Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009
|
|
|
- Barbara Renske Groen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009
2 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument
3 Gas Transport Services B.V
4 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Voorwoord Voor u ligt het door Gas Transport Services B.V. (GTS) opgestelde Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Dit document is tot stand gekomen in overeenstemming met de eisen die hieraan worden gesteld in de Ministeriële Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas. Het is bestemd voor de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), en voor anderen die geïnteresseerd zijn in ons bedrijf. GTS maakt deel uit van het Europese infrastructuurbedrijf N.V. Nederlandse Gasunie. Gasunie heeft één van de grootste hoge druk transportnetwerken in Europa. Als netbeheerder van het Nederlandse gastransportnet verzorgt GTS gastransportdiensten ten behoeve van een goede werking van de gasmarkt in Nederland en daarbuiten. Tot de wettelijke taken, die GTS op een non-discriminatoire en transparante wijze uitvoert, behoort het beheer van het gastransportnet. GTS zorgt voor een veilig en betrouwbaar gastransport. Kwaliteit en veiligheid hebben een hoge prioriteit en zijn in control. Extra aandacht gaat hierbij uit naar de verouderende netten in Nederland. Deze moeten uiteraard aan de GTS-normen voor veiligheid en kwaliteit blijven voldoen. Daarom is er meer geld en tijd nodig voor de instandhouding van het netwerk. GTS anticipeert op de ontwikkelingen in de gasmarkt. Deze hebben gevolgen voor de gasstromen in ons netwerk en voor de daaraan gekoppelde vraag naar transportcapaciteit. Dit doet GTS onder meer door het aanbieden van nieuwe diensten, en door een goede inrichting van de plannings- en investeringsprocessen. In de afgelopen jaren zijn er zogenaamde Open Seasons gehouden waarbij de markt gevraagd is de behoefte aan additionele transportcapaciteit aan te geven en vast te leggen. De eerste beide Open Seasons hebben geresulteerd in een enorme uitbreiding van het Nederlandse gastransportnet. Ook het dit jaar gehouden Integrated Open Season, samen met zuster netbeheerder in Duitsland, GUD, laat een sterke behoefte aan extra transportcapaciteit zien. Door deze uitbreidingen kunnen tal van bedrijven nieuwe handelscontracten afsluiten in binnen- en buitenland, nieuwe elektriciteitscentrales van gas worden voorzien en ook straks vloeibaar aardgas (LNG) naar Nederland worden gebracht. Nederland zelf profiteert hiervan omdat meer concurrentie tussen gasleveranciers de marktwerking bevordert. De investeringen zijn bovendien noodzakelijk om de gasvoorziening in de toekomst veilig te stellen. Dit is nodig omdat de binnenlandse productie geleidelijk terugloopt. Voldoende aanvoer van aardgas, ook op lange termijn, is belangrijk omdat gas een cruciale rol te vervullen heeft als transitiebrandstof. Het is de schoonste fossiele brandstof die zich leent om een duurzame energievoorziening tot stand te helpen brengen. Ook bij meer energie-efficiency en een optimale inzet van andere energiebronnen (bijvoorbeeld wind-, zonne- of kernenergie) blijft de rol van gas als flexibele brandstof in de Nederlandse en Europese energievoorziening van groot belang. De nieuwe investeringen sluiten hier goed bij aan en zorgen er bovendien voor dat Nederland haar sterke positie als spil van de gasrotonde in de Noordwest-Europese energievoorziening kan uitbreiden. Geert Graaf Algemeen directeur Gas Transport Services B.V. Wilt u reageren op dit document Stuur dan een naar: [email protected] - 3 -
5 Gas Transport Services B.V. Afkortingen In dit kwaliteits- en capaciteitsdocument zijn de volgende afkortingen van toepassing. Afkorting AMvB BBL BRZO CAP CCP CPB DCMR DIS EGIG EK EN ESD FMEA GDB GE G-gas GTS GUD GUN GWWL H-gas HPSD HTL IPPC ISO KB KCD KLIC KPI LCC LNB LNG LOC LOD LTDV LTI LTIF M&R MOC MER MRQ NEN NMa NNO Betekenis Algemene Maatregel van Bestuur Bacton - Balgzand - Leiding Besluit Risico Zware Ongevallen Central Asset Planning Centrale Commando Post Centraal Planbureau Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond Document Informatie Systeem European Gas pipeline Incident data Group Energiekamer (toezichthouder, onderdeel van de Nma) European Norm Emergency Shut Down Failure Mode and Effect Analyses Geo Data Base Groningen Equivalent Groningen gas Gas Transport Services Gasunie Deutschland Gasunie Nederland Grijpskerk - Workum - Wieringermeer - Leiding Hoog calorisch gas High Pressure Shut Down Hoofd Transportleidingennet Integrated Pollution Prevention and Control International Standardisation Organisation Kathodische Bescherming Kwaliteits- en Capaciteits Document Kabel & Leidingen Informatie Centrum Kritische Prestatie-Indicator Life Cycle Costing Landelijk Net Beheerder Liquefied Natural Gas Loss of Containment Line of Defence Long Term Development View Lost Time Incident Lost Time Incident Frequentie Meet & Regelstation Management of Change Milieu Effect Rapportage Ministeriële Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas Nederlands Normalisatie Instituut Nederlandse Mededingingsautoriteit Neighbouring Network Operator - 4 -
6 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 NPR ORA PBZO PIMS PM P90 QRA RCM RIVM RNB RO RTL RvA SBUI SCIOS SLA SRA TBO OBO VG&M WION WKK WRO Nederlandse Praktijkrichtlijn Operationele Risicoanalyse Preventie Beleid Zware Ongevallen Pipeline Integrity Management System Plant Maintenance 90% zekerheid dat project conform scope en eisen binnen budget en planning wordt gerealiseerd Quantitative Risk Analyses Reliability Centered Maintenance Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Regionaal Netwerkbedrijf Ruimtelijke Ordening Regionaal Transportleidingnet Raad voor Accreditatie Structuurschema Buisleidingen Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties Service Level Agreement Strategische Risico Analyse Technische Beheers Overdracht Operationele Beheers Overdracht Veiligheid, Gezondheid & Milieu Wet Informatie Ondergrondse Netwerken Warmte Kracht Koppeling Wet Ruimtelijke Ordening - 5 -
7 Gas Transport Services B.V. Inhoud Voorwoord 3 Afkortingen 4 1. Inleiding Algemeen Indeling van het KCD Ontwikkelingen ten opzichte van het KCD Capaciteitsplan Marktontwikkelingen Trends in Europa Scenario s gastransport in Scenario s gastransport in Structuurvisie Buisleidingen Prognoses Inleiding Exit Wijze van ramen Exitcapaciteit binnenland Exitcapaciteit op grenspunten Entry Wijze van ramen Entrycapaciteit binnenland Entrycapaciteit op grenspunten Knelpunten Over de oplossing van de volgende knelpunten zijn in 2008 besluiten genomen Over de oplossing van de volgende knelpunten zijn in 2009 besluiten genomen Over de oplossing van de volgende knelpunten worden na 2009 besluiten genomen Kwaliteit en veiligheid Inleiding Indicatoren met streefwaarden Kwaliteitssysteem Veiligheid Belang Externe veiligheid Veiligheidszonering Risicocommunicatie Rampenbestrijding Onderhoud en vervanging Preventief Onderhoud Vervanging Onderhouds- en storingsdienst Organisatie Werkwijze
8 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Samenhang: investeringsplan, onderhoudsplan en businessplan Relatie investeringsplan en onderhoudsplan met businessplan Planning & control cyclus 54 Bijlagen I. Door GTS gehanteerde richtlijnen en normen 57 II. Monitoringsprocedure 58 III. Beschrijving componenten gastransportnet 60 IV. Kwalitatieve beoordeling componenten, monitoring, beoordeling en wijziging componenten 62 V. Bedrijfsmiddelenregister 64 VI. Wijzigingen in het gastransportnet ten opzichte van het KCD VII. Preventie Beleid Zware Ongevallen
9 Gas Transport Services B.V
10 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Inleiding 1.1 Algemeen Conform artikel 8 uit de Gaswet heeft Gas Transport Services B.V. (GTS) onderhavig Kwaliteits- en Capaciteitsdocument (KCD) opgesteld, waarin: GTS aannemelijk maakt over een doeltreffend kwaliteitbeheerssysteem voor de transport- en overige diensten te beschikken; GTS aangeeft welk kwaliteitsniveau wordt nagestreefd; GTS aangeeft welke veiligheidsindicatoren worden toegepast; GTS aannemelijk maakt over voldoende capaciteit te beschikken om tegemoet te komen aan de totale behoefte aan het transport van gas; GTS aangeeft welke (vervangings-) investeringen ter handhaving van de kwaliteit, resp. ter uitbreiding van het gastransportnet noodzakelijk zijn om te voorzien in de totale behoefte aan het transport van gas. Als leidraad voor het opstellen van het KCD heeft GTS de Ministeriele Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas (MRQ, versie 20 december 2004) en de Richtsnoeren kwaliteits- en capaciteitsdocument van de NMa (versie 5 februari 2008) gehanteerd. Daarnaast zijn de bevindingen van de audit door de Energiekamer (EK) in december 2008 verwerkt. Het KCD is gepubliceerd op de website van GTS 1. GTS is een zelfstandig opererende dochteronderneming van N.V. Nederlandse Gasunie (Gasunie), de eigenaar van het leidingnet. Gasunie heeft GTS aangewezen als de Landelijk Netbeheerder van het gastransportnet, zoals is vastgelegd in de Netbeheerovereenkomst. Een deel van de uitvoeringshandelingen op het gebied van het netbeheer, in het bijzonder de feitelijke aanleg en het onderhoud van het gastransportnet, heeft GTS door middel van een Overeenkomst van Opdracht toegewezen aan Gasunie. GTS wil op een onafhankelijke manier gastransportdiensten aanbieden en uitvoeren en daarmee bijdragen aan een goed functionerende vrije gasmarkt in Nederland en daarbuiten. GTS voert haar taken als netbeheerder van het landelijk transportnet op een non-discriminatoire en transparante manier uit. Veiligheid, betrouwbaarheid en doelmatigheid staan daarbij voorop. Daarnaast zijn klantgerichtheid, kostenbewustzijn en professionaliteit sleutelwoorden in de handelwijze van GTS
11 Gas Transport Services B.V. 1.2 Indeling van het KCD Na het inleidende eerste hoofdstuk geeft hoofdstuk 2 een visie op de marktontwikkelingen in Europa op lange termijn en de vertaling hiervan in mogelijk scenario s. Deze zijn nader uitgewerkt in een raming van de totale behoefte aan transportcapaciteit in Nederland en een beschrijving van de bestaande en verwachte capaciteitsknelpunten. Er wordt aangegeven welke investeringen ter uitbreiding van het gastransportnet noodzakelijk zijn om aan de verwachte transportbehoefte te voldoen. Tevens worden de methode voor het ramen van de capaciteitsbehoefte en de methode voor het bepalen van de capaciteitsknelpunten toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft het kwaliteitsniveau dat voor het gastransport wordt nagestreefd en de veiligheidsindicatoren die worden toepast. Verder wordt het kwaliteitsbeheerssysteem van het gastransport toegelicht en de doeltreffendheid hiervan aangetoond. Hierbij staat de risicobeheersing voor het realiseren of het in stand houden van de kwaliteit van gastransport op korte en lange termijn centraal. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan risicobeheersing en specifiek aan veiligheid bij de aanleg, het onderhoud en het beheer van het gastransportnet en bij het uitvoeren van het gastransport. Er wordt expliciet ingegaan op het voorkomen van een wezenlijke bedreiging: leidingbeschadigingen bij graafwerkzaamheden van derden. Hoofdstuk 4 beschrijft, als nadere detaillering van dit onderdeel uit hoofdstuk 3, de maatregelen die ten aanzien van onderhoud en vervanging moeten worden getroffen voor het realiseren en in stand houden van de nagestreefde kwaliteit van de transportdienst. Tevens is de werkwijze en de organisatie met betrekking tot storingen en onderbrekingen beschreven. Tot slot beschrijft hoofdstuk 5 de business- en control cyclus, waarmee de samenhang tussen de verplichte onderdelen van het kwaliteitsbeheerssysteem, het registratieproces en de jaarlijkse begroting wordt geborgd. Tevens worden binnen deze cyclus het registratieproces, de procedures en plannen geëvalueerd. De volgende onderwerpen zijn in bijlagen opgenomen: normen, richtlijnen en overige relevante voorschriften, zie bijlage I monitoringsprocedure, zie bijlage II beschrijving van de componenten van het gastransport, zie bijlage III beschrijving van de technische toestand van de componenten van het net, zie bijlage IV beschrijving van het bedrijfsmiddelenregister en bijbehorende procedure, zie bijlage V wijzigingen in het gastransportnet ten opzichte van het KCD 2007, zie bijlage VI Preventie Beleid Zware Ongevallen, zie bijlage VII Op de volgende pagina is aangegeven waar de relevante onderdelen in de Gaswet (inclusief voorstel voor wijziging van de Gaswet), MRQ en Richtsnoeren zijn gedekt in het KCD
12 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Referentie Onderwerp KCD Gaswet Artikel 8.2.a Kwaliteitsniveau 3.2 Artikel 8.2.b Kwaliteitsbeheerssysteem 3.3 Artikel 8.2.c Capaciteit 2 Voorstel wijziging Gaswet Artikel 2b.2.b Veiligheidsindicatoren 3.2 Artikel 2b.2.e Uitbreidingsinvesteringen 2.4, 2.5 Artikel 35.a Wijzigingen t.o.v. vorig jaar 1.3 Artikel 35.a Afwijkingen kwaliteitsniveau 3.2 Toelichting Gaswet Structuurvisie en beoordeling nut en noodzaak Kwaliteitsniveau en streefwaarden Afstemming plannen tussen netbeheerders Ontwikkelingen transportcapaciteit Kwaliteitsniveau Kwaliteitsbeheerssysteem Risico analyse Afwijking streefwaarden Veiligheid en veiligheidsindicatoren 3.2, 3.4 MRQ Artikel 10.1 Indicatoren 3.2 Artikel 10.2 Normen, richtlijnen, voorschriften Bijlage I Artikel 11.a, 14 Capaciteitsraming Artikel 11.b, 14 Capaciteitsknelpunten 2.4 Artikel 11.c, 14 Oplossingen capaciteitsknelpunten 2.4, bijlage VI Artikel 11.d, 14 Procedure capaciteitsraming 2 Artikel 11.e, 15.2 Risico s en risicoanalyse 3.3, bijlage VII Artikel 11.f, 15.3 Maatregelen onderhoud en vervanging 4 Artikel 11.g, 16.1a/2 Investeringsplan * Artikel 11.h, 16.1b/2 Onderhoudsplan * Artikel 11.i, 16.1c/2 Storingsplan * Artikel 11.j, 17.1 Monitoringsprocedures Bijlage II, IV Artikel 11.k, 17.1 Beschrijving componenten van net Bijlage III Artikel 11.k, 17.b Kwalitatieve beoordeling componenten van net Bijlage IV, * Artikel 11.l, 18.1/2a Procedure bedrijfsmiddelenregister Bijlage V Artikel 15.1 Kwaliteitsbeheerssysteem 3.3 Artikel 18.2b/2c Informatie t.b.v. voorkomen schade netwerk 3.4 Artikel 19 Samenhang en consistentie 5 Artikel 20 Evaluatie indicatoren, procedures, plannen 3.2, 3.3 Richtsnoeren Artikel 2 Vertrouwelijkheid * Artikel 3 Streefwaarden 3.2 Artikel 4 Raming capaciteitsbehoefte en knelpunten Artikel 5 Risicoanalyse 3.3, bijlage VII Artikel 6 Investeringsplan, onderhoudsplan, storingsplan * Artikel 7 Monitoringsprocedure Bijlage II Artikel 7 Beschrijving componenten van net Bijlage III Artikel 7 Kwalitatieve beoordeling componenten van net Bijlage IV, * Artikel 8 Bedrijfsmiddelenregister Bijlage V
13 Gas Transport Services B.V. Artikel 8 Informatie t.b.v. voorkomen schade netwerk 3.4 Artikel 9 Samenhang en consistentie 5 *Informatie wordt separaat aan de Energiekamer verstrekt. 1.3 Ontwikkelingen ten opzichte van het KCD 2007 De EK is bij een toetsing en een bedrijfsbezoek in december 2008 nagegaan of GTS in het KCD 2007 heeft voldaan aan de vereisten zoals opgenomen in de MRQ. Mede naar aanleiding van dit bedrijfsbezoek en de toetsing door de EK is het KCD 2009 ten opzichte van het KCD 2007 aangevuld. Er zijn veiligheidsindicatoren benoemd, conform het wijzigingsvoorstel van de Gaswet, artikel 2b. In het vorige KCD is al uitvoerig aandacht besteed aan veiligheid, hoewel dit in de MRQ feitelijk niet werd vereist. Immers, een hoog veiligheidsniveau en een hoge mate van betrouwbaarheid van het gastransport hangen nauw met elkaar samen. Er is een onderbouwing opgenomen voor de informatie, die in het kader van de Structuurvisie Buisleidingen bij het ministerie van VROM is aangeleverd. Momenteel wordt de Structuurvisie Buisleidingen herzien. Hierin worden grootschalige uitbreidingen of aanpassingen aan infrastructuur opgenomen, om alvast planologisch hiervoor ruimte te reserveren. De investeringen ter uitbreiding van het net om te voorzien in de totale behoefte aan transportcapaciteit zijn expliciet benoemd. Dit is van belang voor de voorbereiding en motivering bij afwegingen van nut en noodzaak en meest geschikte locatie van infrastructuurprojecten van nationaal belang
14 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Capaciteitsplan Het capaciteitsplan geeft een beschrijving van de prognose van de marktontwikkelingen tot 2021 en de wijze waarop GTS het net en de toekomstige uitbreidingen ervan plant voor de planperiode Voor de lange termijn is de GTS-visie op de ontwikkelingen in Europa tot 2021 en de vertaling hiervan in mogelijke scenario s beschreven. Voor de middellange- en korte termijn (planperiode ) zijn de prognoses van de capaciteitsbehoefte en de wijze waarop deze tot stand komen in dit capaciteitsplan opgenomen. Tevens is de wijze waarop wordt vastgesteld of deze prognoses duiden op knelpunten in het net en de wijze waarop de knelpunten worden opgelost beschreven. Het proces omvat het verzamelen van prognoses over aanbod en afzet, het vaststellen van maatregelen voor het oplossen van bestaande- plus te verwachten knelpunten en marktontwikkelingen voor de lange termijn. Het geeft zicht op de ontwikkeling van de netconfiguratie op de lange termijn. Shippers Uitvoeren configuratiestudies Direct aangeslotenen Vaststellen plancijfers Investerings- en haalbaarheidsstudies Producenten/ TNO-NITG Uitvoeren knelpuntenanalyse NNO s Operationele planning Open Season In een consultatieronde worden shippers, direct aangeslotenen (RNB s, industrieën en centrales) en producenten benaderd om een opgave te doen van hun toekomstige behoefte aan capaciteit op de grenspunten en op de binnenlandse entry- en exitpunten. GTS raadpleegt TNO Bouw en Ondergrond over de nog niet ontwikkelde gasvoorkomens in Nederland en op het Nederlands Continentaal Plat. Met de NNO s stemt GTS de capaciteitsbehoefte aan beide zijden van de grenspunten af. Op basis van boekingen, realisaties van voorgaande jaren, de verkregen cijfers uit de consultatieronde, de uitkomst van een afzetanalyse en macro economische ontwikkelingen stelt GTS de plancijfers vast. Deze plancijfers worden gebruikt in scenario s waarin toekomstige ontwikkelingen van de Nederlandse gasmarkt en de omringende gasmarkten worden gemodelleerd. Deze scenario s vormen vervolgens een belangrijke basis voor de Long Term Development View (LTDV) en de knelpuntenanalyse
15 Gas Transport Services B.V. Jaren vooruit 6-25 Long Term Development View Globaal, onzeker, lange termijn 4-6 Investeringsstudie 1-4 Knelpunten analyse 0-1 Operationele planning Gedetailleerd, specifiek, korte termijn GTS volgt de ontwikkelingen in de gasmarkt van Noordwest-Europa, ook op de lange termijn. De LTDV geeft zicht op de te volgen strategie voor potentiële netuitbreidingen en daarvoor benodigde investeringen op de langere termijn. Met deze inzichten kan het gastransportnetwerk zodanig worden uitgebreid dat nieuwe capaciteit naar verwachting ook voorziet in de capaciteitbehoefte van de markt op lange termijn. In een investeringsstudie worden capaciteitsboekingen van marktpartijen op de middellange termijn vertaald in een bijbehorend (haalbaar) investeringsprogramma. GTS is bij het treffen van maatregelen afhankelijk van wat marktpartijen op de lange termijn contracteren. Grote investeringen kunnen niet gebaseerd worden op prognoses in verband met het hieraan verbonden risico dat prognoses sterk zouden kunnen afwijken van de realiteit. Daarnaast zijn de afzonderlijke aanvragen van shippers vaak niet substantieel genoeg om een grote investering te rechtvaardigen. Daarom is besloten tot het organiseren van periodieke Open Seasons. Hierdoor wordt de vraag van shippers naar transportcapaciteit structureel en voor middenlange termijn in kaart gebracht en kan hierop tijdig worden ingespeeld. Door marktaanvragen te bundelen kunnen schaalvoordelen worden bereikt. In principe wordt tweejaarlijks een Open Season georganiseerd. De knelpuntenanalyse richt zich op de korte termijn, de komende 1 tot 4 jaar, en inventariseert te verwachten knelpunten. Binnen deze termijn kunnen geen grote netaanpassingen meer worden uitgevoerd. Knelpunten worden door onder meer commerciële maatregelen of investeringen opgelost. Binnen de operationele planning bestaat geen enkele manier meer om de netconfiguratie aan te passen. Vrije capaciteit die tijdelijk niet wordt benut, kan aan de markt beschikbaar worden gesteld. Daarnaast worden werkzaamheden aan het transportnetwerk zodanig gepland, dat aan de bestaande verplichtingen wordt voldaan. 2.1 Marktontwikkelingen In deze paragraaf wordt de lange termijn visie op de gasinfrastructuur ontwikkeling van GTS tot 2021 beschreven. Enerzijds betreft dit de ontwikkelingen in de Noordwest-Europese gasmarkt, anderzijds de consequenties van deze ontwikkelingen voor de gasinfrastructuur in Nederland. In het kader van de LTDV (medio 2008 uitgevoerd), zijn verschillende scenario s onderzocht Trends in Europa De Europese gasmarkt is aan voortdurende veranderingen onderhevig. Door de liberalisering van de gasmarkt en de toenemende grensoverschrijdende gasstromen is er een grote dynamiek op de markt ontstaan. Afname van produc
16 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 tiecapaciteit in Noordwest-Europa leidt tot de noodzaak van nieuwe import stromen. Marktpartijen hebben vrijwel voortdurend behoefte aan uitbreiding van transportcapaciteit. Dit leidt tot aanpassingen in het gastransportnet om blijvend aan de behoefte van de markt te kunnen voldoen. Gasrotonde van Noordwest-Europa De gasrotonde Met alle betrokken partijen wordt gewerkt aan de uitbouw van Nederland als spil van de Noordwest-Europese gasrotonde. Om dit te realiseren zorgt de overheid voor een goed investeringsklimaat, verbetering van de marktwerking en de internationale positionering van Nederland als gasland. Samen met buurlanden wordt gewerkt aan het wegnemen van belemmeringen voor grensoverschrijdende handel. Daarnaast wordt de werking van de nationale gasmarkt op een aantal onderdelen verbeterd, zoals het wegnemen van barrières met betrekking tot gaskwaliteit. De uitbouw van de gasrotonde vormt een icoon van het Nederlandse energiebeleid. Hiermee wordt een positieve bijdrage geleverd aan de driehoek van het energiebeleid: borging van voorzieningszekerheid, de efficiënte werking van de energiemarkt en de transitie naar een duurzame energievoorziening, waarin gas in de komende jaren een cruciale rol zal spelen. Door Nederland als verkeersknooppunt zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor de import, export, doorvoer, opslag en handel in gas, kan Nederland blijvend rendement halen uit de hier aanwezige kennis, infrastructuur en geografische mogelijkheden. De gasrotonde kan ook functioneel worden verbreed: Nederland kan eventueel West-Europa faciliteren bij het transport van CO 2 en de opslag ervan in bijvoorbeeld lege gasvelden (on- en off shore). Vraag naar transportcapaciteit De toenemende vraag naar transportcapaciteit in Noordwest-Europa leidt tot aanpassingen van het gastransportsysteem. Deze groei van capaciteitsvraag komt voort uit: Toename van internationale gasstromen (import 2 en export) Ontwikkeling in de gasvraag Toenemende vraag naar gasopslag Diversificatie Arbitrage (handel) 2 Toename import door dalend binnenlands aanbod
17 Gas Transport Services B.V. Hieronder worden deze vijf marktontwikkelingen toegelicht. Op basis van deze ontwikkelingen zijn verschillende scenario s voor capaciteitsvraag in 2016 en 2021 bepaald. Deze scenario s en de consequenties voor de gasinfrastructuur zijn weergegeven in paragraaf en en Toename van internationale gasstromen De combinatie van een afname in lokale productie met een geringe groei van de gasmarkt resulteert in een toename van importstromen ten behoeve van Noordwest-Europa. Aansluiting op gasstromen van buiten Europa is noodzakelijk, hetzij via pijpleidingen, hetzij als vloeibaar aardgas (LNG). Door deze verandering van gasstromen verandert de samenstelling van aardgas dat in Nederland op de markt wordt gebracht, geleidelijk. De gezamelijke netbeheerders hebben stakeholders erop geattendeerd dat gasverbruikapparatuur mogelijk aangepast moet worden om voorbereid te zijn op fluctuaties in de gassamenstelling. Voor GTS betekent de afname van locale productie (laag calorisch gas) en de toename van hoogcalorisch importgas dat er wellicht aanzienlijk meer geïnvesteerd moet worden in kwaliteitsconversie om aan de marktvraag te voldoen. Additionele Importbehoefte Noordwest-Europa in 2020 ten opzichte van 2005 Volume [bcm/jaar] Marktgroei Productie afname Verenigd Koninkrijk Nederland Duitsland Frankrijk Denemarken/ België Zweden Bron: GTS, gebaseerd op National Grid, Global Insight, CERA en Wood Mackenzie De afname van de lokale productie binnen Noordwest-Europa manifesteert zich vooral in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland. In Nederland betreft dit voornamelijk een teruglopend volume dat wordt geproduceerd uit kleine velden. Terugval in het lokale aanbod zal worden gecompenseerd door een toename van importen. Daarnaast zien wij ook een ontwikkeling waarbij meer gas op de exitpunten naar buurlanden stroomt. Ontwikkeling van de gasvraag GTS gaat uit van een gematigde groei, over langere termijn, van 1% tot 1,5% per jaar. De financiële crisis heeft geleid tot een tijdelijke terugval in de economische groei, met als gevolg een afname van het gasverbruik bij industriële klanten en een afname in het volume van gasdoorvoer naar buurlanden. Op de benodigde transportcapaciteit heeft
