelijks naar 3-wekelijks. Europese gastransportbedrijven registreren op vergelijkbare wijze hun leidingincidenten. Een vergelijking van leidingincidenten met gasuitstroom bij ons bedrijf met die bij andere Europese gastransportbedrijven laat zien dat we gemiddeld beter scoren dan het Europese gemiddelde (figuur 11) (bron: database van de European Gas Pipeline Incident Data Group (EGIG)). Vergelijking Gasunie versus EGIG (voorschrijdend gemiddelde aantal incidenten met gasuitstroom) Aantal incidenten per 1000 km leiding per jaar 0,390 0,380 0,370 0,360 0,350 0,340 0,330 0,320 0,310 2006 2007 2008 2009 2010 EGIG Gasunie Figuur 11: Vergelijking GTS versus EGIG - 36 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Odoriseren van gas Aardgas is van nature reukloos. Om veiligheidsredenen wordt een geurstof toegevoegd zodat een eventuele uitstroming van gas door afnemers snel wordt opgemerkt. GTS odoriseert alle gas dat bestemd is voor de openbare voorziening. Dit gebeurt op de M&R-stations en op enkele GOSsen die direct op het HTL-netwerk zijn aangesloten. 3.4.3 Veiligheidszonering De Nederlandse overheid hanteert voor alle industriële risico-opleverende activiteiten een stelsel van zogenaamde risicocriteria. Daartoe worden de risico s volgens standaardmethoden berekend en op basis van toetsing aan de criteria wordt nagegaan of er een veiligheidszonering nodig is. De veiligheidszonering kan worden beïnvloed door aanvullende maatregelen. GTS heeft met circa 1.200 stations en installaties en meer dan 12.000 kilometer leidingen in Nederland direct te maken met deze risiconormering en is om die reden ook in het voortraject van het risicobeleid betrokken. Daarbij is er overleg over de wijze waarop risico s van gasinstallaties en leidingen worden berekend. Risico s worden in eerste instantie berekend bij planvorming voor nieuwe infrastructuur. Al in de engineeringfase worden, al dan niet in combinatie met de zogenaamde Milieu Effect Rapportage (MER), de externe veiligheidsrisico s berekend met behulp van geavanceerde modellen en specialistische kennis en getoetst aan de door de overheid gestelde criteria. Echter, ook bij bestaande infrastructuur kan het nodig zijn om de risico s te berekenen. Wijzigingen in bestemmingsplannen kunnen leiden tot een wijziging van de toekomstige aanwezige populatie nabij de infrastructuur en daarmee een wijziging in de risico s. De opnieuw vastgestelde risiconiveaus dienen te worden getoetst aan de criteria om te bezien of de planologische ontwikkelingen toelaatbaar zijn of niet. In 2011 is een nieuwe regelgeving voor de veiligheidszonering rondom hoge druk aardgasleidingen van kracht geworden. Deze nieuwe regelgeving verplicht exploitanten van buisleidingen met aardgas op hoge druk, om maatregelen te treffen op leidingdelen waarvan het risico voor omwonenden de door de overheid gestelde criteria overschrijdt. De vereiste maatregelen zullen met voorrang worden opgepakt, met als streven deze uiterlijk eind 2014 gereed te hebben. 3.4.4 Risicocommunicatie Vanuit de MER-plicht en vergunningverlening is een open communicatie over risico s met burgers van belang. Daarbij volstaat niet de puur getalsmatige benadering. Er zijn vele aspecten waardoor het ene risico anders beleefd wordt dan het andere. Een en ander is vormgegeven in het Preventie Beleid Zware Ongevallen (PBZO). In dit document wordt precies beschreven hoe GTS omgaat met dergelijke risico s: wat die risico s betekenen voor de werknemers en voor de omgeving van onze installaties, welke stappen worden genomen om die risico s zichtbaar te maken en natuurlijk wat GTS allemaal doet om de kans op en gevolgen van een ernstig ongeval te verkleinen. Het PBZO is tevens een belangrijke schakel tussen GTS en de toezichthoudende overheid. Gelet op het grote maatschappelijke belang wordt het PBZO bij inspectierondes op installaties door het bevoegde gezag altijd ter tafel gebracht. In het PBZO wordt dan ook verwezen naar alle genomen maatregelen en wordt verantwoording afgelegd over hoe GTS de veiligheid georganiseerd heeft. GTS blijft het veiligheidsbeleid binnen het bedrijf voortdurend kritisch bekijken, verbetert dit beleid waar mogelijk en stemt het beleid af op nieuwe overheidsregels. Er is sinds 2007 een wettelijke algemene informatieplicht, waarbij voor heel Nederland, dus ook voor de infrastructuur onder beheer bij GTS, de risico s worden geïnventariseerd en centraal, bij het RIVM, worden opgeslagen. GTS heeft de verplichting om van al haar installaties en leidingen informatie over risico s te verstrekken. - 37 -
Gas Transport Services B.V. 3.4.5 Rampenbestrijding Voorbereid zijn op een mogelijke rampsituatie is het sluitstuk van het veiligheidsbeleid. GTS voert daarvoor centraal overleg met hulpverleningsorganisaties, stelt handleidingen en informatiesheets op, informeert lokale brandweerkorpsen en neemt deel aan oefeningen. Voor een nadere toelichting van de calamiteitenorganisatie wordt verwezen naar paragraaf 3.9.2. 3.4.6 Uitvoeren van Gastransport De belangrijkste richtlijnen voor het uitvoeren van gastransport zijn neergelegd in de Gasvoorwaarden. Deze zijn te vinden op de website van de NMa (http://www.nma.nl/reguliering/energie/codes/default.aspx). Per 1 april 2011 is de primaire balanceerrol bij marktpartijen neergelegd, waarbij GTS een rol heeft in de residu balancering en het monitoren van de goede werking van de marktgedreven balanceermethodiek. In uitzonderlijke situaties heeft GTS de bevoegdheid dreigende noodsituaties het hoofd te bieden door aanwijzingen aan marktpartijen te geven op gebied van entry en eventueel exit van gashoeveelheden 3.5 Risico s De bedrijfsactiviteiten van GTS zijn onderhevig aan risico s. Deze risico s ontstaan als gevolg van veranderende omstandigheden in de interne en externe omgeving. GTS hecht veel belang aan een adequate beheersing van deze risico s. Om die reden is risicomanagement een integraal onderdeel van al de bedrijfsprocessen en activiteiten. GTS hanteert een helder intern risicobeheersings- en controlesysteem. Het systeem is erop gericht een redelijke mate van zekerheid te geven dat de realisatie van bedrijfsdoelstellingen wordt bewaakt, dat risico s verbonden aan de bedrijfsprocessen en ondernemingsactiviteiten worden beheerst, dat de financiële verantwoording betrouwbaar is en dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. Om dit te bewerkstelligen wordt het Enterprise Risk Managementmodel van COSO (The Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission) gehanteerd als referentiekader bij de inrichting en beoordeling van ons interne risicobeheersings- en controlesysteem. Algemeen geldende normen zijn vastgelegd in het document Minimum requirements voor management control. Dit document is een gestandaardiseerd raamwerk voor alle bedrijfsonderdelen van Gasunie. Een aantal algemene risico s die voor GTS van toepassing zijn, zijn beschreven in het onderstaande. Op specifieke risico s, gebaseerd op een risicoanalyse, wordt ingegaan in paragraaf 3.5.1. Paragraaf 3.5.2 behandelt de wijze waarop de risicoanalyses uitgevoerd worden. Marktrisico s De liberalisering van de Europese gasmarkt en de daaruit voortvloeiende Europese richtlijnen en nationale wetgeving hebben grote invloed op de bedrijfsvoering van GTS. Europese verordeningen hebben directe werking binnen de lidstaten. Toezichthouders, in Nederland de Energiekamer van de NMa, zijn door de overheden ingesteld om naleving van de Gaswet en regelgeving te monitoren. Dit betreft gereguleerde delen van de gasmarkt, waaronder het gastransport. Belangrijke risico s voor GTS liggen op het vlak van de toegestane tarieven voor transport en aanverwante diensten. Door de vernietiging van de Methodebesluiten in Nederland is dit risico toegenomen. Tarieven staan onder druk waardoor benodigde tijdige investeringen in infrastructuur mogelijk in gevaar komen. Dit betreft niet alleen nieuwe infrastructuur, maar ook de bestaande infrastructuur van GTS. Operationele risico s Persoonlijke en externe veiligheid, gezondheid en milieu zijn speerpunten in het beleid. GTS heeft een systeem opgezet dat deze processen stuurt, prestaties in kaart brengt en verbeterpunten identificeert. GTS beheert momenteel circa 12.000 kilometer ondergronds leidingnet en tal van installaties. Vanwege de toename van de bebouwde ruimte en van de bouwactiviteiten wordt het een steeds grotere uitdaging om een veilige ligging van al onze leidingen te waarborgen. Continue aandacht hiervoor blijft van groot belang om beschadigingen van het gastransportnet en de mogelijke consequenties daarvan te voorkomen. GTS heeft een uitgebreid systeem om de integriteit van het - 38 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 transportnet zeker te stellen. Hiervan maken onder meer kathodische bescherming en monitoring deel uit. Waar nodig zullen tijdig aanpassingen aan het net plaatsvinden om de veilige ligging te blijven garanderen. Het systeem KLIConline, dat wordt gecoördineerd door het Kadaster, moet waarborgen dat er in Nederland geen onveilige graafwerkzaamheden plaatsvinden in de buurt van leidingen. GTS ontwikkelt veel nieuwe activiteiten, zowel op het gebied van duurzaamheid als wat betreft de uitvoering van grote projecten. Voor een deel zijn hiervoor nieuwe en/of specifiek geschoolde medewerkers nodig die niet altijd gemakkelijk te vinden zijn op de arbeidsmarkt. Als gevolg van de toenemende import van gas uit het buitenland kan de samenstelling van het aardgas in Nederland veranderen. Dit is een actueel onderwerp dat ook gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van GTS. Financiële risico s Voor de komende jaren zullen de verwachte wijzigingen in de reguleringskaders een grote impact hebben op de financiële positie van GTS. In het licht van de huidige omstandigheden op de financiële markt, is het risico aanwezig dat onvoldoende of te dure financiering wordt gevonden. Daarom is het bewaken van de kredietwaardigheid van marktpartijen belangrijk en is het noodzakelijk om ons breed te oriënteren op de mogelijkheden op de geld- en kapitaalmarkt om aan de financieringsbehoefte te voldoen. Belangrijkste risico s, vastgelegd op basis van actuele risicoanalyse Naast de hiervoor beschreven risico s dient de netbeheerder de belangrijkste risico s vast te stellen op basis van een risicoanalyse. Voor de externe veiligheid is een risicoanalyse uitgevoerd in het kader van de PBZO, tegelijkertijd voert GTS Operationele risicoanalyses uit volgens de methode die beschreven is in deze paragraaf. Deze methode wordt ook gebruikt voor het uitvoeren van risicoanalyses gericht op de assets van GTS. Deze analyses maken onderdeel uit van het zogenaamde GLTAM project, dat de basis vormt voor de ontwikkeling van een long term asset managemen plan. Voor deze risico s geldt dat deze onder andere worden vastgesteld aan de hand van zogenaamde Bow-Tie analyses, gericht op specifieke typen assets. Vervolgens dienen de vastgestelde risico s verwerkt te worden in een risico matrix. Tijdens het uitvoeren van deze risicoanalyses werd in eerste instantie gebruik gemaakt van de risicomatrix die in het kader van de PBZO wordt toegepast. Deze matrix bleek echter minder geschikt is voor het verwerken van de risico s die samenhangen met assets. Daarvoor is het oplossend vermogen van de matrix verhoogd. Deze risicomatrix is opgenomen in de vertrouwelijke bijlage. Tevens is het resultaat van de risicoanalyse voor RTL afsluiters verwerkt in de nieuwe risicomatrix die eveneens in de vertrouwelijke bijlage is opgenomen. De verwerking van de uit verschillende analyses geïdentificeerde risico s voor de verschillende typen assets is een arbeidsintensief proces dat ten tijde van het uitbrengen van dit KCD nog in uitvoering loopt. Deze risico matrices kunnen daarom niet in dit KCD worden opgenomen, maar, zullen zodra beschikbaar alsnog aan de Energiekamer ter beschikking worden gesteld. Dit wordt in de komende 14 maanden voorzien. Daarnaast heeft GTS deze zomer een strategische risicoanalyse gericht op Mens en Omgeving afgerond. Deze risicoanalyse en de belangrijkste daarbij vastgestelde risico s zijn opgenomen in vertrouwelijke bijlage. Beschrijving risicoanalyse methodiek Risico s worden geanalyseerd aan de hand van de vastgestelde ondernemings- en procesdoelstellingen die gekoppeld zijn aan de bedrijfsprocessen. Daarvoor is een actuele beschrijving van het proces nodig. Voor zover nog niet aanwezig, wordt het proces in kaart gebracht of de bestaande procesbeschrijving geactualiseerd. Per bedrijfsproces worden de risico s geïnventariseerd die gerelateerd zijn aan de procesdoelstellingen. Dit leidt tot een opsomming van risico s die cruciaal zijn voor het bedrijfsproces. Voor elke bedreiging wordt vastgesteld wat de gevolgen zijn en de ernst van de gevolgen. Vervolgens wordt naar de maatregelen gekeken. Welke maatregelen zijn er genomen in het kader van een bepaalde bedreiging? Dekken deze maatregelen het risico van de bedreiging voldoende af? Of zijn er teveel maatregelen geïmplementeerd, gelet op de omvang van het risico. Ook dit laatste is ongewenst, aangezien - 39 -
Gas Transport Services B.V. maatregelen geld en inspanning kosten. Wanneer de balans niet in evenwicht is, worden er mogelijke verbeteringen in kaart gebracht. De gegevens over bedreigingen, gevolgen en maatregelen worden overzichtelijk vastgelegd in een risicomatrix. Tot slot wordt een eindrapport opgesteld en besproken met de procesverantwoordelijke. Meer in detail verloopt een risicoanalyse als volgt: Stap 1: Projectteam benoemen Een Risk Assessment wordt altijd uitgevoerd in teamverband. Een multidisciplinair team kan de risico s in het proces beoordelen vanuit verschillende invalshoeken. Daarom dient ervoor te worden gezorgd dat alle functies die een rol vervullen in het proces ook van buiten de eigen unit, in het team vertegenwoordigd zijn. Alleen dan vindt een effectieve en realistische discussie plaats en zal de Risk Assessment het maximale resultaat opleveren. Stap 2: Proces in kaart brengen Als het team is samengesteld kan de Risk Assessment daadwerkelijk van start gaan. Begonnen wordt met het in kaart brengen van het doel van het bedrijfsproces waarop de risicoanalyse betrekking heeft. Stap 3: Risico s / bedreigingen identificeren In de volgende stap gaat het team inventariseren welke risico s de doelstelling/scope kunnen bedreigen. Dat gebeurt aan de hand van de processchema s. Het team stelt vast, gerelateerd aan de procesdoelstelling, waar in het proces iets fout kan gaan, wat er fout kan gaan en welke de oorzaak is. Dit leidt tot een opsomming van risico s en het geeft een beeld van de kritische punten in het proces. Stap 4: Gevolgen in worst case scenario Per risico wordt vastgesteld wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn. Daarbij gaat het steeds om het uiteindelijke gevolg. Bijvoorbeeld, als iemand ziek wordt, is niet kunnen werken het eerste gevolg. Het gevolg daarvan kan weer zijn dat werk blijft liggen, facturen niet op tijd worden betaald en mogelijk rentenota s binnenkomen. Er wordt daarbij van het ergst mogelijke gevolg uitgegaan: de worst case. De gevolgen van een risico kunnen in ernst verschillen. Sommige fouten hebben gevolgen die te verwaarlozen zijn, andere hebben onoverkomelijke consequenties. Bedreigingen met een klein gevolg blijven verder buiten beschouwing. Het team waardeert de ernst van gevolgen aan de hand van de doelstelling, als Midden, Hoog of Zeer hoog. Dit gebeurt aan de hand van een standaardindeling, zie de tabel 6 hieronder. - 40 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Categorie Waardering ernst van gevolgen Financiële gevolgen > 500.000 > 50.000-500.000 op jaarbasis Z H Operationele gevolgen Veiligheid Gezondheid Milieu Wetten Regels Ethiek Imago Gaswet artikel 37 Klantgerichtheid > 5.000-50.000 Ernstige verstoring primaire bedrijfsfunctie Beperkte verstoring primaire bedrijfsfunctie Ernstige verstoring ondersteunende bedrijfsfunctie Beperkte verstoring ondersteunende bedrijfsfunctie Ongevallen met ernstig letsel, ernstige schade aan gezondheid, ernstige schade aan milieu Beperkt letsel, beperkte schade aan gezondheid, beperkte schade aan milieu Ernstige fraude, misleiding, contractbreuk, privacy-inbreuk, misbruik niet-commerciële bedrijfsinformatie, onvoldoende borging aansprakelijkheid Diefstal van beperkte omvang, privégebruik van bedrijfsmiddelen, onjuiste/niet tijdige informatie Ongeoorloofd gebruik van commercieel gevoelige informatie Onzorgvuldig omgaan met commercieel gevoelige informatie Onvoldoende afscherming/beveiliging van commercieel gevoelige informatie Geen onderzoek naar eisen/wensen, geen afspraken over producten/diensten, geen klanttevredenheidsonderzoek, geen klachtenregistratie t.a.v. externe klanten M Z H H M Z H Z H/M Z Z/H H Z/H Tabel 6: standaardindeling risicoanalyse methodiek M = midden H = hoog Z = zeer hoog De stappen 3 en 4 vinden plaats in teamverband. Gestart wordt met een brainstorm: de deelnemers identificeren bedreigingen die de doelstelling negatief kunnen beïnvloeden. Vervolgens worden de bedreigingen stuk voor stuk aan een kritische beschouwing onderworpen. Na stap 4 zijn alle relevante risico s waarmee in het proces rekening moet worden gehouden, geïdentificeerd en gekwantificeerd. Stap 5: Inventariseren en vaststellen van de maatregelen Het team inventariseert welke maatregelen thans genomen zijn om de risico s tegen te gaan. Dit kunnen zowel preventieve als correctieve maatregelen zijn. Preventieve maatregelen zijn bedoeld om te voorkomen dat een risico ook werkelijk zal optreden. Correctieve maatregelen richten zich op het opsporen en herstellen van al opgetreden fouten en problemen. In de risicomatrix worden per risico de bestaande maatregelen aangegeven. Stap 6: Beoordelen maatregelen Met stap 6 komen we tot de kern van de risicoanalyse. Het team beoordeelt of de bestaande maatregelen het risico volledig afdekken, of dat er sprake is van een restrisico. Zij doet dit op basis van de formule: Kans x Gevolg en vermeldt de uitkomsten op de Risicomatrix. Indien sprake is van een restrisico dan denkt het team na over de vraag of het nodig is om aanvullende maatregelen te nemen of dat er sprake is van een acceptabel risico (laatste kolom). Efficiencyverbetering Bij het beoordelen van de maatregelen kijkt het team ook steeds expliciet of de balans niet is doorgeslagen naar de andere kant. Of mogelijk sprake is van overkill en of overdreven veel of dure maatregelen zijn genomen ten opzichte van het risico dat GTS loopt. Ook voorstellen ter verbetering van de efficiency van het proces worden vermeld in de Risicomatrix. - 41 -
Gas Transport Services B.V. Stap 7: Eindrapport opstellen Ter afsluiting van de Risico Assessment stelt het team een eindrapport op. Het rapport bevat de uitkomsten van de analyse, toegespitst op de risico s die niet zijn afgedekt en de aanbevelingen voor te nemen acties. Het team bespreekt het eindrapport met de opdrachtgever. Eventuele opmerkingen en besluiten van de opdrachtgever worden verwerkt in het eindrapport. Vervolgens tekent de opdrachtgever voor akkoord en wordt het eindrapport definitief uitgebracht. De geaccepteerde aanbevelingen die gemaakt zijn in het eindrapport zullen periodiek worden gecontroleerd op realisatie. Geaccepteerde risico s Uit oogpunt van kosten-batenafweging zullen niet alle risico s voor 100% zijn afgedekt. Als een risico in het eindrapport bewust wordt geaccepteerd door de opdrachtgever gelden hiervoor de volgende goedkeuringsregels: C-risico s (Critical) door de executive board; H-risico s (High) door de Budgethouder; M-risico s (Medium) door de afdelingchef. De geaccepteerde risico s staan vermeld in het eindrapport. 3.6 Maatregelen ten aanzien van onderhoud en vervanging voor het realiseren of in stand houden van nagestreefde kwaliteit. Inleiding Het GTS transportsysteem functioneert al bijna vijftig jaar en maakt deel uit van de vitale infrastructuur in Nederland. Het systeem heeft aangetoond het gastransport in Nederland op een betrouwbare, veilige en efficiënte wijze aan te kunnen. De prestaties van het gastransportsysteem bevinden zich op hoog niveau en grote calamiteiten ten gevolge van veroudering hebben zich niet voorgedaan. Een adequaat beheersproces, hoofdzakelijk bestaand uit inspecties en preventief en correctief onderhoud, ligt hieraan ten grondslag. Dit beheersproces kan niet voorkomen dat GTS in toenemende mate wordt geconfronteerd met ouderdom, obsolete onderdelen, het wegvallen van leveranciersondersteuning, moeilijke bedienbaarheid en lekkages waardoor met steeds meer inspanningen aan de gestelde beschikbaarheid kan worden voldaan. Om ook in de toekomst een betrouwbaar, veilig en efficiënt gastransport te waarborgen is een aanpak nodig waarbij delen van het gastransportsysteem worden gerenoveerd of zelfs vervangen. Maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van externe veiligheid en duurzaamheid vereisen deze aanpak eveneens. Anders gezegd voor onze licence to operate is een beleid nodig waarbij de focus verschuift van draaiend houden naar borgen voor morgen. In 2011/2012 zal GTS op basis van een beslis- en prioriteringsmodel een programma voor de lange termijn ontwikkelen, waarbij wordt gestreefd naar een voorspelbaar en stabiel inspannings- en kostenniveau voor de instandhouding van de huidige assets. Gezien de omvang van het transportsysteem zal dat programma vanaf 2012 doorlopen tot 2026 en verder. In dit programma zullen niet alle zaken tegelijk opgelost kunnen worden, zodat op basis van relatieve prioriteit een volgorde zal worden bepaald. In afwachting van een definitieve oplossing zal het reguliere preventieve en correctieve onderhoud een beheersbare situatie borgen. In de volgende paragrafen wordt het beslis- en prioriteringsmodel in wording beschreven. In paragraaf 3.10.2 wordt voor de diverse entiteiten waaruit het gastransportsysteem is opgebouwd de problematiek beschreven inclusief de verwachte oplossingsrichting. - 42 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Beslis- en prioriteringsmodel Om op systematische wijze invulling te geven aan een renovatie- en vervangingsprogramma van een complex en veelomvattend transportsysteem wordt zoals hierboven vermeld in 2011/2012 een beslis- en een prioriteringsmodel opgesteld. Dit beslis- en prioriteringsmodel zal toegepast worden op de belangrijkste entiteiten waaruit het gastransportsysteem is opgebouwd (HTL- en RTL gebonden objecten), en zal als output een overzicht geven waarin aangegeven staat: welke maatregelen per individueel object nodig zijn om de gevraagde performance in de toekomst te waarborgen; welke prioriteit de maatregelen per individueel object hebben in relatie tot de andere objecten Het beslismodel is schematisch weergegeven in figuur 12. Zoals aangegeven wordt een individueel object allereerst beoordeeld op de volgende aspecten: Technische integriteit Functionaliteit Economie Wet- en regelgeving Veiligheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu Diversen Na deze beoordeling is per object bekend in hoeverre wordt voldaan aan voorgenoemde aspecten en welke maatregelen benodigd zijn om in de toekomst te blijven voldoen aan deze aspecten, inclusief een prioriteitstelling. Deze informatie wordt aangevuld met informatie die volgt uit de risicoanalyse voor de betreffende objectengroep, waar het individuele object onderdeel van uitmaakt. Deze risicoanalyse is uitgevoerd conform de in de NTA 8000 beschreven risico gestuurde aanpak. Per object i Technische Integriteit Functionaliteit Wet- en regelgeving Veiligheid Ruimtelijke Ordening Milieu Individueel object i + Individueel object i Economie Diversen Per populatie waar object i toe behoort Risicoanalyse Maatregelen met een individuele prioriteitstelling + Investeringsbeslissing: - Saneren - Repareren - Vervangen Figuur 12 Schematische weergave van het beslismodel - 43 -
Gas Transport Services B.V. Het resultaat dat volgt uit het beslismodel, nadat dit met alle HTL en RTL gebonden objecten doorlopen is, is een lijst waarbij per individueel object maatregelen vastgesteld zijn op basis van de toestand van het object tijdens het onderzoek. Iedere maatregel bevat een prioriteit. Om de uiteindelijke volgorde van aanpak van de objecten in de voorgenoemde lijst te bepalen, oftewel een renovatieplanning op te stellen, wordt gebruikt gemaakt van een prioriteringsmodel. Dit staat weergegeven in figuur 13. Individueel object i Lijst I Gastransporttechnisch Lijst II OUTPUT beslismodel + Maatregelen met een individuele prioriteitstelling + Investeringsbeslissing: - Saneren - Repareren - Vervangen Lijst met alle individuele objecten geranked op prioriteit 1... 2...... n... Organisatie Financiën Vergunningen Invloed op en van regulier onderhoud Finale lijst met de behandelvolgorde van alle individuele objecten 1... 2...... n... Synergie met lopende en andere projecten Multidisciplinair team Figuur 13. Schematische weergave van het prioriteringsmodel. Zoals weergegeven in figuur 13 wordt de uiteindelijke volgorde van aanpak van de objecten bepaald door een multidisciplinair team waarbij rekening wordt gehouden met: Prioriteit Gastransporttechnische mogelijkheden De organisatie (capaciteit, fte s, bezetting) Financiële aspecten Vergunningen Invloed op en van regulier onderhoud Synergie met lopende en andere projecten Bovenstaande werkwijze resulteert in een programma dat zich tot 2026 en verder zal uitstrekken, en waarbij zoveel mogelijk de inspanning en kosten gelijkmatig over de jaren verdeeld worden. Het langjarige programma dat ontstaat is niet statisch. Regelmatig zal op basis van het beslismodel en voortschrijdend inzicht een herijking plaatsvinden van noodzakelijke maatregelen, prioriteit en volgorde van uitvoering. In paragraaf 3.10.2 wordt nader ingegaan op elk van de onderdelen van het gastransportsysteem. Van elk van deze onderdelen wordt een beschrijving gegeven, inclusief een kwalitatieve beoordeling van de technische toestand daarvan. Hierbij wordt ook ingegaan op de ontwikkeling van deze technische toestand in de tijd. Daarmee wordt invulling gegeven aan artikel 17.3.b en 17.3.c van de MRQ. Voor zover mogelijk wordt in die paragraaf op basis van de huidige (voorlopige) inzichten tevens een indruk gegeven in de maatregelen voor onderhoud en vervanging op de lange termijn. Zoals in deze paragraaf is aangegeven, bevindt - 44 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 GTS zich thans midden in het proces om aan de hand van het beschreven beslis- en prioriteringsmodel te identificeren welke maatregelen per object op termijn noodzakelijk zijn en wat de prioriteit daarvan is. Dat proces is op het moment van het vervaardigen van dit KCD nog niet afgerond. Volledige informatie is derhalve op dit moment nog niet beschikbaar, en het beschrevene is een voorschot op de definitieve uitkomst van het beslis- en prioriteringsmodel. 3.7 Investeringsplan ten aanzien van vervangings- en uitbreidingsinvesteringen. 3.7.1 Vervangingsinvesteringen (2012-2016) Voor informatie betreffende vervangingsinvesteringen wordt verwezen naar de vertrouwelijke bijlagen (vertrouwelijke bijlage 4) die onderdeel zijn van het KCD document. 3.7.2. Uitbreidingsinvesteringen (2012-2016) Voor informatie betreffende uitbreidingsinvesteringen wordt verwezen naar de vertrouwelijke bijlagen (vertrouwelijke bijlage 3) die onderdeel zijn van het KCD document. 3.8 Onderhoudsplan Onderhoudsplan voor de komende vijf jaar In onderstaande wordt een overzicht gegeven van het door GTS uitgevoerde preventieve onderhoudprogramma. 3.8.1 Transportnet Het regulier onderhoudsprogramma bestaat onder anderen uit de volgende onderdelen (tabel 7) Transportnet Beurt Inclusief Vlieginspectie Rij inspectie Tracé lopen met tekening Loop inspectie en Rij inspectie Zet- en zakbakens kunstwerken Oplossen dekkingsmanco s Coating en KB Modificaties t.b.v. onderhoud Conditie monitoring (Pigging of Direct Assessment) HTL & RTL Driewekelijks Driewekelijks Twee keer per vier jaar Jaar 1: landmeter incl. controle maaiveld Jaar 3: Toezichthouder Tracé Activiteiten Jaarlijks Afhankelijk vergunningseis en eigen risico inschattingen Afhankelijk eisen zakelijk recht en eigen risico inschattingen Via programma Situatie afhankelijk Via programma Tabel 7: regulier onderhoudsprogramma De totale jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten voor het transportnet, exclusief inwendige inspectie, bedragen circa 38 miljoen. Inwendige inspectie Tot het jaar 2000 heeft GTS slechts beperkt inwendige inspecties (pigging) uitgevoerd op haar leidingen. Het doel hiervan was conditiemonitoring op kleine schaal om te zien of er problemen met uitwendige corrosie te verwachten waren. In 2001 is GTS begonnen met een gestructureerd inspectieprogramma, waarin de HTL-leidingen in een door een corrosiemodel bepaalde volgorde alle zullen worden geïnspecteerd door middel van intelligent pigging. Deze leidinginspecties hebben als doel het verhogen van de veiligheid van de transportleidingen door het voorkomen van - 45 -