18 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 dit echter een zeer beperkte invloed. Reden hiervoor is dat de volumeafname zich vooral manifesteert bij afnemers met een vlak profiel. De gasvraag van zogenaamde profielklanten, zoals de huishoudelijke markt in Nederland en buurlanden, vertoont geen terugval, en blijft het grootste deel van de systeemcapaciteit opeisen. Ter indicatie, een volumeafname van 5% bij de vlakke afnemers leidt tot een afname van de totale capaciteitbelasting van minder dan 0,5%. Er wordt verwacht dat de economische groei zich in 2010 herstelt. Per saldo wordt verwacht dat het effect van de economische crisis leidt tot een stagnatie in het benodigde gasvolume gedurende 5 tot 6 jaar. Echter, naar verwachting blijft de groei in de vraag naar transportcapaciteit vrijwel onveranderd. Ook in het huidige Integrated Open Season blijkt nieuwe marktvraag naar additionele transportcapaciteit duidelijk aanwezig. De opkomst van duurzame energiebronnen leidt in de toekomst mogelijk tot een daling van het volume ten behoeve van gasgestookte elektriciteitcentrales. Er wordt echter geen daling voorzien in de transportcapaciteit omdat deze capaciteit noodzakelijk blijft als back-up voor duurzame bronnen, bijvoorbeeld wind. Toenemende vraag naar gasopslag Omdat de binnenlandse voorraden steeds verder slinken, is aansluiting op gasstromen van buiten Europa noodzakelijk. Doorgaans zullen deze gasstromen afkomstig zijn van ver weg gelegen bronnen, wat grootschalige investeringen vereist in infrastructuur Iran Nigeria Bewezen gasvoorraad [Tcm] Algerije Vandaag Rusland huidig TOekomst Qatar Rusland nieuw Noorwegen Afstand [km ] Source: Gebaseerd op Global Insight; BP Statistical review Nieuw importgas komt van grotere afstand Om het gastransport op een economisch verantwoorde wijze plaats te laten vinden zal het gas met een hoge bedrijfstijd worden aangevoerd, d.w.z. gedurende het gehele jaar een constant aanbod. Het opvangen van vraagvariatie binnen de markt, als gevolg van de seizoenen, moet plaatsvinden met behulp van bergingen vlakbij de markt. Hierdoor leidt de toenemende importbehoefte tot een behoefte aan additionele bergingen
19 Gas Transport Services B.V. 1-Jan 1-Feb 1-Mar 1-Apr 1-May 1-Jun 1-Jul 1-Aug 1-Sep 1-Oct 1-Nov 1-Dec Capaciteit 1/3 van jaarvolume 2/3 van jaarvolume 2/3 van jaarvolume Baseload aanbod: loadfactor 1 Marktvraag met seizoensprofiel Baseload aanbod levert aan opslag Storage levert aan markt Baseload aanbod levert aan markt Bergingen om baseload aanbod te converteren naar seizoensprofiel (voorbeeld) De mogelijkheden voor de bouw van geschikte bergingen ten behoeve van de Noordwest-Europese markt zijn gelokaliseerd in een beperkt gebied. Dit gebied strekt zich uit over Noord-Duitsland, Noord- en West-Nederland en de Noordzee. Bergingen gaan meer en meer diensten aanbieden over de landsgrenzen heen. Zo zal seizoensflexibiliteit uit Nederlandse bergingen tevens worden gebruikt voor de omringende landen Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk en vice versa. Het exporteren (en importeren) van flexibiliteit vereist een aanzienlijke (winter) capaciteit op grensstations. Diversificatie Gelijk met het toenemende aandeel geïmporteerd gas zal de wens ontstaan tot diversificatie van het aanbod, d.w.z. zo veel mogelijk verschillende en onafhankelijke leveranciers, om zodoende de kans op uitval van levering te minimaliseren. Naast de rol die vloeibaar gas (LNG) speelt als bron voor additionele importen, levert LNG ook een bijdrage aan de diversificatie van aanbod. Vloeibaar gas is vooral afkomstig uit regio s waar met gaspijpleidingen de beoogde markten niet kunnen worden bereikt, zoals Nigeria, Qatar, Angola en Libië. In tegenstelling tot transport met pijpleidingen, is de transportroute van LNG flexibel. Gegeven de situatie waarbij wereldwijd de ontvangstcapaciteit voor LNG een factor twee groter is dan de productiecapaciteit, is het technisch mogelijk om LNG transporten te verleggen. Hierdoor krijgt de handel in LNG in toenemende mate het karakter van een wereldmarkt, waarbij marktprijzen mede bepalen waar LNG wordt gekocht en geleverd. Het aanbod van LNG kan hierdoor een grillig en onzeker karakter hebben. In alle gevallen moet er vol
20 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 doende capaciteit zijn om het gas van de terminal richting transportnetwerk of afzetmarkt te transporteren. Diversificatie van transportroutes en markten geldt ook voor producenten van gas. Hierbij kunnen verschillende overwegingen, waaronder geopolitieke, een rol spelen. Om de verschillende aanbodsituaties die hierdoor ontstaan te kunnen accommoderen, is in de komende jaren additionele transportcapaciteit noodzakelijk. Arbitrage (handel) In de geliberaliseerde gasmarkt, met een toenemend aantal handelende partijen, ontstaat de behoefte aan transportcapaciteit om deze handel te faciliteren. Aanbieders van gas contracteren extra transportcapaciteit om toegang te hebben tot de markt met de hoogste prijs. Kopers van gas contracteren extra transportcapaciteit om toegang te hebben tot de markt met de laagste prijs. De volatiliteit in de commodity markt biedt kansen voor de handel. Het gedrag van marktpartijen is onvoorspelbaar en wordt vooral bepaald door optimalisatie van de handelsactiviteiten. Bij het reserveren van transportcapaciteit spelen kosten voor gastransport een ondergeschikte rol, omdat deze slechts een fractie vormen van de handelswaarde van het gas. De vraag naar extra transportcapaciteit vanwege toenemende handel leidt tot meer infrastructuur. De ontwikkelingen in de gasmarkt leiden tot een toename van transportcapaciteit. Naast de fysieke noodzaak voor additionele importen, flexibiliteit en stromen naar buurlanden speelt tevens de wens tot diversificatie en arbitrage een rol. De investeringen van de afgelopen jaren zijn gebaseerd op gecontracteerde capaciteit van de klanten in de markt. Rekening houdend met bovengenoemde ontwikkelingen, zijn medio 2008 transportscenario s voor 2016 en 2021 opgesteld. In vergelijking met het KCD 2007 zijn de namen van de scenario s veranderd. Het Laag capaciteitsscenario is equivalent met het in 2007 toegepaste Basisscenario. In dit Laag capaciteitsscenario zijn alle medio 2008 als verplichting geziene capaciteiten opgenomen waarvoor (indien nodig) ook geïnvesteerd zal worden Scenario s gastransport in 2016 Voor 2016 bestaat het laagscenario uit de bestaande verplichtingen 3. De vele marktplannen (LNG, opslag, centrales, import, export), waarvoor GTS (medio 2008) nog geen verplichtingen is aangegaan zijn geïnventariseerd en gerangschikt in een Midden en Hoog capaciteitsscenario. De termen laag, midden en hoog duiden op de ingeschatte hoogte van de capaciteit en dus niet op de kans van optreden. In het Midden capaciteitsscenario zijn, naast de capaciteiten uit het Laag capaciteitsscenario, marktplannen met een hoge waarschijnlijkheid van doorgang opgenomen. Deze additionele marktplannen vormden in het Capaciteitsplan 2007 het toenmalige Hoog waarschijnlijkheidsscenario. Het Hoog capaciteitsscenario bevat naast de capaciteiten uit het Midden capaciteitsscenario marktplannen met een lagere waarschijnlijkheid. In het vorige capaciteitsplan waren deze componenten met een lagere waarschijnlijkheid opgesplitst ondergebracht in een Midden- en een Lager waarschijnlijkheidsscenario. Op grond van een transportanalyse die is uitgevoerd met bovenstaande scenario s wordt in 2016 een groei in entry en exit capaciteit in Noordoost- en Noordwest-Nederland en een groei in entry capaciteit in West-Nederland (Maasvlakte) verwacht. Uitgangspunt is dat de binnenlandse productiecapaciteit sterk afneemt. 3 Verplichtingen, die medio 2008 aanwezig zijn, inclusief de contracten en infrastructuur van Open Season 2005, Open Season 2012 en de eerste LNG-terminal
21 Gas Transport Services B.V. Om aan de transportvraag in het Midden en Hoog Scenario van 2016 te voldoen zal moeten worden geïnvesteerd. Opgemerkt wordt dat dit uitbreidingen betreffen waarvoor nog geen investeringsbeslissing genomen is. In onderstaande figuur representeren de rood/gele balken extra leiding capaciteit en de cirkels extra compressie capaciteit. Er zijn uitbreidingsprogramma s via de West- en Oost-route in beeld gebracht. Op basis van concrete contracten zal de meest efficiënte oplossing worden geïmplementeerd. Midden Hoog West-route Oost-route Mogelijke uitbreidingsprogramma s gastransportnetwerk in Scenario s gastransport in 2021 Omdat diverse vigerende contracten in 2021 afgelopen zijn en het onmogelijk is om concrete projecten te inventariseren over een periode van ruim 10 jaar is voor het opstellen van scenario s in 2021 een andere benadering gekozen. Met behulp van een transport simulatiemodel voor geheel Europa en medio 2008 actuele marktkennis voor de lange termijn is een representatief koud jaar op dagbasis gesimuleerd. Hieruit zijn capaciteiten voor het Nederlandse gastransportnet afgeleid. Dit leidt tot de volgende scenario s: midden (met extra entry in Noordoost- en West-Nederland om de terugval van de binnenlandse productie te compenseren) en hoog, waarbij extra gas via Zuidwest-Nederland naar Engeland stroomt. In het Hoog 1 capaciteitsscenario is dit extra gas vooral afkomstig uit Noordwest- en West- Nederland. In het Hoog 2 capaciteitsscenario is dit extra gas vooral afkomstig uit Noordoost-Nederland. Voor het Midden scenario is extra transport naar Engeland via BBL respectievelijk Interconnector (IUK) gesimuleerd. Om aan de transportvraag in 2021 te voldoen moet geïnvesteerd worden in leidingcapaciteit en compressie capaciteit. Net als bij de scenario s voor 2016 wordt ook hier opgemerkt dat dit mogelijke uitbreidingen betreft waarvoor geen investeringsbeslissing genomen is. In onderstaande figuur representeren de balken extra leidingcapaciteit en de cirkels extra compressie capaciteit. Net als voor 2016 zijn er uitbreidingsprogramma s voor de West- en Oost-route in beeld gebracht. Op basis van concrete contracten zal de meest efficiënte oplossing worden geïmplementeerd
22 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Midden Midden BBL Midden IUK Mogelijke uitbreidingsprogramma s gastransportnetwerk Midden scenario s in 2021 West-route Oost-route Hoog1+Hoog2 Hoog1 Hoog2 Mogelijke uitbreidingsprogramma s gastransportnetwerk Hoog scenario s in 2021 Ook in 2021 zijn voor de Hoog capaciteitsscenario s meer maatregelen nodig dan voor de Midden capaciteitsscenario s. Daarnaast roept aanvoer van gas vanuit Noordoost-Nederland (Hoog 2) meer maatregelen op dan aanvoer van gas vanuit Noordwest- en West-Nederland. De werkwijze van GTS is dat investeringen gebaseerd zijn op gecontracteerde capaciteit van klanten uit de markt. Op basis van capaciteitsboekingen, bijvoorbeeld in het kader van een Open Season, wordt een business case gemaakt, die leidt tot een voorstel voor een uitbreidingsprogramma van het netwerk. Per specifieke business case
23 Gas Transport Services B.V. wordt beoordeeld welk uitbreidingsprogramma het meest effectief en efficiënt is en in hoeverre dit past binnen de lange termijn visie van netwerkontwikkeling, zoals vastgelegd in de potentiële uitbreidingsprogramma s van de LTDV Structuurvisie Buisleidingen In de Nederlandse bodem ligt ongeveer kilometer aan ondergrondse leidingen die gevaarlijke stoffen transporteren. Het gaat daarbij vooral om aardgas en om brandbare vloeistoffen. Buisleidingen zijn een relatief veilige en betrouwbare manier van transport. Ze kunnen snel grote hoeveelheden gassen of vloeistoffen vervoeren en nemen weinig ruimte in beslag. Ook versterkt een goede verbinding de economische positie van haven- en industriegebieden en kan het weg- en spoorvervoer ontlasten. Maar buisleidingen zijn op hun beurt moeilijk te verleggen of aan te passen. En aanleg van nieuwe buisleidingen vraagt forse investeringen. Het Rijk is verantwoordelijk voor het mogelijk maken van leidingtransport als dat een nationaal belang is en wil voor de toekomst ruimte reserveren voor buisleidingen. Het rijksbeleid voor nieuwe transportleidingen staat nu nog in het Structuurschema Buisleidingen (SBUI) uit Deze is echter 30 december 2008 afgelopen. VROM werkt momenteel aan een opvolger van het structuurschema: de Structuurvisie Buisleidingen. Die wijst ruimte aan voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen in Nederland voor de komende 20 tot 30 jaar. Voor het aardgasnet gaat het in dit kader om leidingen die deel uitmaken en in de toekomst deel gaan uitmaken van het hoofdtransportnet (HTL-net). Naar verwachting is de nieuwe Structuurvisie begin 2011 klaar. Het hebben van een goede buisleiding-infrastructuur voor het transport van energie, grondstoffen en producten (chemie/olie) is belangrijk voor: Industrie en havens in binnen- en buitenland; Nederland als belangrijk (logistiek) knooppunt voor de in- en uitvoer van gas; De afvang en opslag van het broeikasgas CO2 Het Rijk geeft daarbij op hoofdlijnen aan waar provincies en gemeenten ruimte moeten reserveren. Provincies en gemeenten kunnen zelf meebepalen waar de leidingen precies komen te liggen. Zij moeten deze buisleidingen zoveel mogelijk met al bestaande buisleidingen laten samengaan. Dat zorgt voor een optimale benutting van de schaarse ruimte. Op grond van de Structuurvisie Buisleiding en bijbehorende nog te ontwikkelen wetgeving (AMvB Ruimte 3 e tranche) worden uiteindelijk MER-plichtige activiteiten toegelaten in gemeentelijke bestemmingsplannen. Op grond van de WRO dient hiervoor een plan-mer uitgevoerd te worden. Tevens dient een maatschappelijke kosten baten analyse opgesteld te worden. Aan de orde komen nut- en noodzaak van grondreserveringen en tracékeuzes. Een goede onderbouwing is daarbij onontbeerlijk, immers grond is schaars en kan eenmaal gereserveerd voor leidingaanleg de komende decennia niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Uiteraard moet e.e.a. zo goed mogelijk aansluiten bij ruimtelijke ontwikkelingen op lokaal niveau die nu zijn te voorzien. GTS heeft op verzoek van VROM haar lange termijn visie op gastransport infrastructuur ontwikkelingen in Nederland, het Long Term Development View (LTDV) 4 toegelicht als input voor de Structuurvisie Buisleidingen. In het LTDV zijn de mogelijke uitbreidingsprogramma s voor het gastransport netwerk tot 2021 weergegeven. De feitelijk optimale investeringskeuze is sterk afhankelijk van veranderingen in marktcondities en/of ontwikkeling van aanverwante infrastructuur zoals gasopslag en LNG faciliteiten. Om uiteindelijk de optimale investeringskeuze te kunnen maken die de transportzekerheid garandeert, is het op dit moment noodzakelijk de gedefinieerde transportopties van de Hoog scenario s in 2021 te reserveren. Het vooraf beperken van gedefinieerde transportopties 4 Op hoofdlijnen beschreven in paragraaf tot
24 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 kan in de toekomst een suboptimale investering impliceren. Hierbij valt de transportzekerheid minder goed te garanderen, zijn de gastransportdiensten, zoals gasopslag, entry van LNG gas en kwaliteitsconversie mogelijk minder toegankelijk en zijn de toekomstige investeringskosten veel hoger. Voor de nog langere termijn moet rekening worden gehouden met de volgende ontwikkelingen: De Nederlandse productiecapaciteit van aardgas neemt verder af. Een toename van import en doorvoer van aardgas is hierdoor een logische ontwikkeling. De Duitse productiecapaciteit van aardgas neemt verder af. Wellicht neemt de Duitse vraag naar laagcalorisch gas vanuit Nederland toe. De vraag naar flexibiliteit in buurlanden neemt toe. Ook onder de omstandigheden, dat er nauwelijks meer eigen productiecapaciteit beschikbaar is, moet aan de fluctuerende gasvraag worden voldaan. Mogelijk wordt er in toenemende mate flexibiliteit vanuit of via Nederland richting buurlanden geëxporteerd. Ook voor bovenstaande ontwikkelingen is vastgesteld welke maatregelen voor uitbreiding van het transportnetwerk mogelijk moeten worden genomen voor de periode na Ten behoeve van de (internationale) transportzekerheid van gas is het noodzakelijk om de gedefinieerde transportopties (via de West-route en Oost-route) open te houden, zodat bij bovenstaande ontwikkelingen de specifiek door de markt gevraagde transportcapaciteit kan worden gerealiseerd. Afhankelijk van de concrete marktvraag naar transportcapaciteit zal in de toekomst blijken welke uitbreiding van de infrastructuur het meest opportuun is om de transportzekerheid en de toegankelijkheid van gasrotonde diensten te blijven waarborgen. In het kader van de Structuurvisie Buisleidingen resulteren al deze ontwikkelingen in onderstaande totale ruimtereservering voor buisleidingen op lange termijn. De getallen in de figuur staan voor het aantal (nieuwe) buisleidingen voor gastransport, waarmee in de Structuurvisie Buisleidingen rekening moet worden gehouden Totale ruimtereservering voor buisleidingen op lange termijn
25 Gas Transport Services B.V. 2.2 Prognoses Inleiding In deze paragraaf geeft GTS de prognoses (stand van zaken oktober 2009) weer van de te verwachten transportbehoefte van gas door het landelijke net voor de periode 2010 t/m Het betreft alle als verplichting geziene capaciteiten waarvoor (indien nodig) ook geïnvesteerd zal worden door GTS. De prognoses behorend bij de in paragraaf 2.4 vermelde knelpunten waarover in de jaren 2008 en 2009 besluiten zijn genomen, zijn reeds als verplichting in deze set opgenomen. Deze vormen een concrete invulling van een deel van de verwachtingen die in de scenario s van het LTDV (medio 2008) zijn aangegeven. De commitments van shippers (Precedent Agreements) in het kader van het Integrated Open Season zijn niet in deze prognoses opgenomen. Pas na de interne Final Investment Decision (naar verwachting in de tweede helft van 2010) worden deze als verplichting beschouwd Exit Wijze van ramen Voor het ramen van exitcapaciteiten maakt GTS onderscheid in binnenlandse exits en exits op grenspunten. Beide worden hieronder beschreven. Binnenlandse exits Alle direct aangeslotenen bij GTS ontvangen een brief met het verzoek een opgave te doen van de benodigde capaciteit voor de korte termijn. Deze opgaven worden geanalyseerd en resulteren vervolgens in capaciteitsprognoses. Naast de korte termijn informatie verzamelt GTS ook materiaal uit diverse bronnen (waaronder het CPB) voor de middellange termijn prognoses. Deze data worden met behulp van een macro-economisch model verwerkt en dit leidt uiteindelijk tot marktprognoses (per marktsegment) voor de middellange termijn. GTS maakt in dit model onderscheid tussen de volgende marktsegmenten: huishoudens, commercials, tuinbouw, industrie (inclusief WKK) en centrales. De marktgroei in de categorie elektriciteitscentrales is in verband met de toegenomen onzekerheid in dit segment overgeheveld naar de additionele scenario s. Gecombineerd met realisaties, reeds geboekte capaciteiten en korte termijn informatie per exitpunt levert dit voor de komende jaren een reeks capaciteitsprognoses, per exitpunt. Realisaties zijn niet altijd direct bruikbaar als uitgangspunt voor het vaststellen van prognoses. Dit geldt in het bijzonder voor de realisaties op exitpunten voor de openbare gasvoorziening, die sterk afhankelijk van de temperatuur zijn. GTS hanteert een ontwerptemperatuur (gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur te De Bilt) van -17 C. Specifiek is GTS verantwoordelijk voor de pieklevering aan kleinverbruikers in het temperatuurgebied -9 C tot -17 C. Dit is vastgelegd in de AMvB van 13 april 2004, houdende regels inzake voorzieningen in verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Gaswet). Exits op grenspunten Prognoses voor exit- en entrycapaciteiten op grenspunten worden bepaald door capaciteitsboekingen van marktpartijen. Ook vindt er overleg plaats met de NNO s. Daarnaast wordt door GTS op reguliere basis via Open Seasons de (wijzigingen in) marktbehoefte gepeild. In paragraaf worden de geaggregeerde exitverplichtingen op grenspunten voor de periode 2010 t/m 2016 beschreven. Tot de huidig gecontracteerde capaciteit wordt ook de capaciteit gerekend die voortvloeit uit Open Season 2005 en Open Season 2012 (fasen 1 en 2a). Het netwerk heeft al voldoende transportcapaciteit of zal zodanig worden uitgebreid om aan deze entry- en exitcontracten te kunnen voldoen
26 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Exitcapaciteit binnenland Onderstaande figuur geeft de behoefte aan exitcapaciteit voor de binnenlandse markt weer. Grote verschuivingen doen zich niet voor in de planperiode Exitcapaciteit binnenland Capaciteit [mln m 3 /h GE industrie centrales tuinbouw huishoudens commercials Exitcapaciteit binnenland huishoudens tuinbouw commercials centrales industrie Totaal Capaciteiten in mln m 3 /h GE De behoefte aan exitcapaciteit voor de binnenlandse markt laat tot 2012 een geringe groei zien. Er is groei voorzien in de segmenten industrie en centrales en een lichte daling in de segmenten huishoudens en commercials. Voor de groei in het segment industrie is uitgegaan van 1 a 2 % conform informatie van het CPB. In het KCD 2007 was voor het segment centrales de marktgroei uit het toenmalige middenscenario gehanteerd. Bij bovenstaande exit capaciteiten zijn alleen verplichtingen weergegeven. Door deze aanpassing valt het segment centrales lager uit in de latere jaren van de beschouwde periode. Voor de openbare gasvoorziening heeft GTS in 2009 een afzetanalyse uitgevoerd, gebaseerd op de in de afgelopen winter gemeten maximum uurcapaciteiten. Via deze route is een iets lagere plancapaciteit vastgesteld. Ten opzichte van het KCD 2007 zijn de totalen over de gehele linie 0,2 tot 0,3 mln m 3 /h GE lager
27 Gas Transport Services B.V Exitcapaciteit op grenspunten De bij GTS gecontracteerde exitcapaciteit op grenspunten staat vermeld in onderstaande tabel. Exit grenspunten KCD KCD Capaciteiten in mln m 3 /h GE De exitcapaciteiten op grenspunten in dit KCD zijn hoger dan de overeenkomstige cijfers uit het basisscenario van het KCD Dit wordt vooral veroorzaakt door bijboekingen en (vanaf 2012) extra verkochte exitcapaciteit in het kader van Open Season 2012 fase1 en 2a Entry Wijze van ramen Evenals bij de exitcapaciteiten wordt ook bij de entrycapaciteiten onderscheid gemaakt in de wijze van ramen tussen binnenlandse entries en entries op grenspunten. De bronnen die hiervoor zijn gebruikt, worden hieronder beschreven. Binnenlandse entries Voor de binnenlandse entrypunten wordt overleg gepleegd met de producenten van aanbod uit binnenlandse velden. De producenten verschaffen GTS prognoses voor de toekomstige productie. Voorts wordt het toekomstig kleine velden aanbod, dat op geologische gronden te verwachten is, doch waarvoor momenteel nog geen productieplannen zijn gemaakt, door TNO Bouw en Ondergrond jaarlijks in kaart gebracht en door GTS in de lange termijn prognoses opgenomen. Entries op grenspunten Het vaststellen van de entrycapaciteiten gebeurt op soortgelijke wijze als het vaststellen van de exitcapaciteiten op grenspunten. Voor een beschrijving wordt verwezen naar paragraaf Entrycapaciteit binnenland In onderstaande tabel staat de prognose van de binnenlandse entrycapaciteit weergegeven. Deze binnenlandse entrycapaciteit is een combinatie van de capaciteit op het Groningen-veld, capaciteit uit bergingen en capaciteit uit de kleine velden. Entry binnenland KCD KCD Capaciteiten in mln m 3 /h GE Daar waar de te verwachten overall productie van Groningen en kleine velden met de jaren afneemt, laat de entrycapaciteit van de bergingen een toename zien. Nieuwe bergingscapaciteit is vooral gecontracteerd voor bergingen in buurlanden, die (onder meer) op het GTS netwerk zijn aangesloten. Vergeleken met het KCD 2007 is de prognose voor de entrycapaciteit binnenland over het algemeen hoger geworden. Opgemerkt kan worden dat het binnenlandse aanbod uit kleine velden uit een breed scala aan gassamenstelling bestaat. Het kunnen innemen van dit gas betekent vaak meer dan enkel de entrycapaciteit ter beschikking stellen. Ook moet worden nagegaan in welke combinaties de gemiddelde samenstelling passend is bij de aan exitzijde vereiste samenstelling en onder welke operationele voorwaarden de diverse gassen ingenomen kunnen worden. Het rapport over het aanbod van gas uit de kleine velden dat in oktober 2009 aan de minister van Economische Zaken
28 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 is gestuurd, geeft een nadere toelichting op deze prognoses. Groen gas SenterNovem heeft op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken begin 2007 de studie van groen gas uit 2004 geactualiseerd. In haar rapport stelt SenterNovem dat het potentieel aan groen gas op de lange termijn (na 2010) bijna 10% van het huidige aardgasverbruik is. Dit potentieel is opgebouwd uit groen gas uit co-vergisting (techniek nu toepasbaar) met miljoen m 3 per jaar en uit groen gas uit vergassing (techniek toepasbaar over minimaal 5 jaar) met miljoen m 3 per jaar. Als de productie van groen gas in dezelfde mate wordt gestimuleerd als voorheen groene elektriciteit door de MEP, dan is een potentieel van 300 miljoen m 3 per jaar in 2010 te verwachten. Wordt het niet gestimuleerd, dan zal de productie blijven steken op het huidige niveau van 13 miljoen m 3 per jaar. Duurzaamheid staat hoog op de agenda van GTS. Het is een belangrijk onderwerp voor de maatschappij en voor het bedrijf. Aardgas speelt een cruciale rol in de energievoorziening voor de toekomst. Het is de schoonste fossiele brandstof en onmisbaar in de transitie naar een duurzame energievoorziening. Het transportnetwerk van Gasunie kan dienen als drager van andere duurzame brandstoffen zoals groen gas. GTS doet samen met Natuurgas Overijssel en Enexis een praktijkproject in Zwolle, waar groen gas rechtstreeks wordt ingevoed op het netwerk van GTS. De resultaten worden gebruikt om in de toekomst op een economisch en technisch verantwoorde manier op grotere schaal groen gas in te kunnen nemen. Naar verwachting start de uitvoering in de eerste helft van Entrycapaciteit op grenspunten De door GTS als verplichting beschouwde maximale entrycapaciteit op grenspunten staan weergegeven in onderstaande tabel. Entry grenspunten KCD KCD Capaciteiten in mln m 3 /h GE De entrycapaciteiten op grenspunten in dit KCD zijn hoger dan de overeenkomstige cijfers uit het basisscenario van het KCD 2007 voornamelijk veroorzaakt door extra geboekte entrycapaciteit in het kader van Open Season 2012 Fase 1 en 2a
29 Gas Transport Services B.V. 2.4 Knelpunten Op basis van de in het voorgaande hoofdstuk gepresenteerde entry- en exitcapaciteiten is met transportberekeningen nagegaan of de transportcapaciteit van het GTS-net hiervoor voldoende is. In onderstaand overzicht is een lijst opgenomen van de gesignaleerde knelpunten waarvoor sinds het vorige KCD besluiten zijn genomen of binnenkort genomen zullen worden. De projecten die in 2009 of daarvoor zijn goedgekeurd en in uitvoering zijn, staan in onderstaande figuur weergegeven. Overzichtskaart (totale scope) Gasrotonde projecten Goedgekeurde projecten Afgeronde projecten Rysum Tunneltrace CS-Scheemda 1 Oude Statenzijl RS-Tripscompagnie N2 Heiligerlee Wieringermeer Workum Emmeloord CS-Ommen Hattem Bornerbroek Esveld Epe (D) Maasvlakte CS-Wijngaarden RS-Angerlo MS Botlek RS-Beuningen Locatie Odiliapeel Afsl. locatie Cambron Westerschelde Oost Afsl. locatie Westerschelde West Kilometers RS-Schinnen Hommelhof Overzichtkaart (totale scope) Gasrotonde projecten
30 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Alle uitbreidingsprojecten worden vanaf de studiefase tot en met de oplevering voor in bedrijfname, centraal gevolgd. Hierbij worden scope, voortgang en kosten van de projecten gemonitord Over de oplossing van de volgende knelpunten zijn in 2008 besluiten genomen. 1 Open Season 2012 (fase 1) In juli 2007 is GTS gestart met een onderzoek onder shippers om de behoefte aan entry- en exitcapaciteit rond 2012 kenbaar te maken. Uit dit Open Season is gebleken dat de vraag naar transportcapaciteit onder shippers blijft groeien. De gevraagde extra capaciteit is bestemd voor zowel binnenlandse- als buitenlandse afnemers. Er is overleg gevoerd met Neighbouring Network Operators (NNO s) om infrastructuurontwikkelingen in buurlanden zo mogelijk op elkaar af te stemmen. Dit heeft geleid tot een gefaseerde aanpak van dit Open Season, om zo goed mogelijk aan de capaciteitswensen van de markt tegemoet te komen. Over fase 1 is in 2008 een besluit genomen. Over fase 2 wordt later (2010) een besluit genomen, vanwege de afhankelijkheid van ontwikkelingen in buurlanden. Voor fase 1 bleek aanleg van ca. 100 km gasleiding nodig. 2 Leidingwissel traject Spijk Ommen Op het traject Spijk Ommen wordt extra transportcapaciteit gerealiseerd door netscheiding en het schakelen van leidingen. Gas met een hoog CO2-percentage en lage Wobbe kan hierdoor naar Ommen getransporteerd worden, gescheiden van het gas met een hoge Wobbe. 3 Maatregelen Noordoostpolder Het gastransport naar de Noordoostpolder is met regelmaat onderwerp van studie. De capaciteit van het regionale transportnet in de Noordoostpolder was ontoereikend. Er zijn diverse maatregelen genomen. 4 N2 piek installatie Heiligerlee Vastgesteld is dat zich in de toekomst N2 piekbehoeftes (met korte bedrijfstijden) zullen voordoen boven de beschikbare structurele capaciteit. Een piekopslag van N2 in een zoutcaverne, inclusief de bijbehorende faciliteiten blijkt de beste oplossing. 5 RTL De leadtime van investeringen in het RTL is korter dan die van investeringen in het HTL. Meestal kunnen aanpassingen binnen een jaar worden gerealiseerd. Voor het RTL wordt jaarlijks een knelpuntenanalyse uitgevoerd. De knelpunten die zich het volgende jaar zullen manifesteren, worden opgelost. Hierbij wordt erop gelet dat de maatregelen robuust zijn, dat wil zeggen afdoende voor de komende tien jaar. Over de geconstateerde knelpunten zijn inmiddels besluiten genomen Over de oplossing van de volgende knelpunten zijn in 2009 besluiten genomen 1 Aansluiten caverne in Duitsland (nabij Hengelo) In 2012 zullen cavernes in Duitsland (nabij Hengelo) worden aangesloten op het GTS netwerk. Hiervoor dient het netwerk aangepast te worden. Er wordt een leiding aangelegd van de grens tot Hengelo, het traject Hengelo Bornerbroek wordt verzwaard en mengstation Ommen wordt aangepast. 2 Aansluiting cavernes Noord-Duitsland Op Oude Statenzijl wordt een nieuwe aansluiting gemaakt om cavernes in Noord-Duitsland direct op het netwerk van GTS aan te sluiten
31 Gas Transport Services B.V Over de oplossing van de volgende knelpunten worden na 2009 besluiten genomen 1 Huidige en toekomstige (internationale) Open Season projecten. Aanvullende Open Season projecten zijn voorzien om de toename van importstromen door afnemende binnenlandse productie en een toename van transito te faciliteren. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk Momenteel zijn de volgende zaken zijn in onderzoek Leidingprojecten, voornamelijk in Oost- en Zuid-Nederland. Compressie projecten, voornamelijk uitbreiding op bestaande stations. 2 Gas bergingen * Nieuwe bergingen zijn in ontwikkeling en bestaande bergingen worden uitgebreid. Nieuw: Project Bergermeer, welke bestaat uit een uitbreiding van compressie faciliteiten op CS Grijpskerk en leiding verzwaring in Friesland / Groningen. Uitbreiding: Zuidwending. Dit resulteert in een aansluiting op het bestaande net. Leiding projecten t.b.v. deze capaciteit zijn opgenomen in de open season projecten (zie punt 1). 3 LNG import * Gate terminal heeft de mogelijkheid om uit te breiden. Tevens zijn nieuwe terminal projecten in onderzoek (Liongas, Eemshaven). Voor GTS is een uitbreiding van de leidingcapaciteit in de relevante gebieden voorzien. 4 Kwaliteitsconversie * Door de afname van het Groningen gas zal de behoefte aan additionele stikstofcapaciteit groeien. Uitbreiding van bestaande faciliteiten en het bouwen van nieuwe faciliteiten is in studie. 5 Centrales en grote industrieën * Een aantal nieuwe centrales en grote industrieën in Zuid Holland (gebied Rotterdam / Moerdijk) is voorzien. Dit kan resulteren in projecten om deze installaties aan te sluiten op het netwerk van GTS en de netwerkcapaciteit uit te breiden. Opmerking: Leiding- en compressieprojecten zijn in zekere mate uitwisselbaar. Een en ander wordt inzichtelijk gemaakt in de LTDV (zie hoofdstuk 2.1). * = Deze projecten kunnen ook onderdeel zijn van Open Season Projecten
32 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Kwaliteit en veiligheid 3.1 Inleiding Conform de Gaswet draagt GTS zorg voor een veilig, doelmatig en betrouwbaar gastransport, op een manier die het milieu zo veel mogelijk ontziet. De uitvoering van werkzaamheden aan de infrastructuur zelf die hieraan verbonden zijn, is conform de Overeenkomst van Opdracht uitbesteed aan Gasunie. De feitelijke besturing van het net en daarmee het transport wordt door GTS uitgevoerd. Veiligheid is voor GTS en Gasunie topprioriteit. De processen op dit gebied worden voortdurend technisch en beleidsmatig getoetst en indien mogelijk verbeterd. Het kwaliteitssysteem van GTS is gericht op de beheersing van risico s voor het realiseren en in stand houden van de veiligheid, kwaliteit en integriteit van het gastransport. De belangrijkste risico s worden vastgesteld op basis van een risicoanalyse. In paragraaf 3.2 is aangegeven welk kwaliteitsniveau (uitgedrukt middels performance indicatoren) GTS nastreeft en welke veiligheidsindicatoren worden toegepast. Paragraaf 3.3 gaat nader in op het kwaliteitssysteem en de risicoanalyse. In paragraaf 3.4 wordt de borging van veiligheid beschreven. In het bijzonder besteedt GTS via Gasunie veel aandacht aan het beïnvloeden van het gedrag van derden ( grondroerders ) om zo graafschade te voorkomen. Ook wordt intensief met de overheid overlegd over wet- en regelgeving om het belang te beschermen van een veilige en ongestoorde ligging van leidingen te midden van andere belangen in de ruimtelijke ordening. GTS bewaakt de integriteit van het transportnet door middel van een stelsel van risicobeheersende maatregelen. In paragraaf 4.1 en 4.2 wordt beschreven, welke maatregelen ten aanzien van onderhoud en vervanging nodig zijn om de kwaliteit en veiligheid van het gastransportnet in stand te houden. De zekerheid van het transport hangt niet alleen af van de ontwerpcriteria voor de infrastructuur en de juiste uitvoering van het beheer en onderhoud, maar ook van de wijze van besturing van het transportsysteem. De balans tussen deze elementen zorgt voor efficiency en transportzekerheid. In geval van een onderbreking zorgen een volcontinu wachtdienstorganisatie bij zowel GTS als Gasunie en een goed uitgeruste storingsdienst bij Gasunie voor een adequate aanpak van het probleem. Hiermee beperkt GTS de omvang van de mogelijke gevolgen van een onderbreking. Dit wordt nader beschreven in paragraaf Indicatoren met streefwaarden Om de doelstellingen van GTS te bereiken zijn binnen de organisatie processen gedefinieerd die moeten leiden tot de gewenste resultaten. De output van de processen is vastgesteld en meetbaar gemaakt met behulp van prestatieindicatoren. Aan deze prestatie-indicatoren zijn realistische normen of streefwaardes (later: signaalwaardes) verbonden om de behaalde resultaten met betrekking tot de doelstelling te kunnen toetsen. Hiermee vormen de prestatieindicatoren met bijbehorende signaalwaarden voor GTS een samenhangend stelsel van kwaliteitsindicatoren. De MRQ vereist dat in het KCD wordt gerapporteerd over de indicatoren Jaarlijkse uitvalsduur, Gemiddelde onderbrekingsduur en Onderbrekingsfrequentie. Deze indicatoren hebben betrekking op onderbrekingen bij de eindafnemer en zijn georiënteerd op de RNB s. Om de prestatie van de LNB uit te drukken acht GTS ten aanzien van leveringszekerheid de indicatoren Niet-levering, Off-spec en Drukonderschrijding relevant. Ten aanzien van veiligheid zijn de indicatoren Leidingbeschadiging en ongevallen met verzuim relevant. Het overgrote deel van de eindafnemers is aangesloten op een van de netten van de Regionale Netbeheerders (RNB s). Bij het opstellen van signaalwaarden en bij rapportage over de indicatoren met betrekking op onderbreking bij de eindafnemer is GTS dan ook afhankelijk van opgaven van deze RNB s. In tegenstelling tot de elektriciteitswereld kent GTS geen voorziene onderbrekingen in de zin van de MRQ. Dit zou
33 Gas Transport Services B.V. onderbrekingen betreffen die tenminste drie werkdagen tevoren bij de afnemer zijn aangekondigd, maar niet schriftelijk zijn vastgelegd. Deze onderbrekingen komen in principe niet voor bij GTS. Twee maanden van tevoren wordt afgestemd op welke wijze het onderhoud het minst bezwarend is voor de afnemer. Vaak wordt gezocht naar een gezamenlijke onderhoudsperiode. Eventueel wordt met noodmaatregelen het transport in stand gehouden. Omdat GTS geen voorziene onderbrekingen kent, gebruikt GTS ook geen signaalwaarden hiervoor. Jaarlijkse uitvalsduur Het aantal minuten dat een eindafnemer geen gas heeft ontvangen (gemiddeld over alle eindafnemers). De signaalwaarde van de prestatie-indicator Jaarlijkse uitvalsduur is voor 2008 vastgesteld op 2,9 minuten per afnemer per jaar. De realisatie voor 2008 is uitgekomen op 0,00015 minuten. Gemiddelde onderbrekingsduur Het aantal uren dat een eindafnemer geen gas heeft ontvangen (gemiddeld over alle onderbroken eindafnemers) De signaalwaarde van de prestatie-indicator Gemiddelde onderbrekingsduur is voor 2008 vastgesteld op 48 uren per onderbroken afnemer per jaar. De realisatie voor 2008 is uitgekomen op 2 uur en 22 minuten. Onderbrekingsfrequentie De frequentie van een onvoorziene gasonderbreking waarmee een eindafnemer wordt geconfronteerd. De signaalwaarde van de prestatie-indicator Onderbrekingsfrequentie is voor 2008 vastgesteld op 0,001 keer per afnemer per jaar. De realisatie voor 2008 is uitgekomen op 0, Op basis van realisaties voor de periode eerste kwartaal 2008 t/m eerste kwartaal 2009 zijn de signaalwaarden uit het KCD 2007 heroverwogen. De conclusie van deze heroverweging is dat de signaalwaarden van de indicatoren voor onvoorziene onderbrekingen zich op een acceptabel niveau bevinden. Op basis van deze analyse is er geen aanleiding om de signaalwaarden aan te passen. Niet-leveringen Niet-levering houdt in dat een afnemer gedurende bepaalde tijd, via welke weg dan ook, volledig van levering is afgesloten of gezien de lage druk niet in staat is gas in te nemen. Storingen die aan de afnemer mogen worden toegerekend, worden hier niet meegeteld. De signaalwaarde van de prestatie-indicator Niet-leveringen is voor 2008 vastgesteld op 9 per jaar. De realisatie is uitgekomen op 10 niet-leveringen. De Niet-leveringen hebben verschillende oorzaken. Binnen de betrokken afdelingen wordt gewerkt aan diverse verbeteringen om het aantal Niet-leveringen te beperken. Off-spec leveringen Aantal gebeurtenissen die geleid hebben tot Off-spec levering ten aanzien van gashoedanigheid, odorisatie en vloeistoffen en die direct kunnen leiden tot een veiligheidsrisico voor personen of objecten. Storingen die aan de afnemer mogen worden toegerekend worden hier niet meegeteld. De signaalwaarde van de prestatie-indicator Off-spec leveringen is voor 2008 vastgesteld op 11 per jaar, de realisatie is uitgekomen op 9 Off-spec levering. De realisatie geeft geen aanleiding tot analyses. Drukonderschrijdingen Aantal gebeurtenissen waarbij de leveringsdruk gedurende bepaalde tijd lager is geweest dan de contractspecificatie en waarbij de NNO heeft aangegeven problemen te hebben met de opgetreden afwijking. Storingen die aan de afnemer mogen worden toegerekend worden hier niet meegeteld
34 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 De signaalwaarde voor de prestatie-indicator Drukonderschrijding is voor 2008 vastgesteld op 6 per jaar, de realisatie voor deze presatie-indicator is uitgekomen op 2 Drukonderschrijdingen. De realisatie geeft geen aanleiding tot analyse. Leidingbeschadiging met gasuitstroom door mechanische graafwerkzaamheden Een leidingincident waarbij door een actieve (graaf)handeling zodanige schade aan de leiding heeft plaatsgevonden dat deze heeft geleid tot gasuitstroom. De signaalwaarde voor 2008 voor deze prestatie-indicator Leidingbeschadiging is 1, de realisatie is 1. Leidingbeschadigingen veroorzaakt door mechanische graafwerkzaamheden Een leidingincident waarbij door een actieve (graaf)handeling zodanige schade aan de leiding had kunnen plaatsvinden dat deze had kunnen leiden tot gasuitstroom. De signaalwaarde voor 2008 voor deze prestatie-indicator Leidingbeschadiging is 12 per jaar, de realisatie is 9. Letselgevallen met verzuim eigen personeel (=LTI Lost Time Incident). Letselgeval waarbij betrokkenen niet binnen 24 uur het werk heeft hervat, dan wel geen vervangend werk is geregeld. De signaalwaarde voor de prestatie-indicator Letselgevallen met verzuim is voor 2008 vastgesteld op 0 per jaar, de realisatie is uitgekomen op 1 verzuim. Nadere analyse heeft duidelijk gemaakt dat geen aanvullende maatregelen of aanpassingen van de signaalwaarde zinvol zijn. Letselgevallen met verzuim derden, frequentie index. Aantal ongevallen van aannemers en derden per miljoen gewerkte uren gedurende twaalf maanden. De signaalwaarde voor de prestatie-indicator ongevallenfrequentie (= LTIF) is kleiner dan 1.4, de realisatie is Kwaliteitssysteem GTS ziet het realiseren van veilig en betrouwbaar gastransport als een van haar kerntaken. Streven naar een effectieve en efficiënte organisatie houdt het voortdurend verbeteren van de organisatie in al haar facetten in. De ondernemingsactiviteiten van GTS kennen veel onzekerheden. Deze onzekerheden behelzen risico s op alle niveaus: strategische, operationele en wet- en regelgevingrisico s. Voor het beheersen van deze risico s is beleid ontwikkeld, dat ervoor zorgt dat risicomanagement een integraal onderdeel vormt van al onze activiteiten. GTS hanteert een helder intern risicobeheersings- en controlesysteem. Dat is erop gericht een redelijke mate van zekerheid te geven dat de realisatie van bedrijfsdoelstellingen wordt bewaakt, dat risico s verbonden aan de ondernemingsactiviteiten worden beheerst, dat de financiële verantwoording betrouwbaar is en dat wet- en regelgeving worden nageleefd. In 2008 is ons interne risicobeheersings- en controlesysteem verder geoptimaliseerd. De eisen, die aan het Management Control Systeem zijn gesteld, liggen vast in het document Kwaliteitszorg bij Gasunie: Minimum Requirements voor Management Control. Deze minimale eisen zijn onverkort van toepassing op GTS, als dochter van Gasunie. De Minimum Requirements voor Management Control zijn mede gebaseerd op de NEN-ISO 9001 kwaliteitsnorm en zijn in 2008 geactualiseerd. Binnen het raamwerk van het risicobeheersings- en controlesysteem zijn de managers van de afdelingen verantwoordelijk voor de opzet en werking van het systeem in hun eigen bedrijfsonderdeel. De effectiviteit van de beheersing wordt periodiek getoetst. De wijze waarop de toetsing plaatsvindt, is vastgelegd in een controleplan
35 Gas Transport Services B.V. Daarnaast laten de Raad van Bestuur van Gasunie en de directie van GTS periodiek in een onafhankelijk onderzoek (operationele audit) vaststellen of de opzet en werking van beheersmaatregelen voldoende effectief is. De Minimum Requirements en eventueel relevante specifieke normen fungeren hierbij als maatstaf. Op basis van dezelfde aanpak is per organisatieonderdeel of proces een risicoprofiel opgesteld dat als basis geldt voor het auditplan. De Audit Commissie, bestaande uit drie leden van de Raad van Commissarissen, stelt het auditplan vast voor een periode van vijf jaar. Het auditplan wordt jaarlijks geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Dit raamwerk leidt ertoe dat het management doorgaans de vigerende Operationele Risico Analyses (ORA s) tussen twee audits in, opnieuw tegen het licht houdt. Het niet actualiseren van een ORA leidt automatisch tot een auditcommentaar. Voor de GTS-processen en -afdelingen geldt op basis van de risicoprofielen een auditfrequentie van eens per drie jaar. De Raad van Bestuur bespreekt jaarlijks de opzet en werking van het totale risicobeheersings- en controlesysteem met de Audit Commissie. Onder meer wordt dan besproken in welke mate GTS invulling geeft aan de eisen van het Management Control Systeem en in welke mate de Minimum Requirements voor Management Control nog adequaat zijn als maatstaf voor Management Control. Verder rapporteert het management jaarlijks gecascadeerd over risicobeheersing aan de Raad van Bestuur. Er wordt verantwoording afgelegd door middel van een Document of Representation. In feite is er sprake van een proces van continue toetsing en zo nodig verbetering. GTS evalueert niet eenmaal per zes jaar haar Management Control Systeem zoals de MRQ vraagt, maar doet dit voortdurend. Het Management Control Systeem kan als volgt worden weergegeven. Beleid Eisen Belanghebbenden Bestuur Bijsturing Beheer Beoordelen en verbeteren Uitvoering Bedrijfsactiviteiten Normen Documentatie Auditing
36 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Het Management Control Systeem rust op drie pijlers: Normen ondersteunen het management bij het nemen van de juiste beslissingen. Documentatie/rapportage zorgt dat alle genomen maatregelen expliciet, inzichtelijk en toetsbaar zijn. Auditing zorgt voor onafhankelijke beoordeling van de opzet en werking van de maatregelen. Uitgangspunt voor het Management Control Systeem zijn de relevante normen en streefwaardes (zie paragraaf 3.2) van de organisatie. Belanghebbenden zijn: de klanten (extern en intern), het management, de aandeelhouder, RvC, het personeel, de overheid en de maatschappij. Om aan de eisen en normen te voldoen, worden op de volgende vier niveaus beslissingen genomen: Beleid: Beslissingen over de producten en diensten waarop de organisatie zich richt, over de doelstellingen die zij wil realiseren en over de manier waarop deze worden gerealiseerd. Bestuur: Beslissingen over de inrichting van de organisatie en de keuze van mensen en middelen. Beheer: Beheersing van de processen waardoor deze effectief en betrouwbaar zijn en efficiënt worden uitgevoerd. Performance- en risicomanagement zijn belangrijke elementen in het beheer van de processen. Een breed scala aan beheersmaatregelen is mogelijk. Uitvoering: De directe aansturing van medewerkers bij de uitvoering van hun werkzaamheden en controle op de uitvoering. Over de resultaten van de bedrijfsactiviteiten wordt gerapporteerd opdat de juistheid van de beslissingen op alle niveaus kan worden beoordeeld en waar nodig worden bijgestuurd. Het signaleren van verbeteracties is een zaak van alle medewerkers. Alle medewerkers zijn gehouden aan een gedragscode. Voor alle belangrijke processen zijn handboeken, richtlijnen en procedures opgesteld, die periodiek geëvalueerd worden. De externe accountants beoordelen in het kader van de jaarrekening periodiek de belangrijkste aspecten van de opzet en werking van de administratieve organisatie en de daarin opgenomen interne controlemaatregelen. Hierover rapporteren zij aan de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen
37 Gas Transport Services B.V. Schematische weergave van Risicoanalyse Procesbeschrijving gekoppeld aan doelstelling Wat kan er fout gaan Hoe erg zijn de gevolgen Welke maatregelen zijn er genomen Verbetervoorstellen Zijn risico s en maatregelen in evenwicht? Risk Assessment Bij een Risk Assessment worden (strategische, operationele) risico s systematisch in kaart gebracht en gekwantificeerd. Een risico bestaat uit twee factoren, te weten de kans op een ongewenste gebeurtenis en de gevolgen van de ongewenste gebeurtenis. Een Risk Assessment kan zowel gebruikt worden voor het analyseren van risico s op strategisch niveau in nieuwe c.q. bestaande processen als bij herontwerp van processen. De Risk Assessment methodiek sluit aan bij de wijze waarop de Audit-afdeling risico s in het kader van een operationele audit waardeert. Op operationeel niveau identificeert het management met behulp van een Operationele Risico Analyse (ORA) de mogelijke bedreigingen en stelt op basis van de ernst van de gevolgen adequate beheersmaatregelen vast voor het afdekken van de risico s. Aan de hand van de volgende tabel vindt een waardering plaats van de gevolgen
38 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Categorie Waardering ernst van gevolgen Financiele gevolgen - > > > op jaarbasis Z H M Operationele gevolgen Veiligheid Gezondheid Milieu Wetten Regels Ethiek Imago Gaswet artikel 37 Klantgerichtheid - Ernstige verstoring primaire bedrijfsfunctie - Beperkte verstoring primaire bedrijfsfunctie - Ernstige verstoring ondersteunende bedrijfsfunctie - Beperkte verstoring ondersteunende bedrijfsfunctie - Ongevallen met ernstig letsel, ernstige schade aan - gezondheid, ernstige schade aan milieu - Beperkt letsel, beperkte schade aan gezondheid, - beperkte schade aan milieu - Ernstige fraude, misleiding, contractbreuk, privacy- - inbreuk, misbruik niet-commerciële bedrijfs- - informatie, onvoldoende borging aansprakelijkheid - Diefstal van beperkte omvang, privé-gebruik van - bedrijfsmiddelen, onjuiste/niet tijdige informatie - Ongeoorloofd gebruik van commercieel gevoelige - informatie - Onzorgvuldig omgaan met commercieel gevoelige - informatie - Onvoldoende afscherming/beveiliging van - commercieel gevoelige informatie - Geen onderzoek naar eisen/wensen, geen - afspraken over producten/diensten, geen klant- - tevredenheidsonderzoek, geen klachtenregistratie - t.a.v. externe klanten Z H H M Z H Z H/M Z Z/H H Z/H M = midden H = hoog Z = zeer hoog Vervolgens worden de beheersmaatregelen geïnventariseerd en beoordeeld. Bij het beoordelen van de maatregelen wordt steeds expliciet gekeken of de balans niet is doorgeslagen naar de andere kant. Of er mogelijk sprake is van overkill aan maatregelen en er overdreven veel of dure maatregelen zijn genomen ten opzichte van het risico dat Gasunie loopt. Bedreigingen met grote gevolgen worden daarbij in principe preventief afgedekt. Naast preventieve maatregelen zijn op kritische punten in het proces controles ingebouwd. Plaats en frequentie van controles zijn afhankelijk van risico s en uitvoerbaarheid. Tenslotte wordt er beoordeeld in hoeverre de beheersmaatregelen het risico volledig afdekken of dat er sprake is van een restrisico. Dit restrisico wordt vervolgens voorzien van een aanbeveling (zie onderstaand voorbeeld)