Gas Transport Services B.V. lekkages als gevolg van metaalafname en het aantonen van de integriteit van de leidingen. Uitgezonderd van het piggingprogramma zijn er korte aftakkingen die niet pigable zijn, welke met behulp van External Corrosion Direct Assessment (ECDA) worden geanalyseerd. ECDA bestaat uit bovengrondse coating- en KB-surveys. De resultaten van deze surveys worden gecombineerd en hieruit worden verificatieopgravingen van bepaalde coating- cq. corrosiedefecten bepaald. Met deze verificatieopgravingen wordt vastgesteld of een leiding al dan niet last heeft van corrosie. Als er sprake is van corrosie, wordt gekeken of de gevonden defectdiepten passen binnen een veronderstelde defectdiepteverdeling, waarmee de kans op lekkage door uitwendige corrosie voor die leiding kan worden bepaald. Is die kans te hoog, dan dienen aanvullende inspecties te worden uitgevoerd of andere maatregelen te worden genomen. Vanaf 2003 is GTS ook begonnen met het inspecteren van het RTL. Omdat alle RTL-leidingen eerst pigable moeten worden gemaakt, is vanwege de inspanning en kosten die dat met zich meebrengt, de ondergrens voor te piggen RTL bij tien kilometer leidinglengte gelegd. Een RTL-leiding die korter is dan tien kilometer en die niet in combinatie met een andere RTL kan worden gepigt, wordt met ECDA onderzocht. Het inspectiebeleid bestaat uit de volgende onderdelen: HTL: een doorlopend piggingprogramma bestaande uit een mix van initiële- en herinspecties; een initieel direct assesmentprogramma voor een deel van de HTL zijtakken dat eind 2012 moet zijn afgerond. RTL: een initieel inspectieprogramma van 1.200 km (20% van het RTL-net in kilometers) dat voor het begin van het jaar 2011 moest zijn afgerond. De 1.200 km worden onderzocht met pigging of ECDA; Uiteindelijk is 1026 km gerealiseerd. Het jaarlijks aantal pigruns zal rond de twintig tot vijfentwintig stuks liggen. Het pigable maken van met name oude RTL-leidingen vraagt substantiële aanpassingen en kosten. Ook opgravingen als gevolg van pigrunresultaten en ECDA-resultaten vragen een forse inspanning. Vanaf 2013 zal het aantal kilometers initiële RTL-pigruns worden opgehoogd tot circa 250 km per jaar. Daarvoor moeten in 2012 de daarvoor benodigde modificaties worden uitgevoerd. Voor het komende jaar zullen de kosten van het gehele leidinginspectieprogramma circa 35 miljoen bedragen. Naar verwachting zullen de kosten in de komende jaren door intensivering van het programma en daardoor meer modificaties om RTL pigable te maken toenemen. GTS wil de resultaten en ervaringen gedurende het inspectieprogramma gebruiken om verantwoorde aanpassingen van het programma te kunnen bewerkstelligen binnen de gestelde risicogrenzen van het ten minste handhaven van het huidige integriteitsniveau. - 46 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 3.8.2 Afsluiterlocaties Het regulier onderhoudsprogramma bestaat onder anderen uit de volgende onderdelen (tabel 8): Afsluiterlocaties Inclusief HTL HPSD RTL AFBLAAS Beurt Werktuigbouw Functionele test - Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Conditie test afsluiters Funct.test Elke drie jaar Elke drie jaar Vervangen olie/vet Inspectie/revisie afblaas Drukvat inspectie buffertanks Conditie test Eens in de acht jaar Eens in de vier jaar Electro en instrumentatie Calibratie Druktransmitters HPSD Twee keer per jaar Instrumentatie CCP controle Jaarlijks Jaarlijks Functionele test HPSD Calibratie druktransmitters Jaarlijks Laagspannings-inspectie Eens in de vijf jaar Algemeen Veiligheid, gezondheid en milieu ronde Eens in de vijf jaar Eens in de vijf jaar Tabel 8: Regulier onderhoudsprogramma afsluiterlocaties 3.8.3 Stations en installaties Het totale onderhoudsprogramma voor de stations en installaties bestaat uit meer dan 100 onderhoudsconcepten. In deze concepten zijn ruim 400 onderhoudsactiviteiten gedefinieerd, welke vanuit SAP-PM als werkorder aan de verschillende technici zichtbaar worden gemaakt. De totale beheer- en onderhoudskosten gerelateerd aan de stations en installaties, met daarin inbegrepen de afsluiterlocaties, bedragen ongeveer 60 miljoen euro per jaar. - 47 -
Gas Transport Services B.V. Het reguliere onderhoudsprogramma voor preventief onderhoud, exclusief verwarmingsketels, ziet er als volgt uit (tabel 9): GASONTVANGSTATIONS GO MEET- EN REGELSTATIONS MR Beurt Inclusief RS-RTL GO-type ES met P-REGELING RS-HTL RS-RTL MR-type ES zonder P-regeling IS/MS/CS (telemetrie) A1-W stand by Eén keer per drie weken Vervalt als station stand-by Eén keer per drie weken Vervalt als station stand-by A2- Eén keer per drie maanden Eén keer per drie maanden B-W A2 -W Jaarlijks B1-W A2-W Jaarlijks B2-W B1-W Eén keer per twee jaar AV-H Eén keer per vijf jaar Eén keer per vijf jaar D-W A2-W Eén keer per acht jaar D1-W A2-W Eén keer per vijf jaar Eén keer per vijf jaar D2-W A2-W Eén keer per acht jaar KT-W Jaarlijks BE-E Jaarlijks Jaarlijks BV-W ES: Eén keer per drie maanden BV-E ES: Jaarlijks E-K Eén keer per vijf jaar Eén keer per vijf jaar WI-W (MR) Alleen op aangeven van GTS Tabel 9: Regulier onderhoudsprogramma stations en installaties - 48 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 De omschrijving van de beurten genoemd in tabel 9 staat in tabel 10. A1-W. A2-W: B-W: B1-W: B2-W: AV-H: E-K: WI-W (MR): D-W: D1-W: D2-W: KT-W: BE-E: BV-W: THT-meting + Odorant-injectiecontrole GO->Visuele controle + straten overnametest MR->Visuele controle Functionele test GO Functionele test MR (uitvoering in najaar, vóór de winter!) Controle Meetflenseenheid Veiligheidscontrole (door CG) E-keur NEN 3140, explosieveiligheid, aarding, bliksem beveiliging. Uitvoering door Bevoegd Persoon Stand-by zetten van MR Inspectie Drukvaten door TVK Inspectie Odoranttank door TVK Inspectie Drukvaten door TVK Controle telemetrie Klant Controle instrumentatie, procescomputer, transmitters en kwaliteitsmetingen Functietest uitvoering conform STS 20-01 Hekwerken en Bewakingsystemen BV-E: Controle uitvoering conform STS 20-02/03 resp. Hekwerken en bewakingsystemen (E&I) en Bewaking en beveiligingsystemen (E&I) Tabel 10: Omschrijving beurten De procedures en werkinstructies, behorende bij de onderhoudsprogramma s, liggen vast in SAP-PM. 3.8.4 Overig Op boven beschreven onderhoudsactiviteiten worden additionele kosten gemaakt rondom de volgende activiteiten: VG&M Proceskosten (odorisatie) Ontmanteling van buiten bedrijf gestelde componenten van het gastransportsysteem Beheren van rechten en vergunningen Vergoedingen als gevolg van gewas- en exploitatieschade Standaardisatie en normalisatie Toezicht werken derden Ondersteunende studies inclusief R&D Dit betreft een totaal bedrag van circa 30 miljoen per jaar. - 49 -
Gas Transport Services B.V. 3.9 Plan voor het oplossen van storingen en onderbrekingen en een beschrijving van de organisatie van de onderhouds- en storingsdienst. 3.9.1 Organisatie Onderhouds- en Storingsdienst en calamiteitenorganisatie De onderhouds- en storingsdiensten zijn onderdeel van de unit Operations. De unit is gesplitst in de afdelingen Leidingen en Stations (L&S), Installaties (I) en technische- en ondersteunende stafafdelingen. De verantwoordelijkheden voor de onderhouds- en storingsdiensten liggen bij de respectievelijke managers van Leidingen & Stations (L&S) en Installaties (I). De operationele afdelingen zijn geografisch verdeeld over Nederland en worden per subafdeling aangestuurd. Het onderhoudswerk bestaat uit preventieve- en correctieve activiteiten, gesplitst in Werktuigbouwkundige en Electrotechnische & Instrumentatietechnische vakdisciplines. Men voert het preventieve werk uit op basis van gedocumenteerde onderhoudsplannen (SAP-PM) die via de planningsgroep aan technici worden aangeboden. Binnen een beperkt tijdsvenster werkt men de plannen af en rapporteert de bevindingen terug via het Onderhoudsinformatiesysteem (SAP-PM). Eventueel werk uit inspectie wordt later uitgevoerd, nadat besteld materiaal binnen is. De onderhoudsplannen zijn vooraf getoetst op impact voor het gastransport. Verschillende activiteiten zijn in een jaarplanning van GTS opgenomen en voorafgaand aan het onderhoudswerk neemt de planningsgroep contact op met GTS om het werk definitief in te plannen. Ingrijpende projecten worden door GTS ingepland in een integrale planning van gastransport. Een ondersteunende stafgroep onderhoudt de onderhoudsdocumenten die op initiatief van interne en/of externe deskundigen (focal-points) of de operationele afdelingen gewijzigd worden. Alvorens de wijzigingen door te voeren vindt afstemming plaats tussen de operationele afdelingen en de focal-point, die op de hoogte zijn van technische ontwikkelingen binnen GTS en daarbuiten. Voorafgaand aan het uitvoerende werk worden installaties of delen ervan veilig geschakeld en gaat men pas aan het werk nadat de relevante werkvergunning is afgegeven door bevoegden. De responstijd voor technici van Leidingen & Stations is 60 minuten en voor Installaties geldt een aanrijdtijd van 20 tot 150 minuten, afhankelijk van het soort installatie. In geval er sprake is van een incident of calamiteit dan gaat de storingsdienst over in de calamiteitenorganisatie. In het crisismanagement bouwwerk van Gasunie, zoals hieronder weergegeven in figuur 14, is de calamiteitenorganisatie van Operations samen met de wachtdienst van GTS gepositioneerd binnen de zuil gastransport. - 50 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 TBCT (Tactical Business Continuity Team) ICT (CT-ICT) Bedrijfsbeveiliging (CMT) Gastransport (TO en combivoor) escalatie Figuur 14 - Crisismanagement Bouwwerk Gasunie. Afhankelijk van de ernst van het incident wordt er in eerste instantie binnen deze zuil opgeschaald tot respectievelijk ERT of Combivoor niveau. In geval het incident niet meer binnen de gastransportzuil kan worden afgehandeld dan wordt het Business Continuity Plan in werking gesteld en zal het overkoepelende Tactical Business Continuity Team (TBCT) als DMA optreden. In figuur 15 wordt nader ingezoomd op de gastransportzuil. Hierin wordt een meer duidelijk beeld geschetst van de staande organisatie en opgeschaalde situatie. Storingen en incidenten worden opgelost en afgehandeld door de staande organisatie. Bij meer ernstige incidenten wordt in eerste instantie binnen de staande organisatie opgeschaald naar het Emergency Respons Team (ERT) niveau. Hierin zijn zowel de afdeling Operations alsook GTS vertegenwoordigd. Bij incidenten waar de leveringszekerheid in het geding is of dreigt te komen wordt opgeschaald naar het Combivoor niveau (binnen de opgeschaalde organisatie). De gehele calamiteitenorganisatie van Operations alsmede de relaties met andere afdelingen en externe instanties staan beschreven in het handboek Operations Emergency Control (OEC). Specifiek voor de Gebieden en Installaties zijn bedrijfsnoodplannen (BNP) opgesteld met daarin uitgewerkte scenario s die zich voor zouden kunnen doen. In de Gebieden beschikt elke technicus over een exemplaar van het BNP en op de installaties zijn meerdere exemplaren aanwezig. - 51 -
Gas Transport Services B.V. Procedures die ten aanzien van de calamiteitenafhandeling van toepassing zijn, zijn: OEC_0-01 Inleiding calamiteitenbeheersing OEC_2-01 Calamiteitenorganisatie OEC_3-01 Afhandeling calamiteit Bedrijfsnoodplannen Manager GTS Gastransport Operations Manager Transport Services Manager Gastransport Overig Manager Juridische Zaken Afgevaardigde Communicatie COMBIVOOR Chef CCP Manager Operations Opgeschaalde organisatie CvD CCP CvD Operations Staande organisatie ERT Senior Dispatcher CHP Speciale Opdrachten CHP Installatie CHP Gebied Afdeling Veiligheid RTL wachtdienst Uitvoerder Speciale Opdrachten TvD TvD Centraal Magazijn Lassers/ Technicus boorploeg IT GT 2/3/4 E&I TTA Figuur 15 - Staande- & opgeschaalde organisatie Gasunie. 3.9.2 Oplossen van storingen en onderbrekingen en de uitvoering van instandhoudingsprojecten Storingen aan apparatuur worden aan de hand van verremetingen (telemetrie) veelal geconstateerd door CCP en anders door personeel dat in daguren dan wel in continudienst werkzaam is op de controlekamers van installaties. Er wordt gestreefd naar het oplossen van storingen gedurende daguren. Dit is mogelijk omdat belangrijke systemen dubbel zijn uitgevoerd, zodat de primaire functies gehandhaafd blijven. Via de planningsgroepen worden technici zo nodig naar de installatie gedirigeerd waar de storing zich voordoet. De technicus lost het probleem zo mogelijk direct op. Indien het oplossen van de storing planbaar is zal dit gedaan worden om het lopende werk zo weinig mogelijk te onderbreken. Indien dit niet mogelijk is en uitstel niet aan de orde is doet de CCP een beroep op de bereikbare dienst om de storing zo snel mogelijk verholpen te krijgen. Operationele- en een deel van de ondersteunende afdelingen hebben - 52 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 een bereikbaarheidsdienst georganiseerd waarin de medewerkers bij toerbeurt een week staan ingepland om buiten de dagdienst storingen op te lossen. Instandhoudingsprojecten maken onderdeel uit van de vervangingsinvesteringen. Instandhoudingprojecten kunnen laag in de organisatie geïnitieerd worden door technici en interne deskundigen. De voorstellen zijn voor een deel het gevolg van staand beleid en voor het andere deel betreft het voorstellen om defecte dan wel niet meer verkrijgbare apparatuur te vervangen. Enerzijds wordt door ondersteunende afdelingen en GTS, onder auspiciën van de operationele managers gewerkt aan actualisatie en uitbreiding van het onderhoudsbeleid en anderzijds worden individuele projecten gestart. De voorstellen worden door onafhankelijke deskundigen getoetst en waar nodig aangevuld met informatie van GTS en financiële afdelingen. Nadat het voorstel goed onderbouwd is en rijp is voor verdere behandeling volgt het een route via een governance systeem en komt dan vervolgens tot uitvoering. De betrokkenen zijn: beheerders, GTS, projectenbureau, finance, economie en afdeling Projects. Projecten kunnen in opdracht van beheerders door de afdeling Projects van Gasunie worden uitgevoerd. De uitvoering vindt dan plaats conform routing en afspraken die in handboeken zijn vastgelegd. Acceptatie van projecten wordt door GTS gedaan. De operationele beheerder is vervolgens de partij die het resultaat bij aangetoonde goede werking, onder andere ter beoordeling van de afdeling LGP, overneemt (Technische- en Operationele Beheers Overdracht (TBO/OBO, met in de laatste het GTS Acceptatie Document)), waarna beheers- en financiële data wordt verwerkt. Dit is het moment waarop investeringsprojecten opgenomen worden in de asset database. Voor een beschrijving van benodigde tijd en financiële middelen wordt verwezen naar het onderhoudsplan, hetgeen in paragraaf 3.8 wordt beschreven. Uit de storingsregistratie, waarover jaarlijks in de rapportage kwaliteitsindicatoren wordt gerapporteerd, blijkt dat GTS in staat is geweest om het transportsysteem goed te onderhouden. Er hebben zich tot dusverre geen grote calamiteiten voorgedaan. Wat dat betreft is er dus geen aanleiding om de organisatie van de onderhouds- en storingsdienst te wijzigen. Het nagestreefde kwaliteitsniveau, beschreven in paragraaf 3.3 van dit KCD geeft weer welke waarden voor de toegepaste veiligheidsindicatoren worden nagestreefd. Deze waarden zijn overwegend onveranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Ook hier geldt dat er geen aanleiding is om grote veranderingen door te voeren ten aanzien van de organisatie van het onderhoud. Uit de eerste resultaten van de risicoanalyse blijkt echter dat GTS in toenemende mate geconfronteerd wordt met ouder wordende componenten in het net hetgeen de performance beïnvloedt. Als voorbeeld wordt gerefereerd naar een stijging van de GOS Integrity Issue reports. Daarom is besloten tot renovatie- en/of vervangingprogramma s voor M&R s, RTL schema s en GOSsen. Hierover is nadere informatie te vinden in paragraaf 3.6 en in 3.10.2. Echter, het is duidelijk dat ook in de toekomst een zeer goede onderhoudsorganisatie en storingsdienst nodig blijft en dat onderhoud topprioriteit blijft houden. - 53 -