39 Gas Transport Services B.V. Bedreiging Gevolg Maatregelen Kans Risico Aanbeveling Onbevoegden hebben toegang tot contracten/ contractgegevens Misbruik van CGI, Overtreding, Gaswet, Fraude, Financieel nadeel Z Beveiliging toegang tot gegevens op servers Autorisatie procedure SAP Fysieke beveiliging Clean Desk Gedragscode N - Geen Ernst van het gevolg Z = Zeer hoog H = Hoog M= Midden Risico (niet afgedekt) Z x H = C (Critical) Z x L = H (High) H X H = H (High) H x L = M (Medium) M x H = M (Medium) Kans bedreiging (ondanks maatregelen) H = Hoog (komt regelematig voor) L = Laag ( is wel eens voorgekomen/niet ondenkbaar) N = Nihil (Praktisch utitgesloten Voorbeeld van een ORA formulier. Uit het oogpunt van een kosten-batenanalyse zullen niet alle risico s voor honderd procent zijn afgedekt. In het geval dat een risico bewust wordt geaccepteerd, gelden hiervoor de volgende goedkeuringsregels: C-risico s (Critical) door de Raad van Bestuur (van Gasunie, niet van GTS); H-risico s (High) door de Unitmanager; M-risico s (Medium) door de afdelingschef. De geaccepteerde risico s worden vermeld in het eindrapport. In de risicobeheersing richt GTS zich, vooral op veiligheidsaspecten en op het voorkomen van ongewenste onderbrekingen van het gastransport, oftewel het minimaliseren van de kans van optreden hiervan. Dit is van groot belang gezien de mogelijke omvang van de gevolgen. De kans van optreden van een ongewenste onderbreking kan op twee manieren worden geminimaliseerd. Ten eerste door preventief onderhoud en ten tweede door het toepassen van een reservefilosofie bij het ontwerp van componenten van het gastransportnet. Voor zover mogelijk worden onderbrekingen geminimaliseerd door een robuuste wijze van besturing van het gastransport. De uitvoering van de bouw en het beheer van het gastransportnet heeft GTS door middel van de Overeenkomst van Opdracht grotendeels opgedragen aan Gasunie. Om aan de door GTS gestelde eisen voor veiligheid en betrouwbaarheid te kunnen voldoen, voert Gasunie de nodige inspecties en preventief onderhoud uit. Dit is nader gespecificeerd in hoofdstuk 4. Specifieke risico s Marktrisico s De Europese gasmarkt wordt geliberaliseerd. De achterliggende gedachte is dat door het aanbieden van onafhankelijk gastransport, elke aanbieder gelijke kansen heeft om gas naar de markt te brengen en dat door concurrentie de gasmarkt beter zal functioneren. Europese richtlijnen op dit vlak zijn verwerkt in nationale wetgeving; Europese verordeningen hebben directe werking binnen de lidstaten. De Nederlandse overheid heeft de Ener
40 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 giekamer als toezichthouder aangewezen om naleving van gaswet- en regelgeving te monitoren. Dit betreft gereguleerde delen van de gasmarkt, waaronder het gastransport. Belangrijke risico s voor GTS liggen op het vlak van de toegestane tarieven voor transport en aanverwante diensten in relatie tot de kosten van instandhouding, uitvoering en zo nodig uitbreiding. Dit betreft niet alleen de nieuwe infrastructuur, maar ook de bestaande infrastructuur waarvan een groot deel 40 jaar in bedrijf is (onder- en bovengronds). In de nabije toekomst zal steeds meer geïnvesteerd moeten worden in onderhoud en vervanging van verouderde onderdelen van het gastransportnetwerk om ook in de toekomst de veiligheid en betrouwbaarheid te kunnen blijven garanderen. Daarom is het van groot belang dat de tarieven zodanig zijn dat een goed investeringsklimaat gehandhaafd blijft. Voor de grote infrastructuurprojecten vormen de vergunningtrajecten een risico. Deze veelal moeizame trajecten kunnen tot ernstige vertraging van een project leiden. Operationele risico s Persoonlijke en externe veiligheid, gezondheid en milieu zijn speerpunten in het beleid van GTS. Er is een systeem opgezet dat de processen stuurt, prestaties in kaart brengt en verbeterpunten identificeert. GTS beheert momenteel ruim kilometer ondergronds leidingnet en tal van installaties in Nederland. Vanwege de toename van de bebouwde ruimte en beoogde aanpassingen van regelgeving wordt het een steeds grotere uitdaging om een zodanige ligging van al onze leidingen te realiseren, dat betrokken partijen het veiligheidsniveau accepteren. Naast de monitoring van RO ontwikkelingen is er continue aandacht om beschadigingen van het gastransportnet en de mogelijke consequenties daarvan te voorkomen. Een uitgebreid preventief systeem stelt de integriteit van het transportnet zeker. Hiervan maken onder meer kathodische bescherming en monitoring van de veilige ligging van leidingen deel uit. Waar nodig zullen tijdig aanpassingen aan het netwerk plaatsvinden om de veilige ligging te blijven garanderen. Het systeem KLIC online, dat door het Kadaster wordt gecoördineerd, moet waarborgen dat er geen onveilige graafwerkzaamheden plaatsvinden in de buurt van gasleidingen, zonder dat GTS hier toezicht op kan uitoefenen. In de volgende paragraaf vindt u meer informatie hierover. In ontwikkeling zijnde wet- en regelgeving met betrekking tot zonering en daarnaast interpretatie van de IPPCrichtlijn met betrekking tot emissies, kunnen ook tot aanpassingen van het gastransportnet leiden. GTS voert gesprekken met het bevoegd gezag om tijdig duidelijkheid te verkrijgen over de gevolgen van nieuwe wet- en regelgeving. Bij een verouderende infrastructuur is het noodzakelijk dat er voldoende financiële middelen zijn om het benodigde onderhoud dan wel de benodigde aanpassingen tijdig te kunnen verrichten. Dit vraagt een forse inspanning in een tijd waarin onder druk de tarieven neerwaarts moeten worden bijgesteld. De recent vastgestelde transporttarieven zijn onvoldoende om de oplopende onderhoudskosten te dekken. Er zijn verzekeringen voor aansprakelijkheid, brand- en bedrijfsschadenrisico s afgesloten. Periodiek worden de interne procedures, de preventieve maatregelen en de fysieke status van de verschillende bedrijfslocaties beoordeeld. Financiële risico s De huidige grote investeringsprojecten leiden tot een grote financieringsbehoefte. In het licht van de huidige omstandigheden op de financiële markt is het risico aanwezig dat onvoldoende of te dure financiering wordt gevonden. Daarom is het bewaken van de kredietwaardigheid van marktpartijen belangrijk en is het noodzakelijk voor GTS om zich breed te oriënteren op de mogelijkheden op de geld- en kapitaalmarkt om aan de financieringsbehoefte te voldoen
41 Gas Transport Services B.V. 3.4 Veiligheid GTS is verantwoordelijk voor het beheer van het gastransportnet. Daarmee is GTS ook verantwoordelijk voor de veiligheid van het gastransport en van het netwerk. Een deel van de uitvoering van het beheer van het transportnet heeft GTS door middel van een Overeenkomst van Opdracht toegewezen aan Gasunie. Als dochter van Gasunie volgt GTS onverkort het veiligheidsregime van Gasunie. In deze paragraaf wordt het veiligheidsregime van Gasunie beschreven Belang Gasunie geeft veiligheid, gezondheid en milieu de hoogste prioriteit omdat het een voorwaarde is voor het voortbestaan van de onderneming. Dit belang past bij de missie van Gasunie om te zorgen voor veilig, betrouwbaar en duurzaam gastransport. Het vermijden van risico s tijdens de uitvoering van werkzaamheden is een kernelement bij alle activiteiten van Gasunie. Gasunie wil voortdurend haar prestaties ten aanzien van veiligheid, gezondheid en milieu verbeteren en past daarvoor nieuw ontwikkelde technieken en kennis toe. Geen ongevallen, ernstige incidenten en leidingbeschadigingen Het doel van Gasunie is het voorkomen van alle ongevallen, incidenten en leidingbeschadigingen. Bij activiteiten brengt Gasunie vooraf de veiligheids-, milieu- en gezondheidsrisico s in kaart. Om die risico s weg te nemen treft Gasunie adequate maatregelen. Gasunie handhaaft de veiligheid en betrouwbaarheid van het gastransportnetwerk op het niveau van haar eigen standaard en in overeenstemming met de wettelijke eisen voor externe veiligheid. In samenwerking met alle betrokken partijen zal Gasunie het aantal leidingbeschadigingen door derden terugdringen. Om het kwaliteitsniveau te kunnen bewaken en waarnodig bij te kunnen sturen is er een aantal kwaliteitsprestatie indicatoren ontwikkeld die ook periodiek worden gerapporteerd aan de Raad van Bestuur van Gasunie. Zie ook paragraaf 3.2. Verantwoordelijkheid en verantwoording De Raad van Bestuur blijft op de hoogte van belangrijke gebeurtenissen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu en ziet erop toe dat het managementsysteem voor veiligheid, gezondheid en milieu goed functioneert en dat de regels worden nageleefd. De Raad van Bestuur zorgt ervoor dat de inzet van mensen en middelen zodanig is dat aan deze afspraken kan worden voldaan. De Raad van Bestuur verantwoordt zich via het jaarverslag over de naleving van dit veiligheidsbeleid. Het management is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kennis, vaardigheden en motivatie van de medewerkers. Het management ziet erop toe dat het veiligheidsbeleid en de wet- en regelgeving worden nageleefd. Iedere Gasunie-medewerker en iedere medewerker van derden werkzaam voor Gasunie, is persoonlijk verantwoordelijk voor naleving van het veiligheidsbeleid en van de wet- en regelgeving. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een dienstverband of contract. Om op een adequate manier invulling te kunnen geven aan de geldende Wet- en Regelgeving beschikt Gasunie over: Certificaat ISO 14001, nr AE-NLD-RVA, 28 november 2008 Certificaat Afdeling Drukhouders Inspectie, nr. I068, 28 september 2009 RvA beoordelingsrapport deel B, rapport I068-C02.4 d.d Hercertificatie audit rapport ISO 14001, rapport Template ARM NLD d.d. juni 2008 Om aan bovenstaande accreditaties en certificaten te kunnen voldoen, beschikt GTS over een gedocumenteerd Management Control Systeem op het gebied van Veiligheid, Gezondheid en Milieu en over diverse afdelingshandboeken. Deze handboeken maken ook onderdeel uit van de (jaarlijkse) interne en externe audits. In Bijlage I is een overzicht opgenomen van de meest relevante Europese richtlijnen en normen met hun (globale) toepassingsgebied die GTS hanteert
42 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om de veiligheid van derden. Gasunie beheert een gastransportnet waardoor grote hoeveelheden gas onder hoge druk worden vervoerd. Er is een-weliswaar zeer kleine-kans op het ongewenst vrijkomen van gas als gevolg van een leidingbeschadiging. Dit levert een risico op voor de omgeving. De belangrijkste oorzaken van leidingbeschadigingen zijn externe oorzaken, in de vorm van graafwerkzaamheden van derden. Het externe veiligheidsbeleid is er op gericht dergelijke risico s te minimaliseren. Gasunie voert een actief beleid waarin zij professionele gravers wijst op het belang van vroegtijdig aanmelden van graafwerkzaamheden bij het Kabels en Leidingen Informatiecentrum (KLIC). Gasunie heeft actief meegewerkt aan de nieuwe wetgeving waarbij gravers verplicht zijn beschadigingen aan leidingen te melden (WION). Deze wetgeving is in februari 2008 van kracht geworden. Wanneer via KLIC een melding wordt gedaan dat een graver voornemens is graafactiviteiten uit te voeren wordt bij Gasunie volgens procedures uitgezocht of er mogelijk Gasunie leidingen bij betrokken zijn. De graver wordt dan geïnformeerd en verder begeleid. Bij de graafwerkzaamheden wordt toezicht gehouden. Daarnaast houdt Gasunie zich actief bezig met het informeren van de gravers over mogelijke risico s en de juiste ligging van de leidingen. Intern houdt Gasunie een registratie bij van alle schades om waarmogelijk bij structurele aspecten tijdig maatregelen te kunnen treffen. Gasunie zelf draagt zorg voor de integriteit van het systeem door een adequaat inspectie-, preventie- en onderhoudsprogramma. Bovendien wordt in lijn met het overheidsbeleid een veiligheidszonering aangehouden. Er is verder aandacht voor het transparant communiceren over risico s en ten slotte worden in samenwerking met overheden plannen ontwikkeld en oefeningen gehouden om mogelijke calamiteiten snel en veilig het hoofd te bieden. De integriteit van het systeem Om de integriteit van het systeem te waarborgen, zijn en worden installaties en leidingen aangelegd volgens internationale, nationale en door de internationale branche zelf vastgestelde standaarden. In Nederland zijn deze vertaald in de NEN 3650 en voor Gasunie, waar relevant, aangevuld met eisen vastgelegd in de Gasunie Technische Standaard. De eisen aan systemen worden steeds aangepast aan ervaringen, op basis van onderzoek en nieuwe ontwikkelingen. Er gelden voor het ontwerp, de constructie, de in gebruikstelling en het beheer van de installaties en leidingen een groot aantal op veiligheid gerichte procedures. Voor alle werkzaamheden in dat verband waarbij technische integriteit een rol speelt, wordt de afdeling Veiligheid betrokken, welke voor inspectie en toezicht is geaccrediteerd door de RvA en is aangewezen door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Als basis voor haar activiteiten gaat de afdeling Drukhoudersinspectie uit van een inventarisatie van alle denkbare risico s. Deze risico s worden, samen met de genomen maatregelen, in een beoordelingsmatrix geplaatst, periodiek beoordeeld en zo nodig herzien. De afdeling Drukhoudersinspectie is samen met inspecteurs van de afdeling Procurement betrokken bij alle fasen in de levenscyclus van drukhoudende apparatuur als toezichthouder en adviseur. Nieuwbouw fabrikant Nieuwbouw veld Ingebruikneming Gebruik Uit gebruik
43 Gas Transport Services B.V. Ontwerp en nieuwbouw Beoordeeld worden onder andere: Ontwerp, Constructie, Materiaalkeuzen, Lasmethoden, Niet destructief onderzoekmethoden van lassen, Drukbeheersing. Tevens worden audits en inspecties bij toeleveringsbedrijven uitgevoerd. Nieuwbouw veld, constructie Beoordeeld wordt of de realisatie geschiedt conform de geaccordeerde technische regels. Ingebruikstelling De ingebruikneming vindt niet eerder plaats dan nadat een Akkoord voor Ingebruikname / Verklaring Keuring voor Ingebruikneming is afgegeven. Als alle formaliteiten zijn afgehandeld wordt een Conformiteitverklaring Veiligheid & Milieu deel Veiligheid Drukhouders afgegeven. Gebruik In de gebruiksfase worden alle drukhoudende delen van het systeem zoals drukvaten maar ook de leidingen geinspecteerd. De keuringsfrequenties vloeien voort uit wet- en regelgeving, vergunningsvoorwaarden, eigen ervaringen en zijn veelal gebaseerd op risicoanalyses. Samen met de afdeling Assetmanagement wordt de inspectieinspanning afgestemd en in een jaarplan vastgelegd. Verificatie van de inspectieresultaten en het eindoordeel over de integriteit inclusief volgend inspectie-interval worden vastgelegd in het Pipeline Integrity Management System (PIMS) en de Plant Maintenance module van SAP (= een Enterprise Resource Planning systeem). Buiten gebruik stellen Het veilig en milieu verantwoord buiten bedrijf stellen van leidingen en installaties wordt opgevat als een modificatie en valt ook binnen het werkgebied van de afdeling Drukhoudersinspectie. Om haar taak goed te kunnen uitvoeren beheert de afdeling Drukhoudersinspectie een groot aantal expertise gebieden. Schadeonderzoek Defectbeoordeling Wet- en regelgeving Niet destructief onderzoek Materialen Drukhouder Inspectie & Inspecteurs Procurement Lassen Drukbeheersing Inspectie/ risicomanagement Constructies Productieprocessen
44 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Het voorkomen van graafschade Bij ondergrondse leidingen is graafwerkzaamheden door derden de belangrijkste oorzaak van mogelijke schade aan de leiding. Leidingen zijn zo ontworpen dat zij ruimschoots bestand zijn tegen de druk van het getransporteerde gas, maar een zware graaf- of heimachine kan de integriteit van de leiding aantasten. Gasunie heeft daarom de afgelopen tientallen jaren een driesporenbeleid gevolgd dat gericht is op het voorkomen van leidingbeschadigingen: Oprichting met andere kabel- en leidingeigenaren van het KLIC en promotie daarvan op allerlei graversdagen zoals landbouwbeurzen, toegankelijker maken van KLIC via webbased toepassingen enzovoort. Daarnaast wordt elke KLIC-melding door ons kosteloos opgevolgd en begeleid als er Gasunie leidingen betrokken zijn. Afspraken met grondeigenaren met wie Gasunie een zakelijk recht overeenkomst heeft voor de ligging van leidingen over grondbewerkingen dieper dan 30 centimeter. Vastleggen van leidingtracés in bestemmingsplannen en dergelijke en pro-actief volgen van artikel 19 procedures en dergelijke. Sinds februari 2008 is nieuwe wetgeving van kracht (WION, ook wel grondroerdersregeling). Op grond hiervan zijn grondroerders verplicht om bij graafwerkzaamheden een KLIC melding te doen bij het Kadaster. Vervolgens ontvangt de grondroerder tekeningen van de netbeheerders, die relevant zijn m.b.t. de graafactiviteiten. De grondroerder is verplicht eventuele leidingbeschadigingen te melden. Er bestaan sancties als er niet gemeld wordt. Leidingen worden veelal zodanig diep gelegd dat de meeste graafwerkzaamheden geen kwaad kunnen. Voorts worden leidingen goed zichtbaar gemarkeerd, de directe omgeving van een leiding wordt periodiek geïnspecteerd en bij graafwerkzaamheden in de nabijheid van een leiding houden medewerkers van Gasunie toezicht. Het gehele netwerk is vastgelegd in de beschrijving van de componenten van het gastransportnet (zie Bijlage III). Gasunie verzamelt incidentendata om het resultaat van haar inspanningen te toetsen. Daarbij wordt aangetekend dat bij de belangrijkste oorzaak van een leidingbeschadiging vooral gravend Nederland de performance bepaalt. Gasunie stelt daar een uitgebreid defensief systeem om onverantwoorde graafwerkzaamheden te voorkomen tegenover. Al meer dan tien jaar is aldus een ernstig ongeval, te weten leidingbreuk, niet opgetreden. Wel aanwezige data van minder ernstige incidenten (zie onderstaande grafiek) worden gebruikt om trends te volgen. Vergelijking Gasunie versus EGIG (voortschrijdend gemiddelde aantal incidenten met gasuitstroom) Aantal incidenten per 1000 km per jaar 0,5 0,4 0, EGIG Gasunie
45 Gas Transport Services B.V. Odoriseren van gas Aardgas is van nature reukloos. Om veiligheidsredenen wordt een geurstof toegevoegd zodat een eventuele uitstroming van gas door afnemers snel wordt opgemerkt. Gasunie odoriseert alle gas dat bestemd is voor de openbare voorziening. Dit gebeurt op de M&R-stations en op enkele GOS-en die direct op het HTL-netwerk zijn aangesloten Veiligheidszonering De Nederlandse overheid hanteert voor alle industriële risico-opleverende activiteiten een stelsel van zogenaamde risicocriteria. Daartoe worden de risico s volgens standaardmethoden berekend en op basis van toetsing aan de criteria wordt nagegaan of er een veiligheidszonering nodig is. De veiligheidszonering kan worden beïnvloed door aanvullende maatregelen. Gasunie heeft met circa 1200 stations en installaties en meer dan kilometer leidingen in Nederland direct te maken met deze risiconormering en is om die reden ook in het voortraject van het risicobeleid betrokken. Daarbij is er overleg over de wijze waarop risico s van gasinstallaties en leidingen worden berekend. Risico s worden in eerste instantie berekend bij planvorming voor nieuwe infrastructuur. Al in de engineeringfase worden (al dan niet in combinatie met de zogenaamde Milieu Effect Rapportage, MER) de externe veiligheidsrisico s berekend met behulp van geavanceerde modellen en specialistische kennis en getoetst aan de door de overheid gestelde criteria. Echter, ook bij bestaande infrastructuur kan het nodig zijn om de risico s te berekenen. Wijzigingen in bestemmingsplannen kunnen leiden tot een wijziging van de (toekomstige) aanwezige populatie nabij de infrastructuur en daarmee een wijziging in de risico s. De opnieuw vastgestelde risiconiveaus dienen te worden getoetst aan de criteria om te bezien of de planologische ontwikkelingen toelaatbaar zijn of niet Risicocommunicatie Vanuit de MER-plicht en vergunningverlening is een open communicatie over risico s met burgers van belang. Daarbij volstaat niet de puur getalsmatige benadering. Er zijn vele aspecten waardoor het ene risico anders beleefd wordt dan het andere. Een en ander is vormgegeven in het Preventie Beleid Zware Ongevallen (PBZO), zie bijlage VII. In dit document wordt precies beschreven hoe Gasunie omgaat met dergelijke risico s: wat die risico s betekenen voor de werknemers en voor de omgeving van onze installaties, welke stappen worden genomen om die risico s zichtbaar te maken en natuurlijk wat Gasunie allemaal doet om de kans op en gevolgen van een ernstig ongeval te verkleinen. Het PBZO is tevens een belangrijke schakel tussen Gasunie en de toezichthoudende overheid. Gelet op het grote maatschappelijke belang wordt het PBZO bij inspectierondes op installaties door het bevoegde gezag altijd ter tafel gebracht. In het PBZO wordt dan ook verwezen naar alle genomen maatregelen en wordt verantwoording afgelegd over hoe Gasunie de veiligheid georganiseerd heeft. Gasunie blijft het veiligheidsbeleid binnen het bedrijf voortdurend kritisch bekijken, verbetert dit beleid waar mogelijk en stemt het beleid af op nieuwe overheidsregels. Er is sinds 2007 een wettelijke algemene informatieplicht, waarbij voor heel Nederland, dus ook voor de infrastructuur onder beheer bij Gasunie, de risico s worden geïnventariseerd en centraal (bij het RIVM) worden opgeslagen. Gasunie heeft de verplichting om van al haar installaties en leidingen informatie over risico s te verstrekken Rampenbestrijding Voorbereid zijn op een mogelijke rampsituatie is het sluitstuk van het veiligheidsbeleid. Gasunie voert daarvoor centraal overleg met hulpverleningsorganisaties, stelt handleidingen en informatiesheets op, informeert lokale brandweerkorpsen en neemt deel aan oefeningen
46 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Onderhoud en vervanging Zoals eerder verwoord in paragraaf 3.3 wordt de uitvoering van een groot deel van het beheer- en onderhoudsproces door GTS middels een Overeenkomst van Opdracht opgedragen aan Gasunie. Binnen Gasunie zijn de afdelingen Asset Management en Operations hierbij betrokken. De bedrijfsactiviteiten van Asset Management bestaan, in de hoedanigheid van eigenaar van de infrastructuur, onder meer uit het opstellen van een lange termijn strategie teneinde de veiligheid en transportzekerheid van de infrastructuur op een duurzame wijze en binnen de juiste juridische kaders te garanderen, alsmede het invullen en onderhouden van een governance systeem voor projecten. De bedrijfsactiviteiten van Operations bestaan, in de hoedanigheid van feitelijk beheerder van de technische infrastructuur, onder meer uit het volledig technisch operationeel houden, alsmede het identificeren, initiëren en uitwerken van de exploitatie- en investeringsprojecten. De afdelingen Asset Management en Operations streven naar een duurzame doch dualistische relatie met elkaar met als primair doel het bedrijven van de infrastructuur met een goede veiligheid en bedrijfszekerheid tegen minimale life cycle kosten. Als basis voor het totale beheer- en onderhoudsproces is door de afdeling Operations een meerjaren beheer- en onderhoudsplan opgesteld, waarbij - naast de eigen inbreng - input vanuit diverse richtingen als veiligheid, wet- en regelgeving en milieu wordt gezocht. Vanuit het meerjarenplan wordt jaarlijks een jaarplan geëxtraheerd voor uit te voeren onderhoudsactiviteiten naast het reguliere programma. Vervolgens wordt dit programma voorgelegd ter goedkeuring en vrijgave van het budget. De afdeling Asset Management legt verantwoording af aan GTS met betrekking tot de performance van de infrastructuur, onder meer door middel van vooraf afgestemde performance indicatoren zoals die zijn opgenomen in de Overeenkomst van Opdracht. De monitoring door Asset Management van de door Operations te leveren diensten geschied onder meer door middel van een uitgebreidere verzameling prestatie-indicatoren. Daarnaast behoudt Asset Management het recht om middels technische steekproeven en procesverificaties zichzelf ervan te overtuigen dat de werkwijzen en processen binnen Operations, voor zover gelieerd aan de in de Service Level Agreement (SLA) opgenomen diensten, door de afdeling Operations beheerst worden
47 Gas Transport Services B.V. 4.1 Preventief onderhoud In het verleden is een onderhoudsregime ontstaan dat in eerste instantie als basis de best practice van leveranciers van de onderdelen had. Daarnaast werd een en ander gespiegeld aan de ervaringen van collega-bedrijven en waar nodig aan wet- en regelgeving. Dit regime is in de loop der jaren geëvolueerd tot wat het nu is en het is inmiddels vastgelegd in een geautomatiseerd informatiesysteem, te weten de Plant Maintenance module van SAP (hierna aangegeven als PM-module). Vanuit dit systeem worden onderhoudsorders en de bijbehorende instructies gegenereerd. Tevens worden bevindingen en bijvoorbeeld materiaalverbruik vastgelegd. De realisaties zijn weer input voor het proces Maintenance Engineering. Dit proces is hieronder schematisch weergegeven. Maintenance Engineering eisen (Kosten, Wet,en Regelgeving) Eisen Oorzaak analyses onderhoudsconcept Overige randvoorwaarden (Arbo, VGM, NEN...) Ingerichte structuur, componenten Dataverzameling en analyses Gepland, uitgevoerd en verwerkt Overige bronnen (incl. marktinfo) Analyses van de realisaties versus performance-eisen (ondermeer gemeten door middel van KPI s) kunnen leiden tot aanpassingen in de onderhoudsconcepten. De gebruikte analysemethoden zijn onder meer Life Cycle Costing (LCC), Reliability Centered Maintenance (RCM) en Failure Mode and Effect Analysis (FMEA). Hiermee liggen de reguliere onderhoudsactiviteiten en het daarbij behorende materiaalverbruik over langere tijd min of meer vast. Dit is hiernaast schematisch weergegeven
48 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Aanpassen onderhoudsplan Bevindingen Onderhoud SAP LCC RCM FMEA Optimalisatie Onderhoud Vervangingsbeleid Veranderingen VG&M Externe beïnvloeding Nieuwe producten De uitgangspunten voor onderhoudsoptimalisatie zijn: Behoud van functionaliteit tegen minimale kosten (Total Cost of Ownership); (Blijven) voldoen aan de gestelde transportzekerheid- en beschikbaarheidseisen; De juiste verhouding preventieve werkzaamheden, werk uit inspectie en correctieve werkzaamheden; Maximale effectiviteit van onderhoud; De juiste voorraadhoogte of andere terugvalposities zoals contract met leverancier of serviceorganisatie; Goede afweging tussen vervanging en onderhoud. Het onderhoudsconcept voor bestaande systemen wordt daarmee continu kritisch getoetst en waar nodig aangepast aan de hand van de analyseresultaten. Voor nieuwe producten of systemen wordt ruim voor ingebruikname tevens een onderhoudsconcept opgesteld. In Bijlage II is op hoofdlijnen het preventieve onderhoud beschreven voor de infrastructuur van Gasunie
49 Gas Transport Services B.V. 4.2 Vervanging Naast de actuele performance van het systeem heeft Gasunie te maken met veroudering van componenten of het eindigen van nazorg door de leverancier ten aanzien van bepaalde componenten of systemen. Hierdoor kan op een bepaald moment niet meer voldaan worden aan de gestelde performance-eisen. Hier wordt een proactief beleid gevoerd. Ook veranderende wet- of regelgeving kan input zijn voor het uitvoeren van vervangingsprojecten. In het kader van dit soort vervangingsprojecten wordt, waar mogelijk, een Total Cost of Ownership-filosofie gehanteerd. Een belangrijk punt van aandacht bij het definiëren van het tijdstip van vervanging is de looptijd van de daarvoor benodigde projecten, die in de regel tussen de anderhalf en drie jaar zal liggen. Op basis van onder andere onderhoudsbevindingen en de performance van het gastransportnetwerk wordt een optimaal meerjarig vervangingsprogramma opgesteld. Het vervangingsproces dat doorlopen wordt, staat in het volgende schema weergegeven: Technische Integriteit Functionaliteit Inventarisatie lijst: Normen Ja Alarmwaarde? Economie Evaluatie Indicatoren Ja Signaalwaarde? Noodscenario Investerings beslissing Wetgeving Nee Retire Repair Replace Veiligheid & Milieu Beïnvloeding Diversen Ja succesvol Nee PLAN EVALUATIE Er wordt gestuurd op basis van indicatoren die leiden tot de vervanging. Een indicator is een waarde of een aanwijzing die informatie geeft over de toestand van de apparatuur. Door het monitoren van indicatoren die leiden tot vervanging, wordt informatie verkregen over de resterende levensduur van equipement. Deze indicatoren betreffen onder meer gemeten prestaties (KPI s), onderhoudsbevindingen (SAP-PM), wetgeving (onder andere veiligheid, milieu), informatieleveranciers, wijziging van functionaliteit en financieel-economische gegevens
50 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Onderhouds- en storingsdienst Organisatie GTS streeft naar veilig en ononderbroken gastransport. Hiertoe is in het ontwerp van de benodigde infrastructuur redundantie aanwezig. Er kunnen zich echter bij zowel preventief onderhoud, inspecties als bij normale bedrijfsvoering situaties voordoen die menselijk ingrijpen noodzakelijk maken. De feitelijke bewaking en uitvoering van de activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en storingsafhandeling is ondergebracht bij de unit Operations van Gasunie. Deze unit legt verantwoording af aan de afdeling Asset Management. De afdeling Operations is in een aantal subunits georganiseerd om zo slagvaardig mogelijk overeenkomstige onderdelen van de infrastructuur te kunnen onderhouden en zonodig te repareren. De subunit Installaties is op vijf vitale installaties van de infrastructuur gevestigd en beheert deze en omringende installaties (Oldeboorn, Spijk, Grijpskerk, Ommen, Ravenstein, Zweekhorst, Alphen, Schinnen c.a., LNG-Maasvlakte en Wieringermeer, Beverwijk, Anna Paulowna). De subunit Leidingen & Stations is opgedeeld in twee districten, te weten Oost- en West-Nederland. Elk district kent een zestal zogenaamde gebieden. Uiteindelijk zijn er derhalve twaalf gebieden gevormd met elk een op een strategische plaats gevestigde uitvalsbasis. Op deze manier kan redelijkerwijs elke locatie van Gasunie door technici binnen een bepaalde tijd bereikt worden om onverhoopte reparaties uit te voeren of storingen te verhelpen. Zowel Oost als West beschikt over een eigen planningsafdeling om de dagelijkse inzet van technici effectief en efficiënt uit te voeren. Voor het beheer en onderhoud van specifieke apparatuur werken gebieden samen. Voor complexe en landelijke activiteiten wordt vanuit de stafafdelingen in Groningen ondersteuning verzorgd. Ook wordt vanuit hier het operationele onderhoudsproces aangestuurd. Voor de uitvoering van specialistische taken (inclusief calamiteiten) en inzet van noodvoorzieningen is binnen de subunit Leidingen & Stations, de afdeling Speciale Opdrachten beschikbaar; deze is in Deventer gestationeerd. Contracten met relevante aannemers zorgen in ernstige gevallen voor extra ondersteuning. De Centrale Commando Post (CCP) van GTS in Groningen fungeert als het meld- en coördinatiecentrum van alle activiteiten aan de infrastructuur in relatie tot de veiligheid en instandhouding van het gastransport. Van hieruit wordt het gastransport bestuurd en afwijkingen via telemetrie bewaakt. Ook publiek kan via het alom bekendgemaakte storingsnummer de CCP bereiken. In geval van daadwerkelijke incidenten kan de CCP de gasstroom blokkeren of omleiden. Personeel van de unit Operations kan ingeschakeld worden om ter plaatse actie te ondernemen. De CCP is continue bemand Technici van de unit Operations zijn via een wachtdienstorganisatie 24 uur per dag en zeven dagen per week gedurende het gehele jaar beschikbaar om het gastransport onder veilige condities doorgang te laten vinden. Escalatietrajecten in de hiërarchie zijn procedureel geregeld Werkwijze De hierboven beschreven organisatie van de onderhouds- en storingsdienst is zodanig dat storingen en onderbrekingen in het gastransport op een zo efficiënt en effectief mogelijke wijze kunnen worden opgelost. De door GTS gehanteerde ontwerpfilosofie, waarin het onverwacht falen van onderdelen van de infrastructuur prominent aandacht krijgt middels het plaatsen van reservecapaciteit (n+1 - filosofie) en het hanteren van een spare parts beleid, ondersteund met beschikbaarheid- en betrouwbaarheidsanalyses, reduceert de kans op storingen en onderbrekingen. Storingen worden op verschillende wijzen gesignaleerd en afhankelijk van de (mogelijke) gevolgen tot een bepaald prioriteitsniveau opgeschaald. De CCP ontvangt telefonisch of via telemetrie afwijkingen die op een storing kunnen duiden. In het bijzonder onderbrekingen worden rechtstreeks, veelal automatisch aan de CCP gemeld. Storingen met lage urgentie worden zoveel mogelijk om de CCP heen geleid en direct tijdens kantooruren bij de planningsafdelingen
51 Gas Transport Services B.V. in Oost- en West-Nederland gemeld; meldingen in deze categorie worden gezien de geringe risico s hier niet verder behandeld. De CCP beoordeelt aan de hand van ontvangen meldingen en eventueel nadere gegevens de ernst van de melding. Indien de persoonlijke veiligheid in gevaar is, wordt aan de hand van vaste criteria besloten om hulpdiensten in te schakelen om zo nodig tot ontruiming te verzoeken; dit voor zover de hulpdiensten al niet ter plaatse zijn en zelf actie hebben ondernomen. De vervolgfase is het inschakelen van de storingsdienst van de unit Operations. Hiertoe worden afhankelijk van de ernst van de storing technici en leidinggevenden ingeschakeld. De criteria waarop en op welke wijze opschaling plaatsvindt, is in procedures van het handboek Operations Emergency Control beschreven. Afhankelijk van de bevindingen ter plaatse worden a-priori maatregelen genomen om de veiligheid en belasting voor het milieu te minimaliseren in relatie tot handhaving van het vereiste gastransport. Daadwerkelijke reparatie vangt pas aan als de veiligheid in voldoende mate gegarandeerd kan worden. Voor de uitvoering van specialistische taken, inclusief calamiteiten, en inzet van noodvoorzieningen is de afdeling Speciale Opdrachten beschikbaar. Deze unit heeft de beschikking over een voorraad calamiteitenmateriaal. Daarnaast probeert de CCP primair het gastransport voor eindverbruikers via alternatieve middelen in stand te houden en contractuele verplichtingen na te komen. Onderbrekingen in het gastransport en significante storingen worden in de commissie calamiteitenbeheersing geëvalueerd en zo nodig worden procedures en instructies verder verbeterd
52 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Samenhang: investeringsplan, onderhoudsplan en businessplan GTS heeft de samenhang van de onderdelen van het kwaliteitssysteem, de capaciteitsraming, het registratieproces met betrekking tot kwaliteitsindicatoren en de jaarlijkse begroting gewaarborgd in de Minimum Requirements van het Management Control Systeem. Doelstellingen De doelstellingen van GTS zijn afgestemd op haar wettelijke taak. Deze doelstellingen zijn per afdeling nader uitgewerkt. Prestatie-indicatoren Voor de doelstellingen zijn prestatie-indicatoren vastgesteld. Aan de prestatie indicator is een realistische norm verbonden, om de behaalde resultaten voor de doelstelling te kunnen toetsen. De belangrijkste prestatie-indicatoren worden regelmatig gerapporteerd als managementinformatie. Businessplan GTS stelt jaarlijks een businessplan op, waarin de activiteiten worden weergegeven, die worden uitgevoerd om de doelstellingen te realiseren binnen de bijbehorende begroting/budgetaanvraag. Consistentie Doelstellingen en plannen zijn op elkaar afgestemd en vormen een samenhangend geheel. Risicobeheersing Op basis van de hoofddoelstellingen zijn tijdens een Strategische Risico Analyse (SRA) de ondernemingsrisico s geïnventariseerd. Aansluitend wordt per proces vastgesteld of een operationele risicoanalyse gewenst is. Met deze analyse worden de beheersmaatregelen in kaart gebracht. Beleid Doelstellingen + KPI s Eisen, Normen Bestuur Organisatie Bijsturen proces Beheer Procedures Uitvoering Werkinstructies Bedrijfsactiviteiten Businessplan (investeringen, onderhoud en vervanging) Bijsturen plan Beoordelen en verbeteren Rapportage
53 Gas Transport Services B.V. 5.1 Relatie investeringsplan en onderhoudsplan met businessplan Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 stelt GTS prognoses op voor entry- en exitpunten. Vervolgens wordt getoetst of de capaciteit van het netwerk voldoende is om onder verschillende omstandigheden het benodigde transport te kunnen leveren. Indien er knelpunten worden voorzien, treft GTS maatregelen die leiden tot investeringsprojecten. Als de markt extra transportcapaciteit vraagt, stelt GTS in een investeringsstudie vast welke maatregelen nodig zijn om het transport te faciliteren. Investeringsprojecten die uit deze studies voortkomen, worden opgenomen in het investeringsplan, dat onderdeel uitmaakt van het businessplan. Op basis van onderhoudsanalyses wordt de technische toestand van het netwerk beoordeeld. Binnen de randvoorwaarden van de onderhoudsconcepten voor de verschillende componenten van het netwerk, wordt de technische toestand van het netwerk bewaakt (monitoring). Tijdens de operationele levensfase van de apparatuur binnen het gastransportsysteem betekent dit dat door een combinatie van preventief onderhoud (standaard onderhoudsschema), werk uit inspectie (hierbij worden technisch defecten opgelost) en correctief onderhoud (storingen) het systeem in stand gehouden wordt. De hiervoor benodigde middelen worden opgenomen in het businessplan. Beoordeling risico s Strategische Risico Analyse, Operationele Risicoanalyse (per deelproces) Businessplan Infrastructuur Investeringen Nieuwbouw planning Capaciteitsraming: investeringsstudie, knelpuntenanalyse projecten Investeringsplan (nieuwbouw) Bijsturen proces Analyse onderhoud Kwalitatieve beoordeling toestand componenten Onderhoudsconcept Monitoring Onderhoud vervanging Onderhoudsplan, Investeringsplan (vervanging) Bijsturen plan Rapportage Prestatie indicatoren Voor een deel van de apparatuur geldt dat er een moment komt (zie paragraaf 4.2) waarop een normaal onderhoudsregime niet meer toereikend is en er tot vervanging moet worden overgegaan, anders dan door één op één vervanging naar aanleiding van inspectiebevindingen of storingen. Dit gebeurt binnen Gasunie projectmatig door zo genaamde vervangingsprojecten, uitgevoerd door de afdeling Technische Nieuwbouw. Deze vervangingsprojecten worden opgenomen in het businessplan
54 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 De zwaarste governance systematiek staat hieronder beschreven. Voor kleinere projecten gelden minder stringente eisen ten aanzien van toetsing. Deze systematiek is vanaf september 2009 van kracht. Studie fase Binnen de planningsafdeling van GTS worden knelpunten in het gastransportsysteem gedefinieerd. De planningsafdeling onderzoekt op welke wijze de knelpunten opgelost kunnen worden. Hierbij worden verschillende alternatieven bekeken. Op basis van een Business Development Plan beslist het management of en zo ja welk alternatief verder uitgewerkt wordt. Hiervoor wordt het project formeel getoetst (Mobilise Team for Study), waarna, bij een positief advies, de opdracht wordt verstrekt om het voorstel verder uit te werken. Project establishment In de volgende fase wordt de documentatie van de studie verder uitgewerkt. Een updated Business Development Plan, in combinatie met een contractuele overeenkomst (precedence agreement of gelijkwaardig) wordt aangeboden ter toetsing (Project Establishment Decision). Bij een positief advies wordt de opdracht verstrekt om het voorstel verder uit te werken in een businesscase. Businesscase De oplossingen worden gedefinieerd in functionele hoofdlijnen. Dit zijn een scope, een kostenraming ordegrootte, een planning(doorlooptijd) en een kosten/baten analyse. Het voorkeursalternatief wordt verder onderzocht. Voor installaties en leidingen wordt een functionele specificatie gemaakt. Voor nieuwe leidingtracés betekent dit dat er onder andere een gedegen tracéstudie gedaan moet worden naar mogelijke knelpunten zoals natuurgebieden, waterwegen en beperkingen in de constructie vanwege natuurrichtlijnen. Het resultaat van deze fase is een nadere uitwerking van de scope, een kostenraming met 40% onnauwkeurigheid en een bijgewerkte planning. Aan het einde van deze fase beslist het management of het project verder uitgewerkt wordt (Commercial Investment Decision). Bij een positief advies wordt de opdracht verstrekt om een voorstel verder uit te werken in een projectspecificatie. Projectspecificatie In de projectspecificatie wordt al datgene gedaan wat nodig is om de scope definitief vast te stellen, alsmede de planning en gekwantificeerde risico s. Vervolgens wordt een begroting met een 25% onnauwkeurigheid voor reguliere projecten of een zogenaamde P90 betrouwbaarheidsniveau voor grote projecten aangeboden ter goedkeuring. Het kan nodig zijn om hiervoor offertes voor materialen en diensten aan te vragen. Voor leidingprojecten en grote installatieprojecten worden de procedures voor het verkrijgen van de vergunningen (waaronder een MER en bestemmingsplan) gestart. Voor technisch complexe ontwerpen wordt tevens een design review gehouden. Aan het einde van deze fase wordt de finale goedkeuring verleend door het management (Final Investment Decision) en het projectbudget (exclusief contingency) beschikbaar gesteld aan de projectmanager. Detail engineering In de detail engineering fase worden de specificaties in een zodanig detail uitgewerkt dat hiermee de constructie fase in gegaan kan worden. Constructie en oplevering In deze fase wordt het project gerealiseerd. Aan het einde wordt de installatie of de leiding geïnspecteerd door een eigen inspectiedienst (zie paragraaf 3.4.2). Daarna wordt het project in gebruik genomen. Een formele toetsing vindt tijdig plaats of het project voldoende gereed en getest is voor overdracht (Ready for Operation). De inbedrijfname wordt uitgevoerd conform het schakelplan van Gas Transport Services, in combinatie met de technische en operationele beheersoverdracht (TBO/OBO)
55 Gas Transport Services B.V. 5.2 Planning & Control cyclus De totstandkoming van het businessplan en het bewaken van de uitvoering daarvan maken onderdeel uit van de Planning & Control cyclus. Deze cyclus verloopt via een strak tijdpad (planningskalender) en wordt geregisseerd door de afdeling Control van Gasunie. De verschillende fasen worden hieronder toegelicht. Planning Budgettering Uitvoering bewaken Rapportage Opstellen strategisch plan Concreet plan voor komend jaar Second opinion, voortgang registreren Analyse, evaluatie, verantwoording Planning Alle afdelingen stellen jaarlijks een Unit Business Plan op. Dit plan beschrijft de doelstellingen, het beleid, de hoofdactiviteiten, projecten en prestatie-indicatoren die de unit wil realiseren. Budgettering Voor investeringsprojecten die zijn genoemd in het businessplan wordt een investeringsbegroting opgesteld. Verder worden op basis van het businessplan voor de komende drie jaren de uit te voeren activiteiten gepland en de hieraan verbonden kosten en personele consequenties aangegeven. Het goedgekeurde budget is taakstellend en houdt een machtiging in voor het uitvoeren van de overeengekomen activiteiten, behoudens projectmatige activiteiten. Uitvoering bewaken Projectmatige activiteiten dienen, alvorens met de uitvoering mag worden gestart, eerst te worden beoordeeld en goedgekeurd op basis van een ingediend machtigingsdocument. De uitvoering wordt bewaakt en geregistreerd met behulp van de projectadministratie. Regelmatig vindt er toetsing plaats van de realisatie ten opzichte van de planning (budget). Afwijkingen worden gesignaleerd en geanalyseerd. Ten behoeve van de uitvoering van projecten worden projectstructuren aangelegd en beheerd. Projectbegrotingen worden beoordeeld, kosten geboekt en verwachtingen ingebracht. Regelmatig vindt toetsing plaats en wordt gerapporteerd over de voortgang. Projecten worden technisch gereed gemeld, financieel afgesloten en eindverslagen opgesteld. Rapportage Eenmaal per maand stellen units een unit rapportage op over de voortgang van de projecten, het verloop van de exploitatiekosten, de personele bezetting. Op basis van deze rapportage legt de unitmanager verantwoording af over de voortgang van de activiteiten en bereikte resultaten. De unit rapportage vormt de basis voor de Gasunie kwartaalverslagen, waarin de stand van zaken wordt aangegeven betreffende de uitvoering van de activiteiten in het vigerende businessplan. Daarnaast wordt minimaal maandelijks separaat gerapporteerd over de stand van zaken met betrekking tot grote risicovolle projecten, deze rapportage bevat zowel financiële als operationele cijfers. Op basis van maand- en kwartaalrapportages vinden zo nodig nadere analyse en bijsturing plaats van het businessplan. Elk jaar wordt ook de uitvoering van het vorige businessplan geëvalueerd
56 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Bijlagen
57 Gas Transport Services B.V. Inhoud Bijlagen I. Door GTS gehanteerde richtlijnen en normen 57 II. Monitoringsprocedure 58 III. Beschrijving componenten gastransportnet 60 IV. Kwalitatieve beoordeling componenten, monitoring, beoordeling en wijziging componenten 62 V. Bedrijfsmiddelenregister 64 VI. Wijzigingen in het gastransportnet ten opzichte van het KCD VII. Preventie Beleid Zware Ongevallen
58 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Bijlage I. Door GTS gehanteerde richtlijnen en normen Onderstaand is een overzicht gegeven van de meest relevante Europese richtlijnen en normen met hun (globale) toepassingsgebied die GTS hanteert. Europese Regelgeving - Laagspanningsrichtlijn - EMC Richtlijn - Richtlijn Gastoestellen - Richtlijn Drukapparatuur - Richtlijn eenvoudige drukvaten - ATEX Richtlijn - Machinerichtlijn Gasleidinginstallaties BEVI Besluit externe veiligheid inrichtingen BRZO 99 Besluit risico s zware ongevallen 1999 NEN-EN 1775 Gasleidingen in gebouwen max. werkdruk < 5 bar NEN-EN EN NEN 1059 NEN EN 15001, deel 1 en deel 2 NEN 1091 NEN 3650 NEN 3651 NPR 2760 NPR 6912 NEN-EN Gasvoorzieningsystemen Gasdrukregelstations voor gastransport en distributie Functionele eisen Metalen industriële leidingsystemen Eisen voor gasdrukregel- en meetstations met een inlaatdruk lager dan 100 bar; Nederlandse editie op basis van NEN-EN en NEN-EN Gasinstallatieleidingen met bedrijfsdrukken groter dan 0,5 bar voor industriële en niet-industriële gasinstallaties Veiligheidseisen voor stalen gastransportleidingen met een ontwerpdruk hoger dan 1 bar en lager of gelijk aan 16 bar. Eisen aan stalen transportleidingen Aanvullende eisen voor stalen leidingen in kruisingen met belangrijke waterstaatswerken Wederzijdse beïnvloeding van buisleidingen en hoogspanningsverbindingen Kathodische bescherming Metalen industriële leidingsystemen Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke VROM zoneringsregeling Ordening en Milieubeheer 26 november 1984 WION Wet Informatie Ondergrondse Netwerken, februari 2008 Gasverbruikinstallaties NEN-EN 656 CV-ketels met een atmosferische brander en een belasting tussen de 70 kw en 300 kw NEN-EN 676 Gasbrander met ventilator NEN-EN 746 Industriële installaties voor warmtebehandelingsprocessen Explosieveiligheid NEN Gevarenzone-indeling met betrekking tot gasontploffingsgevaar NPR 7910 Toelichting bij NEN Het wordt opgemerkt dat bovenstaande lijst een globaal overzicht geeft van de meest relevante wetten, richtlijnen en normen. Additioneel kent Gasunie een zeer gedegen en breed bouwwerk van technische bedrijfsnormen (de zogenaamde Gasunie Technische Standaarden), welke in meer detail beschreven is in het Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO) dat als bijlage VII is toegevoegd. Voorts is er binnen Gasunie een specifieke afdeling die de interne en externe standaardisatie coördineert en deels inhoudelijk bewaakt
59 Gas Transport Services B.V. Bijlage II. Monitoringsprocedure In onderstaande wordt een overzicht gegeven van het door Gasunie uitgevoerde preventieve onderhoudprogramma met betrekking tot de volgende componenten: 1. Transportnet 2. Afsluiterlocaties 3. Gasontvangstations (GO) 4. Meet- en regelstations (MR) 5. Reduceerstations (RS) 6. Grensstations (ES, IS) 1. Overzicht Transportnet Transportnet HTL RTL Beurt Vlieginspectie Tweewekelijks Tweewekelijks Rij inspectie Tweewekelijks Tweewekelijks Tracé lopen met tekening Eén keer per vier jaar Eén keer per vier jaar Loop inspectie meubilair inclusief Rij inspectie Jaarlijks Jaarlijks Zet- en zakbakens kunstwerken Afhankelijk vergunningseis Afhankelijk vergunningseis Inspectie (Pigging of Direct Assessment) Via programma Via programma 2. Overzicht Afsluiterlocaties Afsluiterlocaties HTL HPSD RTL AFBLAAS Beurt Inclusief Werktuigbouw Functionele test - Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Conditie test afsluiters Funct.test Elke drie jaar Elke drie jaar Vervangen olie/vet Conditie test Inspectie/revisie afblaas Eens in de vier jaar Drukvat inspectie buffertanks Eens in de acht jaar Electro en instrumentatie Calibratie Druktransmitters HPSD Instrumentatie CCP controle Functionele test HPSD Laagspannings-inspectie Calibratie druktransmitters Jaarlijks Eens in de vijf jaar Twee keer per jaar Jaarlijks Jaarlijks Algemeen Veiligheid, gezondheid en milieu ronde Eens in de vijf jaar Eens in de vijf jaar
60 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument /4/5/6 Overzicht Gasontvangststations (GO), Meet- en Regelstations (MR), Reduceerstations (RS), Grensstations (ES, IS) Preventief onderhoud excl. verwarmingsketels GASONTVANGSTATIONS GO MEET- EN REGELSTATIONS MR Beurt Inclusief RS-RTL GO-type ES met P-REGELING RS-HTL RS-RTL MR-type ES zonder P-regeling IS/MS/CS (telemetrie) A1-W stand by Eén keer per drie weken Vervalt als station stand-by Eén keer per drie weken Vervalt als station stand-by A2-W Eén keer per drie maanden Eén keer per drie maanden B-W A2 -W Jaarlijks B1-W A2-W Jaarlijks B2-W B1-W Eén keer per twee jaar AV-H Eén keer per vijf jaar Eén keer per vijf jaar D-W A2-W Eén keer per acht jaar D1-W A2-W Eén keer per vijf jaar Eén keer per vijf jaar D2-W A2-W Eén keer per acht jaar KT-W Jaarlijks BE-E Jaarlijks Jaarlijks BV-W ES: Eén keer per drie maanden BV-E ES: Jaarlijks E-K Eén keer per vijf jaar Eén keer per vijf jaar WI-W (MR) Alleen op aangeven van AGH Omschrijving beurten A1-W. THT-meting + Odorant-injectiecontrole A2-W: GO->Visuele controle + straten overnametest MR->Visuele controle B-W: Functionele test GO B1-W: Functionele test MR (uitvoering in najaar, vóór de winter!) B2-W: Controle Meetflenseenheid AV-H: Veiligheidscontrole (door CG) E-K: E-keur NEN 3140, explosieveiligheid, aarding, bliksem beveiliging. Uitvoering door Bevoegd Persoon WI-W (MR): Stand-by zetten van MR D-W: Inspectie Drukvaten door TVK D1-W: Inspectie Odoranttank door TVK D2-W: Inspectie Drukvaten door TVK KT-W: Controle telemetrie Klant BE-E: Controle instrumentatie, procescomputer, transmitters en kwaliteitsmetingen BV-W: Functietest uitvoering conform STS Hekwerken en Bewakingsystemen Controle uitvoering conform STS 20-02/03 resp. Hekwerken en bewakingsystemen (E&I) en Bewaking BV-E: en beveiligingsystemen (E&I) Procedures en werkinstructies, behorende bij de onderhoudsprogramma s, liggen vast in SAP-PM