Gas Transport Services B.V. 3.10 Bedrijfsmiddelenregister Onderstaande figuur 16 vormt de basis voor de toelichting op de belangrijkste systemen met betrekking tot informatie over de assets. De werking van de systemen en hun samenhang zal worden geïllustreerd aan de hand van een tweetal processen, te weten: 1. Asset Registratie: systemen die samen het Bedrijfsmiddelenregister vormen. 2. Integriteit: systemen die worden gebruikt voor het bewaken van de integriteit van het gastransportnet. Vliegmeldingen DDS DIS Tekening Asset register Micro station Eagle SAP Net viewer PIMS Lion Filenet KB gegevens Pigging gegevens KLICmeldingen Legenda Gegevens Systeem (met database) Digitale document opslag Systeem (met database) Figuur 16 - Schematisch overzicht van de systemen en hun samenhang. Asset Registratie In EAGLE en Microstation wordt de ligging en inrichting bijgehouden van het gastransportnet. Dit vindt gedeeltelijk plaats op digitale tekeningen en gedeeltelijk in geautomatiseerde systemen die ook tekeningen kunnen produceren. Dit start reeds in de ontwerpfase van de leidingen. De geproduceerde tekeningen worden na het accorderen hiervan opgeslagen in het tekeningbeheersysteem (DDS). Hierin worden alle versies permanent bewaard, waardoor het altijd mogelijk is de historische situatie terug te vinden. Vanuit EAGLE worden, via het Asset Register, geautomatiseerd objecten in SAP ingebracht. In SAP worden de administratieve gegevens van het object verder aangevuld. Redundantie van data wordt waar mogelijk voorkomen. Met behulp van het Asset Register kan tevens een koppeling worden gemaakt tussen documenten en assets. Uiteindelijk kan alle informatie over assets, grafisch, administratief, tekeningen en documenten, hierdoor geïntegreerd worden ontsloten. - 54 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Integriteit Om ervoor te zorgen dat de leidingen in goede staat blijven zijn een tweetal hoofdprocessen ingericht: 1. Pipeline Integrity Management: Dit proces is er op gericht de staat van de leidingen te monitoren en te voorkomen dat deze een gevaar gaat opleveren voor haar omgeving. Dit proces wordt ondersteund door het systeem PIMS. 2. Bewaken Veilige Ligging: Dit proces is er op gericht beschadigingen van buitenaf (door derden) te voorkomen. Hiervoor is een aantal subprocessen ingericht, waaronder Afhandelen KLIC meldingen. Pipeline Integrity Management Het PIMS-systeem wordt gebruikt om analyes op het leidingnet uit te voeren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne actuele gegevens uit EAGLE. Dit zijn met name ligginggegevens zoals x,y,z coördinaten, en ook buisleidinggegevens, zoals diameter, wanddikte, materiaalsoort. Verder wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld data verkregen uit inwendige leidinginspectie door pigruns; de piggingdata, en van meetgegevens van het netwerk van de kathodische bescherming. De uitkomsten van deze analyses zullen geautomatiseerd leiden tot werkorders in SAP die weer worden opgepakt in het onderhoudsproces. Bewaken Veilige Ligging Voor het bewaken van de veilige ligging van de leiding wordt een aantal activiteiten uitgevoerd, te weten: 1. Afhandelen graafmeldingen (KLIC-meldingen) 2. Afhandelen vliegrapporten (verkregen uit de uitgevoerde vlieginspecties) Graafmeldingen; KLIC-meldingen Grondroerders zijn verplicht een zogenaamde KLIC melding te doen bij het Kadaster wanneer zij gaan graven. Het Kadaster stelt, op basis van de periodiek door Gasunie aangeleverde gegevens over de ligging van de assets, de polygonen, vast of Gasunie bij graafwerkzaamheden binnen de door Gasunie aangeleverde polygoon, mogelijk betrokken is. Is dit het geval dan krijgt Gasunie hiervan bericht, de KLIC-melding. Deze melding zal direct resulteren in: Registratie van melding in LION. Registratie van de locatie van de melding in EAGLE. Registratie van de correspondentie over de melding in FileNet. Registratie van de administratieve gegevens van de melding in SAP. Met behulp van LION zal een medewerker van Gasunie een beoordeling uitvoeren. Indien Gasunie betrokken is bij de graafwerkzaamheden in de nabijheid van de assets, dan zal dit tevens resulteren in: Aanleg in SAP van een werkorder voor begeleiding graafwerkzaamheden Aanvullende correspondentie richting de Grondroerder in FileNet. Het systeem LION is de front-end met, vanwege beschikbaarheidseisen, een eigen database. Dit systeem zal alle gegevens uiteindelijk wegschrijven in de daarvoor bestemde systemen, te weten EAGLE, FILENET en SAP. - 55 -
Gas Transport Services B.V. Vliegmeldingen Iedere drie weken wordt het hele gastransportnet, met uitzondering van die delen van het gastransportnet waarboven niet gevlogen mag worden, door middel van een helikopter gecontroleerd. Gedurende deze vluchten worden door een waarnemer alle werkzaamheden op en rond het gastransportnet in kaart gebracht. Er zijn 3 niveaus van urgentie: 1 - Heli landt en grijpt in 2 - Heli belt met Coördinator Tracé Activiteiten (CTA); Toezichthouder Tracé Activiteiten (TTA) neemt, indien nodig, direct actie 3 - Heli grijpt niet in Dit alles resulteert in zogenaamde vliegrapporten die dagelijks worden aangeboden aan Gasunie. Deze vliegrapporten resulteren geautomatiseerd in: Archivering van het Vliegrapport (PDF) in DIS. Aanleg van een melding en werkorder in SAP. Registratie van de locatie van de melding in EAGLE. De werkorder wordt geautomatiseerd toegewezen aan een TTA (Toezichthouder Tracé Activiteiten) die vervolgens de melding zal beoordelen en indien noodzakelijk actie neemt richting de partij die werkzaamheden uitvoert op of rond het gastransportnet. 3.10.1 Beschrijving bedrijfsmiddelenregister en borging actualiteit en compleetheid. Inleiding Het borgen van de datakwaliteit en data-integriteit van het Bedrijfsmiddelenregister is een belangrijke taak. Voor het beheer van data geldt dat deze voldoet indien deze actueel, betrouwbaar en consistent (ABC) is. De werkwijze die wordt gehanteerd voor het actueel, betrouwbaar en consistent houden van de data in het Bedrijfsmiddelenregister zal in dit hoofdstuk worden beschreven. Voor het beheer en het verwerken van wijzigingen in het bedrijfsmiddelenregister is een groot aantal procedures opgesteld. Deze procedures zorgen er in gezamenlijkheid voor dat het register actueel en compleet is. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de van toepassing zijnde procedures een beschrijving gegeven van de activiteiten die ten aanzien van het bedrijfsmiddelenregister worden uitgevoerd. De van toepassing zijnde procedures zijn opgenomen in paragraaf 3.10.2 Binnen Gasunie zijn vier systemen belangrijk voor het beheer van data. Dit zijn: 1. EAGLE (voor het beheer van grafische informatie) 2. SAP (voor het beheer van administratieve Informatie) 3. DDS (voor het beheer van tekeningen) 4. DIS (voor het beheer van documenten) Deze systemen zijn met elkaar verbonden via het Asset Register. Dit Asset Register zorgt ervoor dat informatie over een object, vastgelegd in deze systemen, geïntegreerd kan worden ontsloten. Daarnaast worden objecten initieel aangemaakt (geboren) in één bronsysteem en geautomatiseerd aangelegd in de systemen waar tevens een tegenhanger noodzakelijk is. In dit hoofdstuk wordt begonnen met een beschrijving van de initiële vulling van het asset register naar aanleiding van de uitvoering van een project. Daarna volgt een beschrijving van de beheerfase met aandacht voor processen rondom wijzigingen die volgen uit de uitvoering van projecten en beheer & onderhoud. - 56 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 A) De initiële vulling Bedrijfsmiddelenregister De initiële vulling van het Bedrijfsmiddelenregister is het gevolg van projecten die zijn uitgevoerd. Een project wordt uitgevoerd conform onderstaand proces (figuur 17) (bron: Proceshuis). Technische standaarden Opstellen projectaanvraag Business case Opstellen projectaanvraag Aanvraag projectuitvoering Opstarten project + Opdracht engineering Opstarten project Opdracht engineering Ontwerp fase + FS/PS Goedkeuring PM_4-01 Distribueren vergunningen Vergunnigen Contructie voorbereiding + Contacten Distribueren vergunningen Distribueren vergunningen Nalevingsvoorschrift Vergunningen Contructie fase + Transportsysteem Technisch gereed Distribueren vergunningen Nalevingsvoorschrift Commisioning en In bedrijf name + Operationele beheersoverdracht Nazorg fase + Project overdracht Figuur 17 - Proces Uitvoeren Nieuwbouwproject (bron: Proceshuis) Gedurende de verschillende projectfasen wordt informatie betreffende de componenten van het project samengebracht en verzameld door de Projectenorganisatie, en worden opgeleverd aan de Beheerorganisatie. Voor de verschillende soorten data wordt door middel van een verwijzing naar procedures die daarbij van toepassing zijn, de werkwijze toegelicht. Allereerst geldt dat de uiteindelijk correcte verwerking van de gegevens in het Bedrijfsmiddelenregister de verantwoordelijkheid is van de Beheerder. Deze is eindverantwoordelijk voor het object en voor de daarvan vastgelegde gegevens in het Bedrijfsmiddelenregister. De Beheerder neemt deze verantwoordelijkheid door het tekenen van de Technische Beheersoverdracht (TBO) en Operationele Beheersoverdracht (OBO). Tijdens deze overdracht controleert de toekomstige beheerder van de objecten ook of de gegevens op een juiste manier zijn vastgelegd in het Bedrijfsmiddelenregister. De van toepassing zijnde procedures zijn in paragraaf 3.10.2 opgenomen onder a: Initiële vulling. In feite worden de assets op het moment van de TBO door de aannemer overgedragen aan de opdrachtgever. Na de TBO volgt de periode van commissioning en testen. Als deze periode afgerond is dan worden de assets op het moment van de operationele beheersoverdracht (OBO) overgedragen voor operationeel gebruik. De periode die ligt tussen TBO en OBO is onbepaald, onder andere afhankelijk van de omvang en complexiteit van de assets en van de voorspoedigheid waarmee de testfase doorlopen kan worden. Belangrijk is om te vermelden dat de opdrachtgever bij de technische beheersoverdracht (TBO) een set aangepaste Rood/Blauw tekeningen ontvangt. In deze tekeningen zijn eventuele kleine aanpassingen, die tijdens de bouwfase aanvullend op het ontwerp zijn aangebracht, verwerkt. Dat betekent dat de beheerder na de technische beheersoverdracht beschikt over een volledige en geactualiseerde set van tekeningen die op de locatie aanwezig is. Zonder deze geactualiseerde tekeningen kan de technische - 57 -
Gas Transport Services B.V. beheersoverdracht niet plaatsvinden, hetgeen vastgelegd is in de norm GTS_NSA-02-N. Omdat bij de TBO een volledig geactualiseerd tekeningenbestand wordt opgeleverd, wordt voldaan aan het vereiste dat wijzigingen met betrekking tot de bedrijfsmiddelen binnen twee maanden zijn verwerkt. Zoals bij 3) van de beschrijving hieronder wordt aangegeven, worden de tekeningen daarna eveneens digitaal gearchiveerd in DDS. In gezamenlijkheid geven de R/B tekeningen die op de locatie aanwezig zijn samen met de tekeningen die in DDS zijn gearchiveerd, een adequaat en actueel beeld van de assets. Hiermee is de veiligheid en de beheersbaarheid van de assets gegarandeerd. De tijdsduur die het vergt om de tekeningen eveneens digitaal te archiveren varieert en hangt onder andere af van de omvang van deze wijzigingen. Bij zeer grote projecten, zoals het thans bij GTS uitgevoerde Noord-Zuid project zou het tot forse kosten leiden (bijvoorbeeld een sterke uitbreiding van de IT invoersystemen) om te kunnen garanderen dat alle tekeningen binnen een periode van twee maanden digitaal opgenomen zijn in het geautomatiseerde systeem. Evenwel geven de tekeningen die in DDS zijn opgenomen in samenhang met de R/B tekeningen altijd een actueel beeld van de assets. Voor elk van de vier in de inleiding genoemde systemen die gebruikt worden voor het Asset Register, wordt hieronder aangegeven welke procedures van toepassing zijn. 1) EAGLE (voor het beheer van grafische informatie) De grafisch informatie, geregistreerd in EAGLE, zal gedurende het project beschikbaar worden als ontwerp gegeven en naar het einde van het project worden omgezet in as-built informatie. De van toepassing zijnde procedures zijn in paragraaf 3.10.2 opgenomen onder b: Eagle. 2) SAP (voor het beheer van administratieve Informatie) Administratieve gegevens over objecten legt Gasunie vast in SAP. Gedurende het nieuwbouwproject wordt een grote inspanning geleverd om alle benodigde gegevens te verzamelen en te registeren. De van toepassing zijnde procedures zijn in paragraaf 3.10.2 opgenomen onder c: SAP. 3) DDS (voor het beheer van tekeningen) Tekeningen zijn producten die enerzijds worden gegenereerd uit EAGLE en anderzijds afkomstig zijn uit CADpakketten van Gasunie en/of Ingenieursbureaus en van fabrikanten en leveranciers. Deze tekeningen worden geregistreerd in DDS. De van toepassing zijnde procedures zijn in paragraaf 3.10.2 opgenomen onder d: DDS. 4) DIS (voor het beheer van documenten) Documenten met een relatie naar assets kunnen, indien gewenst, worden gekoppeld aan objecten in SAP en/of EAGLE zodat deze eenvoudiger ontsloten kunnen worden. Documenten worden opgeslagen in het Document Informatie Systeem (DIS). De van toepassing zijnde procedures zijn in paragraaf 3.10.2 opgenomen onder e: Dis. B) Databeheer Bedrijfsmiddelenregister Eenmaal initieel geregistreerd in het Bedrijfsmiddelenregister dienen de gegevens te worden beheerd. In dit hoofdstuk zal het beheer van de volgende gegevens worden beschreven: 1. EAGLE (voor het beheer van grafische informatie) 2. SAP (voor het beheer van administratieve Informatie) 3. DDS (voor het beheer van tekeningen) Ten aanzien van het beheer van documenten geldt dat er tijdens het beheer van informatie dezelfde procedure wordt toegepast als tijdens de initiële vulling. - 58 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 1) EAGLE (voor het beheer van grafische informatie) Enerzijds dienen wijzigingsverzoeken naar aanleiding van fysieke wijzigingen in het Gastransportnet te worden verwerkt. Wijzigingsverzoeken voor grafische informatie worden aangeleverd als rood/blauw. De van toepassing zijnde procedures zijn in paragraaf 3.10.2 opgenomen onder f: Eagle. Daarnaast worden aanvullende acties ondernomen. De van toepassing zijnde procedures zijn eveneens onder f: Eagle opgenomen: B-beurten (loopinspecties tracé): Periodieke inspectie waterkruisingen: Testmetingen en Analyse: 2) SAP (voor het beheer van administratieve Informatie) De administratieve informatie van assets wordt dagelijks gebruikt door de onderhoudsorganisatie van Gasunie. Onderhoudsmonteurs hebben de mogelijkheden om mutaties door te voeren tijdens de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden. Dit gaat om administratieve vervangingen en om het corrigeren van gegevens. Daarnaast kunnen wijzigingsverzoeken, waarvoor de onderhoudsmonteur geen rechten heeft, worden ingediend bij het Onderhouds- en Datacenter (TOSO-loket@gasunie.nl), deze verzoeken worden vervolgens verwerkt. De technici op installaties werken rechtstreeks in SAP. De technici in de Gebieden werken met MOVE, een schil om SAP voor gebruik op een veldlaptop. Deze technici worden tijdens hun opleiding (Technici-praktijkplan) getraind in het gebruik van deze hulpmiddelen. De van toepassing zijnde procedures zijn in paragraaf 3.10.2 opgenomen onder g. SAP. Periodiek worden er steekproeven uitgevoerd, zogenaamde integriteitscontroles, ten aanzien van objecten die vallen binnen een wettelijk kader zoals stoomwezen. Hierbij wordt een vergelijking wordt gemaakt tussen de werkelijkheid en datgene dat in het Bedrijfsmiddelenregister is vastgelegd, zie paragraaf 3.10.2: 3) DDS (voor het beheer van tekeningen) Gewijzigde tekeningen worden aan Tekeningenbeheer aangeboden en gearchiveerd conform de volgende procedures die in paragraaf 3.10.2 opgenomen zijn onder h: DDS. Daarnaast vervult Tekeningenbeheer een rol als Tekeningenloket en spelen zij een rol in de verwerking van rood/blauw. De procedure beschrijft dit proces: ADM_4-05-14: Rappel uitgeleende tekeningen en tekeningen met status GS (gereserveerd) of IB (in behandeling) De technici ontvangen periodieke werkorders vanuit SAP om de rood/blauw sets op te leveren aan het Tekeningenloket voor verwerking tot nieuwe as-built tekeningen. - 59 -