61 Gas Transport Services B.V. Bijlage III. Beschrijving componenten gastransportnet In deze bijlage beschrijft GTS de hoofdbestanddelen van het gastransportnet. De beschrijving is uitgebreid ten opzichte van de beschrijving in het KCD 2007, waarbij in meer detail wordt ingegaan op de functie en configuratie. Transportnet: kilometer (waarvan HTL: km en RTL: km) Het gas wordt getransporteerd in twee drukregimes. In het hoge druk transportnet (HTL) vindt transport plaats met een maximale druk van 66 en soms 80 bar. In het regionale transportnet (RTL) vindt transport plaats met een maximale druk van 40 bar. HTL- en RTL afsluiterlocaties (waarvan HTL: 600 en RTL: 2.800) Een afsluiterlocatie heeft tot doel schakelingen in het gastransportsysteem uit te voeren. Deze schakelingen kunnen enerzijds het doel hebben om leidingsecties af te sluiten, anderzijds kunnen door schakelingen gasstromen via alternatieve routes worden geleid. Gasontvangstations: De uiteindelijke aflevering van gas vindt plaats met behulp van de Gasontvangstations (Systeemverbinding). Het overgrote deel hiervan is aangesloten op het RTL-systeem, soms echter ook direct aangesloten op het HTL-systeem, afhankelijk van de eindgebruiker. Omdat het gasontvangstation het eindpunt is van een Gasunie transportleiding, is dit ook de plaats waar de comptabele meting plaats vindt van de afgeleverde hoeveelheid aardgas. De levering van het aardgas gebeurt gewoonlijk op 8 bar. De drukreductie geschiedt met behulp van regelaars. Op een gasontvangstation wordt het gas verwarmd om te voorkomen dat de temperatuurdaling als gevolg van drukreductie leidt tot de vorming van condensaat of hydraat. Om te voorkomen dat de drukregelaars en turbinemeters vervuild raken, wordt het gas gereinigd door een filter. Meet- en regelstations: 79 De belangrijkste functie van een meet- en regelstation is het reduceren van de gasdruk naar 40 bar. Dit is nodig om een koppeling tot stand te kunnen brengen tussen het HTL en het RTL. De drukregel groep op het station bestaat uit meerdere parallel geschakelde regelstraten. Naast drukreductie heeft het meet- en regelstation nog een andere functie, namelijk het odoriseren van het aardgas. Reduceerstations: 27 Een reduceerstation zorgt voor drukverlaging in het gastransportnet. Drukreductie kan nodig zijn wanneer twee of meer hogedrukleidingen worden gekoppeld. In deze gevallen zal een reduceerstation de hoogste leidingdruk reduceren tot de laagste leidingdruk. Uit besturingsoogpunt kan door inzet van reduceerstations de gasstroom geregeld en gestuurd worden. Grensstations: 15 Grensstations zijn entry stations of exit stations op de grenzen van Duitsland, België en Engeland (BBL). Een grensstation ontvangt van of levert aardgas aan het buitenland, reden waarom ze uitsluitend zijn te vinden aan de landgrens. De functie van het grensstation is het meten van de geleverde hoeveelheid aardgas aan afnemers in het buitenland. Mengstations: 17 Het HTL-systeem valt uiteen in twee deelsystemen. In het ene systeem wordt gas van de Groningen kwaliteit getransporteerd. Dit (G)gas komt via het RTL-systeem grotendeels in de openbare markt terecht en via het HTL beschikbaar voor export. Daarnaast bestaat een HTL-systeem waarin H-(Hoogcalorische) gassen van uiteenlopende kwaliteit worden getransporteerd. Dit gas wordt geleverd aan grote industrieën, elektriciteitscentrales en voor een gedeelte geëxporteerd. Daarnaast is Gasunie afhankelijk van het gas dat wordt aangeboden uit de verschillende onshore en offshore velden, die allemaal verschillende kwaliteiten aardgas bezitten. Op de mengstations kunnen de
62 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 drie soorten gas, eventueel aangevuld met ingekochte of zelfgeproduceerde stikstof, gemengd worden naar een Groningenkwaliteit voor de binnenlandse markt of een verrijkte Groningenkwaliteit voor de export.over het algemeen zijn de mengstations op dezelfde locatie gelegen als de compressorstations. Compressorstations: 17 De functie van een compressorstation is het op niveau houden van de druk in het HTL. Het gas kan na elke km van het hoofdtransportsysteem in druk worden verhoogd (compressie). De compressie van het G-gas vindt in hoofdzaak s winters plaats. In het hoofdtransportnet zorgen 17 compressorstations ervoor dat de druk op niveau blijft. In het vorig KCD stonden 16 stations vermeld. De nieuw gebouwde installatie betreft Grijpskerk. Daarnaast wordt echter opgemerkt dat Anna Paulowna in eigendom is van BBL Company, zijnde een joint venture tussen Gasunie, Fluxys en Eon Ruhrgas. Gasunie is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van deze installatie. LNG-installatie: 1 Op de Maasvlakte is een peak-shaver gelokaliseerd. Op deze locatie is een grote hoeveelheid vloeibaar methaan (LNG) en stikstof in tanks opgeslagen. In perioden van extreme koude kan vanuit deze installatie vloeibaar gas weer gasvormig gemaakt worden ter ondersteuning van de levering in de Randstad. De transportcapaciteit vanuit Groningen is in dergelijke gevallen onvoldoende. Stikstofinstallaties: 2 Op een aantal plaatsen wordt H-gas door het mengen met stikstof geschikt gemaakt voor de Groningen-gasmarkt. Daartoe heeft Gasunie twee stikstofinstallaties, die stikstof aan de atmosfeer onttrekken en vervolgens in de reguliere gasstroom injecteren. Deze installaties zijn gelegen in Ommen en Kootstertille. Daarnaast wordt op de locaties IJmuiden en Rotterdam stikstof van derden betrokken ten behoeve van kwaliteitsconversie
63 Gas Transport Services B.V. Bijlage IV. Kwalitatieve beoordeling componenten, monitoring, beoordeling en wijziging componenten Het totale Gasunie-transportsysteem varieert in leeftijd tussen de één en vierenveertig jaar. Het systeem voldoet aan de eisen die er vanuit veiligheid en beschikbaarheid aan gesteld worden. Bewaking hiervan vindt plaats door onder andere performanceregistratie en inspecties. Daarnaast is er een systeem dat bewaakt of onderdelen nog steeds verkrijgbaar zijn en daarmee het systeem of een deel daarvan nog langer onderhoudbaar is. Per hoofditem vindt een regelmatige capaciteitstoets plaats die in voorkomende gevallen leidt tot wijzigingen. Centraal vindt er een monitoring plaats op veranderende wet- en regelgeving. In voorkomende gevallen leidt dit tot aanpassingen in het systeem. De onderhoudsbevindingen worden geregistreerd in de Plant Maintenance module van SAP. Nadere analyses van deze bevindingen geven zo nodig aanleiding tot correctief onderhoud of vervanging. Ook kunnen analyses leiden tot een bijstelling van het onderhoudsconcept. De manier waarop GTS de toestand vastlegt is niet kwalitatief, maar in de zin van te nemen acties. Hiermee waarborgt GTS dat de technische toestand van de componenten dusdanig is dat de vereiste betrouwbaarheid en veiligheid van het gastransport gegarandeerd is. Hieronder wordt per item nader ingegaan op bijzonderheden. Transportnet De huidige staat van de transportleidingen wordt gecontroleerd met behulp van onder andere een uitgebreid inwendig inspectieprogramma (intelligent Pigging) en coating surveys. Basis is ook hier weer de risicobenadering. Afhankelijk van de resultaten wordt een herinspectietermijn vastgelegd. Continue bescherming vindt plaats door het KB-systeem. Bewaking vindt plaats door onder andere het halfjaarlijks meten van ruim meetpunten, controles op drainages en gelijkrichters. Een en ander wordt aangestuurd en vastgelegd vanuit de PM-module van SAP (zie Bijlage III). Het voorkomen van schade wordt onder andere vorm gegeven door middel van inspecties met een helikopter en het KLIC-systeem en het geven van informatie aan gravers en grondeigenaren. Daarnaast worden activiteiten in het kader van Ruimtelijke Ordening gevolgd. Dit leidt met enige regelmaat tot verleggingsprojecten. HTL- en RTL-afsluiterlocaties De locaties zijn normaliter onbemand. Onderhoud wordt aangestuurd en vastgelegd vanuit de PM-module van SAP. Ook storingen en het oplossen daarvan wordt in de PM-module van SAP vastgelegd. Een aantal locaties worden 24 uur per dag bewaakt met behulp van telemetriesystemen. Storingen worden automatisch via de PM-module van SAP doorgezet naar de lokale onderhoudsorganisatie die door een wachtdienstorganisatie ook 24 uur per dag beschikbaar is. Dit geldt ook voor meldingen die telefonisch of via het alarmeringssysteem bij de Centrale Commando Post terechtkomen. In voorkomende gevallen worden al dan niet naar aanleiding van analyses van terugmeldingen in SAP- voorstellen gedaan voor een aanpassing van het onderhoudsconcept of projecten gedefinieerd ter verdere verbetering van de performance. Vanuit de vergunningssituatie zijn er regelmatig contacten met de lokale overheden. Ook hiervandaan kunnen projecten geïnitieerd worden. Gasontvangstations/Meet- en regelstations/reduceerstations/grensstations De stations zijn normaliter onbemand. Onderhoud wordt aangestuurd en vastgelegd vanuit de PM-module van SAP. Ook storingen en het oplossen daarvan wordt in de PM-module van SAP vastgelegd. De stations worden 24 uur per dag bewaakt met behulp van telemetriesystemen. Storingen worden automatisch via de PM-module van SAP doorgezet naar de lokale onderhoudsorganisatie die door een wachtdienstorganisatie ook 24 uur per dag beschikbaar is. Dit geldt ook voor meldingen die telefonisch of via het alarmeringssysteem bij de Centrale Commando Post terechtkomen. De afdeling Operations maakt rapportages en analyses vanuit de PM-module van SAP waarbij de geformuleerde beschikbaarheideisen (KPI s) als norm gelden. In voorkomende gevallen worden voorstellen gedaan voor een aanpassing van het onderhoudsconcept of projecten gedefinieerd ter verdere verbetering van de performance. Vanuit de vergunningssituatie zijn er regelmatig contacten met de lokale overheden. Ook hiervandaan
64 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 kunnen projecten geïnitieerd worden. Compressor- en Mengstations en LNG installatie De compressor- en mengstations zijn voor een deel continu bemand, voor een deel van maandag tot en met vrijdag bemand en voor een deel onbemand. De werkwijze met betrekking tot onderhoud en storingen is identiek aan de werkwijze zoals beschreven bij de kleinere stations. Vanuit de vergunningssituatie en de BRZO-wetgeving zijn er regelmatig contacten met de provinciale overheid. Ook uit deze contacten kunnen projecten geïnitieerd worden. Stikstofinstallaties De beide stikstofinstallaties maken deel uit van een bestaande locatie (Ommen en Kootstertille) en vallen als zodanig ook onder hetzelfde beheer- en onderhoudsregime
65 Gas Transport Services B.V. Bijlage V. Bedrijfsmiddelenregister De bij Gasunie in gebruik zijn de geautomatiseerde systemen en hun onderlinge samenhang is weergegeven in onderstaande figuur. AUTO CAD MICRO STATION CASTOR GEO LINK tekening gegevens Handmatige invoer DDS GDB DIS SAP gegevens gegevens mail PIMS GIGI (viewing) KLIC / VLIEG melding KB DATA PIGGING DATA Registratie en tekeningbeheer proces In de Autocad, Microstation en met name Castor worden tekeningen gemaakt en bijgehouden van de ligging en inrichting van de infrastructuur. Dit start reeds in de ontwerpfase van de leiding. Deze tekeningen worden na het accorderen opgeslagen in DDS (tekeningbeheerssysteem). Hierin worden alle versies van alle documenten permanent bewaard, waardoor het altijd mogelijk is de historische situatie terug te vinden. Vanuit Castor worden (handmatig) de tekeningnummers in SAP ingebracht. Dit is de referentie voor het aanmaken van diverse werkopdrachten ten behoeve van het beheren van de leidingtracés. Verder worden de gegevens van Castor overgezet naar de zogenaamde GDB (GeoDatabase). Iedere wijziging in Castor wordt hierin de volgende dag zichtbaar gemaakt. De GDB stelt haar gegevens beschikbaar aan een aantal andere systemen. Integrity proces Om ervoor te zorgen dat de leidingen in goede staat blijven heeft Gasunie een tweetal hoofdprocessen ingericht. Pipeline Integrity Management is er op gericht de staat van de leidingen te monitoren en te voorkomen dat deze een gevaar gaat opleveren voor haar omgeving. Dit proces wordt ondersteund door het systeem PIMS. Bewaken Veilige Ligging is er op gericht beschadiging van buitenaf (door derden) te voorkomen. Hiervoor is een aantal subprocessen
66 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 ingericht, waaronder Afhandelen KLIC meldingen. De integriteit van de installaties en stations worden aangestuurd vanuit SAP-Plant Maintenance door middel van werkopdrachten die voortkomen uit het onderhoudsprogramma. Pipeline Integrity Management Met PIMS wordt de analyse van het leidingnet uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne (actuele) gegevens uit de GDB. Dit zijn met name ligginggegevens (x,y,z coördinaten), en ook buisleidinggegevens (diameter, wanddikte, materiaalsoort). Verder wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld Piggingdata, verkregen uit de zogenaamde Pigruns en gegevens uit het Kathodische Bescherming-netwerk (het systeem dat voor de Kathodische Bescherming van de leidingen zorgt). Bewaken Veilige Ligging Voor het bewaken van de veilige ligging van de leiding voert Gasunie een aantal activiteiten uit. In de eerste plaats handelt Gasunie KLIC meldingen af. Grondroerders zijn verplicht een zogenaamde KLIC melding te doen bij het instituut KLIC. Zij stellen op basis van de periodiek door Gasunie aangeleverde gegevens vast of Gasunie mogelijk betrokken is bij een graafwerk. Is dit het geval krijgt Gasunie hiervan bericht. Dit bericht wordt opgeslagen in de GDB, in DIS (Document Management Systeem) en in SAP. Met de applicatie Geolink wordt de vervolgactie bepaald door Gasunie. Dit kan zijn het sturen van een brief met de mededeling dat er mag worden gegraven (uitsluitend binnen het opgegeven gebied en binnen een bepaalde termijn). Het kan echter ook zo zijn dat Gasunie toezicht wil houden bij het graven. In dat geval wordt de grondroerder hiervan op de hoogte gesteld en wordt in SAP een werkorder aangemaakt, zodat het toezicht wordt ingepland. Iedere twee weken wordt het hele transportnet door middel van een vliegcontrole gecontroleerd. De meldingen die hieruit voortkomen worden afgehandeld als een KLIC melding, met dat verschil dat er altijd toezicht zal zijn. In voorkomende gevallen zal de helikopter te plaatse landen om de werkzaamheden stil te leggen. Tot slot vinden ook nog periodieke Tracécontroles plaats, hierbij wordt over de leiding gelopen (of langs de leiding gereden). De veranderingen in de omgeving (en bijvoorbeeld veranderingen in de leidingdekking) worden geregistreerd en in Castor aangepast. Werkzaamheden die vanuit het Ruimtelijke Ordening-overleg met derden leiden tot graafactiviteiten in de nabijheid van leidingen, worden doorgesproken en leiden in de uitvoeringsfase tot toezicht ter plaatse. In voorkomende gevallen worden leidingsecties ter plaatse gedurende de looptijd van het project van extra markering voorzien (gele borden met de tekstborden hoge druk gasleiding LEVENSGEVAARLIJK ) naast de al bestaande leidingmarkering in de vorm van vlieg-, KB- en aanwijspalen. Het borgen van actualiteit, betrouwbaarheid en volledigheid van de gegevens, alsmede de maximale verwerkingstijd, is belegd in een aantal procedures, zijnde het handboek Asset Data Management 5 voor leidingen en het handboek Operations Management 6 voor de overige objecten. Additioneel vindt er een maandelijkse controle op SAP gegevens en een tweemaandelijkse controle op GIS-gegevens plaats. Hierbij wordt onder meer gekeken of alle database velden op de juiste wijze (logisch en volledig) gevuld zijn. De bevindingen hieruit worden gerapporteerd aan databeheer die de fouten in Castor en SAP kan wijzigen. 5 Handboek Asset Data Management: ADM_3-02, 6 Handboek Operations Management: OMH
67 Gas Transport Services B.V. Bijlage VI. Wijzigingen in het gastransportnet ten opzichte van het KCD 2007 In dit overzicht zijn de wijzigingen opgenomen die conform Artikel 4 lid 1 van de Gaswet jaarlijks aan de minister van Economische Zaken worden gemeld. In dit geval betreft het de in 2007 en 2008 gerealiseerde wijzigingen in het gastransportnet dat wordt beheerd door GTS. De in dit overzicht opgenomen wijzigingen hebben betrekking op het HTL-netwerk. Uitbreiding transportcapaciteit traject Noordoost-Nederland West-Nederland Omschrijving Dit project omvatte de volgende zaken: De aanleg van ca. 80 km 48 gastransportleiding (A-652) van Grijpskerk naar Workum inclusief de benodigde faciliteiten. De aanleg van ca. 30 km 48 gastransportleiding (A-653) van Workum naar Wieringermeer inclusief de benodigde faciliteiten. De bouw van een compressorstation nabij de ondergrondse berging van de NAM te Grijpskerk. De bouw van een reduceerstation op locatie Workum. Reden Uitbreiding van de transportcapaciteit van Noordoost-Nederland naar West-Nederland is noodzakelijk om een aantal knelpunten op te lossen die zijn ontstaan als gevolg van een verschuiving van invoer van gas van Balgzand naar Groningen en als gevolg van additionele transitstromen. 36 gastransportleiding Wieringermeer Oudelandertocht Omschrijving Dit project betrof de aanleg van ca. 2,6 km 36 gastransportleiding (A-656). De leiding is gesitueerd tussen de locaties Wieringermeer en Oudelandertocht. Reden Met de aanleg van deze leiding wordt een tweede verbinding tussen Wieringermeer en Oudelandertocht gerealiseerd, waardoor tegelijkertijd H-gas uit Noorwegen via het traject Noordoost-Nederland West-Nederland naar Engeland (via de BBL) kan stromen en het H-gas van een lagere kwaliteit uit West Nederland naar mengstation Wieringermeer gaat. Door aanleg van deze nieuwe leiding kan op mengstation Wieringermeer stikstof optimaler worden ingezet. Inname Middelie gas Omschrijving Dit project betrof de aanleg van ca. 1,9 km 10 gastransportleiding inclusief de benodigde faciliteiten. De leiding is gesitueerd tussen NAM-locatie Middelie-300 en de bestaande gastransportleiding A-563 in de gemeente Beemster. Het bestaande mengstation op Beverwijk is aangepast om het gas in te kunnen nemen. Reden Met dit project worden voorzieningen gerealiseerd om het gas geproduceerd vanaf de locaties West Beemster, Middelie en Rustenburg in te kunnen nemen op mengstation Beverwijk. Stikstofinstallatie Kootstertille Omschrijving Dit project betrof de realisatie van een stikstofinstallatie op mengstation Kootstertille. Het mengstation is aangepast om stikstofinjectie mogelijk te maken. Reden In Noord-Nederland wordt het gas uit kleine velden in de regio Friesland ingepast in de G-gas markt via mengstation Kootstertille. Het aangeboden gas bestaat zowel uit H-gas als L-gas. Het aanbod L-gas neemt steeds verder af. Om het H-gas toch in te kunnen passen is een stikstofinstallatie geplaatst
68 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2009 Aanpassing drukbeheersing installaties Omschrijving Dit project betrof het aanpassen van het drukbeheersingssysteem op installaties. Reden Bij de oplevering van installaties voldeden deze aan de eisen die op dat moment golden. Besloten is om het beheer van de drukbeveiligingssystemen te verbeteren en naar de laatste inzichten (o.a. verminderen methaanemissie) op het gebied van drukbeheersing in te richten. Uitbreiding transportcapaciteit traject Glinthaar Bornerbroek Omschrijving Dit project betrof de aanleg van ca. 28 km 36 gastransportleiding inclusief de benodigde faciliteiten. Reden Met dit project voldoet Gas Transport Services aan de vraag naar transportcapaciteit in verband met het aansluiten van cavernes in Duitsland op haar net. Tevens wordt voorzien in de toegenomen vraag naar transportcapaciteit in het verzorgingsgebied achter Ommen richting Enschede. Druk opwaardering traject Ommen Enschede Omschrijving Dit project betrof aanpassingen op acht stations om de operationele druk in het traject Ommen Enschede voor de leidingen A-646 en A-648 te verhogen. Reden Met dit project wordt de transportcapaciteit op het traject Ommen Enschede vergroot om te voldoen aan de vraag naar transportcapaciteit. Aansluiten E.on Ruhrgas leiding op Oude Statenzijl Omschrijving Dit project betrof het aansluiten van een 36 gastransportleiding van E.on Ruhrgas op Oude Statenzijl, het verkrijgen van de benodigde Nederlandse vergunningen voor deze leiding en uitbreiding van station Oude Statenzijl. Reden Met deze leiding wordt de transportcapaciteit tussen Bunde en Oude Statenzijl uitgebreid. Aansluiten RWE leiding op Bocholtz Omschrijving Dit project betrof het uitbreiden van station Bocholtz. Dit was noodzakelijk om een gastransportleiding van RWE aan te kunnen sluiten op het gastransportnet van GTS. Reden Met deze leiding wordt transportcapaciteit gecreëerd tussen Gas Transport Services en RWE. Inname Groet-Oost gas Omschrijving Dit project betrof het aanpassen van mengstation Beverwijk. Reden Met dit project worden voorzieningen gerealiseerd om het gas geproduceerd vanaf Groet-Oost in te kunnen nemen op mengstation Beverwijk. Aansluiting Flevocentrale Omschrijving: Dit project betrof de aanleg van een nieuwe 24 leiding tussen Hattum en Lelystad. Reden: Hiermee zullen twee nieuwe units van de Flevocentrale beleverd worden
69 Gas Transport Services B.V
70 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : 5.2 Bijlage VII. Preventie Beleid Zware Ongevallen N.V. Nederlandse Gasunie Het Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO) Rev
71 N.V. Nederlandse Gasunie Inhoudsopgave PBZO-document 1 PBZO-document Scope van het PBZO-document 4 2 Beleidsuitgangspunten Algemeen Algemene doelstellingen en beginselen PBZO Specifieke veiligheidsdoelstellingen Beleiduitgangspunten t.a.v. externe veiligheid Beleid Normen Begrippen Toetsing van de risico s Omgaan met belangen 9 3 VBS-elementen 10 4 Gasunie Technische Standaards 13 5 Risicobeoordeling Risico s verbonden aan de Gasunie inrichtingen 17 6 Implementatie PBZO-BELEID binnen Gasunie 20 7 Bekendmaking van het beleid met betrekking tot zware ongevallen
72 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : 5.2 Gebruikte afkortingen: Afkorting Verklaring Toelichting ALARA As Low As Reasonably Achievable In beginsel moeten de beste technieken en werkmethoden worden toegepast. ARIE Aanvullende Risico Inventarisatie Arbobesluit, zoals gewijzigd per 7 februari 2004 (Staatsblad 2004 nr. 69) en Evaluatie BEVI Besluit Externe Veiligheid Inrischingen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. BRZO 99 Besluit Risico Zware Ongevallen Regeringsbesluit voor de implementatie van de EU richtlijn Seveso-II. CCP Centrale Commando Post Ruimte van waaruit de besturing van het gastransport in Nederland wordt geregeld. CSA Constructie Specificatie Algemeen Onderdeel van interne standaards (GTS) ESD Emergency Shut Down Gegenereerde noodstop. FMEA Failure Mode and Effect Analysis Een FMEA onderzoekt het gevolg van mogelijk falen om op voorhand constructieve of procesmaatregelen te treffen om dit falen te voorkomen. FMECA Failure Mode, Effect and Criticality De FMECA heeft dezelfde basis als de FMEA echter hierbij worden de optredende Analysis effecten aanvullend naar ernst ingedeeld. GTS Gasunie Technische Stanaard Bedrijfsnorm. HAZOP Hazards and Operability Analysis Een systematische analyse van mogelijke afwijkingen van het normale proces. Voor deze afwijkingen worden de mogelijke oorzaken en consequenties bepaald en worden veiligheidswaarborgen aangebracht. LNG Liquefied Natural Gas Vloeibaar aardgas. LOC Loss Of Containment Ongewenst vrijkomen van een gevaarlijke stof. LOD Line Of Defence Veiligheidsmaatregel. MOC Management of Change Beheersing van wijzigingen, zie VGM_ OSA Ontwerp Specificatie Algemeen Onderdeel van interne standaards (GTS) PBZO Preventie Beleid Zware Ongevallen QRA Quantitative Risk Analysis Kwantitatieve analyse van de risico s op basis van kansen en gevolgen van van te voren bepaalde s. RI&E Risico Inventarisatie en Evaluatie ARBO-gerelateerd onderzoek. RIVM Rijksinstituut voor Volkgezondheid en Milieu SWIFT Structured What-If Technique Methode om systematisch gevaarlijke situaties te identificeren. TRIPOD Unit TA Technisch Asset Management Unit TN Technisch Nieuwbouw & Renovatie Unit TO Technisch Operation Unit TV Technisch Veiligheid Unit V Veiligheid V,G&M Veiligheid, Gezondheid en Milieu VBS Veiligheidsbeheerssysteem Nadere detaillering en invulling van het PBZO-beleid. VR Veiligheidsrapport Een gedetailleerd rapport m.b.t. veiligheidsaspecten voor alle BRZO 99- VR plichtige inrichtingen