Gas Transport Services B.V. 3.10.2 Van toepassing zijnde procedures voor het beheer van het asset register a. Initiele vulling OMH_4.2.1-10: Voorbereiding van overdrachtswerkzaamheden voor het POS-team OMH_4.2.1-08: Vrijgave overdracht van gewijzigde of nieuwe infrastructuur GTS_NSA-01-N: Pre-commisioning, commissioning en in bedrijf nemen van leidingen en installaties GTS_NSA-02-N: Overdracht van projecten (extern beperkt) Formulieren die worden gehanteerd zijn: GTS_A-013: Verklaring Technische Beheersoverdracht GTS_A-015: Verklaring Operationele Beheersoverdracht b. Eagle ADM_3-01A: Nieuwbouw ontwerpen data ADM_3-01B: Nieuwbouw data revisie ADM_4-01.03: Kwaliteitsborging Geodata leidingen Gasunie-locaties c. SAP OMH_4.4.4-07: Vastleggen gegevens nieuwe objecten OMH_4.4.4-08: Controlelijst vastleggen gegevens nieuwe objecten OMH_4.4.4-09: Formulier gereedmelding nieuwe objecten OMH_4.4.4-05: Verwerken gegevens keuringsplichtige objecten d. DDS OMH_3.2.3: Tekeningenbeheer (installaties en grote stations) ADM_3-05: Tekeningenbeheer e. DIS CSC_3-02: Registreren en archiveren van documenten f. Eagle ADM_3-02: Beheren Data ADM_4-02.01 Meten B-beurten ADM_4-02.02 Meten waterkruisingen (hydrografie) ADM_4-02.04 Kwaliteitsmonitor Leidingregistratie g. SAP OMH_4.1.2-04: Technici-praktijkplan OMH_4.4.4-04: Controle en beheer Data-integriteit keuringsplichtige objecten h. DDS OMH_3.2.3: Tekeningenbeheer (installaties en grote stations) Tabel 11: procedures voor het beheer van het assetregister - 60 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 3.10.3 Beschrijving componenten van het gastransport en een kwalitatieve beoordeling van de technische toestand Deze paragraaf geeft een beschrijving van de componenten van het transportsysteem en een kwalitatieve beoordeling daarvan, waarbij eveneens ingegaan wordt op de ontwikkeling van de toestand van deze componenten gedurende de afgelopen jaren. Deze beschrijving wordt uitgevoerd voor elk van de onderdelen van het gastransportsysteem. Deze paragraaf moet in samenhang met paragraaf 3.6 worden gelezen. Het GTS Transportsysteem werkt in grote lijnen als volgt: Gas komt vrijwel volledig het GTS systeem binnen op entry-punten in het Hoofd Transportnet (HTL) met een druk van ca. 60 tot 80 bar. Onderzocht wordt of groene gassen in het RTL kunen worden ingevoed. Het wordt getransporteerd door HTL leidingen, en op druk gehouden middels compressorstations. Mengstations zorgen ervoor dat, indien nodig, de binnenkomende gassen worden vermengd tot de gewenste samenstelling, hier kan ook stikstof worden toegevoegd. Het gas verlaat het HTL op hoge druk exit-punten (grenspunten, bergingen of HTL-Gasontvangstations) of wordt verder getransporteerd in het RTL van GTS. De koppeling tussen HTL en RTL is het Meet- en Regelstation (ca 80 stuks). Via het RTL wordt het gas met een druk van maximaal 40 bar en meestal voorzien van odorant naar de Gasontvangstations getransporteerd en overgedragen aan verbruikers of regionale netbedrijven. In het bijzonder de Compressorstations, Meet- en Regelstations, het RTL-net inclusief afsluiters en Gasontvangstations zijn inmiddels grotendeels 35 jaar of ouder. Hoewel de performance van het systeem door het ontwerp en het onderhoudsprogramma nog goed lijkt, begint de integriteit en functionaliteit zichtbaar aangetast te raken door veroudering. Bepaalde drukhoudende componenten vertonen corrosie en zijn niet altijd goed inspecteerbaar, afsluiters dichten niet altijd goed af of zijn moeilijk bedienbaar en veel onderdelen voldoen niet aan de nieuwste standaarden en worden niet langer ondersteund door de leverancier. Samen zorgt dit voor een toenemend veiligheidsrisico bij onderhoud en bediening, langere reparatietijden en daarmee ook een toenemende kans op transportproblemen. Gezien de enorme omvang van het systeem zal een noodzakelijke verjongingskuur vele jaren gaan duren. Hieronder worden de diverse componenten apart beschreven. Gasontvangstations De gasontvangstations (GOS) vormen fysiek de verbindingspunten van de aangeslotenen (afnemers) met het GTS gastransportsysteem. Het is de plek waar het gas aan het leidingsysteem van een derde wordt overgedragen. Het aantal gasontvangstations bedraagt circa 1050 en is naar leveringssituatie te onderscheiden in de categorieën: Industrie & centrales (aantal ca. 400) openbare voorziening op een stand-alone netwerk (aantal ca. 300) openbare voorziening op een netwerk met meerdere stations (aantal ca. 350). Bij de eerste 2 categorieën heeft, kenmerkend voor enkelvoudige aansluiting (eilandbedrijf), falen van het station direct gevolgen voor de gasgebruiker(s). Bij de derde categorie zijn de gevolgen van falen vaak minder snel merkbaar voor de eindgebruiker, afhankelijk van de belasting van het achterliggende netwerk. De performance van de stations is door de jaren heen stabiel gebleken wat, naast een adequaat onderhoudsproces, vooral zijn oorzaak vindt in het ontwerp van de stations, waarbij altijd een extra reservestraat is opgesteld. Evaluatie van de bestaande populatie gasontvangstations leert dat: meer dan 80% langer dan 30 jaar in bedrijf is, en 50% langer dan 40 jaar; in de stations onderdelen zijn toegepast die niet voldoen aan de huidige standaarden voor arbeidsveiligheid. Dit wordt momenteel ondervangen met extra instructies en beheersmaatregelen; in de stations zich diverse componenten bevinden die niet meer door leveranciers worden ondersteund/geleverd waardoor in geval van storingen wordt teruggegrepen op vrijgekomen onderdelen van andere stations dan wel - 61 -
Gas Transport Services B.V. op reproductie van de onderdelen. Indien dit geen afdoende optie is, kan de leveringszekerheid gegarandeerd worden met de inzet van noodfaciliteiten; door het niet beschikbaar zijn van reserve- onderdelen de periode van terugval op de reservestraat langer zal worden waardoor vaker de inzet van noodvoorzieningen noodzakelijk wordt; er sprake is van een in de tijd groeiende onzekerheid over de technische staat van moeilijk te inspecteren drukhoudende installatiedelen. Dit wordt gevoed door constateringen tijdens onderhoud. De bovengeschetste aandachtspunten geven aan dat het huidige beleid, dat is gebaseerd op preventief en correctief onderhoud ( draaiende houden ), niet langer volstaat om op de langere termijn een betrouwbare en veilige werking te garanderen. Gezien de kritische functie van de gasontvangstations in de transportketen is een koerswijziging in beleid onontkoombaar om de populatie gasontvangstations weer voor langere tijd aantoonbaar aan de maat te laten zijn. Het grote aantal stations en de variatie in omstandigheden vraagt om een gestructureerde aanpak, waarbij de volgorde wordt bepaald door de combinatie van aantoonbare veiligheid, kritische functie, leveranciersondersteuning, leeftijd, etc. Een volledige inventarisatie van de populatie stations tegen deze criteria dient als basis te gaan fungeren voor een meerjarige aanpak. Hiervoor wordt het beslismodel zoals beschreven in paragraag 3.6 gehanteerd. Deze inventarisatie is naar verwachting begin 2012 afrond. Uiteindelijk zal een totaal plan van aanpak voor de gasontvangstations worden opgesteld. Maatregelen zullen per station verschillen, en kunnen uiteenlopen van een beperkt renovatiepakket tot een volledige vervanging van het gehele station. In geval van complete nieuwbouw zal het gehele ontwerp worden gemoderniseerd, waarbij met name het ontwerp van de gasvoerende delen zal worden aangepast aan de nieuwste inzichten en ontwikkelingen. Het uiteindelijke totaalplan en looptijd zijn tevens afhankelijk van resources, budgetten, acceptatie van bestaande situatie, maar ook van de behoefte van betrouwbaar en doelmatig gastransport en aangeslotenen. Naar verwachting zal het plan zich uitstrekken voorbij 2026. Het prioriteringsmodel als beschreven in paragraaf 3.6 zal uitsluitsel geven over de definitieve aanpak in relatie tot andere objecten zoals M&R s en afsluiterlocaties. Meet- en regelstations (M&R) De M&R s vormen de overgangspunten tussen het hogedruktransportsysteem (HTL) en het regionale netwerk (RTL) van GTS. De wezenlijke functies van het M&R zijn het reduceren van de druk en het toevoegen van odorant aan het aardgas. Evaluatie van de status van de M&R s leert dat: de populatie 80 stations omvat waarvan 74 die 35 tot 45 jaar in bedrijf zijn; de noodzaak voor correctief onderhoud op een deel van de locaties een stijgende tendens vertoont; delen van installaties niet meer door de leverancier ondersteund worden; de regelunits gebruik maken van gassturing wat leidt tot methaan emissies; drukbeveiliging soms nog gebruikmaakt van het afblaasprincipe; de performance van de M&R-stations stabiel is gebleken gedurende de afgelopen bedrijfsperiode. Door GTS is onderkend dat het beheer van de M&R-stations niet meer volstond met preventief en correctief onderhoud. Na een uitvoerige afweging tussen renovatie en vervanging is in 2009 besloten om tot vervanging over te gaan. Hierop is een pilot van zes stations geïnitieerd. Verwacht wordt dat het beslis- en prioriteitsmodel, beschreven in paragraaf 3.6, zal bevestigen dat het ingezette beleid van volledige vervanging van alle M&R s noodzakelijk en doelmatig is. Hierbij zal een evaluatie van de vervanging van de zes eerder genoemde stations worden gebruikt om als ondersteunende toets voor dit ontwerp te gelden en optimalisatie te bereiken. Deze toets zal in 2012 afgerond worden. - 62 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 De definitieve aanpak is tevens afhankelijk van resources, budget, acceptatie bestaande situatie en gastransportbeperkingen waarbij het prioriteringsmodel uitsluitsel zal geven in relatie tot andere objecten zoals GOSsen en afsluiterlocaties. Naar verwachting (te bevestigen door het beslismodel in wording) zal het programma zich deels in de komende 5 jaren, en deels tussen 2016 en 2026 voltrekken. Compressorstations De functie van de compressorstations is de druk in het gastransportsysteem te handhaven zodanig dat de gecontracteerde gastransportdiensten kunnen worden geleverd. De compressie bestaat uit een elektrische aandrijflijn of een gasgedreven aandrijflijn die uit gasturbines of gasmotoren kan bestaan, en een gascompressor. Evaluatie van de status van de gasgedreven compressorstations: Alle stations op één na zijn ouder dan 30 jaar. De gebruikte technologie (gasturbines en gasmotoren) is nog aanzienlijk ouder dan 30 jaar; Kenmerkend voor de operatie is het frequent starten en stoppen vanwege wisselende vraag van de markt naar gas en seizoensbedrijf in met name het G-gas transport; De utilities op de stations (koelers, recuperatoren, skid items etc.) hebben een gelijk beheer- en draaiurenkarakter als de aandrijf- en compressoreenheden; Het aantal bedrijfsuren verschilt sterk per eenheid; De eenheden verouderen ook bij stilstand; De gasmotorgedreven eenheden worden, indien mogelijk, primair ingezet boven turbinegedreven eenheden uit efficiëntie overwegingen; Diverse machines worden niet meer ondersteund door de leverancier of de originele leverancier bestaat niet meer. Dit leidt tot gebrek aan reservedelen en expertise. Daardoor komt de onderhoudbaarheid steeds meer onder druk te staan; De dynamiek van het gastransport is in de loop der tijd gewijzigd en daarmee de inzet van de eenheden. De gevraagde functies liggen vaker in het inefficiënte werkgebied van de eenheid; De besturingssystemen zijn aangepast indien echt noodzakelijk, maar ook oude technologie is nog aanwezig; De gascompressoren zelf hebben marginale veroudering, getoetst moet worden of het ontwerp nog past bij de gevraagde dienst (Q-H karakteristiek). De performance van de compressorinstallaties is tot op heden voldoende stabiel gebleken. Dit geldt zowel voor de basislast situatie waarbij niet alle stations voor het gastransport nodig zijn, als voor de pieksituatie. Het beheer en onderhoud van diverse machines wordt complexer door de oude, niet ge-upgrade versies van machines en de dreigende onbeschikbaarheid van kennis en onderdelen bij de OEM s (Original Equipment Manufacturers). Daarnaast is inmiddels vanuit Brussel de IED (Industrial Emission Directive) van kracht geworden. Met de implementatie van deze richtlijn wordt gestreefd naar BAT (Best Available Technique) als het gaat om emissies en efficiency. Gegeven de ouderdom van het huidige machinepark moge het duidelijk zijn dat aan de BAT-eis niet kan worden voldaan. Er ontstaat ook vanuit deze hoek druk op de toekomstige inzetbaarheid van het machinepark. De geïnstalleerde turbine- en gasmotortechnologie voldoet in de nabije toekomst niet aan stringentere regelgeving en staat nieuw af te geven vergunningen in de weg. Op dit moment is helder dat in ieder geval voor de machines met een thermisch vermogen groter dan 50 MW maatregelen genomen dienen te worden. Een meerjarenplan is noodzakelijk om de compressorstations geschikt voor de toekomst te laten zijn. De toekomstige rol van het station geldt hierbij als een belangrijk criterium met het oog op regelgeving, beschikbaarheid en kosten. Op dit moment wordt gewerkt aan een meerjaren plan voor de compressorinstallaties. Grote investeringen worden in dit kader op dit moment echter niet eerder verwacht dan in de periode na 2016. Naast de gasgedreven compressorstations kent GTS inmiddels een drietal elektrisch gedreven compressorstations. Deze zijn in hun soort BAT en hier worden vooralsnog geen wijzigingen of grote aanpassingen voorzien. - 63 -
Gas Transport Services B.V. Hogedruk-gastransportleidingen (HTL) De functie van het hogedrukleidingsysteem is het verzorgen van gastransport van Hoog-calorisch (H-gas) en Groningen-kwaliteit (G-gas) gas in een druk range van ca. 80 tot 60 bar. Op entry punten is het systeem verbonden met systemen van producenten en andere hogedruknetbeheerders. De exitpunten zijn interfaces met systemen van hogedruknetbeheerders, M&R stations en industriële afnemers. Evaluatie van de status van het HTL geeft aan dat: een groot gedeelte is aangelegd tijdens de ombouwperiode in Nederland van stadsgas naar aardgas en daardoor meer dan 40 jaar in bedrijf (vooral G-gas net); regelmatig uitbreidingen zijn geweest door marktontwikkelingen (kleine velden- en exportbeleid Nederland); het systeem kathodisch wordt beschermd en de omgeving continu wordt gemonitoord; GTS de leidingen deels intern heeft geïnspecteerd door middel van pigging en waar aanleiding was opgegraven en gerepareerd; door GTS vrijgekomen materialen op eigenschappen zijn onderzocht; opgravingen en inspecties zijn uitgevoerd op plaatsen die als meest kritisch werden beoordeeld; incidenten vooral worden veroorzaakt door derden maar niet hebben geleid tot grote gasontsnappingen; tot heden de inspectieresultaten niet geleid hebben tot een discussie over vervanging van HTL-leidingen. Het beleid is dat de resultaten uit het integriteitsprogramma samen met de ervaringen uit het onderhoudsproces sturend moeten zijn voor te nemen maatregelen. Dit vergt een integriteitsprogramma waarmee het totale HTL periodiek wordt geïnspecteerd. Grootschalige maatregelen worden vanuit dit integriteitsprogramma op middellange termijn niet voorzien. Echter externe oorzaken zoals verandering van ruimtelijke ordening en externe veiligheid kunnen mogelijk wel aanleiding zijn tot (nu nog niet voorziene) aanpassingen in het net. Regionaal gastransportsysteem (RTL) De functie van het RTL is het transport van aardgas van de M&R-stations naar de diverse gasontvangstations in met name het G-gassysteem. De drukrange is ca. 40 tot 20 bar. De status van het RTL is als volgt: Het is veelal aangelegd in de periode van ombouw naar aardgas en meer dan 40 jaar in bedrijf; Enkele leidingen zijn door Gasunie overgenomen en zijn ouder dan 60 jaar; De leidingen liggen deels in of nabij dichtbevolkte of industriële gebieden; Het RTL ligt zeer vertakt over Nederland en is gevoelig voor externe beïnvloeding; Slechts een gedeelte van het RTL is intern geïnspecteerd (18%); Totale interne inspectie is kostbaar en vraagt veel technische aanpassingen, daarom worden ook alternatieve methodieken gehanteerd; Gasontsnappingen uit het RTL worden vooral veroorzaakt door derden; lekkages als gevolg van integriteitsproblemen blijven zowel in omvang als aantal zeer beperkt; Bij enkele inspecties zijn lokaal materiaalverlies en corrosie geconstateerd; Het RTL is kathodisch beschermd en wordt continu gemonitoord; Lokaal bestaan dekkingsmanco s. Uit de incidentenregistratie volgt dat het RTL-systeem het meest gevoelig is voor externe bedreigingen, wat vraagt om adequaat tracébeheer. Op dit moment wordt dit al voldoende geacht en is er geen aanleiding om het onderhoudsproces te wijzigen. Analoog aan het HTL moet ook bij het RTL het integriteitsprogramma de gegevens opleveren voor te nemen maatregelen. Anders dan bij HTL is binnen het RTL onlangs wel een initiatief genomen voor een grootschalige maatregel. Voor de (oude) Stewart & Lloyds leidingen blijken de eigenschappen niet langer te voldoen aan de vigerende integriteitseisen van GTS. Naar aanleiding van nieuwe materiaalgegevens uit sterktetesten is daarom besloten om een vervan- - 64 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 gingsproject voor deze S&L leiding te starten (zie de vertrouwelijke bijlage). Afsluiterlocaties De afsluiterlocaties maken deel uit van het RTL en HTL (de overige afsluiters horen bij de installaties of stations). De functies kunnen variëren van het schakelen van leidingen tot het segmenteren t.b.v. de veiligheid. Evaluatie van de status van de afsluiterlocaties leert dat: de leeftijd overeenstemt met die van de RTL- en HTL-leidingen; er een scala aan types en fabricaten aanwezig is; het aantal afsluiterlocaties HTL ca. 670 is; veel HTL afsluiters omwille van beschikbaarheid gasgestuurd zijn en dus emissies veroorzaken; het aantal afsluiterlocaties RTL ca. 2750 is, aantal afsluiters ca. 12.400; intern doorlekken in dichtstand regelmatig wordt geconstateerd. In toenemende mate leidt dit tot operationele problemen bij werkzaamheden (bijvoorbeeld. het gasvrij houden van een werkplek). Onderstaande punten hebben voornamelijk betrekking op de RTL afsluiters: Externe lekkages komen eveneens voor en worden opgelost in het beheer- en onderhoudproces; Bij uitgevoerde inspecties en projecten wordt vaker dan voorheen werd verwacht corrosie gevonden aan stuurleidingen en drain- en sealantleidingen waardoor de integriteit is aangetast. Dit resulteert in een onveilige werksituatie bij bediening, wat slechts ten dele kan worden ondervangen met aangescherpte bedieningsinstructies en hulpmiddelen; De bedienbaarheid laat vaak te wensen over door zwaar lopen of moeilijke fysieke bereikbaarheid (diepteligging); Bij het lopende renovatieproject voor het type M&J-afsluiters is gebleken dat ook andere typen afsluiters manco s vertonen (zie de vertrouwelijke bijlage). De afsluiterlocaties vertonen duidelijk een toenemende aantasting van integriteit en functionaliteit door veroudering. Alleen preventief en correctief onderhoud is niet meer afdoende. GTS heeft dit onderkend en heeft een renovatieproject voor M&J-afsluiters in het RTL gestart omdat bij dat merk en type afsluiters de hoogste prioriteit leek te liggen. Gaandeweg is echter gebleken dat andere typen afsluiters eveneens gerenoveerd dienen te worden. Op basis van de opgedane ervaringen is een scopewijziging doorgevoerd die heeft geleid tot het behandelen van alle afsluiters en niet alleen de M&J-afsluiters op een eenmaal toegankelijk gemaakte afsluiterlocatie. Deze scopewijziging is doorgevoerd omdat de voorbereidingskosten per locatie (ontgraven, damwanden, bronbemaling, vergunningen, alternatieve gasvoorziening, etc.) relatief hoog zijn. De toekomstige invulling van dit project zal in lijn liggen met de uitkomst van het beslis- en prioriteitsmodel, beschreven in paragraaf 3.6. De definitieve aanpak is tevens afhankelijk van resources, budget, acceptatie bestaande situatie en gastransportbeperkingen waarbij het prioriteringsmodel uitsluitsel zal geven in relatie tot andere objecten zoals GOSsen en M&R s. Huidige inschatting is dat de periode tot en met 2016 een grotere aandacht voor de RTL afsluiterlocaties zal vragen. De omvang is van dien aard dat uitvoering van het programma ook tussen 2017 en 2026 zal doorlopen. Stikstofinstallaties en mengstations De beheersing van de gaskwaliteit is een dienst die blijvend en zelfs in toenemende mate van GTS zal worden gevraagd. De productie van stikstof en de menging van de diverse gasstromen tot de gewenste kwaliteit maken hiervan deel uit. De stikstofinstallaties zijn proceseenheden die als maatwerk door leveranciers zijn opgericht of onder eigen beheer vallen. Voor beheer en onderhoud is daarom voor een aantal installaties ondersteuning van de leverancier nodig. Het bestaande beheer- en onderhoudsproces aan deze eenheden wordt gecontinueerd. Geëvalueerd moet worden - 65 -
Gas Transport Services B.V. of de huidige beheersmethode voldoet om de eenheden in de toekomst beschikbaar te houden voor levering van de gevraagde dienst. Exportstations Op deze locaties wordt het aardgas overgedragen aan buitenlandse netbeheerders (TSO s). Kenmerkend zijn de grote volumes die door deze stations gaan. Er is een groot financieel belang voor de GTS-klanten zodat aan performance hoge eisen worden gesteld. Dit geldt voor de transportbetrouwbaarheid, maar ook voor de meetfaciliteiten (flow, kwaliteit, druk, temperatuur) en datasystemen. In de toekomst zal dit alleen maar toenemen. Voor bidirectionele stations geldt hetzelfde voor de importvolumes. Dit zijn tevens de plaatsen waar de Europese netwerken met elkaar zijn verbonden en door de Europese regulators afspraken en harmonisatie worden opgelegd. Tegen deze achtergrond worden de exportstations beheerd en getoetst. Momenteel is geen aanleiding bekend voor een structureel renovatieprogramma op de korte termijn. Overige objecten Dit betreft onder andere voeding- en reduceerstations. Deze systemen vragen een specifiek en specialistisch regime voor beheer en onderhoud. Per object zal worden beoordeeld of additionele maatregelen nodig zijn om langjarig een goede en veilige werking te garanderen. Diverse equipement Dit betreft onder andere beveiligingsapparatuur, meetapparatuur (gaschromatograaf, Wobbemeters, etc.) en datatransportsystemen. De equipement in deze systemen vragen een specifiek- en specialistisch regiem voor beheer en onderhoud. Voor de datatransportsystemen geldt dat deze steeds meer een vitale plek binnen het GTS dienstenpakket gaan krijgen. Dit vraagt maatwerk van de organisatie waarvan een voortdurende evaluatie van de performance deel uitmaakt. Conclusie Het gastransportsysteem van GTS bevat diverse elementen die niet meer geschikt zijn om de continuïteit langjarig te blijven garanderen. Om het transportsysteem fit for purpose en up to standard te houden zal het tot nu toe uitgevoerde beleid, gericht op het preventief en correctief beheer, moet worden omgebogen naar een beleid waarin op het juiste moment wordt overgegaan op vervanging of renovatie. Dit nieuwe beleid, dat nu in ontwikkeling is, zal in sterke mate gebaseerd zijn op het beslis- en prioriteringsmodel dat beschreven is in paragraaf 3.6. GTS stelt op dit moment een lange termijn programma op, gericht op een periode die zich uitstrekt tot 2026 en verder, dat streeft naar een structurele aanpak van de problematiek met een stabiel inspannings- en kostenniveau. Eerste inzichten, vooruitlopend op voorgenoemd programma en gebaseerd op de eerste resultaten van de risicoanalyse (zie de vertrouwelijke bijlage), zijn dat: de komende jaren de nadruk komt liggen op afsluiters waarbij het lopende M&J project aangepast wordt aan de inzichten uit het beslismodel, en in tempo versneld wordt. Gelet op de voorbereidingskosten zullen alle afsluiters op een eenmaal toegankelijk gemaakte afsluiterlocatie behandeld worden en niet alleen de M&J afsluiters; de reeds ingezette vervanging van M&R s voortgezet zal worden waarbij op termijn alle M&R s vervangen zullen zijn; bij GOSsen een diversiteit zal bestaan in de maatregelen, variërend van een beperkte renovatie tot volledige vervanging voor een beperkt aantal GOS-sen. Het beslismodel (zie paragraaf 3.6) zal uitsluitsel moet geven over de maatregelen per individueel GOS en wanneer deze maatregelen uitgevoerd moeten gaan worden. - 66 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 4 Samenhang: investeringsplan, onderhoudsplan en businessplan GTS heeft de samenhang van de onderdelen van het kwaliteitssysteem, de capaciteitsraming, het registratieproces met betrekking tot kwaliteitsindicatoren en de jaarlijkse begroting gewaarborgd in de Minimum Requirements van het Management Control Systeem (figuur 18). Doelstellingen De doelstellingen van GTS zijn afgestemd op haar wettelijke taak. Deze doelstellingen zijn per afdeling nader uitgewerkt. Prestatie-indicatoren Voor de doelstellingen zijn prestatie-indicatoren vastgesteld. Aan de prestatie-indicator is een realistische norm verbonden, om de behaalde resultaten voor de doelstelling te kunnen toetsen. De belangrijkste prestatie-indicatoren worden regelmatig gerapporteerd als managementinformatie. Businessplan GTS stelt jaarlijks een businessplan op, waarin de activiteiten worden weergegeven die worden uitgevoerd om de doelstellingen te realiseren binnen de bijbehorende begroting/budgetaanvraag. Consistentie Doelstellingen en plannen zijn op elkaar afgestemd en vormen een samenhangend geheel. Risicobeheersing Op basis van de hoofddoelstellingen zijn tijdens een Strategische Risico Analyse (SRA) de ondernemingsrisico s geïnventariseerd. Aansluitend wordt per proces vastgesteld of een operationele risicoanalyse gewenst is. Met deze analyse worden de beheersmaatregelen in kaart gebracht. Beleid Doelstellingen + KPI s Eisen, Normen Evalueren signaalwaardes Bestuur Organisatie Bijsturen proces Beheer Procedures Uitvoering Werkinstructies Bedrijfsactiviteiten Businessplan (investeringen, onderhoud en vervanging) Bijsturen plan Beoordelen en verbeteren Rapportage Figuur 18: Minimum Requirements van het Management Control Systeem - 67 -
Gas Transport Services B.V. Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 stelt GTS prognoses op voor entry- en exitpunten. Vervolgens wordt getoetst of de capaciteit van het netwerk voldoende is om onder verschillende omstandigheden het benodigde transport te kunnen leveren. Indien er knelpunten worden voorzien, treft GTS maatregelen die leiden tot investeringsprojecten. Als de markt extra transportcapaciteit vraagt, stelt GTS in een investeringsstudie vast welke maatregelen nodig zijn om het transport te faciliteren. Investeringsprojecten die uit deze studies voortkomen, worden opgenomen in het investeringsplan, dat onderdeel uitmaakt van het businessplan. Op basis van onderhoudsanalyses wordt de technische toestand van het netwerk beoordeeld. Binnen de randvoorwaarden van de onderhoudsconcepten voor de verschillende componenten van het netwerk, wordt de technische toestand van het netwerk bewaakt (monitoring). Tijdens de operationele levensfase van de apparatuur binnen het gastransportsysteem betekent dit dat door een combinatie van preventief onderhoud volgens een standaard onderhoudsschema, werk uit inspectie waarbij technisch defecten worden opgelost en correctief onderhoud zoals storingen, het systeem in stand gehouden wordt. De hiervoor benodigde middelen worden opgenomen in het businessplan. Zie figuur 19. Beoordeling risico s Strategische Risico Analyse, Operationele Risicoanalyse (per deelproces) Businessplan Infrastructuur Investeringen Nieuwbouw planning Capaciteitsraming: investeringsstudie, knelpuntenanalyse projecten Investeringsplan (nieuwbouw) Bijsturen proces Analyse Onderhouds- Onderhoud Bijsturen plan onderhoud Kwalitatieve beoordeling toestand componenten concept Monitoring vervanging Onderhoudsplan, Investeringsplan (vervanging) Rapportage Prestatie indicatoren Figuur 19: Relatie investeringsplan en onderhoudsplan met Businessplan - 68 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Project Governance Gasunie werkt met een project governance systeem, gebaseerd op integraal projectmanagement en gate passages. De projectleider is van start tot en met oplevering accountable. De autorisaties wordt verstrekt door het GTS ProjectenBoard (GPB) voor uitbreidingsprojecten en klantaansluitingen. Voor de autorisatie van instandhoudingsprojecten is de Instandhouding ProjectenBoard opgericht (IPB). Beide boards beschikken over mandaat conform het financieel bevoegdhedenschema van Gasunie. De regels voor autorisatie via de Executive Board, Strategic Investment Committee, Supervisory Board en Shareholder zijn eveneens hierin vastgelegd. De werking van het gate systeem is schematisch weergegeven in de figuur 20. Decision Gates: Project Governance (GTS Projectboard) 0-MTS Mobilize Team for Studies 1-PED Project Establishment Decision 2-CID Commerical Investment Decision 3-FID Final Investment Decision 4-RFO Ready For commercial Operation Business Development Feasibility Concept selection Feed Detail design & Procurement Construction Operation Accountable Business Responsible Business Projects Operations Fig. 20 Het project governance systeem Business development fase Doorgaans liggen nieuwe aanvragen voor transportcapaciteit (shippers of individuele klanten) aan de basis voor business development. Binnen de planningsafdeling van GTS worden knelpunten in het gastransportsysteem gedefinieerd. De planningsafdeling onderzoekt op welke wijze de knelpunten opgelost kunnen worden. Hierbij worden verschillende alternatieven bekeken. Op basis van een Business Development Plan beslist het management of, en zo ja, welk alternatief verder uitgewerkt wordt. Gate 0 is een melding waarbij voor elk project een Business Development Report wordt ingediend om een team te formeren. Tevens wordt besloten hoe vorm wordt gegeven aan project governance. Feasibillity fase In de feasibility fase wordt de documentatie van de studie verder uitgewerkt. Een updated Business Development Plan wordt aangeboden ter toetsing bij gate 1: de Project Establishment Decision. Bij een positief advies wordt de opdracht verstrekt om het voorstel verder uit te werken in een businesscase. Businesscase fase Het gekozen alternatief wordt gedefinieerd in functionele hoofdlijnen. Deze zijn een scope, een kostenraming (ordegrootte), een indicatieve opleverdatum of doorlooptijd, en een kosten/baten analyse. Aan het einde van deze fase beslist het management of het project verder uitgewerkt wordt bij gate 2: de Commercial Investment Decision. Bij een positief advies wordt de opdracht verstrekt om een voorstel verder uit te werken in een projectspecificatie. - 69 -