73 N.V. Nederlandse Gasunie 1 PBZO-document 1.1 Scope van het PBZO-document Dit PBZO-document is van kracht voor alle inrichtingen van Gasunie die onder de werking van het BRZO 99 of van de ARIE vallen. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven. Tabel 1, indeling stationstypes met bijbehorende documenten Stationstype Documenten Stations inhoud > 200 ton VR PBZO VBS QRA LNG Ommen Wieringermeer Ravenstein 50 ton < inhoud < 200 ton PBZO VBS ARIE QRA Beverwijk Zweekhorst Oldeboorn Spijk Kootstertille Schinnen Alphen Anna Paulowna Grijpskerk (per ) 1 ton < inhoud < 50 ton PBZO VBS ARIE QRA* Mengstations Exportstations Reduceerstations Meet en regelstations inhoud < 1 ton PBZO VBS Gasontvangststations Injectiestations Afsluiterlocaties * Dit document gaat niet in op de arbeidsveiligheidrisico s met een brede opdeling, maar behandelt slechts arbeidsveiligheidsrisico s die in het geding zijn bij de kleine kans op zeer ernstige ongevallen in het kader van de BRZO. * Uitgevoerd op verzoek van het bevoegde gezag
74 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : Beleidsuitgangspunten 2.1 Algemeen Het algemene Gasunie-beleid is erop gericht dat Gasunie opereert binnen de wet en maatschappelijke normen met bijzondere aandacht voor gezondheid, veiligheid, milieu en persoonlijke onkreukbaarheid. In het Handboek Veiligheid, Gezondheid & Milieu zijn, in de vorm van een directieverklaring, algemene beleidsuitgangspunten inzake veiligheid (V), gezondheid (G) en milieuzorg (M) neergelegd. Hierin staat dat Gasunie ernaar streeft, en dat ook van de medewerk(st)ers wordt verlangd, dat er bij de uitvoering van de activiteiten: géén ongevallen plaatsvinden (onveilig werken = stoppen); géén negatieve effecten optreden voor de gezondheid van het eigen personeel, het personeel van aannemers en overige derden; continue verbeteringen - met inachtneming van economische randvoorwaarden - worden gerealiseerd op het gebied van: efficiënt gebruik van energie; efficiënt gebruik van grond- en hulpstoffen; vermindering van schadelijke emissies naar bodem, water en lucht. Hierbij zal Gasunie: voldoen aan geldende wetten en voorschriften; de ontwikkelingen volgen en pro-actief handelen; een prestatie leveren die uitsteekt boven die van andere bedrijven in haar branche. Dit document wordt regelmatig bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten en/of wetgeving. Sinds 1999 is binnen de Europese Unie de z.g. Seveso II-richtlijn van kracht, in Nederland geïmplementeerd door het besluit Risico s Zware Ongevallen 1999 (BRZO 99). Een van de verplichtingen voor bedrijven die onder de werking van het besluit vallen, is het opstellen van een preventiebeleid voor zware ongevallen (PBZO). Dit PBZO-document is gebaseerd op de algemene beleidsuitgangspunten die de N.V. Nederlandse Gasunie tot op heden heeft geformuleerd in haar V,G en M-verklaring en geeft een verbijzondering voor de preventie van zware ongevallen. Het voorliggend document dient ter voldoening van de bedoelde wettelijke eisen met betrekking tot een PBZO-document en vormt een onderdeel van het handboek V,G&M. In versie 5.0 van het PBZO zijn de wijzigingen n.a.v. commentaren van het bevoegd gezag meegenomen tot en met mei Algemene doelstellingen en beginselen PBZO Binnen de algemeen geformuleerde V, G&M-uitgangspunten, valt ook de preventie van zware ongevallen, zijnde ongewenste gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen waarbij ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens (binnen of buiten de inrichting) of voor het milieu ontstaat. Afhankelijk van het risico worden passende maatregelen genomen. De uitvoering van dit beleid vindt plaats door: het voorkomen van het ongecontroleerd vrijkomen van aardgas* 7 (een loss of containment; LOC) door een intrinsiek veilig, duurzaam en integer ontwerp van de installatie dat gebaseerd is op nationaal en internationaal gehanteerde normen. Ter beheersing van dit doel maakt Gasunie gebruik van Gasunie Technische Standaarden (GTS en), waarin technieken die zichzelf bewezen hebben en die gebaseerd zijn op of gebruik maken van, recente inzichten op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu, zijn voorgeschreven. * Behalve aardgas kan ook het vrijkomen van stikstof of aardgascondensaat aan de orde zijn
75 N.V. Nederlandse Gasunie indien een LOC niet uit te sluiten is adequate barrières (lines of defence; LOD) aan te brengen om escalatie te voorkomen. De prioriteit van de beheersmaatregelen zijn: Preventieve beheersmaatregelen (maatregelen gericht op het beperken van de risico s) Technische beheersmaatregelen. De technische beheersmaatregelen zijn veelal beschreven in de GTS en. Er zijn o.a. GTS en voor het intrinsiek veilig en integer ontwerp van installaties, het aanbrengen van beveiligingen, zonering, gasdetectie en ESD. Organisatorische beheersmaatregelen (zoals werkvergunning, openvuurvergunningen, etc.) Repressieve beheersmaatregelen (maatregelen gericht op het beperken van een effect na een calamiteit) Bedrijfshulpverlening Calamiteitenplannen (vastgelegd in het Handboek Emergency Control) Bedrijfsnoodplannen Het toepassen van een Management Of Change (MOC) systematiek waarbij wijzigingen van technische en organisatorisch aard ten aanzien van veiligheid op maat zijn geborgd. Op maat betekent hier dat afhankelijk van de situatie, maar vanuit de gedachte van de voorgaande punten ten aanzien van veiligheid, wordt gehandeld. 2.3 Specifieke veiligheidsdoelstellingen Om aan de algemene doelstellingen en beginselen van het PBZO te voldoen, hanteert Gasunie onderstaande beleidsdoelstellingen die nauw gekoppeld zijn aan de aard en omvang van mogelijke risico s: Voorkomen van een ongecontroleerde/ongewenste gasemissie. De invulling hiervan geschiedt door: toepassen van een brongerichte aanpak bij ontwerp, materiaalkeuzes en constructie (toepassen van interne GTS en, zie 1.6); adequaat toepassen en beheren van corrosie preventie systemen; rapporteren en analyseren van alle incidenten met als gevolg een ongecontroleerde/ongewenste gasemissie en het nemen van adequate maatregelen. Beheren van de installatie op een dusdanige wijze dat deze inherent veilig is en blijft. De invulling hiervan geschiedt door: opnemen van veiligheid als vast agendapunt bij (werk)overleg op alle niveaus in de organisatie; periodiek keuren/inspecteren en evalueren van drukhouders; periodiek keuren/inspecteren en evalueren (op effectiviteit) van druk-beveiligingstoestellen, gasdetectie, branddetectie en blussystemen; toepassen van de Management Of Change procedure bij wijzigingen aan de installatie; stringent uitvoeren van periodieke onderhouds- en inspectiebeurten; registratie van gevallen waar afgeweken is/wordt van vergunningsvoorwaarden (met name veiligheidsaspecten). Het in stand houden van een adequate calamiteiten organisatie. De invulling hiervan geschiedt door: in stand hebben en houden van een adequate en professionele bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV); in stand hebben en houden van een adequaat en actueel bedrijfsnoodplan; periodiek testen en eventueel bijstellen van de calamiteiten organisatie en het bedrijfsnoodplan door het uitvoeren van realistische oefeningen met externe hulpverleningsorganisaties
76 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : 5.2 Zoveel mogelijk lering trekken uit ongewenste gebeurtenissen. Incidenten en risicovolle situaties worden grondig onderzocht op directe en achterliggende oorzaken, de aanbevelingen worden uitgevoerd en er vindt een terugkoppeling plaats naar direct betrokkenen/belanghebbenden. De invulling hiervan geschiedt door: het vastleggen en analyseren van onveilige gebeurtenissen c.q incidenten (Accidentmeldingen); periodiek te rapporteren over alle meldingen; jaarlijks een analyse uit te voeren naar mogelijke trends in oorzaken; het uitvoeren van een specifieke analyse van opgetreden risicovolle gebeurtenissen (Commissie Veiligheid, TRIPOD); periodiek uitvoeren van veiligheidsrondes. Op regelmatige basis uitvoeren van studiesmet betrekking tot veiligheid en integriteit. De invulling hiervan geschiedt door: het periodiek uitvoeren van SWIFT-studies (zie 1.5 punt.2); beoordeling van de restrisico s aan de hand van de risicomatrix (zie 1.8); opstellen van een actieplan met mogelijk aanvullend onderzoek om de restrisico s tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen; initiëren en uitvoeren van adequate maatregelen; evalueren van de maatregelen; bijhouden van nationale en internationale ontwikkelingen en deelname aan samenwerkingsverbanden in de branche op het gebied veiligheid en integriteit. Het houden van toezicht op uitvoering van werkzaamheden verricht door derden. De invulling hiervan geschiedt door: een stringente toepassing van werkvergunningen; beoordeling veiligheidsplan van aannemer voor uitvoering van de werkzaamheden; specifieke eisen te stellen aan extern personeel afhankelijk van de aard en omvang van de ingeschatte risico s die de uitvoering van het werk met zich meebrengt; werkzaamheden moeten uitgevoerd worden volgens vigerende GTS-constructienormen, onderhoudsinstructies, technische bulletins etc. Eigen personeel en ingehuurd personeel dient adequaat opgeleid te zijn voor de werkzaamheden die verricht moeten worden. De invulling hiervan geschiedt door: eigen personeel volgt intern opleidingstraject; opleidingen met een herhalingskarakter worden strikt nageleefd; alleen inhuren van VCA gecertificeerd inhuurpersoneel. Controle op naleving en uitvoering van het beleid. De beoordeling hiervan geschiedt door: periodiek uitvoeren van operationele audits met specifieke aandacht voor BRZO 99; periodiek uitvoeren van specifieke risicoanalyses (ORA s)
77 N.V. Nederlandse Gasunie In de zogenaamde Dienstverleningsovereenkomst tussen de units Asset Management en Operations zijn, onder andere ten behoeve van Veiligheid en Milieu, prestatie-indicatoren gedefinieerd. Voor deze prestatie-indicatoren zijn gezamenlijk norm- en signaalwaarden vastgelegd. Elk kwartaal rapporteert de unit TO aan TA betreffende de realisatie van deze prestatie-indicatoren. De prestatie-indicatoren voor het aspect Veiligheid & Milieu zijn o.a.: Ongevallen; Milieugebeurtenissen; Realisatie van veiligheidsgerelateerde onderhouds- en inspectiebeurten; Beschadigingen aan de Infrastructuur; Responstijd van de calamiteiten organisatie; Naleven van de vergunningsvoorwaarden. 2.4 Beleiduitgangspunten t.a.v. externe veiligheid Beleid De productie, opslag, verwerking en het transport van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen veroorzaken een risico voor de omgeving: er is een (kleine) kans op een (ernstig) ongeval. In Nederland is hiervoor het externe veiligheidsbeleid ontwikkeld. Onze inrichtingen zijn in die zin aandachtspunt Normen Afhankelijk van de hoeveelheid, de aard van en de handelingen met gevaarlijke stoffen kan er sprake zijn van een zodanig risico voor de omgeving dat een toetsing aan hiervoor door het rijk vastgelegde risiconormen aan de orde is. Bij dergelijke inrichtingen bestaat er een wettelijke norm voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en er is een verantwoordingsplicht voor het zogenaamde groepsrisico Begrippen Plaatsgebonden risico: Risico op een plaats buiten een inrichting,uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Groepsrisico: Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Beperkt kwetsbaar object: Objecten zoals: verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, dienst- en bedrijfswoningen van derden, kleine kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels sporthallen, zwembaden, speeltuinen, sport- en kampeerterreinen, terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, bedrijfsgebouwen en objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur. Kwetsbaar object: Objecten zoals: woningen, gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten (zoals: ziekenhuizen, bejaardenhuizen, verpleeghuizen, scholen), gebouwen bestemd voor dagopvang van minderjarigen, gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende en groot gedeelte van de dag aanwezig zijn (grote kantoorgebouwen, hotels, winkels of winkelcomplexen) en kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. Kwantitatieve risicoanalyse (QRA): Voor een inrichting worden de karakteristieke ongevalscenario s vastgesteld, kansen geschat, effecten berekend en gevolgen van de effecten gekwantificeerd. Met deze informatie wordt het plaatsgebonden risico berekend. Door de aanwezigheid van mensen in de omgeving te inventariseren in een gebied tot op een afstand waar 1% letaliteit vanwege een ongeval nog kan optreden is het groepsrisico te berekenen
78 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : Toetsing van de risico s Wanneer en hoe toetsing? Gasunie onderscheidt de volgende situaties waarbij een toetsing aan de risico s moet plaatsvinden: 1. De inrichting valt onder het Besluit Risico Zware Ongevallen (BRZO 99) en valt daarmee onder de werking van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI). Dit betreft alle inrichtingen van tabel 1 paragraaf 1.1 met een inhoud van meer dan 50 ton. Van deze inrichtingen wordt een QRA gemaakt. 2. De vergunninghouder dan wel het bevoegd gezag heeft het vermoeden dat vanwege een nieuwe inrichting dan wel een nieuw bestemmingsplan nabij een bestaande inrichting een substantieel risico in de omgeving bestaat. Het bevoegd gezag vindt dat een substantieel risico een risico is waarbij de wettelijke normwaarde voor het plaatsgebonden risico buiten de erfscheiding van de inrichting wordt overschreden en/of dat het groepsrisico hoger is dan 0,1 maal de hiervoor door het rijk gegeven oriënterende waarde. Het gaat hier om alle stations aangesloten op het gastransportnet met een toevoerleiding van minstens 20 inch. Van deze inrichtingen wordt (in principe) een QRA gemaakt. Bij inrichtingen met een toevoerleiding kleiner dan 20 inch wordt enkel een toetsing op het groepsrisico uitgevoerd. 3. De inrichting valt onder de definitie van categorale inrichting. In dat geval is voor deze groep van inrichtingen op voorhand een standaard QRA gemaakt en heeft de toetsing aan de risiconormen al vooraf plaatsgevonden De toetsing op grond van een QRA Voor het uitvoeren van een QRA maakt Gasunie gebruik van een standaard berekeningsmethodiek die aansluit bij de door de overheid opgestelde handleiding voor risicoberekeningen. Het hangt van de inrichting af welke ongevalscenario s moeten worden doorgerekend.*8 Het beleid is erop gericht dat in de eventuele zone buiten de inrichting met een hoger plaatsgebonden risico dan de grenswaarde geen kwetsbare bestemmingen aanwezig mogen zijn. In deze zone mogen alleen beperkt kwetsbare bestemmingen aanwezig zijn als na afweging van alle belangen die situatie prevaleert. Het berekende groepsrisico strekt zich in theorie uit tot het gebied dat begrensd wordt door de afstand waar nog 1% letaal letstel wordt berekend. Maatregelen zijn veelal nodig indien er sprake is van een overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico. Gelet op de wijze waarop woonbebouwing in het effectgebied bijdraagt aan groepsrisico (op veel kleinere afstanden dan die waar de 1% letaliteit contour ligt) zal er geen significante bijdrage meer zijn aan het groepsrisico. Een praktische afstand daarvoor is de 35 KW/m 2 warmtestralingscontour Omgaan met belangen Los van de wettelijke plicht te voldoen aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico, d.w.z. geen kwetsbare bestemmingen binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risico contour, beoordeelt het bevoegd gezag de externe veiligheid op twee onderdelen: 1. De afweging van beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de zone met een hoger risico dan de normwaarde voor plaatsgebonden risico (de zogenaamde 10-6 contour). 2. Het groepsrisico. Bij groepsrisico zal nadrukkelijk ook het advies van de brandweer betrokken zijn. Hun beleid zal veelal zijn om objecten met hoge kwetsbaarheid zoals bejaardenflats en ziekenhuizen verder van de inrichting te houden. Bij de beoordeling door het bevoegd gezag spelen voor hen veelal een tweetal belangen een hoofdrol: belangen in het kader van de Ruimtelijke Ordening en belangen in het kader van de Externe Veiligheid.** 9 3 VBS-elementen In het licht van de zeven elementen die van belang zijn voor het Veiligheidsbeheerssysteem (VBS), zoals genoemd * Voordat gerekend wordt, is het aan te bevelen om de gekozen scenario s, de gebruikte modellen en data met het bevoegd gezag te overleggen en bij discussie hierover de RIVM als arbiter te laten optreden. ** In de toekomst beschrijven gemeenten hun beleid in een omgevingsvisie. Uiteraard mag in dit verband een consistent oordeel worden verwacht
79 N.V. Nederlandse Gasunie in het BRZO 99, zijn de volgende beleidsuitgangspunten relevant. 3.1 Organisatie en werknemers. Om de veiligheid van de eigen werknemers en derden goed te kunnen waarborgen, hanteert Gasunie het beleid om met betrekking tot veiligheid, binnen de organisatiestructuur de nodige specifieke functies, verantwoordelijkheden en bevoegdheden te definiëren en vast te leggen in handboeken. Ook is de communicatie tussen verantwoordelijke functionarissen en afdelingen en de opleiding van het personeel, vanuit dit kader georganiseerd. Door middel van voorlichting, training, beoordeling, beloning en het verschaffen van de benodigde middelen zal een verantwoord gedrag met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu worden bevorderd. Concrete voorbeelden van de handboeken zijn: Handboek Emergency Control Handboek Centrale Commando Post Handboek Human Resource Management Bedieningshandboek van de inrichting Bedrijfsnoodplan van de inrichting Opleidingstrajecten Bedrijfshulpverlening organisatie 3.2 Identificatie van gevaren en beoordeling van risico s. Uitgebreide kennis en inzicht in de aanwezige gevaren is van belang bij het veilig kunnen uitoefenen van de procesvoering. In de periodiek uit te voeren risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E), zijn o.a. arbo-gerelateerde risico s die voor de werknemers van Gasunie van toepassing zijn, beschreven. Het beleid van Gasunie is erop gericht om risico s die inherent zijn aan de activiteiten te identificeren en waar mogelijk te elimineren en/of zoveel mogelijk te beperken. Doordat Gasunie voornamelijk gebruik maakt van bewezen technieken en technologieën en deze documenteert in Gasunie Technische Standaarden (GTS en), wordt het aspect gevaarsidentificatie meegenomen in deze normen. Bij elk project wordt de MOC (Management of Change) procedure doorlopen. Indien nodig maakt een risicostudie zoals HAZOP, FMEA of FMECA hiervan onderdeel uit. Een verbijzondering zijn de kleine kans grote gevolgen risico s zoals die zich bij inrichtingen waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gehandeld, kunnen voordoen. Het gaat dan om in de in deze PBZO bedoelde problematiek.. Voor wat betreft de arbeidsveiligheidsrisico s wordt hiertoe een inventarisatie uitgevoerd door een multidisciplinair team aan de hand van de reeds beproefde SWIFT-methodiek (Structured What-If Technique). Medewerkers van de inrichting zelf, zullen hier nauw bij betrokken worden. De risico s zullen worden beoordeeld aan de hand van de risicomatrix en zonodig zullen adequate maatregelen worden getroffen om het risico acceptabel te maken Voor wat betreft de externe veiligheidsrisico s (risico s voor de burger) wordt het risico bepaald aan de hand van een algemeen geldende of specifieke kwantitatieve risicoanalyse (QRA) en worden eveneens zonodig adequate maatregelen genomen om het risico acceptabel te maken (minstens voldoen aan de door de overheid gestelde risiconormen)
80 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : Beheersing van de werkzaamheden. Het beleid van Gasunie is erop gericht dat werkzaamheden alléén gestart mogen worden wanneer voorzienbare V, G&M-risico s bekend en beheersbaar zijn. Zowel technische als organisatorische beheersmaatregelen borgen de juiste uitvoering. Gasunie hanteert binnen zijn procesvoering daarvoor een aantal werkmethoden om aan dit beleid invulling te geven. Deze zijn: Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE) Bouwveiligheidsplannen Werkvergunningen (inclusief de uitvoering van taak risico analyses) Toolbox meetings Fysiek toezicht Taak Risico analyses 3.4 Wijzigingen. Het gevaar verbonden aan ondoordacht uitgevoerde wijzigingen wordt binnen Gasunie expliciet onderkend. Het is dan ook niet toegestaan wijzigingen of nieuwbouw aan te brengen aan de installatie die de technische integriteit kunnen beïnvloeden zonder dat daar goedkeuring van de afdeling Technische Veiligheid (TV) voor is gegeven. De expliciete uitwerking van hoe Gasunie met wijzigingen in dit kader omgaat, is geregeld in de Management of Change (MOC) procedure. De keuze voor het wel of niet uitvoeren van een veiligheidsstudie maakt onderdeel uit van deze procedure. Bij projecten die Gasunie voornemens is uit te voeren is een stappenplan m.b.t. de MOC procedure onderdeel van de functie- projectspecificatie die voorafgaand aan het project wordt opgesteld. 3.5 Planning voor noodsituaties. Hoewel de nodige maatregelen zijn getroffen om de duurzame integriteit van het transportsysteem te waarborgen, kan nooit worden uitgesloten dat een ongewenste gebeurtenis zoals een noodsituatie zich toch zal voordoen. Het beleid is er op gericht om zowel organisatorisch als technisch, voorbereid te zijn op een eventuele noodsituatie. De vertaling van dit beleid is geregeld in de volgende handboeken: Handboek CCP Handboek Emergency Control Bedrijfsnoodplannen Procedures met betrekking tot noodsituaties worden regelmatig aan de hand van oefeningen met o.a. de externe hulpverleners getoetst op effectiviteit en indien nodig bijgesteld. 3.6 Toezicht op de prestaties. Gasunie definieert in haar beleid specifieke doelstellingen ten aanzien van veiligheid. Om te kunnen controleren of voldoende veilig wordt gewerkt, wordt voortdurend toezicht gehouden op de realisatie van deze doelstellingen. Dit wordt o.a. gerealiseerd door periodieke inspecties en de managementcontrol systemen van verschillende afdelingen ten behoeve van het toezicht op onderhoud. Om lering te trekken uit (bijna) incidenten wordt een incidentmanagement systeem gebruikt
81 N.V. Nederlandse Gasunie 3.7 Audits en beoordeling. Om de doeltreffendheid en deugdelijkheid van het veiligheidsbeheerssysteem en het PBZO beleid te evalueren, onderneemt Gasunie de volgende zaken: Jaarlijks wordt voor de certificering van het milieuzorgsysteem (ISO 14001) een externe audit uitgevoerd. Jaarlijkse wordt een interne evaluatie van het PBZO en de daarin opgenomen VBS elementen uitgevoerd. Het PBZO-document en alle VBS-elementen, zoals genoemd in de CPR-20 (PGS 6) (Rapport Informatie-eisen BRZO 99), zijn één van de onderwerpen binnen de 1 keer per 3 jaar voor het gehele VGM beleid uitgevoerde audit. Van de audit wordt een rapportage gemaakt die een volledig beeld geeft van de auditbevindingen, met verantwoording over alle afwijkingen, de punten van overeenstemming en een actieplan. Per incident vindt een gedetailleerde analyse plaats. Een aantal potentieel ernstige incidenten worden in de veiligheidscommissie behandeld. Jaarlijks wordt een trendanalyse gemaakt van de geregistreerde incidenten. Jaarlijks wordt een analyse gemaakt van de geregistreerde incidenten
82 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : Gasunie Technische Standaards Een belangrijk onderdeel van het preventiebeleid voor zware ongevallen is het verplicht hanteren van de technische bedrijfsnormen die zijn ontstaan gedurende de ervaringsjaren van het bedrijf. Zoals in paragraaf 1.3. reeds is opgemerkt zijn alle installaties die momenteel worden bedreven, in de ontwerpfase uitgebreid geverifieerd in het licht van deze bedrijfsnormen, de zogenaamde Gasunie Technische Standaards (GTS en), die ook continu meegroeien met de actuele kennis en ervaring. Nieuwe installaties en modificaties worden ontworpen m.b.v. deze GTS en. Tevens vinden tijdens het ontwerpproces HAZOP of andere veiligheidsstudies plaats. Omdat de type apparaten/ installaties binnen Gasunie erg vergelijkbaar zijn als ook de voorkomende gevaarlijke stoffen, bieden de GTS en een gedetailleerde basis voor het preventiebeleid voor zware ongevallen. GTS en worden derhalve met de hoogste prioriteit toegepast, waarin alleen gemotiveerd van kan worden afgeweken. 4.1 Gasunie Beleid Binnen het raamwerk van afspraken met betrekking tot de prestatie en de leveringszekerheid van (onderdelen van) het gastransportsysteem is de beleidsdoelstelling voor het proces Standaardisatie het ontwikkelen en in stand houden van eenduidige voorschriften (regels, tekeningen, specificaties enz.), om te bereiken dat binnen Gasunie routinematige technische activiteiten veilig, uniform, effectief en efficiënt worden uitgevoerd, alsmede te bereiken dat risico s aantoonbaar op het gewenste niveau kunnen worden beheerst. Daarbij wordt uitgegaan van nationale (NEN), Europese (EN) en mondiale (ISO) normen alsmede van standaarden van de leverancier. In veel gevallen vormen de GTS en een aanvulling op, of een nadere uitwerking van, nationale en internationale geaccepteerde technische voorschriften, overheidsvoorschriften of door de overheid aangegeven normen. Tevens zijn GTS en de basis voor het bestellen van onderdelen in het kader van reguliere onderhoudsvervangingen. Het toepassen van GTS-voorschriften is verplicht. Afwijken is mogelijk doch dient gemotiveerd, gedocumenteerd en goedgekeurd te zijn. 4.2 Omschrijving GTS Het GTS systeem omvat een stelsel van bedrijfsnormen waaronder specificaties, standaardtekeningen en formulieren voor het ontwerp, constructie en nazorg van het gastransportsysteem van de NV Nederlandse Gasunie. Het is een modulair systeem met een onderverdeling naar de fase in de lifecycle. Het totaal beslaat circa:180 specificaties, 1100 standaardtekeningen en 170 formulieren. Zoveel als mogelijk wordt verwezen naar internationale, Europese en nationale normen. De veiligheids- en milieueisen die gelden voor ontwerp, constructie en nazorg zijn i.v.m. de bedrijfsspecifieke situatie nader gespecificeerd in GTS en. Voorbeelden hiervan zijn: CSA-38-N Veiligheid en Milieu op de bouwplaats. OSA-04-N Veiligheidsafstanden. OSA-06-N Explosieveiligheid (o.a. ATEX-richtlijnen). OSA-07-N Voorschriften voor noodstopsystemen. OSA-08-N Drukbeheersing. OSA-12-N Brandpreventie en veiligheidsvoorzieningen. OSA-17-N Beveiliging en bewaking stations en objecten. Een compleet overzicht van GTS documenten is weergegeven in de Index Van kracht zijnde GTS-documenten die via intranet zijn te raadplegen. 4.3 Totstandkoming GTS en De ontwikkeling van GTS en vindt plaats in werkgroepen waarin de vereiste vakdisciplines zijn vertegenwoordigd. In geval van onderwerpen op het gebied van Veiligheid, Gezondheid en Milieu is verplicht advies van de afdeling Technische Veiligheid noodzakelijk. Bij het opstellen van GTS documenten worden de aspecten veiligheid, milieu, bedrijfszekerheid, onderhoudbaarheid en kosten meegenomen. Het concept van de werkgroep doorloopt een commentaar procedure. De procedure is vergelijkbaar met de werkwijze die gevolgd wordt bij de ontwikkeling van Europese en nationale normen