Gas Transport Services B.V. Front End Engineering en Design fase In deze fase wordt het project verder uitgewerkt in een projectspecificatie. In de projectspecificatie wordt de scope definitief vastgesteld, alsmede de planning en gekwantificeerde risico s. Vervolgens wordt een begroting met een P50/P90 betrouwbaarheidsniveau voor grote projecten aangeboden ter goedkeuring. Voor leidingprojecten en grote installatieprojecten worden de procedures voor het verkrijgen van de vergunningen, waaronder een MER en bestemmingsplan, gestart. Voor technisch complexe ontwerpen wordt tevens een design review gehouden. Aan het einde van deze fase wordt de finale goedkeuring verleend door het management, de Final Investment Decision gate 3, en wordt het P50 projectbudget beschikbaar gesteld aan de projectmanager. Realisatie fase In deze fase van detailengineering worden de specificaties in een zodanig detail uitgewerkt dat hiermee de constructie fase in gegaan kan worden. Aan het einde van de constructie wordt de installatie of de leiding geïnspecteerd door een eigen inspectiedienst (zie paragraaf 3.4.2). Daarna wordt het project in gebruik genomen. Een tijdige formele toetsing, of het project voldoende gereed en getest is voor overdracht bij gate 4: Ready for Operation, vindt plaats. De inbedrijfname wordt uitgevoerd conform het schakelplan van Gas Transport Services, in combinatie met de technische en operationele beheersoverdracht, de TBO en OBO. Onderdeel van de OBO is het GTS Acceptatie Document, zonder welk document de OBO niet kan plaatsvinden. Bovengenoemde stappen in het governance systeem worden toegesneden op de verschillende projecten binnen Gasunie. De voornaamste categorieën zijn hierbij: Open Season projecten, waarbij maatregelen kunnen voorkomen die investeringen groter dan 50 miljoen Euro vergen, tot wel 500-1000 miljoen Euro Klantcontracten met netverzwaring, waarbij de investeringsomvang doorgaans in de orde grootte van 50-100 miljoen liggen. Solitaire klantaansluitingen, waarbij de investeringsomvang ca. 100 keuro tot 20 miljoen Euro bedragen. Knelpuntenprojecten, waarbij de investeringsomvang ca. 100 keuro tot 20 miljoen Euro bedragen. Instandhoudingsprojecten, met een jaarportfolio waarvan de investeringsomvang ca. 100-150 miljoen Euro bedraagt. Echter, de onderliggende projecten hebben doorgaans een investeringsomvang ca. 100 keuro tot 20 miljoen Euro. Gelet op deze verscheidenheid in projectomvang, de risico s en de commerciële condities zijn de project documenten vastgesteld die bij de gate-passages dienen te worden overlegd, alsmede de goedkeuringsdocumenten voor EB, SIC, SB en Shareholder. - 70 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 4.1 Planning & Control cyclus De totstandkoming van het businessplan en het bewaken van de uitvoering daarvan maken onderdeel uit van de Planning & Control cyclus. Deze cyclus verloopt via een strak tijdpad: de planningskalender, en wordt geregisseerd door de afdeling Control van GTS. De verschillende fasen worden hieronder toegelicht (figuur 21). Planning Budgettering Uitvoering bewaken Rapportage Opstellen strategisch plan Concreet plan voor komend jaar Second opinion, voortgang registreren Analyse, evaluatie, verantwoording Figuur 21: Planning & control cyclus Planning Alle afdelingen stellen jaarlijks een Unit Business Plan op. Dit plan beschrijft de doelstellingen, het beleid, de hoofdactiviteiten, projecten en prestatie-indicatoren die de unit wil realiseren. Budgettering Voor investeringsprojecten die zijn genoemd in het businessplan wordt een investeringsbegroting opgesteld. Verder worden op basis van het businessplan voor de komende drie jaren de uit te voeren activiteiten gepland, ook worden de hieraan verbonden kosten en personele consequenties aangegeven. Het goedgekeurde budget is taakstellend en houdt een machtiging in voor het uitvoeren van de overeengekomen activiteiten, behoudens projectmatige activiteiten. Uitvoering bewaken Projectmatige activiteiten dienen, alvorens met de uitvoering mag worden gestart, eerst te worden beoordeeld en goedgekeurd op basis van een ingediend machtigingsdocument. De uitvoering wordt bewaakt en geregistreerd met behulp van de projectadministratie. Regelmatig vindt er toetsing plaats van de realisatie ten opzichte van de planning (budget). Afwijkingen worden gesignaleerd en geanalyseerd. Ten behoeve van de uitvoering van projecten worden projectstructuren aangelegd en beheerd. Projectbegrotingen worden beoordeeld, kosten geboekt en verwachtingen ingebracht. Regelmatig vindt toetsing plaats en wordt gerapporteerd over de voortgang. Projecten worden technisch gereed gemeld, financieel afgesloten en eindverslagen opgesteld. Rapportage Eenmaal per maand stellen units een unitrapportage op over de voortgang van de projecten, het verloop van de exploitatiekosten en de personele bezetting. Op basis van deze rapportage legt de unitmanager verantwoording af over de voortgang van de activiteiten en bereikte resultaten. De unit rapportage vormt de basis voor de Gasunie kwartaalverslagen, waarin de stand van zaken wordt aangegeven betreffende de uitvoering van de activiteiten in het vigerende businessplan. Daarnaast wordt minimaal maandelijks separaat gerapporteerd over de stand van zaken met betrekking tot grote risicovolle projecten. Deze rapportage bevat zowel financiële als operationele cijfers. Op basis van maand- en kwartaalrapportages vinden zo nodig nadere analyse en bijsturing van het businessplan plaats. - 71 -
Gas Transport Services B.V. - 72 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Bijlagen - 73 -
Gas Transport Services B.V. Bijlagen I Normen, richtlijnen en overige relevante voorschriften 75 II Belangrijkste wijzigingen in het gastransportnet ten opzichte van het KCD 2009 77 III Nadere toelichting bepaling capaciteit openbare voorziening 81 IV Overzicht wettelijke voorschriften en paragrafen 86-74 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Bijlage I. Normen, richtlijnen en overige relevante voorschriften. Onderstaand is een overzicht gegeven van de meest relevante Europese richtlijnen en normen met hun (globale) toepassingsgebied die GTS hanteert. Europese Regelgeving Laagspanningsrichtlijn EMC Richtlijn Richtlijn Gastoestellen Richtlijn Drukapparatuur Richtlijn eenvoudige drukvaten ATEX Richtlijn Machinerichtlijn Gasleidinginstallaties BEVB Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen - 2011 BEVI Besluit externe veiligheid inrichtingen BRZO 99 Besluit risico s zware ongevallen 1999 NEN-EN 1775 Gasleidingen in gebouwen max. werkdruk < 5 bar NEN-EN 12186 Gasvoorzieningsystemen Gasdrukregelstations voor gastransport en distributie Functionele eisen EN 13480 Metalen industriële leidingsystemen NEN 1059 Eisen voor gasdrukregel- en meetstations met een inlaatdruk lager dan 100 bar; Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 NEN-EN 15001, Gasinstallatieleidingen met bedrijfsdrukken groter dan 0,5 bar voor industriële en deel 1 en deel 2 niet-industriële gasinstallaties NEN 1091 Veiligheidseisen voor stalen gastransportleidingen met een ontwerpdruk hoger dan 1 bar en lager of gelijk aan 16 bar. NEN 3650 Eisen aan stalen transportleidingen NEN 3651 Aanvullende eisen voor stalen leidingen in kruisingen met belangrijke waterstaatswerken NPR 2760 Wederzijdse beïnvloeding van buisleidingen en hoogspanningsverbindingen NPR 6912 Kathodische bescherming NEN-EN 13480 Metalen industriële leidingsystemen WION Wet Informatie Ondergrondse Netwerken, februari 2008 Gasverbruikinstallaties NEN-EN 656 CV-ketels met een atmosferische brander en een belasting tussen de 70 kw en 300 kw NEN-EN 676 Gasbrander met ventilator NEN-EN 746 Industriële installaties voor warmtebehandelingsprocessen, delen 1, 2, 3, 4, 5 en 8 NEN-EN-IEC 61508 Functional safety of electrical/electronic/programmable electronic safety-related systems NEN-EN-IEC 61511 Functional safety Safety instrumented systems for the process industry sector Explosieveiligheid NEN-EN-IEC 60079 Explosieve atmosferen; Deel 10-1: classificatie van gebieden Explosieve gasatmosferen NPR 7910-1 Praktijkrichtlijn voor de Gevarenzone-indeling met betrekking tot ontploffingsgevaar; Deel 1: Gasontpoffingsgevaar gebaseerd op NEN-EN-IEC 60079-10 - 75 -
Gas Transport Services B.V. Gastransport Begrippenlijst Gas Aansluitvoorwaarden Gas - LNB Allocatievoorwaarden Gas Meetvoorwaarden Gas - LNB Netkoppelingsvoorwaarden Gas - LNB Samenwerkingsregeling netbeheerders Gas Transportvoorwaarden Gas - LNB Wettelijke taken LNB van algemeen belang Tarievencode gas Informatiecode 30 juni 2011 Het wordt opgemerkt dat bovenstaande lijst een globaal overzicht geeft van de meest relevante wetten, richtlijnen en normen. Additioneel kent Gasunie een zeer gedegen en breed bouwwerk van technische bedrijfsnormen, de zogenaamde Gasunie Technische Standaarden, welke in meer detail beschreven is in het Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO). Voorts is er binnen Gasunie een specifieke afdeling die de interne en externe standaardisatie coördineert en deels inhoudelijk bewaakt. - 76 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Bi jlage II. Belangrijkste wijzigingen in het gastransportnetwerk ten opzichte van het KCD 2009 In dit overzicht zijn de wijzigingen opgenomen die conform Artikel 4 lid 1 van de Gaswet jaarlijks aan de minister van Economische zaken, Lansbouw en Innovatie worden gemeld. In dit geval betreft het de in 2009 en 2010 gerealiseerde wijzigingen in het gastransportnetwerk dat wordt beheerd door GTS. De in dit overzicht opgenomen wijzigingen hebben betrekking op het HTL netwerk. Aansluiting Flevocentrale Omschrijving: Dit project betrof het uitbreiden van de transportcapaciteit tussen Hattem en Lelystad. Deze uitbreiding is gerealiseerd door de aanleg van ca. 50 km. 24 gastransportleiding inclusief de benodigde faciliteiten. Reden De aardgastransportleiding: Hattem Flevocentrale, inclusief faciliteiten, is nodig om twee nieuwe units van de Flevocentrale te beleveren. Aanpassingen op installatie Ommen (t.b.v. aansluiting Zuidwending op het gastransportnet) Omschrijving: Dit project betrof de aanleg van een ca 250 m. 36 gastransportleiding en een reduceer (een viertal 16 reduceerstraten) ter verbinding van Ommen-Zuid met Ommen-Noord. Reden Het doel van dit project is om de ondergrondse berging Zuidwending te kunnen voeden met G-gas vanuit Ommen. Aanleg aardgastransportleidingen Rysum - Ommen. Omschrijving: Dit project maakt deel uit van het overall Open Seasonproject Gasrotonde Fase 1 en bestaat uit: 21 km aardgastransportleiding Rysum - Scheemda, diameter DN1200 16 km aardgastransportleiding Scheemda - Tripscompagnie, diameter DN 1200 98 km aardgastransportleiding Scheemda - Ommen, diameter DN1200 Een aanpassing op exportstation Oude Statenzijl, aanpassing van reduceerstraten Tussenklappen en leidingwissel IJsselmeer Reden: Het doel van dit Open Seasonproject, als onderdeel van Gasrotonde Fase 1 is het realiseren van de benodigde H-gas transportcapaciteit van Rysum via Scheemda naar Ommen en Tripscompagnie Het vormt een gedeelte van de benodigde transportcapaciteit van noordoost naar zuidoost en zuidwest Nederland. - 77 -
Gas Transport Services B.V. Aanleg aardgastransportleidingen Angerlo - Beuningen. Omschrijving: Dit project maakt deel uit van het overall Open Seasonproject Gasrotonde Fase 1, en bestaat uit: 35 km aardgastransportleiding Angerlo - Beuningen, diameter DN1200 Reduceerstation Angerlo ASG Luttenbert afstandbediend maken Reden: Het doel van dit Open Seasonproject, als onderdeel van Gasrotonde Fase 1, is het realiseren van de benodigde H-gas transportcapaciteit van Angerlo naar Beuningen. Het vormt een gedeelte van de benodigde transportcapaciteit van noordoost naar zuidoost en zuidwest Nederland). Aanleg aardgastransportleidingen Wijngaarden - Zelzate. Omschrijving: Dit project maakt deel uit van het overall Open Seasonproject Gasrotonde Fase 1 en bestaat uit: 77 km aardgastransportleiding Wijngaarden - Westerschelde Oost, diameter DN1200 8 km aardgastransportleiding Westerschelde Oost - Westerschelde West, diameter DN 1200 inclusief het realiseren van begin en eindfaciliteiten Reduceerstation Westerschelde Oost Exportstation Zelzate Reden: Het doel van dit project is het realiseren van de benodigde H-gas transportcapaciteit vanaf CS Wijngaarden naar Westerschelde West en de aanpassing op ES Zelzate voor export naar België en import vanuit België. Aanleg compressorstation Scheemda - 1. Omschrijving: Dit project maakt deel uit van het overall Open Seasonproject Gasrotonde Fase 1. Nabij de locatie Zuidpolder is een nieuw, elektrisch gedreven, compressorstation gebouwd. Het totale vermogen is 42 + 21 MW en is beschikbaar gekomen per 1 oktober 2010. Reden: Het compressorstation Scheemda - 1 heeft tot doel H-gas vanuit Emden / Rysum (D) te comprimeren voor verder transport naar Ommen en Tripscompagnie en vervolgens naar het zuid- en zuid-west Nederland. Aansluiting Etzel cavernes (aardgasberging te Duitsland). Omschrijving: Dit project maakt deel uit van het overall Open Seasonproject Gasrotonde Fase 1, en bestaat uit: 16 km aardgastransportleiding ES Oude Statenzijl - AS Scheemda, diameter DN 1200 Realiseren van een begin en een eindfaciliteit Waarborgen toepassing Nederlandse normen en Gasunie Standaards bij 400 m aan te leggen aardgastransportleiding vanaf de Duitse grens. Reden: De Duitse cavernes te Etzel worden aangesloten op het GTS-netwerk. Het doel van dit project is het realiseren van entrycapaciteit voor H-gas uit Etzel, vanaf de Duitse grens via ES Oude Statenzijl naar CS Scheemda. - 78 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Leidingwissel Ommen - Angerlo. Omschrijving: Dit project maakt deel uit van het overall Open Seasonproject Gasrotonde Fase 1, en bestaat uit het geschikt maken van de HTL-sectie tussen locatie Ommen en Angerlo voor bedrijf in het H-gas systeem. Tijdens koude wintersituaties kan de leidingsectie weer teruggeschakeld worden naar het G-gas systeem. Reden: Dit project wordt uitgevoerd om het mogelijk te maken om HTL leiding A-505 te kunnen schakelen van transport van G-gas naar transport van H gas. Met deze maatregel wordt op een efficiënte wijze bereikt dat extra H-gas transportcapaciteit tot stand komt.. Aanleg koppelleiding Flevoland - Noordoostpolder. Omschrijving: Dit project betrof het versterken van de verbinding tussen de Flevopolder en de Noordoostpolder door de aanleg van: 21 km aardgastransportleiding tussen Swifterbant en Emmeloord, diameter DN400 Plaatsing van een nieuw M&R te Emmeloord Reden: De omvang van de markt in de Noordoostpolder is zodanig gegroeid dat het daar aanwezige RTL over onvoldoende capaciteit beschikte om de markt onder alle omstandigheden van voldoende gas te kunnen voorzien. Door extra toevoer vanuit het HTL in de Flevopolder via het nieuwe M&R, zal de Noordoostpolder over voldoende capaciteit beschikken. Aansluiten aardgasbuffer Zuidwending. Omschrijving: Dit project betrof de aansluiting van de nieuwe aardgasbuffer te Zuidwending, en bestond uit: 1,6 km aardgastransportleiding naar het ter plaatste aanwezige HTL A-654, diameter DN 900 Realiseren van de benodigde begin- en eindfaciliteiten. Reden: Te Zuidwending is een nieuwe aardgasbuffer gerealiseerd. Dit project bestond uit het aanleggen van de benodigde verbinding tussen deze aardgasbuffer en het HTL net. Aansluiten EWE leiding op OSZ. Omschrijving: Dit project betrof de verbinding van een aardgastransportleiding van EWE te Oude Statenzijl, waarmee de aardgasberging te Nüttermoor (D) met het Nederlandse gastransportnet is verbonden. De leiding waarmee de verbinding is gemaakt heeft een diameter van DN900. Reden: Te Nüttermoor, in Duitsland, bevindt zich een aardgasberging. Dit project bestond uit het aanleggen van de benodigde verbinding tussen deze aardgasbuffer en het HTL net, op de locatie van Oude Statenzijl. - 79 -
Gas Transport Services B.V. Leidingschakeling route Spijk - Ommen. Omschrijving: Opheffen bestaande situatie met te hoge gassnelheden op traject Spijk - Ommen waardoor de leveringszekerheid van de H-gasmarkt vergroot wordt en snelle schommelingen van de gaskwaliteit kunnen worden vermeden. De te nemen maatregelen bestaan uit: het plaatsen van een 30 koppelleiding inclusief afsluiters op CS Spijk het aanpassen reduceerstation Tripscompagnie het aanbrengen van modificaties aan de overstort installaties te Ommen. Reden: In noordoost Nederland komen twee grote H-gas stromen Nederland binnen. Beide worden tot op heden gescheiden naar Ommen getransporteerd. Door wijzigingen in de gaskwaliteit van beide stromen is het noodzakelijk geworden om de stromen van leiding te wisselen. Ook de installaties in Ommen moeten worden aangepast. Maatregelen Rijnmond regio. Omschrijving: Aanleg nieuwe leiding als gevolg van invoeding van LNG in de Rijnmond regio. Het gaat om de aanleg van ruim 6 km leiding met een diameter van 12 ten behoeve van de inname van gas uit de offshore velden P15/P18 (TAQA). Reden: Door de komst van de LNG terminal in de Rijnmond regio is de noodzaak ontstaan om in het gebied een extra leiding te realiseren om het transport van dit TAQA-gas te scheiden van het toekomstige LNG gas (2011). Beide gasstromen opereren onder een verschillend drukregime. - 80 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Bijlage III: Nadere toelichting bepaling capaciteit openbare voorziening Het uitgangspunt Er is een afzet analyse gedaan met data over de periode oktober 2002 t/m maart 2007. Hierbij is het volgende model gebruikt. Q max ( Teff ) w ( C1 C2G( Teff ) C3J d C 4G( T eff ) J d ) Met de volgende definities: Qmax is de grootste uur afzet van een etmaal. De effectieve temperatuur wordt berekend uit de daggemiddelde temperatuur en de daggemiddelde windsnelheid in de Bilt: T eff T gem W gem /1.5 Jd is een tijd variabele: J d d 1 J 2000 365 J het jaartal en d het dagnummer in het jaar. De term 2000 is eigenlijk overbodig maar maakt de uitkomsten begrijpelijker. G(T) is het aantal graaddagen volgens Geerse: Ts T G( T ) ln(1 exp( ) Het blijkt dat de beste keuze van de stookgrens Ts per station kan verschillen. In principe is ook de variabele (dat is de breedte van het overgangsgebied tussen zomer en winter) per afnamepunt verschillend. De variatie in deze parameter was echter van dezelfde grootteorde als de onzekerheid, daarom wordt de constante waarde =1.3 gebruikt, wat de beste fit is op de totale afzet. W is de weekendfactor die gelijk is aan één voor werkdagen. De waarde voor de weekenden wordt bepaald door de beste fit. Onderzocht is of een aangepassing van dit model mogelijk is, zodat nauwkeuriger resultaten ontstaan. Methodiek Om te kunnen beoordelen of een aanpassing van het afzetmodel zinvol is worden de residuen van een afzetanalyse nader beschouwd. De analyse bestaat uit het fitten van een model aan realisaties. De residuen, dus de verschillen tussen model en realisatie, moeten zo klein mogelijk zijn. Dit geeft de beste schatting van onder andere de ontwerpcapaciteit. Het is van belang dat de residuen onderling onafhankelijk en normaal verdeeld zijn en een constante spreiding hebben. Dit is nodig om er zeker van te zijn dat er geen systematische fouten in het model zitten. Daarnaast zijn diverse statistische berekeningen alleen geldig als aan deze voorwaarden voldaan is. - 81 -
Gas Transport Services B.V. Een voorbeeld voor de totale afzet aan de RNB s. Het standaard model geeft de volgende fit: In de onderstaande grafiek zijn de residuen van de standaard fit weergegeven als driehoekjes: Diverse statistische tests geven aan dat deze residuen redelijk normaal verdeeld zijn maar het is duidelijk dat de spreiding bij hoge temperaturen kleiner is dan die bij lagere temperaturen. In deze grafiek is ook aangegeven wat de spreiding wordt als ook de temperatuur van vorige dagen wordt meegenomen (zie volgende paragraaf). Het blijkt dat de spreiding duidelijk afneemt en dat dit een zinvolle uitbreiding van het afzet model is. Ook de normaliteit van de residuen wordt hier beter, de niet constante spreiding blijft uiteraard bestaan. - 82 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Bewolking en overige weerparameters In eerdere studies naar effectieve temperatuur is geconstateerd dat de hoeveelheid zonnestraling een parameter is die invloed heeft op de gasafzet. Straling wordt niet meer door het KNMI gepubliceerd. Dit is vervangen door bewolkingsgraad (een getal dat loopt van 0 tot 9). In totaal worden 17 weerparameters standaard op internet gepubliceerd. Het toevoegen van bewolking aan de afzet analyse had onduidelijke resultaten. Afhankelijk van andere parameters was het effect meer of minder duidelijk. Het statistisch pakket R geeft standaard ook een significantie van de berekende parameters en in dit opzicht scoorde de bewolkingsgraad onveranderd slecht. Het lijkt daarom niet nuttig deze parameter op te nemen in het afzetmodel. Het zelfde geldt voor de overige parameters, de invloed op de gasafzet is niet significant en opnemen in het model levert geen verbetering. Er is ook gekeken naar grootte van de windcorrectie. De factor 1.5 blijkt nog steeds de meest geschikte waarde. Weergegevens van de vorige dagen Uit eerdere analyses van GTS, maar ook van National Grid, is gebleken dat het gasverbruik ook samenhangt met de temperatuur van de voorgaande dagen. De meest eenvoudige manier om hier mee rekening te houden is een aanpassing van de definitie van effectieve temperatuur. Een voor de hand liggende methode is: T c T c T * eff, n 1 eff, n 2 eff, n 1 De nieuwe effectieve temperatuur is een lineaire combinatie van die van vandaag en gisteren. De constanten kunnen dan zo gekozen worden dat er voor de meeste stations een betere fit ontstaat. Het blijkt dat c1= c2=0.5 een goede waarde is. Een ander mogelijkheid is de effectieve temperatuur te filteren met een exponentieel filter: * * Teff, n Teff, n ( 1 ) Teff, n 1 In feite worden hier meerdere voorgaande dagen gebruikt. De waarde =0.5 is ook hier de beste waarde. Beide methoden geven even goede resultaten. Ter wille van de uitlegbaarheid gaat de voorkeur uit naar de eerste variant. Lokale weerstations Het gebruik van temperaturen van lokale weerstations geeft slecht een zeer kleine verbetering. Dit is niet zo verwonderlijk omdat er een zeer sterke correlatie bestaat tussen de temperatuur in de Bilt en de temperatuur gemeten op andere weerstations. Bijvoorbeeld Eelde en de Bilt: De temperatuur in Eelde is te fitten met: T Eelde.01T 1. 30 1 debilt De restterm is een normaal verdeelde random variabele. Dat betekent dat een ander weerstation in feite een lineaire transformatie is die geen enkel effect heeft. Het gebruik van een ander weerstation geeft geen aanleiding voor systematische fouten. Een ander weerstation heeft uiteraard wel tot gevolg dat de stookgrens anders wordt, deze ondergaat min of meer de zelfde transformatie. - 83 -
Gas Transport Services B.V. Verschillende weerstations maken de analyse lastiger, maar ook het gebruik in de planning wordt moeilijker. Daarnaast komen er weer andere onzekerheden bij zoals het bepalen van het relevante weerstation voor een gegeven meetpunt en het bepalen van de lokale ontwerptemperatuur (de1/50 jaar gebeurtenis). Het voorstel is de analyses te blijven baseren op alleen de metingen van het weerstation in de Bilt. Seizoen In eerdere analyse is vastgesteld dat de totale hoeveelheid zonnestraling per m2 van invloed was op de gasafzet. Bewolking is een veel minder belangrijke factor. National Grid gebruikt de normale temperatuur op een dag als een parameter. Normaal wil hier zeggen een langjarig gemiddelde. Zowel straling als de normale temperatuur zijn functies met een jaarpatroon. Het komt er op neer dat in de analyse een parameter wordt toegevoegd met de vorm: 2 ( d D) S sin( ) 365 waarbij d het dagnummer (1 365) in het jaar is en D een verschuiving. Het blijkt echter dat deze toevoeging geen wezenlijke verbetering oplevert. De trend in de gasafzet Op basis van de volgende overwegingen: De temperatuurafhankelijkheid per afname punt vertoont aanzienlijke verschillen, waarschijnlijk door een verschillend aandeel industrie en/of tuinders. Er is geen reden waarom het stookgedrag van de Nederlanders van jaar tot jaar zou variëren. De veronderstelling dat weekendfactor en stookgrens in de tijd constant zijn is dus verdedigbaar. is besloten de expliciete trend in de modellen te handhaven en om daarmee dus rekening te houden in de afzetprognoses. - 84 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Conclusies: De enige verbetering in het 6-parametermodel die GTS heeft doorgevoerd is een andere definitie van de effectieve temperatuur, waarbij de gemiddelde temperatuur en wind van de lopende en de vorige dag gebruikt worden: T eff T W / 1.5 Tgem, gisteren Wgem, 2 gem, vandaag gem, vandaag gisteren /1.5 De ontwerpconditie voor het net is nu een effectieve temperatuur van -17 C. Dat is de effectieve temperatuur die slecht eens in de 50 jaar voorkomt. Bij een andere definitie van effectieve temperatuur behoort echter ook een andere 1/50 jaar waarde. De ontwerptemperatuur stijgt met de nieuwe definitie ongeveer 0.5 graad van -17.4 C tot -16.8 C. De foutenmarge in deze schattingen ligt in de grootte orde van 1.5 graden (Rapport van Reading). De waarde -17 C blijft daarom gebruikt als ontwerptemperatuur. - 85 -
Gas Transport Services B.V. Bijlage IV. Overzicht wettelijke voorschriften per paragraaf Wettelijk voorschrift Paragraaf 4.1 GW Bijlage 2 8.1 GW 3.2 8.2.a GW 3.3 8.2.b GW 3.2 8.2.c GW 2.3.2, 2.4 10.3 MRQ 3.4, Bijlage 1 11.1.a MRQ 2.3 11.1.b MRQ 2.4 11.1.c MRQ 2.2, 2.3, 2.4 11.1.d MRQ 2.2.2 11.1.e MRQ 3.5.1 11.1.f MRQ 3.6 11.1.g MRQ 3.7 11.1.h MRQ 3.8 11.1.i MRQ 3.9 11.3 MRQ 3.6, 3.7, 3.8 12.1 MRQ 1.1 12.2 MRQ 1.1 14.1 MRQ hoofdstuk 2 14.2.a MRQ 2.2.3 14.2.b MRQ 2.3 14.2.c MRQ 2.3 14.2.d MRQ 2.3 14.2.e MRQ 2.2.4, bijlage 3 14.2.f MRQ 2.2.4 14.2.g MRQ 2.2.5 14.3 MRQ 2.2.3 14.4 MRQ 2.2.3, 2.3 14.5.a MRQ 2.2.5 14.5.b MRQ 2.2.5 14.6 MRQ 2.2.3 14.7 MRQ 2.3.2 15.1 MRQ 3.2 15.2 MRQ 3.5, 3.5.1 15.3 MRQ 3.5.2 15.4 MRQ 3.6 15.5 MRQ 3.5.1 15.6 MRQ 3.6 16.1.a MRQ 3.7.1, 3.7.2 16.1.b MRQ 3.8 16.1.c MRQ 3.9 16.2.a MRQ 3.7.1, 3.7.2, 3.8, 3.9 16.2.b MRQ 3.7.1, 3.7.2, 3.8, 3.9 16.3 MRQ 3.7.1, 3.7.2, 3.8 17.1 MRQ 3.10 17.2 MRQ 3.10.1-86 -
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Wettelijk voorschrift Paragraaf 17.3.a MRQ 3.10.1 17.3.b MRQ 3.10.2 17.3.c MRQ 3.10.2 19 MRQ 4 20 MRQ 4 Paragraaf Wettelijk voorschrift 1.1 12.1 MRQ, 12.2 MRQ 2.2.2 11.1.d MRQ 2.2.3 14.2.a MRQ, 14.3 MRQ, 14.4 MRQ, 14.6 MRQ 2.2.4 14.2.e MRQ, 14.2.F MRQ 2.2.5 14.2.g MRQ, 14.5.a MRQ, 14.5.b MRQ 2.3 8.2.c GW, 11.1.a MRQ, 14.2.b MRQ, 14.2.c MRQ, 14.2.d MRQ, 14.4 MRQ, 14.7 MRQ 2.4 8.2.c GW, 11.1.b MRQ, 11.1.c MRQ 3.2 8.1 GW, 8.2.b GW, 15.1 MRQ 3.3 8.2.a GW 3.4 10.3 MRQ 3.5 15.2 MRQ 3.5.1 (deels opnemen in de vertrouwelijke bijlage) 11.1.e MRQ, 15.2 MRQ, 15.5 MRQ 3.5.2 15.3 MRQ 3.6 11.1.f MRQ, 11.3 MRQ, 15.4 MRQ, 15.6 MRQ 3.7 11.1.g MRQ, 11.3 MRQ 3.7.1 (deels opnemen in vertrouwelijke bijlage 5) 16.1.a MRQ, 16.2.a MRQ, 16.2.b MRQ, 16.3 MRQ 3.7.2 (deels opnemen in vertrouwelijke bijlage 4) 16.1.a MRQ, 16.2.a MRQ, 16.2.b MRQ, 16.3 MRQ 3.8 11.1.h MRQ, 11.3 MRQ, 16.1.b MRQ, 16.2.a MRQ, 16.2.b MRQ, 16.3 MRQ 3.9 11.1.i MRQ, 16.1.c MRQ, 16.2.a MRQ, 16.2.b MRQ 3.10 17.1 MRQ 3.10.1 17.2 MRQ, 17.3.a MRQ 3.10.2 17.3.b MRQ, 17.3.c MRQ 4 19 MRQ, 20 MRQ Bijlages 1: Normen, richtlijnen en overige relevante voorschriften 10.3 MRQ 2: Belangrijkste wijzigingen in gastransportnet tov KCD 2009 4.1 GW 3: Nadere toelichting bepaling capaciteit voor 14.2.e MRQ openbare voorziening 4: Overzicht wettelijke voorschriften per paragraaf Vertrouwelijke bijlages 1: Motivering vertrouwelijkheid 2: Risico s en recent uitgevoerde risicoanalyses 11.1.e MRQ, 15.2 MRQ, 15.5 MRQ 3: Recentelijk uitgevoerde operationele risicoanalyses 4: Uitbreidingsinvesteringen 2012-2016 16.1.a MRQ, 16.2.a MRQ, 16.2.b MRQ, 16.3 MRQ 5: Instandhoudingsinvesteringen 2012-2016 16.1.a MRQ, 16.2.a MRQ, 16.2.b MRQ, 16.3 MRQ - 87 -
Colofon Vormgeving & print Corporate Service Centre N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen Foto s N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen Uitgave Gas Transport Services B.V. P.O. Box 181 9700 AD Groningen The Netherlands Telefoon 050 521 22 55 Fax 050 521 19 15 E-mail: info@gastransport.nl Internet: www.gastransportservices.nl