83 N.V. Nederlandse Gasunie 4.4 Beheer van GTS en De GTS documenten worden periodiek (5-jaarlijks) geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Reden voor wijzigen van GTS documenten kunnen ook wetswijzigingen en wijzigingen in internationale en nationale normen zijn. Per halfjaar worden de referenties in GTS en vergeleken met een bestand van nationale en internationale normen. Vanuit de organisatie en van leveranciers komen ook voorstellen tot wijziging van GTS en. 4.5 Afwijken van GTS en Zoals onder 2 is vermeld is het toepassen van GTS verplicht. Afwijken is mogelijk doch dient gemotiveerd, gedocumenteerd en goedgekeurd te zijn. Dit kan geschieden door dit in de zogenaamde functie- en of projectspecificatie aan te geven of een verzoek tot afwijking in te dienen. Voor deze afwijkingen geldt dat deze door de vakdisciplinechef dient te worden goedgekeurd. In geval van onderwerpen op het gebied van Veiligheid, Gezondheid en Milieu is verplicht advies van de afdeling Technische Veiligheid noodzakelijk (zie MOC procedure)
84 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : Risicobeoordeling Bij de risicobeoordeling zijn twee invalshoeken: die van de arbeidsveiligheid en die van de externe veiligheid. De gevolgen van arbeidsveiligheid en externe veiligheid worden hierbij verschillend beoordeeld. Voor de beoordeling van de arbeidsveiligheid (risico s werknemers) en externe veiligheid (risico s omwonenden) gebruikt Gasunie een (en dezelfde) risicomatrix. De wijze waarop de risico s van de mogelijk optredende ongevalsscenario s worden beoordeeld, volgt in grote lijnen het overheidsbeleid (voor arbeidsveiligheid het risico van werknemers en externe veiligheid het groepsrisico). Voor het risico van werknemers voelt Gasunie zich in hoge mate verantwoordelijk, terwijl de hoogte van het groepsrisico in de praktijk in belangrijke mate wordt bepaald door de wijze waarop de omgeving in de buurt van een inrichting wordt bebouwd. Bij de risicobeoordeling moet de matrix als hulpmiddel worden toegepast. Met de risicomatrix is het mogelijk om op een objectieve wijze de kans op en het mogelijk effect van geïdentificeerde ongevalsgebeurtenissen te klassificeren, en aldus het risico te beoordelen Kans A B C D E Gevolgen De criteria die Gasunie heeft vastgelegd om het risico te kunnen beoordelen, zijn in de navolgende tabel uiteengezet
85 N.V. Nederlandse Gasunie Schaal Risico beoordeling 1 Niet acceptabel; direct door middel van maatregelen in ontwerp en bedrijfsvoering terugbrengen tot minimaal niveau 3 (risicostudie noodzakelijk). Alleen met instemming van de directie en ondernemingsraad kan besloten worden tot handhaving van een schaal 1 situatie. 2 Niet gewenst; binnen redelijke termijn (3 tot 6 maanden) risicoreducerende maatregelen aanbrengen tot minimaal niveau 3 bereikt is, op korte termijn een Plan van Aanpak opstellen (risicostudie noodzakelijk). Alleen met instemming van de unitmanager van Bouw en Beheer kan besloten worden tot handhaving van een schaal 2 situatie. 3 Acceptabel; onder toepassing van ALARA (inclusief risico-identificatie studie) en de voorwaarde dat safety performance monitoring en een periodieke evaluatie van de LOD s wordt uitgevoerd. 4 Acceptabel zonder verdere voorwaarden. Tijdens de periodieke systematische inventarisatie van gevaren (SWIFT-analyse) moet voor elk geanalyseerd scenario het restrisico aangegeven worden. Tijdens de VR-audit wordt beoordeeld of aan de minimaal benodigde maatregelen is voldaan. De inschatting van de kans en het effect vindt plaats volgens de volgende richtlijnen. De gevolgen van een ongeval worden getypeerd en ingedeeld in 5 schalen (A t/m E) met oplopende ernst. De kans op een ongeval is ingedeeld in 5 schalen (1 t/m 5) met toenemende kans. Gevolgen Schaal Typering Arbeidsveiligheid Externe Veiligheid A Gering Geen verzuim Gewonden B Matig Verzuim Zeer ernstig gewonden C Ernstig Ernstig gewonde 1 tot 10 doden D Zeer ernstig Dode/blijvende arbeidsongeschiktheid van maximaal 1 persoon Tientallen doden E Catastrofaal Meerdere doden Honderden doden Kans Schaal Typering Kansinschatting kwantitatief 1 Zeer onwaarschijnlijk P < Onwaarschijnlijk 10-4 > P > Zeer klein 10-2 > P > Klein 1 > P > Groot P >
86 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : Risico s verbonden aan de Gasunie inrichtingen Een overzicht van de risico s met betrekking tot gevaarlijke stoffen (als bedoeld in het BRZO 99) is in onderstaande tabel gegeven. nr. Installatie Sub-systeem Ongevalstype Kans typering Arbeidsveiligheid Externe Veiligheid Effect Potentieel Risico Effect Potentieel Risico typering effect schaal typering effect schaal 1 Compressor- 1.1 Leiding-sys- Lekkage boven- Zeer klein. Matig Verzuim 3 Gering Ernstig 4 station teem op de gronds, dispersie gewonden Mengstation. inrichting. gaswolkbrand. Lekkage ondergronds, dispersie gaswolkbrand Onwaarschijnlijk Matig Verzuim 4 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Catastrofaal Zeer onwaar- Catastrofaal. Meerdere 2 Zeer ernstig Mogelijk 3 falen, dispersie, schijnlijk. doden. tientallen gaswolkbrand. doden 1.2 Compressor omkasting. Lekkage gevolgd door explosie, brand. Zeer klein. Matig Verzuim 3 n.v.t. n.v.t. n.v.t 1.3 Compres- Lekkage, brand Onwaar- Ernstig. Ernstig 3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. sorhal. schijnlijk. gewonde. 2 Stikstof 2.1 Appendages Kleine lekkage, Zeer klein. Gering Geen verzuim 4 n.v.t. n.v.t. n.v.t. installatie. vloeibare uitstroming stik- stikstof. stof, cryogene effecten. 2.2 Stikstof tank. Volledig falen, Zeer onwaar- Zeer ernstig Dode of 3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. cryogene effecten schijnlijk. en zuurstofverdringing. blijvende arbeidsongeschikt-heid van max. 1 persoon
87 N.V. Nederlandse Gasunie nr. Installatie Sub-systeem Ongevalstype Kans typering Arbeidsveiligheid Externe Veiligheid (Scenario) Effect Potentieel Risico Effect Potentieel Risico typering effect schaal typering effect schaal 3 LNG instal- 3.1 Appendages Kleine lekkage, Zeer klein. Gering Geen verzuim 4 n.v.t. n.v.t. n.v.t. latie. vloeibaar uitstroming me- methaan. thaan, cryogene effecten, brand. 3.2 Opslag tanks. Volledig falen, Zeer onwaar- Catastrofaal. Doden en 2 Ernstig. Mogelijk 3 cryogene ef- schijnlijk. gewonden. doden en fecten, dispersie, gewonden. wolkbrand, brand. 4 Compressor- 4.1 Verlading Breuk van de Onwaar- Ernstig. Ernstig 3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. station aardgascon- zuigslang, plas schijnlijk. gewonde. Mengstation densaat. brand, explosie. LNG-installatie. 4.2 Lekkage Falen appendage, Onwaar- Ernstig Ernstig 3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. appendage plasbrand. schijnlijk gewonde. aardgas-condensaattank. Catastrofaal Zeer onwaar- Zeer ernstig. Dode of 3 Gering Ernstig 4 falen, plasbrand, schijnlijk. blijvende gewonden. explosie. arbeidsongeschikt-heid van max. 1 persoon. Kleine lekkage Zeer klein Matig. Verzuim. 3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. appendage, plasbrand
88 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : 5.2 De risico s zijn in de volgende tabel per installatie of installatietype aangegeven. De nummers in de tabel refereren aan de nummers die gehanteerd zijn in de kolom subsysteem in de vorige tabel. Installatie Leiding- Com- Com- Appendages N2 Appendages CH4 Verlading Appendage systeem op pressor pressor- N2 opslag tank CH4 opslag Tank aardgas- aardgas inrichting omkasting hal condensaat condensaat-tank LNG Maasvlakte X X X X X X X X X Ommen X X X X X X X Wieringermeer X X X X X Ravenstein X X X X X Beverwijk X X X X X Zweekhorst X X X X X Oldeboorn X X X X X Spijk X X X X X Kootstertille X X X X X Schinnen X X X X X Alphen X X X X X Mengstations X X X Exportstations X X X Reduceerstations X X X M&R X X X Gasontvangstations Injectiestations Afsluiterlocaties X X X Anna Paulowna X X X X X X X Grijpskerk X X X X X X X
89 N.V. Nederlandse Gasunie 6 Implementatie PBZO-BELEID binnen Gasunie Zoals ook reeds eerder is aangeven wordt door de Raad van Bestuur een Algemeen Gasunie Beleid geformuleerd en goedgekeurd. Een belangrijk onderdeel van dit Algemeen Gasunie Beleid is het Gasunie VG&M-beleid. Dit beleid is vastgelegd in het Functioneel Handboek Veiligheid en Milieu. Op basis van het Algemeen Gasunie Beleid moet elke unit zijn eigen unit-beleid formuleren en laten goedkeuren. Elk unit-beleid moet minimaal voldoen aan het Algemeen Gasunie Beleid. Dit beleid is vastgelegd in de Functionele Handboeken van elke unit. De bedrijfsactiviteiten van unit TA (Technisch Asset Management) bestaan onder meer uit het, in de hoedanigheid van eigenaar van de Infrastructuur van de N.V. Nederlandse Gasunie, zowel veilig, integer als economisch ontwerpen en exploiteren van deze infrastructuur. De uitvoering van (nieuwbouw)projecten ligt bij de unit TN (Technisch Nieuwbouw & Renovatie). De bedrijfsactiviteiten van de unit TO (Technisch Operation) bestaan onder meer uit het operationeel houden en beheren, van de Infrastructuur van Gasunie. De afdeling TV (Technisch Veiligheid) is belast met de beoordeling van de technische veiligheid, de explosieveiligheid en de arbeidsveiligheid van Gasunie. De uitoefening van de bedrijfsactiviteiten van de units TA, TN, alsmede unit TO zal plaatsvinden binnen het vigerend PBZO beleid en de geldende voorschriften en procedures van de N.V. Nederlandse Gasunie; dit beleid wordt ontwikkeld en gecontroleerd door de unit TV (Veiligheid). De unit TV is hierbij mede specifiek belast met het beleid t.a.v. de intrinsieke veiligheid van het gastransportsysteem. Het waarborgen van de licence to operate voor de Infrastructuur is een gezamenlijke taak van units TA en TO; de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij unit TA. Met betrekking tot veiligheid is TA verantwoordelijk voor de intrinsieke veiligheid van de Infrastructuur (ontwerpuitgangspunten, het ontwerp en conformiteit met wet- en regelgeving). Door deze intrinsieke veiligheid kan geen onveilige situatie ontstaan als gevolg van de inzet en besturing van de Infrastructuur. De unit TO is verantwoordelijk voor de operationele veiligheid (in stand houden van de integriteit en veiligheid alsmede het toepassen van veilige werkmethoden). Het is de verantwoordelijkheid van de unit T om van opgetreden ongewenste gebeurtenissen van zowel binnen de eigen installaties, als die van andere gelijksoortige installaties (nationaal en internationaal), te leren
90 PBZO-document V 06.R.0002 A - 4 Juni 2007 Revisie : Bekendmaking van het beleid met betrekking tot zware ongevallen. Iedere werknemer van Gasunie werkzaam op een Brzo 99-plichtige inrichting, dient op de hoogte te zijn van de in dit document geformuleerde doelstellingen en beginselen. Iedere manager van de unit TA en TO wordt daarom geacht de aan hem rapporterende werknemers daarover goed te informeren en zeker te stellen dat het beleid en de uitvoering daarvan goed begrepen en opgevolgd wordt. Groningen, 5 juni Mr. M. P. Kramer Voorzitter van de Raad van Bestuur en CEO N.V. Nederlandse Gasunie
91 Gas Transport Services B.V. Colofon Vormgeving & print Corporate Service Centre N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen Foto s N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen Uitgave Gas Transport Services B.V. P.O. Box AD Groningen The Netherlands Telefoon Fax [email protected] Internet:
92
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Gas Transport Services B.V. - 2 - Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2011 Voorwoord. Voor u ligt het door Gas Transport Services B.V. (GTS) opgestelde Kwaliteits-
Achtergrond leveringszekerheid L-gas en wettelijke taak GTS met betrekking tot kwaliteitsconversie
Achtergrond leveringszekerheid L-gas en wettelijke taak GTS met betrekking tot kwaliteitsconversie Afdeling Network Configuration Rapport Achtergrond leveringszekerheid L-gas en wettelijke taak GTS met
T-prognoses. nut en noodzaak
nut en noodzaak : nut en noodzaak Wat zijn? staat voor Transportprognoses, oftewel een verwachting van het benodigde transport voor de levering of productie van elektriciteit. Producenten, regionale netbeheerders
Rapportage Voorzieningszekerheid Gas
Rapportage Voorzieningszekerheid Gas Door Gasunie Transport Services Rapport Rapportage Voorzieningszekerheid Gas 2014 Gereed Datum, versie 22 mei 2014 Ons kenmerk LA.14.0317 Status Definitief Voorwoord
Beleid & regelgeving, nu & straks
Beleid & regelgeving, nu & straks Gassamenstelling & gastoestellen Aurél Kenessey de Kenese 2 Ministerie van Economische Zaken Beleidsdoelstellingen Publieke belangen Veiligheid gasgebruik Verduurzaming
Gasrotonde in beweging
Gasrotonde in beweging Gastransport steeds dynamischer Ruud Wieleman 11 juni 2015 Inhoud Introductie Gasunie en Gasunie Transport Services De basics van het gastransport Kentallen GTS + Kwis (als daar
Rapport Voorzieningszekerheid Gas 2009
Rapport Voorzieningszekerheid Gas 2009 Voorwoord Voor u ligt het rapport Voorzieningszekerheid Gas (VZG). Het doel van dit rapport is om inzicht te verschaffen in hoeverre de voorzieningszekerheid op lange
T-prognoses: nut en noodzaak
T-prognoses: nut en noodzaak 1 Met deze folder willen wij u als klant van TenneT meer informatie geven over het nut en de noodzaak van T(transport)-prognoses. Wat zijn T-prognoses? T-prognoses staat voor
6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken
6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken 6.1 Aanpassingen van de infrastructuur in Nederland De energietransitie kan ingrijpende gevolgen hebben voor vraag en aanbod van energie en voor de netwerken
Power to gas onderdeel van de energietransitie
Power to gas onderdeel van de energietransitie 10 oktober 2013 K.G. Wiersma Gasunie: gasinfrastructuur & gastransport 1 Gastransportnet in Nederland en Noord-Duitsland Volume ~125 mrd m 3 aardgas p/j Lengte
Rapportage Kwaliteitsindicatoren GTS 2015
Rapportage Kwaliteitsindicatoren GTS 2015 2 Inhoud Voorwoord 5 Samenvatting 6 English Summary 7 Afkortingen 8 Inleiding 9 Registratie en rapportage kwaliteitsindicatoren 10 Bijlage 1: Defenities 13 3 4
Klankbordgroep PwC-onderzoek:Visie op tariefregulering op korte en middellange termijn
Advisory Klankbordgroep -onderzoek:visie op tariefregulering op korte en middellange termijn Agenda Pagina 1 Introductie 1 2 Aanpak en proces 5 3 Ontwikkelingen in de energiesector 12 4 Onderzoeksvragen
Renovatie regionaal gastransportnet
Renovatie regionaal gastransportnet 2 gasunie.nl Renovatie regionaal gastransportnet Renovatie regionaal gastransportnet Het regionale gastransportnet van Gasunie bestaat naast leidingen uit afsluiterschema
Wettelijke taken LNB van algemeen belang
Wettelijke taken LNB van algemeen belang Onderdeel van de voorwaarden als bedoeld in artikel 12b van de Gaswet Disclaimer: Deze bundel bevat de doorlopende tekst van een onderdeel van de voorwaarden als
Gasunie Network Improvement Program. Renovatie regionaal gastransportnet
Gasunie Network Improvement Program Renovatie regionaal gastransportnet 14 mei 2013 Inhoud De totstandkoming van ons netwerk Wat gaan we doen? # Afsluiterschema s # Meet- & Regelstations # Gasontvangststations
Gasmonitor Ontwikkelingen in de groothandelsmarkt gas in Nederland in 2006
Gasmonitor Ontwikkelingen in de groothandelsmarkt gas in Nederland in 2006 Nederlandse Mededingingsautoriteit - Directie Toezicht Energie Den Haag, december 2007 Projectnummer: 102642 Projectteam: Maria
KCD 2013. Netplanning tijdens turbulente tijden - geen sinecure! Gert van der Lee Arnhem, 4 maart 2014
KCD 2013 Netplanning tijdens turbulente tijden - geen sinecure! Gert van der Lee Arnhem, 4 maart 2014 Juridisch kader TenneT heeft wettelijke plicht om aangeslotenen voldoende transportcapaciteit te bieden.
2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF
CAPACITEITSPLAN ELEKTRICITEIT 2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF Inhoudsopgave: Inleiding 3 Toelichting op het Capaciteitsplan 4 1.1 Algemeen 4 1.2 Opbouw van het net 4 1.3 Invullen
Mark Frequin. Voormalig Directeur-Generaal Energie en Telecom Ministerie van Economische Zaken
Mark Frequin Voormalig Directeur-Generaal Energie en Telecom Ministerie van Economische Zaken Energiebeleid: van context tot acties. Mark Frequin Rijks Universiteit Groningen Inhoud 1. Context 2. Richting
Mogelijkheden kwaliteitsconversie en gevolgen voor de leveringszekerheid
Mogelijkheden kwaliteitsconversie en gevolgen voor de leveringszekerheid Resultaten onderzoek 7 Afdeling Network Configuration Rapport Mogelijkheden kwaliteitsconversie en gevolgen voor de leveringszekerheid
Groningengas op de Noordwest-Europese gasmarkt
Groningengas op de Noordwest-Europese gasmarkt - Samenvattende rapportage bij de onderzoeken 7, 8 en 9 Ministerie van Economische Zaken Directie Energiemarkt November 2013 1 In het kader van de aardbevingen
Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (wijzigingen voortvloeiend uit het energierapport 2011)
Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (wijzigingen voortvloeiend uit het energierapport 2011) MEMORIE VAN TOELICHTING (26-01-2012) I. ALGEMEEN 1. Doel en aanleiding Het onderhavige wetsvoorstel
Vestigingen. Hoofdkantoor Concourslaan 17 (9727 KC) Postbus MA Groningen Telefoon (050) Fax (050)
De N.V. Nederlandse Gasunie koopt, transporteert en verkoopt aardgas en bevordert een veilig, doelmatig en vernieuwend gebruik van deze energiebron. De activiteiten vinden plaats in binnen- en buitenland.
Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet
Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet Gasunie Network Improvement Program GNIP Het regionale gastransportnet van Gasunie bestaat, naast leidingen, uit afsluiterschema
Capaciteitsplan. ONS Netbeheer BV 30-11-2000
Capaciteitsplan ONS Netbeheer BV 2001 2007 30-11-2000 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Visie 3. Modellen 3.1. Model 1 Belasting, invoeden en uitwisselen in knooppunten bij verschillende transportscenario's
Factsheet 2010 Kwaliteit Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gasnetten N.V. RENDO. Expert versie
Factsheet 2010 Kwaliteit Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gasnetten N.V. Expert versie De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de regionale netbeheerders
Veranderende gassamenstelling in Nederland: een lange traditie. Themamiddag Energiewacht 22 september 2011
Veranderende gassamenstelling in Nederland: een lange traditie Themamiddag Energiewacht 22 september 2011 Veranderende gaskwaliteit Fase 1. Introductie Groningen-gas Fase 2. Kleine velden beleid en inpassing
Monitoringsrapportage leverings- en voorzieningszekerheid elektriciteit en gas 2014. Datum 24 oktober 2014 Status Definitieve versie
Monitoringsrapportage leverings- en voorzieningszekerheid elektriciteit en gas 2014 Datum 24 oktober 2014 Status Definitieve versie Colofon Contactpersoon drs. M.B. van der Meide T 06-21199667 [email protected]
Verwachte samenstelling H-gas per regio
Verwachte samenstelling H-gas per regio In het gastransportnet voor hoogcalorisch gas (H-gas) is de samenstelling van het aardgas in de dagelijkse praktijk niet overal gelijk. Er zijn grofweg vijf regio
De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit
De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in geleverde elektriciteit Feiten en conclusies uit de notitie van ECN Beleidsstudies Sinds 1999 is de se elektriciteitsmarkt gedeeltelijk geliberaliseerd. In
Delta Netwerkbedrijf B.V.
Factsheet Kwaliteit 212 Regionale Netbeheerders Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten Delta Netwerkbedrijf B.V. De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de regionale
De rol van TenneT in de transitie naar duurzame energie. Peter Nieuwenhuijse Arnhem, 29 juni 2011
De rol van TenneT in de transitie naar duurzame energie Peter Nieuwenhuijse Arnhem, 29 juni 2011 TenneT TSO Elektriciteitstransporteur in Nederland en een deel van Duitsland In Nederland: Alle netten op
ENERGIE-INFRASTRUCTUUR IN HET ROTTERDAMSE HAVENGEBIED. Maart 2019
ENERGIE-INFRASTRUCTUUR IN HET ROTTERDAMSE HAVENGEBIED Maart 2019 Inleiding De concentratie van industrie in de Rotterdamse haven is een goede uitgangspositie voor het doen slagen van de energietransitie:
Liander N.V. Factsheet Kwaliteit 2011 Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten. Inleiding
Factsheet Kwaliteit 211: N.V. Factsheet Kwaliteit 211 Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten N.V. De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de
LANDEN ANALYSE DUITSLAND
LANDEN ANALYSE DUITSLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten
Vragen en antwoorden transportschaarste: Rechten en plichten van afnemers en netbeheerders
Vragen en antwoorden transportschaarste: Rechten en plichten van afnemers en netbeheerders Samenvatting Als gevolg van de transportschaarste in delen van het elektriciteitsnetwerk bestaat er veel onduidelijkheid
Nederlandse Mededingingsautoriteit
Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 102680 / 82 Betreft zaak: WON Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit gelet op de artikelen 5, 16, eerste en tweede lid,
NTA 8120 certificaat voor veilig netbeheer
NTA 8120 certificaat voor veilig netbeheer Veiligheidstoezicht bij gastransport 2006; SodM wordt aangewezen als veiligheidstoezichthouder op gastransport; De Gaswet legt de netbeheerders een zorgplicht
Kwaliteit dienstverlening en transport gas
Kwaliteit dienstverlening en transport gas Energiekamer - 1 / 5 - Inhoudsopgave 1 DOEL VAN HET INFORMATIEVERZOEK... 3 2 INVULINSTRUCTIE KWALITEIT DIENSTVERLENING EN TRANSPORT GAS... 4 2.1 Tabblad 1: Adresgegevens...
Overview. GIS bij Gasunie. Hans Postema Bert Kuipers. NGI afdeling Noord. Vervolg/ Toekomst GIS NU. Implementatie. Aanleiding.
takes gas transport further GIS bij Gasunie NGI afdeling Noord Hans Postema Bert Kuipers Overview GASUNIE Introductie Vervolg/ Toekomst GIS NU Implementatie Aanleiding Eisen & Wensen Juli 2005: Gasunie
(potentiele) knelpunten wet- en regelgeving op het gebied van waterstof voor GTS
(potentiele) knelpunten wet- en regelgeving op het gebied van waterstof voor GTS Seminar HyLaw/NEN, Ministerie I&W 9 november 2018 René van der Haar - GTS #2 Algemeen GTS is de landelijk netbeheerder gas
Visie op buisleidingen voor de industrie in 2030 Juli 2009
Visie op buisleidingen voor de industrie in 2030 Juli 2009 Inleiding In deze notitie geeft VNO-NCW haar visie op de gewenste ruimtelijke reserveringen door de overheid voor buisleidingen. We doen dat op
certificeert duurzame energie
certificeert duurzame energie Met het certificeren van duurzame energie voorzien we deze energieproductie van een echtheidscertificaat. Dit draagt wezenlijk bij aan het goed functioneren van de groeneenergiemarkt.
Grootschalige energie-opslag
Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien Uitgebreid onderzoek
Grootschalige energie-opslag
Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien TenneT participeert in
ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA
ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom
BIJLAGE Aardgasbeleid in Nederland: Actuele ontwikkelingen
BIJLAGE Aardgasbeleid in Nederland: Actuele ontwikkelingen In deze bijlage wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: Hoofdstuk 1 gaat in op het gasverbruik in Nederland. Het gaat dan om de rol die gas
Inpassing van duurzame energie
Inpassing van duurzame energie TenneT Klantendag Erik van der Hoofd Arnhem, 4 maart 2014 doelstellingen en projecties In de transitie naar duurzame energie speelt duurzame elektriciteit een grote rol De
LANDEN ANALYSE DENEMARKEN
LANDEN ANALYSE DENEMARKEN Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee6 de sector (cijferma?g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms?ge (2018) waarde van de consump?e van snijbloemen en potplanten
